‘Was er maar een Beatrice de Graaf in Den Haag’

Beatrice de Graaf vertelt in de Huizingalezing 2024 Wij zijn de tijden hoe geschiedenis in crisistijd wordt gebruikt om zin en betekenis aan de tijden te geven. Bijzonder is dat De Graaf kerkvader Augustinus erbij betrekt en de filosofen Plato en Aristoteles. Op de achtergrond klinken kardinale deugden mee: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid, moed. Plato noemt ook nog vroomheid, en Augustinus geloof, hoop en liefde. Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga – die zelf tijden van bedreiging, verval en verlies doormaakte – laat zich via De Graaf niet onbetuigd.

‘Wij zijn de geschiedenis in het heden’
(Pieter Jan Hagens in Buitenhof)

In een bijzonder boeiend Buitenhof licht Beatrice de Graaf, hoogleraar internationale en politieke geschiedenis (Universiteit Utrecht), haar lezing met veel wijsheid toe. Dat leidt uiteindelijk tot de bewonderende en poëtische slotzin van interviewer Pieter Jan Hagens: ‘Wij zijn de geschiedenis in het heden.’

Onzekerheid en dreiging
I
n tijden van crisis en onzekerheid zijn hoopvolle verhalen nodig om grip te krijgen op de rauwe werkelijkheid. Zoals de titel boven dit blog aangeeft: een van de veelal positieve reacties op de social media, in dit geval een hoopvolle verzuchting onder de YouTube-editie van Buitenhof. De Huizinga-lezing handelt ‘over het omgaan met onzekerheid en dreiging en lessen uit de geschiedenis, en wat we kunnen leren van Johan Huizinga’.

Ideaal van vrede
D
e Graaf vertelt in Buitenhof dat er van Huizinga wordt gezegd dat hij een cultuurpessimist is. ‘Hij wordt vergeleken met Oswald Spengler, de Duitse filosoof die Der Untergang des Abendlandes schreef. En met politiek theoreticus Carl Schmitt (1888 – 1985) uit die tijd: conservatieve denkers die de ondergang profeteerden. Met hen wordt Huizinga op één hoop gegooid. Huizinga denkt echter precies anders en wijst in tijden van diepe duisternis juist op het ideaal van vrede.’


Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga (1872 – 1945)

‘Extreem nationalistische verdwazing’
H
agens verwijst naar een stelling van Huizinga dat we te veel het idee van crisis en geweld zijn gaan omarmen. ‘Een stelling die misschien ook in deze tijd past. Huizinga spreekt eveneens over extreem nationalistische verdwazing. Is dat wat we nu ook aan het doen zijn,’ vraagt hij aan De Graaf.

Paralellen in deze tijd
V
oor een deel zijn er volgens De Graaf zeker parallellen met deze tijd te zien. ‘Huizinga citeert dan Augustinus en zegt dat je naar de geschiedenis kunt kijken of naar politieke leiders en zien hoeveel effect ze hebben en of ze succesvol zijn. Eigenlijk moet je kijken naar hun grondhouding: wat voor deugden in de klassieke Aristoteliaanse zin zij eigenlijk verspreiden: dat is uiteindelijk het enige dat hoop op de toekomst geeft. Als dat goed zit, deugt het.’

De kardinale deugden van Aristoteles
‘W
ij denken dan, deugden? Moralistisch. Maar eigenlijk is dat meer dan 2000 jaar lang de manier om jonge mensen, politici, op te leiden. Niet alleen om heel slim te zijn maar ook om te leven vanuit deugden. Uit de definitie van Aristoteles volgt dan dat je genoeg slimheid hebt om te handelen volgens een hoger doel. Doelen nastreven die deugen. Kardinale deugden.’

Den Haag is de weg kwijt
H
agens reactie hierop is, als hij kijkt naar de huidige politiek: ‘Staatssecretarissen stappen op, vermeende racistische of polariserende uitspraken, kortetermijnsucces, electoraal succes, schreeuwen, schelden… Dat klinkt niet als de deugden van Aristoteles. We zijn de weg kwijt in Den Haag. En een belangrijk punt in uw lezing is dat een politicus of leider ook een perspectief moet bieden, zeggen wat je gaat doen.’

Puerilisme
‘H
uizinga zou over de huidige politiek gezegd hebben dat dat puerilisme is: kinderachtig gedrag,’ antwoordt De Graaf. ‘Als een beschaving niet meer aan die hoge regels voldoet, dan wordt het kinderachtig gedrag. Niet alleen in Den Haag zijn we de weg kwijt, in de hele samenleving, ook wereldwijd is dat zo, als je naar politieke leiders kijkt.’


‘Wij zijn de tijden. U bent de tijden’

Augustinus
‘M
ijn lezing heeft de titel: Wij zijn de tijden. Dat is een uitspraak van Augustinus, herhaald door Huizinga. In de tijd van Huizinga gaat de wereld ook ten onder, net als in de tijd van Augustinus als het Romeinse Rijk instort. Augustinus zegt dan tegen het woedende volk: “Scheldt niet op de keizer, scheldt niet op de tijden. Wij zijn de tijden. U bent de tijden. En wie bent u op dat moment in zo’n duistere tijd?” En dan komt hij dus met zijn deugden.’

Overtuiging leidt tot narigheid
H
agens brengt in dat Huizinga zegt dat het in de geschiedenis niet gaat om de feiten alleen, maar ook om de overtuiging. ‘En overtuiging leidt tot narigheid, zie Poetin.’ De Graaf stelt dat je overtuiging niet in moet zetten als een ‘grote morele knuppel’ waarmee je de ander op zijn hoofd slaat. ‘Je moet ook eerlijk zijn over je eigen tekort, laten zien waar je zelf fouten hebt gemaakt, waar je zelf te lang hebt gewacht om in actie te komen.’

Perspectief schetsen
Gaza en Israël bijvoorbeeld: perspectief schetsen is nodig voor de Palestijnen in Gaza maar ook voor Israël. Helaas ontstaan direct de kampen Palestijnen en de kampen Israël in de discussies. En beide kampen zitten knel,’ stelt De Graaf. Volgens Hagens is het allemaal nog groter. ‘Het “spel” van de internationale staten Saoedi-Arabië, Egypte, Iran, Verenigde Staten spelen allemaal een rol, èn Europa: Wij zijn ook betrokken. Waarom geen plan om als Europa ook in Syrië een nadrukkelijker rol te spelen? En dan dus niet de ander op zijn hoofd slaan met die deugden, want het is geen deugd als je vooral zelfzuchtig bezig bent.’

Perspectief vinden in sombere tijden
Op de vraag van Hagens waar je in sombere en moeilijke tijden perspectief kan vinden, antwoordt De Graaf dat je behalve in een God, ook op veel andere manieren kan geloven. Geloven in democratie is een manier: een speelveld dat ook iets transcendents heeft: het gaat niet alleen over het hier en nu maar het gaat ook om wat je aan je kinderen doorgeeft. Je kunt ook geloven in onderlinge solidariteit van groepen. Iets waar je eigenlijk in moet geloven, want je ziet zo vaak het tegendeel. Geloof is iets waar je dus niet altijd bewijs voor hebt, maar waar je toch aan vasthoudt ondanks tegenstrijdigheden.’

Amor Mundi
A
ndere bronnen van perspectief die in het interview naar voren komen zijn filosofie: stoïcisme. ‘En ook vriendschap geeft gevoel van solidariteit. Uiteindelijk moet alles wat je doet bijdragen aan de Amor Mundi: liefde voor de wereld, zie Hannah Arendt. Alles moet in een richting gaan die liefde voor de wereld is, inclusief je tekortkomingen en die van de ander. Een stukje vergeving naar jezelf, en kan je de ander vergeven. Kan je toestaan dat er fouten worden gemaakt en dan toch met elkaar doorgaan. Zonder genade en verlossing kom je er niet. Het gaat om doorgaan met elkaar.’


Samen met Plato’s leermeester Socrates zijn Plato (li) en Aristoteles (re)
de grondleggers van de westerse filosofische traditie

Talkshowtafels
A
an het eind van dit interview zegt Hagens dat het pleidooi voor de deugden hem heel prachtig en erg goed lijkt. De Graaf: ‘En begin bij jezelf, talkshowtafels… Als een politicus iets zegt, komt ie daar mee weg. En dat ligt aan de politicus èn de journalist. Samen dienen wij de res publica [het algemeen belang, PD] om in termen van Plato en Aristoteles te spreken: In hoeverre draagt wat jij nu zegt bij aan rechtvaardigheid, aan solidariteit. Niet alleen voor jezelf maar voor een grotere groep’.

Bron:
NPO1 Buitenhof 22 december: Wij zijn de tijden. Geschiedenis in crisistijd
– (N.B. Dit blog is een beperkte, geen volledige, transcriptie van de uitzending. Aan te raden is Buitenhof in zijn geheel te bekijken en te beluisteren. En zeker ook de Huizingalezing 2024 lezen die januari 2025 verschijnt.)

Foto Beatrice de Graaf:  Stadsgehoorzaal Leiden
Beeld Johan Huizinga (1872 – 1945): Universiteit Leiden
Beeld Plato en Aristoteles:
 Raffaello Sanzio (1483-1520) Scuola di Atene (detail 1), (1509-1510) Stanza della Segnatura (Vaticano) – onelittleangel.com

N.B. De Huizingalezing van 12 december 2024 is te bestellen bij de boekhandel en via, tot nog nu, één website en wordt verwacht rond 14 januari 2025.

Bas Heijne: ‘Camus zocht de zin van het leven in de mens’

Van de Franse filosoof Albert Camus vind je zijn hele wereldbeeld terug in Een hogere liefde (2024). Bas Heijne licht dit toe in het inleidend essay over Camus’ Brieven aan een Duitse vriend, de oorspronkelijke titel. Zó gloedvol dat je dat boek per se wil lezen. – Camus schrijft over een ‘hogere liefde’ en legt aan zijn Duitse vriend uit (die hem verwijt niet van zijn land te houden) ‘dat hij wel degelijk van zijn land houdt, maar dat zijn liefde niet los kan bestaan van ‘kritische liefde’ op wat er niet goed is en ook niet los van het streven naar een rechtvaardige samenleving’. Heijne noemt het conflict dat Camus (1913-1960) beschrijft ‘schrijnend actueel’.

‘Camus zegt: ‘Mijn opdracht is hoe je zin in het leven kunt ontdekken zonder dat je in het bestaan van God of in de almacht van de rede gelooft.’
(Bas Heijne)

Zonder God?
O
ok in De Ongelooflijke Podcast van 24 november 2024 vertelt Heijne genuanceerd én vol passie over Camus. ‘Camus zocht de zin van het leven in de mens.’

Bas Heijne heeft als missie om grote denkers uit het verleden onder de aandacht te brengen, waaronder de Franse filosoof Albert Camus. Zijn werk is volgens Heijne urgent voor deze tijd. Camus dacht na over hoe je betekenis aan het leven kunt geven zonder God en religie. Hij zag mensen de leegte opvullen met nationalisme of zelfs nazisme, maar zelf vulde hij het met een geloof in de mens: humanisme. Maar kan dat wel zonder God?’
(De Ongelooflijke Podcast #221)

Balans en zuiverheid
I
n zijn romans, essays en krantenartikelen keerde Camus, vertelt Heijne in zijn essay, anders dan zo veel van zijn tijdgenoten, zich tegen het verlangen naar absolute ideologische waarheden. Camus was ‘een rusteloze ziel op zoek naar balans en zuiverheid.’

Bij hem geen sprake van blinde partijdigheid. Het slechte was nooit helemaal slecht, benadrukte hij, het goede nooit helemaal goed. Mensen waren kwetsbare wezens – en dat betekende dat je ze moest helpen waar je kon’.
(Uit: Een hogere liefde)


Bas Heijne

‘Denken vanuit eigen ervaring’
H
eijne maakt in zijn uitgebreide essay – en hierover vertelt hij eveneens in De Ongelooflijke Podcast – duidelijk dat Camus een twijfelaar was, voortdurend nadacht over zijn eigen denken. Als een echte filosoof – ook al ‘ontkende hij filosoof te zijn: hij dacht vanuit zijn eigen ervaring’ – brak Camus bijvoorbeeld in zijn lange, filosofische essay L’homme révolté (1951) zich het hoofd over de vraag ‘waarom de totale vrijheid altijd weer in massale slachtpartijen eindigt’.

Radicale intellectuelen
Dat was tegen het zere been van radicale intellectuelen. Opstandigheid met mate! brieste de surrealist André Breton naar aanleiding van dat boek. Wanneer je de hartstocht uit de opstand haalt, schreef hij honend in een kritiek, wat blijft er dan over?’
(Uit: Een hogere liefde)

Brieven aan een Duitse vriend is een geloofsbelijdenis met het mes op de keel’
(Bas Heijne, in deel 4 van zijn essay)

Hogere liefde essentieel
Voor Camus is zij [de hogere liefde] essentieel. En waard om voor te vechten wanneer dat noodzakelijk wordt. (…) De agressieve vaderlandsliefde van de vriend is uiteindelijk niets anders dan haat en frustratie – er moet een gapende leegte in hemzelf opgevuld worden. En dat kan alleen door middel van overheersing en vernietiging.
(Uit: Een hogere liefde)

Augustinus en Plotinus
C
amus studeerde af op Augustinus, vertelt Heijne in de podcast. ‘Hij is voortdurend aan het dubben of het wel goed is wat hij doet; hij worstelt ook, zou je kunnen zeggen, met de dood van God.’ – Civis Mundi schrijft hierover: ‘Vooral het werk van Plotinus vormt een onderliggende visie bij Camus. Augustinus heeft raakpunten met het werk van Camus’.

De doctoraalscriptie had als titel Christian Metaphysics and Neoplatonism: Plotinus and St Augustine, het derde en vierde hoofdstuk van het eerste filosofische werk van Camus over Plotinus en Augustinus, dat zelden de aandacht krijgt, hoewel het een ander licht werpt op zijn werk, een christelijk en gnostisch licht gevolgd door een neoplatonistische verheldering.’
(Uit: Civis Mundi – Leven en werk van Albert Camus, deel 7: Plotinos en Augustinus)

St. Augustinus Plotinus

P.C.Hooftprijs
Een heerlijk (ruim) uurtje beschouwen met Bas Heijne. Hij is schrijver en essayist voor NRC, winnaar van de prestigieuze P.C. Hooftprijs [2017] en al voor de derde keer te gast bij De Ongelooflijke.
Bas Heijne staat bekend om zijn scherpe analyses van de samenleving en politiek, hoewel hij zich de eerste 40 jaar van zijn leven nauwelijks met politiek bemoeide. Wat is er gebeurd dat hij toch besloot dit te doen? Heijne ziet de maatschappij veranderen; welke culturele en levensbeschouwelijke ontwikkelingen gaan daarachter schuil?’
(De Ongelooflijke Podcast #221, 24 november 2024)

Humanisme
N
et als in Camus’ eigen tijd wordt zijn humanisme vaak als een zwaktebod gezien, even onmachtig als sentimenteel, als onvermogen om klinkklaar stelling te nemen, zijn stem als de veel te zachte stem van het verketterde ‘redelijke midden’.’

Wie dat denkt, heeft Camus niet begrepen. De debatten rondom bootvluchtelingen, de nietsontziende Russische agressie jegens het Westen, de invasie van Oekraïne, de terreuraanval van Hamas en de Israëlische vernietiging van Gaza laten ons vooral zien hoe gemakkelijk het weer is geworden om mensen te ontmenselijken, waardoor hun lijden en dood geen sporen nalaten in ons geweten. Waar gehakt wordt vallen spaanders, om een omelet te maken moet je eieren breken, stelling nemen verdraagt geen kanttekeningen of harde kritiek op het eigen kamp.’
(Uit: Een hogere liefde)

Een Hogere liefde | door Albert Camus | Inleidend essay: Bas Heijne | derde druk september 2024 | Prometheus | Amsterdam | € 12,50 | E-book € 9,99
Camus’ brieven zijn een vlammende verdediging van zijn persoonlijke liefde voor zijn land en de Europese beschaving, die juist vraagt om debat en kritiek en vasthoudt aan het streven naar rechtvaardigheid.
In een tijd waarin het agressieve nationalisme weer hoogtij viert, hebben de lucide woorden van Camus het effect van een mokerslag. Bas Heijne schreef een inleiding, waarin hij deze noodzakelijke tekst onontkoombaar in ons heden plaatst.’

Oorspronkelijke titel
Lettres à un ami allemand | Albert Camus | copyright © Éditions Gallimard | 1945 | renouvelé en 1972 | all rights reserved | © 2024 Nederlandse vertaling Brieven aan een Duitse vriend | Jozef Waanders | © 2024 essay: Bas Heijne | ‘Lorsque l’auteur de ces lettres dit “vous”, il ne veut pas dire “vous autres Allemands”, mais “vous autres nazis”. Quand il dit “nous”, cela ne signifie pas toujours “nous autres Français” mais “nous autres Européens libres”.

Beeld: Maartje de Sonnaville (Filosofie Magazine)
Foto Bas Heijne: NRC
Beeld Augustinus in examen: Sandro Botticelli
Beeld Plotinus: Licentia Poetica

Godsverduistering in gesprekken tussen gelovigen en ongelovigen

Theoloog en filosoof Rik Peels hoopt dat de tijd nu rijp is voor verdieping en dat er ‘gesprekken ontstaan die mensen daadwerkelijk iets brengen’. Hij wil bezielende gesprekken over ‘levensoriëntatie, of die nou religieus of seculier is’. Misschien zoiets als atheïst en filosoof Stine Jensen voorstaat: ‘Cultuuratheïsme, waar atheïstisch culturele bronnen als film of literatuur voor troost en zingeving kunnen zorgen.’ – Schijntroost. ‘De werkelijkheid van God verdwijnt,’ zegt godsdienstfilosoof Martin Buber.

‘Ik zal als gelovige beargumenteren dat we veel van atheïsten kunnen leren’
(Rik Peels)

Atheïsme
Het ‘belang van atheïsme’ stond 25 november 2024 centraal in deBalie in Amsterdam. Peels (met microfoon) vond het ‘eigenlijk fantastisch wat hier gebeurt’ in de bijeenkomst waar het essay Goddeloos van filosoof en atheïst Stine Jensen het licht zag.

Leven zonder God
Opvallend is dat in Leven zonder God (mei 2024) en Goddeloos (oktober 2024) elkaar overlappende, aanvullende teksten en verwijzingen zijn te vinden. Beide zitten vol atheïsme. In zijn Leven zonder God vraagt Peels zich af of er – los van de vraag of de atheïstische argumenten het bestaan van God weerleggen – misschien iets te leren valt van atheïsme.
De samenvatting ervan zegt onder meer: ‘Met deze rijke verkenning van doelbewust leven zonder God transformeert Rik Peels [hoogleraar Analytische en Interdisciplinaire Godsdienstfilosofie] het debat tussen atheïsten en gelovigen tot een streven naar een dieper begrip van elkaar’. Van elkaar? Mooi, en van God?

Eenzaamheid en ontheemding
‘Ook zien jongere generaties de seculiere samenleving steeds meer als leeg en verweesd, zonder een dieper, verbindend verhaal. Een maatschappij in crisis. Terwijl religies draaien om traditie, verworteling en gemeenschap, worden veel jongeren in deze tijd geplaagd door eenzaamheid en ontheemding.’
(Peels in: Leven zonder God)


‘De seculieren zijn in de meerderheid: je kunt tegenwoordig in Nederland prima opgroeien
zonder ooit een wat langer en diepgaander gesprek met een gelovige te hebben.’
(Rik Peels in Leven zonder God)

Religie
Jongere generaties weten vaak nagenoeg niets van religie, zegt Peels in Leven zonder God.

‘Zelfs niet de basics als: waar staat het woord ‘Tenach’ voor, wie schreven het Nieuwe Testament of hoe is de Koran volgens de overlevering ontstaan? In zo’n situatie zijn religieuze mensen interessant: groepjes in de marge die wellicht iets te melden hebben, iets waarvan we kunnen leren en wat ons kan inspireren.’
(Peels in: Leven zonder God)

Geloof
Peels heeft het met de basics over religiewetenschap of religiecultuur. Interessant misschien, maar dat is kennis, ratio. Dan gaat het niet over de relatie tot God, laat staan over een persoonlijke God. De sprong in het geloof,* (waarbij men de rede achter zich laat en zich overgeeft aan het idee God), krijgt geen kans als je interessant met elkaar discussieert over wie, wat, waar en wanneer schreef.

* Een term van ‘antifilosoof’ Søren Kierkegaard: de sprong in het geloof, vanuit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en ook een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.’ 

‘Verdachtmaking en ontmenselijking’
In de Bijbel ontwaart Peels een ‘soort verdachtmaking en ontmenselijking’ waar hij zich ‘volstrekt niet prettig bij voelt’. Hij doelt op passages die zeggen dat ‘wie oprecht zoekt Hem daadwerkelijk zal vinden’. Nogal heftige woorden gebruikt Peels in Leven zonder God, een ontdekkingsreis naar de kern van het atheïsme. Hem echt vinden, vraagt nogal wat van jezelf. Sommige diehard kloosterlingen hebben Hem zelfs (nog) niet gevonden.

Dat alle atheïsten onoprecht zouden zijn, lijkt me niet geloofwaardig – in elk geval is dat een soort verdachtmaking en ontmenselijking waar ik me volstrekt niet prettig bij voel. Hoe komt het dan dat sommige atheïsten God niet vinden, hoewel ze in alle eerlijkheid naar Hem zoeken? Om een bevredigende oplossing voor dit uitdagende probleem te vinden, moeten we atheïsme eerst beter begrijpen.
(Rik Peels in: Leven zonder God)

 
‘Ik werd overvallen door een diep innerlijk weten dat er geen God is, en dat dit klopte.’
(Stine Jensen, in NRC)

Het recht om niet te geloven
Natuurlijk is het niks om ‘alleen maar te steggelen over het bestaan van God’, zoals Jensen het formuleert. – Steggelen om ongeloof is ook niet ‘gezellig en boeiend’. Jensen strijdt voor het recht om niet te geloven. Wil de hoogleraar Publieksfilosofie met ‘baldadig teder atheïsme’ de strijd aangaan met de dertien landen waar op niet-geloven de doodstraf staat? Gaat zij daar het recht om niet te geloven beschermen? Goddeloos zijn in Nederland is eenvoudig, in de Verenigde Arabische Emiraten zie ik haar nog niet op de barricaden staan. Atheïst zijn in deBalie kan vrijblijvend.

Gebrek aan levenskracht
De Oostenrijks-Israëlisch-joodse godsdienstfilosoof en Bijbelgeleerde Martin Buber (1878-1965) zou nu zeggen dat de god van de filosofen Peels en Jensen ‘alleen voor de rede toegankelijk is en door gebrek aan levenskracht alleen een bedenkelijk moreel surrogaat biedt voor de levende God’.

‘Uiteindelijk leidt de zo gevormde moderne ervaring tot de conclusie dat god dood is. Deze uitspraak van de wijsgeer Nietzsche staat niet op zichzelf, want Nietzsche ziet de afwezigheid van God als een gemis en zijn dood als een moord.’
(Martin Buber)

Godsverduistering
In Godsverduistering stelt Buber dat de afwezigheid van de ontmoeting met God en tussen de mensen onderling het gevolg is van het verlies van de werkelijkheid van God. God is een abstract idee of een ongrijpbaar iets geworden. – En dat is precies wat dreigt in de ‘bezielende gesprekken’ van Peels die wil streven naar een ‘dieper begrip voor elkaar’. Die bezieling zal van korte duur zijn. Eenzaamheid en ontheemding heeft meer nodig dan begrip. Volgens Buber blijft de mens dan toch ‘eenzaam achter met zijn gedachtespinsels’. Peels hoopt intussen dat het ‘atheïsme meer smoel krijgt’.


‘De verduistering van het Godslicht is geen uitdoven,
morgen reeds kan wat tussenbeide trad geweken zijn.’
(Martin Buber – hoopvol – in Godsverduistering)

Martin Buber
In Godsverduistering gaat Buber in op het werk van Nietzsche, Bergson, Heidegger, Sartre en Jung, die in hun filosofie gestalte gaven aan het door hem als Godsverduistering gekenmerkte karakter van de tijd waarin hij leefde (1878-1965).

Vooral is hierbij zijn aandacht en kritiek gericht op de tendens in hun werk om het goddelijke binnen het menselijke te trekken; allengs wordt ons zo uiteengezet hoever het moderne denken in zijn aanmatiging de religieuze werkelijkheid te kunnen beoordelen, de legitieme grenzen heeft overschreden.’
(Cover Godsverduistering, Collectie Labyrint, 1979)

Beeld: Naast de presentator (l.) zitten Rik Peels, Femke Lakerveld en Pooyan Tamini Arab. Deelnemers aan het gesprek in deBalie. (Foto: Ronald Bakker / RD)
Update 10 07 2025 / november 2025

Atheïsme is dood. Leuker kan ik het niet maken

Filosoof Stine Jensen, ‘spiritueel atheïst’, wordt gehinderd ‘door religieuze uitingen die haar niet aanstaan’. Ze noemt zich natuurlijk niet ‘religieus atheïst’ want daarin klinkt te veel God door. ‘Spiritueel’ klinkt veiliger. Dan blijft God gewoon dood (want ‘leuker kan ik het niet maken’, klinkt haar strijdkreet) en geeft zij toch blijk een ziel te hebben, althans minstens een geest. En daarmee schrijft zij Goddeloos. Met als openingsvraag van Coen Simon en Frank Meester of Stine De vrolijke wetenschap wil lezen: ‘Nietzsche verklaarde God simpelweg dood’, stellen zij. – Maar dat is juist wat Nietzsche niet deed en zeker niet simpelweg.

‘Ik werd overvallen door een diep innerlijk weten dat er geen God is, en dat dit klopte’
(Stine Jensen in haar column in NRC: ‘De atheïst lijkt meer op de gelovige dan hij wil toegeven’)*

De boodschap van Nietzsche
I
n De vrolijke wetenschap (1882) laat Nietzsche (1844-1900) de dolle mens, wanhopig en overstuur, uitroepen dat de mens God heeft gedood. Nietzsche zelf verklaart God niet dood. Hij geeft wel de boodschap door dat de mens God heeft vermoord. En dat dit consequenties heeft. Wat gebeurt er als we Hem laten vallen? Waar kunnen we ons wereldbeeld, onze waarheid, dan nog op funderen?

‘Wie wist dit bloed van ons af?
God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed – wie wist dit bloed van ons af? Met welk water kunnen wij ons reinigen? Welke zoenoffers, welke heilige spelen zullen wij moeten bedenken? Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons? Moeten wij niet zelf goden worden om haar waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad – en wie er ook na ons geboren wordt, omwille van deze daad behoort hij tot een hogere geschiedenis dan alle geschiedenis tot dusver geweest is!’
(De dolle mens in De vrolijke wetenschap, Nietzsche – Vertaling:  Pé Hawinkels)

‘Genieten in dit ene leven’
S
tine Jensen, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, identificeert zich na een lange zoektocht als ‘baldadige, tedere, open, spirituele atheïst’. Met haar spirituele ‘reis van hoofd naar hart’ duikt zij in de oosterse filosofie, zingt mantra’s, mediteert en ontpopt zich als yogi. Dit noemt zij ‘niet-religieuze praxis’. En atheïsme vindt zij een ‘zingevingstraditie’. Die zingeving stopt in haar visie wel bij de dood: God is immers dood. Genieten kan slechts in ‘dit ene leven’, zoals zij hopeloos schrijft in Goddeloos.

‘Dit ongelooflijke gebeuren is nog onderweg’
Ik kom te vroeg,’ zei hij [de dolle mens] toen, ‘het is mijn tijd nog niet. Dit ongelooflijke gebeuren is nog onderweg. Het maakt een omweg – het is nog niet tot de oren der mensen doorgedrongen. Bliksem en donder hebben tijd nodig, het licht der gesternten heeft tijd nodig, daden hebben tijd nodig, ook nadat ze gedaan zijn, om gezien en gehoord te worden!’
(Nietzsche in: De dolle mens) 

Achterhaalde godsideeën
In Goddeloos – waarom we atheïsme nodig hebben, zet Jensen zich in haar ‘biografische oefening’ af tegen een god die al jaren dood is, op basis van achterhaalde godsideeën van uitgesproken atheïsten als Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel Dennett en Sam Harris. Zij wordt nu nog vrolijk van het al in 2012 door filosoof Emanuel Rutten weerlegde ‘vliegende theepot’-argument van Bertrand Russell. In haar ervaringen komt Jensen God veelal tegen als ‘dogmatisch’, maar tegen zo’n god zetten zich inmiddels veel gelovigen zich ook af: ‘Geen godsdienst, wel God’.

Four Horsemen
De Ongelooflijke Podcast (#98) tussen Jensen en Rutten is boeiend, maar haar ‘tegenargumenten’ getuigen er daarin ook duidelijk van dat zij nauwelijks verder kan of wil denken dan de ‘Four Horsemen’. Zij heeft echt geen idee wat of wie God zou kunnen zijn. Die bestaat immers niet. In Goddeloos refereert zij aan twee podcasts, maar niet aan die met filosoof en wiskundige Emanuel Rutten.

De vraag naar het bestaan van God
Stine gelooft niet in God want waarom houdt hij of zij zich dan zo verborgen? Emanuel ziet wél duidelijke aanwijzingen voor Gods bestaan. De vraag naar het bestaan van God is geen abstracte filosofische vraag’, zegt Stine, het kan volgens haar zelfs een kwestie zijn van leven en dood. Een belangrijke vraag dus om nog eens bij stil te staan. In Tivoli Vredenburg sprak David Boogerd met filosofen Stine Jensen en Emanuel Rutten over God, ‘finetuning’, het lijden in de wereld en heel veel meer.’
(De Ongelooflijke Podcast #98, 29 juni 2022) 

Innerlijk weten
In Goddeloos brengt Jensen de veelzijdigheid van ‘soorten atheïsten’ uitgebreid in kaart. Dat vult veelal haar boek van 96 bladzijden. Nogal eenzijdig. De reden hiervoor ligt bij het feit dat zij diep ‘innerlijk weet’ dat er geen God is. Met dit dogma heeft zij God simpelweg doodverklaard. Geen enkele belangstelling voor de veelzijdigheid van ‘soorten goden’. Haar wereld zou misschien open kunnen gaan als zij ook dat ‘innerlijk weten’ eerst eens diep in kaart brengt.

Voor echt innerlijk weten gunt Jensen zich echter weinig tijd, zó laat zij zich meesleuren in de wervelwind van de samenleving waarin zij haar atheïstische levensbeschouwing moet onderhouden.

Als ik niks doe, glijd ik af naar apatheïsme, onverschilligheid. De moderne samenleving is gericht op productiviteit, consumentisme, snelle meningen, prikkels en competitie, voor zingeving, reflectie en spiritualiteit moet ik ruimte maken.’
(Jensen in Goddeloos)

* Update 09 07 2025 17.16 uur: Correctie van Jensens uitspraak; die staat inderdaad niet in Goddeloos, maar in haar eigen column in NRC. (Ik heb zo veel gelezen over en van Stine Jensen, dat ik het citaat foutief vermeldde als afkomstig in Goddeloos.) Excuus!

Bronnen o.a.:
Goddeloos
, Stine Jensen, Prometheus, 96 pag., oktober 2024.
Beeld: landelijk expertisecentrum sterven
Foto Heaven – Atheism: Tassos Lycurgo (Instagram)(Stephen Hawking (1942 – 2018) was een Brits natuurkundige, kosmoloog en wiskundige; John Lennox (1943) is een Brits natuurkundige en een autoriteit op het gebied van de relatie tussen geloof en wetenschap)
Gerelateerd: ‘Nietzsche verwoestte het atheïsme’, februari 2024

► Tip: De Ongelooflijke podcast #182: Over anti-religieuze millennials en antisemitisme, met Kitty Herweijer en Stefan Paas, februari 2024
Zonder God gaat het niet is de titel van een essay dat Kitty schreef in het jaar dat deze podcast begon: 2019. Zij beschrijft treffend de onverschilligheid van veel millennials ten opzichte van traditionele religie, een onverschilligheid die ze zelf ook had. Kitty is zó niet-gelovig opgevoed dat ze haar hele jeugd niet in contact is gekomen met een religieus iemand. Maar dat is nu nogal anders.
(Kitty Herweijer studeerde politicologie en Midden-Oostenstudies. David Boogerd spreekt haar samen met vaste gast, theoloog Stefan Paas, professor aan de VU in Amsterdam en de Theologische Universiteit Utrecht.)

Jonathan Sacks’ Tora verrassend fascinerend

Opperrabbijn Jonathan Sacks (1948 – 2020) bestudeerde de Tora door een ‘groothoeklens’. Hij legt verbanden met filosofie en wereldgeschiedenis, en met ons persoonlijke leven. Van zijn hand verscheen in de jaren 2019 tot 2024 de vijfdelige serie Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora. Sacks kijkt naar het totaalbeeld van de Tora en haar plaats binnen het geheel van denkbeelden. Het jodendom blijkt in zijn essays een fascinerend en bijzonder verrassend beeld te schetsen van het heelal en onze plaats daarin. Niet alleen voor de joden zelf, maar voor de mensheid. De Talmoed is weer aangevuld met, zoals Daniël Drost (VU Amsterdam) zegt, ‘werkelijk adembenemende stukken tekst’. 

‘Waar joden ook waren, de Tora vergezelde hen. Zij droegen haar en zij droeg hen.
De Tora werd, in de prachtige woorden van Heinrich Heine,
het “draagbare vaderland van de jood”.’

(Jonathan Sacks)

Tora en Talmoed
V
an de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel (1928 – 2016) is de uitspraak dat, als van de Tora gezegd kan worden dat zij geen begin heeft, men van de Talmoed moet zeggen dat hij geen einde heeft. De Talmoed is weliswaar beëindigd, maar het boek is niet afgesloten. De joden willen hun werk blijvend voortzetten. De Talmoed – als voortdurend commentaar op de Tora – is in de loop der tijd met duizenden boeken uitgebreid en dat gebeurt nog steeds.

God krijgt commentaar op commentaar
H
et was God die 3300 jaar geleden de Tora (de ‘Vijf Boeken van Mosje’) aan Mozes, de grootste profeet van Israël, gaf op de berg Sinaï. De Tora wordt door de joden beschouwd als een letterlijk verslag van de woorden van God. In de loop der eeuwen kreeg God daarop antwoord in vele geschriften, traktaten en commentaren, en commentaren op commentaren. Op stenen tabletten, papyri, op perkament en papier.

Talmoed als levende kracht
V
olgens de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel (1928 – 2016) openbaart de Talmoed ons een fascinerende wereld die het volk van Israël de kans geeft – omdat het zijn taal en zijn ziel erin terugvindt – eeuwen van haat en geweld te overleven te midden van vijandige vreemdelingen. Hij zegt dat de Talmoed voor het Joodse volk een levende kracht betekent, en noemt het méér dan een boek, bibliotheek en levenswijze. ‘Het is de uitdrukking van een gezamenlijk geheugen dat niets verloren laat gaan, want niets wordt terzijde geschoven.’


Jongen met gebedsriemen

Het draagbare Joodse vaderland
Draagbaar kan je letterlijk uitleggen. Door de talloze vervolgingen van het Joodse volk, hun verstrooiing buiten Palestina, en de onzekerheid over een eigen territorium, was de enige manier om hun geloof in de Eeuwige te beschermen dat zij teksten uit de Tora uit hun hoofd leerden, en overdroegen aan hun kinderen. En altijd met boeken en boekrollen, waar ze ook heen vluchten. De Tora kan je nog dichter bij je dragen met de tefilien: gebedsriemen waarmee je heilige woorden op je lichaam bindt. Altijd God bij je.

Joden en Woorden
‘Lezen en ‘lernen’,’ aldus Jessica Durlacher in een recensie over het boek joden en woorden, waren volgens hoogleraar Hebreeuwse literatuur Amos Oz (1939 – 2018) en historicus Fania Oz-Salzberger ‘geen luxe, maar bittere noodzaak, ontstaan nadat er meerdere pogingen waren gedaan om het Joodse volk in zijn totaliteit te vernietigen. Het wonder dat de teksten in leven bleven en de studie en de dialogen werden voorgezet, wordt in dit boek door de zoektocht naar de herkomst van deze “lees- en schrijfcultuur” schitterend aangetoond.’

Woorden bieden joden houvast
‘D
e Tora’ (Tanach, Hebreeuwse Bijbel), ‘verving het land Israël en de heilige tempel’, zo schreef Heinrich Heine. Of zoals Oz en Oz-Salzberger het uitdrukten: ‘Verdreven uit Jeruzalem, beroofd van tabernakel en menora, restten ons slechts de boeken’. Het ‘draagbare joodse vaderland’ begon al met het tabernakel, het draagbare heiligdom waarin de Stenen Tafelen tijdens de tocht door de woestijn vervoerd werden. Volgens De Groene Amsterdammer hebben ‘woorden de joden houvast geboden’.



Rabbi met wetsrol (Marc Chagall – 1887 – 1985), 1930, gouache op karton, Stedelijk Museum Amsterdam) ‘In dit schilderij stelt Chagall in sobere kleuren en lijnen een religieuze jood centraal. Gehuld in een gebedsmantel, de gebedsriemen om het voorhoofd en de arm gebonden, houdt de man een Torarol in zijn handen.’

Samen één volk
Op 6 oktober 2024 is op dit blog mijn eindexamenscriptie Het draagbare Joodse vaderland (Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht, 2019) te vinden. Een verkennend literatuuronderzoek als kennismaking met het jodendom. Het richt zich op de belangrijkste joodse geschriften en boeken.
Dat de scriptie juist nu wordt geplaatst, is behalve door de godverlaten actualiteit sinds 7 oktober 2023, mede ingegeven door de wonderbaarlijke en inderdaad ‘adembenemende’ essays van Jonathan Sacks. God laat zich hierin kennen en begrijpen, en vooral ook laat Sacks zien dat de strijd tussen christenen, moslims en joden mede voortkomt uit het trieste misverstaan van de Tora.

De joodse mens, zijn cultuur en geloof
Mijn motivatie voor de scriptie destijds was dat over Israel en de joden, sinds mijn jeugd, altijd wordt verhaald over de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en het voortdurende conflict in het Midden-Oosten, over de strijd tussen Israël en de Palestijnen sinds 1948. Zelden vind je verhalen het over de joodse mens zelf, zijn cultuur en geloof. Eveneens geldt dat voor de media. Israël wordt doorgaans politiek belicht vanuit het Midden-Oostenconflict. En nu, in 2024, zelfs meer dan ooit.

Jodendom is ‘mobiel’ gegaan
De beste bescherming is de geest,’ zegt Bernard-Henri Lévi in de EO-documentaire Je zal maar uitverkoren zijn, over een draagbare identiteit. Eigenlijk is het jodendom sinds de vernietiging van de tweede tempel ‘mobiel’ gegaan. Echter de geest alleen is onvoldoende, het geheugen kan niet alles opslaan. De weerslag van de geest, woorden op papier, het geschrift, blijft van belang, voor de joden van levensbelang.

Eeuwenlang in de diaspora
S
inds 1948 breidt het joodse geografische vaderland zich uit, door (omstreden) kolonisatie van land dat aan de Palestijnen toebehoort. Het Joodse vaderland wil groeien, wellicht om redenen dat Israël het definitieve gevoel van veiligheid nog altijd niet heeft gevonden. Woorden en boeken als vaderland zijn niet genoeg, al hebben die eeuwenlang meegeholpen dat joden overal in de diaspora stand konden houden. Het joodse volk heeft het niet te stoppen gevoel ieder moment verdreven te worden.


Update: Hezbollah bevestigde 28 september 2024 de dood  van Hassan Nasrallah door Israël 

7 oktober 2023
De aanleiding van het publiceren van Het draagbare Joodse vaderland is het helse bloedbad dat Hamas op 7 oktober 2023 aanrichtte in Israël met fatale gevolgen. Die dag schoot de ‘Partij van God’ (Hezbollah), die evenals Hamas de vernietiging van Israël nastreeft, raketten op Israël. Tot nu toe al duizenden. Bij Hezbollah is sinds 1992 de sjiitische Nassan Nasrallah aan het bewind. De islamitische republiek Iran, gezworen vijand van Israël, voorziet Hezbollah sinds decennia van wapens. Andere milities, net als Hamas gelinkt aan Iran, zoals Islamitische Jihad, de Houthi’s in Jemen en groeperingen in Irak en Syrië mengen zich ook in de strijd tegen Israël.

Israël furieus
N
iet zo vreemd dat Israël sinds 7 oktober 2023 furieus reageert. De trauma’s van vervolging zitten diep verankerd in haar genen, doorgegeven van geslacht tot geslacht. Het joodse volk ondergaat sinds vele eeuwen dat vreemdelingen hun grondgebied in bezit nemen, dat zij zelf verdreven worden of als slaaf verhandeld. Een voortdurende vernedering die er toe leidt dat hun etnisch zelfbewustzijn sterk wordt gevoed. In die door nationalisme gevoede frustratie en afkeer hebben zij zich altijd vastgeklampt aan het geloof in God. Bezettingen en vervolgingen begonnen al in de eerste tijd van het joodse volk, met de verwoesting van Jeruzalem en de Eerste Tempel van deze stad in 587 v.C.

De Tora is er niet alleen voor Israël
De vijfdelige serie Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora is vooral opmerkelijk omdat Sacks laat zien dat in de Tora zich de relatie tussen God en de hele mensheid zich ontvouwt. De Tora is voor alle mensen geschreven. ‘Met u [Abraham] zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden’.
De Tora is Gods boek over mens-zijn met al onze dwalingen en deugden, glashelder vertolkt in de essays van Jonathan Sacks. Dat joden, christenen en moslims elkaar bestrijden met als gemeenschappelijke voorvader Abraham… betekent dat de mens God niet goed verstaat. En onze eigen heilige boeken als wet en niet naar de geest lezen. Verbond en dialoog is dan een regelrechte aanrader. Juist nu.

Bronnen:
* Scriptie Het draagbare Joodse Vaderland
* Verbond en dialoog, joodse lezing van de Tora | Jonathan Sacks | Uitgeverij Skandalon | Paperbacks met flappen | 1856 blz. | Vijf boeken: Genesis + Exodus + Leviticus + Numeri + Deuteronomium | Nu € 125,00 in plaats van € 165,91 | Denker des Vaderlands 2021-2023, Paul van Tongeren: “(…) ten eerste doet hij recht aan de condities waaronder de tekst ontstond, ten tweede plaatst hij de tekst in de geschiedenis van interpretaties die al gegeven zijn, en ten derde en vooral maakt hij duidelijk wat die tekst de huidige lezer te zeggen heeft(…)”

Tora: ‘Het tegengewicht van het zwaard,’ (Simon Schama) –  foto: Pixabay
Jongen met gebedsriem: Israël en de Bijbel
Rabbi met wetsrol (Marc Chagall – 1887 – 1985): Joods Historisch Museum – foto: PD
ThisisHezbollah: layoftheland.online

6 oktober 2024: Het draagbare Joodse vaderland – ‘Verdreven uit Jeruzalem, beroofd van tabernakel en menora, restten ons slechts de boeken’.

Mustafa Akyol: De Islamitische Mozes

UITGELICHT – GASTBLOG door Rudi Holzhauer
-Boeksignalering – In een tijd van bittere conflicten in het Midden-Oosten duikt De Islamitische Mozes in het oudere, diepere en vaak onverwacht heldere verhaal van joden en moslims. Op 10 september 2024 verscheen een nieuw boek van Mustafa Akyol: De Islamitische Mozes: Hoe de Profeet Joden en Moslims inspireerde om positief en productief samen te leven en de wereld te veranderen (St. Martin’s Press, 2024). – Dit blog is een vertaling van een blog die Akyol er zelf over schreef (zie bronvermelding onderaan). De inhoud van het boek gaat over (weer) een stukje vergeten (of verdrongen) geschiedenis.
(Rudi Holzhauer, Erasmus University Rotterdam, Erasmus School of Law, retired) [Eindredactie: PD]

‘Het gaat over het veel oudere, diepere en vaak helderdere verhaal van de islam en het jodendom, waarvan de herinnering hopelijk ook kan helpen bij het vinden van een vreedzame oplossing voor die hedendaagse politieke tragedie. Het kan moslims en joden ook helpen om met meer begrip en respect naar elkaar te kijken’
(Mustafa Akyol)

The Islamitic Moses van Mustafa Akyol

De Koranische voorstelling van Mozes
Het is in zekere zin een vervolg op zijn eerdere boek, The Islamic Jesus (2017), waarin hij de Koranische voorstelling van Jezus Christus onderzocht en de ingewikkelde verbanden tussen het christendom en de islam verhelderde. Deze keer onderzoekt hij de Koranische voorstelling van Mozes, die vreemd genoeg de meest dominante menselijke figuur in de islamitische geschriften is en zelfs de eigen profeet, Mohammed, overschaduwt.

Rolmodel voor de profeet
De Koranische Mozes is echter slechts de sleutel tot een veel groter verhaal. De joodse profeet stond zo centraal in de stichtende tekst van de islam omdat hij het rolmodel was voor de profeet van de islam zelf. Mohammed omarmde de kernidealen van het jodendom – een standvastig monotheïsme met een allesomvattende religieuze wet – om deze vervolgens te verkondigen aan zijn volk, de Arabieren. De theologische continuïteit tussen de twee geloven was zo sterk dat de moderne joodse historicus Shelomo Dov Goitein (overleden in 1985) de islam definieerde als ‘uit het vlees en been van het Jodendom’. Deze nieuwe religie, voegde Goitein eraan toe, was ‘een herschikking, een uitbreiding’ van zijn Joodse voorloper.

De joods-christelijke traditie
Voor veel mensen in het Westen kan dit vandaag de dag als een verrassing komen, omdat ze gewend zijn om te horen over de ‘joods-christelijke traditie’, terwijl de islam vaak wordt beschouwd als, op zijn best, een verre neef. Maar de joods-christelijke traditie is een modern concept dat pas in de twintigste eeuw populair werd, toen de westerse beschaving eindelijk haar duistere geschiedenis van antisemitisme in twijfel begon te trekken, terwijl delen van de moslimwereld helaas juist die kant op gingen…

Het jodendom als ‘vroedvrouw’
Er bestaat echter een even geldige joods-islamitische traditie – zoals historicus Bernard Lewis het ooit noemde – die zowel de opvallende religieuze parallellen tussen het jodendom en de islam omvat, als de diep verweven geschiedenis van joden en moslims.

Het boek De Islamitische Mozes biedt een theologische en historische reis in dit veelal vergeten (of verdrongen) verhaal.


Mustafa Akyol

De reis begint in Mekka met het eerste hoofdstuk van het boek, De Mozes van Mekka. Hier kijken we naar de geboorte van de islam in het Arabië van de vroege zevende eeuw, met het jodendom als ‘vroedvrouw’, zoals sommige moderne joodse historici het zagen. We zien waarom de Koran, vooral in de Mekkaanse soera’s, zoveel vertelt over Mozes en zijn aartsvijand, de Farao, met veel parallellen met de Hebreeuwse Bijbel, maar ook met enkele fascinerende nuances:

De Mekkaanse soera’s zijn een aantal soera’s van de Koran. Deze soera’s zijn chronologisch ouder dan de Medinaanse soera’s. De verdeling in soera’s die geopenbaard zouden zijn in Mekka en die geopenbaard zouden zijn in Medina is voornamelijk een gevolg van stilistische en thematische overwegingen.
(Bron: wikipedia. Toevoeging: Holzhauer.)

Wat er echt gebeurde in Medina
Dan, in de hoofdstukken 2 en 3, Wat er echt gebeurde in Medina, onderzoeken we opnieuw de eerste echte ontmoeting tussen Joden en moslims, die begint met een opmerkelijk hartelijke en pluralistische ‘grondwet’, maar eindigt met grimmige verhalen over geweld. We zien echter dat er onder dit ogenschijnlijk religieuze conflict meer schuilgaat: de botsing tussen de twee grote rijken van die tijd, de Byzantijnen en de Sassaniden, die de verhoudingen in perifeer Arabië onder druk zette.

Geen ‘joods-Arabische samenzwering’
In hoofdstuk 4, Onder de Koninkrijken van Ismaël, zien we hoe de joods-islamitische traditie echt voet aan de grond begon te krijgen in de geschiedenis. Hoe verrassend het vandaag ook mag klinken, de vroege islamitische veroveringen, die in niet meer dan een eeuw een enorm rijk opbouwden van Spanje tot de grenzen van India, werden vaak verwelkomd door joden, zo niet door hen geholpen. De reden was niet een ‘joods-Arabische samenzwering’, zoals sommige christenen toen geloofden, maar eerder het simpele feit dat joden onder de islam meer vrijheid vonden dan elders.

Halal Jodendom, Kosher Islam
In hoofdstuk 5, Halal Jodendom, Kosher Islam, onderzoeken we de ‘creatieve symbiose’ die plaatsvond tussen de middeleeuwse islam en het jodendom, zoals sommige joodse historici het noemden. De twee religies, met opmerkelijk vergelijkbare geloofsovertuigingen en praktijken, leerden veel van elkaar, op ingewikkelde manieren die vandaag de dag veel van hun gelovigen zullen verbazen.

Hoe Islamitisch Rationalisme het Jodendom verrijkte
In hoofdstuk 6, Hoe Islamitisch Rationalisme het Jodendom verrijkte, onderzoeken we hoe sommige theologische en filosofische trends die opkwamen in de gouden eeuw van de islam de joodse traditie op fascinerende manieren beïnvloedden, terwijl ze ironisch genoeg binnen de Islam zelf afnamen.


Rudi Holzhauer

De Joodse Haskalah en de Islamitische Verlichting
Hoofdstuk 7, De Joodse Haskalah en de Islamitische Verlichting, neemt de lezers mee naar de moderne wereld en onderzoekt hoe joden, aan het begin van het Westerse liberalisme, hun traditie opnieuw interpreteerden met een nieuw gevoel van individuele vrijheid en religieuze vrijheid. We richten ons op Moses Mendelssohn, de grootste joodse denker van de achttiende eeuw, wiens liberale ideeën over de oorsprong en waarden van het jodendom opmerkelijk veel lijken op de argumenten van islamitische hervormers van recentere tijden.

De Goede Oriëntalisten
Hoofdstuk 8, De Goede Oriëntalisten, gaat in tegen een cliché dat maar al te populair is geworden in moslimgemeenschappen: ‘Oriëntalisme’, of de studie van de islam in het moderne Westen, is alleen gebaseerd op cynische motieven die koloniale belangen dienen. De waarheid is complexer, zoals vooral blijkt uit de veelvergeten joodse oriëntalisten uit het negentiende-eeuwse Duitsland. Hun beweegredenen ten opzichte van de islam hadden niets te maken met kolonialisme of raciale suprematie. Integendeel, ze hadden oprechte sympathie voor de islam en identificeerden zich er zelfs mee, terwijl ze probeerden er oplossingen in te vinden tegen het Europese antisemitisme.

De Ottomaanse Haven
Hoofdstuk 9, De Ottomaanse Haven, herinnert aan de veiligheid die de Ottomaanse Turken, de voorouders van Mustafa Akyol, joden boden in hun donkerste uren, zoals hun verdrijving uit Spanje in 1492 en de bloedbelastingen van de negentiende eeuw. In ruil daarvoor waren de joden opmerkelijk loyaal aan het Ottomaanse Rijk tot aan het einde in de Eerste Wereldoorlog – in schril contrast met hedendaagse mythes over joodse samenzweringen die een einde zouden hebben gemaakt aan deze laatste zetel van het islamitische kalifaat.

In het Donkerste Uur
Tot slot vragen we ons in de epiloog, In het Donkerste Uur, af of de betere geschiedenis tussen joden en moslims voorgoed voorbij is, zoals velen vandaag de dag zouden denken, vooral in de duisternis van het brute conflict tussen de Israëli’s en de Palestijnen, of dat er een kans is op vrede en verzoening.

Vreedzame oplossing voor politieke tragedie
De Islamitische Mozes gaat, met andere woorden, niet zozeer over het huidige conflict in het Midden-Oosten, dat de afgelopen driekwart eeuw veel spanning en wantrouwen tussen moslims en joden heeft opgebouwd. In plaats daarvan gaat het over het veel oudere, diepere en vaak helderdere verhaal van de islam en het jodendom, waarvan de herinnering hopelijk ook kan helpen bij het vinden van een vreedzame oplossing voor die hedendaagse politieke tragedie. Het kan moslims en joden ook helpen om met meer begrip en respect naar elkaar te kijken.

Bron: Blogbericht van Mustafa Akyol – 10 september 2024 – Cato Instituut. Vertaling Rudi W. Holzhauer – The Islamic Mozes

Foto Mustafa Akyol: Macmillan Publishers
Foto Rudi W. Holzhauer: Intellectual Property Lawyers
Update: oktober 2025 (Lay-out)

!►Update RW: CATO – Upcoming event – Join us live in person or online
Tuesday • October 1, 2024 • 12:00 – 1:30 PM EDT (Cato Institute, 1000 Massachusetts Ave NW, Washington DC)

EERSTE RECENSIES:
A timely, accessible, and eye-opening new approach to a centuries-old story.” — Kirkus, starred review
 
Mustafa Akyol has written a genuinely valiant and profoundly knowledgeable book. His immersion in a tradition other than his own is moving to behold: an unforgettable example of humaneness across difference. I feel blessed to inhabit this ugly world with the author of this beautiful book.” — Leon Wieseltier

Moses is the name that recurs most often in the Qur’an, and the Qur’an was just the beginning. Mustafa Akyol surprises again and yet again with one documented instance after another of affinity or alliance between Jews and Muslims over the centuries. Cogent, admirably concise, and thoroughly engaging.” — Jack Miles, Distinguished Professor Emeritus at the University of California, Pulitzer-winning author of God: A Biography

It is a rare thinker who can offer a critical comparative study of two religions and their interactions that is both honest and fair. Here you have it, and in a balanced presentation that is a delight to read.… A must-read for those open to sincere reflection.” — Rabbi Reuven Firestone, professor in medieval Judaism and Islam at Hebrew Union College

This is a brilliant book that must be widely read by mainstream commentators and public figures as well as studied on campus[es]. It not only tells an important story but offers a key to peace in our troubled times.” — Akbar Ahmed, distinguished professor and the chair of Islamic studies at American University, former Pakistani High Commissioner

‘Philosofische bedenkingen over de conjunctie van de planeten’

Een bijzondere samenstand van planeten voorspelde op 8 mei 1774 – volgens predikant Eelco Alta – het ‘einde der tijden’: enkele planeten aan de hemel zouden dan dicht bij elkaar staan. ‘Verlichtingsdenker’ Eise Eisinga (1744-1828), destijds amateur-astronoom in Franeker, bouwde daarom – dit jaar 250 jaar geleden – een bewegend model van het zonnestelsel om te laten zien hoe het werkelijk zit. In het plafond van zijn woonkamer.

Het ‘einde der tijden’ bestreden met kosmische kennis

Sinds 2023 staat het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Dankzij Eise Eisinga, ‘wolkammer’ en amateur-astronoom in Franeker. Het begon allemaal in 1774 door een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin een anoniem pamflet werd aangeprezen met de titel Philosophische bedenkingen over de conjunctie van de planeten. De advertentie benadrukte het komende ‘einde van de tijden’.


Leeuwarder Courant 1774 – Conjunctie der vyf Planeeten (detail)

De hoogbegaafde Eisinga kreeg het in zeven jaar voor elkaar om in één oogopslag te laten zien waarom een samenstand van planeten op schijn berust: vanaf de aarde gezien, lijkt het alsof de planeten op een kluitje staan, maar in werkelijkheid staan Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en de maan verre van dicht bij elkaar.


De leergierige en hoogbegaafde Eise Eisinga op 15-jarige leeftijd (1744-1828)

 Al maanden gebruikt Eise nu ieder vrij moment om de plannen voor zijn planetarium uit te werken. Eerst dacht Pietje [zijn vrouw] dat haar man een bescheiden tafelmodel wilde maken. Maar al snel was Eise begonnen over een voortdurend bewegend systeem, aangedreven door een staartklok.

Ook toen had Pietje nog niet echt begrepen wat haar boven het hoofd hing. Ze had Eise gevraagd hoe dat dan zou moeten als de kinderen groter werden. Zelf kon ze dat kwetsbare apparaat immers niet de hele tijd in de gaten gaan houden. Maar tot haar schrik had Eise haar geruststellend aangekeken en gezegd: ‘Dat hoeft ook niet. Ik bouw alles in het plafond!’
(Uit: Planeten aan het plafond, Academie van Franeker)


Portret van Eise Eisinga uit 1827, geschilderd door Willem Bartel van der Kooi

Het planetarium lijkt klein van de buitenkant, maar binnen blijf je je verbazen over de talrijke kamertjes en kamers, links, rechts, boven, beneden, die je met veel trapjes kunt bereiken. Een aantrekkelijk doolhof waarin je veel zicht krijgt op het technisch vernuft van Eisinga om het zonnestelsel in zijn woonkamer perfect te kunnen laten draaien. Hij maakte ook een compleet handboek met een nauwkeurige beschrijving: nog altijd kan daardoor het planetarium functioneren.

Vol ongeloof had Pietje uitgeroepen: ‘… Een hele sterrenhemel!? Hier in míjn kamer?’ En opnieuw had Eise haar doodkalm en in volle ernst geantwoord: ‘Nee hoor. Wees maar gerust. Alleen ons zonnestelsel maar. En een paar klokken …’.

Inmiddels heeft Eise al zijn spullen van tafel gehaald. Hij bergt de papieren op in de voorkamer. Ondertussen zet Pietje dochter Trijntje in de kinderstoel. Het eten staat op tafel en ze kijkt de kamer rond. Binnenkort is haar man klaar met zijn berekeningen. Hoe lang zal het nog duren voor hij de zaag in het plafond zet?’
(Uit: Planeten aan het plafond, Academie van Franeker)


Tarantula Nebula NGC 2070

Bronnen:
* Koninklijk Eise Eisinga Planetarium Franeker, Eise Eisingastraat 3, Franeker.
* Koninklijk Eise Eisinga Planetarium Franeker: ‘Planeten aan het plafond laat niet alleen zien hoe Eisinga’s meesterwerk in elkaar steekt, maar geeft tevens een indruk van de tijd waarin Eisinga leefde. Het boek is fraai geïllustreerd en voorzien van twee uitklapkaarten met toelichting op de werking van het planetarium en het raderwerk’.

Beeld: Het plafond van de woonkamer van Eise Eisinga in het planetarium – PD
Beeld Conjunctie der vyf Planeeten: 1774 Leeuwarder Courant
Beeld Eise Eisinga 15 jaar: Academie van Franeker
Portret van Eise Eisinga uit 1827, – geschilderd door Willem Bartel van der Kooi (Omropfryslan.nl)
Beeld Tarantula Nebula NGC 2070: James Webb Space Telescope (Eise Eisinga Planetarium) – PD

NPO2 – Documentaire Sterrennacht: Het Eise Eisinga Planetarium in Franeker is sinds 2023 UNESCO werelderfgoed. Maar hoe gaat het met het hemelse erfgoed zelf? Zien wij nog wel dezelfde sterrennacht als Eisinga in zijn tijd? ( 11 mei 2024)
NTR – Het Klokhuis: Eise Eisinga
Het Planetarium is verkozen tot Kidsproof museum.
Doeboek voor kinderen (8-12 jaar)‘Kinderen stappen de Planetariumkamer binnen en je ziet, net als bij volwassenen, de monden opengaan van verwondering. Na zo’n bezoek willen ze natuurlijk een herinnering mee naar huis. Daarom is er nu een Planetarium-doeboek, boordevol puzzels, weetjes en meer over de bouwer van het oudste nog werkende planetarium ter wereld’.

Brandende nieuwgierigheid naar het Absolute

Kluizenaar Pater Hugo is, als monnik en aan de universiteit (KU Leuven), gespecialiseerd in het ontcijferen van mystieke teksten. Je kan hem nu gerust een hightech theoloog noemen die op professionele wijze online colleges Mystieke Theologie presenteert. Teksten, podcasts, YouTube-filmpjes, videocolleges, muziek: hij maakt alles zelf. – Een van zijn studenten is Herman Finkers: ‘Het is de bedoeling dat je ervan weet hebt, en niet als een kip zonder kop hier op de wereld rond te lopen. Je vormt je òòk mystiek. En de mystiek is de bron van de katholieke kerk. Als de kerk de mystiek nog verder overboord gooit, kan ze de winkel sluiten.’

‘Gelukkig worden in tien stappen’ of: ‘Gelukkig worden voor dummies.’
Nee, dat is helemaal niet de bedoeling’
(Herman Finkers)

Iedereen heeft te maken met mystiek
D
e kluizenaar die – paradoxaal genoeg – midden in de wereld staat, heeft van jongs af aan altijd een brandende nieuwgierigheid gehad naar het Absolute. Naar het fundament onder de werkelijkheid. Niet alleen wat we hier doen. Maar ook waarom er überhaupt iets bestaat. Dat gaf hem niet zo zeer een kerkelijke, maar wel een grote religieuze belangstelling: een soort spirituele aanleg.

Iedereen heeft te maken met mystiek. Mystiek is in feite de vraag naar je bewustzijn. Naar de ervaring van het Absolute en de ervaring van God. Niet zozeer het beredeneren van theologische werkelijkheden door filosofische redeneringen toe te passen. Of door Bijbelteksten uit elkaar te peuteren.
Dus ook mensen die niet zo veel met het fenomeen ‘kerk’ hebben of die niet zo helemaal vol zitten van het hele Jezus-idee, die zijn toch nieuwgierig naar dit soort vragen. Wat als ik helemaal overvallen word door een gevoel dat ik niet kan beschrijven. Maar wat voor mij heel fundamenteel is. Een soort absoluut moment. Wat gebeurt er dan eigenlijk?’
(Pater Hugo)

Allergisch voor theologie
W
e zitten nu, vertelt de monnik, in een tijdsgewricht waarin mensen allergisch zijn voor alles wat theologisch is. Maar dèze tak van theologie gaat ‘gewoon’ over de ervaring van God.

En daar zijn alle mensen nieuwsgierig naar. Zelfs mensen die verder nooit een kerk van binnen zien. Er zijn weinig mensen die mystiek studeren. Het is dankbaar dat het een onderwerp is waar mensen ook echt naar verlangen.’
(Pater Hugo)


Een van de cursussen, samengesteld door Pater Hugo

Geestelijke voeding
Pater Hugo (48) vertelt ook over identiteit: wie ben ik, waar hoor ik thuis? Wat zijn mijn wortels? Waar ga ik naartoe? Over dat wat een mens is, wat een mens smoel geeft. Dat groeit niet meer automatisch, omdat alles vormeloos is en iedereen geacht wordt zichzelf tot een soort van stralend individu te kleien. En dat kàn helemaal niet als je geen materiaal hebt om mee te kleien.

Dus als je kinderen totaal geen cultuur meegeeft, geen smoel, totaal geen identiteit, dan wòrden ze ook niks. Een zaadje heeft ook humus en grond nodig om er voedingssappen uit te trekken. Waar moeten die kinderen geestelijk van eten? Je kan wel al die ouwe meuk uit het raam gooien. Maar als er dan verder niks voor in de plaats komt, vind je het dan raar dat ze opbranden? ’
(Pater Hugo)

Mysterie van ons bewustzijn
A
chter zijn hek, in zijn ‘kluis’, een 19e-eeuws kerkje in Warfhuizen, maakt de theoloog cursusmateriaal over mystieke theologie. Over het mysterie van ons bewustzijn. In filmpjes van zo’n half uur wordt telkens een thema behandeld. Hij zegt geen geestelijke topsporter te zijn die zich ‘met zware ascese en allerlei wilde geestelijke kunsten tot heiligheid wil lanceren’. Hij heeft wel de stilte nodig om zich te kunnen concentreren op de vragen waarop hij een antwoord verlangt.


Pater Hugo aan het werk

Het prettige is, het is heel compact. Het is niet kinderachtig. Het gaat behoorlijk diep, zonder moraal of wat dan ook. De filmpjes zijn heel knap in elkaar geknutseld. Dat je denkt: och, mijn hemel, dat moet verschrikkelijk veel werk geweest zijn. Het is absoluut niet saai, maar heel onderhoudend verteld. En in een heel heldere, duidelijke taal. Met een verstandig accent.’
(Finkers)

Vragen waar elk mens mee zit
Z
olang de grondtoon van zijn leven de regelmaat in de stilte is dan is de kluizenaar tevreden, zo vertelde hij onlangs op Kruispunt-tv van KRO-NCRV. Op het moment dat het een grote chaos wordt en hij loopt overal rond te fladderen, hoeft pater Hugo zich niet zo’n zorgen te maken, want dan begint hij acuut niet lekker te functioneren: en dat corrigeert zichzelf, is de ervaring.

Volgens Herman Finkers gaat het in de cursus om dezelfde vragen waar elk mens mee zit: Waarvoor zijn we hier? Is er hiervoor iets? Noem maar op, al die levensvragen. Waartoe zijn wij op aard?


Pater Hugo Beuker en Herman Finkers

Die worden eigenlijk doorgenomen. Je oefent je geest. De mensen zijn heel erg bezig met het ontwikkelen van het lichaam. Dat vind ik heel knap, hoe ze dat gedisciplineerd doen. Men gaat naar de sportschool om de spieren te trainen. Maar je kunt ook je geest trainen om daarmee diep te kunnen denken en verder te komen.’
(Finkers)

Bronnen:
* Kruispunt tv – Lessen van een kluizenaar, 14 april 2024, 25 minuten, KRO-NCRV
*
Sanctificium, School voor Mystieke Theologie. Lab voor Mystieke Theologie – De Theologie van het Bewustzijn onderzocht en uitgelegd. (Ook wel ‘School voor de Ziel’ genoemd.)
*
YouTube: Mystieke theologie met Pater Hugo – Het Nederlandstalige kanaal van Sanctificium. Pater Hugo, kluizenaar, vertelt over het deel van de traditionele theologie dat gaat over de directe ervaring van het Absolute. Geen beschouwingen over dogmatiek of Bijbeluitleg, maar getuigenissen uit de verschillende religieuze tradities over de rechtstreekse ontmoeting met God.

Beelden: Kruispunt tv KRO-NCRV / Sanctificium
Beeld Pater Hugo aan het werk: Still uit Kruispunt tv. (PD)

Cees Dekker schept leven uit levenloze materie

Moleculair biofysicus Cees Dekker wil zelf leven maken met behulp van artificiële intelligentie (AI). En dat in tijden van oorlogen en klimaatcrisis waarin mensen het leven laten. ‘Een ongelooflijk prestigieus project waar de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) 40 miljoen euro voor over heeft.’ Meer dan honderd wetenschappers gaan tien jaar lang van levenloze moleculen levende cellen proberen te scheppen scheppen. – Terecht dat dit onderzoek ethische en religieuze vragen oproept. 

‘We hebben de verantwoordelijkheid voor God te spelen;
ìk voel zelfs een verantwoordelijkheid om voor God te spelen’
(Cees Dekker)

Voor God spelen?
Z
ondagnacht 26 mei was hierover een Ongelooflijke Podcast te beluisteren. #195: ‘Baanbrekend onderzoek naar het ontstaan van leven, gaat christelijke wetenschapper Cees Dekker voor God spelen?’ De gedrevenheid van de universiteitshoogleraar TU Delft is goed te horen. Hij ‘gaat op in iets wat groter is dan hijzelf’, zou Pierre Teilhard de Chardin (1851-1955) zeggen. Op zich mooi, maar dat moet niet te groot worden. De voor veel natuurwetenschappers onbekende paleontoloog en theoloog Teilard de Chardin dacht in zijn tijd diep na over de ‘stuwende kracht van de evolutie’, waaronder een van de drie ‘geboorten’: de biogenese, de sprongmutatie van levenloze naar levende materie.


Cees Dekker

Laboratorium-evolutie’
Wat is leven? Kunnen we levende cellen maken van levenloze moleculen?’ vroeg een multidisciplinair team van Nederlandse wetenschappers zich af. Om deze vragen te beantwoorden wil het onderzoeksteam, onder leiding van TU Delft, een levende synthetische cel bouwen van levenloze biomoleculen, waarbij ze voor het eerst gebruik maakt van laboratorium-evolutie en kunstmatige intelligentie.
Het tienjarige onderzoeksprogramma daartoe, getiteld ‘Evolving life from non-life’ (EVOLF) kreeg van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) 40 miljoen euro toegekend in het kader van de Summit-subsidieregeling.’
(Uit: Leven creëren uit levenloze biomoleculen met AI en lab-evolutie, TU Delft)

Andere scheppers
I
n De Ongelooflijke Podcast vindt Dekker het jammer dat Stefan Paas en David Boogerd naar ‘schepper’ Frankenstein (van het monster) en ‘vader van de atoombom’ Oppenheimer verwijzen. Toch is hun associatie niet onterecht. De biofysicus gaat wellicht iets scheppen dat pootjes kan krijgen of anderszins uit de hand kan lopen. Een ‘schitterend ongeluk’? Het Cees Dekker Lab hermetisch beveiligd…


‘…iets scheppen dat pootjes kan krijgen…’

Filosofisch en ethisch onderzoek’
Dekker benadrukt: “In ons ‘living lab’ zullen filosofen en geesteswetenschappers samen met natuurwetenschappers werken aan een nieuwe definitie van wat leven is, en aan richtlijnen voor ‘verantwoordelijk onderzoek’ om de omstandigheden te scheppen waaronder mensen de volledige controle behouden over synthetisch leven.’
(Uit: Leven creëren uit levenloze biomoleculen met AI en lab-evolutie, TU Delft)

Nieuwe definitie van leven
Een ‘nieuwe definitie van leven’. Filosofen en geesteswetenschappers worden ingehuurd om hierover diep na te denken. Zullen die denkers ook de ethiek bewaken rond het scheppen van leven? Of wordt het hun taak dat tienjarig project met mooie woorden aan te kleden om het ethisch te laten klinken? Het meest ethische zou zijn de schepping zoals die zich ontwikkelt met rust te laten, de evolutie haar eigen gang te laten gaan.

Voor God spelen
I
n De Ongelooflijke Podcast zegt Dekker echter dat in het eerste boek van de Bijbel de mens de opdracht krijgt om voor de schepping te zorgen; de wereld verantwoordelijk te beheren.

We hebben de verantwoordelijkheid voor God te spelen; ìk voel zelfs een verantwoordelijkheid om voor God te spelen. Om de schepping te onderzoeken en de kennis te benutten ten dienste van de naaste’.
(Cees Dekker)


Jonathan Sacks – Verantwoordelijk leven in tijden van crisis

‘Mens, waar ben je?’
D
e Britse emeritus opperrabbijn Jonathan Sacks (1948-2020) legt die uitspraak van Dekker anders uit. Sacks toont zich meer betrokken bij de wereld van vandaag. In Een gebroken wereld heel makenover verantwoordelijk leven in tijden van crisis, luidt Sacks commentaar dan ook:

Zolang naties oorlog voeren, mensen elkaar haten en corruptie rondwaart door de gangen van de macht is onze opdracht nog niet klaar en horen we, als we goed genoeg luisteren, hoe de stem van God ons vraagt, zoals hij dat gevraagd heeft aan de eerste mensen: ‘Waar ben je?’
(Jonathan Sacks, in: Een gebroken wereld weer heel maken)

Vrede scheppen
Misschien kan die 40 miljoen aangewend worden om bestaande levens eerst maar eens levend proberen te houden. Wetenschappers zouden de subsidie van NWO kunnen inzetten om in het ‘living lab’ van Dekker een intelligente onderhandelingstafel te maken. Waaromheen mensen uit levenloze oorlog levende vrede kunnen scheppen: dàt is leven maken èn in stand houden. Maar Dekker heeft een andere droom…

Droom
Onze droom is een levende cel te creëren uit levenloze moleculen. Met behulp van AI kunnen we veel effectiever parameters scannen om complexe netwerken van biochemische reacties te optimaliseren. Ons doel is om cellulaire functies in één synthetische cel te integreren die autonoom kan repliceren, communiceren en evolueren.’
(Uit: Leven creëren uit levenloze biomoleculen met AI en lab-evolutie, TU Delft)

Experimenteren met de evolutie
Kunstmatige intelligentie. Iets dat onnatuurlijk is intelligent noemen, klinkt plausibel. Het zal dan wel goed zijn, zou je denken. Maar of het intelligent is van wetenschappers dat zij kunstmatig zelf leven willen scheppen? Met de evolutie experimenteren? God wordt er in ieder geval niet overbodig door. Zonder die door God geschapen ‘levenloze materie’ kunnen wetenschappers niet eens leven maken. Ze brengen hooguit leven in de brouwerij.

Bronnen:
* Leven creëren uit levenloze biomoleculen met AI en lab-evolutie, TU Delft
* #195: ‘Baanbrekend onderzoek naar het ontstaan van leven, gaat christelijke wetenschapper Cees Dekker voor God spelen?’  De Ongelooflijke Podcast, 26 mei 2024
* Een gebroken wereld heel makenover verantwoordelijk leven in tijden van crisis, Jonathan Sacks, 2016, Skandalon

Beeld: TU Delft
Foto Cees Dekker: TU Delft
Foto ‘iets dat pootjes kan krijgen’: PD, Lage Vuursche, 2024

Wat geloven zoekers? En waarom?

Boekrecensie: God? Zoeker, wat geloof je? – dr. Hans le Grand – In deze creatieve bewerking van een proefschrift (2023) klim je in een spirituele beslisboom. En dan een waarin je steeds hoger wil komen. Klim voor klim confronteer je jezelf als zoeker met je eigen denken over levensbeschouwingen. Eenmaal in de top van die boom is je uitzicht beslist weids: een wereldbeeld dat ruimte biedt ‘voor een groot aantal religieuze manieren om tegen de wereld aan te kijken’.

‘De werkelijkheid is in al haar veelheid en diepte bijzonderder
dan alle religies bij elkaar opgeteld’
(dr. Hans le Grand)

‘Zoekertheologie’
H
ans le Grand promoveerde in 2023: Searching in Face of Mystery. Onder het geloof van veel zoekers vermoedt hij een gemeenschappelijk fundament. In zijn proefschrift zitten aardige neologismen zoals religious seekerism en seeker theology. Zoekertheologie. Door de positie van de zoeker kritisch te doordenken komt hij tot een gefundeerde manier om een zoeker te zijn. Dit boek voor een breed publiek doet voorstellen: Wat geloven zoekers? En: waarom?

25% van de mensen in Westerse samenlevingen behoren niet tot één geloofstraditie maar zoeken naar inspiratie in verschillende religieuze en wijsheidstradities. Dat is al het geval als je bijvoorbeeld aan Boeddhistische mindfulness doet en gedichten van de Moslim mysticus Rumi leest of een cursus in Joodse Kabbalah volgt. Maar als jij zo’n zoeker bent: wat geloof je dan eigenlijk?’
(‘Uit: God?)

Zes geloofsstappen
Le Grand rafelt van alles uit in zijn boek, systematisch en boeiend te volgen. Losse puzzelstukjes legt hij vervolgens weer naast elkaar, zodat je een duidelijk beeld krijgt. Geen woord zegt de auteur te veel als hij in zijn boek stelt dat je zo op ‘een heel gestructureerde manier kunt nadenken over wat je als zoeker gelooft’.
De zes geloofsstappen die je kunt maken, als je met de auteur in de ‘beslisboom’ klimt, leidt niet tot simpel ‘relishoppen’. Je bent immers niet naar ‘koopjes’ aan het surfen, maar laat je inspireren door uiteenlopende religieuze tradities.

‘Uiteindelijke werkelijkheid’
Een religieuze zoeker kan, in tegenstelling tot mensen die zich aan één religie verbinden, onderwerpen open laten. Dit geldt bijvoorbeeld voor het onderwerp ‘uiteindelijke werkelijkheid’.

Het is voor zoekers heel goed mogelijk om je zowel te laten inspireren door het Christelijke beeld van de uiteindelijke werkelijkheid ‘God’, maar ook door het Boeddhistische beeld van ‘leegte’ en door wetenschappelijke inzichten die suggereren dat de werkelijkheid uiteindelijk wordt beschreven door natuurkundige formules.’
(Vrije Universiteit Amsterdam, promotie J.B. le Grand) 

Mens- en wereldbeelden
N
atuurkundige en theoloog Le Grand stelt echter ethiek voorop en niet religieuze doctrine. ‘Omdat we het over God toch nooit eens worden,’ stelt hij. Want: ‘Als we het niet eens worden over klimaat en tolerantie hebben we een groter probleem.’ Ethisch filosoferen. Nadenken op ‘een zo consistent mogelijke manier’. En dat doet Le Grand consequent. Je kunt meedenken, maar vooral zèlf denken. Na iedere bladzijde die je leest, klim je prettig verder in de boom waarin je op vragende wijze vriendelijk geconfronteerd wordt met zowel mens- als wereldbeelden.


Hans le Grand impact through better understanding

Plausibel, maar niet helemaal waar
Le Grand introduceert de term ‘aporie’. Die komt uit het Grieks: een toestand van onzekerheid of verwarring wanneer we onszelf blootstellen aan twee tegengestelde maar acceptabele argumenten. Aporieën noemt de auteur ‘verzamelingen van uitspraken die ieder, stuk voor stuk, plausibel zijn, maar tegelijk niet helemaal waar kunnen zijn, zoals: Het Christendom zegt … Het Boeddhisme zegt … De wetenschap zegt … Als kleuter al werden we blootgesteld aan aporieën, zoals: Papa zegt… Mama zegt… School zegt…’

Als je op deze manier tegen religieuze inzichten aankijkt, wordt zoeken een heel logische manier van spiritualiteit: Je gaat dan van geval tot geval bekijken welke denk- en geloofsrichtingen op welk moment het meeste inzicht verschaffen en hoe je dat doet, hangt af van je culturele achtergrond en je eigen levensverhaal.’
(Uit: God?)

Le Grand werkt dat helder en uitgebreid uit in zijn boek aan de hand van de penrose-driehoek die de kaft van zijn boek siert. (Dit onmogelijke figuur en optische illusie is ontwikkeld door de Britse wiskundigen Lionel en Roger Penrose). Le Grand zegt in zijn boek:

Het aporetisch karakter van religieuze inzichten doet ons beseffen dat werkelijkheid in al haar veelheid en diepte bijzonderder is dan alle religies bij elkaar opgeteld.’
(Uit: God?)

Inclusief denken
H
et aantrekkelijke van dit boek is dat de auteur een ‘tamelijk progressieve agenda’ heeft, en zo veel mogelijk ‘inclusief probeert te denken’. Ook hoopt hij een bijdrage te leveren aan een wereldmaatschappij waarin ‘iedereen zich thuis voelt, ongeacht religieuze, etnische of seksuele oriëntatie’. Voor le Grand zijn dat kernpunten waar het ook in religie en spiritualiteit om moet gaan. Eveneens is het een pluspunt dat religieus zoeken serieus wordt genomen als manier om met levensbeschouwing en spiritualiteit om te gaan.

Religieus zoeken: Een nieuwe traditie?
Het is inderdaad, zoals Le Grand stelt, de huidige trend in de samenleving die ‘te relateren is aan de spirituele behoeften van buitenkerkelijken’. Religieus zoeken als nieuwe traditie. En dan zou het inderdaad zomaar kunnen dat ‘bestaande religieuze tradities gedeeltelijk vervangen worden door buitenkerkelijke spiritualiteit’.   

God? Zoeker, wat geloof je? | Hans le Grand | 2023 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93288 91 1 | NUR 700 | € 15,95

Beeld: Penrose-driehoek, ingevuld door Hans Le Grand, Linkedin
Beeld Hans le Grand: Linkedin