Nieuw randschrift op 2-euromunt: ‘Mammon zij met ons’?


Het Atheïstisch Verbond (AV) begrijpt niet dat ‘met name de christelijke partijen vasthouden aan de handhaving van het randschrift; handhaving dus van een bede aan god op een munt die gewijd is aan een afgod, nl. Mammon.’ Juist daarom! zou ik zeggen, als waarschuwing waartoe ongebreideld kapitalisme kan leiden. Op dit moment naar de afgrond waar Mammon ons grijnzend op staat te wachten.

Het AV correspondeert al anderhalf jaar (!) met de overheid om gedaan te krijgen dat de bede: ‘god zij met ons’ van de munt gehaald zou worden omdat het in strijd is met de ‘scheiding tussen kerk en staat’. Eigenlijk valt dat nog mee van het AV, waarom stellen zij niet meteen voor om kerkgebouwen te slopen en alle christelijke kunst weg te laten halen uit de musea in plaats van zich ongerust te maken over god op de 2-euromunt? Ziet het AV er liever ‘Mammon zij met ons’ op staan?

Symboolpolitiek van het AV? Heeft het geen constructievere gedachten om het seculiere landschap van Nederland en Europa te verfraaien? Het AV: ‘In het verweer van de minister van financiën, maakt zijn woordvoerder een vergelijk tussen christelijke feestdagen en het randschrift met de bede. Volgens hem heeft niemand, gelovig of niet geen probleem met het vrij zijn op die dagen. Er heeft tot nu toe nog geen niet-gelovige gevraagd om afschaffing van de christelijke feestdagen.’

Gelukkig ziet menig niet-gelovige daar inderdaad de onzin van in, net als god weghalen van de 2-euromunt. Het AV zegt dat ‘opnieuw blijkt dat ons land op dit moment eigenlijk door de sgp wordt geregeerd; per definitie een discriminerende partij.’ Het AV weet niet meer te bedenken dan zelf te discrimineren en discrimineert op basis van godsdienst als het god weg wil hebben van de 2-euromunt. Over discriminatie gesproken.

Het aantal van hen die zich atheïst noemen zou heden ten dage ca. 20 procent van de bevolking uitmaken, volgens het AV. Dit als argument om de 2-euromunt te schonen. Op dit moment is 35 procent van de Nederlandse bevolking ‘kerkelijk’, zoals het AV zelf zegt. Doorgeredeneerd zoals het AV, moet god dus op die ene munt juist gehandhaafd blijven. Kan het AV zich intussen met iets rustgevends gaan bezighouden. Met het omruilen van 2-euromunten in die van één. Brandt niet zo in de broekzak. 🙂

God, waar hebben we het eigenlijk over?!

Zie: Overheid wil bede als randschrift euromunt behouden

Illustr: The worship of Mammon (Evelyn de Morgan (British, 1850-1919)

Waar is de vrijheid binnen de godsdienst?


Volgens Marcel Poorthuis, hoogleraar interreligieuze dialoog Universiteit Tilburg, zwicht artsenorganisatie KNMG voor ‘seculiere terreur’. Omdat de artsen zich tegen uitspreken tegen besnijdenis. Besnijdenis is echter een schrijnend voorbeeld van onvrijheid binnen godsdienst, onder het mom van vrijheid van godsdienst. Poorthuis bestrijdt seculiere terreur, maar praat de terreur van godsdienst goed.

Baby’s werden in Amerika indertijd inderdaad besneden uit medisch oogpunt. Op dat moment kies je als arts natuurlijk hiervoor: omdat het de gezondheid betreft. Gezondheid stond toen boven de integriteit van baby’s. Als inzichten echter voortschrijden, kan je besluiten dat besnijdenis niet meer noodzakelijk is. Dan telt integriteit natuurlijk weer. Een arts zal nooit een besnijdenis mogen uitvoeren als dit voor de gezondheid onnodig is.

Voortschrijdend inzicht in religie is een ander punt. Moedwillig baby’s besnijden die niets van God of de wereld afweten, kan je niet goed praten: je kunt baby’s niet verplichten aan God ‘te doen’, misschien willen ze later wel boeddhist worden. De zich emanciperende wereld komt meer en meer tot het inzicht dat er in religie geen dwang mag zijn, dus ook geen kinderen opzadelen met een geloof waarmee ze wellicht later niets te maken willen hebben.

De KNMG getuigt van dit inzicht. Kinderen verplichten tot een onomkeerbaar verbond met God is religieuze terreur. Ethisch zou zijn als kinderen op latere leeftijd hierover zelf bewust mogen beslissen. Dan kunnen ze waarachtig kiezen voor een religie en/of besnijdenis, of juist niet. Dat is pas echt vrijheid van godsdienst.

Zie: Artsenorganisatie zwicht voor seculiere terreur (Nederlands Dagblad)

Gerelateerd artikel: Besnijdenis dwingt jongens tot onomkeerbaar verbond met God  (godenenmensen.wordpress.com)

Zie ook: De besnijdenis: Grote gevolgen van een kleine ingreep (Trouw)

Illustr: viatadefamilie.com

Atheïsme mogelijk dankzij erkenning godsdienstvrijheid

Laat nu het atheïsme juist dankzij de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging bestaansrecht hebben! Nooit zo bij stil gestaan, maar Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, met als leeropdracht ‘theologie van de religie, in het bijzonder het christendom’, wel. Godsdienstvrijheid is dus niet alleen goed voor religieus gelovigen.

‘Het was de erkenning van de godsdienstvrijheid die het uitsluiten van atheïsten van maatschappelijke verantwoordelijkheden deed verschijnen als onrechtmatig. Vandaag de dag spreken alle bepalingen daarom over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en in Nederland krijgt op grond van dit recht bijvoorbeeld het Humanistisch Verbond dezelfde erkenning als kerkgenootschappen en andere religieuze organisaties.’

Aldus theoloog Borgman. Het afschaffen van de vrijheid van godsdienst noemt hij bovendien politiek onverstandig. ‘Hoe kunnen wij van landen met een officiële godsdienst verwachten dat zij mensen met een ander geloof – religieus of seculier – hun rechtmatige vrijheid geven als wij zelf godsdienstvrijheid niet langer erkennen als een grondrecht?’

In Volzin (2011) huivert Borgman van het standpunt van Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn. Zij zeggen in hetzelfde tijdschrift dat het wel een tandje minder mag met de bescherming van de godsdiensten, immers: ‘Geloof is ook maar een mening’. Borgman reageert hierop met te stellen dat ‘de mens een onvervreemdbare vrijheid bezit ten opzichte van welke gezagsinstantie dan ook.’ Ook in Volzin een interview met rechtsfilosoof Wibren van der Burg: ‘Het draagvlak voor anders-zijn wordt steeds minder.’

Zie: Artikel 6 Grondwet – Hoe lang nog?