‘Theïstische evolutie seculariseert cultuur’

NASA.ESA.HUBBLE.Newview.ofthe.PillarsofCreation.detail

Zo’n 24 zeer zelfverzekerde wetenschappers, filosofen en theologen uit Europa en Noord-Amerika, zeggen in het eind 2017 verschenen meer dan duizend pagina’s dikke boek Theistic Evolution, op initiatief van filosoof J. P. Moreland, dat ‘de evolutietheorie niet is aangetoond en zelfs onwaarschijnlijk. En bovendien in veel opzichten in strijd met het christelijk geloof.  

De schrijvers vinden het belangrijk de theïstische evolutie te bestrijden, namelijk de opvatting dat God gebruik gemaakt heeft van evolutie om levende wezens te laten ontstaan. Aldus het artikel Veelzijdige aanval op theïstische evolutie, in het RD, door M. J. Paul, docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede en de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven.

Voordat de lezer denkt dat hier ‘creationisten’ aan het werk zijn, is het goed te weten dat in dit boek geen enkele creationist (in de gebruikelijk betekenis) aan het woord komt of geciteerd wordt. De meeste auteurs behoren tot de Intelligent Design (ID)-beweging, een groep die zich richt op het aantonen van ‘ontwerp’ in de natuur, maar daarbij meestal in het midden laat wie de Ontwerper is. Zowel christenen als niet-christenen spannen zich in dit verband in om het huidige naturalisme in de wetenschap te bestrijden.’ (Prof. Dr. M. J. Paul)

Volgens Paul laat de ID-beweging steeds meer van zich horen en geeft die ook onafhankelijk van creationistische organisaties forse kritiek op bepaalde vooronderstellingen in de gangbare reconstructies van de oorsprong van het leven. In zijn boek Oorspronkelijk heeft hij aandacht gevraagd voor deze stroming, en de verschijning van het standaardwerk Theistic Evolution onderstreept volgens hem de verdiende aandacht des te meer.

Ik vind Intelligent Design ook een interessante stroming. Al koppelen zij ontwerp niet direct aan een Ontwerper. Ik kan veel met hun kritiek op de evolutietheorie. Ik vind het jammer dat Intelligent Design in Nederland de laatste jaren veronachtzaamd is en ik vraag er opnieuw aandacht voor in mijn boek. Maar voor mij blijft de Schrift voorop staan en niet de wetenschap. Als mensen met goede argumenten komen sta ik daar zeker voor open, maar tot nu toe vind ik de vele pogingen van het theïstisch evolutionisme tot harmonisatie enorm gekunsteld.’ (Paul)

theisticevolution

De docent Oude Testament vindt in de afdeling filosofie hoofdstuk 21 van belang. Daarin noemt Moreland zijn bijdrage: Hoe theïstische evolutie het christendom ongeloofwaardig maakt en christenen berooft van de overtuiging dat de Bijbel een bron van kennis is.

De auteur licht deze forse beschuldiging toe met te wijzen op de aard van onze kennis. Hij beschouwt theïstisch evolutiedenken als een knieval voor een bepaalde vorm van wetenschap. Het gevolg is dat de aanhangers ervan functioneren als grafdelvers voor de kerk. Dat komt omdat zij de naturalistische wetenschapsbeoefening erkennen en de uitleg van de Bijbel steeds weer aanpassen. Tevens is Gods werk in de schepping niet meer te herkennen, omdat de genoemde wetenschap God niet erkent. Het komt hierop neer: ‘Theïstische evolutie is intellectueel pacifisme, dat de mensen in slaap sust, terwijl de barbaren voor de poort staan’, gereed om de stad te veroveren.’ (Paul)

Eerder stelde Paul in het RD dat als hij de Bijbel lees zoals het er staat, hij geen geleidelijke ontwikkeling kan aanvaarden als Gods scheppingsmethode. Hij zou liever willen beginnen bij het spreken van God: Hij spreekt en het is er.

Paul stelt dat de status van het Bijbelse, theologische en ethische onderwijs in het geding is en de aanvaarding van theïstische evolutie een belangrijke bijdrage levert aan de secularisatie van de cultuur.

Het is waar dat de aanhangers het goed bedoelen en enige struikelblokken voor christenen willen wegnemen. Dit kan op korte termijn enige wetenschappers helpen, maar de gevolgen op lange termijn zijn ronduit negatief. De reden is dat het vertrouwen in de Bijbel en de uitleg ervan verdampt, want die moet steeds weer aangepast worden. De aanvaarding van de naturalistische kennisleer leidt tot de verplaatsing van de kerk naar de rand van de samenleving.’ (Paul)

In Nederland wordt bovenstaande theorie, nu weer van dat twee dozijn wetenschappers, sterk genuanceerd. Hoogleraar Geloof en Wetenschap, Gijsbert Van den Brink, blijft bijvoorbeeld in gesprek met zijn achterban als hij een aantal alternatieve zienswijzen bespreekt. Jart Voortman: ‘Jongeaardecreationisten beweren dat de aarde alleen maar oud lijkt. Ze geloven dat de zondvloed een grote invloed heeft gehad op de geologische structuren van de aarde. Intelligent design was een korte tijd populair. Men is er echter niet in geslaagd om criteria op te stellen voor de zogenaamde onherleidbare complexe systemen. Intelligent Design is een God-van-de-gaten-theorie. Door de voortgang van de wetenschap komen er steeds meer verklaringen en wordt de ruimte voor Gods ingrijpen steeds kleiner.’ Hij schreef En de aarde bracht voort.

Direct aan het begin vertelt de auteur iets over zijn eigen achtergrond: de Gereformeerde Bond. In deze kringen is men voor een zo letterlijk mogelijke interpretatie van de eerste boeken van de Bijbel. Men is ‘latent creationistisch’, maar tegelijk wantrouwig tegenover pseudowetenschap. Gesprekken met Cees Dekker doen Van den Brink voor het eerst vermoeden: misschien is de evolutietheorie wel gewoon correct. Zoveel jaar later concludeert Van den Brink: evolutie is de meest aannemelijke wetenschappelijke verklaring voor de biodiversiteit op aarde. (Jart Voortman)

Zie: Veelzijdige aanval op theïstische evolutie (RD)
Boek: (Amazon) Theistic Evolution
Beeld: Pillars of Creation – NASA ESA HUBBLE – Thisiscolossal.com

Vrijzinnigheid gaat nergens over

iheartdrcom

‘Vrijzinnig geloven, dat lijkt vooral heel veel niet geloven, niet in regels, niet in voorschriften, niet in dogma’s, misschien zelfs niet in God. Maar als vrijzinnigheid zoveel niet is, wat is het dan eigenlijk wel?’ – Wat een leegte blijft er achter na het lezen van het interview in Trouw met gasthoogleraar vrijzinnige theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, filosoof en theoloog Chris Doude van Troostwijk. ‘Vrijzinnigen zijn solidair in het niet-weten.’

Eerder verwonderde ik me al over vrijzinnigheid. In mijn blog Remonstrantse God niet echt vrijzinnig bleef echter niet zo’n leegte van niet-weten achter als nu. Doude van Troostwijk weet in het interview nauwelijks invulling te geven aan vrijzinnigheid.

Ik? Nee, ben je gek. Ik ben de paus niet. Ik ga niet zeggen wat vrijzinnigheid is.’ (Doude van Troostwijk)

Verslaggever Maaike van Houten doet wel haar best erachter te komen wat vrijzinnigheid eigenlijk precies is. Ze krijgt nauwelijks antwoord. In mijn eerdere blog leek vrijzinnigheid toch iets meer in te houden dan Doude van Troostwijk nu doet vermoeden.

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.’ (Uit: Remonstrantse God niet echt vrijzinnig)

Deze vrijzinnigen zeggen dus te geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust: Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij; Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.

Filosoof en theoloog Doude van Troostwijk zegt ‘misschien niet in God te geloven’. Maar dat betekent volgens hem dan weer niet dat we van een persoonlijke God afscheid moeten nemen. Als hij zegt dat vrijzinnigen solidair zijn in het niet-weten, beweert hij dat het om socratische onwetendheid gaat en dat dat niet negatief is. Vrijzinnigheid lijkt voor Doude van Troostwijk de positieve vrijheid om iets te kúnnen doen.

Als iets waarmee ik me engageer, waardoor ik me gebonden weet. Verantwoordelijkheid dus.’

Van solidaire onwetendheid naar bindende vrijheid, dat lijkt Doude van Troostwijk wel wat. Maar wat vrijzinnig geloven dan in zou kunnen houden, zoals in de aanhef geformuleerd, daar gaat het niet over. Het blijft bij het zoeken naar de kern van vrijzinnigheid. Leegte blijft massief achter als ik het interview wegleg. Vrijzinnigheid gaat vooralsnog nergens over. Eén troost. Doude van Troostwijk gaat twee jaar over die vraag nadenken.

Zie: Op zoek naar de kern van vrijzinnig geloven (Topics – Trouw)

Gerelateerd:

Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Geloven in Dé vrijzinnigheid

Beeld: iheartdr.com

Evolutietheorie en de Godsvraag

evolutietheorie-natuurlijke-selectie-ontdekgodnl

In de 46e Huizingalezing Leven alsof God bestaat stelt Antoine Bodar dat voor christenen de evolutietheorie geen wapen is tegen het geloof in de schepping; dat de beide scheppingsverhalen uit het boek Genesis geschreven zijn door verschillende auteurs en uit verschillende tijden stammen. En dat de teksten geen natuurhistorische feiten betreffen maar een theologische vertelling. 

God heeft de wereld zo geschapen dat die zich zelf zou ontwikkelen. In de schepping heeft Hij de evolutie gegeven. De menswording van de mens is zo het werk van God en van de natuur. Dat de mens een ziel heeft gekregen is aldus volledig Godsgeschenk. De evolutietheorie kan de Godsvraag derhalve volkomen open laten.’

Aan de hand van Joan Huizinga en andere denkers pleit Bodar ervoor de metafysische dimensie van de maatschappij te heroverwegen en godsdienst royaal ruimte terug te geven in de openbaarheid en dus ook in de media. Hij vraagt zich af of de Godsvraag niet eigen en tevens voorbehouden is aan de menselijke soort.

Bestaat God wel of bestaat Hij niet? Volgens George Steiner zijn we met die vraag niets verder gekomen dan Parmenides of Plato. Of misschien zijn we  verder van dat raadsel verwijderd dan zij. Zouden we de vragen over bestaan, sterfelijkheid en het goddelijke voortaan achterwege laten, we zouden de kern en de dignitas (waardigheid) van ons mens-zijn uitdoven. Aldus Steiner.’

Hoezeer wij ook willen beseffen, aldus Bodar, dat dieren en mensen allebei achtenswaardig zijn, toch kent het dier het metafysisch denken niet: dat komt de mens toe.

Ik vraag om begrip voor het metafysische denken dat dus transcendentie toelaat, al was het maar alleen om ons mensen wat bescheidener te doen zijn en het onzichtbare naast het zichtbare te kunnen bevroeden.’

Bodar stelt dat het de taak van een mens is in een geseculariseerde cultuur aan het bovennatuurlijke vorm te geven.

Wie eens is geraakt door het absolute dat ons te boven gaat of aangeraakt is door de Absolute Die ons wenkt, die is geroepen daarvan getuigenis af te leggen en niet na te laten daarover te spreken.’

Volgens Bodar is het zo dat waar de godsdienst verdwijnt de ideologie opduikt die altijd alleen hoogst tijdelijk blijkt.

Duurzaam verbindt ons onderling het ideale doel dat buiten ons zelf ligt en dat verder reikt dan tijdelijkheid om ten minste uitzicht te houden op eeuwigheid, zoals al het zichtbare zich zelf niet genoeg is omdat in het onzichtbare eerst de diepte van hetgeen we waarnemen wordt bevroed en tot helderheid leidt. Anders zijn de vlaggen wel wapperend en de machines wel draaiend, terwijl de over niets meer gaande bezetenheid blijft en de geest dienovereenkomstig geweken.’

Liever wil Bodar plaats laten aan de cultus die naar de oorsprong leeft uit verticaliteit die tot buiten en vooral boven ons voert en als gevolg daarvan eerst leeft uit horizontaliteit die mensen onderling verbindt. Die verdient overweging bij filosofen en andere denkers zoals dichters en componisten, bij hen althans die durven dromen voorbij aan de eigen tijd.

Muziek geeft stem aan eeuwigheid en brengt de kosmos in het midden die naar Plato en Pythagoras de maat in muziek bepaalt die zo als echo van eeuwigheid God eert en ons beroert en vermaakt.’

De priester en hoogleraar stelt dat van al wat wij hebben verloren de zin voor het heilige, het ons te boven gaande dat niettemin wenkt en fascineert en aangrijpt, het meest wezenlijke is.

Hervinding van het heilige, dat van ons zelf afleidt en naar de originele cultus terugleidt, is begin van nieuwe dienstbaarheid, nieuw benul van maat, nieuwe levensvreugde in wederkerig gunnen, nieuw élan God niet uit te sluiten maar in te sluiten, nieuwe betovering om goedheid en schoonheid en waarheid die om onze verdere ontdekking roepen.’

Bron: ‘Leven alsof God bestaat’ (KRO)

Beeld: ontdekgod.nl

‘Het leed van dat beeld Gods, daar op straat’

Is er onder de velen die in kerken, synagogen en moskeeën hun gebeden uitspreken en hun loflied zingen, nog iemand die begrijpt dat je godsdienstige waarheden niet moet zeggen, maar moet uitleven?’ Een uitspraak van rabbi Abraham Joshua Heschel, geciteerd door hoogleraar filosofie aan Emory University, George Yancy, in zijn artikel Is uw God dood? in The New York Times. Hij zegt hierin dat Heschel waarschuwt voor ‘een uiterlijke naleving van rituele wetten, vermengd met onwaarachtigheid en zelfingenomenheid; een opvoering van religieuze gebruiken als een vorm van opportunisme’.

‘Hoe durven we voor God te verschijnen, met onze gebeden, terwijl we wreedheden begaan tegen zijn enige beelddrager: de mens?’
(Joshua Heschel)

Yancy stelt de vraag of uw God dood is, of u Hem hebt begraven in de grootse, versierde crypten van uw godsgebouwen, of u met uw theologie, uw luidruchtige, statige gebeden en uw begaafde redevoeringen de grafrede heeft ingeluid. Ook aan zijn handen kleeft bloed, zegt Yancy zelf, schuldbewust, want hij ontliep de mogelijkheid om iets heiligs te ontdekken in het gelaat van de Ander.

Ik weet vrij zeker dat ik wegkeek, toen ik onlangs vanuit een ooghoek een dakloze zag naderen. Het lukte me niet om in die dakloze man mijn naaste te ontdekken.’ (Yancy)

Volgens Yancy waarschuwde Abraham Joshua Heschel (1907-1972) – een in Polen geboren, joods-Amerikaanse rabbi en activist die in Duitsland studeerde met Martin Buber en later goede vrienden werd met Martin Luther King jr. – geregeld voor het gevaar van theologische en religieuze oppervlakkigheid, voor onze neiging om ons meer druk te maken over de zuiverheid van dogma’s dan over de waarachtigheid van ons liefhebben.

Ook verwijst Yancy naar theologe Elisabeth T. Vasko die schrijft dat menszijn zijn bestaansrecht vindt in relatie tot de ander. Als er nog maar een klein beetje leven in uw God aanwezig is, vervolgt Vasko, dan kunt u hem begeesteren door de nabijheid van dat gebroken gezicht – van die dakloze – te zoeken.

Als uw God dood is, dan ligt wederopstanding verscholen in de erkenning van de pijn en het leed van dat beeld Gods, daar op straat.’


Damon Winter / The New York Times

Yancy zegt moeite te hebben met het gebrek aan godsdienstige en theologische woede, over armoede in eigen land en wereldwijd, over racisme en white supremacy, over seksisme, klassendiscriminatie en homofobie, over treiterij, opgetrokken muren, alternatieve feiten, immigratiestops en xenofobie. Hij verwijst weer naar Heschel die ons eraan herinnert dat als we ons leven op leugens bouwen, onze wereld in een nachtmerrie kan veranderen. Ook wijst hij erop dat de Holocaust niet plotsklaps tevoorschijn kwam.

Hij is over meerdere generaties ontstaan en was geworteld in een leugen: namelijk dat de Jood verantwoordelijk was voor alle sociale gebreken, voor alle individuele noden. Decimeer de Joden en alle problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon.’

Yance zegt nu dezelfde tekenen te zien en heeft Joodse mensen gesproken, wiens ouders Hitlers tirannie konden ontvluchten, maar die alle seinen op rood zien springen nu Trump aan de macht is. Yance verwijst naar Heschel als die schrijft dat een profetisch woord een schreeuw in de nacht is, en wacht nog op het moment dat zo’n schreeuw hem wakker schudt.

Het is die schreeuw, die diepe, existentiële weeklacht, die ons schuldig doet ontwaken en ons doet zien dat we ‘God liefhebben’, maar de arme vergeten, de vluchteling weigeren, muren bouwen, de vreemdeling uitbannen; dat we bidden en lofprijzen in bekrompen en gesegregeerde ‘heilige’ plaatsen, waar racisme, seksisme, patriarchisme, xenofobie, homofobie en onverschilligheid wonen.’

Ten slotte vertelt Yance dat in een gesprek met Martin Luther King, in 1968, Heschel vroeg waar God vandaag woont. Yance stelt diezelfde vraag vandaag, maar moet het antwoord schuldig blijven.

Heschel vraagt ook: ‘Waar is moreel religieus leiderschap vandaag te vinden?’ Ik kijk om me heen, maar zie het niet. Misschien kom je me, zoals Diogenes de Cynicus, bij daglicht tegen met een lamp. Maar in plaats van te zoeken naar een eerlijk mens, tref je me in de catacomben van je eigen maaksel, met de vraag: ‘Is uw god dood?’

Is uw God dood? (De Nieuwe Koers) – ‘Is uw God dood? Nee, ik bedoel niet de god van de filosofen of de wijsgeren, maar, zoals Blaise Pascal het formuleerde, de ‘God van Abraham, God van Izak, God van Jacob.’ (George Yancy)

Foto: David Shankbone‘Street Sleeper 1 in New York City’
Update 18-012025 (Lay-out)

Promoveren op mindfulness

mindfulness

‘De sfeer in een mindfulnesscentrum. Er staan bloemen, er zijn hartelijke mensen. Terwijl ik weleens in kerken kom waar ik denk: ben ik hier nu eigenlijk welkom?’ Dit zegt coach en theoloog Hans Borst die maandag samen met zijn collega Jan Oosting promoveerde op de invloed van het modern boeddhisme in Nederland. ‘Boeddha leert een weg die teruggaat naar jezelf. De weg naar Christus wijst naar boven.

In nogal wat kerken heerst een klimaat van geslotenheid. Ik denk ook dat veel mensen het, figuurlijk gesproken, een beetje koud hebben gekregen in de kerk. Zorg nou dat het warm is, dat er een commissie van welkom is, dat mensen voelen: hier gaat het over mij of hier zou het over mij kunnen gaan.’

Dat is ook vaak de sfeer in een mindfulnesscentrum. Er staan bloemen, er zijn hartelijke mensen. Terwijl ik weleens in kerken kom waar ik denk: ben ik hier nu eigenlijk welkom? In de kerk lopen veel mensen rond met wie iets aan de hand is. Als uit je ogen spat dat je echtscheiding veroordeelt, zul je niet snel in gesprek komen met iemand wiens huwelijk stuk is.’

De promotie ‘Modern boeddhisme bij supervisoren en coaches?’ (Radboud Universiteit) betreft een literatuurstudie naar de invloeden van het modern boeddhisme op supervisoren en coaches. Ook worden de uitkomsten van diepte-interviews beschreven en een enquête over de invloeden van modern boeddhisme op de grond- en beroepshouding van supervisoren en coaches. Eveneens wordt duidelijk dat niet alle als boeddhistisch geduide elementen dit ook zijn.


Eind jaren zeventig introduceerde de Amerikaanse hoogleraar Jon Kabat-Zinn mindfulness in de westerse geneeskunde, waarna technieken hun weg vonden naar psychologie, coaching en supervisie.


Volgens Borst zijn er ook christenen die zich oefenen in mindfulness, maar geven dat een andere naam, zoals christfulness of heartfulness, zegt hij in een ietwat cynisch interview met Eunice Hoekman-van Stuijvenberg in het RD. Volgens de theoloog gaat het bij christfulness niet om jezelf maar om de relatie tussen God en jou.’

In hun beschrijvingen laten ze de boeddhistische elementen eruit. Ik zeg altijd: wees er transparant over. Prima dat je mindfulness beoefent. Het gaat niet om iets nieuws.’

Mensen putten uit een bepaalde bron, zegt Borst, zoals wij christenen putten uit de bron van de decaloog of uit de verhalen van Jezus.

In de wereld van de supervisie doken in de loop van de tijd steeds meer aspecten van het modern boeddhisme op. De laatste jaren vooral in de vorm van mindfulness, maar voor die tijd was er evengoed al sprake van. Toen heette het tot jezelf komen, goed zorgen voor je eigen ik, wars zijn van het instituut, een goed leven leiden, het volgen van het boeddhistische achtvoudige pad.’

Vaak gaat het om mensen met een christelijke achtergrond, vervolgt de theoloog, mensen die afscheid hebben genomen van kerk en geloof om vervolgens een spirituele zoektocht te beginnen.

Ze hechten aan vrede, respect, empathie en vriendelijkheid. Het modern boeddhisme wordt wel knuffelspiritualiteit, een feelgoodreligie genoemd.’

Op mindfulness op zich heeft Borst niets tegen. Maar toch vindt hij Boeddha niet de juiste weg. Boeddha leert een weg die teruggaat naar jezelf. Dat is voor Borst niet genoeg. De weg naar Christus wijst naar boven, zegt hij: bij een boeddhist houdt op een gegeven moment de dialoog op, omdat zijn uiteindelijke doel de leegte is, terwijl het doel van een christen de volheid is, namelijk de vervulling met de Heilige Geest. Hij is niettemin positief over mindfulness:

Hier in Sleen en omstreken, waar 4000 mensen wonen, zit een centrum waar mindfulness, meditatie en yoga wordt gegeven. Dat loopt goed, er gaan veel mensen heen. In de afgelopen vijftien jaar is de aandacht hiervoor enorm toegenomen, ook in de psychotherapie. Je krijgt mindfulness nu soms zelfs vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Door deze technieken raak je minder snel burn-out en bouw je meer veerkracht op.’


Toen ik in de jaren zestig zelf begon met mediteren en yoga, versleet iedereen me compleet voor gek. Het werd geassocieerd met hippies in San Francisco die te veel drugs op hadden. De grote kentering kwam een jaar of vijftien geleden, toen het wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness enorm toenam. Het grote publiek gelooft er nu echt in, door de harde bewijzen over de vele positieve effecten die het heeft op het brein, het immuunsysteem, je sociale contacten en ga zo maar door.’ (Kabat-Zinn in Happinez)


Mindfulness is volgens Borst geen nieuw fenomeen.

Hoe komen mensen erbij dat dit allemaal nieuw is? Ik ben daar vaak heel verbaasd over. Wat nu boeddhisme heet, zijn vaak oude waarden en normen. Oude joodse en christelijke bronnen bijvoorbeeld, bevatten veel wijsheid.’

Zie:

Beeld: Proven Benefits of Mindfullness Meditation (care2.com)