Godspot geen hotspot in het brein

godspot

Volgens filosoof en auteur Désanne van Brederode zijn religieuze ervaringen vaak pijnlijk en transformeren ze iemands leven radicaal. Tijdens het Nationaal Religiedebat De Godspot gaf zij commentaar op vragen rond brein en geloof, opgeworpen door breinwetenschappers Michiel van Elk en André Aleman. Van religieuze ervaringen word je helemaal niet gelukkiger, maar het móet omdat je wil dienen, stelde zij. ForumC doet verslag over het debat – met de mogelijkheid terug te luisteren via een podcast.

In 1997 berichtte de LA Times al dat de wetenschap een Godspot in het brein heeft gevonden. Tegenwoordig doen breinwetenschappers Van Elk en Aleman soortgelijk onderzoek, meldt ForumC, een forum over geloof, wetenschap en samenleving, voor iedereen die geïnteresseerd is in grote vragen rond wetenschap, cultuur en het christelijk geloof. De Godspot als hotspot – een plaats die volgens de Van Dale erg ín is, en waar iedereen wil zijn – in het brein?

Van Elk stelde dat neurowetenschappelijke verklaringen van religie plausibel zijn en deze verklaringen maken het bestaan van God onwaarschijnlijk.

Tegelijk bekijkt Van Elk de zaak pragmatisch. De focus moet niet zozeer liggen op de oorzaak van religie, maar op de gevolgen ervan. Neurowetenschappelijke verklaringen maken bestaan God onwaarschijnlijk, maar toch raakt ze niet de kern van religieuze ervaringen,’ aldus Michiel van Elk. ‘De effecten van spirituele ervaringen zijn namelijk erg positief.’

De menselijke geest is volgens Aleman niet los te maken van hersenactiviteit, evenals religieuze overtuigingen.

Maar dit betekent volgens Aleman niet dat religie per definitie een product van ons brein is. ‘Het zijn geen verklaringen maar correlaten,’ reageert Aleman op de stelling dat er neuroverklaringen zijn. Aleman zoekt de verklaring op een ander niveau. Hij stelt dat een mens meer is dan zijn brein.’

Er daarmee bleken de breinen te botsen. Geen breinbrekers, want het leidde niet tot hersen- of breinschuddingen, die in de ogen van Van Brederode waarschijnlijk niet eens hinderlijk zouden zijn geweest, immers de Godspot is in het brein toch niet te vinden, zo zou je kunnen concluderen uit het verslag. Breinen dan slechts als sportieve hersenkrakers in De Nieuwe Liefde, wellicht als Game for the Brain? ForumC vond het in ieder geval een mooie debatavond over God en hersenen.

Van Elks bewering dat wetenschappelijke verklaringen het bestaan van God onaannemelijk maken, staat haaks op Alemans overtuiging dat de wetenschap niets kan zeggen over het bestaan van God. God gaat boven de menselijke pet.’

Van Brederode lichtte haar standpunt over religieuze ervaringen en de Godspot toe met het bekeringsverhaal van Sint Paulus.

Op weg naar Damascus werd hij overvallen door goddelijk licht. Had hij hiervoor zelf gekozen? Of nog sterker, dit zelf bewust veroorzaakt? En wat heeft hij allemaal niet moeten doorstaan om aan zijn goddelijke roeping te gehoorzamen?
Is er dan toch geen Godspot? Van Brederode reageert; ‘Ja, de Godspot bestaat wel. Maar niet in je brein maar in je hart.’

Het Nationaal Religiedebat kan je terugluisteren als je je inschrijft voor de nieuwsbrief van ForumC. Je ontvangt dan een podcast in je mailbox.

Bron: Terugblik debat: de Godspot

Beeld: Scan on left is not contemplating God while scan on right is in prayer. Red areas show activity in language center of brain. (Source: Huffington Post, Huff Post Religion)

Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)

Hoe monniken bezield naar de hemel klimmen

sky-wind-line-tower-mast-metal-1160459-pxhere.com

In het Catharijneconvent in Utrecht gaf historicus Krijn Pansters (Tilburg University) op 9 augustus een college over ‘Constructieve mystiek’ in de middeleeuwen. Oftewel, bouwen voor en aan de ziel. Daarmee klimmen ‘spirituele bouwmeesters’ naar de hemel. Dat doen zij vooral door het bouwen van kloosters. De afmetingen en inrichting van de monnikenverblijven ondersteunen het zielenleven en zielenheil van de bewoners. De ziel zelf zou opgebouwd en ingericht zijn als een soort klooster, een metaforische woning waarin een monnik thuis kan komen.

Op een dag was ik druk met mijn handen aan het werk toen ik begon na te denken over ons spirituele werk. Op een en hetzelfde moment kwamen toen vier fasen van spirituele oefening in me op: lezing, meditatie, gebed en contemplatie. Deze vormen een ladder waarop monniken van de aarde naar de hemel konden klimmen… Lezing is de nauwkeurige bestudering van de schrift… Meditatie is de nauwgezette toeleg van de geest… Gebed is de devote gerichtheid van het hart op God… Contemplatie gebeurt wanneer de geest op een of andere wijze verheven wordt tot God en boven zichzelf uitstijgt.’ (Guigo II [Kartuizer], ± 1188 – De ladder van de monniken 2)

En zo ontstaan veel kloosterordes, dikwijls op initiatief van een charismatische enkeling. Ordes van onder meer de Benedictijnen, Cisterciënzers, Kartuizers, Premonstratenzers, Franciscanen, Dominicanen en Karmelieten. Het Catharijneconvent zelf is rond 1500 een karmelietenklooster, waar later de orde van de Johannieters intrekt. Die orde bidt niet alleen voor en aan de ziel, maar ook voor en aan het lichaam, en bouwt hospitalen. Op het Vredenburg (het toenmalige Catharijneveld) in Utrecht leiden zij tot 1529 een hospitaal: het Catharijnegasthuis. Je ziel woont in je lichaam, daar moet je zuinig op zijn, is de gedachte. Bouwen is in de middeleeuwen ook een veelgebruikte metafoor in de theologie: het gaat dan over bouwen, bouwwerken en fundamenten. In de stilte van de verrezen kloosters is God te vinden. En in die kloosters wonen de ‘stiltespecialisten’.

Zo zijt gij dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. In Hem wordt ook gij mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.’ (Paulus, Efeziërs 2, 19-22)

La_Grande_Chartreuse

Thuiskomen dus bij je eigen ziel. Niet alleen door bouwen, maar vooral ook door bidden: een oefening voor het ‘opbouwen van de mens’. Bidden, door Augustinus als ‘dialoog met God’ omschreven – al kan het eenrichtingsverkeer zijn – gaat ook vanuit het hart, zonder woorden. Dat bidden gebeurt vanuit een cel – die mag niet te klein zijn, dat is ongezond voor de geest. Sommige kloosters bouwen daarom voor hun kloosterlingen kleine woningen, zoals Grande Chartreuse in Grenoble. Afmetingen vind je ook terug in metaforische teksten.

‘[De mens] moet met behulp van Gods genade in zichzelf een bouwwerk oprichten van deugden, driehonderd el [210 meter] lang in het geloof in de Heilige Geest, vijftig el [35 meter] breed in de liefde, en dertig el [21 meter] hoog in de hoop die in Christus ligt; een gebouw dat lang is in goede werken, breed in liefde, en hoog in verlangen, zodat zijn hart mag zijn waar Christus gezeteld is aan de rechterhand van God.’ (Hugo van St. Victor [kanunnik, scholastisch filosoof, 1097 – 1141] De archa Noe, 1,18)

Dionysius de Kartuizer verlangt er ook naar dat anderen God aanbidden. Hij vindt tevens dat we voor iedereen moeten bidden. ‘Voor de levenden en de doden en in het bijzonder voor onze buren, voor hen die aan onze zorg zijn toevertrouwd en voor onze weldoeners. Bovenal moeten we bidden voor het algehele welzijn en voor onze naasten’.

Kloosters zijn soms ook een tegenhanger van met opsmuk opgetuigde kerken, waarover Bernardus van Clairveaux in Apologie 12 stelt:

Ik heb het nog maar niet over de gebedsruimten, geweldig hoog, mateloos lang en onnodig breed, kostbaar afgewerkt, zorgvuldig gedecoreerd. Al dat moois trekt de aandacht van mensen die er bidden en vormt zo een belemmering voor hun innerlijk leven.’

Bron: Het college ‘Bouwen aan de ziel’ is onderdeel van de tweedelige collegereeks van de Tilburg School of Catholic Theology, ter gelegenheid van de zomertentoonstelling Shelter. A contemporary intervention (1 juli t/m 9 september 2018) waarin hedendaagse kunst een verrassende ontmoeting heeft met het 550-jarige klooster van Museum Catharijneconvent en de kunstschatten die het bevat. De bijpassende citaten in dit blog komen van Krijn Pansters.

Beeld: Foto van ‘hemel, wind, lijn, toren, mast, metaal, straatlantaarn, verlichting, artwork, pijl, hoofd, ijzer, Timmelsjoch, Jacobs ladder, metalen pijl, ijzeren ladder’. (pxhere.com)

Klooster: La Grande Chartreuse (foto: Floriel – wiki)

Antoine Bodar kwijnt weg in Plato’s grot

platosgrot21

Priester Antoine Bodar ontsnapte uit Plato’s grot, maar toen hij buiten het licht zag van de jaren zestig, schrok hij zich rot. Angstig rende hij terug de grot in en liet zich opnieuw ketenen. Liever de schaduw van het onechte leven dan de werkelijkheid. Bodar kon niet omgaan met het ‘ik-tijdperk’. Terwijl iedereen zich losscheurde van de ketenen van kerk en autoriteit, en de leegheid van jarenlang opgelegd gezag van zich af probeerde te werpen, zag Bodar met lede ogen aan hoe kerk en autoriteit inboette aan macht. De kinderen van de jaren zestig bevrijdden zich wel uit de grot naar het licht.

In de lezing die Antoine Bodar vrijdagavond in Amsterdam uitsprak tijdens de Nacht van de Filosofiekijkt hij ‘met afgrijzen’ terug op de jaren zestig. Het blijft voor hem een raadsel waarom ‘gillende meisjes in het vieze water springen’ als de Beatles door de Amsterdamse grachten varen. – Die meisjes, Bodar, staan voor jarenlange onderdrukking van het moeten geloven op gezag van kerk en autoriteit. In één sprong komt die verdrukking vrij en zet de bevrijding in. Dat ‘vieze water’ is zo veel beter dan alles wat ze met de paplepel ingegoten hebben gekregen.

Bodar begrijpt ook niets van het ‘pijnigend lawaai’ van Rolling Stones en Small Faces. Ook dat staat voor het losscheuren van repressie. Als je je wilt bevrijden, kan je niet zeggen: ‘Pardon, mag ik alstublieft plaats innemen?’ Nee, dan moet je soms op luide wijze laten merken dat je ook bestaat en met veel lawaai, om anderen eveneens wakker te schudden, laten horen dat je er ook bent, een individu bent, een eigen mening hebt, een eigen leven wil leiden, je eigen muziek wil maken, een ‘eigen-ik’ hebt, je uniciteit wil laten zien.


Zijn is zichzelf kiezen. (Jean-Paul Sartre)


Natuurlijk ging die bevrijding met pijn en verdriet gepaard; de ketenen hadden decennialang roestig vastgezeten en ze losmaken – tegen de repressie in – ging moeizaam en chaotisch en bracht veel onrust met zich mee. Dat laatste vooral bij autoriteiten van kerk en politiek. Natuurlijk leidde dat tot een overreactie, opgebouwd uit die decennialange repressie door autoriteiten die niet beter wisten dan dat je het volk eronder moest houden, wilde je je invloed houden. En die invloed duldde geen tegengeluid. Mond dicht. Gehoorzamen. Luisteren. Maar de tegengeluiden lieten zich niet smoren.


Het is niet belangrijk wat men van ons maakt, maar wat wij zelf maken van wat ze van ons gemaakt hebben. Jean-Paul Sartre (Bron: Saint Genêt, comédien et martyr)


En zo werd het witte fietsenplan geboren, kwam de studentenrevolte, werd het Rode Boekje naast de Catechismus gelegd, kwam Jean-Paul Sartre met zijn uitspraak dat de mens alleen datgene is wat hij van zichzelf maakt – in tegenstelling tot wat autoriteiten wilden opleggen. Vrijheid en verantwoordelijkheid van ieder mens kwamen centraal te staan. Mensen wilden zichzelf (terug)vinden, het zelf doen, zichzelf ontwikkelen, loskomen van het verleden, van gedachten wisselen en nadenken over het leven. Mensen wilden zichzelf toebehoren.


Je kunt in elk decennium bijzondere dingen aanwijzen, maar het was nooit zo omvangrijk. Want dat is het bijzondere van de jaren zestig: er was hoogwaardige cultuur op vele fronten, die ook nog eens heel breed gedragen werd. Die combinatie is ongekend. (Geert Buelens)


Alleen de slechte kant van de jaren zestig zag Bodar. Alleen het stof dat opwaaide in die hervormingstijd. Maar als je iets wil opbouwen, moet je ook iets afbreken. En dat ging natuurlijk niet altijd even georganiseerd, zeker als je niet had geleerd voor je zelf op te komen, zelf te denken. Nee, die onderdrukking moest je eerst van je afgooien. Zo werd heftig gefulmineerd en geprovoceerd tegen het gezag van kerk en de macht.


De blik naar het Oosten bracht nogal wat gesjeesde katholieken in de ban van verdovende vaagheid. Ze hoopten daar iets te vinden wat hier ook bestaat, maar was toegedekt: het mysterie van het katholieke geloof dat bij het oude vuil was geplaatst, gelijk met beelden en paramenten. Het heilige in de godsbeleving was aan het teloorgaan en daarmee de zin voor het sacrale. (Bodar)


Bodar verwijt de Beatles hun blik naar het Oosten en de spiritualiteit die dat met zich meebracht. Maar volgens André van der Braak (leerstoel boeddhistische filosofie VU) kunnen we niet meer op de klassieke manier over God praten en moeten we juist nieuwe vormen vinden om aan onze religieuze verlangens tegemoet te komen. ‘Het boeddhisme kan daarbij helpen, omdat het geen transcendente godheid kent. Het kan de leemte vullen die de ontkerkelijking heeft geslagen’.

jaren60_p14Provo’s protesteerden tegen de Vietnamoorlog (1955-1975). In deze oorlog speelde Amerika een grote rol. Amerika voerde namelijk bombardementen in Vietnam uit en gebruikte chemische wapens. (docukit.nl)

D
e priester zit nog altijd in de grot. Te mokken en te simmen over de bevrijdingsbeweging die de jaren zestig heet. Met zo veel vrijheid kon hij niet omgaan. Veel anderen ook niet altijd, maar ze proberen het, ook al gaat dat niet zonder kleerscheuren, maar het echte leven wordt door velen liever gekozen dan het schaduwleven van de grot.

Frappant dat een paar bladzijden verderop in diezelfde Trouw een recensie staat van Tussen drie plagen, van Jaan Kross. Het grote thema in deze roman is de vraag hoever de mens zich kan aanpassen zonder zichzelf te verliezen. – Dankzij de jaren zestig, Bodar, werd die aanpassing een halt toegeroepen. Anders had de mens zichzelf verloren en volgden we nu nog steeds slaafs autoriteiten en bevrijdden we onszelf nooit. Nu is het zaak zo goed mogelijk verder gestalte te geven aan die vrijheid. Dat is niet eenvoudig, maar beter dan vastgeketend weg te kwijnen in de grot van schijnleven.

Zie: Antoine Bodar: ‘Ik vind het misplaatst, die nostalgie over de jaren ’60’ (Trouw – tekst van de lezing die Antoine Bodar vrijdagavond in Amsterdam uitsprak tijdens de Nacht van de Filosofie.)

Beeld: Deze prachtige klei-animatie over Plato’s Allegorie van de Grot laat zien hoe gevangenen in een grot niets zien van de werkelijkheid. Het enige wat ze  kunnen waarnemen is de schaduw van voorbijgangers op de muur. Zo, vond Plato, zien wij de wereld. De gebrekkige beelden die wij met onze ogen zien zijn maar een vage afspiegeling van een perfecte realiteit. Zien we eenmaal die realiteit, dan lijkt het onmogelijk om anderen te vertellen over onze ervaringen en over wat we hebben gezien. (Tijdschrift Generator V)

Telkens opnieuw beginnen met Jezus

In de vrijzinnige lezing ‘Opnieuw beginnen – Radicale theologie tussen vrijzinnigheid en orthodoxie’ houdt theoloog Frits de Lange een pleidooi voor een Jezus voor a/theïsten, voor mensen die niet in een bovennatuurlijk mensachtig Opperwezen geloven, die naar zijn believen ingrijpt in deze wereld. Een Jezus voor religielozen, randkerkelijken en leden van de ‘Kerkelijke Alumnivereniging’. ‘De God van het theïsme is misschien dood, maar Jezus leeft.’

Christelijk geloof is een eindeloze her-neming, een her-haling van wat ooit begon in en rond deze mens Jezus. Een voortdurend bij hem opnieuw beginnen. Dit is dan voor mij vrijzinnig christendom: een geloof dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf’


Op zoek naar de mens Jezus, geholpen door het kritische onderzoek van de moderne Bijbelwetenschap. We weten niet zo gek veel van de historische Jezus, maar genoeg om mateloos door hem geboeid te raken. Zijn parabels en aforismen intrigeren en choqueren. Zijn radicale ethiek confronteert ons met onszelf. Zijn wijsheid inspireert ons.
Deze joodse rabbi bedreef filosofie zoals de Griekse Cynici dat deden: wijsheid in de vorm van een performance. We proberen we een scherper beeld te krijgen van Jezus van Nazareth als denker en doener. 
(Jezus – de filosoof | Frits de Lange)


De Lange stelt dat volgens Bonhoeffer het christendom om Jezus draaide, en is de kerk, hoe je het wendt of keert, in beginsel een Jezusbeweging die eventueel zonder religie kan, maar niet zonder Jezus. De theoloog houdt het bij Bonhoeffers vraag naar hoe Christus heer kan worden van religielozen. Zijn stelling is dat Christendom, orthodox dan wel vrijzinnig, alleen recht van bestaan heeft als Jezusbeweging.

Christelijk geloof is een eindeloze her-neming, een her-haling van wat ooit begon in en rond deze mens Jezus. Een voortdurend bij hem opnieuw beginnen. Dit is dan voor mij vrijzinnig christendom: een geloof dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf.’

De afstand tot Jezus – De Lange betrekt ook Albert Schweitzer in zijn betoog –  is historisch onoverbrugbaar, maar de ‘geest van Jezus’ is blijkbaar present en spreekt hem direct aan. ‘Jezus leeft’ als jij bereid bent net als hij je leven weg te geven voor het Rijk van God. Om de ‘bijzondere denker’ Jezus te kennen en te begrijpen heb je geen geleerdheid nodig, alleen de hartstocht voor het Rijk van God.

De historische Jezus confronteert Schweitzer met het dwaze verlangen naar de onmogelijke hoop dat het morgen met deze wereld beter gaat. En de liefde voor al wat leeft als de uitdrukking daarvan. Jezus geloofde echt dat God zelf tussenbeide zou komen om het Rijk te realiseren; daarin vergiste hij zich. Daarin was hij nog een traditionele theïst die hoopte op goddelijke interventie. Wij beseffen nu dat we het zelf naderbij moeten brengen.’

Je kunt alleen de echte Jezus ontmoeten, ontdekte Schweitzer, als je je bewust bent van zijn radicale vreemdheid, waarin hij zich aan je begrip onttrekt – en dat alleen door hem te laten terugkeren tot zijn eigen geschiedenis hij deelgenoot kan worden van de jouwe.

Laat christelijk geloof telkens opnieuw beginnen bij en met Jezus van Nazareth (of bij wat we van hem weten) en ga dan na of je gehoor wil geven aan het appel dat deze Jezus op je doet.’

Volgens De Lange hebben kerkelijke theologen niet langer het monopolie op de betekenis van Jezus: in het post-christelijk tijdperk raken ook seculiere onderzoekers en historici in hem geïnteresseerd.

‘Ook al weten we niet wie hij precies was, we kunnen toch relatief zeker zijn van de soort van dingen die hij zei, het soort handelingen die hij verrichtte, de soort persoon die hij was.’

jezus.als.cynisch.filosoof


Jezus, gekleed en gepositioneerd als cynisch filosoof (Museo Nazionale Romana) – (FdL)

De Lange verwijst naar Robert Funk van het Jesus Seminar die de hele christelijke traditie tot nu toe eigenlijk ziet als een geschiedenis van verval, waarin de radicaliteit van Jezus constant is afgezwakt, tegenstemmen zijn gesmoord en afwijkende visies verketterd.

Wie zijn leven verliest omwille van het Rijk van God die zal het behouden’ – als dat de radicale levenswet is die Jezus praktiseerde, dan zijn veel mensen trouw aan hem geweest, binnen en buiten de christelijke traditie, bewust of onbewust.’

En religie is daarvoor geen voorwaarde; sterker nog: zij kan je ernstig daarbij hinderen, aldus De Lange. Godsdienst kan een geleider zijn naar de geest van Jezus, maar kan de ontmoeting met hem ook onmogelijk maken. De historische Jezus vraagt om permanente religiekritiek.

Wat de opbrengst van historisch onderzoek over de mens Jezus voor ons betekent, is aan jou en mij – en niet aan de historicus, zegt De Lange, maar evenmin aan de theoloog.

Het ergste wat je immers met de radicale vreemdheid van Jezus kunt doen is haar onschadelijk maken in een leer over Christus, een christo-logie. Als we toch niet aan theologie kunnen ontkomen – en ik doe de hele tijd hier al niks anders – laat het dan een apofatische christologie zijn, een die begint en eindigt met zwijgen.
De herinnering aan Jezus kan nooit een levensbeschouwing, leer, traditie of religie worden, zonder dat ze het gevaar loopt dat ze wordt afgeplat, versimpeld, gedomesticeerd – verraden. Elke keer als dat gebeurt, wordt het tijd om weer opnieuw te beginnen.’

Zie: Opnieuw beginnen. De Vrijzinnige Lezing, 16 maart 2018 (Uitgebreide versie)
Beeld: © Grey Olsen
Update 20122024 (Layout, links)