Religie neemt niet af naarmate wetenschap voortschrijdt


geloofenwetenschap


De Britse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat weinig wetenschap van God verwijdert en veel wetenschap Hem terugbrengt. Nu stelt de Britse socioloog David Martin dat onze filosofiegeschiedenis van de verhouding wetenschap en religie niet alleen het feitelijke beeld van de secularisatie vertroebelen, maar er eigenlijk voor zorgen dat we in een permanente onwetendheid verkeren over de realiteit in de wereld op dit moment.

Martin zegt dit in het artikel Hoe meer wetenschap hoe minder geloof? dat over de complexe verhouding gaat tussen religie, wetenschap en secularisatie. Hij stemt hiermee in met atheïst Sir Bob Geldof die zegt dat, tenzij wij religie gaan begrijpen, we onvoldoende door zullen hebben wat er wereldwijd gebeurt. Martin stelt vast dat de natuurwetenschappers en technologen een grotere godsdienstigheid tonen dan de beoefenaren van de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen. We moeten af van het idee dat harde wetenschappen niet verenigbaar zijn met religie.

‘Stark laat zien dat de softste wetenschappen ook de meest ongodsdienstige zijn, en dat ongodsdienstigheid niet evenredig stijgt met een toenemende blootstelling aan de harde wetenschappen.’

Martin geeft als pakkend voorbeeld het onderscheid tussen de ingeperkte eendimensionele ruimte die in de voormalige DDR werd nagestreefd – waar een denken in ‘of-of’ regeerde – en anderzijds de nogal open denkruimte in de Verenigde Staten, waar een geloof in engelen, UFO’s  en buitenaardse wezens kennelijk vrolijk samengaat met ruimtevaarttechnologie.

davidmartinOok is boeiend om vergelijkingen te lezen als: ‘Jouw leven is in hun handen’ als we over artsen spreken en ‘Hij heeft de hele wereld in Zijn hand’. Of: ‘De waarheid is groot en zal zegevieren’ versus ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’. Martin heeft het dan over taal en sociologische analyse.

Verderop stelt David Martin (foto: wapenveld.nl) dat volksreligie en de elitaire Verlichting meestal hand in hand gingen bij de opbouw van een inclusief burgerlijk nationalisme. Martin vestigt ook extra de aandacht op het proces van sociale differentiatie en het ontwikkelen van een bewust persoonlijke religie, dat nogal kenmerkend is voor moderniserende maatschappijen. Hij stelt dat terwijl op vele plekken in de wereld magie en religie door de opkomst van moderniteit uiteenvallen, dat dit niet zo duidelijk geldt voor de oosterse orthodoxie in Europa.

‘Zo vinden we in Griekenland een verrassend geloof in de kracht van iconen en bescherming vanuit het spirituele domein, gepaard gaand met een geloof in de duivel, dat slechts geëvenaard wordt in de Verenigde Staten. Vanuit de Griekse geschiedenis bezien niet zo verwonderlijk, maar helder is wel dat het voortschrijden van wetenschap niet de meest voor de hand liggende factor is voor wie een verklaring zoekt.’ 

Martin stelt voorts dat de intellectuele geschiedenis wordt beïnvloed door een master narrative dat godsdienst beziet als een incoherent en achterlijk bijgeloof of als ziekelijk schuim dat het ware zicht op de realiteit belemmert. Deze filosofische geschiedopvatting is volgens Martin te veel beïnvloed door wat John Weightman ontleed heeft in zijn The Concept of the Avant Garde.

‘Het is niet zo dat het concept van de avant-garde nooit gebruikt mag worden, maar het wordt gevaarlijk indien de progressieve voorhoede als standaard voor een samenleving wordt genomen, omdat die nu eenmaal de krantenkolommen vult.’ 

Mensen liggen niet zozeer wakker van esoterische vragen zoals die naar mogelijke constructiefouten in de schepping. Volgens Martin houdt mensen het mogelijk schadelijk verband tussen religie en geweld en intolerantie bezig en krijgt hierdoor vooral het verhaal aandacht dat het religieuze dwaalspoor en de verwijtbare slechtheid zullen eroderen door de ontdekking van de wetenschappelijke waarheid.

‘De link die wordt verondersteld tussen religie en het kwade, of dit nu aanbevolen wordt door populaire wetenschappers of door borrelpraat, lijkt overtuigend te zijn en roept om een grondige sociologische analyse, die ik hier onmogelijk kan geven. Het berust echter op een naïeve en simplistische verwijzing naar een handvol feiten of het nu Noord-Ierland betreft, het Midden-Oosten of waar dan ook terwijl een grondige studie uit de weg wordt gegaan van de cruciale, maar zeer complexe vraag over hoe religie al dan niet zich tot macht en de dynamiek van macht verhoudt.’

Martin stelt dat de afname van religie eerder te wijten is aan wetenschappelijk falen dan aan de ontdekking van wetenschappelijke waarheid.

‘Het is belangrijk om hier op te merken dat bepaalde wetenschappelijke theorieën die religie in ons brein positioneren als een ingebouwd neurologisch programma dat in een verafgelegen oertijd onze kans op overleving vergrootte, ondertussen secularisatie op wetenschappelijke of pseudowetenschappelijke gronden fors beperken.’

Ten slotte nog een mooie uitsmijter van Martin:

‘Als ik atheïst zou zijn die van plan was het geloof van een intelligente jonge vriend te ondermijnen, dan zou ik hem het vak Bijbelkritiek aanbevelen –  ‘t lijkt heel wat, maar het is niet veel zaaks of onderwijs in psycho-gebabbel en socio-gebabbel, of helemaal het beste, een krachtige onderdompeling in de romantische literaire Weltschmerz. Maar zeker niet, absoluut niet, een onderwijsmodule in astrofysica. Hij of zij zou namelijk nogal gemakkelijk kunnen gaan denken dat hij of zij ‘The Mind of the Maker’ (Gods Gedachten) aan zou treffen.’

Zie: David Martin Hoe meer wetenschap, hoe minder geloof?
(Via Geloof & Wetenschap)

Illustr: kerkindenhaag.nl

‘De Verlichting verwierp de religie niet totaal’

25_b_verlichting
De relatie tussen Verlichting en religie is nog steeds een punt van heftige discussie. Voor de een vormt de Verlichting het verzamelpunt van alle godsdienstigheid, voor de ander probeert zij juist het traditionele christendom aan te passen aan het moderne, seculiere denken. In Leiden werden hierover afgelopen zaterdag woorden gewisseld tussen Bart Jan Spruyt en Ernestine van der Wall.

‘Dit werd gevolgd door een reactie van de internationale autoriteit op dit gebied, professor Jonathan Israel van het Institute for Advanced Study te Princeton. Zij kwamen echter niet tot een eensluidend oordeel over de vraag of de Verlichting moet worden beschouwd als een blijk van vooruitgang of juist als een teken van verderf.’ (Jan Wim Buisman))

Volgens een verslag van Universiteit Leiden door Jan Wim Buisman was de Verlichting geen oorlog tussen rede en religie. Het stelt dat niet alle moderniteit seculier, laat staan atheïstisch is, ook al is voor Israel de Verlichting een in essentie seculiere stroming, de radicale, antigodsdienstige denkrichting zoals gepresenteerd door Spinoza.

‘Tegen deze opvatting is het nodige verzet gerezen, al was het maar omdat de Verlichting volgens velen meer is dan de kraamkamer van het moderne wereldbeeld of het 21e-eeuwse atheïsme.’  (JWB)

In discussies over de strijd tussen religie en rede wordt – volgens Gert J. Peelen in de Volkskrant – vaak vergeten hoezeer die twee elkaar in de loop van de eeuwen hebben beïnvloed. De meeste vertegenwoordigers van de Verlichting, aldus het verslag van Buisman, verwierpen de religie niet volstrekt; zij kozen ervoor hun denken en doen vorm te geven in een ‘vrij’ en seculier klimaat, min of meer onafhankelijk van het gezag van kerk en traditionele Bijbelinterpretatie.

‘Voor deze laatste opvatting kunnen we ook terecht bij de hedendaagse filosoof Charles Taylor die meent dat we de bronnen van het moderne, individuele denken voor een belangrijk deel kunnen zoeken in de religie zelf.’  (JWB)

om.Buisman_300Hoe het ook zij, aan de hand van een combinatie van historische essays en bronteksten wil Verlichting in Nederland 1650-1850 op ‘goed verlichte wijze’ de lezer zelf laten oordelen.

Verlichting in Nederland 1650-1850 – Vrede tussen Rede en Religie? | Jan Wim Buisman | ISBN: 9789460041501 | Uitgever: Vantilt | Paperback | Prijs: € 22,50 

Zie: Verlichting was geen oorlog tussen rede en religie 

en: Boekpresentatie Verlichting in Nederland

Illustr: Reid, Geleijnse & Van Tol

Haagse seculiere wind blaast zelfs humanisten omver

wereldhumanismedag (1)
‘Humanisten zijn veel te soft,’ stelde onderzoeker dr. A. de Bruin al in maart. Zou dat komen doordat het Humanistisch Verbond (HV) zo’n 15000 grotendeels vergrijsde leden heeft? Trouw kopt nu: ‘Humanisten? Softer dan ooit’ boven het artikel waarin Anton van Hooff van De Vrije Gedachte stelt dat het humanisme zijn pit verloren heeft.

Historicus Van Hooff stelt in de papieren krant dat het humanisme in ruil voor erkenning verraad pleegt aan zijn gedachtegoed. (Als je geen abonnee bent, kan je voor € 1,50 achter de betaalmuur van Trouw genoemd artikel digitaal lezen – via de zoekpagina, trefwoord ‘humanisme’. Voor 1 dubbeltje meer heb je de hele papieren krant.)

‘Ze (het HV, pd) suggereren wel goddeloos te zijn, maar als je kijkt naar de praktijk, dan blijkt dat niet. Men heeft geweldig veel respect voor religie. Men staat er voor open. Dat is verraad aan de traditie.’ 

devrijegedachteVolgens Van Hooff, voorzitter van het bestuur van De Vrije Gedachte, zit het humanisme door de verzuiling – Nederland is het enige land waarin humanisme als een aparte zuil is vormgegeven – in hetzelfde schuitje als de andere ‘levensbeschouwingen’. Door de bezuinigingen die Den Haag uitvaardigt, wordt nu ook het humanistisch vormingsonderwijs bedreigd en de humanistische omroep Human.

Trouw noemt het ironisch dat de Haagse seculiere wind ook humanisten omver blaast, want vertegenwoordigt het humanisme niet bij uitstek seculier Nederland? Volgens Van Hooff is een humanist per definitie een atheïst – ook al noemt De Vrije Gedachte zich uitdrukkelijk ‘atheïstisch humanistisch’.

‘Bij het mainstream-humanisme dreigt de ‘strijdbaarheid tegen religie en andere onwetenschappelijke kwakzalverij’ te verdwijnen.’ 

humanBoris van der Ham, sinds kort voorzitter van het HV, klinkt in hetzelfde artikel allesbehalve vergrijsd en vindt dat Van Hooff zijn identiteit zoekt in de vijandschap tegen religie. Van der Ham stelt dat alle mensen levensvragen hebben en dat de rijke traditie van seculiere denkers en humanisten handvatten kunnen bieden.

‘Het Humanistisch Verbond is seculier en verzet zich tegen een voorkeursbehandeling van religie. Sommige hardline religieuzen vinden ons daarin te ver gaan; de atheïstische hardliner Van Hooff vindt dat niet genoeg. Volgens mij zitten we dan precies goed.’

Respect-voor-religie1-190x188Van Hooff stoort zich aan geestelijk verzorgers die optreden als een soort pseudoreligieuze helpers.

‘Humanisme in Nederland lijkt steeds meer op een religie. terwijl humanisme juist de plek is waar je heengaat als je niks hebt met religie. (…)  Je hebt tegenwoordig christen-humanisten en moslim-humanisten, zoals alevieten. Zelfs Jezus wordt door sommigen een humanist genoemd. Ja, wat houdt die term dan nog in?’

Zie: Humanisten? Softer dan ooit (Trouw – 20-06-2013)

Illustr. ‘bullshit’: De Vrije Gedachte