Spiritualiteit en de Filosofie van het Ik

dscf5209

Wat is er belangrijker tegenwoordig dan de bron van spiritualiteit weer aan te boren en dat op een wijze die nauwgezet aansluit bij de eigen tijd? Filosoof Roland van Vliet heeft daar een eminente bijdrage aan geleverd door een derde standpunt te ontwikkelen dat de autonomie van de vrijheid weet te verbinden met de soevereiniteit van de liefde.’ Op 10 februari gaat Filosofie & Spiritualiteit (Universiteit Leiden) over het leven en werk van Roland van Vliet, de schrijver van o.a. Filosofie van het Ik (2015).

Van Vliet bepleit een levenshouding waarin, wat hij noemt, ongedeelde aandacht centraal staat. Hij analyseert dit zo poëtisch, dat hij een uitdrukking kan introduceren als: mededogen van het volledige horen. Gerard Visser zal in zijn lezing de belangrijkste gedachtegangen resumeren.’ (Rico Sneller)

Stand-up filosoof en auteur Roland van Vliet baseerde zijn ideeën over ethische communicatie op de filosofie van Emmanuel Levinas: je moet altijd de oneindigheid in de ander erkennen, leerde Levinas; ongedeelde aandacht, daar gaat het om. Bij leven – hij stierf in 2015 – schreef hij een korte samenvatting van het filosofisch onderzoek naar het Ik van de mens of de Filosofie van het Ik.

Het Ik dat je door zelfwaarneming in het bewustzijn kunt vinden en dat ieder moment kan denken, voelen, willen en waarnemen: ‘ik denk deze gedachte’, ‘ik voel deze emotie’, ‘ik wil dit bewerkstelligen’ en ‘ik neem dit ding waar’, noem ik het filosofische Ik.’ (Roland van Vliet)

Met het Filosofische Ik – dat Aristoteles de Onbewogen Beweger noemt: die niet door iets ander bepaald hoeft te zijn dan door zichzelf – is verbonden het denken over het denken, waardoor je een gedachte in een emotie of de wijze waarop je denkt op waarheid kunt onderzoeken of zelfreflectie. Het Filosofische Ik is het scheppende en zich vernieuwende Ik.’ (Van Vliet)

Gerard Visser, tot 2015 hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden, vertelt over liefde en vrijheid, over de belangrijkste gedachtegangen in het boek Filosofie van het Ik. Frank Mandersloot, beeldend kunstenaar en docent aan de Rietveld Academie, vertelt over zijn vriendschap met Roland, over wat zij wederzijds voor elkaar betekenden. Bianca Hiemcke Schriek, schrijver, programmamaker en coach en Hein van Dongen, filosoof en docent aan diverse onderwijsinstellingen, verhalen over wat Roland voor hen betekenden, met zijn verhalen over ongedeelde aandacht en zijn missie: het staan voor onverdeelde aandacht.

Al heel vroeg leerde ik de ongedeelde aandacht kennen. Dat was mijn eigen ontdekkingstocht, niemand wees me erop. Ik kwam uit een gezin van zes kinderen, er waren veel spanningen thuis. We woonden in de buurt van Eindhoven, er is daar veel natuur. Ik ontvluchtte de spanningen door in het bos te lopen. Dat doe ik nu trouwens ook, lopen in het bos, terwijl u met me belt. Heel mooi. Ik zie overal herfstbladeren…’ (Roland van Vliet)

Lastig, die ongedeelde aandacht.
‘Inderdaad! Nu goed, ik liep dus veel door het bos en merkte dat ik de natuur helemaal niet echt zag of voelde, omdat ik de hele tijd met mijn gedachten ergens anders was. Ik ging mij erin oefenen niet na te denken als ik dat niet wilde.’ (RvV)

En dat lukte?
‘Steeds beter, ja. Een aandachtskracht werd in mij wakker. Ik ervoer verbondenheid met alles. Als er niets is tussen jou en de zon, tussen jou en de bomen, dan dringt de mysterieuze schoonheid van de wereld pas echt tot je door. Op een keer, ik moet 18 zijn geweest, fietste ik ’s ochtends vroeg door het bos. Toen werd ik vervuld van een onmetelijke liefde.’ (RvV)

Zie:

* Filosofie van het ik: leven en werk van Roland van Vliet (Universiteit Leiden)

* ‘Je innerlijke ik vind je al na tien minuten’ (Trouw)

Foto: Chastellux sur Cure, France (PD)

Filosofie en Spiritualiteit | Vrijdag 10 februari 2017 | Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden (zaal 011) | Tijd: 13.30 – 17.30 uur | Toegang gratis

Spiritualiteit, filosofisch benaderd

socrates

Vandaag begint de Maand van de Spiritualiteit met als thema compassie, het vermogen om medeleven te hebben met anderen en met jezelf. Compassie was de levenshouding van mysticus Franciscus van Assisi, die oprecht bezorgd was over het welzijn van anderen. Compassie als levenshouding. Een spiritueel thema. Maar wat is spiritualiteit eigenlijk? Voor sommigen niet altijd even duidelijk, maar een filosofische benadering kan helderheid bieden. 

Filosofe Angela Roothaan (VU Amsterdam) heeft er een boek over geschreven: Spiritualiteit begrijpen. Een filosofische inleiding. Nog altijd actueel. Spiritualiteit is een levenshouding. Of het zoeken ernaar.

Een manier om bewust en aandachtig in het leven te staan, in verbondenheid met de bron waaruit je leeft. Zo’n levenshouding geeft een bepaalde kwaliteit aan het leven, die we spiritueel noemen. Wat heeft zo’n levenshouding dan met filosofie te maken?’

Volgens Roothaan moeten we het traditionele beeld van filosofie als geleerde reflectie relativeren: studie is een onderdeel van de filosofiebeoefening, maar filosoferen is ook het zoeken naar een bepaalde levenshouding. Roothaan vindt in alle gestalten van westers filosoferen mythische en/of religieuze begrippen. Dus niet alleen in de oosterse filosofie, dat nog niet zolang geleden door sommige filosofen geen filosofie genoemd mocht worden: het zou niet voluit rationeel zijn.

Inmiddels heeft men er oog voor gekregen dat ook de westerse filosofie in al haar stadia, van Socrates tot en met Wittgenstein, vermengd is met religieuze en mythische inzichten.’

roothaanRoothaan denkt daarbij aan de daimon van Socrates, het geweten in de christelijke filosofie, de idee van vrouwelijkheid bij Rousseau, die van het transcendente bij Kant. Begrippen die uiteindelijk niet rationeel te funderen zijn, maar toch een systeem van denken dragen. De westerse filosofie is volgens de filosofe verbonden met verwondering: het aandachtig waarnemen van de werkelijkheid, en het niet voor gegeven nemen van die werkelijkheid.

Een filosoof wil niet de inhoud van zo veel mogelijk boeken kennen, maar een goede houding ten opzichte van de werkelijkheid kunnen innemen. Dat is immers wat we wijsheid noemen. (…) Als die evenwichtige levenshouding, die voortkomt uit het leren van het leven wijsheid is, dan is de filosoof iemand die naar dat evenwicht streeft.’

Juist in onze tijd, aldus Roothaan, is een goede filosofische begripsvorming over spiritualiteit hard nodig. Ze vraagt zich af hoe spiritualiteit zich verhoudt tot de verschillende levensbeschouwingen en religies, die in deze tijd naar nieuwe verhoudingen tot elkaar moeten zoeken. Ook vindt zij het belangrijk dat we in ons zoeken naar spiritualiteit niet in verwarring raken, of in strijd met elkaar, maar dat we daarentegen tot meer helderheid en wederzijds begrip komen, misschien zelfs tot overeenstemming. Om dat te bereiken, is de filosofie nodig.

In haar boek bespreekt zij hoofdstukgewijs spiritualiteit via begrippen als moraal, mystiek, spiritualiteit, maar ook religie, levensbeschouwing en oriëntatie, en leerlingschap en zelfvorming. Ze sluit haar boek af met een hoofdstuk waarin spiritualiteit verbonden wordt met het zoeken naar wijsheid.

Spiritualiteit begrijpen, een filosofische inleiding | ISBN 9789085062097 | gebonden | 113 p. | 2007 | 1e druk | BoomFilosofie | € 19,00
‘Spiritualiteit’ is al enkele decennia een gevleugeld woord. Zowel traditionalisten als pioniers duiden er een specifieke ervaring en levenshouding mee aan. Maar wat het betekent is niet altijd even helder. Dit boek reikt geen kant en klaar afgebakende definities aan, maar zet verwante begrippen naast elkaar – zoals religie, mystiek, spiritualiteit en levensbeschouwing. Vanuit een filosofische benadering wordt gezocht naar een beschrijving van spiritualiteit. (BoomFilosofie)

Beeld: Socrates – Een Stoa is een overdekte zuilengalerij waar in het Oude Griekenland handel werd gedreven. Op deze centrale plek kwamen ook Socrates en zijn leerlingen samen om burgers te confronteren met fundamentele levensvragen. De kern van de socratische filosofie is om dóór te vragen tot mensen zelf het antwoord op hun vragen ontdekken. (stoa.nl)

‘Iets in het bewustzijn stelt de vraag naar een ontwerper’

god-architect

Evolutionist Richard Dawkins denkt dat vroegtijdige indoctrinatie de sleutel is voor het verspreiden van het geloof in god. Maar, zegt geloofswetenschapper Justin Barrett (Oxford University), zet een groep achtergelaten baby’s op een onbewoond eiland en die zal opgroeien tot een gelovige gemeenschap. In een artikel van journalist Ianthe Sahadat (de Volkskrant) komt dat door het brein dat bij uitstek ingericht is voor geloof in het bovennatuurlijke.

Sahadat stelde dat je moet erkennen – of je nu fervent atheïst of diepgelovig bent – dat de mensheid een gelovig gezelschap is: mensen geloven in één god, in een heel pantheon aan goden of beschermheiligen, in onze voorvaderen, in ‘iets’.

Stelt u zich onze voorvader of oermoeder eens voor zittend bij het kampvuur, de dagelijkse besognes overpeinzend, het natuurgeweld beziend en pats-boem daar is de hoe-waarom-waartoe-vraag. Het zou zomaar kunnen, toch?’

De journalist verwijst naar een onderzoek met gebruik van een ‘godhelm’, waarin een magneet was aangebracht om het brein in de ‘godstand’ te krijgen. Iets waarvan de Amerikaanse experimentele psycholoog Michael Persinger (Universiteit van Ontario in Canada) overtuigd is. Het zou te maken hebben met het verstoren van het contact tussen de twee hersenhelften.

Op het Lowlandfestival afgelopen zomer werd ook geëxperimenteerd met een godhelm, en werd later verklapt dat het een gewone helm was geweest met nutteloze draadjes en ducttape. Deelnemers werden dus genept. Het onderzoek was gericht op hoe snel mensen een goddelijke ervaring krijgen als de omstandigheden voor suggestie optimaal worden gemaakt.

In een huisje met een soort satelliet op het dak kregen deelnemers een helm op het hoofd. Het oogde als een beeld uit een sciencefictionfilm uit de jaren tachtig. Via de draden op de helm zullen wij je brein stimuleren met elektrische pulsen om te kijken wat dit met je doet, kregen de deelnemers te horen. Geblinddoekt en met een koptelefoon met ruis op het hoofd moesten ze vervolgens een kwartier blijven zitten.’

Het was warm in de tent, de vloer trilde een beetje van de concerten in de verte. Suboptimale omstandigheden om je helemaal over te geven, volgens Maij. Toch had de helft van de deelnemers een ongewone, soms als mystiek omschreven, ervaring.’

Psychologiepromovendus David Maij (Universiteit van Amsterdam) omschrijft zichzelf als een pure atheïst, hoewel hij wel ‘gelooft’ in de wetenschap. Voor hem is zijn non-religieuze oorsprong juist de basis voor een fascinatie voor het geloof. Hij stelt dat ‘mensbrede psychologische mechanismen ons vatbaar maken voor religie’.

Allereerst: hoe is je wereldbeeld? ‘Geloof je in een god of in het bovennatuurlijke, dan sta je meer open om een ervaring die je niet direct kunt duiden aan iets externs toe te schrijven’, zegt Maij. Een lichtflits is bij iemand met een spiritueel wereldbeeld sneller ‘licht aan het einde van de tunnel’, terwijl een atheïst zal zeggen: ik zag een lichtflits.’

Hoogleraar Ontwikkelingswetenschappen en Psychologie aan de Fuller Graduate School of Psychology, Justin Barrett, een ‘fanatiek katholiek’, naar wie Sahadat ook verwijst, zei in een BBC radio-interview in 2013 dat peuters vaak ‘onzichtbare vriendjes’ hebben om mee te spelen en te praten. Volgens de psycholoog bewijst dat hoe vanzelfsprekend de menselijke geest omgaat met een abstract idee.

Maar ook al in de eerste maanden van een baby heeft Barrett aanwijzingen ontdekt voor een aangeboren geloof. De baby onderscheidt dan al objecten die zich verplaatsen met een bedoeling. Dit ‘lezen van gedachten’ bestaat volgens Barrett alleen bij de mens.’

Een ander onderzoek toont volgens hem aan dat kinderen de ‘goddelijke natuur’ gemakkelijker begrijpen dan de ‘natuurlijke’: kinderen nemen namelijk eerder aan dat de mens altijd doorleeft, dan dat er een eind aan het leven komt.

De psycholoog acht het mogelijk, zo stelt een Rob Nanninga in een artikel – onder meer over het boek Born believers (2012) – dat het opperwezen de menselijke evolutie zodanig heeft bijgestuurd dat we bijzonder ontvankelijk werden voor het geloof in bovennatuurlijke wezens. Voor Barrett overigens geen hypothese die wetenschappelijk bewezen kan worden.

Verder citeert Barrett een onderzoek dat stelt dat dieren, planten en zelfs stenen volgens kinderen een doel buiten zichzelf hebben. Iets in het bewustzijn stelt de vraag naar een ontwerper: ‘Kennelijk begrijpen peuters dat er een hogere macht nodig is. En daar komt God binnen.’

Het doet me denken aan de Britse natuurkundige Peter Russell over wie in 2008 The Optimist schreef: ‘De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ Echter, Russell doelt hierbij niet op de God van de hedendaagse religies.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn. Deze mogelijkheid is absoluut taboe binnen het hedendaagse wetenschappelijke superparadigma.’

Voor filosoof Emanuel Rutten echter geeft het bestaan van het bewustzijn in de kosmos aanleiding tot een redelijk argument voor het bestaan van God. Hij komt zelfs uit bij de christelijke God. Het levert er volgens hem in elk geval een buitengewoon sterke aanwijzing voor op.

Zie:
* De mens is een gelovig wezen door zijn brein (de Volkskrant, 24.12.2016)

* Geloven in God is aangeboren (eo.nl)
* Kinderen van God – de cognitieve wetenschap van religie (skepsis.nl)
* Laat de wetenschap God binnen? (VanGodenEnMensen)
* Bewustzijn wijst naar boven (Emanuel Rutten)
* Het godsargument openbaart de christelijke God (Emanuel Rutten)

Beeld: God als architect van het universum (NN, Österreichische Nationalbibliothek)

Père Cyrille Vael: de waarheid hebben we allemaal zelf

“Jongeren zitten doelloos te surfen op het internet. Het probleem is: ze weten niet meer hoe te zoeken. Ze hebben geen methodes, ze leren geen navigatiesystemen meer!” (Cyrille Vael)
Op de vraag: ‘Dus u gelooft in God?’ van een BBC-journaliste aan père Cyrille Vael, monnik van een klooster in Chevetogne in België, antwoordde hij: ‘Nee’. De BBC staakte prompt het gesprek. Volgens Vael ‘moet je dat contextueel zien. Want met die vraag “Dus u gelooft in God?” kan ik niets. Wat bedoelt zij met God? En wat bedoelt ze met geloven?’

‘Er zit heel wat wijsheid in jongeren, maar die komt er niet uit als levenswijsheid. Ze zitten doelloos te surfen op het internet. Het probleem is: ze weten niet meer hoe te zoeken. Ze hebben geen methodes, ze leren geen navigatiesystemen meer!’ 
(Cyrille Vael)

Interview met Cyrille Vael
T
aede Smedes, godsdienstfilosoof, theoloog en journalist, lukte het voor NieuwWij wèl een interview met Vael af te nemen. En niet alleen over God, maar over jongeren, levenswijsheid en bijbelse uitspraken van een verrassende Nietzsche.

‘Religies zijn maar navigatiesystemen, maar ze zijn nooit de vaart zelf, ze zijn niet de werkelijkheid zelf. Dat moeten wij doen. Wij moeten de schepping helen en baren. Wij moeten de schepping transfigureren. Het probleem is dat wij al onze systemen als waarheid aannemen, als de realiteit. En dat is niet juist.’
(Cyrille Vael)

Evolutie en dynamiek
V
ael ziet de waarheid niet als een absoluut, ontologisch criterium, maar pragmatisch: waarheid is wat werkt. (De ontologie behandelt de vraag wat het betekent om te zijn of te bestaan, PD.) De waarheid bestaat volgens de monnik wel, maar is geen ontologisch gefundeerd dogma; het is evolutie, dynamiek, dus altijd contextueel.

‘Dus we hebben cognitieve kennis nodig, maar die kennis is niet de waarheid, is niet de realiteit. Als ik kijk naar sommige religieuzen, dan denk ik wel eens: de harddisk zit zo vol met kennis en methoden dat er geen ruimte meer is waar er nog iets kan verschijnen. Er kan zich niets meer openbaren. Er is geen plaats meer, het is vol.’

‘Maar ’s avonds gaat ineens het windje van een andere kant waaien, en dan is er grote paniek, want men weet met de kennis dan niets aan te vatten. Spiritualiteit heeft alles te maken met contemplatie, schouwen, maar dat vraagt een houding van afstand, een houding van niet over alles een éénsluidende mening te willen hebben.’
(Cyrille Vael)


Filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900)

Terug naar de bronnen
V
olgens Vael moet het christendom opnieuw ontdekt worden en daarvoor wil hij terug naar de bronnen. Hij komt dan verrassend uit bij Nietzsche.

‘Zelfs Nietzsche zei al: het mooiste wat ooit over de mens gezegd is, is gezegd door het christendom. Eindelijk begint men opnieuw de waarde van Nietzsche te ontdekken in de maatschappij, terwijl men zolang op hem heeft geschoten. Eindelijk is God dood, we kunnen opnieuw geloven. We konden in onze religie niet meer geloven. Alles was bewezen: God bestaat. Twijfel niet, want als je twijfelt, ben je een zondaar, een ketter. Maar godzijdank is die God dood.’
(Cyrille Vael)

‘Niet de dood van God maar van een religie’
Volgens Nietzsche hebben de christenen God gedood, maar herschreef hij die tekst tot: wij mensen hebben Hem gedood. Vael noemt het bijbels wat Nietzsche zegt.

‘De dood, geprofeteerd door Nietzsche, betekent niet de dood van de God van de Openbaring, maar betekent de dood van een religie en een God statisch bevroren in een exclusief gesloten ontologisch denken, altijd gelijk aan Zichzelf; de dood van een Schepping zonder evolutie, zonder geschiedenis, dood van het Leven zelf, in de mate dat we dit leven beschouwen als een éénheid in stabiliteit. Het betekent dus niet de dood van de God van de Openbaring doorheen de geschiedenis.’
(Cyrille Vael)

Universeel
V
ael heeft een boodschap aan de kerk: niet pretenderen de exclusieve waarheid in pacht te hebben. Zelf komt hij absoluut niet de waarheid brengen, want die hebben we allemaal zelf. Die existentiële waarheden vormen samen iets universeels.

‘Ik denk dat we in een tijd leven waarin we bewust worden dat de exclusieve waarheid niet meer bestaat, gefundeerd op een theologisch, metafysisch, ontologisch denken. Dat is voorbij. Nogmaals, de metafysische objectiviteit is vervangen door een hermeneutische. Alles is contextueel geworden. Wat vandaag juist blijkt en goed, kan morgen helemaal anders zijn.’
(Cyrille Vael)


De Byzantijnse Kapel in het klooster van Cyrille Vael in Chevetogne, België

‘De vitale bron beschermen’
V
ael denkt dat we in een tijd leven waarin we inzien dat als we maar diep genoeg graven, alle religies op hetzelfde uitkomen; alleen onze methodes, concepten, onze beelden, ons ontologisch denken is anders.

‘Zoals eerder gezegd, mensen zoeken niet langer intellectuele antwoorden op hun spirituele vragen of stroeve institutionele belichaming van deze antwoorden. Zij zoeken een diepere ervaring van een God, van een mensbeeld, en een diepe innerlijke wijsheid die hen ondersteuning en kracht is voor een authentiek en geïntegreerd leven. Waar het om gaat is dat de mens van vandaag, die leeft met een pluraliteit van waarden, en waarin het centrum – de autoriteit – weg is, dat het erop aankomt dat de mens de methode vindt om zijn vitale bron te beschermen.’
(Cyrille Vael)

Heel wat wijsheid in jongeren
Kijk eens naar jongeren. Als jongeren vandaag de dag dorst hebben, weten ze precies uit welke kraan water komt. Er zit heel wat wijsheid in jongeren, maar die komt er niet uit als levenswijsheid. *

‘Ze zitten doelloos te surfen op het internet. Het probleem is: ze weten niet meer hoe te zoeken. Ze hebben geen methodes, ze leren geen navigatiesystemen meer! En daar zit het probleem met onze religieuze opvoeding: worden ons in de godsdienstlessen nog werkelijk de instrumentaria en methodes aangereikt om zelf de zaken uit te diepen?’
(Cyrille Vael)

Een nieuwe wereld
V
ael vraagt zich af of in de godsdienstlessen nog werkelijk de instrumentaria en methodes aanreikt om zelf de zaken uit te diepen. De monnik vindt dat priesters en religieuzen eigenlijk een soort vroedvrouwen moeten zijn, om een nieuwe wereld te helpen bouwen. Maar iedereen moet dat eigenlijk doen: elk van ons.

‘Het is dan ook nodig dat kerk, en elk van ons, prioriteit geeft aan het leggen van nieuwe verbindingen, te leren hoe nieuwe realiteiten en inzichten te verbinden op een nieuw niveau: een nieuw niveau van Gods zelfopenbaring doorheen de geschiedenis te erkennen en te integreren.’
(Cyrille Vael)


IN THE LEAD, zomer 2022

* Update Tip ► Daan Bakker, oprichter van IN THE LEAD, werkt met jongeren aan hun persoonlijk leiderschap om vanuit zelfinzicht te leren ontdekken wat ze drijft en wat hun triggers zijn, zegt in een interview met Elze Riemer van Volzin van 18 juli 2025 ‘dat de meeste jongeren wel graag van alles willen, maar nog erg zoekende zijn als het gaat om het ‘hoe’. Ze willen zichzelf leren kennen en iets bijdragen, maar verdrinken eigenlijk in alle mogelijke opties’. (En dan niet alleen op internet, maar keuzestress in het algemeen.)

Bron: ‘Eindelijk is God dood. We kunnen opnieuw geloven!’ 
(Cyrille Vael in een interview met Taede Smedes in: NieuwWij, 7 december 2016)

Foto: Pinterest – chillin.sk
Foto IN THE LEAD: Daan Bakker
Foto Byzantijnse Kapel: Tripadvisor
Update 10 3 2024 , 21 12 24 (Lay-out) juli 2025: (Lay-out, tekstaanpassing, foto’s)

‘Intellectuele elite weet te weinig van de islam’

eastwest

‘Ik ben ervan overtuigd dat het jarenlange belachelijk maken van de eigen christelijke traditie en het kerkbashen door onze zelfverklaarde intelligentsia zijn tol eist.’ Geen uitspraak van Alain Verheij over het programma van Jeroen Pauw en zijn vooringenomen anti-godsdienstigheid, maar van Jan De Volder, titularis van de Cusanus Leerstoel ‘Religie, Conflict en Vrede’ aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. ‘Onwetendheid is een wrange vrucht van het secularistische denken dat bij onze intelligentsia merkwaardig lang blijft doorwerken.’

Onze intellectuele elite weet inderdaad over het algemeen te weinig van de islam. Ik voeg daar onmiddellijk aan toe: van alle godsdiensten, in de eerste plaats ook van het christendom, dat onze eigen samenleving mee smeedde tot wat ze nu is. Die onwetendheid is een wrange vrucht van het secularistische denken dat bij onze intelligentsia merkwaardig lang blijft doorwerken.’

Volgens prof. dr. Jan De Volder is het secularisme niet in staat om godsdiensten ernstig te nemen als historische krachten die er toe doen, misschien in de huidige eeuw nog meer dan in de vorige. Religie blijft daarom een blinde vlek bij vele weldenkenden en dat wreekt zich.

Wim Van Rooy is auteur van De malaise van de multiculturaliteit en Waarover men niet spreekt. De Volder reageert op zijn artikel in De Morgen, waarin hij ingaat op enkele van Van Rooys uitspraken en analyses. Zoals dat de islam het nieuwe nazisme zou zijn, en een complexe en gelaagde godsdienst met eeuwenoude en soms onderling sterk afwijkende tradities en geloofsbeleving en anderhalf miljard gelovigen, vergelijkt met een welbepaalde racistische ideologie die onder leiding van een sterke man vanuit het hart van een moderne Europese staat de wereldmacht nastreefde.

Laten we wel wezen: als Van Rooy gelijk had, dan zat de wereld met een gigantisch probleem. Maar zoals zo vaak gaat ook hier de reductio ad hitlerum niet op. Want waar is dat goed getrainde en uitgeruste islamitische leger dat op het punt staat Europa en de wereld te veroveren? Waar is die goed geoliede staatsmachine? Waar is die Hitler?’

Nog een denkfout die Van Rooy volgens De Volder maakt, is te geloven dat een godsdienstige beleving louter terug te voeren zou zijn tot zijn bronteksten: Koran, Hadith en enkele klassieke denkers, die hij ijverig heeft doorploegd.

Natuurlijk staan daar verzen en redeneringen in die de wenkbrauwen doen fronsen en die bij letterlijke naleving problematisch zijn. Maar evengoed zijn er tal van andere verzen die menselijke en sociale deugden bepleiten die bij letterlijke naleving van de wereld een betere plaats zouden maken.’

Volgens De Volder scheert Van Rooy 1,5 miljard aardbewoners over één kam, roept hij ze uit tot vijand, en trapt hij met dit soort wij-zijredeneringen precies in de val die IS, Al Qaeda en aanverwanten spannen: het is juist hun strategie de vijandigheid jegens alle moslims aan te wakkeren, opdat die polarisatie op haar beurt de moslims zou wakker schudden en aan hun zijde doen strijden. Volgens de professor zou het echte voorzorgprincipe erin bestaan van de rechtgeaarde moslims (het overgrote deel) bondgenoten te maken in de strijd tegen de extremisme.

Dat betekent ook: oor hebben voor hun verzuchtingen, respect en waardering voor hun geloof opbrengen. Vooral aan dat laatste wil het wel eens ontbreken.’

Waarom horen wij niet wat meer waardering doorklinken voor menselijke en sociale waarden die veel moslims beleven, vraagt De Volder zich af.

Gastvrijheid, zorg voor hun ouderen, geen alcoholmisbruik: voor hen zijn er gewoonlijk geen dure rusthuizen nodig want ze zorgen gewoonlijk zelf voor hun ouderen, voor hen geen dure BOB-campagnes want drinken doen ze niet enzovoort. Het opbrengen van zelfbeheersing ook al worden er de goorste dingen over hen verteld.’

De Volder is ervan overtuigd dat het jarenlange belachelijk maken van de eigen christelijke traditie en het kerkbashen door onze zelfverklaarde intelligentsia zijn tol eist.

Zelfs als men zelf niet-gelovig is zou men beter waardering opbrengen voor de eigen religieuze traditie. Veel moslims – en lang niet alleen de extremisten – ergeren zich aan een publiek discours dat God en de gelovige voortdurend ontluistert en onderuit haalt.’

Zoals in de fysica, zo stelt de titularis ten slotte, geldt in de geschiedenis dat ieder vacuüm wordt opgevuld. Dat geldt ook voor het spirituele vacuüm dat in onze samenleving groeiende is.

Dat men niet komt klagen als de islam in het gat springt. Onze samenleving kan de moslims zeker integreren – dat doet ze nu al succesvol op veel plaatsen, maar nog niet voldoende – maar met een louter seculiere aanpak zal dat niet lukken. Dat kan Europa alleen maar als het haar eigen humanistische én religieuze traditie ernstig neemt.’

Zie: ‘De ‘Soumission’ begint op kleine schaal’ – ‘De islamitische wereld is oneindig veel complexer’

Ook interessant: Lieve Jeroen (een briefje van God) – Alain Verheij

Foto: askdin.com