‘Het klopt: de evolutietheorie is niet bewezen’

creationismeevoutie

‘Maar dat wil niet zeggen dat er niet heel stevige aanwijzingen zijn die in haar voordeel spreken. Het is een illusie te denken dat op een gegeven moment bij wetenschappers het licht kan doorbreken, en ze zich massaal gaan bekennen tot het creationisme. Ik denk zeker dat er nog allerlei ontdekkingen zullen worden gedaan, die voor aanpassingen en uitbreidingen in de theorie zullen zorgen. Maar de evolutietheorie zelf is een blijvertje. Als christenen moeten we er dus iets mee.’

Een quote uit ThePostOnline, die stelt dat de orthodox christelijke theoloog en hoogleraar Gijsbert van den Brink de evolutietheorie en het oudeaardecreationisme erkent. Volgens TPO neigt de opvattingen van Van den Brink nog altijd stevig naar intelligent design. Genoemd door TPO wordt overigens ook de uitspraak: ‘’Dát er sprake is van evolutie, daarover bestaat een overweldigende consensus’.

Maar het is nu voor het eerst dat een gezaghebbend theoloog met een boek komt waarin voorgoed wordt afgerekend met bijbels creationisme: En de aarde bracht voort, door Gijsbert van den Brink, hoogleraar Theology & Science aan de Vrije Universiteit, tevens theoloog en dominee bij de Gereformeerde Bond.’ (TPO)

Op de Facebookpagina van Geloof & Wetenschap gaat de discussie voort. Jan van Meerten van logos.nl bestrijdt daar het boek van de hoogleraar en speelt woordspelletjes om nog iets van het creationisme wetenschappelijk te laten klinken, ook al noemt hij het een geloof. Hij zegt dat creationisten geloven dat God de Schepper is van de hemel en de aarde. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes zegt Van Meerten dus dat het creationisme gewoon geloof is en helemaal geen wetenschap. Als antwoord hierop stelt de Logosman: ‘Dit heb ik niet gezegd: ‘Dus het creationisme is gewoon geloof en helemaal geen wetenschap.’ En zo gaat de strijd nog even door. Over En de aarde bracht voort, legt Van Meerten aan van den Brink voor:

Als de onjuistheden over creationisten eruit gehaald worden misschien. Binnenkort maar eens een creationistische literatuurlijst doornemen samen? Mis veel literatuur wat bij een evenwichtige bespreking van een of andere vorm van zondvloedgeologie toch ‘essentieel’ is. Met alle respect voor u als persoon, zie u als sympathieke man en heb achting voor u in uw ambt, als de visie van de opponent verkeerd wordt geschilderd krijgen we automatisch stokken om mee te slaan en schoten voor open doel. Ik hoop af en toe ook een kleine stelling uit het boek onder de loep te nemen.’ (Van Meerten)

bizarro.com - creationism

Van Meerten vindt wel dat Van den Brink zich oprecht verdiept heeft in de materie. Van Meerten zegt hem alleen een handje te helpen door de creationistische kant wat uit te bereiden en stelt dat de hoogleraar daar qua zondvloedgeologie hoofdzakelijk blijft steken bij Morris (1961) en McCready Price (1923). Van Meerten zegt het wel te waarderen dat hij in ieder geval een historische Adam en een historische Jezus overeind wil houden.

Van den Brink zelf houdt het op Facebook – met een kwinkslag – slechts bij: ‘Hmm, misschien raken creationisten wel overtuigd door dit boek – of is dat bij voorbaat uitgesloten?’

Volgens Van Meerten zullen creationisten onjuistheden en inconsistenties aanwijzen in hun recensies op het boek. Hij verwijst bij logos.nl naar alle creationistische recensies die over dit boek geschreven worden, maar ook naar verslaglegging van diverse media als het gaat om bijeenkomsten rondom het boek.

Theoloog Jos de Keijzer zegt op Facebook de discussie belangrijk te vinden omdat het wie weet nog mogelijk is om het christendom voor een creationistische ondergang te behoeden. Creationisme brengt met zijn vergoddelijking van het dogma de ‘irrelevantisering’ van het christelijk geloof met zich mee. En het gaat al zo slecht.’

Zie:
* Bonusquote: orthodox christelijke theoloog en hoogleraar erkent evolutietheorie en oude aarde
* ‘En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie’

Cartoons:
God en Darwin: uitinvlaanderen
I’m a creationist: Bizarro

‘Dichter bij Spinoza kun je niet komen’

spinoza.hare

‘Spinoza’s radicale opvattingen botsen voortdurend met het onbegrip, de verontwaardiging en de haat van zijn gelovige tijdgenoten. Spinoza was de eerste filosoof die zo systematisch het Godsbegrip analyseerde en het ontdeed van alle mythologische en devote franjes en het herleidde tot zijn essentie: God, of de Natuur.’ Dit zegt Spinoza in Vlaanderen, althans de website met die naam. Over de brieven over God, uit het latijn vertaald en toegelicht door Karel D’huyvetters. ‘Dichter bij Spinoza kun je niet komen!’ zegt Miriam van Reijen.

Zo is Spinoza de grondlegger van de moderniteit en van de Verlichting en van het wetenschappelijk onderbouwd atheïsme. In een tijd waarin wij ons weer voortdurend vragen stellen over God en godsdienst, zowel over het tanende christendom als over de strijdbare Islam, zijn Spinoza’s nuchtere ideeën over God een ware openbaring.’  

Volgens Spinoza in Vlaanderen opent D’huyvetters ons de ogen voor een onvermoede en fascinerende realiteit door aan te tonen dat de traditionele opvattingen over God niet houdbaar zijn. God is de Natuur, en al wat is, is een vorm die de Natuur aanneemt.

De mens beschikt over de mentale vermogens om dat in te zien en daaruit de logische conclusies te trekken voor ons optimaal samenleven, geleid door de rede.’

Toen men Einstein vroeg of hij geloofde in God, was zijn antwoord: ‘Ik geloof in Spinoza’s God, die zichzelf openbaart in de geordende harmonie van het bestaande; niet in een God die zich bezighoudt met het lot en de handelingen van menselijke wezens.’  

Volgens Spinoza in Vlaanderen is het die God die we ontmoeten in de sprankelende antwoorden van Spinoza op de vragen en bezwaren van zijn geleerde tijdgenoten. De verklarende toelichtingen plaatsen de brieven in hun context en brengen de diepgaande discussies van de zeventiende eeuw opnieuw tot leven voor de moderne lezer.

Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes vindt dit boek niet alleen vanuit historisch oogpunt interessant maar in de brieven wordt gewoon godsdienstwijsgerige reflectie op hoog niveau beoefend.

De inhoud van de briefwisselingen is vandaag de dag op veel punten nog net zo actueel als toen. En wordt alleen maar actueler naarmate Spinoza’s godsconcept opnieuw populairder wordt. Dat alles maakt het boek tot een must-read voor een ieder die geïnteresseerd is in godsdienstfilosofie en de filosofie van Spinoza.’

brieven.over.god

Spinoza is volgens Smedes hot en zijn godsbeeld bij atheïsten is nog veel hotter. Hij is van plan om op de belangstelling voor dat godsbeeld onder atheïsten binnenkort terug te komen. D’huyvetters vertaalde zelf de brieven vanuit het Latijn in modern Nederlands. Sommige formuleringen verraden dat de brieven uit lang geleden stammen, maar Smedes was zeer verbaasd was dat de meeste brieven lezen als een trein.

In die brieven zijn gepassioneerde mensen – mannen – aan het woord, en veel van de filosofische formaliteiten worden achterwege gelaten. Zo spat bijvoorbeeld de verontruste toon van diplomaat Hendry Oldenburg van de pagina’s wanneer bij hem het muntje valt en hij eindelijk begrijpt hoe revolutionair – en maatschappelijk explosief – Spinoza’s godsconcept is.’

Smedes voelt de pen van de juist tot het katholicisme bekeerde Lambert van Velthuysen trillen van ingehouden woede als hij Spinoza’s ketterse gedachten over God bestrijdt en hem waarschuwt voor de hel waar hij zeker in zal belanden als hij niet Jezus als zijn redder accepteert.

En Spinoza legt uit, soms geduldig, regelmatig geïrriteerd over de domheid van zulke geleerde mensen, en soms ook venijnig kwaad. Het is heerlijke lectuur! Het gaat hier ergens over, dit is filosofie die met huid en haar bedreven wordt. Het is godsdienstfilosofie op hoog niveau wat hier bedreven wordt.’

Zie:
* Spinoza: de brieven over God
* Spinoza: De Brieven over God (boekbespreking)

Beeld: thefunambulist.net

Karel D’huyvetters| Spinoza: de Brieven over God. Uit het Latijn vertaald en toegelicht | Uitgeverij Coriarius | 2016 | 253 blz. | paperback | ISBN 9789082602104 | € 12,95 en bij bestelling bij uitgeverij.coriarius@telenet.be is de deelname in de verzendkosten beperkt tot € 3,-, dus in totaal € 15,95

Filosoferen over een dode God

LepenseurRodin

Filosoof en theoloog Gerko Tempelman presenteert in Lazarus Magazine de serie Filosoferen over een dode God over de vraag hoe we zijn geworden wie we zijn: seculiere, postmoderne mensen, levend in de tijd na de dood van God. Met de bedoeling dat je jezelf beter gaat begrijpen. En daarbij vraagt hij zich af of ze een punt hebben, de theologen die zeggen: ‘Misschien staat God ook weer op’.

Zo gaat het over het lijden dat geen enkele reden heeft, maar waarom we ons er dan zo moeilijk bij neer kunnen leggen; over een moment dat er ooit is geweest dat belangrijke denkers God liever kwijt dan rijk waren, en over Albert Einstein: ‘God dobbelt niet’. God had een rol in de schepping, want het universum was er niet toevallig.

Tempelman heeft het ook over filosoof Charles Taylor die stelt dat postmoderne mensen, zoals jij en ik, meer dan ooit tevoren ervan doordrongen zijn dat wat wij denken en geloven verre van vanzelfsprekend is.

Anders gezegd: 500 jaar geleden leefden mensen in een wereld waarin ze praktisch nooit mensen tegenkwamen die én een beetje normaal waren én heel iets anders geloofden dan zij zelf. Niet in levende lijve, maar ook niet op tv. In de postmoderne tijd zijn we omgeven door mensen die heel iets anders geloven. Tuurlijk, iedereen heeft z’n eigen bubbel, maar we noemen het ‘onze bubbel’, omdat we heel goed weten dat je ook in heel andere bubbels kunt zitten. Het wordt ook wel melting pot genoemd. En de laatste tijd steeds vaker: pressure cooker. Want het levert een hoop stress op.’

Einstein – die in een liberaal Joods milieu opgroeide – sprak ook over God, zo vertelt de theoloog en filosoof, over wie het volgens hem onduidelijk blijft of Einstein gelovig of ongelovig was, maar die zelf zei een diep religieuze ongelovige te zijn: ‘een enigszins nieuwe religie’. Hij geloofde niet dat God een directe invloed heeft op ons.

Einstein geloofde niet in een persoonlijke God, maar in een God die zich openbaart in de harmonie van de natuur en de kosmos. Een God zoals die van Spinoza. En die God, zo dacht Einstein, speelt geen kansspelletjes.’

Tempelman bespreekt een moment in de geschiedenis dat belangrijke denkers God liever kwijt dan rijk waren, het moment waarop de filosofie begon af te rekenen met God. Bijvoorbeeld Voltaire. Die stelde dat de wereld een puinhoop is en daarmee uit. Niks geen groter plan, niks geen goddelijke wijsheid. Of Charles Taylor, die vond dat het 500 jaar geleden een beetje bizar was als je niet in God geloofde en dat het tegenwoordig juist een beetje bizar is als je wél in God gelooft.

Maar de schrijver van de serie vraagt zich eveneens af of de God-loosheid wel iets oplost. Er was een reden dat Immanuel Kant en vele anderen in zijn tijd niet zo ver gingen als Voltaire: ze wilden God graag een plek blijven geven. Ze waren bang voor het idee van betekenisloos kwaad. Ze vroegen zich af: wordt het eigenlijk wel beter zonder God?

Als God dood is, zo stelt Tempelman, heeft ons lijden geen enkele zin en is dat een vooruitgang? In het vierde blog onderwerpt hij de postmoderne tijd en mens aan een kritische blik.

Zie:

Lijden heeft geen enkele reden
Als het ons lukt te leven zonder God
Albert Einstein: ‘God dobbelt niet’
God is dood, de keuzestress leeft…

Beeld: Le Penseur, Musée Rodin, Paris, France  (vacationtc.com)

Heilige Onrust in de Welles-Nietes Hemel

hemelseonrust

Theoloog Frits de Lange voorziet de hemel van een minteken: hij schaft de ‘twee-wereldenmetafysica’ af. Maar voor velen is de hemel een dierbaar vooruitzicht. Antropoloog André Droogers vraagt zich af hoe je voorbij zo’n patstelling van nietes-welles kan komen, en denkt dat dat alleen kan door iedereen recht op eigen speelruimte te gunnen. ‘Alle mensen spelen met twee werelden, een waarneembare en een geïnterpreteerde. Tot die twee werelden is elk mens veroordeeld, zelfs als je, zoals De Lange, uitkomt bij één enkele wereld.’

Groningse hoogleraar presenteert radicale theologie zonder dogma’s’, zegt het persbericht over het nieuwe boek van De Lange. Op 2 juni verscheen Heilige onrust van de Groningse hoogleraar ethiek aan de PThU. Daarin onderzoekt de – van huis uit gereformeerde – theoloog wat ‘geloven zonder religie’ behelst als je afscheid hebt genomen van een bovennatuurlijke werkelijkheid en je voor dit leven kiest. De Lange identificeert zich in zijn boek met moderne pelgrims, die binnenkort en masse weer op pad gaan.

Voor de moderne pelgrim is niet Santiago of het hiernamaals de bestemming, maar de spirituele en fysieke ervaring van de pelgrimage zelf. Frits de Lange herkent zich in die pelgrims, voor wie geloof overgave aan dit leven is, zonder religieus vangnet.’ (Persbericht)

Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes heeft De Lange als een gereformeerde Marie Kondo heel veel theologische ballast naar de kringloopwinkel gebracht, en bedrijft hij wat hijzelf noemt een minimal theology die zich hooguit nog concentreert ‘op de vraag wat mensen ’s ochtends drijft om uit bed te stappen, wat hen op de been houdt, en wat hen doet verlangen naar de dag van morgen.

Voor De Lange heeft geloof al lang niet meer te maken met geloof in God en al helemaal niet meer met het geloof in de ‘theïstische’ God: de gereformeerde God waarmee De Lange opgroeide, die in een bovennatuurlijke werkelijkheid woont en vandaar de wereld bestuurt, oordelend en veroordelend, en af en toe ook nog eens ingrijpt. Maar niet alleen De Lange heeft afscheid van die God genomen, hij stelt dat ook veel moderne gelovigen dat gedaan hebben. Dat betekent niet dat geloof verdwijnt, dat anarchie en goddeloosheid de overhand krijgen. Nee, geloof verdwijnt niet, maar verandert (…)’ (Taede Smedes)

Theoloog A.A.A. Prosman stelt dat het ontkennen van hemel niet past bij de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) omdat de uitlatingen van De Lange getuigen van een ‘negatieve relatie’ tot het hart van de christelijke traditie, ‘namelijk het geloof in God en het geloof dat er meer is dan dit aardse leven.’ Prosman vindt dat hij een grens heeft overschreden. De opvatting van De Lange past naar zijn oordeel niet binnen de bandbreedte van de PThU.

Dr. Prosman voorziet dat de druk op de Protestantse Kerk zal toenemen om de kerkelijke opleiding mede aan de beoogde Gereformeerde Theologische Universiteit te laten plaatsvinden ‘als de grondslag (missie-statement) van de PThU geheel uitgehold wordt.’ (RD)

Rector prof. dr. M. M. Jansen van de PThU daarentegen vindt dat Heilige onrust niet in ‘het frame van afscheid van het geloof’ moet worden geplaatst, en nuanceert de stelling dat De Lange het bestaan van de hemel ontkent.

Hij heeft gezegd dat hij begrip heeft voor mensen die zich geen voorstelling van de hemel kunnen maken en afstand genomen van bepaalde voorstellingen van de hemel.’ (RD)

Volgens Droogers wordt dankzij de modernisering – de uitdaging door wetenschap en technologie – de last zwaarder.

De hemelse wereld wordt minder plausibel. Het wetenschappelijke wereldbeeld zet de religieuze betekenisgeving onder druk. Neem je dat serieus, en wil je tegelijk je geloofskader niet kwijt, dan zul je die ene overblijvende wereld anders moeten interpreteren dan je deed. Die lastige taak vervult De Lange, net als sommige andere theologen.’

HeiligeOnrust

Volgens Trouw nam De Lange eerst afscheid van de persoonlijke God en nu zegt hij de hemel vaarwel.

Beter is het daarom te leven alsof er geen hemel bestaat, etsi coelum non daretur. Eeuwig leven stel ik me ondertussen liever voor als de overweldigende intensivering van het besef in leven te zijn, de ervaring van de rijkdom van het volle leven. Een staat van zijn die niet als een tijdstip op de klok aan te wijzen is, en met geen moment te vergelijken valt. Het is niet met handen te pakken, maar het overkomt je. Eeuwig leven is geen eindeloze tijd, maar is juist in een absoluut ogenblik de onderbreking ervan.’ (De Lange)

Op NieuwWij stelt De Lange zelf het gevoel te hebben dat hij een constructief begin aan het maken is, door opnieuw woorden te zoeken voor wat geloof ten diepste is.

Dat geldt ook voor zoiets als ‘het eeuwige leven’, in het laatste hoofdstuk uit het boek. Wat moet je je daarbij voorstellen, als het niet meer op de manier van – wat ik noem – de twee-wereldenmetafysica kan, die suggereert dat we nog een tweede wereld achter de hand hebben? Wat is ‘thuiskomen’ in de wereld van Einstein en Darwin?’ (De Lange)

De hoogleraar zou nog graag nog een boek over Jezus schrijven, en over zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods.

Ik denk dat ik dan niet bij de pelgrim moet insteken, die van huis vertrekt om ooit weer thuis te komen, maar beter in de leer kan gaan bij de dakloze, de vluchteling, de ontheemde, die net als Jezus geen plek heeft om zijn hoofd neer te leggen.’

De Lange kan zich voorstellen dat het boek Heilige onrust discussie oproept. Hij vindt het prachtig dat er weer eens stevig over theologie gepraat wordt, maar die pittige reacties zijn wel een beetje voorbarig, want je kunt het boek nog niet eens gelezen hebben.

Als ‘God’ niet meer dan een menselijk gevoel is, kunnen we het woord ook wel missen. Aan de andere kant: als er maar één wereld is, behoort God tot deze wereld. Je mag van mij best dan het woord bovennatuurlijk gebruiken, als je het maar niet verstaat als de aanduiding van een wereld achter of boven de onze, maar als een beeld voor transcendentie, dat wat ons overstijgt en een appel op ons doet.’

Heilige onrust | Een pelgrimage naar het hart van religie | Frits de Lange | Paperback | 176 pagina’s | €17,99 | ISBN 9789025905545 | ISBN e-book 9789025905552 (€9,99)

Beeld: nl.hdlandscapewallpaper.com

Tomás Halík over het christendom na de religie

thomashalik

Tomás Halík, theoloog-filosoof, schreef Ik wil dat jij bent, over de God van liefde. Het vormt min of meer een eenheid met Geduld met God en De nacht van de biechtvader. Achtereenvolgens handelen ze over geloof, hoop en liefde. Volgens De Nieuwe Koers een uitdagend boek, vol wijsheid, dat je bij de kladden grijpt en niet meer loslaat. Na afloop kun je alleen maar denken: nog een keer lezen. ‘Atheïsme, twijfel, secularisatie en vergelijkbare thema’s spelen voortdurend een rol in Halíks overwegingen, ook als hij schrijft over de liefde’. 

Trouw schrijft bij monde van Pauline Weseman dat de gevierde theoloog indruk maakt met zijn pleidooi voor liefde als tegendeel van narcisme. Volgens Weseman gaat Halík op zoek naar hoe je God, jezelf en je vijand lief kunt hebben temidden van de drie stromingen in het Europa van vandaag: christendom, seculier humanisme en neopaganisme.

God is voor Halík geen object, maar de radicaal andere, een absoluut mysterie waarover we niets weten, behalve dat hij ‘de biosfeer van alle echte liefde’ is: God gebeurt, echte liefde gebeurt daar waar we liefhebben.’ (Weseman)

Het christendom na de religie, zo luidt de ondertitel van Ik wil dat jij bent. Dit doet De Nieuwe Koers herinneren aan de theoloog Bonhoeffer die in de oorlogsjaren al sprak over het ‘einde van de religie’ en over de betekenis daarvan voor het christendom.

In de loop van de naoorlogse jaren – in Nederland vooral na 1960 – hebben nogal wat theologen laten weten hoe het christelijk geloof opnieuw vormgegeven moest worden, met het oog op de secularisatie en het wegvallen van de vanzelfsprekendheid van religie. Niet zelden hintten die theologen op uitwegen die ook letterlijk een ‘weg uit de kerk weg’ waren, met daarbij stevige effecten op de geloofsinhoud. Zo’n type theoloog is Halík niet. Misschien kun je hem een secularisatietheoloog noemen, maar dan wel eentje van een veel latere generatie dan zijn beruchte vakbroeders uit de jaren zestig. Het verschil maakt Halíks politieke en kerkelijke achtergrond.’ (De Nieuwe Koers)

Volgens Tjerk de Reus, van Het Goede Leven, kijkt Halík kritisch naar verschillende kanten, zegt hij ronduit dat hij de algemene, seculiere definitie van liefde wil verrijken: met de liefde voor de vijand en de liefde voor God.

Voor hem zijn dit cruciale aspecten van de liefde, die ook duidelijk maken dat het hedendaagse idee van tolerantie te mager is. Hij verdiept dus het beeld van de liefde, tot een gebeuren waarin de mens zichzelf overstijgt of over zijn eigen grenzen wordt getrokken. In de ware liefde, die meer met trouw, aanvaarding en nederigheid te maken heeft dan met emoties, vinden we God, aldus Halík. Dat betekent niet dat God opgaat in onze liefdeservaringen, eerder geeft dit besef een nieuwe, ook kritische inhoud aan de liefde.’ (Tjerk de Reus)

Weseman stelt dat de uiterst belezen Halík met zijn analyse van zelfverafgoding de kern raakt en een merkbaar doorleefde weg daaruit biedt: de impopulaire weg van eigen verantwoordelijkheid nemen, zelfopoffering en zelfreflectie die ongetwijfeld zal schuren bij menig lezer.

Natuurlijk is zijn uiteindelijke boodschap dat we elkaar lief moeten hebben, maar die wordt des te krachtiger doordat hij pijnlijke thema’s behandelt die de liefde op de proef stellen, wanneer de liefde niet vanzelf (meer) gaat, zoals in relaties, na de Holocaust of bij andersdenkenden. Een waardevolle aanvulling in het huidige religiedebat.’ (Weseman)

Zie:

Ik wil dat jij bent – Het christendom na de religie | Tomás Halík | Uitgeverij Boekencentrum | 10 mei 2017 | € 19,90