Geloof in God is rationeel

levensbeschouwingen

Het nieuwe atheïsme laat geen mogelijkheid onbenut om te verkondigen dat geloof in God irrationele onzin is: het bestaan van God is niet wetenschappelijk bevestigd en Godsgeloof zou daarom intellectueel onaanvaardbaar zijn. Dit soort sciëntistische religiekritiek berust echter op een diep en in feite zelfs tragisch misverstand.

Het soort rationaliteit dat vereist is om wetenschappelijke theorieën te beoordelen is namelijk van een volstrekt andere orde dan het type rationaliteit dat nodig is om levensbeschouwingen, zoals het christendom of het seculier humanisme, te evalueren.’

visje

Dit stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen (2017), waarin een boeiende verzameling wijsgerige bijdragen is gebundeld. Ze handelen allemaal over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God.

Religie staat vooral voor vrijheid. De existentiële vrijheid om, contra de prozaïsche alledaagsheid, het transcendente te denken en duiden.’

In het hoofdstuk Theïsme als manier van leven stelt de auteur dat het christendom, maar ook andere religieuze en seculiere wereldbeschouwingen, niet alleen bepaalde antwoorden geven op de vraag wat we over de aard van de wereld kunnen weten, maar ook op wat we in dit leven moeten doen en waarop we mogen hopen.

‘Een levens- of wereldbeschouwing is namelijk een wijze van verstaan van en omgaan met de wereld. Het is het eenheidsstichtend betekeniskader van waaruit iemand zijn of haar leven verstaat en vormgeeft. Als zodanig geeft het antwoorden op onze grote vragen, zoals de vraag naar de herkomst van de kosmos en de plaats van de mens daarin.

Overdenkingen

Een wereldbeschouwing moet, zo suggereren de nieuwe atheïsten, het resultaat zijn van wetenschappelijk onderzoek. Maar volgens de filosoof is het van belang dat een wereldbeeld verenigbaar is met de resultaten van de wetenschap. Bovendien valt de vraag of God bestaat sowieso buiten het domein van de vakwetenschappen.

Dit laat echter onverlet dat bepaalde wetenschappelijke inzichten (zoals de geconstateerde fine-tuning van de kosmos) gebruikt kunnen worden als premissen in een filosofisch argument voor het bestaan van God. En omdat zulke argumenten de plausibiliteit van het bestaan van God kunnen verhogen zijn ze eveneens van belang voor het rationeel evalueren van het theïsme als wereldbeschouwing.’

Godsgeloof rationeel evalueren kan, als theïsme als levensbeschouwing en niet als wetenschappelijke hypothese wordt beoordeeld.

En dan blijkt de zaak heel anders te liggen dan het nieuwe atheïsme voorstelt. Theïsme is als wereldbeeld namelijk niet alleen consistent, coherent, en compatibel met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.’

Het theïsme is volgens Rutten in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verstaan en te begrijpen, zoals bijvoorbeeld het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets; het bestaan van uniforme, universele en stabiele natuurwetten; het gegeven dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad; ervaringen van (zelf)bewustzijn en vrije wil; de ervaring van de objectiviteit van bepaalde morele waarden en verplichtingen; en verschillende mystieke en religieuze ervaringen.

OverGod

Ook interessant in dit kader is filosoof Gary Gutting die het boek Over God schreef uit bezorgdheid over de rationaliteit van filosofen. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes – die het boek vertaalde – vraagt Gutting zich of de filosofen die hij interviewt ‘ook maar mensen’ zijn en of zij achter hun professionele façade toch heel wat minder rationeel zijn.

Over God laat filosofen aan het woord over ideeën over God, over onder meer rationaliteit van geloof en ongeloof; geloof en wetenschap; atheïsme en theïsme; moraal; het idee van religie als godsdienst en over de verhouding tussen verschillende religies onderling.

Overdenkingen | Emanuel Rutten | april 2017 | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN 9789082186994 | € 15,95 | 229 blzn. | Nog niet digitaal beschikbaar
Als bovenstaand artikel vragen oproept, of nadere verklaring en uitleg, dan is deze bundel zeker een must (have)!

Over God | Gary Gutting | september 2017 | Amsterdam University Press | ISBN10 9462987025 | ISBN13 9789462987029 | € 19,99 | E-book  € 9,99

Beeld: mensensamenleving.me

‘God houdt zich buiten het domein van de wetenschap op’

nasa

‘En gelukkig maar, want als die ergens thuishoort, is het daar,’ aldus New Scientist van januari 2017. Volgens dit maandblad werden de grootste vragen traditiegetrouw aan filosofen overgelaten: hoe weet ik dat ik besta? Beschikken we over een vrije wil? Waaruit bestaat de werkelijkheid? En waarom bestaat er überhaupt iets en niet niets? Tegenwoordig eigenen wetenschappers zich deze vragen steeds vaker toe. New Scientist publiceert een Dossier Metafysica.

Kunnen we ooit weten of God bestaat?’ is eveneens een van de vragen die New Scientist zich stelt. Het vraagt zich af wat er voor nodig is om het bestaan aan te tonen van een bovennatuurlijk wezen dat zich, om maar wat te noemen, overal en nergens bevindt, immanent en transcendent is, kenbaar en onbegrijpelijk; voor het vinden van bewijs voor het higgsdeeltje was al vijftig jaar nodig.

Met het voortschrijden van de wetenschappelijke kennis is er weinig overgebleven van het standpunt dat overal bewijs voor gods bestaan te vinden is. Sommige moderne religieuze filosofen hebben zich daarom bekend tot het standpunt van de gereformeerde epistemologie. Zij stellen dat het bestaan van een god geen rechtvaardiging of bewijs behoeft. God bestaat gewoon, punt uit.’ (NS)

Intelligent design bleek weerlegbaar, ondanks zoiets moois en functioneels als een oog of een vlinder. Het leverde geen bewijs voor het bestaan van een schepper. Nu wordt gesteld dat er steeds meer denkers voor de alternatieve stelling voelen dat er overal bewijs voor te vinden is dat god niet bestaat.

Waarom we toch menen dat het anders zit, is verklaarbaar vanuit de ‘hypothese van cognitieve bijwerking’. Die stelt dat het menselijk brein neigt naar religieuze overtuigingen, onder andere door het hyperactive agency detection device – de veronderstelling waarin we verkeren dat alles in onze omgeving veroorzaakt wordt door een onzichtbaar iets of iemand.

Dit geëvolueerde systeem was misschien voordelig voor onze voorouders: zodra zij de aanwezigheid van een dier in het struikgewas ontwaarden, waren ze beter voorbereid om snel te vluchten of aan te vallen. Maar het gevolg daarvan is dat wij tegenwoordig geneigd zijn om in alles wat we zien gebeuren een onzichtbare hand te zien, wanneer we het niet direct kunnen verklaren.’ (NS)

New Scientist verwijst hiermee naar natuurkundige Victor Stenger, die stelde dat de monotheïstische god waar miljarden mensen in geloven, ofwel bestaat of niet bestaat, maar als die wel bestaat, dan moeten daar aantoonbare gevolgen voor te vinden zijn.

Eén reden waarom zo veel mensen in god geloven, is dat het geloof de meedogenloosheid van het bestaan verzacht door het universum betekenis te geven. Sommige theologen menen zelfs dat de zinloosheid van een bestaan zonder god juist het bestaan van die god bewijst.’ (NS) 

Voor Dascha Düring hoeft dat bewijs niet gevonden te worden, liever niet zelfs. Vorig jaar schreef de filosofe (Universiteit Utrecht) in Bij Nader Inzien, een site die maatschappelijke kwesties voorziet van filosofische analyse en reflectie, het artikel Ammehoela Godsbewijs: als God bestaat zou hij helemaal niet willen dat wij hem bewijzen.

Het godsbewijs is een nekslag voor het geloof, en daarnaast kunnen we dan de volledige filosofische theologie – bijvoorbeeld Aquinas, Meister Eckhart, Luther – in de prullenbak gooien. Zelfs als agnost lijkt mij dat buitengewoon zonde. Als wij weten dat God bestaat, kunnen wij niet geloven dat God bestaat – want we weten dit immers. Als God bestaat, kan hij niet willen dat wij niet in hem geloven. Als God bestaat, kan hij niet willen dat hij bewezen wordt.’ (DD)

Een van de filosofen die hierop reageerde was Emanuel Rutten. Hij stelt dat als er wél een sluitend algemeen Godsbewijs zou bestaan, dat er dan nog genoeg ruimte overblijft voor geloof.

Want zo’n bewijs zegt helemaal niets over de vraag of God de God is waarvan, zeg, het christendom getuigt. Ook zegt zo’n bewijs niets over de waarheid of onwaarheid van allerlei specifieke uitspraken in, zeg, de Bijbel. Daarnaast sluiten geloof en weten elkaar niet noodzakelijk uit. De meeste filosofen beschouwen kennis zelfs als een vorm van geloof.’ (ER)

Zie:
Dossier Metafysica (Blendle – New Scientist)
Ammehoela Godsbewijs: als God bestaat zou hij helemaal niet willen dat wij hem bewijzen (Bij Nader Inzien)

Illustr: ‘Hand van God’ – Wetenschappers vertellen dat de ‘Hand van God’ een soort nevel is dat circuleert om een neutronenster. Het verschijnsel is ontstaan toen een ster explodeerde. De overgebleven pulsar draait heel snel, zo’n zeven keer per seconde, om zijn eigen as waardoor de puindeeltjes (onder andere gas) de ruimte in worden geslingerd. In 2009 is ook al een ‘Hand van God’ waargenomen door NASA. (2014)

‘Intellectuele elite weet te weinig van de islam’

eastwest

‘Ik ben ervan overtuigd dat het jarenlange belachelijk maken van de eigen christelijke traditie en het kerkbashen door onze zelfverklaarde intelligentsia zijn tol eist.’ Geen uitspraak van Alain Verheij over het programma van Jeroen Pauw en zijn vooringenomen anti-godsdienstigheid, maar van Jan De Volder, titularis van de Cusanus Leerstoel ‘Religie, Conflict en Vrede’ aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. ‘Onwetendheid is een wrange vrucht van het secularistische denken dat bij onze intelligentsia merkwaardig lang blijft doorwerken.’

Onze intellectuele elite weet inderdaad over het algemeen te weinig van de islam. Ik voeg daar onmiddellijk aan toe: van alle godsdiensten, in de eerste plaats ook van het christendom, dat onze eigen samenleving mee smeedde tot wat ze nu is. Die onwetendheid is een wrange vrucht van het secularistische denken dat bij onze intelligentsia merkwaardig lang blijft doorwerken.’

Volgens prof. dr. Jan De Volder is het secularisme niet in staat om godsdiensten ernstig te nemen als historische krachten die er toe doen, misschien in de huidige eeuw nog meer dan in de vorige. Religie blijft daarom een blinde vlek bij vele weldenkenden en dat wreekt zich.

Wim Van Rooy is auteur van De malaise van de multiculturaliteit en Waarover men niet spreekt. De Volder reageert op zijn artikel in De Morgen, waarin hij ingaat op enkele van Van Rooys uitspraken en analyses. Zoals dat de islam het nieuwe nazisme zou zijn, en een complexe en gelaagde godsdienst met eeuwenoude en soms onderling sterk afwijkende tradities en geloofsbeleving en anderhalf miljard gelovigen, vergelijkt met een welbepaalde racistische ideologie die onder leiding van een sterke man vanuit het hart van een moderne Europese staat de wereldmacht nastreefde.

Laten we wel wezen: als Van Rooy gelijk had, dan zat de wereld met een gigantisch probleem. Maar zoals zo vaak gaat ook hier de reductio ad hitlerum niet op. Want waar is dat goed getrainde en uitgeruste islamitische leger dat op het punt staat Europa en de wereld te veroveren? Waar is die goed geoliede staatsmachine? Waar is die Hitler?’

Nog een denkfout die Van Rooy volgens De Volder maakt, is te geloven dat een godsdienstige beleving louter terug te voeren zou zijn tot zijn bronteksten: Koran, Hadith en enkele klassieke denkers, die hij ijverig heeft doorploegd.

Natuurlijk staan daar verzen en redeneringen in die de wenkbrauwen doen fronsen en die bij letterlijke naleving problematisch zijn. Maar evengoed zijn er tal van andere verzen die menselijke en sociale deugden bepleiten die bij letterlijke naleving van de wereld een betere plaats zouden maken.’

Volgens De Volder scheert Van Rooy 1,5 miljard aardbewoners over één kam, roept hij ze uit tot vijand, en trapt hij met dit soort wij-zijredeneringen precies in de val die IS, Al Qaeda en aanverwanten spannen: het is juist hun strategie de vijandigheid jegens alle moslims aan te wakkeren, opdat die polarisatie op haar beurt de moslims zou wakker schudden en aan hun zijde doen strijden. Volgens de professor zou het echte voorzorgprincipe erin bestaan van de rechtgeaarde moslims (het overgrote deel) bondgenoten te maken in de strijd tegen de extremisme.

Dat betekent ook: oor hebben voor hun verzuchtingen, respect en waardering voor hun geloof opbrengen. Vooral aan dat laatste wil het wel eens ontbreken.’

Waarom horen wij niet wat meer waardering doorklinken voor menselijke en sociale waarden die veel moslims beleven, vraagt De Volder zich af.

Gastvrijheid, zorg voor hun ouderen, geen alcoholmisbruik: voor hen zijn er gewoonlijk geen dure rusthuizen nodig want ze zorgen gewoonlijk zelf voor hun ouderen, voor hen geen dure BOB-campagnes want drinken doen ze niet enzovoort. Het opbrengen van zelfbeheersing ook al worden er de goorste dingen over hen verteld.’

De Volder is ervan overtuigd dat het jarenlange belachelijk maken van de eigen christelijke traditie en het kerkbashen door onze zelfverklaarde intelligentsia zijn tol eist.

Zelfs als men zelf niet-gelovig is zou men beter waardering opbrengen voor de eigen religieuze traditie. Veel moslims – en lang niet alleen de extremisten – ergeren zich aan een publiek discours dat God en de gelovige voortdurend ontluistert en onderuit haalt.’

Zoals in de fysica, zo stelt de titularis ten slotte, geldt in de geschiedenis dat ieder vacuüm wordt opgevuld. Dat geldt ook voor het spirituele vacuüm dat in onze samenleving groeiende is.

Dat men niet komt klagen als de islam in het gat springt. Onze samenleving kan de moslims zeker integreren – dat doet ze nu al succesvol op veel plaatsen, maar nog niet voldoende – maar met een louter seculiere aanpak zal dat niet lukken. Dat kan Europa alleen maar als het haar eigen humanistische én religieuze traditie ernstig neemt.’

Zie: ‘De ‘Soumission’ begint op kleine schaal’ – ‘De islamitische wereld is oneindig veel complexer’

Ook interessant: Lieve Jeroen (een briefje van God) – Alain Verheij

Foto: askdin.com

Post-theïsme, het Nieuwe Geloof?

UITGELICHT
Volgens theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes stevent Nederland af op een postchristelijke samenleving met een post-theïstisch geloof. Hij trekt die conclusie na het lezen van het boek God in Nederland 1966-2015. Maar wat in hemelsnaam is post-theïstisch geloven? In zijn boek God, iets of niets? duidt hij deze manier van geloven aan als een veelvormige manier van denken die het theïsme achter zich heeft gelaten, maar geen afscheid van religie wil nemen.

‘Maar wat in hemelsnaam is post-theïstisch geloven? In zijn boek God, iets of niets? duidt Taede A. Smedes deze manier van geloven aan als een veelvormige manier van denken die het theïsme achter zich heeft gelaten, maar geen afscheid van religie wil nemen’

Het post-theïsme laat in ieder geval orthodox denken achter zich, want post-theïsten willen voorkomen dat hun denken verstart, dat ze nieuwe denkconstructies en systemen ontwerpen die nieuwe ‘sterke structuren’ vormen waarin ze gevangen raken.

‘Post-theïsten zijn iconoclasten die ook hun eigen ideeën voortdurend moeten kapot gooien (‘deconstrueren’ om met Derrida te spreken). Ze spelen met taal, springen van beeld naar beeld, laten zich niet vangen in posities en formuleringen, ideeën krioelen als mieren en vervloeien in een voort stromende beek waarin zich af en toe een onderliggende orde lijkt te vormen om vervolgens weer tot louter beweging te vervloeien.’
(Uit: God, iets of niets?)

Ruimte bieden aan de leegte
Smedes zegt het post-theïsme niet als een soort alternatief voor theïsme te beschrijven, zoals religiejournalist Koert van der Velde in een reactie op zijn boek veronderstelt, en zeker geen ‘best alternatief’. In God, iets of niets? zet Smedes ‘slechts’ al het geloof en ongeloof helder op een rijtje. Als lezer kan je je eigen conclusies trekken uit de vele overzichtelijke en boeiende informatie die hij biedt. Smedes spreekt van een ‘spanningsvolle dynamiek, een voortdurend heen en weer pendelen tussen geloof en ongeloof’. Het is

‘…het achterlaten van een klassiek, personalistisch theïsme waarin God los van de wereld staat, om ruimte te bieden aan de leegte die ervoor in de plaats is gekomen. Een leegte die niet als een gemis of een isolement wordt ervaren, maar juist als een uitnodigende, heilvolle en mystieke ruimte.’ (Uit: God, iets of niets?)

‘Niets meer vanzelfsprekend’
De stellige overtuiging dat God bestaat, die in het theïsme pontificaal overeind staat, zo zegt Smedes, is bij post-theïsme vervangen door een opvatting van geloof als een tastend zoeken, met daarbij de acceptatie van twijfel. Een religiositeit die ‘na het theïsme’ komt, een religiositeit die ontstaat op het moment dat afscheid is genomen van de theïstisch voorgestelde God.

‘Een van de elementen van post-theïsme is dat het ook nadenkt over de vraag wat het spreken over God vandaag de dag nog betekent en hoe we überhaupt nog over God kunnen spreken, nu het theïsme als centrale leidraad voor het nadenken over God is weggevallen. Bij post-theïsme is niets meer duidelijk en vanzelfsprekend.’ (Uit: God, iets of niets?)

Het heilige en transcendente
Smedes verwijst onder meer naar de protestantse post-theïstische theoloog Rick Benjamins, die schrijft dat een post-theïstische theologie ‘opnieuw vorm en uitdrukking probeert te geven aan het heilige en transcendente, nadat het idee van een transcendent goddelijk wezen, dat los van de wereld bestaat, is verdwenen’. Een van de kwesties die post-theïsme aan de orde stelt, aldus Smedes, is precies de vraag wat vandaag onder het heilige en het transcendente verstaan kan worden.


Rick Benjamins: Boven is onder ons’

‘Post-theïsten brengen het heilige en transcendente juist nadrukkelijk in verband met spreken over God. Het post-theïsme kent dus een moment van betrokkenheid, van commitment aan het spreken over God dat als waardevol ervaren wordt.’ (Uit: God, iets of niets?)

Spreken over God: waardevol
Dat klinkt mij wel even tegenstrijdig in de oren, immers het transcendent goddelijk wezen is toch verdwenen? Maar blijkbaar weerhoudt dat post-theïsten niet van spreken over God: dat wordt als waardevol ervaren, zo begrijp ik. Een religiositeit die ‘na het theïsme’ komt, een religiositeit die ontstaat op het moment dat afscheid is genomen van de theïstisch voorgestelde God. Smedes, in ieder geval, zegt post-theïsme eerst en vooral te hebben beschreven als een project en niet als een afgebakende theologische positie.

‘Post-theïsme is dus zowel het theïsme als het atheïsme voorbij. Post-theïsme wordt zo tot een invulling van een post-seculiere levensbeschouwing, een levensbeschouwing die voorbij het dualisme van geloof en ongeloof gaat.’

‘Het post-theïsme heeft het theïsme achter zich gelaten. Het cultureel dominante beeld van een bovennatuurlijke, persoonlijke God die door middel van wonderen met ieder van ons communiceert, heeft plaatsgemaakt voor een pluraliteit aan godsbeelden en spreekwijzen, die gemeenschappelijk hebben dat ze een zoekend karakter hebben. ‘Zoeken’ en ‘twijfel’ krijgen veel ruimte bij post-theïsten.’ (Uit: God, iets of niets?)

God, iets of niets? – De postseculiere maatschappij tussen GELOOF en ONGELOOF | Taede Smedes | ISBN: 9789462983137 | Verschijningsdatum: 12-09-2016 | Paperback | 312 pagina’s | Ook verkrijgbaar als: eBook (PDF)eBook (ePub)

Cartoon: kerkvooreennieuwegeneratie.wordpress.com
Foto Rick Benjamins: Adrem magazine, 2025: Allard Willemse
Update 12 03 2024 (lay-out) / april 2026 (lay-out, foto’s, kleine tekstcorrecties)