De moraal als ultieme krachtmeting tussen wetenschap en religie


Filosoof Sam Harris vindt dat het tijd wordt dat de wetenschap de plek inneemt die de religie eeuwenlang geclaimd heeft. Hij haalt de muur tussen harde feiten en menselijke waarden neer en spoort ons aan te denken over goed en kwaad in meetbare termen van menselijk en dierlijk welzijn. Daarbij beschouwt hij de ervaringen van wezens met een bewustzijn als pieken en dalen in een ‘moreel landschap’.

Goed of kwaad
Het fundamentele bezwaar tegen Harris’  idee van een ‘wetenschappelijke moraal’ is volgens René Fransen dat je goed en kwaad pas wetenschappelijk kunt meten wanneer je objectief hebt vastgesteld wat ‘goed’ of ‘kwaad’ is. Harris slaat die stap over. Fransen zei dat gisteren in Geloof en wetenschap, in het artikel Gevaarlijke ratio: over liefde en moraal.

Hij (Harris, pd) noemt ‘goed’ wat binnen zijn liberaal-humanistisch wereldbeeld past. Hij schrijft bijvoorbeeld over de rellen die volgden op de publicatie van de Deense spotprenten van de profeet Mohammed. Dat waren ‘goedaardige spotprenten’, aldus Harris. Waarop baseert hij dat? Welk objectief criterium kun je gebruiken om een spotprent als goedaardig of kwaadaardig te classificeren?

Morele waarheid
Harris
stelt dat morele waarheid geheel afhankelijk is van de feitelijke en mogelijke wijzigingen in het welzijn van bewuste wezens. Als zodanig zijn er dingen over te ontdekken door middel van zorgvuldige observatie en eerlijke redenering.

Het lijkt mij dat de enige manier waarop wij een mondiale beschaving, gebaseerd op gedeelde waarden, kunnen gaan opbouwen – zodat wij elkaar op dezelfde politieke, economische en milieudoelstellingen kunnen vinden – toegeven is dat de vragen over recht en onrecht en goed en kwaad op dezelfde wijze antwoorden hebben als de vragen over de gezondheid van de mens.

Gevaarlijke ratio
Volgens Fransen kunnen rationele overwegingen inderdaad helpen bij de afweging wat goed of fout is. ‘Het grote probleem met de stellingname van Harris is dat rationele besluiten alleen op grond van voldoende gegevens genomen kunnen worden. Maar in veel, heel veel gevallen zijn die gegevens er niet. En dan kan rationaliteit zelfs schadelijk zijn.’

Is een rationele moraal mogelijk? Ik betwijfel het. Rationele overwegingen kunnen helpen bij de afweging wat goed of fout is. Niet onbelangrijk maar heel wat anders dan wat Harris wil. En voor wie denkt dat er wel degelijk een rationele moraal is de volgende vraag: ‘Is it better to have loved and lost / or never to have loved at all?’

Zie: Gevaarlijke ratio: over liefde en moraal (René Fransen)

en: ‘Het morele landschap’ van Sam Harris (artikel en podcast)

Boek (recensie Taede Smedes): Het morele landschap (Sam Harris)

Het morele landschap, Auteur: Sam Harris, Vertaler: Frans van Zetten, 978 90 295 7841 7, Aantal pagina’s: 304 Paperback, De Arbeiderspers, NUR: 740, Prijs: €24,95

We leven niet in een wetenschappelijke wereld


In plaats van de naïeve gedachte dat alleen wetenschap tot waarheid en succes kan leiden, pleit Ronald Meester  voor een completer wereld- en mensbeeld, waarin het bedrijven van wetenschap een voornaam element is, maar waarin ruimte is voor kennis die op andere manieren te verkrijgen is. ‘We leven niet in een wetenschappelijke wereld, en het is niet altijd mogelijk om beslissingen langs wetenschappelijke weg te nemen.’

Er is geen enkele reden om te denken dat alleen strikte logica tot waarheid kan leiden. Zelfs in de wiskunde is ‘waar’ niet hetzelfde als ‘in principe bereikbaar door logische stappen’. Er zijn ware wiskundige uitspraken die principieel nooit bewezen kunnen worden.

Hoogleraar wiskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Ronald Meester, reageert hiermee op het artikel Wetenschap als levenstijl van Max Tegmark, de natuurkundige die feiten ziet als het hoogste goed en zich afvraagt wat we kunnen doen om een wetenschappelijke levensstijl te bevorderen, want als iedereen zou handelen naar wetenschappelijke inzichten, wordt de wereld beter en de mens succesvoller.

Grote ondernemingen die bang zijn dat beter inzicht in bepaalde wetenschappelijke onderwerpen ten koste gaat van hun winst, willen onze blik maar al te graag vertroebelen, en hetzelfde geldt voor religieuze groepen in de marge die vrezen dat het ter discussie stellen van hun pseudowetenschappelijke beweringen hun macht uitholt.

Meester vindt dat Tegmark ons wil doen geloven dat wij rationele wezens zijn, en dat wij meningen moeten veranderen zodra deze niet stroken met de feiten. Dat noemt hij een veel te simplistische gedachte, want zo eenvoudig zit een mens gelukkig niet in elkaar. Meester weet zeker dat ook Tegmark de belangrijkste beslissingen in zijn leven niet heeft genomen op basis van wetenschappelijke logica. De mens is niet reduceerbaar tot een logisch denkend object.

Feitelijk verkeerde voorstellingen bestrijd ik ook graag, maar als argument voor een wetenschappelijke levensstijl kan dit niet gebruikt worden. Immers, deze vooronderstelt dat het leven wetenschappelijk benaderbaar en beschrijfbaar is. Dit kan onmogelijk volgen uit de wetenschap zelf. Het is een filosofische en levensbeschouwelijke positie waarvoor geen overtuigende argumenten aan te voeren zijn.

Zie: Wetenschap als levensstijl

en: De mens is meer dan een rationeel wezen

Illustr: wereldgeheimen.nl

Kinderen blijken ‘intuïtieve theïsten’

Kinderen zouden religieuze denkbeelden bijna letterlijk met de paplepel ingegoten krijgen en op die manier worden geïndoctrineerd door hun gelovige ouders. Wetenschappers zoals Richard Dawkins vergeleken religieuze overtuigingen met een gevaarlijk virus: je kunt ermee besmet raken wanneer je intensief contact hebt met gelovigen. Aldus filosoof Leon de Bruin, in het artikel ‘De Bruin: Hedendaagse wetenschap worstelt met de status van religie’, door Bart van den Dikkenberg.

Recent onderzoek in de ontwikkelingspsychologie toont echter aan dat het indoctrinatiemodel fundamenteel onjuist is. ‘Zo blijken jonge kinderen geneigd om te redeneren in termen van intelligent design. Ze verkiezen een doelgerichte verklaring –zoals: de wolk is gemaakt om te regenen – boven een naturalistische – bijvoorbeeld: regenen is nu eenmaal iets wat een wolk toevallig doet. Kinderen blijken ‘intuïtieve theïsten’ met een natuurlijke aanleg voor religie, ongeacht hun opvoeding.

De gepromoveerde filosoof van de universiteit van Bochum, Leon de Bruin, plaatste vrijdagmiddag op de tweedaagse conferentie ‘Explore the World’ in Almere grote vraagtekens bij de wetenschappelijke waarde van de seculiere visie op religie en God dat religieuze overtuigingen misschien ooit een nuttige evolutionaire functie vervulden, maar nu als defecten van het brein moeten worden gezien.

Zie:  De Bruin: Hedendaagse wetenschap worstelt met de status van religie (Bart van den Dikkenberg)


N.B. Zie ook het artikel van Leon de Bruin zelf, in Geloof en Wetenschap, waarin hij stelt dat volgens evolutionaire psychologen de overtuiging dat God bestaat, het best gezien kan worden als een ‘functionele illusie’.  Hij betoogt dat speculaties over de precieze functie van deze zogenaamde illusie vaak een hoog leunstoelgehalte hebben.

Illustr: bizarrocomic.blogspot.com

De Filosofie Nacht: wat is de ziel?


‘Wat is dat nou? Iemand die gelooft dat er alleen maar moleculen zijn. Hoe toont zich dat, in die man of vrouw? Hoe leef je naar dat idee? Gooi je dan een kind op het vuur als je het koud hebt – een kind is toch ook slechts een verzameling moleculen?’ Aan het woord is Bert Keizer. In zijn essay ‘Waar blijft de ziel?’ verzet hij zich tegen het populaire idee dat ‘wij ons brein zijn’. Hij is een van de sprekers tijdens de Filosofie Nacht ‘De Ziel’.
 

De ziel is al meer dan 2500 jaar het onderwerp van gesprek van theologen, filosofen, wetenschappers en kunstenaars. Men heeft de ziel geprobeerd te vinden, in het lichaam, in de taal en in de wetenschap, maar de ziel laat zich niet vatten. Wat is de ziel? Waar kunnen we haar vinden? Behoort de ziel enkel aan mensen toe? Neurowetenschappen hebben de afgelopen jaren nieuw licht geworpen op menselijk gedrag en de herkomst van complexe emoties. Sommigen verklaarden de ziel zelfs dood. Dit heeft invloed op ethische, politieke en existentiële vraagstukken. (Filosofie Magazine)

Debat Keizer – Swaab
Op 13 april 2012 vindt de 11e editie van de Filosofie Nacht plaats. De Filosofie Nacht staat in het teken van De Ziel. De verscheidenheid aan vragen die de zoektocht naar de ziel oproept krijgen op de Filosofie Nacht een podium door middel van interviews, lezingen, debatten, literatuur en theater. Bert Keizer (schrijver, filosoof en verpleeghuisarts), dit jaar de auteur van het essay voor de Maand van de Filosofie, gaat in debat met hersenonderzoeker Dick Swaab. Beiden zijn het erover eens: wij zijn ons brein. Maar Keizer gelooft wel degelijk in ‘de ziel’. Hoe zit dat?

Het feit dat je een bepaald fenomeen óók terugziet als een chemische reactie, wil niet zeggen dat het enkel daaruit bestaat. Als je mijn verdriet over het verlies van mijn moeder wilt bespreken in termen van de chemische samenstelling van mijn tranen, zeg ik: nou, prima, maar het blijft ellendig. Die chemische tranenanalyse zegt mij niets, het is geen kennis die maakt dat ik iets beter begrijp.’

Het essay ‘Waar blijft de ziel?’
is geschreven met de humor en de nuchtere gevoeligheid die Bert Keizer eigen zijn. Hij verzet zich tegen het populaire idee dat ‘wij ons brein zijn’ en vraagt zich af wanneer en waarom wij vinden dat plant, dier en mens al dan niet een ziel hebben, en of ze die ook kwijt kunnen raken. Vanaf 1 april is het essay overal in de boekhandel te koop voor € 4,95. (Lemniscaat)

Bestel hier tickets voor de Filosofie Nacht.

Abraham wìst dat God zijn zoon Isaak niet zou opeisen


Wordt de slaafsheid van gelovigen gesymboliseerd door Abraham, van wie in de Bijbel gezegd wordt dat hij aan God zó trouw was dat hij bereid was zijn zoon te offeren? Geen slaafsheid, maar eerder de moed van het geloof. Volgens Søren
 Kierkegaard zou Abraham er ook van overtuigd geweest kunnen zijn, juist door zijn sterke geloof in God, dat zijn zoon Isaak gered zou worden ‘door het ongerijmde’.

‘Hij geloofde dat God Isaak niet van hem zou eisen, terwijl hij toch bereid was om hem te offeren als dat verlangd zou worden. Hij geloofde krachtens het absurde, want van menselijke berekening kon geen sprake zijn. En het absurde was immers dat God, die dat van hem eiste, die eis het volgende ogenblik zou herroepen.’ (Johannes de silentio)

Sommige critici zijn van mening dat de slaafsheid van gelovigen wordt gesymboliseerd door Abraham. Volgens Andries Visser, vertaler van Vrees en Beven van Johannes de silentio, beschouwt de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur dit boek – dat licht tracht te werpen op de hoofdfiguur Abraham – als ‘het gevaarlijkste boek uit de geschiedenis van de wijsbegeerte, omdat het een legitimatie van religieus gemotiveerd terrorisme en fundamentalisme’ biedt.

Cliteur had ook kunnen begrijpen dat je juist geen moordenaar hoeft te zijn als je God (of Allah) werkelijk gelovig bemint, want dan weerhoudt Hij je van een dergelijke gruweldaad. Terroristen en fundamentalisten trekken blijkbaar eveneens de verkeerde les uit het verhaal van Abraham en Isaak. God vraagt geen slaafsheid aan je geloof, vraagt niet om terreurdaden en moord.

‘Want wie God bemint zonder geloof, reflecteert op zichzelf, maar wie gelovig God bemint, reflecteert op God.’ (Johannes de silentio over Abraham.)

Het gaat er om vanuit welk referentiekader je leest. Filosoof en schrijver Kierkegaard (1813 – 1855) vraagt zich 150 bladzijden lang af of Abraham een moordenaar of gelovige is. Cliteur denkt het te weten en ziet terrorisme en fundamentalisme, gezien zijn uitspraak in Filosofie Magazine.*

Vrees en beven verscheen onder het pseudoniem Johannes de silentio, waarin Kierkegaard het thema ‘geloven’ onderzoekt aan de hand van het verhaal van Abraham. Hij vraagt zich onder meer af of iemand zich voor zijn daden kan beroepen op een opdracht van God.

* Filosofie Magazine, nr. 10, 2004, p.29.

Vrees en Beven, Johannes de silentio, ISBN 978 90 5573 6, Uitgeverij DAMON, Budel

Illustr: Rembrandt: Abraham en Isaak, 1635, Hermitage in St. Petersburg