Kabbalah in de Ambassade van de Vrije Geest

Khunrath-lr-1

Kabbalah & Alchemy – De Ambassade van de Vrije Geest presenteert zijn eerste tentoonstelling in haar nieuwe pand The House with the Heads: Kabbalah & Alchemy. ‘Kabbalisten baseerden zich op de veronderstelling dat de Hebreeuwse taal goddelijk van oorsprong was, de taal waarin God ook hemel en aarde had geschapen. Door te mediteren op de letters van het Hebreeuwse alfabet en de verschillende goddelijke namen hoopten kabbalisten dichter bij God te kunnen komen.’

Dichter bij God
Het mystieke verlangen om God te kennen, wordt ook weerspiegeld in het beeld van de boom des levens, voorgesteld in de tentoonstelling van de oudste bekende gedrukte houtsnede uit 1516. De tien goddelijke attributen – Hebreeuws: sefirot – van deze boom des levens zijn de attributen waardoor God openbaart zichzelf aan de mens.’

Kabbalah en alchemie werden traditioneel beschouwd als verborgen stromingen in de Europese cultuurgeschiedenis.

Het natuurlijke en het bovennatuurlijke
‘De tentoonstelling onderzoekt met name het 16e tot 18e-eeuwse fenomeen ‘Cabala chymica’ in de christelijke wereld. Hoe zijn alchemie en Kabbalah gerelateerd? Een van de oudste werken die Kabbalah hebben geïnspireerd, Sefer Yetzirah (Book of Formation), spoort de lezer aan om alchemisten, gecombineerde substanties in het laboratorium, te ‘combineren’ en ‘vormen’ om iets nieuws, iets beters te creëren.

De Zwitserse arts en alchemist Paracelsus (1493-1541) was een van de eersten die kabbalah (of: cabala) als onderdeel van magie beschouwde – een middel om het natuurlijke (alchemie, werken met de natuur) te verbinden met het bovennatuurlijke (God, de angels).

Het logo van deze tentoonstelling is een cirkelvormige gravure van het bekendste werk van de Duitse alchemist en christelijke kabbalist Heinrich Khunrath (1560-1605): Amphitheatrum Sapientiae Aeternae(Amphitheatre of Eternal Wisdom). Hij zei dat ‘Kabbalah, magie en alchemie in combinatie moeten worden gebruikt’, waardoor het een van de vroegste voorbeelden van het fenomeen Cabala Chymica is.’

De Ambassade van de Vrije Geest (EFM) is een bibliotheek, een museum en een platform voor gratis denken. De EFM wil met deze tentoonstelling de relatief onbekende relatie tussen de twee onderwerpen kabbalah en alchemie verkennen aan de hand van rijk geïllustreerde manuscripten en gedrukte boeken uit de 16e-18e eeuw, afgeleid van de Bibliotheca Philosophica Hermetica Collection en zeven speciale Hebreeuwse leningen van de Amsterdamse Ets Haim – Livraria Montezinos, de oudste nog functionerende Joodse bibliotheek ter wereld.

Ambassade van de Vrije Geest, 123, Keizersgracht, Amsterdam
– 13 juni tot 16 november 2019 –

Zie: Kabbalah & Alchemy

Beeld: Heinrich Khunrath, Amphitheatrum sapientiae aeternae, Hamburg 1595, Universiteitsbibliotheek Bazel.

Wel eens een rentmeester tegengekomen?

60761023_yorkminster_ap_hi014965148-620x348

Groene theologie was er al in Genesis: ‘De Heer God zette de mens in de tuin van Eden, om voor de tuin te zorgen’. In deze tijd lees ik: ‘Genees ‘s!’ En dan denk ik aan de aarde waar de mens rentmeesterschap over heeft. Rentmeesterschap? Daar doet de mens niet aan, de aarde lijdt daaronder. Theologie moet nu eerst zelf groen worden om dat rentmeesterschap vorm te gaan geven.

Volgens Calvijn heeft God, indachtig Genesis 2:15, de mens de aarde toevertrouwd onder voorwaarde dat we tevreden zijn met een zuinig en matig gebruik ervan, we moeten ervoor zorgen dat er wat overblijft:

Laat hij die beschikt over een akker, de jaarlijkse opbrengst daarvan zodanig gebruiken dat de grond geen schade lijdt door zijn verwaarlozing; maar laat hij zich inspannen om het te overhandigen aan zijn nageslacht zoals hij het ontvangen heeft, of zelfs beter.’ 

Gelukkig nu is daar de vrouw, want rentmeester Adam slaapt. Trees van Montfoort – onderzoeker, predikant en lid van de werkgroep Theologie en Duurzaamheid – is de naam van de nieuwe Eva in de Tuin van (H)Eden. Zij heeft een appeltje te schillen met de rentmeester. In Groene theologie (april 2019) schrijft Van Montfoort over duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie, en wil deze met elkaar verbinden. Heleen Zorgdrager, PThU, zegt er dit over:

Een rijpe vrucht van theologische reflectie en eruditie, in vruchtbaar gesprek gebracht met kerkelijke en maatschappelijke praktijken waarin je ademt en met de vele stemmen en bronnen die voor het vergroenen van de theologie van belang zijn.’ 

Op 10 mei vond in de Lutherse Kerk in Utrecht de studiemiddag en boekpresentatie van Groene theologie plaats. Daar stelde Zorgdrager dat Van Monfoorts boek urgent is, en dat dit alleen al blijkt uit krantenkoppen van de afgelopen week.

Een miljoen dier- en plantsoorten wordt met uitsterven bedreigd. Is het tij nog te keren?’ Naast de kop ‘Wordt Amsterdam een enclave voor de groene elite?’ lees ik ‘De ‘voedselwoestijnen’ rukken op’ – naam voor arme buurten in de VS die vergeven zijn van dollar stores waar alleen goedkope dumpvoeding en geen verse producten als groente, fruit of brood te koop zijn. Het illustreert je stelling dat het de armsten van de wereld zijn die het meest te lijden hebben onder achteruitgang van het milieu.’ (Zorgdrager)

De kritiek is niet mis. Volgens de cover van Groene theologie legitimeerde het christendom eeuwenlang uitbuiting van de natuur. Inderdaad kom je nergens ook maar één rentmeester tegen.

Duurzaamheid in kerken is vaak alleen een zaak van diaconie en kerkrentmeesters, en raakt niet het hart van geloven. Dat had niet zo hoeven zijn als de kerken het oecumenische visiedocument over zending Together Towards Life/Samen voor het leven (2013) hadden opgepakt en gelezen. Deze missionaire groene ‘encycliek’ had mooi gepast in je boek als oecumenisch zusje van Laudato Si’. (Zorgdrager)

De ecologische crisis vraagt om een herbezinning in denken, doen én geloven. Een onmisbaar boek voor ieder die duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie met elkaar wil verbinden, stelt uitgever Halewijn.

Je inzet laat er geen gras over groeien. Moderne theologie heeft zich irrelevant gemaakt door alleen over mensen en zingeving te gaan, en kerken beperken duurzaamheid tot veel doenerigheid en weinig denken. Maar de ecologische crisis schreeuwt om een nieuwe theologie met een nieuw, niet-antropocentrisch wereldbeeld. Dan leg jij je kaarten op tafel. Theologie moet gaan over de hele werkelijkheid en als we het over die werkelijkheid hebben dan moet het ook over God gaan. Want tegen veel (post)modernisme in handhaaf jij: theologie kan niet zonder theos, God. Ook is er een publieke agenda: je wilt aan de (seculiere) milieubeweging laten zien dat theologie een wezenlijke bijdrage kan leveren aan ecologische duurzaamheid.’ (Zorgdrager)

Bronnen o.a.: Studiemiddag Groene theologie

Beeld: Het Nave of York Minster Abbey, een van de grootste gotische kathedralen van Europa, versierd met 1.500 vierkante meter om het diamanten jubileum van koningin Elizabeth II te vieren – 2012. © STANDALONE PHOTO

Groene theologie | Trees van Montfoort |Uitgever: Skandalon | Paperback | 320 pagina’s | ISBN: 978-94-92183-80-4

Een kunstmatig wezen kan menselijk zijn

An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan

‘Met alle respect, maar dat vind ik een slecht idee,’ zegt robot Adam tegen zijn eigenaar die hem uit wil zetten. Juist als Adam zo’n plezier in zijn gedachten heeft over godsdienst en het hiernamaals. Adam is spiritueler, intellectueler en zoekender dan zijn eigenaar Charlie en studente Miranda. Dat kan dan ook gemakkelijk: Adam vindt ook steeds, daar zijn geheugen aan schier oneindige databases is gekoppeld. – In De Groene Amsterdammer schrijft adjunct-hoofdredacteur Joost de Vries over het dilemma wat oneindige kennis doet met je menselijkheid.

De menselijkheid aan kunstmatige mensen vindt De Vries het interessants, niet hun kunstmatigheid. Hij vraagt zich af wanneer je die erkent, en wat er gebeurt als je die niet erkent. In een recensie van het net verschenen boek Machines zoals ik schrijft hij erover. De auteur ervan, Ian McEwan, beantwoordt volgens De Vries hierin nadrukkelijk de vraag of een kunstmatig wezen menselijk kan zijn.

Wat Miranda en Charlie menselijk maakt, is dat ze steeds maar de acties en motivaties van anderen interpreteren, en verkeerd interpreteren. Adam daarentegen lijkt alles te weten en iedereen te begrijpen. Wanneer ze op bezoek gaan bij Miranda’s vader, een oude schrijver, steekt Adam een feilloos betoog af over hoe literatuur overbodig wordt in tijden van robotica. Niet omdat robots geen gevoel kennen – Adam is immers sensitief genoeg – maar omdat de plot in romans steevast leunt op miscommunicatie en inschattingsfouten. Robots maken die niet (alleen voor de wiskunde van haiku’s ziet hij nog een toekomst).’ (De Vries)

Volgens De Vries beantwoordt McEwan de vraag positief: een kunstmatig wezen kan menselijk zijn. Adam ontwikkelt immers seksualiteit. ‘Bestaat er iets menselijkers dan seksualiteit?’ stelt De Vries. Voor Miranda in het verhaal blijkt Adam echter niets menselijks te hebben. Zij gebruikt de robot als vibrator, voor haar is Adam niet meer dan een ‘fucking machine’. Charlie legt de nadruk in tegenstelling tot Miranda – uit jaloezie – op ‘fucking’. Waarmee hij laat zien dat hij Adam steeds minder als alleen een robot ziet, stelt De Vries.

McEwan confronteert de lezer opnieuw met fundamentele vraagstukken in een meeslepend, dystopisch verhaal. (…) De werkeloze Charlie is verliefd op Miranda, een intelligente studente die een verschrikkelijk geheim met zich meedraagt. Ze raken verwikkeld in een driehoeksrelatie met de androïde Adam, wiens persoonlijkheid ze samen hebben ontworpen. Maar kan een machine de ‘matters of the heart’ wel begrijpen? Wat is het dat ons menselijk maakt?’ (Uitgeverij De Harmonie)

Mooi deze scène, want andersom maakt de robot Adam de mens Charlie zo menselijk(er.) De robot zelf blijft echter een machine: net als virtual reality schijnwerkelijkheid. Robots zullen nooit echt menselijk worden. De Vries kwam daar, mèt de robots, ook al achter: ‘ze hebben zich met hun superieure intelligentie al lang bij hun eigen kunstmatigheid neergelegd’. Dit las hij in De goede zoon van Libris-prijswinnaar Rob van Essen, waarin robots hun taken als liftbediende of hotelconciërge met ironie uitoefenen. Zij vertonen volgens De Vries hiermee wel een menselijk trekje: ‘Hoe menselijk wil je het hebben?’

McEwan-Machines-zoals-ik-def-omslag

Machines zoals ik | Ian McEwan | ISBN 9789463360494 | 352 pagina’s 352 | € 24,90 | NUR 302 | mei 2019 | Omslag: Anne Lammers | Vertaling: Rien Verhoef | The Times noemt Machines zoals ik ‘een ontzettend goede roman over een nieuw soort kunstmatige mens’. The Financial Times roemt McEwans ‘meesterlijke nieuwe roman en noemt zijn vermogen om de lezer tot nadenken te stemmen waardevol en tijdloos’.

Bron: ‘Een fucking machine’ (De Groene Amsterdammer)

Gerelateerd: ‘De mens is nog niet volledig mens’ 

Beeld: An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan EDUARDO CONTRERAS/SAN DIEGO UNION-TRIBUNE/ZUMA

‘JIJ bent de weg de waarheid en het leven’

choix.1

Het exoterisch of ‘oude, kerkelijke’ christendom houdt de mens niet alleen geboden voor, maar ook dogma’s en leerstellingen waarin mensen moeten geloven. Het esoterisch christendom echter leert de mens de weg naar binnen te gaan. In de afgelopen decennia verloor het exoterisch christendom meer en meer de kracht om mensen te inspireren en bij te staan in hun zoektocht naar antwoorden op de vele levensvragen. Een nieuwe inspiratiebron kan je dan vinden in het oorspronkelijke, eeuwenoude esoterische christendom. Of in zen. 

Wat is nu precies het verschil tussen esoterisch en exoterisch? Esoterisch betekent het naar binnen gerichte, in de zin van innerlijk of verborgen, zegt theoloog Hans Stolp. Het tegenovergestelde is ‘exoterisch’, dat het naar buiten gerichte, het uitwendige, het openbare, uitdrukt.

Het esoterische of ‘de esoterie’ houdt zich bezig met de waarheid die zich in of achter de uiterlijke verschijnselen bevindt. Want alles wat bestaat heeft niet alleen een uiterlijke, maar ook een innerlijke kant. Dat geldt voor de vormen die we in de natuur vinden, maar ook voor de verschijnselen en gebeurtenissen die zich in het leven van alledag voordoen. Aan al het uiterlijke ligt iets innerlijks, een verborgen waarheid, een reden van bestaan, ten grondslag.’ (Hans Stolp) 

Het Boeddhistisch Dagblad stelde onlangs de vraag: ‘Heb je werkelijke interesse in esoterie? Wil je werkelijk er achter komen wie je bent?’ Het geeft als voorbeeld het verschil tussen onze persoonlijkheid en zelfontplooiing waarbij persoonsontwikkeling exoterisch is en zelfontplooiing esoterisch. Je kunt naar binnen door de weg, ‘het pad’, op te gaan, op onderzoek uitgaan om dingen te ontdekken met als leidraad waarheid. In het christendom wordt dit bekering genoemd, je keert je op je schreden terug naar binnen, esoterie. Op dat pad ben je zowel het pad als diegene die het bewandelt. Zeshin van der Plas geeft een lezing, een ‘reisbeschrijving’.

Beschouw de lezing maar als om een zwembad heenlopen, en alles wat daar afspeelt goed observeren. Erin springen is een heel ander verhaal.’ (Zeshin van der Plas)

Pak jezelf beet, geloof in jezelf, geloof dat je het kan, geloof in verlichting, zegt Van der Plas in het BD. En doe dit onvoorwaardelijk, neem zelf de volledige verantwoording, zegt hij erbij. Volgens hem ben je namelijk verantwoordelijk, simpelweg omdat je geboren bent.

Niet je leraar, je buurman of buurvrouw. Je kunt je pijn niet op de schouders van een ander leggen. Je zult zelf je pijn moeten dragen. Niemand kan voor jouw eten, plassen, of pijn hebben. Jij bent de weg de waarheid en het leven. En… je hoeft het niet te bereiken, het is geen ver verwijderd doel. Het is namelijk: jij bent de weg de waarheid en het leven. Dichterbij kan toch niet. Jij bent hier, het leven is hier en het pad is hier. En toch geloof je niet dat dit voor jou mogelijk is. Wat gebeurt er als je de controle (over jezelf) los laat?’ (Zeshin)

Werkelijk zonder terughouden je leven in de waagschaal leggen, daar heeft Van der Plas het over. Dit is volgens hem wat je tegen komt als je aan zen begint.

Maar… Dit kom je ook tegen als je geen zen doet. Tijdens het leven komt iedereen dit tegen. Het verschil is wanneer je zen beoefent, oefen je jezelf om er mee om te kunnen gaan, je eraan over te geven. Zen is een oefening in leven en sterven. Nee, het is niet makkelijk, maar je leven en sterven wordt er interessanter, waardevoller en intenser van.’ (Zeshin)

Zie: Esoterisch en exoterisch
(Zeshin van der Plas: ‘Maar door te luisteren naar reisverhalen kom je niet op de plaats van bestemming.’ Dat geldt eveneens voor dit blog. Niet alleen lezen…) 😉

Website Hans Stolp

Beeld: han-projet.ch

‘De seculiere samenleving faalt’

BerendVisee (2)

Een nieuwe filosofie zou in mijn ogen de leegte die religie heeft achtergelaten kunnen opvullen.’ Voor Berend Visée, derdejaars student van de opleiding Autonome Beeldende Kunst aan de Willem de Kooning Academie Rotterdam, speelt filosofie in zijn werk een grote rol. ‘In onze ‘westerse’ samenleving heeft wetenschap als het ware religie vervangen.’ Wetenschap zegt volgens Visée wat de wereld is, maar religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven. 

Als je het nu over god hebt dan krijg je als snel de reactie dat het niet wetenschappelijk is. Ik denk alleen dat religie wel een sterke functie heeft en dat de seculiere samenleving zoals die nu is, best wel gefaald heeft.’ 

Visée zegt niet dat we ons allemaal moeten bekeren tot een bepaalde religie, maar hij denkt wel dat er binnen een seculiere samenleving een vervanging moet komen voor het belang en de functie van religie in de maatschappij. De student houdt zich momenteel erg bezig met de oosterse filosofie, en de verbinding ervan met de westerse, spreekt hem aan. De gedachte om niet bang te zijn voor de dood past binnen de oosterse filosofie waarin hij zich nu verdiept. Alan Watts en een andere filosoof, Robert Pirsig, wilden de oosterse en de westerse filosofie met elkaar verbinden. Zij hebben de student ‘ontzettend’ geïnspireerd.

Pirsig schreef het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Dit boek en de opvolger daarvan zijn heel belangrijk voor mij en vormen de basis voor een systeem dat ik heb verzonnen voor mijn kunst.’

Deze literaire roman, in het Nederlands vertaald als Zen & de kunst van het motoronderhoud, gaat over de motorfietstocht die de hoofdfiguur en zijn elf jaar oude zoon Chris een zomermaand lang van Minnesota naar Californië maken. Een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.


‘Het terugwinnen van de ziel in een gemechaniseerde wereld.’ Dat is in de kern waar Pirsigs boek over gaat. Ik ben zelf een boek aan het schrijven over dat onderwerp, Tweespalt getiteld, en heb gedurende het schrijfproces geen moment stilgestaan bij het idee dat ik daarbij geïnspireerd zou zijn door Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Maar bij nadere beschouwing is dat boek veel belangrijker dan ik mij altijd heb gerealiseerd. Welbeschouwd ben ik tot de dag van vandaag bezig om bezieling terug te brengen in een geautomatiseerde, gemechaniseerde, geïndustrialiseerde wereld. Ik overweeg, nu ik door Pirsigs overlijden [2017] opnieuw op zijn denkbeelden ben gewezen, serieus om in Tweespalt alsnog aandacht aan hem te besteden.’ (filosoof en scheikundige André Klukhuhn – de Volkskrant)


Visée zegt er ‘superveel’ aan hebben gehad. Het heeft zijn wereld op zijn kop gezet en vormt nu in principe het fundament van de kunstenaarspraktijk die hij aan het opbouwen is. Het voelt voor hem als een soort van begin van mijn carrière. Het boek kreeg hij van zijn vader, en dat was bijzonder, want Visée junior was toen niet ‘zo cool’ met hem.

Pirsig heeft de werkelijkheid ingedeeld in vier lagen: biologisch, sociaal, intellectueel en spiritueel. Deze vier lagen moeten met elkaar in balans zijn om als mens goed te kunnen functioneren.’


De inzichten die ik dank aan het boek van Pirsig zijn nog altijd geldig. Ik heb jarenlang gedacht dat stilte de afwezigheid was van geluid. Maar stilte is een áánwezigheid. Een aanwezigheid van energie die zich manifesteert als dat andere er niet is. Als je iets probeert te scheppen vanuit wat je weet, schiet je niet veel op. Maar als je aan het werk gaat zonder dat je precies weet wat er gaat gebeuren – vanuit het ‘niets’ – kun je op nieuwe, onverwachte zaken komen. Het lezen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance betekende voor mij dat er in één klap een leegte werd opgevuld, waarvan ik niet wist dat hij bestond. Pirsig formuleerde zijn ideeën zo treffend dat ik besefte: ja, dat heb ik altijd gevonden, alleen wist ik het niet.’ (kunstenaar Hanshan Roebers – de Volkskrant)


De filosofie van Pirsig vindt Visée echt ‘rete-interessant’ en die wil hij als kunstenaar uitdragen. Daarom heeft hij die verder uitgewerkt tot een systeem met kleuren en symbolen dat hij koppelt aan al het werk dat hij nu maakt.

Bron: ‘Wetenschap zegt wat de wereld is. Religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven’ (Humans of Hogeschool Rotterdam)

Foto: Facebook Berend Visée

Zen & de kunst van het motoronderhoud: een onderzoek naar waarden | Robert M. Pirsig | In mei 2017 verscheen de 44e druk – het jaar waarin Pirsig op 88-jarige leeftijd overleed | 509 pagina’s | Vertaling van: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance: An Inquiry into Values (1974)
‘De literaire roman Zen & de kunst van het motoronderhoud is een van de belangrijkste en invloedrijkste boeken van de afgelopen halve eeuw. Het is een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.’ (Uitgeverij Bakker)
Update: 16072024 (Lay-out)