‘Hoe is het mogelijk dat de natuur – zonder hulp van bovenaf – zulke prachtige en nogal ingewikkelde levende bouwwerkjes kan maken?’ Dit vroeg filosofiedocent Jan-Auke Riemersma zich gisteren af in zijn blog Evolutie is doelgericht. Hij concludeert uiteindelijk dat evolutie inderdaad kan worden beschouwd als een doelgericht proces.
‘Sterker: juist wie evolutie beschouwt als een doelgericht proces is in staat om te verklaren waarom de natuur opereert als een ‘logicus’ uit wiens hand de mooiste ontwerpen ontstaan.’
Riemersma gaat nog verder en concludeert dat je evolutie kunt beschouwen als een proces dat verenigbaar is met de gedachte dat er een God bestaat. De filosoof beschouwt evolutie als een doelgericht proces en het doel van levende bouwwerkjes is om zich voort te planten. Riemersma komt zelfs bij het christendom uit.
‘Het is daarom mogelijk om het christendom in dit opzicht te beschouwen als een – gegeven het wetenschappelijk wereldbeeld – ‘adequate’ religie.’
Marcel Sarot, decaan van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg en hoogleraar fundamentele theologie, verwees eind vorig jaar naar predikant Carel ter Linden, voor wie het aanvaarden van de evolutietheorie juist betekent dat ons geloof in een goede Schepper moet wijken.
‘Zó veel lijden zonder zin: het lijkt niet met het bestaan van een goede God te rijmen. Ter Linden trekt de consequentie en concludeert dat die goede Schepper dan niet bestaat. Het lijkt een moedige stap: als blijkt dat je geloof onwaar is, dan moet je er niet tegen beter weten in aan vasthouden, maar de feiten onder ogen zien en het opgeven.’

Sarot stelt als reactie hierop dat Ter Linden ook de vraag had kunnen stellen of de theologische theorie van de geleide evolutie wel een goede theorie is in plaats van te concluderen dat God niet bestaat.
‘Als het evolutieproces een van de manieren is waarop God in deze werkelijkheid handelt, dan hebben wij te maken met een God voor wie het doel de middelen heiligt, een God die met een groot cynisme en zonder oog voor het leed dat Hij veroorzaakt de schepping naar Zijn einddoel leidt.’
Uit de openbaring kent hij deze God niet en vindt dat de toeschrijving van het evolutieproces aan de God van het christendom in de krachtigste termen moet worden afgewezen.
‘Een dergelijke toeschrijving is een overblijfsel van een primitief heidendom, dat de willekeur van de schikgoden verantwoordelijk houdt voor alles wat gebeurt. Kortom, met de oude Ter Linden wijs ik de identificatie van het evolutieproces met het handelen van een goede God af.’
Sarot wijst hiermee niet de gedachte van een in de schepping handelende God af en maakt een scherp onderscheid tussen het scheppingsgeloof dat God verantwoordelijk houdt voor het geheel en de overtuiging dat God verantwoordelijk is voor allerlei specifieke gebeurtenissen en processen in de schepping. Hij vindt dat laatste vaak niet het geval.
‘Je zou het kunnen vergelijken met een ouder: die is wel verantwoordelijk voor het ontstaan van zijn kinderen, maar niet voor alles wat in het leven van die kinderen gebeurt. Het evolutieproces is een proces in de schepping, geen deel van het scheppen zelf.’
Zie:
* Evolutie is doelgericht (Jan-Auke Riemersma)
* Evolutie en de goede Schepper (Marcel Sarot)
Foto: Pixabay
Cartoon: users.skynet.be





