‘Cruciale parallel tussen religie en politiek’

Visionair
Rector van het International Institute of Social Studies in Den Haag, Ruard Ganzevoort, signaleert een cruciale parallel tussen het domein van de politiek en het domein van religie. Hierover hield hij eind 2018 een speech bij het 6th Congress of Leaders of World and Traditional Religions in Astana (Kazachstan.) Beide domeinen zijn volgens Ganzevoort niet tevreden met de status-quo van de bestaande wereld en de realiteit ervan. Beide geloven dat de wereld anders kan zijn dan wat we vandaag zien.

‘Het visionaire perspectief dat nodig is om fundamentele problemen en risico’s van deze tijd aan te pakken: oorlog, ongelijkheid en klimaatverandering’

Politiek en religie hebben volgens Ruard Ganzevoort het potentieel om leiders te inspireren en succesvol te laten zijn voor het algemeen welzijn. Politiek en religie hebben de eigenschap gemeen dat ze geloven dat de wereld anders kan zijn dan wat we zien: beide zijn gebouwd op ideaalbeelden.

De wereld kan anders zijn
Ganzevoort noemde het congres een belangrijke markering van het visionaire perspectief dat nodig is om fundamentele problemen en risico’s van deze tijd aan te pakken: oorlog, ongelijkheid en klimaatverandering. Deelnemers waren tachtig religieuze leiders, maar ook politici en academici, uit 46 landen. Er werd een Manifest* besproken dat de noodzaak om oorlog uit te roeien koppelt aan een oproep om de oorzaken van oorlog, inclusief ongelijkheid, weg te nemen.



Eighty-two delegations from 46 countries representing the world’s religions are expected to gather in Astana Oct. 10-11
for the Sixth Congress of Leaders of World and Traditional Religion


* Volgens dit Manifest moet er vooruitgang worden geboekt naar een wereld die vrij is van nucleaire – en andere massavernietigingswapens; moet er voortgebouwd worden op bestaande geografische initiatieven om oorlog als manier van leven uit te bannen; is het noodzakelijk om dergelijke overblijfselen uit de Koude Oorlog te elimineren zoals militaire blokken die de veiligheid op de wereld bedreigen en een bredere internationale samenwerking belemmeren; is het belangrijk om het internationale ontwapeningsproces aan te passen aan de nieuwe omstandigheden, en vereist een wereld zonder oorlog in de eerste plaats eerlijke mondiale concurrentie in internationale handel, financiën en ontwikkeling. (Uit: Manifesto: The World. The 21st century)


‘We hebben maar één wereld’
Ook verwees Ganzevoort naar sociale en ecologische initiatieven, en de agenda voor duurzame ontwikkelingsdoelen. In dit kader noemde hij de encycliek Laudato Si en soortgelijke voorstellen van de oecumenische patriarch Bartholomeüs.

‘We hebben maar één wereld. Daarop leven we samen en er is geen ontsnappingsroute. We maken daarom allemaal deel uit van hetzelfde geopolitieke en ecologische ecosysteem. Gebeurtenissen in één gebied zullen onvermijdelijk andere gebieden beïnvloeden. Oorlogen in het Midden-Oosten leiden tot vluchtelingen naar omringende landen en West-Europa. Klimaatverandering beïnvloedt de armen meer dan wie dan ook en zij doen daarom een beroep op de rijken. Sociale ongelijkheid in Afrika veroorzaakt instabiliteit in Europa. Economische crises in het Westen hebben catastrofale gevolgen voor de ontwikkeling van andere delen van de wereld. ’

In harmonie met elkaar
Volgens Ganzevoort zijn dit geen afzonderlijke gebeurtenissen of omstandigheden. Ze zijn allemaal verbonden met de fundamentele en overkoepelende uitdaging van onze tijd: hoe we ons bestaan ​​duurzaam kunnen maken.

‘En we maken intrinsiek deel uit van die uitdaging: hoe vervullen we onze verbondenheid met onze medemensen en met de natuurlijke wereld om ons heen. We zijn geroepen om nieuwe samenlevingen te bouwen waarin we in harmonie zijn met elkaar en met de aarde.’

Leiders nodig die dienen
Leiders die daarbij nodig zijn, zijn mensen die sterk geloven in de mogelijkheid om veranderingen aan te brengen en van deze wereld een betere plek te maken, die dapper genoeg zijn om toe te geven dat onze traditionele stijlen van politiek en religie ons grote schade hebben toegebracht en geleid naar een wereld van oorlog en ongelijkheid. Leiders dienen nederig genoeg te zijn om toe te geven dat ze de wijsheid en bijdragen van anderen nodig hebben; leiders die hun macht gebruiken om ruimte te maken voor de ander in plaats van de eigen invloed te vergroten; die begrijpen dat ze geroepen zijn om te dienen. Leiders die de tekenen van de tijd begrijpen en de urgentie van radicale stappen naar vrede.

Ruard Gazevoort

Visionaire gezichtspunten
Ganzevoort relativeerde in zijn speech de visionaire gezichtspunten van religie en politiek. Die schieten nogal eens tekort. Politiek blijft vaak steken in machtsspelletjes en komt op voor de eigen gevestigde belangen. Religieuze leiders en instellingen zijn soms geobsedeerd met het versterken van de eigen identiteit, zien zichzelf als alleen maar positief, maar maken in feite vaak deel uit van het probleem in plaats van de oplossing.

‘Religies zijn naar mijn mening per definitie ambivalent en kunnen worden gebruikt voor goed en kwaad, om vrede te brengen en oorlog te veroorzaken, liefde te laten groeien en haat te zaaien.’

Potentieel van religie en politiek
Als ‘iemand die actief is in de wereld van politiek en van de academische studie van religie’ zegt Ganzevoort zich wel diep bewust te zijn van tekortkomingen van de politiek en religie, maar is hij eveneens overtuigd van hun potentieel.

Bron: Religious Leaders for a Safe World (Ruard Ganzevoort)

Zie ook: Statement 6th Congress of Leaders of World and Traditional Religions
NB: The Next Congress of Leaders of World and Traditional Religions: in Kazakh capital in 2028

Foto van het zesde congres: credit: inform.kz.
Foto genomen op vijfde congres: Eighty-two delegations from 46 countries representing the world’s religions are expected to gather in Astana Oct. 10-11 for the Sixth Congress of Leaders of World and Traditional Religion
Foto Ruard Ganzevoort: RG WordPress.com
Update februari 2026 (Lay-out, tekstactualisatie, foto’s, links)

Parapsychologie nog altijd pseudowetenschap

MichielVanElkHansGerdingAVG

Bij de Academie voor Geesteswetenschappen (AVG) in Utrecht gaf neurowetenschapper Michiel van Elk, bekend van Extase, waarin hij zijn experiment met de ‘godhelm’ en andere religieuze ervaringen beschrijft, een lezing, waarna hij in gesprek ging met een docent bij de AVG, parapsycholoog en filosoof Hans Gerding, bekend van Wilde beesten in de filosofische woestijn: filosofen over telepathie en andere buitengewone ervaringen. Duidelijk werd die middag dat de psychologie in de visie van Van Elk niet veel opheeft met de parapsychologie. Het stuit in ieder geval nog altijd op weerstand in academische kringen. Je vindt het niet terug in de mainstream van de psychologie.

Op de universiteit kan je geen parapsychologie studeren. Er bestaat geen zelfstandige parapsychologische wetenschap, hooguit is het een onderdeel van de empirische psychologie, als te bestuderen verschijnsel. Religieuze ervaringen worden er bestudeerd, maar wat moet je met dat paranormale, of hoe onderzoek je bewustzijn, hoe kan je dat meten? Toch vertelde Van Elk zelf uitgebreid over zijn eigen vreemde ervaringen die hij niet wetenschappelijk kan verklaren, maar voor hem betekenisvolle ervaringen opleverden. Of hem minstens als betekenisvol toeval voorkwamen. De mens heeft nu eenmaal de neiging of betekenis te geven aan toeval.

Van Elk kwam zo eens ver afgelegen terecht in een hut, waar ceremonieel thee werd gedronken en hij mee werd gevoerd naar bizarre taferelen. Zo zat hij in Amsterdam en het andere moment in een of andere Arabische stad. Van Lommel heeft gelijk, dacht hij zelfs bij bepaalde ervaringen. Die vertelde dat het menselijk brein soms op een televisieontvanger lijkt en ‘afgestemd kan worden’ op verschillende universa of bewustzijnstoestanden. Van Elk kreeg bizarre visioenen waarvan hij soms dacht wat moet ik ermee, maar hem ook diep inzichtelijke ervaringen gaven.

Zo zag de neurowetenschapper eens in een visioen de Terugkeer van de Verloren Zoon van Rembrandt. Als vader van twee kinderen keek hij vanuit het perspectief van de vader en voelde het visioen als een persoonlijke boodschap. Of kwam dat vanuit het emotionele zelf? Ook vertelde hij hoe psychedelische ervaringen kunnen bestaan. De verschillende hersengebieden die anders nooit met elkaar communiceren, doen dat onder invloed van paddo’s of andere hallucinogenen ineens wel. Dan krijg je bizarre ervaringen. Dat is niet spiritueel, want je tript op kortsluiting. Er is geen sprake van een of andere Hogere Realiteit.

Van Elk vertelde over zijn nep-godhelm. (Er bestaat een echte, die ook werkt als die uitstaat.) Op het Lowlandfestival in de zomer van 2016 werd geëxperimenteerd met de nep-godhelm met nutteloze draadjes en ducttape. Deelnemers werden dus genept – waarover ze later wel werden ingelicht. Het onderzoek richtte zich op hoe snel mensen een ‘goddelijke’ ervaring krijgen als de omstandigheden voor suggestie optimaal worden gemaakt. Sommige deelnemers deden een spirituele ervaring op. In de echte godhelm zit een magneet om het brein in de ‘godstand’ te krijgen. Iets waarvan de Amerikaanse experimentele psycholoog Michael Persinger (Universiteit van Ontario in Canada) overtuigd schijnt te zijn. Het zou te maken hebben met het verstoren van het contact tussen de twee hersenhelften.

Je moet vooral kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben, vindt Van Elk. En dan blijkt uit veel onderzoeken dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en leven zelfs langer. Dan zou je je af kunnen vragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar hij vindt die vraag eigenlijk niet relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.

De godhelm is een kwestie van suggestie en verwachting. En dat leidt soms tot bizarre ervaring als zwaarder wordende armen, die ook nog eens versmelten met de tafel waarop ze liggen. Of er klinken stemmen, bijvoorbeeld een ‘gids’ die iets vertelt over aankomend moederschap. Een blinddoek versterkt de suggestie. Blijkbaar verzinnen onze zintuigen van alles als ze geen input krijgen. Van Elk heeft het over ons brein als voorspelmachine. Zien we niets, dan komt er toch wat. Misleiding dus. Een verzinmachine eigenlijk. Bij een vrouw verdwenen dankzij de godhelm haar tinnitusklachten. Voor hoe lang vertelt het verhaal niet..

Al die ervaringen vanuit de psychologie vindt Van Elk wel begrijpelijk, maar hij heeft zo zijn twijfel over die bizarre ervaringen van mensen. ‘Het zit allemaal in ons brein,’ zo citeert hij hersenwetenschapper Victor Lamme. Van Elk vindt de vraag wat doen de ervaringen met ons, belangrijker dan of ze echt of suggestie zijn. We moeten er ons niet op blind staren. Liever kijkt hij naar de vruchten van de ervaringen. Word je er bijvoorbeeld een aardiger mens van? Religieuze en spirituele mensen zitten volgens onderzoeken beter in hun vel, zijn gezonder en gelukkiger. Ze leven ook langer, zorgen beter voor hun omgeving. Mensen zijn ontspannen, ervaren vermindering van stress, willen goed zijn voor de gemeenschap en zoeken verbondenheid. Dat ervaren mensen bij religie en spiritualiteit. Van Elk ziet dat ook gebeuren als je opgaat in de natuur, langs oceanen wandelt of van kunst geniet. Dat tilt je uit boven de alledaagse werkelijkheid.

Een paradigmaverandering ziet de neurowetenschapper niet gebeuren, zegt hij op een vraag van Gerding. Er is geen echte ruimte voor parapsychologie, er is geen werkmodel voor. Hij gelooft niet in parapsychologie. ‘De één miljoen dollar voor een echte parapsychologische ervaring is nog steeds niet geclaimd’. Hoe kom je aan echte informatie en overdracht van ervaringen? Toch, zegt Gerding, worden er massaal paranormale fenomenen en religieuze ervaringen gerapporteerd. Van Elks antwoord is dat onderzoekers graag willen publiceren en roemen zich dan op de fantastische uitkomst van een onderzoek, maar doen dat dan op basis van slechts 15 ervaringen. Dat is niet echt wetenschappelijk, maar omdat uitkomsten soms spectaculair klinken, komen ze in de krant. Maar of dat wetenschap is? En hoe belangrijk is het eigenlijk om parapsychologie te bewijzen? Liefde hoeft toch ook niet bewezen te worden?

Naschrift. In Nederland bestaat de Dutch Society for Psychical Research (SPR): een aantal verenigingen in diverse landen richten zich op de bevordering van het wetenschappelijk onderzoek naar wat in bredere kring ‘paranormale verschijnselen’ wordt genoemd. De allereerste SPR werd in 1882 in Engeland opgericht. De bekende psycholoog William James stond aan de wieg van de Amerikaanse SPR die twee jaar later het licht zag. De grondlegger van de experimentele psychologie Prof. dr G. Heymans was medeoprichter van de Nederlandse SPR.

Bron: Dies Natalis bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht | Werfkelder/Cultuurtheater De Witte Lely | Utrecht | 16 februari 2019

Foto: Michiel van Elk (li) en Hans Gerding © PD

Thomas More en de utopische geest

Utopia 1516 2016

In een stampvol maar muisstil filosofisch café vergeleek filosoof Han van Ruler afgelopen dinsdag op gloedvolle wijze Utopia, het werk van de 16e-eeuwse filosoof Thomas More, met Lof der zotheid van tijdgenoot filosoof en theoloog Desiderius Erasmus. Niet zo vreemd, Van Ruler schreef Utopia 1516 – 2016, waarin Erasmus ook te vinden is. De spreker heeft iets met ‘het effect van de utopische geest’. Opvallend is dat vrijwel niemand in Café Hofman in Utrecht de beide werken heeft gelezen.

Van Ruler noemt Utopia (Leuven, 1516) een spiegelbeeld van Lof der Zotheid (Parijs, 1512*). Erasmus draagt zijn satirische werk, vol spitsvondigheden en ironie, op aan More. Ze zijn de beste vrienden. In Lof der Zotheid is behalve veel te lachen ook serieuze kritiek te vinden. Het handelt over menselijke dwaasheden, ook over filosofen die bijna niet leven, maar dag en nacht filosoferen. Over de dwaasheden van officiële autoriteiten, zoals kerkvorsten, edellieden en officieren. Erasmus heeft kritiek op de politieke situatie in zijn tijd, waarin oorlogen worden gevoerd om absurde redenen: vooral om het veiligstellen van familiale aangelegenheden, om successierechten van adellijke families. Oorlogen dus om erfenissen. Erasmus schrijft over rijkdom, roem, macht en corruptie.

VanRuler12022019UtrechtHofman3_520

Erasmus beschrijft zorgelijke zotheid. Hij veracht dwaasheid. Ook die van religie en filosofie: de bronnen van dwaasheid, en onnatuurlijk. Tegenwoordig zou Erasmus, met Van Ruler, zeggen: ‘We programmeren ons met niet-natuurlijke software’. Eigenlijk vindt Erasmus, dat je – verwijzend naar Jezus – gewoon een beschaafd mens moet worden. Religie en filosofie maakt niet uit: iedereen denkt toch anders. Mensen moeten zich vormen en dat kan het beste in de omgang met andere mensen.

Erasmus legt religie positief uit in de zin van dat je jezelf moet vergeestelijken, en in het hier-en-nu leven. De wereld zou een klooster moeten zijn, vindt Erasmus. Een ideale vorm van samenleven, ook al is dat niet voor iedereen geschikt, maar wel goed voor de maatschappij: iedereen draagt bij aan de samenleving. Je kan jezelf veranderen, hoffelijk worden vooral – en dat leren in contact met anderen. Erasmus schrijft daarom ook werken over etiquette. Dat je jezelf schoon dient te houden, ondergoed moet dragen. Een reformatie van de binnenkant is eveneens nodig. Het gaat om je innerlijk: rechtvaardig worden naar anderen en zo een rechtvaardige samenleving scheppen.

Lofderzotheid

Lof der Zotheid beschrijft maatschappelijke problemen, morele idealen. Erasmus wil opleidingen voor de onderdanen, rechtvaardige belastingen, rechtsorde, milde straffen, vrije meningsuiting en algemeen welzijn. Verandering van mentaliteit is nodig, zowel die van de onderdanen als van de vorst. Zijn ‘programma’ zou volgens Van Ruler zo passen in de Grondwet van de Europese Unie.

utopiaillustratie uit Utopia

Utopia, eveneens een boek vol satire en ironie. Utopia kan ‘de goede plek’ (eutopia) betekenen of ‘niet-bestaande plek’ (outopia) of ‘nergensland’. Een zeeman vertelt aan Moore over het eiland Utopia. Dat zou een ideale staat zijn, zonder privébezit en alle mensen gelukkig. Utopia kan een parodie zijn op Lof der Zotheid, zo denkt men nu, of is dat al te gemakkelijk gedacht? Het lijkt niet op De Republiek van Plato of De stad van God van Augustinus. Utopia is geen utopie maar een dystopie, een akelige plek waar je misschien juist niet wil leven. Een strikt gereguleerde samenleving, zonder privacy, waar zelfs nergens een bar of café te vinden is. Waar je niet kan reizen zonder toestemming. En als je iets verkeerds doet, is verder leven als slaaf je lot, of je kop gaat eraf. En toch… kan dat mensen een gevoel van veiligheid geven, want je weet waar je aan toe bent. Er is geen vrijheid in Utopia, of het zou moeten zijn dat vrijheid betekent meedoen aan het goede, en niet je eigen voorkeuren najagen.

More’s denken staat haaks op dat van Erasmus. More vindt religie een tranendal, gericht op een leven in het hiernamaals. Is Utopia bedoeld als alternatief voor de visie in Lof der Zotheid? More vindt de visie van Erasmus te optimistisch, niet levensvatbaar. De omstandigheden waarin mensen leven, moeten veranderen. Er moet genoeg voedsel zijn. De auteur van Utopia wil een blauwdruk voor een ideale maatschappij. De tegenstelling tussen beide werken zou je marxistisch versus liberaal kunnen noemen. More heeft een pessimistisch mensbeeld, Erasmus denkt positiever over de mens.

UtopiaCover

Is Utopia en Lof der Zotheid indertijd grappig bedoeld, in deze tijd wordt vooral Utopia ernstiger opgevat. – Op beide boeken vind ik uiteenlopende visies. Utopia wordt soms geschetst als socialistische heilstaat (Karl Marx zou zich erdoor hebben laten inspireren), strikt georganiseerd omdat mensen toch niet te verbeteren zijn, en dat laatste gelooft Erasmus nu juist wel. Over Lof der Zotheid wordt wel gezegd dat dit de weg vrijmaakte voor de Reformatie. De kracht van satire…

* Vrienden van Erasmus gaven Lof der Zotheid al uit in 1511. Omdat die uitgave vol fouten en vergissingen zat, publiceerde Erasmus zelf in 1512 een geautoriseerde uitgave. 


‘De tijd is rijp voor een nieuwe generatie utopisten die een stip aan de horizon kunnen plaatsen, ons een spiegel voorhouden en al dan niet met satire in beweging zetten.’ (Gary Sheikkarim, 14 02 2019, Studium Generale Utrecht)


Lezen dus, More en Erasmus. Juist nu.

Lof der Zotheid | Desiderius Erasmus | Uitgever: Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025302788 | 17e druk | € 16,99 

Utopia | Thomas More | Uitgeverij Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025304263 | 6e druk september 2016 | € 20,00  

Utopia-1516-2016

Utopia 1516 – 2016 | Han van Ruler, Giulia Sissa | Amsterdam University Press | 2017 | ISBN 9789462982956 | 244 pag. | € 89,00 | Han van Ruler is hoogleraar Intellectuele geschiedenis van de Renaissance en de barok aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en hoofdredacteur van Brill’s Studies in Intellectual History en wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Filosofie. Van Ruler co-redigeerde de Dictionary of Seventeenth and Eighteenth Century Dutch Philosophers (Thoemmes, 2003) en maakte talrijke moderne edities van zeventiende-eeuwse filosofische bronnen. Hij bereidt momenteel een boek voor over de impact van Erasmus op de moraalfilosofie. (AUP)

Filosofisch Café:  Filosofen beklimmen het podium van Hofman Café Utrecht en vertellen over de aannames en argumenten die schuilgaan achter de realiteit van alledag. (foto: pd, 12-02-2019)

‘Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’

girl-holding-key-to-heaven-stewartblackburn

Over het taboe van de grens tussen leven en dood. ‘Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’ Dat is de vraag die filosoof en theoloog Paul van Tongeren uitvoerig uitdiept in Willen sterven. Met dit essay, over autonomie en het voltooide leven, staat de auteur op de shortlist voor De Socratesbeker 2019 die in april wordt uitgereikt. In 2013 won Van Tongeren met Leven is een kunst. De Socratesbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het ‘meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek’.  

Willen sterven
Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’ vraagt Van Tongeren in Willen sterven. In het essay houdt hij consequent vast aan deze vraag en hoopt dat de lezer het geduld kan opbrengen om zijn verbazing over de vraag niet onmiddellijk te laten leiden tot een afwijzing van zijn verwondering over die wens. De auteur wil duidelijk proberen iets meer te begrijpen van wat iemand wil, als hij zegt dat hij dood wil.

Alleen al het stellen van de vraag lijkt een belediging voor degene die deze wens of wil kenbaar maakt. Het antwoord is toch met de vraag gegeven? Iemand die dood wil, wil immers gewoon dat: dood!’

Duiteindelijke vraag van Willen sterven is de vraag naar wat het betekent als iemand zegt dat hij dood wil. De eerdere vraag is echter die naar de redenen om die uiteindelijke vraag te blijven stellen: met welk recht kan ik denken dat iemand die dood wil, niet alleen maar en gewoonweg dat wil wat hij zelf aangeeft, namelijk er niet meer zijn, de dood? Van Tongeren is evenwel van mening dat evenmin als een mens tegen zijn zin gedood mag worden, hij gedwongen mag worden om tegen zijn zin voort te leven.

Als het leven zelf een last wordt, mag niemand ons verbieden die last van ons af te werpen. Als we willen voorkomen dat we op een onwaardig geachte manier wegkwijnen, moeten we het recht hebben het heft in eigen hand te nemen. Wie anders dan elke mens zelf zou mogen beslissen over het eigen leven en sterven – uiteraard binnen de condities waarmee de wet de rechten van andere mensen beschermt. En het eigenlijke punt bij dat alles is natuurlijk, dat wie zijn leven wil beëindigen daarbij de hulp moet kunnen krijgen die hij nodig acht. Want, met de woorden van een Zuid-Afrikaanse ethicus: ‘een verbod op hulp bij zelfdoding is een finale aanslag op mijn zelfbeschikking’.’ (Van Tongeren verwijst naar de woorden naar Willem Landman, als geciteerd in Van Niekerk, 2017, p. 239)

Wat is eigenlijk ‘willen’?
M
aar de auteur  – die zich met dit essay richt op een breder publiek dan zijn collega’s in de filosofie – vraagt zich vooral af wat dat eigenlijk is, die wil van ons, dat we die zelf kunnen bepalen? Wat is eigenlijk ‘willen’? En wat betekent dat in het geval van ‘dood willen’. De vraag ‘Waar komt toch die vraag vandaan naar wat dat willen betekent?’ tekent de zoektocht van Van Tongeren: ‘Waarom kunnen we niet simpelweg aannemen dat iemand die zegt dat hij dood wil, gewoon niets anders wil dan dat: dood-zijn, niet meer leven? Klaar!’  

Wie anders dan ik zelf zou het recht hebben om zelf te beslissen over mijn leven? In dit essay ‘Willen sterven’ van Paul van Tongeren wordt die notie autonomie nader onderzocht, evenals het begrip van de wil, dat immers een centrale rol speelt in die veronderstelde autonomie. In existentiële keuzesituaties stuit de autonomie op haar grenzen. Paul van Tongeren zet de filosofie in voor een verheldering van de problemen die schuilgaan achter de vanzelfsprekendheden van de eigen tijd.’ (Uitgeverij Kok)

Kan dat wel: dood willen
V
an Tongeren heeft het vermoeden dat er iets niet klopt als iemand zegt dat hij dood wil, als hij tenminste denkt dat dit niets anders betekent dan dat wat hij zegt. Anders en misschien nog vreemder gezegd: de auteur wil nagaan of dat wel kan: dood willen.

De vraag wat ‘willen’ eigenlijk betekent is veel te groot voor een essay, zegt Van Tongeren. Hij richt zich daarom vooral op wat er aan het licht komt omtrent de wil op het moment dat hij ‘ontdekt’ wordt. Filosofe Hannah Arendt (van de trilogie: Het leven van de geest, waarvan Willen deel 2 is) neemt hij daarbij mee als gids. Van Tongeren gaat op zoek naar de ‘voorgeschiedenis’ van de wil – en de autonomie – en komt bij zijn speurtocht onder meer terecht bij de Grieken en de Romeinen; bij Aristoteles (de Ethica); bij de filosofen van de Stoa; Sophokles met zijn Antigone; Paulus; Augustinus (Belijdenissen); Immanuel Kant; Friedrich Nietzsche. In het vijfde hoofdstuk diept Van Tongeren het begrip ‘dood willen’ verder uit. (‘De wil kruipt waar hij niet kan gaan’)

Laten we luisteren naar mensen van nu die uitdrukking geven aan hun wens om te sterven en vragen naar wat die wens ons leert over de wil, zijn autonomie, zijn vastbeslotenheid en zijn rechten. Enerzijds met het ‘theoretische’ doel om te zien of er een verband is tussen die stervenswens en wat we over de wil gezien hebben. Maar anderzijds natuurlijk ook met een praktisch doel. Want om te weten hoe we moeten antwoorden op een vraag, moeten we op de eerste plaats proberen die vraag zo goed mogelijk te verstaan.’

Willensterven

Voltooid leven
D
e auteur gaat in op het promotieonderzoek (Universiteit voor Humanistiek) van Els van Wijngaarden Voltooid Leven – over leven en willen sterven, naar mensen die hun leven willen beëindigen, omdat zij het als ‘voltooid’ beschouwen. Ze zijn er ‘helemaal klaar mee’. Dat laatste klinkt voor Van Tongeren als een negatieve connotatie bij de ‘montere en bijna rooskleurige term ‘voltooid leven’.’ Bij hem blijft het vermoeden doorwerken dat er iets niet klopt in de wil om te sterven.

Die wil wordt geprikkeld door elke grens die aan hem wordt opgelegd, elke macht die zich aan hem opdringt, bijvoorbeeld de macht van de realiteit van ziekte en aftakeling. Maar is juist die wil niet problematisch in geval van de dood? Kan die wil, de wil om zelf het heft in handen te houden, zichzelf willen opheffen?’

Van Tongeren bespreekt het ambivalente en de paradoxen in de interviews die Van Wijngaarden hield. En ook hier betrekt hij het denken van Augustinus erbij. Mensen lijken soms gevangenen te worden van hun eigen autonome beslissing. Van Wijngaarden komt volgens de auteur tot dezelfde conclusie als die wij zouden verwachten op basis van het introspectieve onderzoek van Augustinus: dat het waarschijnlijk veel te simpel is om deze keuze te zien als een vrije zelfbeschikking. (Een nieuw onderzoeksrapport van Van Wijngaarden wordt eind 2019 verwacht.)

Ik wil het wel, doodgaan, maar in mijn gevoel, in mijn ziel, zal ik maar zeggen, kan ik het niet aanvaarden. Daar wringt het.’ (Een uitspraak van een man in genoemd onderzoek.)

In het laatste hoofdstuk En nu? denkt Van Tongeren verder door over ‘een problematisch willen’, over ‘leven doe je niet alléén’ en ‘leven dóe je niet alleen’. En over ‘de wet en het taboe’, waarbij hij duidelijk stelt dat de afsluiting van zijn betoog niet de ‘conclusie’ ervan betekent. Het gaat hem in dit essay vooral om wat er aan vooraf gaat. Wel geeft hij een paar suggesties voor wat ons te doen staat.

Het taboe-karakter van die grens tussen leven en dood betekent niet zonder meer dat er nooit gedood kan worden; het verplicht alleen tot de grootst mogelijke voorzichtigheid, en kan niet eenvoudigweg door onze eigen willekeur worden overstemd.’


‘Zou het geheim van begin en einde niet draaglijker worden, wanneer we erkennen dat we ge­dragen werden voordat we geboren waren, en dat we door anderen gedragen zullen worden nadat we gestorven zijn?’ (Uit: Mens-zijn doe je niet alleen, Paul van Tongeren)


Een opmerkelijk en bijzonder boek dat aanzet tot doordenken. Oppervlakkig gedacht kan je snel een idee hebben over dood ‘willen’, maar bij dit boek gaan je gedachten zeker mee de diepte in en verblijf je langer bij het ‘willen’. ‘Hoe ver reikt de wil?’

Willen sterven | Paul van Tongeren | ISBN 9789043529457 | Uitgeverij Kok | 1e Druk | 12-04-2018 | 80 pag. | Paperback | Filosofie | € 11,99 | E-book € 6,99Paul van Tongeren is hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven (België) en geassocieerd onderzoeker van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika). Zijn boek Leven is een kunst (Klement 2012) won in 2013 de Socratesprijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Beeld: nuvolanevicata (It.)

De nabij-de-doodervaring

BDEStudiumGeneraleTUDelft

Theoloog Rinus van Warven van Netwerk Nabij-de-Dood-ervaringen, spreekt niet van de ‘bijna-doodervaring’ maar geeft de voorkeur aan de term ‘nabij-de-doodervaring’ (NDE), omdat de dood een heel lastig begrip is. ‘De mensen om wie het gaat zijn wel in de buurt van de dood, nabij de dood, maar niet bijna dood’. Het betreft inderdaad niet de bijna-doodervaring, maar de ervaring nabij-de-dood.

Die ervaringen waar we het over hebben, waren de hele mensgeschiedenis al bekend. Dan heet het verlichtende ervaring of mystieke ervaring, eenheidservaring. Er was een grote diversiteit aan namen voor. De term BDE is nu zo ingeburgerd, dat ik hem ook maar handhaaf. En als je de afkorting BDE dan toch wil uitleggen, doe dat dan met de woorden Bewustwording Door Ervaring.’ (Rinus van Warven)

De stichting Netwerk Nabij-de-Doodervaringen (sinds 1988) gebruikt de afkorting NDE, daar steeds meer mensen voorkeur hebben voor de term ‘nabij-de-dood’ in plaats van ‘bijna-dood’. Een nabij-de-doodervaring wordt door het netwerk omschreven als een geheel van indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand die het gevolg is van een periode van klinisch dood zijn, een ernstige ziekte, een bijna fatale situatie of een stervensproces. Een NDE/BDE kan ook voorkomen bij hoge stress of diepe meditatie, of zelfs heel spontaan zonder enige aanleiding.

Mensen betrekken bij de NDE vaak het geloof of de gedachte dat er meer is dan dit leven. Blijkbaar is de dood een overgang naar iets anders; het leven gaat dóór. Zeker als mensen zoiets ervaren als ontmoetingen met overleden familieleden of zelfs met het Hogere. Dan kom je inderdaad al gauw bij God terecht, of bij het ‘Al’ zoals Eben Alexander het formuleert in Na dit leven. ‘Al’ staat dan voor God, Allah, Jehovah, Brahman, Vishnu, Schepper of Bron. Pim van Lommel heeft het woord ‘God’ in Eindeloos bewustzijn bewust niet gebruikt omdat iedereen er in onze cultuur zijn eigen concept erbij heeft.

Netwerk NDE organiseert landelijk en regionaal bijeenkomsten waar NDE’ers elkaar kunnen ontmoeten en hun ervaringen uitwisselen, en tracht door middel van tal van activiteiten de opgebouwde kennis van NDE’s en hun implicaties uit te dragen. Het Netwerk NDE schept en verbetert de mogelijkheden tot begeleiding van NDE’rs met hulpvragen. Ook bevordert en steunt deze stichting het wetenschappelijk onderzoek naar de nabij-de-doodervaring.

de_bijna-dood_ontrafeld

Het onderzoek gaat verder
Drs. Maureen Venselaar begon in 2000 een langdurige detailstudie naar BDE met als doel om meer inzicht te krijgen in het fenomeen – inclusief de neurologische en bovennatuurlijke verklaring – om een non-dualistisch verklaringsmodel te ontwikkelen in relatie tot de (astro)fysica en de levensbeschouwingen. Haar theorie zou voor het eerst in de geschiedenis alle BDE-kenmerken kunnen verklaren. Zij ontving lovende (inter)nationale recensies en publiceerde haar studie o.a. in 2014 bij Studium Generale van de TU Delft. Venselaar wil – net als Netwerk NDE – een handreiking bieden aan de optimalisering van de zorg voor BDE’ers, zowel intramuraal als extramuraal.


‘Zo’n 15 jaar geleden is Venselaar met de detailstudie naar de BDE begonnen, vanuit een integratie van het domein van de empirie van de BDE, de natuurwetenschap en ten dele de levensbeschouwing. Zij bestudeerde honderden bijna-doodervaringen en ontwikkelde uiteindelijk een geheel nieuwe BDE-verklaring. Deze duidt voor het eerst – op een consistente en coherente wijze – zowel de oude als nieuwe kenmerken. Tevens legt de nieuwe BDE-verklaring een absolute link met het naderen van het levenseinde en een mogelijk leven na de (bijna)dood. Daarnaast bepaalt de ernst van het trauma eveneens de diepte en volledigheid van de BDE. Ook onderscheidt Venselaar fasen in de BDE. Dit is – in grote lijnen – in overeenstemming met de visie van wereldwijd gerenommeerd BDE-deskundige dr. Moody, maar in tegenstelling tot de visie van drs. Van Lommel en prof. dr. Swaab. (2014 – Studium Generale TU Delft)


De (bijna-)dood ontrafeld (2011) geeft volgens uitgever Akasha een geheel nieuwe, samenhangende visie op de (bijna-)dood, en neemt uniek stelling in de (controversiële) discussie in hoeverre de BDE neurologisch of bovennatuurlijk te verklaren is. De BDE is uitgangspunt voor de ontrafeling van het leven na de dood en licht een tipje van de sluier op van wat ieder van ons te wachten staat op het moment dat wij heengaan. Het stelt dat we geleidelijk de grenzen van ruimte en tijd achter ons zullen laten en ervaren dat we een verruimd bewustzijn hebben.

De Fibonacci-code geeft hierbij spectaculaire inzichten en draagt bij aan de verklaring van bekende kenmerken van de bijna-doodervaring zoals het zien van kleuren en van licht aan het einde van de tunnel, en van onbekende kenmerken zoals het zien van een immense zandloper. In totaal worden er tien kenmerken van de bijna-doodervaring voor het eerst beschreven. Deze zijn gebaseerd op de bestudering van honderden ervaringsverhalen.’ (Uit: De (bijna-)dood ontrafeld)

Venselaar is achttien jaar geestelijk verzorgster geweest. In haar werk kwam zij in aanraking met vragen rondom leven en dood en met bijzondere ervaringen zoals de (bijna-)dood. Vanuit deze praktijk is zij haar tienjarige literatuurstudie naar de (bijna-)dood begonnen.

Haar boek De (bijna-)dood ontrafeld bevat een geheel nieuwe en non-dualistische verklaring van de bijna-doodervaring via (astro)fysica, aan de hand van ervaringsverhalen en prachtige kleurenfoto’s. Het geeft ook aanbevelingen in relatie tot het persoonlijke en relationele leven, tot het (para)medisch (ethisch) domein (waaronder eerstelijnszorg, crisishulpverlening, de reikwijdte van bewustzijn, orgaandonatie), en tot het spirituele leven.’ (Uitgeverij Akasha)

Hoe alfa- en bètawetenschappen samenkomen
I
n een review wordt gezegd dat deze studie ook wordt gedragen door het Institute Of Noetic Sciences (IONS) en The Near Death Research Foundation (NDERF). Deze noemen het indrukwekkend, boeiend en enerverend. (Westbrook University, Virginia (USA). Bres vindt dat de nieuwe (astro)fysische verklaring van de bijna-doodervaring heel wat meer nieuws brengt ten opzichte van de oude bekende neurologische en bovennatuurlijke BDE-verklaring. Emeritus bijzonder hoogleraar prof. dr. P. Heydendael, Radboud Universiteit Nijmegen zegt: ‘Geweldig. Met ontzag. Krachtig hoe alfa- en bètawetenschappen samenkomen’.

Netwerk Nabij-de-Dood-ervaringen – Over nabij-de-doodervaringen (NDE), dood en sterven, het hiernamaals en reïncarnatie, hulptelefoon, hulpverlening, adviezen, lezingen, onderzoek, publicaties, het Netwerk NDE zelf en zijn activiteiten. (Vernieuwde website – 2019)

Drs. Rinus van Warven (1956) studeerde theologie met een specialisatie cultuurfilosofie en massacommunicatie. Na zijn studie is hij werkzaam geweest  voor tal van organisaties op het gebied van zingeving en spiritualiteit. Duurzaamheid, ontwikkelingssamenwerking en het raakvlak tussen media en cultuur hebben zijn speciale belangstelling.

Zie ook: Jacobine – NPO-televisie: Jacobine Geel in gesprek met cardioloog Pim van Lommel en met ervaringsdeskundigen Lucia Prinsen en Rinus van Warven.

De (bijna-)dood ontrafeld | Maureen Venselaar | Uitgeverij Akasha | 2011 | ISBN 9789460150425 | € 26,50 | ‘Het boek geeft een spectaculaire nieuwe visie op de bijna-doodervaring en unieke antwoorden. Het bevat een samenhangende visie met zeer treffende overeenkomsten tussen de empirie van de BDE, de natuurwetenschap en wereldbeschouwingen.’ (Uit een van de reviews)

Foto: Studium Generale TU Delft