‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’

Jan_Baptist_Weenix_-_Portrait_of_René_Descartes

Een opgewekte en verlichte blik op de wereldgeschiedenis. Je moet maar durven. Experimenteel psycholoog Steven Pinker durft, en blikte op die manier ook al in Ons betere ik. Hij vervolgt dit met Verlichting nu. ‘Hij beargumenteert dat de gezondheid van de wereldburger in de loop der eeuwen is verbeterd, dat zijn welvaart is gestegen, dat hij niet alleen een vrediger en veiliger leven leidt, maar ook een leven dat gelukkiger is en emancipatorisch en in algemeen kwalitatieve zin op een hoger plan is beland,’ zegt Jabik Veenbaas in iFilosofie. Volgens De Groene Amsterdammer is Verlichting nu een meeslepende must read: ‘Met rationaliteit en humanisme strijdt Steven Pinker tegen een contraverlichting van populisten en ‘progressofoben’.  

Volgens Pinker zelf lijkt het nu misschien geen uitgelezen moment om een boek te publiceren over de historische tendens van vooruitgang en de oorzaken daarvan, want op het moment van schrijven wordt het land waar hij woont (Boston, Amerika) geleid door mensen met een duistere visie op het heden:

Moeders en kinderen die vastzitten in armoede (…), een onderwijssysteem dat onze jonge en prachtige scholieren en studenten alle kennis onthoudt (…) en de misdaad, en de bendes, en de drugs die té veel levens hebben geëist.’ We zijn in een ‘regelrechte oorlog’ verwikkeld die ‘zich steeds verder uitzaait’. De schuld van die nachtmerrie kan worden gelegd bij een ‘mondiale machtsstructuur’ die ‘de onderliggende geestelijke en morele fundamenten van het christendom heeft uitgehold’. (Uit: Verlichting nu)

Hij heeft het in Verlichting nu niet over Trump, maar zegt wel dat de ideeën die de voedingsbodem voor Trumps verkiezing vormden, breed gedeeld worden door intellectuelen en leken, zowel linkse als rechtse. Als enkele van die ideeën noemt Pinker pessimisme over de koers van de wereld, cynisme over de instituties van de moderniteit en het onvermogen een hoger doel te bedenken anders dan religie. Hier wil hij wat tegenover stellen.

Verlichting nu
I
n zijn boek vertelt Pinker over de boeiendste vraag die hij ooit heeft moeten beantwoorden. Deze werd gesteld na een lezing waarin Pinker de gangbare wetenschappelijke opvatting uitlegde over de menselijke psyche die uit patronen van activiteit in het hersenweefsel bestaat. Een studente in het publiek vroeg toen: ‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’
Alleen al door die vraag te stellen vond Pinker dat zij op zoek is naar rédenen voor haar overtuigingen, wat betekent dat ze rede gebruikt om te ontdekken en te rechtvaardigen wat voor haar belangrijk is. ‘En er zijn heel veel redenen om te leven!’ zo vervolgt hij zijn boek. En somt ze daarin ook op.

Ook zegt Pinker een andere kijk op de wereld te presenteren, gebaseerd op feiten en geïnspireerd door de idealen van de Verlichting: rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang. Hij wil aantonen dat Verlichtingsidealen tijdloos zijn, en dat ze nog nooit zo relevant zijn geweest als nu. Veenbaas is kritisch in zijn recensie, en stelt dat de Verlichting waarover Pinker zo jubelt ook een periode was van geestelijke twijfel:

Het door de opgang van de wetenschap geïnspireerde elan vond zijn keerzijde in de twijfel aan alle niet-wetenschappelijke manieren van kennen – niet alleen aan het hyperrationalisme van denkers als Descartes en Spinoza, maar ook aan het geloof der vaderen – en daarmee in de angst voor de geestelijke leegte. (…) De Verlichting was een periode van ontbolstering, maar ook van ontworteling. En juist in onze tijd, waarin het gevoel van ontworteld zijn bij veel mensen groter is dan ooit, als gevolg van toegenomen mobiliteit, mondialisering, secularisatie, dienen we pogingen te ondernemen die ontworteling te begrijpen.’

stevenpinker

Steven Pinker (foto: nationalreview) heeft wel een waakzaam oog voor de beschavingswinst die we hebben geboekt, die inderdaad te vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen, zegt Veenbaas, maar hij gaat te krampachtig om met de schaduwzijden. Volgens Ralph Bodelier, in De Groene Amsterdammer, is Pinker een missionaris, een kruisvaarder ter verdediging van rede, wetenschap en humanisme:

En in een tijd dat het wantrouwen daarin sterk toeneemt, is dat een kwestie van hard werken. ‘Hoop te houden in onze wereld doet zowel een zwaar beroep op onze intelligentie als op onze energie’, schreef de Britse filosoof Bertrand Russell in zijn autobiografie. ‘Bij degenen die wanhopen, is het doorgaans de energie die ontbreekt.’

Bronnen:
* Hij die hoopt… (De Groene Amsterdammer)
* iFilosofie 

Verlichting nu – een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang | Steven Pinker | ISBN 9789045026497 | 696 pag. | Hardback | Vertaling Ralph van der Aa | oktober 2018 | € 49,99

Beeld: 
René Descartes legde met zijn uitspraak ‘Cogito ergo sum’ het fundament voor de Verlichting. Hij was een uitgesproken rationalist, maar verwierp het geloof niet. (Portret: Jan Baptist Weenix, Nederlands kunstschilder uit de 17e eeuw, gemaakt in 1647/1649. (Centraal Museum Utrecht)

Thomas More en de utopische geest

Utopia 1516 2016

In een stampvol maar muisstil filosofisch café vergeleek filosoof Han van Ruler afgelopen dinsdag op gloedvolle wijze Utopia, het werk van de 16e-eeuwse filosoof Thomas More, met Lof der zotheid van tijdgenoot filosoof en theoloog Desiderius Erasmus. Niet zo vreemd, Van Ruler schreef Utopia 1516 – 2016, waarin Erasmus ook te vinden is. De spreker heeft iets met ‘het effect van de utopische geest’. Opvallend is dat vrijwel niemand in Café Hofman in Utrecht de beide werken heeft gelezen.

Van Ruler noemt Utopia (Leuven, 1516) een spiegelbeeld van Lof der Zotheid (Parijs, 1512*). Erasmus draagt zijn satirische werk, vol spitsvondigheden en ironie, op aan More. Ze zijn de beste vrienden. In Lof der Zotheid is behalve veel te lachen ook serieuze kritiek te vinden. Het handelt over menselijke dwaasheden, ook over filosofen die bijna niet leven, maar dag en nacht filosoferen. Over de dwaasheden van officiële autoriteiten, zoals kerkvorsten, edellieden en officieren. Erasmus heeft kritiek op de politieke situatie in zijn tijd, waarin oorlogen worden gevoerd om absurde redenen: vooral om het veiligstellen van familiale aangelegenheden, om successierechten van adellijke families. Oorlogen dus om erfenissen. Erasmus schrijft over rijkdom, roem, macht en corruptie.

VanRuler12022019UtrechtHofman3_520

Erasmus beschrijft zorgelijke zotheid. Hij veracht dwaasheid. Ook die van religie en filosofie: de bronnen van dwaasheid, en onnatuurlijk. Tegenwoordig zou Erasmus, met Van Ruler, zeggen: ‘We programmeren ons met niet-natuurlijke software’. Eigenlijk vindt Erasmus, dat je – verwijzend naar Jezus – gewoon een beschaafd mens moet worden. Religie en filosofie maakt niet uit: iedereen denkt toch anders. Mensen moeten zich vormen en dat kan het beste in de omgang met andere mensen.

Erasmus legt religie positief uit in de zin van dat je jezelf moet vergeestelijken, en in het hier-en-nu leven. De wereld zou een klooster moeten zijn, vindt Erasmus. Een ideale vorm van samenleven, ook al is dat niet voor iedereen geschikt, maar wel goed voor de maatschappij: iedereen draagt bij aan de samenleving. Je kan jezelf veranderen, hoffelijk worden vooral – en dat leren in contact met anderen. Erasmus schrijft daarom ook werken over etiquette. Dat je jezelf schoon dient te houden, ondergoed moet dragen. Een reformatie van de binnenkant is eveneens nodig. Het gaat om je innerlijk: rechtvaardig worden naar anderen en zo een rechtvaardige samenleving scheppen.

Lofderzotheid

Lof der Zotheid beschrijft maatschappelijke problemen, morele idealen. Erasmus wil opleidingen voor de onderdanen, rechtvaardige belastingen, rechtsorde, milde straffen, vrije meningsuiting en algemeen welzijn. Verandering van mentaliteit is nodig, zowel die van de onderdanen als van de vorst. Zijn ‘programma’ zou volgens Van Ruler zo passen in de Grondwet van de Europese Unie.

utopiaillustratie uit Utopia

Utopia, eveneens een boek vol satire en ironie. Utopia kan ‘de goede plek’ (eutopia) betekenen of ‘niet-bestaande plek’ (outopia) of ‘nergensland’. Een zeeman vertelt aan Moore over het eiland Utopia. Dat zou een ideale staat zijn, zonder privébezit en alle mensen gelukkig. Utopia kan een parodie zijn op Lof der Zotheid, zo denkt men nu, of is dat al te gemakkelijk gedacht? Het lijkt niet op De Republiek van Plato of De stad van God van Augustinus. Utopia is geen utopie maar een dystopie, een akelige plek waar je misschien juist niet wil leven. Een strikt gereguleerde samenleving, zonder privacy, waar zelfs nergens een bar of café te vinden is. Waar je niet kan reizen zonder toestemming. En als je iets verkeerds doet, is verder leven als slaaf je lot, of je kop gaat eraf. En toch… kan dat mensen een gevoel van veiligheid geven, want je weet waar je aan toe bent. Er is geen vrijheid in Utopia, of het zou moeten zijn dat vrijheid betekent meedoen aan het goede, en niet je eigen voorkeuren najagen.

More’s denken staat haaks op dat van Erasmus. More vindt religie een tranendal, gericht op een leven in het hiernamaals. Is Utopia bedoeld als alternatief voor de visie in Lof der Zotheid? More vindt de visie van Erasmus te optimistisch, niet levensvatbaar. De omstandigheden waarin mensen leven, moeten veranderen. Er moet genoeg voedsel zijn. De auteur van Utopia wil een blauwdruk voor een ideale maatschappij. De tegenstelling tussen beide werken zou je marxistisch versus liberaal kunnen noemen. More heeft een pessimistisch mensbeeld, Erasmus denkt positiever over de mens.

UtopiaCover

Is Utopia en Lof der Zotheid indertijd grappig bedoeld, in deze tijd wordt vooral Utopia ernstiger opgevat. – Op beide boeken vind ik uiteenlopende visies. Utopia wordt soms geschetst als socialistische heilstaat (Karl Marx zou zich erdoor hebben laten inspireren), strikt georganiseerd omdat mensen toch niet te verbeteren zijn, en dat laatste gelooft Erasmus nu juist wel. Over Lof der Zotheid wordt wel gezegd dat dit de weg vrijmaakte voor de Reformatie. De kracht van satire…

* Vrienden van Erasmus gaven Lof der Zotheid al uit in 1511. Omdat die uitgave vol fouten en vergissingen zat, publiceerde Erasmus zelf in 1512 een geautoriseerde uitgave. 


‘De tijd is rijp voor een nieuwe generatie utopisten die een stip aan de horizon kunnen plaatsen, ons een spiegel voorhouden en al dan niet met satire in beweging zetten.’ (Gary Sheikkarim, 14 02 2019, Studium Generale Utrecht)


Lezen dus, More en Erasmus. Juist nu.

Lof der Zotheid | Desiderius Erasmus | Uitgever: Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025302788 | 17e druk | € 16,99 

Utopia | Thomas More | Uitgeverij Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025304263 | 6e druk september 2016 | € 20,00  

Utopia-1516-2016

Utopia 1516 – 2016 | Han van Ruler, Giulia Sissa | Amsterdam University Press | 2017 | ISBN 9789462982956 | 244 pag. | € 89,00 | Han van Ruler is hoogleraar Intellectuele geschiedenis van de Renaissance en de barok aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en hoofdredacteur van Brill’s Studies in Intellectual History en wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Filosofie. Van Ruler co-redigeerde de Dictionary of Seventeenth and Eighteenth Century Dutch Philosophers (Thoemmes, 2003) en maakte talrijke moderne edities van zeventiende-eeuwse filosofische bronnen. Hij bereidt momenteel een boek voor over de impact van Erasmus op de moraalfilosofie. (AUP)

Filosofisch Café:  Filosofen beklimmen het podium van Hofman Café Utrecht en vertellen over de aannames en argumenten die schuilgaan achter de realiteit van alledag. (foto: pd, 12-02-2019)

‘De filosofen blazen God nieuw leven in’

ongeneeslijkreligieus

‘God is dood? De filosofen lijken ‘M nieuw leven in te blazen…’ En een van hen is Gerko Tempelman van Ongeneeslijk religieus (nov. 2018), waarin de filosoof (en theoloog) verslag doet over hoe God verdween uit onze wereld – en zijn leven – en waarom steeds meer filosofen zeggen dat ‘ie terug is. Volgens Wouter Nieuwenhuizen, vriend van de Remonstrantse groep  ‘De Leven Utrecht’, lijken de filosofen ‘M nieuw leven in te blazen. ‘De Leven’ haalde 15 januari Tempelman in huis om zijn verhaal te horen over een verwarrende comeback van God in de hedendaagse filosofie.

De Leven is voor iedereen die iets met (de christelijke) religie heeft en daar graag over in gesprek gaat. Dat kunnen trouwe kerkgangers zijn, maar ook twijfelaars, randkerkelijken, agnosten, atheïsten, ketters en afvalligen. En iedereen die niet in een van die hokjes past. En zo ontmoet ik die avond, als ‘breed georiënteerde zinzoeker’, naast Nieuwenhuizen en Tempelman, ook een Bijbelvaste man voor wie de wereld pas zo’n 6000 jaar bestaat, een dogmavrij-gelovige, en een zoekende. De spreker is op dreef als hij zijn verhaal vertelt en met zo’n veertig mensen het gesprek aangaat, vragen stelt en luistert. Een filosoof die ongeneeslijk religieus ‘M nieuw leven inblaast? God verdween dan wel uit zijn leven, maar hij denkt niet dat hij echt weg is.

Volgens Blossom, dat de avond met De Leven organiseerde, zou je dit boek het eerste ‘radicale-theologieboek’ in het Nederlands taalgebied kunnen noemen, waarin de auteur vertelt over zijn eigen geloofsdeconstructie als kapstok over God na de dood van God.  Vooral in de laatste twee hoofdstukken gaat het over ‘radical theology’. Dat blijkt voor de theoloog en filosoof een ‘fascinerende denkstroom’, een vrij nieuwe, onvoltooide denkstroom, die een ‘zeer filosofische blik op het christendom’ biedt, ‘prikkelend, onorthodox, soms blasfemisch en opvallend theologisch’.

Hallo, ik ben Gerko en ik ben ongeneeslijk religieus,’ zo begint de auteur zijn boek. Hij lijkt het geloof van zijn jeugd maar niet te kunnen loslaten, ondanks dat zijn boek begint met de verklaring hoe God uit zijn leven verdween.

Daarom vroeg ik me af: heb je überhaupt een keuze als het over geloven gaat? Ik denk het niet. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Dat gold in ieder geval voor mij. Precies zo is het, denk ik, ook gegaan met het verdwijnen van God in het westerse denken. Is ongeloof daarmee onherroepelijk ons lot? Of is de rol van het christendom nog niet uitgespeeld?’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Vervolgens vraagt Gerko zich af, in opeenvolgende hoofdstukken, wat we eigenlijk geloven, en vertelt hij hoe God uit onze wereld verdween. Maar ook waarom ‘christelijk atheïst’ Slavoj Žižek en ‘postmoderne pelgrim’ John Caputo zeggen dat God terug is. Deze filosofen filosoferen regelmatig over de uitspraak dat ‘we niet weten wat we geloven’. Žižek stelt zelfs dat mensen tegenwoordig meer dan vroeger blind zijn voor hun overtuigingen. Caputo ziet,  net als filosoof Jacques Derrida, een opleving van God.

Mijn eerste conclusie was deze: misschien is dat geloof gewoon onzin. Ik hield niet zoveel meer over. Mijn vroegere religieuze overtuigingen waren weg geanalyseerd. Kapot-gedeconstrueerd. En daar had het gemakkelijk kunnen eindigen. Maar dat gebeurde niet. Geheel conform Derrida’s filosofie.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Gerko’s boek vind ik erg oorspronkelijk in zijn opzet. Al lezend word je op een prettige manier meegenomen in zijn leven en denkwereld, en spreekt hij je rechtstreeks aan, zonder ook maar een moment belerend te zijn. In zijn boek vertrekt hij vanuit de filosofie, en speelt op heldere manier met argumenten, schemaatjes, en eenvoudige premissen en conclusies. Voorbeeldje: ‘1. Opgegroeid in een gereformeerde zuil. 2. Studeren in Amsterdam. 3. Dus: geloof verliezen.’ Ook zegt hij dat zijn boek ‘een beetje theologisch’ wordt, maar Gerko blijft goed te volgen.

Als ik vertel over m’n persoonlijke zoektocht in het christendom krijg ik vaak de vraag: ‘Gerko, je gelooft toch niet echt in God?’ (of in die andere variant: ‘maar Gerko, je gelooft toch wel in God?’). Eh tja, dat weet ik niet zo goed. Daar ben ik dus naar op zoek. Het is die zoektocht die je het beste meemaakt als je je normale standpunten en neigingen af en toe tussen haakjes kunt zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Ook neemt Gerko je mee naar de ‘profeet van het modernisme’, Nietzsche. Die spreekt hem nogal aan, deze filosoof kom je vaak tegen in zijn boek. ‘Als zzp-filosoof sta ik regelmatig op allerlei plekken een verhaal over de filosoof Nietzsche te houden’, zegt hij. Hij deelt dan ook ‘De dolle mens’ uit aan zijn luisterend publiek. Voor hem betekent de uitspraak ‘God is dood’ in ieder geval dat God minder belangrijk is dan dat hij vroeger was. En God is niet dood zoals de meeste doden uit ver vervlogen tijden dood zijn: dood en vergeten.

God is dood – maar het wordt er niet eenvoudiger op, zegt ook Nietzsche. Als God dood is, dan gaan we daar de gevolgen van merken. Als God verdwijnt, verdwijnt de zin. Dan verdwijnt de reden, de bedoeling, en het antwoord op de echte waaromvraag. Ledige ruimte. Voortdurend nacht. Vallen.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Als je echt christen wilt zijn, vind Gerko, dan moet je door het verhaal van Nietzsche heen: de volledige beleving van de dood van God.

God is dood!’ zegt de postmoderne filosofie. Maar dat wil niet zeggen dat mensen niet in beweging komen van dat woord. Ook als God dood is, of als we vermoeden dat hij dood is, dan nog insisteert hij wel. Datgene wat verscholen zit achter het woord ‘God’, kan ons roepen. Kan ons doen verlangen. Kan ons in beweging zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

P.S. Voor de nerds onder ons heeft Gerko nog een apart hoofdstuk: Meer informatie (voor nerds), want elk boek moet in een elevator pitch kunnen worden samengevat. Daarin gaat het vooral over radical theology, de achtergrond bij de hoofdstukken 4 en 5, en Level-up geek stuff. – Ik raad lezers aan dat als eerste te lezen. Plus de Bibliografie, dan weet je welke boeken Gerko heeft gebruikt, met per titel het hoofdstuk waarin het boek genoemd wordt. – Veel inspirerend leesplezier gewenst! Echt een prettig leesbaar, toegankelijk, filosofisch/theologisch boek.

Remonstranten en filosofie? Zie: Filosofie

Ongeneeslijk religieus | Gerko Tempelman | Uitgever: KokBoekencentrum | 1e druk | 9789043529921 | november 2018 | Paperback | 176 pagina’s | € 17,99 | E-book € 9,99  | ‘In dit boek doe ik een uiterste poging om mezelf zo ver mogelijk op te rekken. Aan de ene kant trekt mijn christelijke opvoeding – aan de andere kant het postmoderne denken. Dit boek is een ultieme poging om te kijken hoe ver Nietzsche, atheïsme, postmodernisme en post-religiositeit enerzijds en het christelijk geloof anderzijds werkelijk uit elkaar liggen.’ (GT)

‘Thuis christelijk, in de publieke ruimte humanistisch’

leenmanstrandhagen.netart1grondwet

In deze kille Nashville-tijden krijgt bovenstaand citaat van de Britse theoloog en journalist Theo Hobson plotseling een andere lading. God nu dan echt definitief achter de voordeur? Half februari 2019 verschijnt Hobsons boek Gelovig humanisme, over christelijk geloof en seculier denken. De auteur van God Created Humanism (2017) heeft het in zijn nieuwe boek over de rol van geloof in de huidige samenleving. ‘Vrijzinnigheid moet zich opnieuw uitvinden: overtuigd christelijk zijn in eigen huis en uitgesproken humanistisch in de publieke ruimte.’ Volgens docent Mystagogie*, Jean-Jacques Suurmond, ‘een denker die het humanisme aan zijn christelijke wortels herinnert en daarbij een puntmuts met het woord ‘zondaar’ opzet; het soort apologeet dat het christendom vandaag nodig heeft’.

theohobsonbbc.co.uk

Theo Hobson (foto: bbc.co.uk) vraagt zich af of ‘liberaal christendom gereanimeerd kan worden’. In maart 2019 verschijnt – naast zijn nieuwe boek – Hobson zelf ook. Hij geeft in Amsterdam een masterclass voor predikanten en een publieke lezing in Utrecht: ‘Kan liberaal christendom gereanimeerd worden?’. Opmerkelijk is die vraag, in deze tijd waarin ‘liberaal’ en ‘christendom’ nogal tegenstrijdig klinken. Maar voorbij de Nashville-emotie is het tijd de rede (weer) uit de onderbuik te bevrijden. Zelf vindt Hobson het christendom ‘de enige verstandige variant van utopische hoop’. Dus net als de Bijbels humanist Thomas More (Utopia), nu juist een beroep doen op je koele redeneringsvermogen en je verbeeldingskracht (weer) aanspreken, zal Hobson op doelen. In zijn lezing verdedigt hij de stelling dat het christendom de seculiere samenleving van harte dient te ondersteunen.

Christelijk humanisme. We staan in de traditie van Erasmus’, zegt dominee Jan Offringa in Liberaal christendom. – Misschien moet het christelijk humanisme uit die traditie stappen. Erasmus was een toeschouwer, weliswaar kritisch op wereldlijk en kerkelijk gebied, maar dan vooral met zijn pen. Erasmus heeft wel geprobeerd humanisme en christendom tot een synthese te brengen, maar More was voor alles een actor, een geëngageerd politicus-humanist die tot het uiterste ging als hij geloofde in een zaak. – Humanisme moet een ‘werkwoord’ zijn, net als christendom.

Hobson manifesteert zich daarnaast vooral in de publieke ruimte met artikelen in kranten en tijdschriften. Humoristisch en polemisch verduidelijkt hij de rol van geloof in de huidige samenleving. Hij verdedigt dat het christendom de seculiere samenleving van harte moet ondersteunen omdat die waardevol is en hij verwijt het liberale christendom dat het zichzelf in de vingers heeft gesneden door ritueel en viering te verwaarlozen.** Hij bepleit een heruitgevonden vrijzinnigheid, die in eigen huis overtuigend christelijk is en in de publieke ruimte uitgesproken humanistisch.’ (devrijzinnigelezing.nl)

gelovighumanisme

Volgens de vrijzinnige predikant Klaas Douwes (Leiden University) hangt de vrijzinnigheid soms zo aan de rand van het traditionele christendom, dat je je kunt afvragen waarin het nog christelijk is. In het Apeldoornse Regentessekerkblad vraagt hij zich af of vrijzinnigheid dan nog enige meerwaarde heeft. En ook welke boodschap Hobson heeft voor vrijzinnigen. Dat antwoord kan Douwes nu vinden in Hobsons nieuwe boek.

Vrijheid en gelijkwaardigheid staan in onze samenleving de laatste jaren steeds meer onder druk. Om die te verdedigen, moeten we ons volgens Hobson herbezinnen op de christelijke basis van deze waarden. Humanisten zouden dus eerder te rade moeten gaan bij christenen, dan dat de beweging andersom wordt gemaakt.’ (Klaas Douwes)

Hobson (artikelen van hem te vinden in The Guardian – tot februari 2014; hij schreef ook voor The Times en The Spectator) geeft in de Vrijzinnige Lezing een overzicht over zijn carrière en bespreekt de religieuze invloeden die hij onderging, zijn overgang van academische theologie naar journalistiek, zijn moeizame verhouding tot de Kerk van Engeland, en zijn recente werk als kunstenaar.

‘Hij zal de drie kernaspecten van zijn denken – geloof, theopolitiek*** en ritueel – toelichten. Die aspecten zijn alle drie verbonden met zijn herziening van ‘liberaal christendom’, een traditie die feitelijk ten onderging aan het eind van de twintigste eeuw en een wederopbouw nodig heeft. Religieuze kunst kan een liberale christelijke cultuur reanimeren en in deze lezing belicht Hobson een aantal lopende projecten.’ (devrijzinnigelezing.nl)

* Mystagogie: pedagogie gericht op inwijding in de geheimen van het leven
** Hobson wil het christendom uitgedrukt zien in cultuur, kunst, feest. Een kerkdienst zou een carnavalachtige viering moeten zijn.
*** Theopolitiek: God zoekt de wereld op en wil opgaan in alle levensterreinen. Het hele leven en de hele werkelijkheid gaan God ter harte. (Marquardt, Martin Buber)

Gelovig humanisme | Theo Hobson, Rick Benjamins | maart 2019 | 160 pagina’s |  ISBN13 9789492183835 | Skandalon Uitgeverij B.V. | € 17,50 | ‘Humoristisch en polemisch verduidelijkt de Britse theoloog Theo Hobson de rol van geloof in de huidige samenleving. Dit boek bevat twintig van zijn allerbeste artikelen, een bespreking van zijn belangrijkste boeken door Rick Benjamins [auteur van Liberaal Christendom, PD], en een interview’. (Skandalon)
Hobson (1972) is een vooraanstaand Brits theoloog en trok brede aandacht met zijn boeken Reinventing Liberal Christianity (2013) en God Created Humanism (2017).

geertekerkvrijzinnigelezing

De Vrijzinnige Lezing | 15 maart 2019 | Geertekerk, Geertekerkhof 23, Utrecht | 20.00 uur| Inloop vanaf 19.30 uur | Voertaal: Engels | Kosten: € 10 – studenten, minima en leden/vrienden van de Geertekerk: € 5 | De organisatie De Vrijzinnige Lezing heeft als doel postmoderne theologie onder de aandacht te brengen bij het grote publiek. (foto Geertekerk: vrijzinnigen.nl)

Beeld: Leenman & Strandhagen Magazine – In 2007 voerde kunstenaar Vincent van Gerven een bijzonder werk uit. Een performance die bestond uit het dicht plamuren van de tekst van Artikel 1 van de Grondwet die gefreesd is in het Monument voor de Grondwet op de Hofplaats in Den Haag. Hierdoor werden de letters beter leesbaar dan ervoor. Vincent heeft het hele artikel kunnen dicht plamuren voordat hij werd ingerekend door politie Haaglanden.
Hoofdstuk 1. Grondrechten. Artikel 1: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan’.

Terugkeer God in een postseculiere samenleving

DSCF5709

Filmregisseur Darren Aronofsky (‘Pi’) laat in zijn film Mother! zien ‘waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert.’ Theoloog Rinke van Hell verwijst naar Mother! tijdens de Nacht van de Theologie (2018) waarin zij spreekt over ‘de Terugkeer van God – hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen’. 

Van Hell (FilmWijzer!beschrijft Mother! als een filosofische thriller-annex-horrorfilm over een gelauwerd dichter met een writer’s block en zijn jonge vrouw, die in hun rustige leven gestoord worden door ongenode gasten.

Volgens Gawie Keyser van Human’s Brainwash is er ‘zelden zo’n ophef over een nieuwe film. Ongeveer de hele wereld praat [in 2017] over Mother!: Mensen zijn woedend.’ De Volkskrant citeerde destijds de regisseur die aan Harvard film en sociale antropologie studeerde: ‘Pak je Bijbel erbij, dan kun je uitzoeken waar de film begint.’

Mother! was anders. Er zit haat in, de woede om wat er om ons heen gebeurt, op de planeet en om het onvermogen er iets aan te doen. Ik zweette het eruit, schreef het script in vijf dagen. Daarna liet ik het aan Jennifer (Lawrence) zien. Ze was enthousiast. En plots waren we bezig deze film te maken.’  (Aronofsky)

mother!
D
e voordracht van Van Hell begint met een anekdote over deze film Mother! – met Javier Bardem en Jennifer Lawrence in de hoofdrol – en ze laat er ook een scene uit zien.

Al snel na de release ontspon zich onder mijn Facebook-vrienden, oud-collega’s en bijna alle professionals in de filmtheatersector, een stevige discussie. Mother! is een film in de categorie ‘you love it or you hate it’. In dit lijntje zaten opmerkelijk genoeg alleen ‘believers’, zoals een van de deelnemers het uitdrukte.’

De film blijft hen bij, maar ze begrijpen niet goed waarom. Van Hell vraagt zich af waarom juist deze film hen zo erg raakt: de ‘mooi gemaakte maar wel vage film, boordevol raadselachtige metaforen en symboliek’.

Uiteindelijk kreeg de discussie een religieuze spits en kwam de Bijbelse symboliek naar voren. Al snel ging het gesprek over het godsbeeld dat wel of niet in de film naar voren zou komen. Omdat ik in deze groep bekend sta als theoloog kreeg ik uiteraard al snel de vraag wat ik ervan vond. Of ik de symboliek maar even kon duiden, waarmee ze eigenlijk vroegen: kun jij ons helpen om woorden te geven aan onze fascinatie?’

Van Hell vindt dat diepere lagen bij de ‘believers’ geraakt worden, en dat ze daarop blijven kauwen, reflecteren en nadenken. Maar van de religieuze opvoeding op de School met den Bijbel, zoals iemand zijn opvoeding omschrijft, is weinig blijven hangen. De theoloog vermoedt dat de lessen op die school de diepere lagen nooit bereikten.

grensgangers
Z
e sluit aan bij het thema: de terugkeer van God en nieuwe manifestaties waarin God weer opnieuw te herkennen is: God mag weer, hij is teruggekeerd als factor in de maatschappelijke discussie.
Maar hoe hier tegelijkertijd collectief handen en voeten aan te geven, vraagt ze zich af. Gezien de daadwerkelijke praktijk van de kerkelijk werkers en leraren in hun alledaagse beroepspraktijk, blijkt er soms weinig van terecht te komen. En dat ondanks de essaybundel Grensgangers (2016) waaraan een scala aan theologen’ werkte, ‘professionals uit het werkveld en collega’s van de academie Theologie’ (Christelijke Hogeschool Ede.)

In de praktijk was er juist angst om het specifiek christelijke element in te brengen in een maatschappelijke discussie – of bleek dat de respondenten eigenlijk helemaal niets terugzagen van God in de maatschappij omdat ze zo op zoek waren naar hun eigen beelden van God (en God niet herkenden in de taal van het ‘ietsisme’ en spiritualiteit).’

Om een film als Mother! fatsoenlijk te kunnen duiden, vindt Van Hell het nodig dat je beschikt over een rugtas met voldoende cultureel-religieuze bagage, omdat je dan pas begrijpt wat de film met je doet en waar je mee aan het worstelen bent.

Tegelijkertijd, als je het gesprek erover aan wilt gaan, dan is het ook wel handig als je de juiste taal weet te gebruiken om de verbinding te maken. Expliciet christelijke taal wordt immers niet meer herkend in een postseculiere samenleving. Dat vraagt om wijsheid en creativiteit, maar toch maken de boeken van onder meer [Yvonne] Zonderop en [Alain] Verheij ons duidelijk dat deze ‘zombie-categorieën‘, zoals Ruard Ganzevoort ze noemde, in navolging van de Duitse socioloog Ulrich Beck, toch nog de moeite waard zijn.’

thefuture
V
an Hell verdiept haar verhaal met een uitgebreide voorzet van de Britse Anglicaanse theoloog David Ford in The Future of Christian Theology (2018), over de ‘dramatic mode of theology’ en zijn herlezing van Bonhoeffer.

In dit manifest pleit hij voor nieuwe, wijze en creatieve vormen van theologie die een brug weten te slaan tussen ‘kerk’ en ‘maatschappij’ en die vruchtbaar gemaakt kunnen worden voor de grote problemen van onze tijd: moderne slavernij, klimaatproblematiek, klassenongelijkheid, et cetera.’

Darren_Aronofsky

Als slot van haar voordracht komt Van Hell terug bij Mother! (foto: Darren Aronofsky) die in zekere zin te interpreteren valt als een cultureel voorbeeld waarin de elementen die Ford naar voren brengt, samenkomen. Volgens de theoloog verklaart dat ook de sterke reactie, bijna religieus aandoende ervaringen van de ‘believers’ in de genoemde Facebookdiscussie.

Aronofsky doet waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert. Dáár werden mijn oud-collega’s door gegrepen, ook al konden ze er nauwelijks de taal voor vinden of het mechanisme herkennen.
Als theoloog voel ik mij geroepen om deze diepere lagen in uitingen van populaire cultuur te duiden en in rapport te brengen met traditionelere, meer episch geladen taal – niet omdat het een hobby-project is maar omdat het in mijn ogen nieuwe wegen wijst naar wijze en creatieve vormen van theologie – die wij vervolgens met elkaar moeten uitwerken in woorden, en belichamen in actie, elk op onze eigen wijze.’

Rinke van Hell zegt er naar uit te zien om dat met elkaar in de breedte van de theologie te kunnen doen.

Zie: De terugkeer van God – Hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen (Theoblogie)

Foto Darren Aronofsky: Dkandell – Filmmaker Darren Aronofsky speaks during his Master Class at the XVI Guanajuato International Film Festival, where he received the Cruz de Plata de Más Cine (Silver Cross) for his achievements in filmmaking. Guanajuato, Mexico. July 27, 2013.

Foto: PD – De Gertrudiskapel, een 17e-eeuwse schuilkerk, Utrecht

Filosoof Floris van den Berg ‘verplettert’ religie

deolijkeatheist

Nederlands filosoof Floris van den Berg is druk doende met ‘het verpletteren van religie’. In De Olijke Atheïst ontwierp hij een Curriculum over Religie. ‘De rechten van de minderheidsreligies zullen verpletterd worden,’ stelde Jelle Creemers van de Evangelische Theologische Faculteit Leuven al eerder. Als het vak LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie) in het gemeenschapsonderwijs de levensbeschouwelijke vakken gaat vervangen, vindt hij dat in feite een ‘win’ voor het vrijzinnig humanisme. Hij vindt dat met een ‘neutraal’ vak over levensbeschouwing de diversiteit onder druk komt te staan.

Non-profitorganisatie L.E.F. pleit in Vlaanderen al sinds 2011 voor de invoering van een algemeen vormend, verplicht en onafhankelijk vak over Levensbeschouwing, Ethiek & burgerschap en Filosofie, (ontworpen door moraalfilosoof Patrick Loobuyck.) Hun missie wordt onderschreven door zo’n tachtig academici en schrijvers. En ik zie zelfs een adhesiebetuiging door de Protestantse Kerk Gent.

L.E.F. wil met dit voorstel tegemoet komen aan het tekort aan levensbeschouwelijke – en dus cultureel-maatschappelijke – geletterdheid bij jongeren en wil het hiaat inzake burgerschapseducatie en filosofie in ons onderwijs dichten. Het vak moet ook de levensbeschouwelijke gevoeligheid verfijnen en jongeren democratische en interculturele attitudes en vaardigheden bijbrengen. De samenleving is vandaag geseculariseerd en multicultureel. Alle jongeren moeten – ongeacht hun levensbeschouwing – maximaal voorbereid zijn om daar op een zinvolle manier hun weg in te vinden – zowel op sociaal als op individueel vlak.’ (L.E.F. in het onderwijs)

L.E.F. pleit dus voor het invoeren van een onafhankelijk, verplicht en algemeen vormend vak over levensbeschouwing, ethiek, burgerschap en filosofie in alle jaren en netten van het Vlaamse leerplichtonderwijs. LEF las De Olijke Atheïst en reageert op hun Facebook-pagina instemmend op de verpletterende bedenksels van Van den Berg.

Los van wat men denkt over Van den Berg en over atheïsme, is dit voorstel voor wie LEF een goed idee vindt, zeker het overwegen waard.’ (Facebook LEF)


curriculumFVDB


Het concept Curriculum over Religie toont echter een schrikbarend eenzijdig filosoferen van Van den Berg. Dat schaadt niet alleen religie, maar vooral ook de filosofie.(!) Religie op school dient in balans te worden gepresenteerd, zeker aan kinderen. Alleen al ’10. Onderdrukking in religie’ geeft een vertekend en eenzijdig beeld als er in het Curriculum geen paragraaf voorkomt als: ’11. Onderdrukking in secularisme’. Over onderdrukking in totalitaire regimes, o.a. in fascisme, communisme en socialisme.

Missionair atheïst Van den Berg zou het lef moeten hebben kinderen evenwichtig te leren filosoferen en over religie na te denken(!), voors en tegens moeten bespreken. Daar Van der Berg zelf filosofisch uit balans lijkt, krijg je dit bizarre Curriculum over Religie. Ik zou mijn kind onmiddellijk van school halen voordat ze slachtoffer worden van de waan van een filosoof.

deolijkeatheist

Godsdienstfilosoof en theoloog dr. Taede Smedes heeft op Facebook LEF ook zo zijn bedenkingen over Van den Bergs missie. Smedes zegt wel sympathie te hebben voor het LEF-initiatief, maar als het enige kans wil maken op algemenere acceptatie je daarvoor niet iemand als Van den Berg moet binnenhalen: dat tast de geloofwaardigheid van het initiatief aan.

Wil het LEF-initiatief enige kans maken op algemenere acceptatie, zou ik me in ieder geval verre houden van die flapdrol van een Van den Berg.’

Van den Berg, aldus Smedes, presenteert zich als filosoof, maar De olijke atheïst en andere publicaties van hem bevatten weinig tot geen argumentatie, maar veel retoriek.

Op wat Vlaamse vrijdenkers na (blijkbaar) wordt hij [Van den Berg] verder amper serieus genomen, in Nederland al helemaal niet. (…) Hij verwijt gelovigen irrationeel te zijn, maar door zich vooral op eigen onderbuik te baseren en niet op argumenten.’ (Taede Smedes)

Beeld: Detail cover De vrolijke atheïst, filosoferen over de waan van religie, door Floris van den Berg.