De hemel in kaart of de mysteries van het hiernamaals onderzocht

hemelinkaart
De zeventiende-eeuwse wetenschapper Emanuel Swedenborg was de eerste moderne wetenschapper die de hemel als een bestaande plek beschouwde, en de eerste die hem in kaart probeerde te brengen. Eben Alexander verwijst onder meer naar hem in zijn boek De hemel in kaart, dat afgelopen oktober verscheen. ‘Swedenborg was bijzonder geïnteresseerd in de hersenen en heeft jaren besteed aan het zoeken van de locatie van het bewustzijn; de fysieke locatie van wat in zijn tijd nog ziel werd genoemd.’

Na het verschijnen van Na dit leven door dezelfde schrijver, waren er volgens de uitgever mensen die de bijna-doodervaringen waarover hij schreef, afdeden als onmogelijk. Maar er waren nog veel meer lezers die hem schreven dat zijn verhaal hen diep raakte, op allerlei vlakken. In De hemel in kaart deelt Alexander enkele van de verhalen die hem zijn verteld, en linkt deze aan wat de grote spirituele tradities, wereldreligies en filosofen op de wereld ons vertellen over de reis van de ziel. Alexander over de hemel:

De plek is zo echt als de kamer, het vliegtuig, het strand of de bibliotheek waar je nu bent. Er zijn objecten in aanwezig. Bomen, velden, mensen, dieren. Zelfs (als we de Openbaringen uit de Bijbel of de twaalfde-eeuwse Perzische visionair Suhrawardi of de twaalfde-eeuwse Arabische filosoof en mysticus Ibn ‘Arabi moeten geloven) hele steden. 

De Perzische mysticus Najmoddin Kobra schreef, in een taal die schitterend is door zijn onverschrokken directheid, dat de hemel niet de ‘zichtbare lucht daarboven’ is. ‘Er zijn,’ zo zei hij, ‘andere hemelen, die dieper, subtieler, blauwer, puurder, helderder, ontelbaar en onbegrensd zijn.’ Bedoelde hij echt andere hemelen?  Ja, dat bedoelde Kobra.’ (Uit: De hemel in kaart) 

taedeasmedes


Godsdienstfilosoof, theoloog en schrijver Taede A. Smedes (foto: TAS) schreef er op zijn blog een recensie over De hemel in kaart. Hij bleef sceptisch in zijn recensie maar zei open te staan voor de mogelijkheid dat er werkelijk meer is, dat de werkelijkheid groter en dieper is dan ons denkvermogen – dat immers altijd van onze materiële hersenen gebruik maakt – kan vatten.

Een bijna-doodervaring wordt door Alexander in dit boek beschreven analoog aan een inwijdingsritueel uit de oude mysteriegodsdiensten, die ook in het teken van de eigen dood en de opstanding stonden. Volgens Alexander hadden die mysteriegodsdiensten al een idee dat de werkelijkheid groter en dieper is dan het oog kan waarnemen, de hand kan voelen of het oor kan horen.

Dat steeds meer mensen ervoor uitkomen dat ze soortgelijke ervaringen hebben gehad, betekent voor Alexander dat er een soort van bewustwordingsproces gaande is, een transformatie van het menselijk bewustzijn, die echter heel langzaam en met veel tegenwerking verloopt. Dit zijn uiteraard ideeën die verder niet te verifiëren zijn. Toch vond ik de analogie met mysteriegodsdiensten prikkelend en interessant.’ (TAS)

dehemelinkaartVolgens Smedes brengt dit boek vooral troost voor mensen die hier en nu met pijn en in verdrukking leven, die rouwen om een overleden naaste, en houdt dit boek vooral lessen voor levenden in, wil het vooral zin geven aan wat er hier en nu gebeurt, het idee dat wie en hoe wij zijn opgenomen is in een groter, alomvattend en zinvol geheel dat onze individuele levens overstijgt en waar we via het denken of door wetenschappelijk onderzoek geen grip op kunnen krijgen.


Een diepgaander begrip en verdere interpretatie zullen een grondige herziening vereisen van onze ideeën over bewustzijn, causaliteit, ruimte en tijd. Sterker nog, een aanzienlijke versterking van de natuurkunde, die de realiteit van het bewustzijn (ziel of geest) volledig omarmt als de basis van alles, is nodig om het diepe mysterie in de kern van de kwantumfysica te overstijgen.’ (Uit: De hemel in kaart)

Zodra de wetenschap niet-fysieke verschijnselen gaat onderzoeken, zal zij in tien jaar meer vooruitgang boeken dan in alle voorgaande jaren van haar bestaan samen. – Nikola Tesla (1856–1943)’ (Uit: De hemel in kaart)

De hemel in kaart – Een neurochirurg onderzoekt de mysteries van het hiernamaals | Eben Alexander met Ptolemy Tompkins | Oorspronkelijke titel The Map of Heaven | © 2014 by Eben Alexander MD | Vertaling Fabe Bosboom | Omslagontwerp: Pinta Grafische Producties | © 2014 | A.W. Bruna Uitgevers B.V. | Amsterdam | ISBN 978 94 005 0408 0 | nur 728 

EbenAlexanderDr. Eben Alexander (foto: ebenalexander.com) werkt al meer dan vijfentwintig jaar als universitair neurochirurg, waarvan vijftien jaar aan Harvard Medical School in Boston. Hij schreef De hemel in kaart in samenwerking met Ptolemy Tompkins, redacteur voor de tijdschriften Guideposts en Angels on Earth en auteur van vier boeken. Zijn artikelen verschenen onder meer in Harper’s, The New York Times en The Los Angeles Times. Eben Alexanders eerste boek Na dit leven was een internationale bestseller. Het boek is vertaald in bijna veertig talen en wereldwijd werden er meer dan twee miljoen exemplaren verkocht.

Gerelateerd: Een wetenschappelijk argument voor de eeuwigdurende ziel

Zie ook: Neurochirurg Eben Alexander biedt troostrijke boodschap voor de levenden. (boekbespreking)

Illustr:
ad.nl

God en de logische werkelijkheid

HiggsDeeltjeVinden4juli.jpg.crop_display
Wiskundige en filosoof Bertrand Russell had zich voorgenomen om God, bij aankomst in de hemel, kort en bondig te zeggen waarom hij ongelovig was: onvoldoende bewijs. Inmiddels verblijft Russell misschien al enkele tientallen jaren in de hemel, maar niemand weet wat God geantwoord heeft. Docent filosofie, Jan Riemersma, vraagt zich af waarom je voor al je overtuigingen voldoende bewijs moet hebben.
 

‘In het dagelijkse leven zijn er maar weinig vraagstukken die met absolute zekerheid en volstrekt naar waarheid kunnen worden beantwoord. Tenzij het om zeer eenvoudige kwesties gaat, namelijk of de sokken wel of niet in de kast liggen.’ 

Volgens Riemersma, alias De Lachende Theoloog, heeft de mens wel een paar universele regels nodig. Om een puzzel te maken is het handig een plaatje te hebben. Om een wetenschappelijke puzzel op te lossen, is het prettig een abstract ideaal te kiezen: de logische orde. Dan hoop je te weten waar je naartoe werkt. Door de werkelijkheid logisch te sluiten, stelt Riemersma, valt zij echter uiteen in twee domeinen: een logisch geordend domein – van de logisch-empiristen – en een niet logisch te ordenen domein.

‘Aangezien religieuze mensen er nogal een handje van hebben om te denken dat God niet-logische eigenschappen heeft, was het voor de logisch-empiristen eenvoudig om dergelijke varianten van het geloof af te doen als ‘hoogst’ onzinnig – maar wel heel geschikt om er een goede grap over te maken.’ 

janriemersmafacebookVolgens Riemersma (foto: Facebook) – die hierover een aardige (logisch opgebouwde) column: Hoe wij God ervaren schreef op zijn blog – zou God al gauw kunnen sneuvelen op ‘bewijsbaarheid’ en ‘samenhang met de natuurwetenschappen’.
En zo vlucht – Riemersma verwijst hiermee naar Herman Philipse: – de gelovige in de ‘buitenrationaliteit’. Maar volgens eerstgenoemde volgt de neiging om te geloven dat de werkelijkheid een algehele logische orde heeft, niet uit het feit dat wij de natuurlijke neiging hebben om de wereld logisch te ordenen.

‘Het is zelfs zo dat als we de logisch empirist vragen naar een bewijs voor het bestaan van de logische orde, dan blijft het angstwekkend stil. – De vraag of er een algemene logische orde bestaat, is een wijsgerige kwestie, maar ik denk dat deze vraag op overtuigende wijze in het voordeel van de gelovige kan worden beslist: er is geen algehele logische orde.’ 

Volgens Riemersma schuilt het ‘probleem’ in de gedachte dat ‘logisch denken’ niet veel meer is dan een eigenaardigheid van het menselijke brein: wij denken logisch, maar daar volgt niet uit dat de werkelijkheid zélf een algehele logische bouw heeft. En als er dan een niet-logische God bestaat, dan kunnen aanhangers van de logische orde zeggen dat die God geen deel uitmaakt van ‘onze’ wereld. De logische empiristen hebben echter niet begrepen dat de logische orde nìet essentieel is.

Als de logische orde niet essentieel is, dan zijn onze wetenschappelijke theorieën ook niet essentieel. De logische empirist moet zich tevreden stellen met de gedachte dat ‘logisch denken’ niet veel meer is dan een eigenaardigheid van het menselijke brein: wij denken logisch, maar daar volgt niet uit dat de werkelijkheid zélf een algehele logische bouw heeft. En dan komt God weer om de hoek kijken bij Riemersma: die hoeft zich immers niet op logische wijze bij ons aan te dienen:

‘Het is dus mogelijk dat een mens, in zijn leven, God op gefragmenteerde wijze ervaart: Hij ervaart God niet als God, maar als schoonheid, als liefde, als het goede, enz. Men kan dan werkelijk geloven dat God ons inderdaad voortdurend nabij is.’ 

Bron: Hoe wij God ervaren (De lachende theoloog)

Illustr: Cern (Spits: Where is your God now?)

‘Het einde der tijden is altijd een nieuw begin’


Het einde der tijden, zou je kunnen zeggen, is gewoon een soort einde van het jaar en daarna verder gaan. En dat einde van de Maya’s dan: door omschakeling van het elektromagnetische veld? De Maya’s wisten niet zo veel van het elektromagnetische veld. ‘Het wetenschappelijke jargon is later in het verhaal van de Maya’s geschoven,’ zegt cultuurfilosoof Stef Aupers in het Erasmus Magazine.

Volgens Gert van der Ende, van het Erasmus Magazine van de universiteit van die naam, in gesprek met Aupers, is in het algemeen verlossing gecombineerd met een einddoel de functie van eindigheidsdenken. Hij zegt dat in het artikel Het verlossende einde. ‘Het einde der tijden is nooit het einde der tijden: het is altijd een nieuw begin.’

Het idee is van oorsprong zuiver religieus. Voor aanhangers van de evolutietheorie heeft de wereld geen doel. Religie geeft de wereld wel betekenis, met het idee van een toekomst waarin alles verandert: er is het idee van een God en die wil wat met ons. Het EM in gesprek met cultuursocioloog Stef Aupers.

Volgens Aupers is het eindigheidsdenken ook een beetje een wens verlost te worden van de stress van het moderne leven:

‘Het einde der tijden is ook een zeer krachtige metafoor voor het verlangen naar verandering, naar een nieuw en beter leven, voorbij de westerse civilisatie. Dat hebben veel moderne westerse mensen. Het gaat maar door. We worden geboren als een tabula rasa, maar raken verstrikt in allerlei ideeën, regels en patronen die we niet zelf hebben bedacht. Wij willen dat het stopt. Er bestaat daardoor een verlangen naar een catastrofe.

Het eindigheidsdenken, zegt Aupers, is vooral een westers fenomeen: je vindt het nauwelijks terug in oosterse vormen van religie en cultuur.

In het oosten is het tijdsbeeld veel meer cyclisch, gebaseerd op de seizoenen, alles komt op en vergaat weer, denk aan reïncarnatie. Dan kan je dus helemaal geen collectieve eindtijdverwachting hebben.

Soms denk ik: we gaan allemaal dood: dat is de echte eindigheid. Volgens de Bijbel komt Jezus als een dief in de nacht: volkomen onverwacht. Dat geldt vooral voor de dood. Misschien is het einde van de wereld voor iedereen persoonlijk: het einde van je eigen wereld en wellicht daarna een nieuw begin?

Volgens Jos de Mul, hoogleraar Filosofie van mens en cultuur aan de Faculteit der Wijsbegeerte, ‘blijven de atomen waaruit wij zijn opgebouwd altijd bestaan en gaan wij op in het grote geheel’.*

Wellicht met ‘barensweeën’ van onze geboorte anders en elders en ‘komen’ onze atomen ‘weder’ in een of ander hemels (konink)rijk, waar we onbekommerd onsterfelijk zijn, wie zal het zeggen?

* In hetzelfde nummer, in het artikel: Mens wil voortbestaan, dood of levend.

Zie: Het verlossende einde (Erasmus Magazine)

Illustr: eindtijdinbeeld.nl