Vier tegenwerpingen godsbewijs Emanuel Rutten


Inmiddels hebben de lezers wel recht op tegenargumenten op het vermeende godsbewijs
 van filosoof Emanuel Rutten. Zelf noemt hij het een argument, geen bewijs. Tegenwerpingen, met Ruttens antwoord erop. Een afdoende tegenwerping lijkt nog niet gevonden, ook al klinken de vele reacties op mijn blogs plausibel. Het wachten is op een objectie die wel hout snijdt. Het schijnt dat je dan de premisses van Rutten zelf moet weerleggen.

Eerste tegenwerping
Objecties tegen het argument. Men zou allereerst kunnen tegenwerpen dat het ook onmogelijk is te weten dat God bestaat. Maar dan volgt uit de eerste premisse van het argument dat het noodzakelijk onwaar is dat God bestaat, zodat het argument faalt. Het is echter niet onmogelijk te weten dat God bestaat. Beschouw immers een mogelijke wereld waarin God bestaat. In deze wereld bestaat er wel degelijk een subject dat weet dat God bestaat, namelijk God zelf. Het is dus niet onmogelijk te weten dat God bestaat.

Tweede tegenwerping
Volgens een tweede objectie faalt het argument omdat, indien het argument correct zou zijn, eveneens zou volgen dat bijvoorbeeld eenhoorns, superman, het vliegende spaghetti monster of vliegende theepotten noodzakelijk bestaan, hetgeen absurd is. Neem het vliegende spaghetti monster. Uitgaande van een Cartesiaanse notie van kennis is het, aldus de objectie, onmogelijk te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat. Geen enkel subject kan namelijk uitsluiten dat er zich niet toch ergens een vliegend spaghetti monster bevindt. Maar dan volgt uit de eerste premisse van het argument dat het vliegende spaghetti monster noodzakelijk bestaat, hetgeen zoals gezegd absurd is. Echter, het is helemaal niet onmogelijk te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat.

Beschouw namelijk een mogelijke wereld waarin God bestaat en waarin God besluit niets te scheppen, of waarin God besluit exact één causaal inert object te scheppen ongelijk aan een vliegend spaghetti monster. In deze mogelijke wereld is er wel degelijk een subject dat weet dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat, namelijk God zelf. Het is dus inderdaad helemaal niet onmogelijk om te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat. En daarom is ook deze tweede objectie niet adequaat. Hetzelfde geldt natuurlijk voor gelijksoortige objecties gebaseerd op de vermeende onkenbaarheid van het niet bestaan van eenhoorns, superman, vliegende theepotten, enzovoort.

Derde tegenwerping
Een derde objectie vangt aan met de vraag waarom wij de Cartesiaanse notie van kennis, waarop het argument betrekking heeft, eigenlijk zouden accepteren. Er zijn toch ook vele andere noties van kennis? Bovendien kunnen wij, uitgaande van een Cartesiaanse kennis-notie, nooit weten dat de eerste premisse waar is. Het punt is echter dat wij zelf helemaal geen Cartesianen hoeven te zijn om uitspraken over instanties van Cartesiaanse kennis te accepteren. Vergelijk dit met het klassieke schoonheidsideaal. Wij hoeven zelf het klassieke schoonheidsideaal niet te omarmen om uitspraken over dit ideaal te accepteren. En inderdaad, ik beweer helemaal niet dat wij Cartesiaans weten dat de eerste premisse waar is. Ik beweer slechts dat de eerste premisse plausibel is. In elk geval plausibeler dan de conclusie dat God metafysisch noodzakelijk bestaat, en dat is voldoende voor het argument.

Vierde tegenwerping
Als vierde objectie kan men trachten onkenbare proposities te formuleren die mogelijk waar zijn, zoals “p en niemand weet dat p” of “Er zijn geen kenbare proposities”. Zulke tegenvoorbeelden kunnen echter vermeden worden door uit te gaan van een iets zwakkere formulering van de eerste premisse van het argument. Laat een K-wereld een mogelijke wereld zijn waarin ten minste één propositie gekend wordt. Laat verder een c-propositie een propositie zijn die een bepaalde concrete stand van zaken affirmeert dan wel ontkent. De zwakkere formulering van de eerste premisse, waarmee zoals gezegd de hierboven genoemde en andere soortgelijke tegenvoorbeelden vermeden worden, luidt dan als volgt: “Indien p een c-propositie is die waar is in tenminste één K-wereld, dan is p kenbaar”.

Klik hier voor de volledige openingstoespraak van Emanuel Rutten. (Onder aan het artikel ‘Emanuel Rutten verdedigt zijn godsbewijs’.) (Geloof en wetenschap)

Foto: Hubble photographed the oldest galaxy.

Gerelateerd:

VU-debat: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat

‘Je kunt logisch sluitend afleiden dat God bestaat’

‘Je kunt logisch sluitend afleiden dat God bestaat’

Een debat over het vermeende godsbewijs van filosoof Emanuel Rutten. Op woensdagmiddag 11 april organiseert Icarus dit debat op de VU Amsterdam. Voor de verdediging van zijn argument maakt hij gebruik van de veronderstelling dat er een logisch mogelijke wereld is waarin God bestaat. Hij veronderstelt (los van de vraag of God bestaat) dat het bestaan van God in ieder geval logisch mogelijk is. Kortom, hij veronderstelt dus niet op voorhand al dat God bestaat.

God kan niet niet bestaan. Emanuel Rutten, promovendus in de wijsbegeerte aan deze faculteit, baarde opzien met een ingenieus argument dat hij bedacht heeft voor de conclusie dat het onmogelijk is dat God niet bestaat. (God kan niet niet bestaan, VU)

Een beetje verwarrend is het wel, soms lijkt het meer een taalspelletje, filosofisch gegoochel met woorden, want je kunt nog steeds niet zeggen: ‘God? O, daar gaat Hij.’ God filosofisch bewezen, maar niet in het echt.
Het argument heeft waarschijnlijk mede daardoor veel stof doen opwaaien. Hier (Rutten’s argument for the existence of God) vind je een weergave van het argument. Rutten is graag bereid zijn argument op de VU toe te lichten en te verdedigen.

Het is onmogelijk om zeker te weten dat God niet bestaat. Als het onmogelijk is om zeker te weten dat de uitspraak ‘God bestaat niet’ waar is, dan is de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar. Dus is de uitspraak ‘God bestaat niet’ onwaar. (Een maagdelijk godsbewijs, NU.nl)

Namens de filosofen zal dr. L. Decock een eerste reactie geven. Vervolgens zal dr. M Wisse in naam van Godgeleerdheid een reactie geven. Iedereen wordt van harte uitgenodigd mee te debatteren. Prof. dr. R. van Woudenberg zal het debat leiden.

Jeroen de Ridder vat het argument als volgt samen: “In het argument verdedigt hij twee dingen. Eerst dat het onmogelijk is om te weten dat God niet bestaat. Daarnaast een algemeen principe dat zegt dat als het onmogelijk is voor wie dan ook om te weten dat een uitspraak waar is, die uitspraak onwaar moet zijn. Uit die twee dingen samen kun je logisch sluitend afleiden dat God bestaat.” (Filosoof: “God bestaat”, VU)

Rutten behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. De laatste twee met het judicium cum laude. Begin 2010 begon Emanuel aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte bij Prof. Dr. R. van Woudenberg. Het werkterrein van Emanuel betreft primair ontologie, epistemologie en esthetiek.

Woensdag 11 april – 15.30-17.15, Zalen 13A11/13A13, Hoofdgebouw Vrije Universiteit Amsterdam. De Boelelaan 1105 1081 HV Amsterdam. Vanaf 17.30 borrel in de sociale ruimte’. Vrij entree.

Foto: Dit is een foto die de NASA genomen heeft met de Hubble telescoop, ‘het Oog van God’ genoemd. Wat je volgens wetenschappers en astronomen echt ziet is de Helix Nebula, te vinden in het sterrenbeeld aquarius en 450 lichtjaar verwijderd van onze eigen zon. Door astronomen wordt de Helix Nebula omschreven als een biljard kilometer lange tunnel van gloeiend hete gassen.
Update 30-10-2024 (lay-out)

Onsterfelijkheid en de ziel


De ziel. Trending topic. Ilja Maso bespreekt in zijn boek ‘Onsterfelijkheid. Van twijfel naar zekerheid’ filosofische argumenten tegen en voor een leven na de dood. Hij eindigt met een zoektocht naar zekerheid en het verwerven van zekerheid over een leven na de dood. Voor Maso is het leven na de dood een zekerheid geworden, hoewel de twijfel bij hem soms nog knaagt.

‘Als we overlijden zou dat alleen ons lichaam betreffen. Wat blijft voortbestaan is wat we ‘geest’, ‘ziel’ of ‘bewustzijn’ noemen.’

Met ‘leven na de dood’ bedoel ik in het vervolg dan ook het voortleven als persoon. Of dat eeuwig door zal gaan, vind ik van minder belang, evenmin of we vorige levens hebben gehad. Waar het mij om gaat, is de vraag of we na ons overlijden nog een behoorlijke tijd doorleven. Daarna zien we wel verder.

Het boek van Ilja Maso is weer actueel in deze Maand van de Filosofie die om de ziel draait. Maso bespreekt filosoof Paul Edwards’ theorie dat er drie mogelijkheden zijn om onze dood te overleven: met behulp van onze onstoffelijke geest, door wederopstanding, of via ons astrale lichaam. Volgens Edward is dat allemaal onmogelijk. Maso komt tot de conclusie dat geen van de aangevoerde argumenten tot de zekerheid leidt dat de dood een definitief einde aan ons persoonlijk bestaan maakt.

Substantiedualisme
Maso verwijst naar het substantiedualisme: dat is de door filosoof René Descartes in de zeventiende eeuw geformuleerde opvatting dat de mens uit twee substanties bestaat, een stoffelijk lichaam en een, de persoonlijkheid herbergende, onstoffelijke geest, waarbij een substantie wordt opgevat als ‘de, als blijvend, onvernietigbaar en onveranderlijke gedachte drager van wisselende eigenschappen en verschijnselen’. Dat idee heeft het, volgens Maso, niet gehaald.

Maso laat in het hoofdstuk ‘Filosofische argumenten voor een leven na de dood’ zien dat er echter geen reden is het substantiedualisme af te wijzen en dat er goede gronden zijn om ons bewustzijn als een substantie te zien. Maar zekerheid kunnen ook goede filosofische argumenten Maso niet geven: ‘Hopelijk lukt dat met onderzoek wel.’ En hiermee start Maso het hoofdstuk: ‘Wetenschappelijk onderzoek naar een leven na de dood.’

Wetenschappelijk onderzoek
Dat onderzoek bestaat voor een belangrijk deel uit ‘gevalsstudies’, waarvan hij er vier beschrijft. Dan gaat het over onderzoek met behulp van het oujabord en een vorm van automatisch spreken. En twee gevallen waarin het lijkt dat iemand zich een vorig leven herinnert. In het hoofdstuk daarop laat Maso echter de ontoereikendheid zien van wetenschappelijk onderzoek naar een leven na de dood. Maar, zoekend naar aannemelijke verklaringen, zegt Maso:

Onze geest is kennelijk op de een of andere manier in staat dan wel zich zodanig in te stellen dat hij de op een bepaald moment relevante signalen buiten deze dimensies kan ontvangen, dan wel daar zelf buiten te treden. De eerste mogelijkheid houdt misschien in wat bij de laatste zeker is, namelijk dat de geest onafhankelijk van ruimte en tijd kan opereren. Als dat zo is, is hij ook niet afhankelijk van de plaatselijkheid en tijdelijkheid van het aardse leven en blijft hij dus na onze dood voortbestaan.

Maar weer, zekerheid over leven na de dood kunnen we hieraan niet ontlenen, zegt Maso en vervolgens gaat hij weer op zoek naar andere mogelijke verklaringen. Dan bespreekt hij onder meer bedrog, dissociatie, genetisch geheugen, en het collectief onbewuste en raciaal geheugen. Dat brengt Maso weer terug naar de mogelijkheid van een leven na de dood: ‘Maar een mogelijkheid is nog geen zekerheid.’ Maso vervolgt zijn zoektocht naar zekerheid en laat zich nog altijd niet uit het veld slaan:

Waar we in filosofie en wetenschap aan twijfelen, daar zijn we in ons dagelijks leven vaak zeker van.

Kierkegaard
Maso zoekt dan zekerheid door vanzelfsprekendheden, spontane gevoelens, waarschijnlijkheden, of herhaald handelen, en zekerheid door gevoel van werkelijkheid. Hij komt onder meer uit bij Kierkegaard die zegt dat ons gepassioneerd zoeken naar onsterfelijkheid alleen maar mogelijk is omdat we een onsterfelijke geest hebben: ‘Slechts daardoor zijn we in staat te menen dat we sterfelijk zijn.’

Tot slot spreekt Maso over het verwerven van zekerheid over een leven na de dood. Hij heeft het dan over het ervaren van de onsterfelijkheid van onze geest en het tot werkelijkheid maken van een leven na de dood.

Stel dat we ervan uitgaan dat er geen leven na de dood of reïncarnatie is. Dan weten we dat we nooit zullen bereiken waarnaar we streven, terwijl we uiteindelijk niets zullen hebben aan hetgeen we toch nog voor elkaar weten te krijgen. Toch blijven we maar doorgaan alsof we het eeuwige leven hebben. Het zou kunnen dat dit komt doordat we binnen ons de mogelijkheid van eindeloze groei voelen en onbewust weten ‘dat de dood daarover geen macht kan uitoefenen’. Als dat zo is, kunnen we proberen ons dit weten bewust te maken en op die manier de onsterfelijkheid van onze geest ervaren.

Zekerheid?
Er valt wat af te dingen op dit boek, want echte zekerheid zal je in dit boek niet vinden. Dat onderkent Maso ook. Hij neemt er echter geen genoegen mee. Zijn zoektocht is spannend, geeft veel te denken. Het is zeker de moeite waard te zien welke onderzoeken zijn gedaan in het kader van de zoektocht naar leven na de dood. Ook de filosofen waaraan Maso refereert zijn boeiend genoeg om kennis van te nemen. Maso krijgt kritiek en die kan je vinden als je googelt, maar dat is logisch als je, zoals uitgeverij Ten Have zegt, positie kiest tégen de intellectuele mainstream.

Ilja Maso (Wageningen, 3 oktober 1943 – 4 mei 2011) was hoogleraar wetenschapstheorie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Hij was gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek, empirisch fenomenologisch onderzoek, toeval, parapsychologie en de demarcatie tussen wetenschap en pseudo-wetenschap. 

Ilja Maso: Onsterfelijkheid. Van twijfel naar zekerheid. Ten Have Kampen, 160 pag., €19,90, ISBN 9789025957933. (2007)

Zie: Filosofie Nacht: De Ziel

Gerelateerd: Nee, Dick Swaab, wij zijn onze ziel

‘Maar weet je dan niet dat onze ziel onsterfelijk is?’

De Filosofie Nacht: wat is de ziel?

‘Nee, Dick Swaab, wij zijn onze ziel’


Het is aan de filosofie, de kunst en de religie om de ziel te herwinnen op de wetenschappers die haar als een hersenspinsel afdoen. Dat zegt filosoof Gerard Visser in het tijdschrift Volzin. Visser vindt dat de oude metafysische denkers die de ziel erkennen en de moderne rationalisten die haar ontkennen dezelfde denkfout maken: namelijk dat de ziel een soort ‘ding’ zou zijn dat je überhaupt kunt kennen – erkennen dan wel ontkennen.

Hoezeer wetenschappers haar ook proberen te ontkennen, de ziel is hardnekkig. In ons dagelijkse taalgebruik hanteren we voortdurend woorden als bezield, bezieling, zielloos, zielsveel, op de ziel trappen…

Visser ziet zich, volgens Volzin, als een vertegenwoordiger van een derde, meer subtiele positie van ‘spirituele terughoudendheid’, die er vanuit gaat dat de menselijke ziel uiteindelijk een ondoorgrondelijk fenomeen is.

Visser citeert met instemming de Griekse filosoof Heraclitus, die al zo’n 2500 jaar geleden schreef: ‘Van de ziel zul je de grenzen op je speurtocht niet vinden, al bewandel je elke weg: zo’n diepe samenhang heeft zij.’

Gerard Visser is hoofddocent cultuurfilosofie aan Universiteit Leiden en voorzitter van het Gezelschap voor Fenomenologische Wijsbegeerte. Recente boeken van zijn hand zijn Niets cadeau. Een filosofisch essay over de ziel (Valkhofpers, 2009), Water dat zich laat oversteken (Sjibolet, 2011) en In gesprek met Nietzsche (Van Tilt, 2012).

Al gaat het concept van de ziel ons boven de pet, of geloven we er simpelweg niet in, we begrijpen allemaal wat met dergelijke woorden bedoeld wordt. (…) Ziel staat voor het onaantastbare mysterie van het zelf.

Verder in nr. 23 (30 maart 2012) van Volzin: : Arts-filosoof Bert Keizer:  wij zijn onze ziel II: ‘De neuro-filosofie denkt niet’ – Stiltegoeroe Miek Pot: ‘Het klooster maakte me bijna kapot’Niet doen!: Pasen vieren in de Heilig Grafkerk – Emile Roemer bezingt Herman Gorter: ‘Een nieuwe lente…’

VolZin is een tweewekelijks opinieblad dat inspiratie biedt voor bewust en zinvol leven. VolZin schrijft over eigentijdse vormen van levensbeschouwing en spirituele manieren van leven in de moderne wereld – genuanceerd, diepzinnig, kritisch, optimistisch en geëngageerd.

‘Maar weet je dan niet dat onze ziel onsterfelijk is?’

Dat zei Socrates in ‘De Staat’ tegen Glaucon. ‘Waar blijft de ziel?’ vraagt Bert Keizer zich nu af in zijn nieuwe boek met die titel. Dat ligt overal in de boekhandel op 31 maart. Ik kreeg een recensie-exemplaar en las het dezelfde dag in één adem uit. Boeiend, boeiend, maar de ziel blijkt zo onzichtbaar als God. Over neuronen weet ik nu veel en vooral dat het volslagen onzin is dat de mens zijn brein is. Over de ziel in ons wereldbeeld.  

Hersenweefsel
Dat Keizer een arts is, is onmiskenbaar. Vanuit die kennis filosofeert hij over de ziel. Dat doet hij grondig en van een filosoof mag je dat ook verwachten. Hij neemt je mee naar de Canadese neurochirurg Wilder Penfield en beschrijft een huiveringwekkend onderzoek waarin de chirurg aan een patiënt vraagt wat er door hem heen gaat voordat hij bepaald hersenweefsel verwijdert, nadat hij een luikje uit zijn schedel heeft gezaagd.

Onsterfelijk
Vervolgens neemt Keizer je mee naar Thales, die stelde dat alle dingen bezield zijn. Maar ook naar het Griekse verhaal Odyssee, over de menselijke ziel die begint met Odysseus’ bezoek aan de Hades, de onderwereld waar de zielen van de doden verblijven. En naar Plato en zijn Phaedo, waarin hij nadenkt over de mogelijkheid dat de ziel onsterfelijk is.

‘Bij de dood laten lichaam en ziel elkaar gaan. Het is een bevrijding en een uiteengaan. Eigenlijk is de bevrijding van de ziel uit het lichaam het doel van elke filosoof. Voor een echte filosoof is sterven zijn vak, want sterven betekent dat de ziel wordt losgemaakt uit de vergankelijke stof om zich te richten op de onvergankelijke eeuwige waarheid. Dat is niet iets om bang voor te zijn, Daar streef je dus naar.’ (Phaedo)

Descartes
Keizer neemt je in zijn zoektocht naar de ziel ook mee naar De Staat en Phaedrus. Verderop komt hij natuurlijk bij Descartes uit, die overal aan twijfelt en daardoor ontdekt dat hij denkt en dus bestaat. En dat hij een ziel heeft die zich op de een of andere manier in zijn lichaam bevindt en die totaal onafhankelijk is van het lichaam en dus ook niet ten onder gaat als het lichaam sterft. Toen hij stierf waren zijn laatste woorden:

‘Kom, mijn ziel, er moet vertrokken worden.’

Wittgenstein
Met Wittgenstein filosofeert Keizer er grappig semantisch op los over het probleem van ‘de ziel die in het lichaam zit’. Met de nadruk op het werkwoord ‘zitten’. Hoe zit die ziel dan in het lichaam? Volgens Keizer lukt het niet om de ziel op dezelfde manier uit het lichaam te krijgen als een fiets uit een schuur. ‘Hoewel,’ zegt hij vervolgens, ‘wat er ‘in’ zit, kan er toch ook ‘uit’?

Neurosofie
Dan gaat het uitgebreid over neuroreductie en neurosofie, waarin we terechtkomen in de wereld van neurosofen en wetenschappers als Dick Swaab en Victor Lamme. Keizer gaat indrukwekkend in, onder meer met behulp van de fMRI (functional Magnetic Resonance Imaging), op neurosofen die graag met hersenscans goochelen in de onuitroeibare illusie dat je daarop kunt zien wat iemand denkt. Keizer probeert aan te tonen dat we iemands geestelijke toestand nooit kunnen inschatten op basis van alleen een hersenscan. Keizer maakt gehakt van een artikel in de NRC dat verwijst naar het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology’, waarin beweerd wordt dat een scan kan laten zien waaraan iemand denkt.

Dementie
Schrijnend worden de verhalen van Keizer als hij schrijft over het beschadigd brein en de beschadigde ziel. Over dementie: wat voor ziel blijft er nog over? 

Dementie is niet alleen in emotioneel, maar ook in filosofisch opzicht een verontrustende conditie. Het is erger dan kanker omdat je ziel bij leven en welzijn uit elkaar gehaald wordt, in plaats van je lichaam.’

In hoofdstuk 12: Coma: de ziel is er nu toch wel echt uit? stelt Keizer aan de hand van enkele onthutsende ervaringen vast dat een beschadigd brein een beschadigde ziel betekent. Ook in het hoofdstuk ‘Knutselen aan het brein, harken in de ziel’ toont hij een actueel en zich snel uitbreidend voorbeeld van hersenverandering die zielsverandering tot gevolg heeft.

Ziel
Keizer gaat in op het boek van de Californische neurowetenschapper en filosoof Alva Noë: ‘Out of Our Heads: Why You Are Not Your Brain, and Other Lessons from the Biology of Consciousness’. Hierin betoogt Noë dat neurowetenschappers het probleem van de ziel of van het bewustzijn of van de geest als een probleem beschouwen dat moet worden opgelost door te zoeken in de hersenen.

‘De ziel, bewustzijn, geestelijk leven, is niet iets dat in ons gloeit of dat op ondoorgrondelijke wijze in ons verwijlt – het is iets dat we doen. De opvatting van bewustzijn als een daad spreekt uit het onderscheid dat we maken tussen een blaadje dat willoos door de wind wordt weggeblazen en een man die achter een bal aan holt of een meeuw die zich krijsend op een broodkorst stort.’

Beleving
Keizer introduceert de Drie-eenheid Brein, Lichaam en Wereld van Noë, die stelt dat je voor bewustzijn, voor geestelijk leven een brein, een lichaam en een wereld nodig hebt en dat het geen zin heeft om het geestelijke uitsluitend in één van deze drie te zoeken. Onze beleving van smaak, pijn, angst, honger, vreugde, rood, heimwee en dergelijke geestelijke toestanden onderscheiden ons van de levenloze voorwerpen om ons heen.

‘Hoewel niets erop wijst dat er zoiets bestaat, hebben onze voorouders in een voor ons verborgen verleden het idee opgevat dat er naast het lichaam of in het lichaam iets is dat de dood van het lichaam overleeft, een iets dat in staat blijft dingen te ervaren: de ziel.’

De ziel begrijpelijker?
Het is een lang blog geworden. Ik hoop wel dat je hierdoor het boek zelf gaat ‘beleven’. Het geeft veel te denken. Keizer is een goed schrijver, hij neemt je mee op reis alsof je de Odyssee van Homerus leest. Maar nee, het is de Ziel van Keizer. Een bezield boek, waarin je met Noë inderdaad tot de conclusie kan komen dat het bewustzijn niet kan ontstaan in het brein, maar dat je voor bewustzijn naast een brein ook een lichaam en een wereld nodig hebt. Voor Keizer blijft het echter de vraag of Noë de ziel begrijpelijker heeft gemaakt door brein, lichaam en wereld samen te brengen.

‘Maar wij weten, na al die eeuwen van nadenken over onszelf, nog steeds niet goed te zeggen wie of wat wij zijn.’ 

Waar blijft de ziel? | Bert Keizer | ISBN: 9789047704546 | prijs: € 4,95 |
Het intrigerende omslagontwerp is van Frits van Hartingsveldt. In deze bewerking van Die Toteninsel, een bekend schilderij van Arnold Böcklin uit 1880, heeft Van Hartingsveldt het Dodeneiland vervangen door een Brein.

Gerelateerd: De Filosofie Nacht: wat is de ziel?
Update 09052024: lay-out