Het horzelachtige van het geloof

ScheppingvanAdamMichelangelo

Religie prikt, op vele manieren. ‘Het steekt, je wordt er door aangestoken, op het hinderlijke af.’ Dat zegt ‘proefgelover’ Stephan Sanders, die in Trouw maandelijks het woord God in de mond neemt om te zien of hij het kan uitspreken zonder te giechelen. De Duitse priester Thomas Frings vindt dat de kerk het verlangen naar het evangelie weer moet gaan wekken. Priester Anton Mullink (1938) daarentegen veranderde radicaal van mening over het bestaan van God en werd atheïst. De Britse komiek Stephen Fry noemde God een ‘utter maniac’. In Ierland dreigt hij vervolgd te worden voor blasfemie. 

‘Vrijheid van meningsuiting, zeker wanneer het over religie gaat, moet altijd verdedigd worden. Het is op zichzelf geen nieuwigheid dat ook in West-Europa niet altijd vrij kan worden gesproken over dit onderwerp. Maar deze mogelijke aanklacht doet iedere liberaal, maar hopelijk ook iedere redelijke gelovige, huiveren. Ook omdat Fry in zijn uitspraken geen enkele gelovige beledigd heeft. Hij laat dat bewust buiten beschouwing. Het enige wat hij heeft gedaan is, een God waarvan hij zelfs stelt dat die niet eens bestaat, ridiculiseren. Hij spreekt over de kwaadaardigheid van een in zijn ogen fictief personage. Dergelijke uitspraken willen vervolgen grenst aan het infantiele.’ (Rik de Jong, Jalta)

Mullink wordt niet vervolgd, ook al ziet hij religie als een bedenksel van mensen, als hersenspoeling om gelovigen te onderwerpen aan instituties. Hij kwam, oog in oog met armoede, tot het inzicht dat de kerk en het geloof irrelevant zijn in het licht van de problemen waarmee de bevolking kampte. Boeddha had een soortgelijke ervaring, maar ging een heel andere kant op. Zo veel mensen, zo veel goden zou je kunnen zeggen. Of je beziet alles van de buitenkant, het materiële, of je gaat naar binnen toe en komt tot heel andere inzichten.

De kiem voor twijfel werd gelegd op mijn 22ste. Een docent filosofie op het seminarie zei dat we het scheppingsverhaal niet letterlijk moesten nemen. Voor het eerst werd ik geprikkeld niet alles klakkeloos aan te nemen. Na mijn wijding tot priester in 1965 merkte ik dat ik moeite had met het gegoochel en het opgelaten gedoe tijdens de eucharistievieringen.’ (Mullink)

Volgens Frings kraakt het hele kerkelijke systeem in zijn voegen en hij vraagt zich af of de zoektocht naar zingeving ook is afgenomen en waarom er zo weinig mensen zoeken in de kerk.

Beide kanten, zowel de kerk als degenen die naar de kerk gaan, lijken helemaal niet te willen veranderen. Mensen eisen dat er een religieuze traditie blijft bestaan, waar ze in hun dagelijks leven amper vorm aan geven. De kennis over het geloof smelt als sneeuw voor de zon.’ (Frings)

Sanders voelt zich net zo belachelijk als al die andere kerkmensen en vindt het christelijk geloof ontzettend onpraktisch, ook al is de onhandigheid van het huidige christendom hem lief geworden.

‘Het maakt het de gelovigen voortdurend lastig, het stelt vragen naar een bovenmenselijke moraal die niet te begrijpen valt, hooguit te aanvaarden. Het geloof loopt niet synchroon met het wereldse, de hele tijd word je geconfronteerd met wat je ‘eigenlijk’ zou moeten doen, en ‘eigenlijk’ zou moeten laten. Het is niet direct de stem van God, als het wel gelovige superego dat hier spreekt. De gelovige krijgt te maken met een vergroot exemplaar.’ (Sanders)

Ik keer terug naar Meister Eckhart die bovenstaande allemaal geruis zou vinden. Volgen hem kunnen we in het eeuwige nu leven, zonder waarom. Volgens Dominicaan Leo Oosterveen is mysticus Eckhart niet in de laatste plaats populair bij mensen die op afstand staan van het kerkelijke christendom, maar niettemin toegang zoeken tot de religieuze dimensie in hun bestaan. Eckhart bidt God om God te verlaten.

Hij relativeert kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels en houdt afstand van ascese en de zucht naar extase en visioenen. Alle nadruk legt hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar ook je verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid.’ (Oosterveen)

Voor Eckhart gaat het volgens Oosterveen niet alleen om een achterlaten van onze Godsbeelden, maar ook om voorbij God te komen zoals Hij zich in tijd en ruimte openbaart.

Laten is een ‘leven zonder waarom’, voorbij elk ‘om te’, een leven dat binnentreedt in de Godheid, in de eeuwige eenheid, het ‘eeuwige nu’. Beter gezegd: het gaat erom dat dit ‘eeuwige nu’ ons leven binnentreedt en het transformeert. Ware armoede is niet dat we alles opgeven om God een plaats te bereiden (een eigen prestatie), ware armoede is dat God zelf in ons voor zichzelf een plaats bereidt en zo in ons ‘werkt’.’ (Oosterveen)

Geraakt door Eckhart? Er is een prekencyclus waarin Eckhart de Godgeboorte in de grond van de ziel uit de doeken doet. Wat je als individu daarvoor moet doen? Eigenlijk niets; je moet er vooral iets voor laten: de fixatie op het eigene. Hoe? Zoals een kind leeft in de werkelijkheid in plaats van in het ‘ik’. Lees Welmoed Vlieger: Eenvoud bij Meister Eckhart.

Zie:

De wereld had geen evangelie nodig, maar voedselpakketten

‘Het kerkelijk systeem kraakt in z’n voegen’

‘Het christelijk geloof blijkt ontzettend onpraktisch’

Meister Eckhart: Leven in het eeuwige nu, zonder waarom

Stephen Fry mogelijk vervolgd wegens blasfemie

Beeld: De schepping van Adam (detail) is een onderdeel van het fresco op het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad geschilderd door Michelangelo rond 1511. (sporenvangod.nl)

Neuroscience and the Soul: zoeken naar de ziel

neuroscienceandthesoul (2)

Natuurwetenschappers stellen dat elke overtuiging niet door redenen wordt veroorzaakt maar door een bepaalde hersentoestand. ‘Wij zijn ons brein’, zeggen ze. Dat heet fysicalisme. Als het waar is kan het fysicalisme geen gebruik maken van begrippen als intentie, verlangen, besluit, bedoeling, wens en mening om te verklaren waarom wij ons op een bepaalde manier gedragen.

Hersenwetenschapper Dick Swaab betoogt dat het gedrag van mensen helemaal kan worden verklaard op grond van de natuurkundige en chemische reacties die in de hersenen plaatsvinden. Er is geen ziel, er is geen geest, er is geen ‘ik’. De hersenwetenschap (neuroscience) heeft de ziel (soul) overbodig gemaakt. Theoloog dr. G.A. (Gert) van den Brink stelt echter in het RD: ‘Mens is meer dan alleen zijn brein’.

Van den Brink vraagt zich af of iedere mens een ziel heeft die los van het lichaam kan (voort)bestaan, of dat de geest van de mens slechts een bijproduct is van chemische processen.

De klassieke filosofie, de grote wereldgodsdiensten en ook onze intuïtie erkennen dat er naast stof of materie een tweede component is die fundamenteel niet tot materie kan worden herleid, namelijk geest. Ook de meeste hedendaagse theologen huldigen deze opvatting, die wordt aangeduid als dualisme.’

neuroscienceandthesoul (1)

De meeste moderne filosofen en de meerderheid van de natuurwetenschappers stellen daarentegen dat de werkelijkheid uiteindelijk slechts uit één component bestaat, een component die allereerst onderzoeksvoorwerp is van de natuurwetenschappen (fysica). Zelfbewustzijn, intenties en verlangens zijn volgens het fysicalisme bijproducten van natuurlijke processen.

Ongeveer zoals de verf op een doek een schilderij doet ontstaan, zo ontstaat de menselijke geest vanuit neurologische processen. Consequentie van deze visie is uiteraard dat een mens niet kan voortbestaan zonder hersenactiviteit. Er is dus geen leven na de dood. Evenmin kunnen er lichaamsloze personen (God, engelen, geesten) bestaan.’

Het boek Neuroscience and the Soul: The Human Person in Philosophy, Science, and Theology laat volgens Van den Brink zien dat het gesprek beslist nog niet ten einde is.

Willam Hasker en Eric LaRock wijzen erop dat er voor alle waarneming een waarnemer nodig is. Er moet een subject, een individu, een ‘ik’ bestaan. Zo’n ‘ik’ is volgens het fysicalisme echter niet mogelijk. Maar als er geen waarnemer is, is er geen waarneming, en zonder waarneming kan ook de natuurwetenschap niet bestaan.’

Wie beweert dat mentale handelingen (bijvoorbeeld wilsbesluiten) geen veroorzakende kracht hebben, moet volgens Van den Brink de vrije wil ontkennen, ontneemt elk mens zijn verantwoordelijkheid, en schiet uiteindelijk zichzelf in zijn voet.

Als elke overtuiging niet door redenen wordt veroorzaakt maar door een bepaalde hersentoestand, geldt dat ook voor de overtuiging dat het fysicalisme correct is. Dan heeft het dus geen zin redenen voor deze overtuiging aan te dragen, aldus Richard Swinburne.’

Neuroscience and the Soul: The Human Person in Philosophy, Science, and Theology | Thomas M. Crisp, Steven L. Porter & Gregg A. Ten Elshof (eds.) | uitg. Eerdmans | Grand Rapids | 2016 | ISBN 978 0 8028 7450 4 | 284 blz. | $ 38,-

Zie: ‘Mens is meer dan alleen zijn brein’

Beeld: Foto op omslag Neuroscience and the Soul

Het Oude Egypte geloofde al flexibel

cover-Mix

Niks nieuws onder de zon als je in Mix leest dat Boeddha, Maria, een huisaltaar, gebedsvlaggetjes, een meditatiehoekje en een menora bij steeds meer Nederlanders naast elkaar in huis zijn te vinden. In mei verschijnt de glossy MiX die stelt dat grenzen tussen religies vervagen, dat we ons niet meer willen binden aan één traditie en vele religieuze stromingen omarmen. In zijn boek Het oude Egypte bericht theoloog Tjeu van den Berk al over syncretisme en dan in de Egyptische levensbeschouwing. ‘De oude Egyptenaar had steeds een gelijktijdige meerzijdige kijk op de werkelijkheid.’

Wanneer in het zuidelijke Thebe in het tweede millenium v. Chr, de plaatselijke god Amon uitgroeit tot hoofdgod zal men de hoofdgod Ra uit Heliopolis, van twee millenia daarvóór,  niet laten vallen, maar gaat Amon verder als Ammon-Ra door het leven. Zo is er ook een Osiris-Ra en een Ptah-Ra. Wat overigens niet verhinderde dat men deze goden ook zelfstandig bleef vereren.’

Filosoof dr. Piet Winkelaar stelt in Syncretisme, over versmeltingen van mythen, en riten in cultuur en religie, dat bijna alle godsdiensten, religies, politieke systemen en ideologieën syncretisch zijn. Maar in plaats van dankbaar te zijn voor de schatten die anderen hebben aangereikt, zetten ze er zich juist tegen af.

Dat gebeurt vooral in het Westen en het Midden-Oosten. Syncretist is er een scheldwoord. Het slaat op iemand die de oorsprong van z’n eigen cultuur en religie niet serieus neemt. Dat vindt men ongepast. Orthodoxen in religie en politiek bestrijden elkaar juist te vuur en te zwaard. Joden, christenen en moslims beschouwen hun verhalen en gebruiken als volstrekt uniek, terwijl het versmeltingen zijn met mythen en riten van omliggende volkeren.’

Het christendom is volgens Winkelaar bij uitstek een syncretische godsdienst. De figuur van Jezus vertoont vele overeenkomsten met de Egyptische godzoon Horus.

Evenals Dionysos en de Perzische Mithras zijn ze geboren op 25 december in een grot. De aanwezigheid van een os en een ezel, twee aseksuele dieren, waren rond het begin van onze jaartelling vermoedelijk een soort stijlfiguur die men gebruikte om het hogere aan te duiden, datgene wat de aardse seksualiteit oversteeg. De Egyptische boodschapper Anup doopte Horus in de rivier de Eridanus met water, net als bij Jezus gebeurde.’

Van den Berk citeert in zijn boek theoloog Eugen Drewerman, die stelt dat je, om de meest fundamentele inhoud van het christendom te verstaan, naar Egypte moet gaan:

Dat Jezus Christus Gods Zoon is – waarlijk mens en waarlijk God – is een overtuiging die aan geen enkele tekst van het jodendom ontleend kan worden. (…) Dit centrale begrip van het christelijke geloof danken we aan de grote, drieduizend jaar oude religie aan de Nijl. (…) In zekere zin is het zo dat het christendom de oude religie van het licht opnieuw belichaamt.’

Volgens Mix blijkt dat bijna een kwart van de Nederlandse bevolking elementen uit verschillende religies en levensbeschouwingen combineert. De aanleiding voor de glossy is de afronding van twee vierjarige onderzoeksprojecten naar multireligiositeit, aan de Vrije Universiteit en aan het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving. Het is een eenmalige glossy voor een waaier aan nieuwsgierige, (zelf)bewuste zinzoekers van alle kleuren, leeftijden en achtergronden.

Als Augustinus nu leefde, zou hij zeker een artikel in Mix geschreven hebben. Hij zou zoiets geschreven hebben, wat nu op de cover van het boek van Van den Berk staat:

Want de zaak zelf die nu ‘christelijke religie’ heet, bestond reeds bij de Ouden en is er sinds het begin van het menselijk geslacht altijd geweest. Totdat Christus zelf in het vlees kwam. Toen begon men de ware religie, die reeds bestond, ‘christelijk’ te noemen.’ (Augustinus)

Zie: MiX – de glossy Flexibel geloven

Gerelateerd: De mythe van Christus is een geschenk van de Nijl

Heeft God iets met het leven te maken?

20170412_Helmich3

‘Nieuw centrum onderzoekt oorsprong van leven en het universum’ kopt Science LinX van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in het eerste deel van een serie artikelen over het Origins Center, een virtueel centrum waarin wetenschappers uit diverse disciplines samenwerken. Astrochemicus Frank Helmich zegt hierover:

Er ontstaan al allerlei nieuwe verbindingen. Zelf heb ik bijvoorbeeld al kennis gemaakt met onderzoekers van Levenswetenschappen hier in Groningen, zoals hoogleraar ecologie Han Olff en theoretisch bioloog Franjo Weissing.’ Als sterrenkundige, betrokken bij verschillende grote projecten zoals de infrarood ruimtetelescoop Herschel, komt Helmich doorgaans weinig biologen tegen. Maar vanwege zijn achtergrond in astrochemie en exoplaneten zijn er wel degelijk gemeenschappelijke interesses.’

Hoe is het leven op aarde ontstaan en hoe werkt evolutie?’ ‘Kunnen we een synthetische cel bouwen?’ ‘Is er leven op andere planeten?’ ‘Wat is de oorsprong, geschiedenis en toekomst van het universum?’ Dit zijn een paar van de vragen, grote vragen, die zijn ingediend voor de Nationale Wetenschapsagenda, een project dat in 2015 is gestart om er achter te komen wat de Nederlandse bevolking wil weten.

In 2015 mochten alle Nederlanders onderzoeksvragen voor wetenschappers bedenken. Veel van die vragen gingen over de oorsprong en ontwikkeling van het leven, van de aarde en van het universum. Die vragen zijn nu gebundeld in een onderzoekroute voor de Nationale Wetenschapsagenda. Astrochemicus Frank Helmich, die werkt bij SRON Ruimteonderzoek en het Kapteyn Instituut van de RUG, is de projectleider van deze route in de opstartfase.’

SchemaRoute4

Wat je niet verwacht is dat er ook gesproken wordt over de vraag of God iets te maken heeft met de oorsprong van het leven, zowel op aarde als in het heelal. Het Origins Center wil ook – zo meldt hun schema – buitenaards leven vinden, wellicht vinden ze dan God? Die kan, als Hij transcendent is, boven- of/en buitenaards zijn. De vraag of God er iets mee te maken heeft, wordt werkelijk gesteld bij het Origins Center. Echter, komen er dan (wetenschappelijke) antwoorden? Ik lees nergens of er een theoloog of filosoof aan het RUG-onderzoek naar de oorsprong van het universum meewerkt. Maar misschien komt het antwoord van iemand van Levenswetenschappen.

Het idee is dat die vragen is dat ze nieuwe onderzoeksprogramma’s gaan opleveren waarvoor de overheid extra geld beschikbaar zal stellen. De ruim elf duizend vragen zijn daarom gegroepeerd in 25 ‘onderzoekroutes’. Een daarvan, Route 4, kreeg als naam De oorsprong van het leven – op aarde en in het heelal. Deze route moet de hierboven genoemde vragen aanpakken en nog meer, waaronder de vraag of God er iets mee te maken heeft.’

Zie: Nieuw centrum onderzoekt oorsprong van leven en het universum

Illustraties: Origins Center

Er wordt ook een tweedaags symposium georganiseerd: ‘Fundamentals of Life in the Universe’, op 31 augustus en 1 september in Groningen.