Het Oude Egypte geloofde al flexibel

cover-Mix

Niks nieuws onder de zon als je in Mix leest dat Boeddha, Maria, een huisaltaar, gebedsvlaggetjes, een meditatiehoekje en een menora bij steeds meer Nederlanders naast elkaar in huis zijn te vinden. In mei verschijnt de glossy MiX die stelt dat grenzen tussen religies vervagen, dat we ons niet meer willen binden aan één traditie en vele religieuze stromingen omarmen. In zijn boek Het oude Egypte bericht theoloog Tjeu van den Berk al over syncretisme en dan in de Egyptische levensbeschouwing. ‘De oude Egyptenaar had steeds een gelijktijdige meerzijdige kijk op de werkelijkheid.’

Wanneer in het zuidelijke Thebe in het tweede millenium v. Chr, de plaatselijke god Amon uitgroeit tot hoofdgod zal men de hoofdgod Ra uit Heliopolis, van twee millenia daarvóór,  niet laten vallen, maar gaat Amon verder als Ammon-Ra door het leven. Zo is er ook een Osiris-Ra en een Ptah-Ra. Wat overigens niet verhinderde dat men deze goden ook zelfstandig bleef vereren.’

Filosoof dr. Piet Winkelaar stelt in Syncretisme, over versmeltingen van mythen, en riten in cultuur en religie, dat bijna alle godsdiensten, religies, politieke systemen en ideologieën syncretisch zijn. Maar in plaats van dankbaar te zijn voor de schatten die anderen hebben aangereikt, zetten ze er zich juist tegen af.

Dat gebeurt vooral in het Westen en het Midden-Oosten. Syncretist is er een scheldwoord. Het slaat op iemand die de oorsprong van z’n eigen cultuur en religie niet serieus neemt. Dat vindt men ongepast. Orthodoxen in religie en politiek bestrijden elkaar juist te vuur en te zwaard. Joden, christenen en moslims beschouwen hun verhalen en gebruiken als volstrekt uniek, terwijl het versmeltingen zijn met mythen en riten van omliggende volkeren.’

Het christendom is volgens Winkelaar bij uitstek een syncretische godsdienst. De figuur van Jezus vertoont vele overeenkomsten met de Egyptische godzoon Horus.

Evenals Dionysos en de Perzische Mithras zijn ze geboren op 25 december in een grot. De aanwezigheid van een os en een ezel, twee aseksuele dieren, waren rond het begin van onze jaartelling vermoedelijk een soort stijlfiguur die men gebruikte om het hogere aan te duiden, datgene wat de aardse seksualiteit oversteeg. De Egyptische boodschapper Anup doopte Horus in de rivier de Eridanus met water, net als bij Jezus gebeurde.’

Van den Berk citeert in zijn boek theoloog Eugen Drewerman, die stelt dat je, om de meest fundamentele inhoud van het christendom te verstaan, naar Egypte moet gaan:

Dat Jezus Christus Gods Zoon is – waarlijk mens en waarlijk God – is een overtuiging die aan geen enkele tekst van het jodendom ontleend kan worden. (…) Dit centrale begrip van het christelijke geloof danken we aan de grote, drieduizend jaar oude religie aan de Nijl. (…) In zekere zin is het zo dat het christendom de oude religie van het licht opnieuw belichaamt.’

Volgens Mix blijkt dat bijna een kwart van de Nederlandse bevolking elementen uit verschillende religies en levensbeschouwingen combineert. De aanleiding voor de glossy is de afronding van twee vierjarige onderzoeksprojecten naar multireligiositeit, aan de Vrije Universiteit en aan het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving. Het is een eenmalige glossy voor een waaier aan nieuwsgierige, (zelf)bewuste zinzoekers van alle kleuren, leeftijden en achtergronden.

Als Augustinus nu leefde, zou hij zeker een artikel in Mix geschreven hebben. Hij zou zoiets geschreven hebben, wat nu op de cover van het boek van Van den Berk staat:

Want de zaak zelf die nu ‘christelijke religie’ heet, bestond reeds bij de Ouden en is er sinds het begin van het menselijk geslacht altijd geweest. Totdat Christus zelf in het vlees kwam. Toen begon men de ware religie, die reeds bestond, ‘christelijk’ te noemen.’ (Augustinus)

Zie: MiX – de glossy Flexibel geloven

Gerelateerd: De mythe van Christus is een geschenk van de Nijl

Christendom filosofisch beschouwd in Overdenkingen

OverdenkingenRutten

‘Ik had daadwerkelijk het idee dat er buiten de wiskunde en logica, tezamen dan met mijn interesse in geschiedenis en muziek, helemaal niets meer was. Ik begon een leegte te voelen. Een enorme leegte.’ Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen, gericht op zijn wijsgerig denken over het Christendom, waarin hij een existentiële en ook ethische waarachtigheid vond, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die hij tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen.

In mijn jaren in Delft betekende religie helemaal niets voor mij. Het betekende zo weinig dat ik mijzelf niet eens atheïst zou hebben genoemd als iemand mij ernaar zou hebben gevraagd. Het onderwerp bestond eenvoudigweg niet. De weg naar het christendom is bovendien lang geweest.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen is een essaybundel waarin een groot deel van Ruttens wijsgerige bijdragen van de afgelopen jaren over het christelijk geloof gebundeld zijn. Deze handelen over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God, het lijden in de wereld, het persoonlijk christelijke leven, en meer in het algemeen over het christendom als wereldbeschouwing.

En toen stond op een dag Heidegger op het programma. Die dag zal ik nooit meer vergeten. Nooit meer. Marinus ging in op Heideggers zijnsleer en op de ontologische differentie tussen de zijnden en het zijn, en ik werd op slag verliefd. Verliefd op de filosofie, verliefd op Heideggers manier van beschouwen, verliefd op deze intens verdiepende manier van denken. Zo kan men dus ook rationeel zijn, dacht ik.’ (Uit: Overdenkingen)

Rutten schrijft onder meer over de redelijkheid van het christelijk geloof. Voor hem is het christendom een (theïstisch) wereldbeeld dat de zeven criteria die hij ontwikkelde voor wereldbeelden, uitstekend doorstaat. Ook staat hij stil bij het lijden in de wereld, en over God en de moraal. En hij vraagt zich af wanneer je jezelf een christen kunt noemen en of religieuze ervaring mogelijk is. Hij overdenkt Goden breken van Marc de Kesel, het goddelijke bij Georges Bataille en het heilige bij Rudolf Otto.

Tijdens mijn jaren aan de VU raakte ik ook steeds meer in contact met het christendom, en daarin vond ik een existentiële en ook ethische waarachtigheid, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die ik tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen. Dit heeft mij ertoe aangezet mij nog veel verder te verdiepen in het christendom, en na verloop van tijd wist ik het. Dit is mijn ‘best account’. Dit is mijn manier van leven. Dit is mijn wijze van in de wereld zijn. Dit is wat ik ben: christen.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen | Emanuel Rutten | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN: 9789082186994 | April 2017 | Winkelprijs: € 15,95

EmanuelRuttenDr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam (zowel binnen het Abraham Kuyper Centrum voor wetenschap en de grote vragen als binnen centrum Ethos voor maatschappelijke transformatie). Het onderzoeks- en onderwijsterrein van Emanuel omvat de relatie tussen geloof en wetenschap, het evalueren van de rationaliteit van seculiere en religieuze wereldbeelden, kennisleer en speculatief realisme, logica en retorica, en esthetiek. (Uitgeverij Stad op een berg) (Foto: Twitter)

Godsdienst is er omdat God er is

religiao-jpg

Filosoof Ger Groot draait bovenstaande om: God is er omdat er godsdienst is. Hij moet wel, als ‘overtuigd ongelovige’. Blijkbaar als een soort uitkomst van een lange worsteling van de filosofie met religie. Of van radicale twijfel. De mens is echter van nature religieus, ongetwijfeld, met of zonder twijfel. Dan krijg je vanzelf vele vormen van godsdienst. Vanuit de bron van innerlijk weten ontstaan geloofsleren, rituelen en tradities, omdat je met lichaam en ziel aanvoelt dat er meer is in dit ondermaanse. Dat kan je God noemen, of de Alomvattende, of Kosmische Intelligentie.

Er is in de filosofie natuurlijk niet zoiets als een ‘uitkomst’ van een lange worsteling. Het is ook geen worsteling, we denken gewoon na over het leven en God, en dat is geen gevecht maar wel een boeiend treffen. God zit nu eenmaal in de mens, in vele gedaanten en gedachten. Hij ‘ademt’ God.

Toen we nog wat eenvoudiger dachten, waren we animisten en zagen de kracht in donder, regen, wind en vuur. Het ontzag voor de natuur was groot. We zagen de geest erin, het woord God was er nog niet. We geloofden wel in de geestkracht van onze overleden dierbaren. Niet voor niets begroeven we hen. We geloofden in het onzichtbare. In het woord animisme, ook wel een natuurgeloof genoemd, zit de Latijnse betekenis adem en geest. Dan kom je al gauw uit bij de oude Grieken.

Voor de oude Grieken was de wereld vol van ademtocht, psuchè (van psuchein: blazen.) De psyche werd niet als mysterieuze kracht gezien, maar als energie die door de kanalen van het lichaam stuwt. Dat is al zo vanaf de eerste mens. ‘Psyche’ kreeg in de loop der tijden een goddelijke status. En op alle mogelijke manieren geven we daar vorm aan. Ger Groot laat dat zelfs uitgebreid zien en horen in zijn boek De geest uit de fles – hoe de moderne mens werd wie hij is.

Dit boek is een geschiedenis van de moderne filosofie en een zinnenprikkelende beschouwing ineen. Ger Groot laat zien en horen hoe wij, zelfbewuste én onzekere mensen aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zijn geworden wie we zijn. Sinds Descartes heeft de radicale twijfel zijn intrede gedaan en is ‘de geest uit de fles’. De filosofie van de afgelopen vier eeuwen laat zich beschrijven als één lange worsteling met de erfenis van de religie. (Lemniscaat)

pk-geest-uit-de-fles-w-

Filosofie is geen worsteling met (de erfenis van) de religie, het zijn meer talloze denkwijzen erover, niemand weet immers wie of wat God precies is. Godsdienst geeft er slechts een onbeholpen vorm aan, maar kan ook leiden tot een schitterende opera. Of tot een lied als God is mijn licht, mijn zaligheid van Clemens non papa, waarnaar bijzonder hoogleraar Filosofie en literatuur Ger Groot verwijst in zijn boek. Hij geeft er trouwens vele beeld- en geluidsfragmenten bij. Het lijkt me een interessant boek. Waar een ieder zijn eigen conclusies uit kan trekken.

Niet alleen de filosofie, maar de hele cultuur is van die worsteling doordrongen. In muziek is ze te horen, in beeldende kunst te zien, in de keuken te proeven, in de architectuur te bewonen, in de tuinaanleg te doorwandelen. Dit boek doet een beroep op alle zintuigen. Het bevat een groot aantal schitterende illustraties en verwijzingen naar de geschiedenis van de muziek, opera, toneel en film. De bijbehorende beeld- en geluidsfragmenten zijn te bekijken en beluisteren via qr-codes in het boek en de site degeestuitdefles.com. Dichterbij kan filosofie niet komen!’ (Lemniscaat)

En via de adem kom je ook al gauw bij de Griekse filosoof Plato die over levensadem of psyche spreekt. Psyche noemen we tegenwoordig geest of bewustzijn. Of de eeuwige geest. De ziel van de mens behoort tot de zijnssfeer van de geest, zei Plato. De ziel is onsterfelijk en vormt de brug tussen het aardse leven en de eeuwige Ideeën, de bron van alle kennis. Voor Groot blijft religie een raadsel: dat het nog altijd kan voortbestaan en waarover we niet uitgepraat raken. Inderdaad, en dat komt omdat God er is en dan zal er altijd iets zijn als godsdienst. En niet andersom, zoals Groot in NieuwWij denkt.

De fles uit de geest – hoe de moderne mens werd wie hij is | Ger Groot | ISBN 9789047709435 | € 34,50 | 260 pag.

Bovenstaande citaten komen van Lemniscaat Filosofie

Beeld: tele-fe.com

‘Prik je levensbeschouwelijke bubble door’

bubblesnewscientist

Het leven in een bubble is dodelijk saai. Bubbles zijn de dood in de levensbeschouwelijke pot. Waren de zuilen te nadrukkelijk aanwezig, de levensbeschouwelijke bubbles zijn al even nadrukkelijk afwezig. Als iedereen zich terugtrekt in de eigen comfort zone, zijn er minder gedeelde waarden waarop men zich kan beroepen als samenleven moeilijk wordt.’ Aldus antropoloog André Droogers in het Boeddhistisch Dagblad.

Boeddhabeelden bij de Blokker.’

Volgens Droogers moet je uit je bubble komen en je angst overwinnen voor verschillen.

Check eens of je eigen waarden de vergelijking met die van anderen kunnen doorstaan. Informeer je over standpunten die je tot nu toe negeerde. Probeer te ontdekken hoe en waarom mensen tot die opinies gekomen zijn. Prik desnoods je eigen bubble en die van anderen door.’

Droogers zegt dat de meeste Nederlanders hun levensbeschouwing beleven op geheel eigen wijze, buiten kerken, synagogen, moskeeën of tempels om. Ze verblijven in hun zelfgekozen bubble. Daar zijn miljoenen versies van.

De inhoud verandert met wat mensen overkomt en met het media-aanbod. Bubbles zijn commercieel interessant geworden.’

Voor de zinzoeker voelt de eigen bubble veilig aan, is de gedachte van de antropoloog, en staat de bubble voor een vorm van leven en laten leven.

Tolerantie troef. Wie niet als gelijkgezinde wordt herkend, krijgt doorgaans geen aandacht. Bekeren heeft een negatieve klank gekregen. Het eigen gelijk blijft intact, meestal zonder al te veel confrontatie met andere perspectieven.’

Droogers adviseert conflictzones te zoeken om je waarden te testen en de ruis te horen op de lijn.

Ontdek tot je verrassing welke waarden ondanks alles gedeeld worden. Omhelzen is niet verplicht, vriendelijk afwijzen kan ook. Maar ga op marktonderzoek. Kijk of je van gedachten kunt veranderen.’

Je gedachten kunnen dan in beweging komen en je komt wellicht in een weemoedig stemmende ervaring, na al die saaiheid. Misschien verlies je zelfs gedachten die eerder helemaal bij jou hoorden. Volgens filosofe Joke J. Hermsen kan je dit proberen om te buigen tot hoop, tot reflectie of kennis, tot creativiteit of dagdromen, tot macht of verstrooiing, tot liefdes of idealen, ook al zal de melancholie je soms, als het tij tegenzit, nog zo tot wanhoop drijven.

Waar zit precies het kantelpunt waarop de mens net nog over voldoende moed, daadkracht en hoop beschikt om het tij te doen keren en over het verlies heen te stappen, of zich in ieder geval daarvan weet los te maken, om vervolgens een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken?’ (Hermsen)

Een hulp hierbij kan wellicht het essay van de Maand van de Filosofie zijn, het boek Melancholie van de onrust, van Joke J. Hermsen. In dit essay wil zij de melancholie van de onrust en de angst onderscheiden van de weemoed die juist tot reflectie, mededogen en creativiteit kan leiden.

Wat is er voor nodig om tot die creatieve herschikking ten opzichte van het verlies te komen, waarin de mens zich immers al sinds zijn kindertijd heeft bekwaamd? Wanneer laat hem het menselijk al te menselijke vermogen de weemoed te omarmen als de motor van zijn creativiteit, van zijn vermogen om tegen de klippen op te blijven denken en scheppen, in de steek? Wat is er voor deze veerkracht van het denken nodig, die ons nu, zo lijkt het althans, steeds vaker ontbreekt?’ (Hermsen)

Zie:

Doodsaaie bubbles
* Essay Maand van de Filosofie (April 2017)

Beeld: newscientist.com

‘Geloofsinhoud eerder hinderlijk dan zinvol’

filsosoferenbijschermerlicht

Ooit hoopt filosoof Dennis vanden Auweele geloof en wijsheid weer elkaar de hand te laten reiken. Maar hij vreest soms ook dat hij Pallas Athena en Sint Paulus misschien niet kan verzoenen. Hij zegt dat in zijn boek Filosoferen bij schemerlicht, een gevolg van een doctoraal onderzoek aan de KU Leuven. Met als rode draad de verhouding tussen het geloof als vertrouwen en de rede als een zoektocht naar zekerheid. Over (on)macht en (wan)hoop.

De zoektocht naar zekerheid heeft vaak het geloof als een ongelegitimeerde en nefaste vorm van onwetendheid aan de kant geschoven. Voor mij had dit als resultaat dat ik geen vertrouwen meer had in de rede. Dit boek is een poging om mijn vertrouwen in de rede te herwinnen, maar ook om te laten zien dat het geloof als vertrouwen best wel redelijk kan zijn.’ (Uit: Filosoferen bij schemerlicht)

Volgens theoloog Gijsbert van den Brink – in een commentaar op Filosoferen bij schemerlicht – vindt Vanden Auweele de geloofsinhoud van een godsdienst eerder hinderlijk dan zinvol: in de godsdiensten moet het gaan om de symbolen en om de emotie, niet om de dogmatische waarheden. Van den Brink vindt het echter bezwaarlijk dat bij deze benadering de verschillen tussen godsdiensten worden genegeerd.

Vanden Auweele wil juist over de verschillen heen springen en landen bij de overeenkomsten. In Religie is springlevend… maar waarom? merkt hij op hij dat er vorig jaar een grote congregatie van lutheranen samenkwam in New Orleans om hun zogenaamde Declaration on the way vast te leggen, waarin verklaard werd dat er geen kerk-splitsende geschillen meer zijn met de Katholieke kerk – bijna vijfhonderd jaar nadat Luther zijn befaamde vijfennegentig thesen aan de portier van de kerk van Wittenberg had genageld.

Volgens Van den Brink is het christendom vredelievender dan de islam, en heeft dat alles met de geloofsinhoud te maken: de geloofsinhoud is veel belangrijker voor religie dan Vanden Auweele erkent. Maar als we dan echt naar de geloofsinhoud gaan kijken, lijkt Van den Brink de geloofsinhoud van de islam niet echt te begrijpen. Volgens Karen Armstrong is er zelfs niets in de islam dat gewelddadiger is dan het christendom.

Van den Brink vindt dat godsdienst door Vanden Auweele wel erg individualistisch wordt opgevat: het gaat vooral om je eigen innerlijk, niet om je gedrag, zo stelt de auteur.

Vanden Auweele vraagt zich in Filosoferen bij schemerlicht af of religie vaak een nefaste uitwerking heeft omdat wij op een slechte manier met haar omgaan. Hij ziet religie een beetje zoals een trommel: hoe harder je erop slaat, hoe meer geluid hij maakt en hoe gewelddadiger hij klinkt.

Religie is een zingevend geheel van praktijken en ideeën dat uiting geeft aan de idee dat niet alles redelijk moet zijn of in het verlengde van onze vrijheid moet liggen. Sommige dingen waar ik niet voor gekozen heb, zijn toch nog van belang voor mij. En sommige dingen die mijn vrijheid niet vergroten – denk maar aan het ouderschap – blijken toch van groot belang. Een wat archaïsch woord hiervoor is heilig: aan sommige dingen komt niemand aan – zelfs als brengen ze veel ongemak mee. De religie is altijd een poging geweest om te verstaan wat wij heilig vinden. Wij gaan misschien niet meer wekelijks naar de kerk, maar we hebben wel nog steeds voeling met dingen die heilig voor ons zijn.

En wanneer je begint te prutsen aan het heilige van anderen, zo stelt hij ten slotte in zijn artikel Religie is springlevend… maar waarom?, dan zal het misschien de oorlogstrom zijn die luidt. Door voldoende openlijke dialoog – ook tussen gelovigen en niet-gelovigen mensen – kan deze dan weer plaats ruimen voor universele toenadering en een mooie harmonie.

Zie:

* Religie is meer dan emotie

* Religie is springlevend… maar waarom? 

Op de omslag: Maanopkomst aan zee – Caspar David Friedrich

Filosoferen bij Schemerlicht. Over (on)macht en (wan)hoop | Dennis Vanden Auweele Uitgeverij Klement, Zoetermeer | 2016 | ISBN 978 90 868 7194 0 | 248 blz. | € 19,95