De werkelijkheid religieus benaderen voor een rechtvaardige wereld

Wereldhanden
‘We willen een rechtvaardige wereld; en dus moeten we doen wat we kunnen: daarom benaderen we de werkelijkheid religieus. We ontdekken de metafysische en bovennatuurlijke aspecten van de werkelijkheid. Gelukkig: dan hebben we naast wetenschap nog andere ijzers in het vuur op weg naar onze ideale wereld.’ Aldus docent filosofie Jan-Auke Riemersma in een discussie met enkele trollen op het wereldwijde web. Want als we het aan de atheïstische humanist moeten overlaten…

Als we moeten wachten tot de atheïstische humanist de wereld een grammetje idealer heeft weten te maken, dan kunnen we alle hoop wel laten varen: met zulke mensen en hun kortzichtige visie blijft ’t aanmodderen.’

Volgens Riemersma is de architectuur van onze kennis toegesneden op het gebruik door de mens (en ’t dier) en zijn wij niet in staat om de werkelijkheid naar waarheid te vormen.

Ons brein manipuleert de waarneming krachtig: we krijgen een veel te eenvoudig beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld. Het maakt ’t brein niet zoveel uit of je de waarheid ziet, zolang je je kennis maar zo ordent dat er op elk ogenblik een goede en adequate handeling op gebaseerd kan worden.’

Riemersma vraagt zich af wat we doen als we ontdekken dat onze grote idealen (een rechtvaardige wereld, een wereld zonder lijden) niet zullen worden verwezenlijkt door wetenschap, kunst en filosofie.

Dan onderzoekt men de werkelijkheid op hogere waarden. Wie dat niet doet is dom: die is als een gevangene die wel ontsnappen wil, maar bepaalde ontsnappingsroutes niet wil bespreken.’

Bovendien, zo vervolgt de filosoof, als ons brein ons een veel te eenvoudig beeld van de wereld voorspiegelt, dan mogen we verwachten dat de werkelijkheid zelf van een geheel andere orde is. Volgens hem zijn we op de wereld om te handelen, om te doen, om iets te bereiken en dus maken we gebruik van de gehele werkelijkheid, ook van het bovennatuurlijke domein.

Het spreekt voor zich dat deze metafysische wereld (het bovennatuurlijke of transcendente domein van de werkelijkheid) zich voornamelijk slechts conceptueel laat onderzoeken (maar sluit de religieuze ervaring niet op voorhand uit). Maar dat is werkelijk geen bezwaar. De wereld is nu eenmaal veel ‘geheimzinniger’ (maar dus ook: beloftevoller) dan de moderne, door al te lang verblijf in ’t benauwde laboratorium afgestompte wetenschapper ons wil doen geloven.’

Riemersma noemt het ironisch dat veel domoren niets zien in religie is omdat ze een verkeerd beeld van de mens en de menselijke evolutie hebben. 

We bezien de wereld ook in kleine, logische brokjes. Zodat we er iets mee kunnen aanvangen. Meer niet. En als ik wat kan aanvangen met ’t inzicht dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, waarom zou ik dat dan nalaten? Inzichten zijn er om te gebruiken, om er iets mee te doen.’

Dit maakt ons volgens de filosoof in de eerste plaats tot ethische wezens die voortdurend ‘waarden’ tegen elkaar afwegen. Hij vindt het daarom te verdedigen dat wij leven in een ethische werkelijkheid, eerder dan in een door en door natuurlijke werkelijkheid.

Wij móeten handelen en zijn zo gebouwd dat we niet anders kunnen dan voortdurend laten zien of we het goede willen of het slechte. Vandaar dat sommige verstandige mensen zeggen: religie moet je doen – een goede theoloog wast de voeten van de armen, maar blijft niet eeuwig kleven achter zijn werktafel.’

Kortom, zo besluit Riemersma zijn betoog, een verstandig mens opent zijn ogen en richt zijn blik op het bovennatuurlijke.  (Ik vond deze reactie – die ik deels weergeef – van de docent filosofie in een discussie naar aanleiding van een artikel bij Geloof & Wetenschap van een hoogleraar theologie en wetenschap die naar consonantie zoekt, een te mooi pareltje om het in de krochten van internet te laten verzwijnen.)

Zie: Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Illustr: Kunst Foto’s Haarlem (haarlem.nederland-web.nl)

‘Geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’

rodin
‘Het huidige geloofsklimaat geeft veel te denken,’ zegt de Beweging voor Eigentijds Geloven (VVP) over het essay van filosoof en theoloog Arne Jonges: er staan een aantal juweeltjes van hoofdstukken in waarin hij onder meer uitlegt dat er waarheden in soorten zijn, en schrijft over de verhouding tussen historiciteit en mythe. Jonges levert prachtige citaten aan waar avonden over doorgepraat kan worden. Zoals: ‘je neemt de bijbel letterlijk of je neemt de bijbel serieus’.

De VVP zegt in een korte reactie op het essay (een pdf van 43 blz.) dat we de functie van godsgeloof allemaal moeten lezen, evenals de opmerkingen over verantwoordelijk zijn voor je eigen geloof.

In zijn essay zegt Jonges dat ‘geloven als zodanig niet redelijk is’, want door te stellen dat het in ‘onze natuur’ zou liggen, ons gelukkiger maakt, of door het een ‘basale overtuiging’ te noemen, maakt het nog niet redelijk: veel van wat tot onze natuurlijke neigingen behoort is niet zo redelijk. Hij verwijst naar het boek God bewijzen, van Stefan Paas en Rik Peels, en vindt het niet zonder meer redelijk om in God te geloven.

Tenslotte leveren hun escapades langs de godsbewijzen uit de wijsbegeerte niet meer op dan dat daarin veel vernuft en redelijkheid is geïnvesteerd, maar niet dat het geloof in God derhalve redelijk is. Die laatste stap kan de rede immers niet maken.’ 

Wie de rede te hulp roept om tot beantwoording van Godsvraag te komen, komt niet verder dan een cirkel: uit de redenering volgt, waartoe de redenering is opgezet. Iedereen die God wil ‘bewijzen’ is al van God uitgegaan, betoogt De Boer terecht.’ 

Een abstract godsidee levert volgens Jonges godsdienstig gezien weinig op. Hij verwijst naar Heidegger die stelt dat tot zo’n God niet te bidden valt. Jonges verwijt de auteurs dat wat ze beogen een fundering of garantie van de rede is voor hun religieuze praxis. Hij schets ook het alternatief: geen redelijke garanties voor geloof, maar redelijk geloven. En stelt dat het niet de vraag is of het redelijk is om te geloven, maar hoe je redelijk kunt geloven.

Bonhoeffers vraag ‘Hoe kun je geloven met ‘intellectuele redelijkheid?’ is derhalve nog steeds actueel. Voor de beantwoording van die vraag is het van belang de functie van de godsidee in wijsgerige en godsdienstige context te bezien alsmede de vraag naar de verhouding tussen het geloof en de rede te stellen.’ 

Fokke.en.Sukke.geloven.meer.in.een.universele.hogere.macht.210511.2826
J
onges gaat in zijn essay hierop door en stelt dat ieder geloof in eerste en laatste instantie een geloof van mensen is.

Als leidraad heeft een denker slechts zijn eigen wereld en geloof. Over het geloof van anderen is niet eenvoudig te oordelen, toch impliceert het met ‘intellectuele redelijkheid’ te willen geloven een normatief element. Redelijkheid impliceert ook kritiek. Niet alles ‘wat wordt geloofd’ verdient om die reden zonder meer respect.’ 

Hij verwijst verder naar onder anderen Peter Sloterdijk die laat zien dat de zeepbel van de metafysica uiteengespat is waardoor religie haar grond heeft verloren, want God was verwikkeld in de metafysica. En ook naar Kant, die alle godsbewijzen onderuithaalt. Jonges schrijft verder over de Verlichting waardoor de rede aan statuur heeft ingeboet.

De oude droom van de wijsbegeerte van een mathesis universalis, een redelijkheid die alle kennis zou kunnen verbinden, a theory of everything, leeft misschien nog bij een enkele natuurkundige, maar geldt nu niet meer als reëel.’ 

Het essay handelt verder over de beperktheid van de kennis; de wetenschap; de denkweg van Husserl; de rede opnieuw; waarheid in soorten; geloof en fundament; ideeën (Plato); gehistoriseerde mythen; Bijbel en mythe; geloofsverstaan; rite als context van de mythe; religieuze ervaring; de functie van het Godsgeloof; God verwerkelijken, en de verantwoordelijkheid voor het eigen geloof een eis van redelijkheid. En zo kan Jonges terecht eindigen met: ‘Het geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’.

Werkelijk een prachtig, helder geschreven essay dat de rede vriendelijk prikkelt, een weldaad voor de geest, voor op een stille zondagmorgen…

arnejongesDr. Arne Jonges (foto: Linkedin) studeerde theologie in Leiden en promoveerde in de wijsbegeerte in Nijmegen.

Cartoon: Jean-Marc van Tol (foksuk.nl)

Foto: EPA  Een van de kunstwerken die in verband wordt gebracht met analyses en denkmethoden, is ‘De denker’ van Rodin.

Zie: Redelijk geloven, door dr. Arne Jonges 

‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’

book-letters-flying-dark-backround

Wie nu nog spreekt over Godsbewijzen is louter retorisch bezig. Men tracht redelijke Godsargumenten bij voorbaat te framen als onzinnig.’ Een hartenkreet van Emanuel Rutten op Twitter en Facebook, waarschijnlijk omdat er hier en daar nog steeds met Godsbewijzen wordt gestrooid, terwijl die er niet zijn.

Wellicht omdat de New York Times melding maakte van het Godsbewijs van Rutten, is het begrip ‘bewijs’ een eigen leven gaan leiden. En nu doordat, wat bijvoorbeeld de Ichtus-boekwinkels schrijven over En dus bestaat God: ‘op dit moment is het de meest complete studie over het Godsbewijs in het Nederlandse taalgebied’. Ook op de site van Rutten zelf kom je het woord ‘Godsbewijs’ regelmatig tegen, naast ‘argument’. Het gaat echter om de redelijkheid.

En dus bestaat God

In de Bijbel tref je ook passages aan die gelovigen aansporen om de redelijkheid van hun geloof inzichtelijk te maken voor zichzelf en anderen. Paulus stelt in zijn brief aan de Romeinen bijvoorbeeld dat ieder mens het bestaan van God uit de schepping kan afleiden en Petrus wijst er in zijn eerste brief op dat christenen altijd bereid moeten zijn om verantwoording af te leggen voor de hoop die in hen is.’ (Uit: En dus bestaat God) 

Geloven in God zonder argumenten kan prima in orde zijn,’ stellen filosofen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten, ‘maar argumenten kunnen helpen om in te zien dat geloof in God goede intellectuele papieren heeft.’ In de inleiding van het boek En dus bestaat God gaan de schrijvers uitgebreid in op de context, aard en de functie van Godsargumenten. In een gesprek hierover op zijn site stelt Rutten: 

Vaak wordt geloof in God weggezet als onzinnig en irrationeel. Door te laten zien dat er redelijke argumenten zijn voor het bestaan van God kan dit ‘frame’ deels doorbroken worden. Daarnaast worden vooral in West Europa gelovige jongeren vaak blootgesteld aan harde kritiek op hun geloof. Door te laten zien dat geloof in God alles behalve irrationeel is, kan men dat soort gesprekken een stuk geïnformeerder ingaan dan nu helaas vaak het geval is.’ 

tochdarwin


T
och wordt in filosofieboeken veelal over Godsbewijzen gesproken, zoals het godsbewijs van Anselmus of Thomas van Aquino. De Belgische site Godsbewijzen noemt zichzelf zo, dus niet Godsargumenten. Op hun site zeggen zij zelfs: ‘God bestaat en dit kan bewezen worden. We zullen evenzeer alle implicaties die het bestaan van God met zich meebrengt verdedigen, hetzij spiritueel of politiek’. Mochten er mensen agressief worden van Godsbewijzen, dan verwijzen zij naar de site Geloof & Wetenschap, waarin Sjoerd van Hoorn uitlegt:

Het geven van een argument voor iets is het aanspraak maken op rationaliteit. Een bewijs geven is zeggen: mijn standpunt heeft de kracht en het gezag van de rede. Zo’n aanspraak verstoort het droombeeld dat al het levensbeschouwelijke een kwestie van gelijkwaardige meningen of gevoelens zou zijn. Het Godsbewijs doet de narcistische bubbel van de allereigenste mening of gevoel over wat de zin van het leven is uit elkaar spatten en trekt het doezelige mijmeren over zinvragen binnen in het koele klaslokaal van rede en wetenschap.’ 

Ondertussen staat de site Godsbewijzen bol van de bewijzen, zoals onder andere het ontologisch bewijs, het teleologisch bewijs en het morele bewijs. De site spreekt ook over een bijsluiter bij de Godsbewijzen, terwijl Rutten al eerder een bijsluiter schreef over de Godsargumenten: de filosofische bijsluiter.

Op grond van Godsargumenten kun je laten zien dat God bestaat en bepaalde eigenschappen bezit zonder dat je daarbij het wat van God helemaal pretendeert te doorgronden. Er blijft voldoende ruimte over voor het mysterie omtrent Gods wezen. (Uit: En dus bestaat God) 

emanuelrutten2


Iemand schreef dat Emanuel Rutten misschien beter had kunnen stellen dat God ‘mogelijk bestaat’. Dat maakt het minder ‘bewijzerig’. Zelf zegt de filosoof in een discussie op Geloof & Wetenschap dat zijn argument ‘geen bewijs!’ is. (Foto: geloofenwetenschap.nl)

Bewijzen doen we in de wiskunde, niet in de filosofie. Het gaat om een argumentatie met plausibele (maar geen volkomen zekere) premissen en dus ook een plausibele (maar geen volkomen zekere) conclusie.’

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschenen: 22 januari 2015

Illustr: thesecretkeeper.net
Cartoon: foksuk.nl

Update: 13012024 (lay-out)

Kan je een transcendente God logisch bewijzen?

universe anthropic
‘Er is een oneindig machtige tovenaar die de aarde gemaakt heeft en die alles kan wat wij niet kunnen en die aanbeden moet worden op woensdagen en die wel móet bestaan want dat is naar zijn ‘absolute’ aard.’ Dit is de conclusie uit de premissen: de aarde bestaat en de aarde komt ergens vandaan. Met deze schalkse, door hemzelf als onzinnig (lees: ongeldig) bestempelde redenering verbeeldt filosoof Jan-Auke Riemersma zijn ‘algemeen intuïtief bezwaar tegen godsbewijzen’. Hij geeft nog enkele parodieën op premissen en hun wonderlijke conclusies.

En dus bestaat GodBetekent dit dan dat alle godsbewijzen onzinnig zijn? Dat is lastig te zeggen. Maar het is op voorhand duidelijk dat het logisch onmogelijk is om uit een ‘natuurlijke’ wereld af te leiden dat er een ‘transcendente’ God moet bestaan.’

Volgens Riemersma (alias de Lachende Theoloog) heeft zeggen dat ‘de eerste oorzaak’ de transcendente God is, niets te maken met ‘eerlijke, ouderwetse’ logica, maar alles met de denkbeelden die behoren tot het geloof dat je aanhangt. Hij vindt het niet logisch om het bestaan van God logisch aan te tonen: wie gelooft dat God het meest perfecte wezen is dat wij kennen, ziet in dat het niet ‘logisch’ is om God ‘tevoorschijn’ te halen uit gewone, ‘aardse’ premissen. We veronderstellen immers dat God de wereld die Hij geschapen heeft, overtreft: God is transcendent.

In zijn recensie – in een ander artikel – van het boek En dus bestaat God, van Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder, stelt Riemersma dat de vraag of God bestaat in goede handen is bij de filosoof. Immers, de vraag of God bestaat kan niet worden beantwoord door de bioloog, de wiskundige of de fysicus. ‘Filosofen kunnen antwoord geven!’ stelt Riemersma.

Godisnooittevinden-Loesje-large
Hij is van mening dat filosofen werken aan argumenten die het geloof kunnen versterken, maar vraagt zich af hoe sterk of overtuigend de godsbewijzen zijn. De Lachende Theoloog gaat vooral in op het argument van de natuurwetten, waarin gesteld wordt dat de werkelijkheid geordend is.

Maar dat is werkelijk een al te optimistisch en gemakkelijk uitgangspunt. Hoe wéét de theist dat de gehele wereld geordend is? Is het niet mogelijk dat de mens voornamelijk de soort orde (logisch) ziet die hij nodig heeft? Vooralsnog beschikken we niet over een sluitende fysische beschrijving van de ‘gehele werkelijkheid’.’ 

Zijn volgende vraag is waar de natuurwetten dan vandaan komen: wie heeft de logische orde ingesteld? Volgens de schrijvers van En dus bestaat God is de verklaring… het bestaan van God. Volgens Riemersma komt dit bovennatuurlijke antwoord letterlijk uit de lucht vallen. De filosofen moeten van hem naar meerdere verklaringen zoeken. Misschien naar de duivel, suggereert de Lachende Theoloog, de natuurwetten zorgen immers ook voor bosbranden, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen.

janriemersmafacebookWaarom denkt De Ridder dan dat God de enige redelijke verklaring is voor het bestaan van een natuurlijke orde? Omdat God zeer goede redenen had, volgens De Ridder, om onze wereld te voorzien van een logische orde: alleen in een wereld met een orde als de onze kunnen vrije, zelfstandig denkende mensen ontstaan. En dat is de bedoeling geweest van God.’ 

Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) noemt dit speculeren, want hoe kunnen wij weten welke redenen God had? De theïst zegt dat God noodzakelijk bestaat, en lijkt hiermee een denkfout te maken. Het beroep op Gods ‘noodzakelijk’ bestaan is niet toegestaan om de natuurlijke orde te verklaren. Je moet het bestaan van een logische orde veronderstellen om te kunnen bepalen dat God noodzakelijk bestaat. Maar dan is God als verklaring voor de orde in de werkelijkheid uiteindelijk ‘circulair’…

 Zie: 

Illustr: NPOwetenschap.nl

Waarom Gods bestaan beargumenteren?

Niet in God geloven is de basispositie voor de meeste mensen. Niet dat iedereen daar nu zulke doordachte redenen voor heeft, maar niet-geloven zit gewoon in de lucht. Het hoort bij de tijdgeest. Het spreekt vanzelf. Je hoeft het niet uit te leggen. Dat zorgt ervoor dat wel in God geloven een beetje raar is. Daarmee komen we bij de bedoeling van dit boek. Wij denken namelijk dat geloven in God helemaal niet zo vreemd is. Integendeel. Er zijn juist uitstekende argumenten om te denken dat God bestaat.’

Dat zeggen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten in het weldra te verschijnen boek En dus bestaat God. De beste argumenten. Het staat in de inleiding onder de vraag die tevens de titel van dit blog is.

Die argumenten zijn niet achterhaald door wetenschap of technologie en ook niet vergezocht. Sterker nog, ze gaan uit van zaken die voor veel mensen bekend zijn en vanzelf spreken en komen dan via een aantal logische stappen uit bij de conclusie dat God bestaat. In dit boek geven we acht van zulke argumenten, in elk hoofdstuk één.’ (Uit: En dus bestaat God)

Vervolgens kunnen we de acht argumenten allemaal bestuderen. Als ik terugkijk op mijn eigen blogs kan ik ze allemaal vinden, maar uiteraard ook elders op Internet of de site van Rutten. Echt niet allemaal direct gemakkelijk te begrijpen. Maar De Ridder en Rutten beloven met heldere redeneringen te zullen komen om duidelijk te maken dat die Ene bestaat. Volgens de uitgever schrijven zij in ieder geval toegankelijk voor een breed publiek. Hier alvast een summiere bloemlezing van de argumenten die ik bij Rutten vond. Ik ben benieuwd hoe de argumenten uiteindelijk helder verwoord zijn in En dus bestaat God.

Het Leibniziaans argument, van de Duitse zeventiende-eeuwse filosoof Leibniz. Hij was van mening dat God zelfs noodzakelijkerwijze bestaat, omdat hij niet anders kan dan bestaan.

Niet alle argumenten hebben zo’n sterk dwingende logica: soms is het meer zo dat de aannames de conclusie zeer waarschijnlijk maken.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het kosmologisch argument: God wordt hiermee rationeel afgeleid uit waarneembare dan wel beargumenteerbare algemene kenmerken van de kosmos: zoals het gegeven dat er überhaupt een universum bestaat in plaats van helemaal niets, of het feit dat er in de wereld veroorzaakte dingen zijn, of dat er in de wereld dingen zijn die contingent (niet-noodzakelijk) bestaan.

visje


Het 
fine-tuning argument: de hypothese dat een bovennatuurlijke intentionele act aan de onvoorstelbaar onwaarschijnlijke fine-tuning ten grondslag ligt is alleszins redelijk indien bruut toeval het enige denkbare alternatief is. Fine-tuning kan één argument zijn in een cumulatieve reeks van verschillende argumenten voor het bestaan van God.

Een goed argument begint met ware aannames, of tenminste aannames waarvan het behoorlijk plausibel is dat ze waar zijn. Vervolgens zijn de redeneerstappen van een goed argument dwingend: je kunt er niet of moeilijk onderuit. De kracht van argumenten is dus dat ze je duidelijk maken wat je zou moeten geloven, gegeven dat je andere dingen al gelooft.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het argument vanuit natuurwetten: de idee is dat de kosmos met haar universele en stabiele natuurwetten zich aan ons voordoet als een optimaal gestructureerd schoon geheel en dat de schoonheid van deze begrijpelijk samenhangende structuur een kenmerk is van intrinsieke goedheid, zodat het niet onredelijk is om te denken dat de schepper van de kosmologische zijnsorde goed in plaats van kwaadaardig is.

Het ontologisch argument: het bestaan van God wordt afgeleid op a priori gronden, dat wil zeggen op grond van redelijke overwegingen die ons door ons autonome denken worden ingegeven. In een ontologisch argument wordt de conclusie dat God bestaat afgeleid uit een bepaalde vooraf gegeven definitie van God, zoals ‘Datgene waarboven niets groter gedacht kan worden’ of ‘Maximaal perfect wezen’.

En dus bestaat God

De argumenten in dit boek zijn volgens ons goede argumenten. Ze starten vanuit aannames die voor veel mensen acceptabel zijn – ongeacht of ze gelovig zijn of niet – en komen dan via een of meer stappen bij de conclusie uit dat God bestaat. Bij sommige argumenten volgt de conclusie strikt logisch uit de aannames, bij andere maken de aannames de conclusie erg waarschijnlijk.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het modaal-epistemisch argument: het bestaat uit twee premissen en één conclusie. Beide premissen hebben betrekking op een semicartesiaanse notie van kennis. Een subject, zeg S, kent een propositie, zeg p, indien p waar is en indien S niet anders kan dan p geloven, bijvoorbeeld omdat p voor S intuïtief zelfevident is (“1+1=2”) of omdat p voor S zintuiglijk niet corrigeerbaar is (“Ik heb twee handen”). Uit beide premissen, enerzijds “alles wat mogelijk waar is, is mogelijk kenbaar”, en anderzijds “Het is onmogelijk te weten dat God niet bestaat”, volgt logisch de conclusie dat God noodzakelijk bestaat.

Het morele argument wordt door verschillende hedendaagse filosofen verdedigd. Het morele argument voor het bestaan van God kan bijvoorbeeld op de volgende manier weergegeven worden: 1. Als God niet bestaat, dan is niets objectief verwerpelijk, 2. Sommige daden zijn in objectieve zin verwerpelijk, 3. God bestaat (conclusie uit beide premissen.)

Het argument vanuit de religieuze ervaring: men vertelt bijvoorbeeld over persoonlijke Godervaringen of men verwijst naar de vele getuigenissen van Godervaringen bij anderen. Hierbij gaat men uit van een meer inclusieve visie op menselijke ervaring; een visie die ruimte biedt voor esthetische, existentiële en morele ervaringen. Dan is er geen goede reden om op voorhand te beweren dat religieuze ervaringen, zoals het ervaren van God, zelfs als God bestaat, in beginsel onmogelijk zijn.

Maar een keihard bewijs en absolute zekerheid? Dat kan geen filosofisch argument je geven. En dat is ook niet erg. Gezonde twijfel past bij geloof in God. Argumenten geven ons uitstekende redenen om te geloven, maar het blijven wel redenen om te geloven. Wat de argumenten voor het bestaan van God volgens ons vooral laten zien, is dat geloof in God rationeel gezien volkomen gelegitimeerd is, ja zelfs de meest redelijke positie betreft. Daar gaat het ons hier om.’ (Uit: En dus bestaat God)

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschijningsdatum: 22 januari 2015

Illustr: eye and universe (angelicview.wordpress.com)
Update: 2025 (Lay-out)