Zoektocht naar God vindt stralend middelpunt

labyrintChartresKatehdraalmlivecom

‘In Het kruislabyrint wordt geen enkele vraag uit de weg gegaan. Of het nu gaat om het geloof in de Schepper versus evolutionisme of om de vraag of de religies van de mensheid inclusief het christelijk geloof wellicht berusten op collectieve psychose.’ Dr. Wim Dekker zei dit bij de presentatie van dit vorige maand verschenen boek van André F. Troost, waarin Max Thomassen op de valreep van zijn emeritaat wordt bestormd door diverse theologische vragen. In dit boek gaat het – ondanks verhalende aspecten – vooral om de theologische inhoud.

De titel van dit boek is veelzeggend. De zoektocht naar God is niet een telkens doodlopende route door een duister doolhof, ook al lijkt dat soms zo te zijn. De zoektocht naar God lijkt veel meer op een labyrint, waarin men wel lijkt te verdwalen, maar waarin je in feite via tientallen omwegen geleid wordt naar een stralend middelpunt.’ (Uit: Het kruislabyrint)

Volgens Dekker kan in de vele dialogen, die in het boek voorkomen, ieder die weleens diepe twijfel koestert aangaande het hele gebouw van de christelijke waarheden wel ergens zichzelf terug vinden, en nergens wordt hij dan gelijk weer afgeserveerd met een christelijk apologetisch argument.

Een simpel boek is het niet geworden: het is geschreven voor lezers met een royale belangstelling voor theologie. In elk geval worden kritische kwesties, opborrelend na lezing van de Bijbel, niet met een vrome verfkwast vlotjes weggesausd.’ (Dekker)


Ik zag het opeens allemaal weer voor me: de verslagen die ik opdiepte uit mijn archiefdozen, de herinneringen aan al die uiteenlopende vormen van religie; de tempels voor de vele goden van de hindoes in Nepal, het heiligdom van Boeddha in Kathmandu, de portretten van de ayatollahs in Teheran, de moskee annex synagoge in Hebron, de woestijn rond Beersheba, de Sint Pieter in Rome, de Wartburg in Eisenach, de Amish People in de omgeving van Washington, de Marble Collegiate Church van Norman Vincent Peale … Het duizelde me. Hoe kan een mens zich een weg banen in dit oerwoud van religies, kerken en geestelijke stromingen? Om van die ingewikkelde uitspraken over de Drie-eenheid tijdens de synodes in Nicea en Constantinopel maar te zwijgen. Hoe vindt een mens in dit doolhof God?’ (Uit: De godenzoon – in: Het Kruislabyrint)


andretroostMet de verbindende verhaallijn wil hij niet verdoezelen dat het in feite gaat om exegetische en dogmatische knelpunten, zegt André F. Troost (foto: cover boek) in het voorwoord van zijn boek.

Het romantische aspect is een poging te voorkomen dat een puur theologisch betoog zou verzanden in een woestijn van dorre theorie. Per slot van rekening gaat het hier wel om theologische beslissingen die wereldwijd geleid hebben tot kloven vol haat, oorlogen en terreur, tot op de dag van heden.’ (Troost)


Sam keek me even aan om na te gaan of ik zijn verhaal nog wel volgde. Blijkbaar had hij er wel vertrouwen in, want al gauw vervolgde hij zijn Bijbelles. ‘Daar komt nog iets bij, Max. Het is nog maar de vraag of Johannes 10:33 wel goed vertaald is. ‘U beweert dat u God bent’. Maar staat dat er eigenlijk wel? Vanuit het Grieks kun je ook vertalen: ‘U beweert dat u een god bent’.’ ‘Een god? Sam, wat mankeer je toch?’ ‘Rustig blijven, Max. Weet je wel wat de Luthervertaling van 1545 hier heeft? Houd je vast: ‘und machest dich selbs einen Gott’. Einen Gott!’ (Uit: De sleutel – in: Het kruislabyrint)


Ook zegt Troost dat, theologisch gezien, dit boek draait om de vraag of de klassieke leer van de Drie-eenheid (Vader, Zoon en heilige Geest) niet onnodig frustrerend is in het onderling gesprek van de drie grote monotheïstische godsdiensten: jodendom, christendom en islam.

In een wereld vol religieus getint terrorisme is bezinning vanuit een theologische invalshoek geen overbodige luxe…’ (Troost)

HetkruislabyrintSoms wordt het zelfs zo spannend, volgens Dekker, dat hij zich afvraagt of de schrijver zelf nog grond onder de voeten overhoudt, en uiteindelijk blijkt dat wel zo te zijn, maar niet gevoel en verstand geven dan de doorslag, doch de wil.

Eigenlijk zijn het twee boeken in één. Het ene boek gaat over geloven de twijfel te boven in de diepste zin van het woord. Het andere boek zoomt in op een punt, waar bij de schrijver ooit twijfel zich diep vastzette: Is Jezus wel de Zoon van God?’ (Dekker)

Dekker is wel bang dat de schrijver zijn hand overspeelt wanneer er tegelijk herhaaldelijk een pleidooi gevoerd wordt om het God-zijn van Jezus als het grote struikelblok tussen de drie monotheïstische religies op te ruimen: omdat hier nog heel veel meer vragen aan vastzitten. Hij vindt wel dat het God zijn van Jezus na alle plussen en minnen nog behoorlijk overeind blijft. Meer dan het jodendom kan verdragen, vreest hij en zeker meer dan de Islam dat kan en nodig acht.

Zie:

  • Ons gevoel en ons verstand …
  • Het kruislabyrint | ISBN paperback 978 90 239 2889 8 | ISBN e-book 978 90 239 2890 4 | NUR 703 |  20 10 2017 | © Uitgeverij Boekencentrum, Utrecht | € 20,00 | E-book: € 9,99  | ‘Dit boek is een mengeling van feit en fictie – een Bijbelstudie, omlijst door een geromantiseerd tafereel: de laatste werkweek van een bijna emeritus predikant in zijn kleine gemeente aan de kust. Wie meent in dit boek iemand te herkennen, vergist zich. Dat neemt niet weg dat de hoofdrolspeler in dit boek en ondergetekende wel wat op elkaar lijken … Hoe dan ook, de belangrijkste geloofsworsteling die in dit boek beschreven wordt, is volledig authentiek. De kernvraag in dit boek was jarenlang ook de mijne: hoe kan Jezus God zijn?’ (Troost)

Beeld:  Labyrint in de kathedraal van Chartres, Frankrijk (mlive.com)

Nadat God ons had bedacht …

SalvatorMuniLeonarddaVinci

… hebben wij dankbaar toch maar God bedacht, zei ooit oud-journalist-dichter Gerard van den Boomen. God de projectie van mijn verlangen? ‘Ja,’ zei de beroemde psychiater Piet Kuiper, ‘omdat hij mij zó geschapen heeft’. Theoloog Huub Oosterhuis, initiatiefnemer van De Nieuwe Liefde, in Amsterdam, verwees naar deze uitspraken in de Titus Brandsmalezing 2017. ‘In de grote leegte van het niets weten over God, hier beneden, begint de Bijbel en schrijft over een God hoog boven’.

De ontdekking dat de Bijbel een boek-van-beneden is, door generaties mensen ‘bedacht’, heeft mij niet van God afgebracht.’

Oosterhuis zei geleerd te hebben, van joodse leermeesters met name, de talloze nog altijd gangbare interpretaties van dat grote verhaal te wantrouwen en vervolgens hun aanspraak op leergezag en laatste waarheid te verwerpen.

Ik doel op alle theologische tradities sinds het concilie van Nicea in 325 en alle kerkelijke leer die tot op vandaag in het credo van Nicea gegrondvest is – in die ingenieuze tekst met zijn politiek geladen Jezus-definitie ‘God van god, licht van licht, ware god van ware god, geboren niet-gemaakt, één in wezen met de Vader’.’

De theoloog denkt dat er veel van het christelijke geloof wordt afgevallen, omdat het grote Bijbelse verhaal in dit soort dogmatische oneliners wordt samengevat, èn omdat met name de rooms-katholieke kerk aan haar dogma’s een discriminerende moraal verbindt.

Ik zou die vele van huis uit christenen, zo sprak Oosterhuis in zijn lezing, èn de vooraanstaande theologen die afrekenen met hun geloof in God-hemel-hiernamaals willen vragen hoe zij omgaan met het oerverlangen van de mensheid naar ‘eeuwigheid’, met de onuitroeibare hoop op ‘eindelijk gerechtigheid’, vertroosting, vervulling – is dat kinderlijke fantasie, begoocheling, vluchtmechanisme?

Zijn dat, ‘nu eenmaal’ producten van ons brein – ik verwijs nogmaals naar de psychiater Piet Kuiper die, met woorden van Augustinus meende, dat God ons ‘naar zich toe’ geschapen heeft, ‘onrustigs is ons hart totdat het rust in U’, of, met andere woorden, die ons brein/ons hart zo heeft geprogrammeerd dat het hoopt op een god van liefde, de god van psalm 23. Zou ‘hoop’ niet een beter woord zijn dan geloof? Ik hoop dat God bestaat, de god die Jezus zijn vader noemde. Hopen is openhouden.’

Oosterhuis denkt, hij zou willen, dat het tijdperk van dogmatische one-liners voorbijgaat, voorbij is, en dat er een traditie zal ontstaan van verhalende midrash.

In het jodendom, dat van alle stromingen van christendom de springbron is, heeft zich, al eeuwen voor onze gangbare jaartelling, een traditie ontwikkeld van verhalen in de marge van het boek Bijbel: actualiserende uitleg van de Thora, vanuit een mondelinge overlevering die, dachten de rabbijnen, terugging tot Mozes zelf.’

Een nieuwe traditie van verhalende midrash, aldus de theoloog, in plaats van al die dogmatische oneliners. Toen Oosterhuis aan zijn leermeester Jehuda Ashenkasy vroeg: ‘Wat denk je?’, antwoordde hij: ‘Begin er maar aan.’ De theoloog deed dat en schreef het verhaal Een lege troon. Daarin is God zelf aan het woord, zoals af en toe in de Bijbel. Het begint zo:

‘Heb ik ooit engelen geschapen? Nooit. Niet één. Ik heb ook geen mensen geschapen. Mensen hebben engelen bedacht. En mij. Maar anders dan ik ben.’

Bron: Titus Brandsma Lezing 2017

Beeld: Salvator Mundi (Christus als redder van de wereld) door Leonardo da Vinci. (Christie’s)

‘Natuur en mens scheppen hemel en aarde’

Luis_Argerich_Two_Types_of_Clouds (Flickr)

‘Ooit werd God beleden als de Schepper van hemel en aarde. Nu wordt gesuggereerd dat ‘de Natuur’ en de mens samen via kwantumprocessen en waarneming deze werkelijkheid maken tot wat ze is.’ Aldus godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes in zijn recensie van The Universe, Life and Everything. (Een knipoog naar Life, the Universe and Everything van Douglas Adams, de schrijver van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, waarin ’42’ het antwoord was op de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles.) Het tegenspel van Sarah Durston en Ton Baggerman (The Universe, Life and Everything) ligt ietwat gecompliceerder.

Eerst was er de bijeenkomst Dawn of a new age in science – een nieuw tijdperk in de wetenschap? Dit was op 21 oktober de vraag van de KNAW, De Jonge Akademie en het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS-KNAW). Gesteld werd dat er een omslag gaande is in de manier waarop we over wetenschap nadenken. Ons huidige wetenschappelijke paradigma stamt van de ideeën van Descartes en Newton en is 350 jaar oud:

Het is ontzettend krachtig geweest en ligt aan de basis van de verlichting, onze moderne technologie en Westerse welvaart. Maar er zijn fenomenen die binnen dit ideeëngoed niet goed verklaard kunnen worden, zoals bewustzijn en ontwikkelingen in de moderne fysica. Bovendien vragen de huidige klimaat- en humanitaire crises om een nieuwe kijk. Diverse experts gaan in op deze onderwerpen en onderzoeken of het tijd wordt om de aannames van ons wetenschappelijke paradigma aan de kaak te stellen.’ (KNAW)

Experts boog zich over de vraag of het tijd wordt om de manier waarop over wetenschap nagedacht wordt, te veranderen. Dat deden zij aan de hand van verschillende onderwerpen die niet goed vanuit de huidige wetenschappelijke paradigma’s te verklaren zijn. Tijdens die bijeenkomst werd het boek The Universe, Life and Everything van Sarah Durston, hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen, Universitair Medisch Centrum Utrecht, en psychotherapeut Ton Baggerman, gepresenteerd. Hierover schreef Smedes de recensie Het wereldbeeld van Descartes en Newton voorbij in het ND.

Er lijkt behoefte aan een nieuw wereldbeeld dat recht doet aan hedendaagse natuurwetenschappelijke inzichten en daarmee het mechanistische wereldbeeld van Descartes en Newton aflost. Een wereldbeeld dat niet langer het menselijk bewustzijn tot hersenactiviteit reduceert – wij zijn immers niet ons brein – maar dat bewustzijn tot spil maakt waaromheen alles draait.’ (Smedes)

Volgens Smedes is dit de boodschap van het boek. Het idee dat we een ‘nieuw wereldbeeld’ nodig hebben, hoor je volgens de theoloog toch meestal van mensen die zich bezighouden met esoterie of wat vroeger ‘new age’ genoemd werd. De schrijvers nu stellen dat het oude wereldbeeld van Descartes en Newton – waarin de wereld bestaat uit relatief losstaande brokken materie (‘atomen’), geregeerd door deterministische wetten, en waarin ruimte en tijd absolute grootheden zijn – dat dit oude wereldbeeld aan een flinke upgrade toe is.

Smedes stelt dat er iets gaande is in de natuurwetenschappen waardoor de laatste jaren bij steeds meer wetenschappers het besef ontwaakt dat we een revolutie nodig hebben.

Er zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten die hierom vragen, zoals de onverklaarbaarheid van het verschijnsel ‘bewustzijn’, de centrale rol die het bewustzijn van de waarnemer lijkt te spelen in processen op kwantumniveau (dus het fundamentele niveau van materie), en nieuwe wetenschappelijke inzichten zoals dat tijd en ruimte relatief zijn en dat alles met alles samenhangt.’ (Smedes) 

Theuniverselifeandeverything

De godsdienstfilosoof blijkt kritisch in zijn recensie, en heeft het idee dat de schrijvers met de kwantumfysica aan de haal gaan, en noemt het zelfs quasimystiek als zij schrijven over de vraag in hoeverre de mens zelf zijn werkelijkheid schept, en over synchroniciteit.

Het bewustzijn van de mens krijgt een cruciale rol toebedeeld. Natuur en mens werken samen in het scheppen van de werkelijkheid. Bij betekenisvol toeval wordt duidelijk hoe menselijk bewustzijn en Natuur samenwerken.’ (Smedes)

Smedes kan zich niet aan de indruk onttrekken dat in dit boekje – waarin volgens hem God angstvallig buiten de deur wordt gehouden – uiteindelijk de natuurwetenschappen voor het karretje van de geesteswetenschappen worden gespannen om vragen te beantwoorden die ten diepste zinvragen zijn.

The Universe, Life and Everything | Sarah Durston, Ton Baggerman | Uitgeverij Amsterdam University Press | ISBN 9789462987401 | oktober 2017 | Blz. 128 | € 14,99

Zie: Het wereldbeeld van Descartes en Newton voorbij

Beeld: Luis Argerich (Flickr)

Van kerkelijk naar spiritueel christendom (2)

Christelijkspiritueelcentrum

‘Op het dieptepunt van de geschiedenis werden ons de geschriften teruggegeven die ons een nieuw zicht geven op onze eigen christelijke traditie, en die wij ook nog eens bitterhard nodig blijken te hebben als een geestelijk baken en houvast om de weg vanuit het diepste donker naar het licht van een nieuwe tijd te vinden.’ Theoloog Hans Stolp heeft het hier over de Nag Hammadi-geschriften die in 1945 destijds in het zand bij de Nijl in Egypte in een aardewerken kruik gevonden. 52 Geschriften, allemaal van het spirituele christendom, die al eeuwenlang verdwenen waren.

We zien in onze tijd dat het kerkelijke christendom begint te sterven. Het instituut kerk blijkt niet wérkelijk meer in staat mensen te inspireren. Maar juist nu worden ons die oude spirituele geschriften in handen gegeven, waarin we inzichten vinden waarmee zoveel mensen in onze tijd wél iets kunnen en waarin zij een nieuwe inspiratie vinden.’

Maar die visie valt niet overal in goede aarde. De Tilburg School of Catholic Theology stelt dat ‘indien het esoterisch christendom een brugfunctie heeft, het vermoeden is dat het een brug met eenrichtingsverkeer is, namelijk de kerk uit’. ‘Esoterie is voor sommige gelovigen die de kritische zin missen,’ vindt RKDocumenten. ‘Sinds de 19de eeuw is esoterie de gebruikelijke verzamelnaam voor het spirituele leren en praktijken waarin de mens zogenaamd tot een kennis wordt gebracht die altijd al in hem of haar aanwezig zou zijn geweest.’ Is het esoterisch christendom dan niet verenigbaar met het christelijke geloof? ‘Nee,’ zegt de Jongerencatechismus van de Katholieke Kerk.

Geen verstandig mens hoeft dit wereldbeeld te delen, waarin het wemelt van de geesten, kobolden en (esoterische) engelen, waarin in tovenarij wordt geloofd en waarin ‘ingewijden’ over geheime kennis beschikken die aan het ‘domme volk’ onthouden wordt.’

Maar zonder esoterie was wetenschap niet gaan bloeien,’ beweert Kocku von Stuckrad, decaan van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Esoterie begon al bij Plato’.

Er was, anders dan in de kerk, ruimte voor onafhankelijk denken. Zo kon Newton, die ook alchemistische werken schreef, tot zijn baanbrekende theorie van de zwaartekracht komen.’

Deze redenering wekt echter de ergernis van wiskundige Jan Willem Nienhuys, die de stelling bestrijdt dat natuurwetenschappers de esoterie dank verschuldigd zijn: ‘Als je lang genoeg doorgraaft kom je bij Adam en Eva uit. Moeten we die dan dankbaar zijn voor de ontdekking van DNA?’ Volgens classicus Anton van Hooff definieert Von Stuckrad wetenschap niet juist: esoterie is volgens Van Hooff de zoektocht naar absolute kennis, maar wetenschap een discussie zonder einde.

Volgens Von Stuckrad – die eerder stelde dat het heidendom uitgevonden is door het christendom: eerst waren het nog gewoon andere, maar gelijkwaardige religies – was en is de esoterie echter nog steeds de zoektocht naar het Zijn en heeft in een later stadium als onderdeel daarvan de wetenschap opgeleverd:

Wetenschap is dus een uitvloeisel van de esoterie. Dat is nuttig gebleken. Want dankzij de wetenschap komen we er nu achter dat in het universum alles met alles samenhangt en niets zeker is. Oftewel dat het magisch is. Hetgeen betekent dat de wetenschap eigenlijk uitgezocht is en derhalve de waarheden ervan niet langer de primaire bron van zelfsturing en daarmee tevens van besturing zijn.’

Stolps esoterische visie strookt volgens bisschop Jan Liesen niet met de rooms-katholieke geloofsleer. De prelaat vindt het bezwaarlijk dat Stolp ook persoonlijk het ‘esoterisch christendom belijdt’. Zo’n zes maanden geleden nog verbood hij een lezing van Stolp in de Franciscuskerk in Breda. ‘Ketters’ worden kennelijk nog steeds bestreden.

FeddemaAntropoloog en historicus Hans Feddema (foto: Twitter) stelde op 5 november – in zijn artikel Levenskunst met accent op onze innerlijke reis – bij Zinweb dat spiritualiteit de kern van ons bestaan raakt en ze gericht is op verbinding met het goddelijke, en op het beleven en toepassen van die relatie. Met als vier vruchten: innerlijke transformatie, zelfacceptatie, heel-wording en bewustzijnsverruiming.

De kerk leerde ons eeuwenlang dat we om in de hemel te komen in ‘verlossing’ moesten geloven door het ‘reinigende bloed’ van Jezus aan het kruis. Het maakte mede dat in het christendom onze innerlijke reis in het leven een stiefkind werd. En dus ook het werken aan innerlijke transformatie, zelfacceptatie, (zelf)heling, compassie en bewustzijnsverruiming. Waarom zou je in die zin aan jezelf werken, als het ‘bloed van Jezus’ de oplossing is?’

Naast het emotionele bestaansniveau, dat recent gelukkig wel iets meer aandacht krijgt, was ook het spirituele bestaansniveau lang stiefkind, aldus Feddema: helaas ook in de kerk, reden dat deze zich thans in een identiteitscrisis bevindt.

Een kerk die te weinig stil staat bij deze impasse, elke hervorming afwijst, ja ook in haar functioneren geen of weinig aandacht besteedt aan de innerlijke reis van de mens, dit niet (weer) tot haar hoofdaccent maakt, zal in de huidige tijd niet lang nog kunnen overleven.’

Feddema geeft als een van de vele voorbeelden dat als mensen samen mediteren of yoga doen, dat dit uitstraling heeft naar anderen.

Het genoemde doorbrekende nieuwe religieuze paradigma zal er wel bij varen, indien ze de verhalen van Jezus (‘het Koninkrijk van God zit in jullie’), Parcival, Odysseus en andere ‘helden’, de innerlijke reis expliciet een plaats geeft in haar religiositeit.’   

Gerelateerd: Van kerkelijk naar spiritueel christendom  (1)

Beeld: Centrum voor christelijke spiritualiteit – ‘Het centrum is een plek waar ik word opgebouwd en gemotiveerd om meer te leven in de rust. Ik zoek het regelmatig op, zodat ik ook thuis weer meer tijd aan mezelf ga besteden. En de diepte in ga met mijn relatie met God.’ (Inge)

Van kerkelijk naar spiritueel christendom

Bosch..Sophia

Theoloog en pastor Hans Stolp vond door de esoterische traditie zijn eigen innerlijk weten terug. ‘Alsof ik door de antwoorden die daar gegeven werden mij iets bewust werd van wat al zo lang als een zeker weten in mij leefde, maar wat ik maar niet ‘naar boven kon halen’ en mij bewust kon maken.’ Hij schrijft hierover in zijn vele boeken. Het stond haaks op wat hij als kind in de kerk en later als theologisch student over Jezus Christus geleerd had. Hij voelde heel diep en intens dat het allemaal heel anders was dan hem daar – in de kerk en op de universiteit – voorgehouden werd.

Ik voelde vanbinnen: het is anders, zó is het niet. Maar hoe dat geheim van Jezus Christus dan wél in elkaar zat, wist ik in het geheel niet. Pas toen ik in aanraking kwam met de esoterische traditie, ofwel de spirituele traditie van het christendom, vond ik de antwoorden en de inzichten waarnaar ik al zo lang op zoek was.’

Vanuit het perspectief van het esoterisch christendom bekijkt Stolp – die een studie maakte van het esoterisch christendom – ook de islam en geeft er lezingen over. Wetenschappelijk gezien wordt zijn werk – en dat van cultuurhistoricus Jacob Slavenburg – echter niet serieus genomen. Desondanks maakt Stolp de oorspronkelijke, spirituele of esoterische traditie (weer) voor een breed publiek toegankelijk, wat hem in 2008 de titel toptheoloog opleverde door de lezers van Trouw.

Wat houdt dat esoterisch christendom – waarvan men wel zegt dat het ‘zich beweegt buiten het algemene katholieke geloof zoals de Kerk dit belijdt’ – eigenlijk in? In de eerste eeuw na Christus, vertelt ‘ketter’ Stolp, waren er overal mensen die zich geraakt wisten door de verhalen die de leerlingen van Jezus Christus over hem vertelden en de boodschap die hij zijn leerlingen had meegegeven.

Maar natuurlijk vertelde ieder van die leerlingen die verhalen en die boodschap op een eigen manier, precies zoals hij (of zij!) het zelf van Jezus Christus begrepen had. Zo ontstond er een bont en veelkleurig christendom, waarin op vele verschillende manieren over Jezus Christus verteld werd en waarin ook verschillende accenten gelegd werden bij het doorgeven van zijn boodschap.’

HansStolpNL

Achteraf gezien tekenden zich voor Hans Stolp (foto: HS) – ook wel ‘herverteller van een oude traditie aan de rand van het kerkelijk christendom’ genoemd – langzamerhand twee duidelijke hoofdstromingen af binnen dat christendom van de eerste twee, drie eeuwen: het meer kerkelijk georiënteerde christendom, zoals we dat in onze tijd nu nog kennen, en een veel vrijer, spiritueel christendom.

Bij het kerkelijke christendom ging het vooral om het geloof in de mens Jezus, die tegelijk God was, en om een vast geloof in zijn sterven en opstanding. Daarnaast ging het om dogma’s, om een strakke hiërarchie, om het geloof in wat een priester je voorhield, en in de betekenis van het instituut kerk. ‘Salus extra ecclesiam non est’, ofwel: ‘buiten de kerk geen heil’, was de kernachtige grondregel zoals die door kerkvader Cyprianus in de eerste helft van de derde eeuw geformuleerd werd.’

Bij het spirituele christendom ging en gaat het volgens de theoloog daarentegen vooral om de (heel persoonlijke) weg naar binnen, een weg van geestelijke groei, en Jezus Christus is vooral de leermeester en gids die ons helpt om ook in onszelf de goddelijke geest, de innerlijke Christus, tot leven te brengen zoals die toen, tweeduizend jaar geleden, in hemzelf was gaan leven.

De bisschoppen hadden in de vierde eeuw n.C. het bevel over de politie gekregen, vertelt Stolp verder, en waren de christenen eerder al een paar eeuwen lang door diezelfde politie vervolgd en onderdrukt. In het hele Romeinse rijk waren overal christenvervolgingen geweest. Maar toen het kerkelijke christendom – de kerk dus – in de vierde eeuw eerst (in 313) door keizer Constantijn erkend werd en later (in 393 onder keizer Theodosius) zelfs staatsgodsdienst werd, werd diezelfde politie nu door de bisschoppen ingezet om de spirituele christenen te vervolgen en te onderdrukken.

Niet alleen de spirituele christenen zélf werden heftig en fanatiek vervolgd, ook de geschriften waarop zij zich beriepen en die zij graag lazen in hun kringen, zoals het evangelie van Thomas, het evangelie van Maria Magdalena, het Geheime Boek van Johannes en andere, werden verboden. Het in bezit hebben van dergelijke geschriften werd verboden verklaard en iedereen die een dergelijk geschrift in huis had, kon met de dood gestraft worden. Zo werden de spirituele christenen en hun geschriften uitgeroeid. Dat gebeurde zó grondig dat er nauwelijks meer iets van die geschriften overbleef, behalve een enkele snipper, die echter meestal onbegrijpelijk was, omdat het geheel waartoe het behoorde, ontbrak.’

Jezus.mijn.broeder

In 1945 echter werd in het zand bij de Nijl in Egypte een aardewerken kruik gevonden, waarin 52 geschriften zaten, allemaal van het spirituele christendom, die al eeuwenlang verdwenen waren.

(wordt vervolgd)

Bron: Jezus mijn broeder | Hans Stolp | ISBN: 97890 202 99830 | NUR: 720 | Uitgeverij Ankh-Hermes BV, Deventer.

Beeld: Sophia (Jeroen Bosch) – In het midden staat een helder figuur. Ze is de vertegenwoordiger van de krachten van Sophia. Voor haar voeten liggend ziet men de vis, symbool van het esoterische christendom, waarmee ze innig verbonden is. Over haar verschijning valt als eerste de dubbele kers op die ze op haar hoofd draagt. Deze dubbelkers zegt dat de drager of draagster de hoogste stap van de godsvriendschap beklommen heeft. Deze bestaat in de hoogste stap van de loutering tot in de ondernatuur toe, zodat de ziel tot aan de intuïtie heeft kunnen opstijgen. (willehalminstituut.blogspot.nl)

Update: 18 03 2024 (Lay-out)