Evolutie en de zin van ons bestaan

Het essay Thuis in de kosmos van godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes ‘scherpt de geest van iedereen die hier wel eens over nadenkt of misschien zelfs mee worstelt. Heerlijk filosofisch leesvoer, niet alleen voor verweesde gelovigen, maar ook voor nihilistische atheïsten.’ – Een wervend commentaar van wetenschapsjournalist Govert Schilling. ‘In het onmetelijke heelal is de aarde nergens te vinden en komt de mens net kijken. Dat schuurt soms met de menselijke behoefte aan zingeving. Nergens voor nodig, aldus Smedes.’

‘Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen’ 

Volgens Smedes is er geen enkele wetenschappelijke theorie die de mens in de afgelopen eeuwen zo aan het denken heeft gezet, op zoveel manieren en via zoveel wegen en omwegen, als de evolutietheorie.
De natuurwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op onze thuisplaneet Aarde beschrijft en verklaard. Zijn boek kreeg daarom ook als ‘ondertiteling’ mee: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan. Het natuurwetenschappelijke verhaal van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde wordt volgens Smedes door religieuze naturalisten en sommige wetenschappers wel het Epos van Evolutie genoemd.

‘Hoewel de naam van Charles Darwin (1809-1882) helemaal met deze theorie is vergroeid, was het niet Darwin die het idee introduceerde. Het idee dat onze wereld in ontwikkeling is, is veel ouder dan Darwin en gaat terug tot de presocratische filosofen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Het was volgens Smedes wel Darwin die voor het eerst aan de hand van talrijke observaties beschreef aan welke wetten en mechanismen de ontwikkeling van het leven op Aarde gehoorzaamt.

‘Bovendien wees hij al heel subtiel op de implicaties die zijn theorie had voor ons wereldbeeld en mensbeeld. Daarmee raakte Darwin een gevoelige snaar in de ziel van de westerse mens. Darwins theorie raakt aan alles wat ons dierbaar is, en daarmee ook aan de vraag naar de zin van alles: de zin van het bestaan, de zin van de kosmos, de zin van mijn en van jouw leven.

‘Ik wil in dit essay laten zien wat voor een grandioze visie in het evolutionaire denken besloten ligt. Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

De omschrijving vertelt dat het heelal miljarden jaren geleden ontstond. De eerste sterren kregen vorm en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

‘Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen.

Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.’
(Uit: Thuis in de kosmos, cover)

thuisindekosmos


Het Nederlands Dagblad vraagt zich in de kritische recensie van Thuis in de kosmos af: stel dat alles toeval is: deze wereld had er niet hoeven zijn, en wij mensen ook niet; er is geen groter plan, geen God die alles bestuurt; dan is alles uiteindelijk zinloos, toch?

‘Niet waar, zegt theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes. Ook als je de evolutietheorie omarmt tot in zijn uiterste consequentie dat alles toeval is, hoef je niet per se nihilist te worden. Het ‘epos van evolutie’ draagt zin in zichzelf, betoogt Smedes in zijn essay Thuis in de kosmos. Daarmee kiest hij een middenpositie tussen de nihilistische atheïst, die mensen oproept zelf zin te scheppen, en de Godgelovige (christelijk, islamitisch of …) die de zin van zijn bestaan beschouwt als van Boven gekregen.’
(Dick Schinkelshoek, ND)  

Volgens Smedes schreef Darwin ook over de invloed van die theorie op zijn levensbeschouwing: dat de evolutietheorie van hem een atheïst maakte, is een hardnekkige mythe.

‘En nee, Darwin bekeerde zich niet op zijn sterfbed tot het christendom – ook dat is een mythe. Darwin had weliswaar theologie gestudeerd met als doel predikant te worden, maar had dit niet zozeer gedaan vanuit een innerlijke roeping: het was vooral een vlucht geweest.’

‘Theologie dus als vlucht, maar het was wel de theologie die hem tot de natuur bracht. In de tijd van Darwin waren veel theologen ‘naturalisten’, dat wil zeggen liefhebbers van de natuur die ook de natuur bestudeerden. De bestudering van de natuur was toen nog niet voorbehouden aan natuurwetenschappers (die benaming bestond nog niet), maar was deels een liefhebberij van theologen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Thuis in de kosmos Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Zie voor recensie: Wees heilig, want de evolutie is heilig (Nederlands Dagblad)
Beeld: martkinternational.info

Beeld Darwin: BBC / Getty Images
Update 29-09-2025 (Lay-out)

De mens als neurologische computer

darwin.ichtus.visje.sticker‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’. Dat is volgens filosoof Daniel Dennett de betekenis van het symbool van een vis met het woord ‘Darwin’ erin. Een variatie op het bekende visje als christelijk symbool, ICHTHYS, acroniem voor het Griekse equivalent van ‘Jezus Christus Gods Zoon en Redder’. DARWIN zou dan staan voor ‘Delere Auctorem Rerum Ut Universum Noscas’, door Dennett met een knipoog vrij vertaald in ‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’.

Tijdens een lunch in zijn hotel aan de Herengracht in Amsterdam kreeg Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, de gelegenheid om Dennett nog een keer te vragen waarom wij echt ‘zombies’ zouden zijn, een wezen zonder werkelijk bewustzijn. Eerder schreef Veenstra het artikel We zouden zombies kunnen zijn, een kritische recensie over Van bacterie naar Bach en terug, over de evolutie van de geest. Volgens Veenstra claimt Dennett daarin een ‘kronkelig pad door een oerwoud van filosofie en wetenschap’ te hebben gevonden, dat leidt naar verbeterde antwoorden op de grote vragen over ons bewustzijn.

De provocerende stelling dat wij alleen maar ‘materiële objecten’ zijn, en dat ons bewustzijn dus een fysisch neuraal verschijnsel is, raakt iedereen in de kern. Het is een directe aanval op zowel religieuze als agnostische overtuigingen. Stel dat wij volledig fysisch causaal zijn gedetermineerd. Is dan de betekenis van het leven, vrije wil en moraliteit niet ook een illusie? Een betekenisloos verhaal dat wij onszelf vertellen? Dennett heeft zich de afgelopen vijfentwintig jaar verrijkt met inzichten uit neurowetenschappen, filosofie, biologie en computerwetenschappen, en belooft ons daarmee in dit boek – van ongeveer 500 pagina’s – een nog overtuigender antwoord te geven op de bewustzijnsvraag.’ (Uit: We zouden zombies kunnen zijn)

Dennett heeft zich tot op heden vooral op de hoe-vraag geconcentreerd: hoe werkt ons bewustzijn?; hoe zijn allerlei cognitieve processen geëvolueerd?, maar is zich nu op de wat-vraag aan het richten is: wat is datgene waardoor wij ons bewust zijn van al die cognitieve processen?

De illusie van bewustzijn ontstaat doordat wij tegelijkertijd het model en dat wat het model vertegenwoordigt waarnemen. Als we dat model, de representatie van de wereld, het medium noemen, moeten we niet de fout maken om een ‘geest in het medium’ te bedenken, een geest die naar het model van de wereld zit te kijken.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

We zijn toch niet een soort neurologische computer, vraagt Veenstra zich af. Een dergelijke computer bestaat volgens hem alleen uit atomen en elektronen die gedachteloos volgens de wetten van de natuur reageren. Hij vat zijn twijfel samen door te verwijzen naar een argument van David Chalmers: computers en zombies ‘run dark’: ze hebben geen innerlijke bewuste ervaring, terwijl wij dat overduidelijk wel hebben. Volgens Dennett zijn wij vanbinnen echter donker zoals een computer en is er geen reden om magisch denken te omarmen en een ‘geest in het medium’ uit te vinden.

Al met al vindt Veenstra toch, dat als je met extravagante claims komt als: ‘bewustzijn is een illusie’ en ‘jij bent een zombie’, dat soort stellingen om veel overtuigender argumenten vragen. Maar net als bij het lezen van Dennetts recente boek is Veenstra nu ook weer enorm onder de indruk van zijn omvangrijke en inspirerende kennis over de werking van ons brein, al heeft hij hem nog steeds niet weten te overtuigen van zijn visie op de aard van het bewustzijn.

Voor alles heeft de lunch mij duidelijk gemaakt dat het succes van Dennetts boeken Bewustzijn Verklaard in de jaren negentig en Van Bacterie naar Bach en terug in 2017 niet uit de lucht komt vallen. Ze zijn ontsprongen aan een bewustzijn dat een tomeloze lust heeft naar kennis over het bewustzijn zelf.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

Zie:
We zouden zombies kunnen zijn (iFilosofie.nl)
Lunchen met Dennett (pdf)

Beeld: stickerland.nl

Geloven in de Simulator

simulation

Niet in God geloven en dan zelf toch weer een god verzinnen die de mens in een computersimulatie heeft geplaatst. Omdat we in een seculiere wereld niet meer over schepping kunnen spreken – want dàt is zo ongelooflijk! Dan maar in iets anders geloven dat we wetenschappelijk, want geaccepteerd, misschien wel kunnen verklaren. Het is alsof we een simulatie van een tsunami presenteren en er zo in opgaan dat we geloven dat deze in de werkelijkheid bestaat.

Het simulatie-argument is misschien wel het eerste interessante argument voor het bestaan van een Schepper in 2000 jaar.’ (David Pearce)

Computerspelletjes worden zo levensecht, dat we er helemaal in op kunnen gaan. Zo zeer zelfs, dat we denken dat we zelf in een game zitten, ergo zijn. Dat geloven sommigen tegenwoordig. Diep vanbinnen blijft de mens ongelooflijk religieus. Met Elon Musk, CEO van onder meer Tesla en SpaceX, en filosoof Nick Bostrom als profeten. In 2016 stelde Musk dat de kans dat we niet in een simulatie leven, één op miljarden is.

Er zijn nu levensechte videogames die we met duizenden mensen tegelijkertijd kunnen spelen en waar we – dankzij virtual reality – zelfs helemaal in op kunnen gaan. We stevenen dan ook razendsnel af op de ontwikkeling van spellen (eigenlijk niets anders dan simulaties) die eigenlijk niet meer van de ‘echte wereld’ te onderscheiden zijn en bovendien op vrijwel elk apparaat te spelen zijn. Het lijkt niet vergezocht dat er bijvoorbeeld over 10.000 jaar miljarden van dat soort apparaten zijn waarop misschien wel meerdere simulaties draaien. In dat scenario wordt het langzaam maar zeker aannemelijker dat je als individu in zo’n simulatie zit dan dat je in de ‘echte wereld’ leeft.’ (Musk)

Het is natuurlijk passé om het over God en een schepping te hebben, dus noem je het heel seculier simulatie en geloven we in de Simulator, of nou ja, vooruit, een Schepper. Dan kan het weer. Er blijkt zelfs plaats voor religie en een heus hiernamaals.

Zelfs voor religie zou een plaats zijn in de simulatie. Zo is het niet ondenkbaar dat er een hiernamaals is, dat bestaat uit een andere simulatie (of de werkelijkheid) en wie zegt dat de simulators ons niet aan een soort moraal houden en ons bovendien continu in de gaten houden?’ (Bostrom)

Het werk van Bostrom en collega’s wordt fascinerend genoemd en misschien wel gekmakend tegelijkertijd. Sommige mensen ervaren hetzelfde als ze de Bijbel of de Koran lezen en plotseling beseffen dat de Simulator weleens God of Allah kan zijn die de wereld geschapen heeft. Daar kunnen sommigen met hun verstand niet bij en kunnen die ongelooflijke werkelijkheid alleen maar aan als we het zien als een computersimulatie.

Op het moment dat we onze eigen simulaties met daarin bewuste deelnemers gaan creëren, weten we het bijna zeker: we leven zelf in een simulatie.’ (Bostrom)

Bostrom vraagt zich af of het uitmaakt of we in een simulatie leven of niet, en denkt dat dat allemaal wel meevalt. Hij benadrukt dat we – als we in een simulatie leven – niet zomaar moeten concluderen dat de wereld om ons heen niet echt is.

Het is volgens hem accurater om te zeggen dat de werkelijkheid iets anders van aard is. ‘Je neus is nog steeds echt, alleen de werkelijkheid bestaat eruit dat deze gesimuleerd wordt op een krachtige computer.’ (Bostrom)

En Bostrom en zijn collega’s zagen dat het goed was.

Bron: Is ons leven niets meer dan een computersimulatie? (Scientias, 10 februari 2018)
Gerelateerd: Descartes en ons leven in een computersimulatie
Beeld: Bestaan we uit echt chemische stoffen, of zijn het computergesimuleerde stoffen? (aitracing.nl)

‘Verlichting is in iedereen al aanwezig’

dhammakaya-pagoda-472496_640

Verlichting wordt vaak gezien als het resultaat van een lange, moeizame leerweg. – Filosofie Magazine in gesprek met de Amerikaanse filosoof Douglas Berger die uitlegt aan filosoof Florentijn van Rootselaar dat verlichting eigenlijk al in iedereen aanwezig is. ‘De mens is een gewoontewezen, en dat belet hem open te staan voor nieuwe ervaringen; het verhindert hem evenzeer om praktisch goed te handelen. Je weet je door je gerichtheid op jezelf onvoldoende aan te passen aan de situatie.’ Je moet je eigen verlichting niet langer in de weg staan, adviseert hij.

Hoe word je verlicht? Dat is het onderwerp van gesprek met de Amerikaan Douglas Berger, de kersverse hoogleraar vergelijkende filosofie aan het Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden.’
(Filosofie Magazine

Centraal in het gesprek tussen Van Rootselaar en Berger staat de verrassing of zelfs een shock – de gebeurtenis die je bevrijdt uit je beperkte geest: er is heel wat voor nodig om je vaste patronen in de omgang met anderen te doorbreken.

De geliefde vorm die de oude zenmeesters daarvoor gebruiken is de koan – soms een korte cryptische kreet, maar ook een langer verhaal waar je als luisteraar geen vat op krijgt. En juist daarin schuilt de bevrijdende kracht van zo’n koan, zegt Berger, auteur van onder meer Encounters of Mind. Luminosity and Personhood in Indian and Chinese Thought.’ (FM)

De leraren die je kunnen helpen bij het bereiken – of het gewaarworden van verlichting, want je bent dus al verlicht – maken zoals gezegd gebruik van de koan op je pad naar verlichting.


Koans

‘Ik doe de lamp uit, waar is het licht gebleven?’
‘Wat is het geluid van één klappende hand?’
‘Laat het gezicht zien dat je had voordat je ouders waren geboren.’


Vaak heeft een zenklooster een eigen collectie koans, waar de meester individueel met de leerlingen doorheen gaat. Van Rootselaar vraagt zich af hoe een meester je kan helpen op je pad naar verlichting.

De meester vertelt hem niet hoe hij die verlichting kan bereiken, hij draagt geen kennis over. Maar daar gaat het ook niet om.’ (FM)

In het zenboeddhisme is een goede leraar heel belangrijk, aldus Filosofie Magazine. Soms gaan leerlingen langs verschillende kloosters tot ze de juiste leraar hebben gevonden. Want voor een koan is interactie nodig, een meester en een leerling.

Je bent geobsedeerd door iets, je zit erin vast, en zo’n koan opent een deur – juist door je niet te vertellen wat je moet doen, maar door je schrik aan te jagen.’ (FM)

Zo’n koan-ervaring kan je ook zomaar in het dagelijks leven meemaken, vertelt Berger en geeft als voorbeeld dat je na een moeilijke dag op je werk je naar buiten loopt en nog steeds denkt aan dat conflict met een collega.

Maar als je de mooie zonsondergang ziet, kan plotseling de hele relatie met de wereld veranderen.’ (FM)

De moderne stedeling zal zich in zijn drukke stad misschien afsluiten voor ervaringen terwijl hij zich naar huis spoedt, werpt Van Rootselaar op. En de kans is groot dat de diep ongelukkige persoon – die juist zo’n ervaring nodig heeft – in zichzelf gekeerd rondloopt zonder oog voor die mooie zonsondergang.

Berger legt uit dat het niet eens noodzakelijk is daar ervoor open te staan, maar als je wel oog hebt voor de wereld de transformatie eenvoudiger gaat; als je je ervoor afsluit, wordt het een strijd – en dat kan pijnlijk zijn, en dat je het daarom het maar beter kunt accepteren.


Boeddhageest

De leerling vraagt: ‘Meester, heb ik al een boeddhageest?’
‘Nee’, zegt de meester.
‘Maar u zegt toch altijd dat alle dingen een boeddhageest hebben? De bergen, de bomen en de vlinders.’
‘Dat klopt’, zegt de meester. ‘Alle dingen hebben een boeddhageest. De bergen, de bomen, de vogels en eigenlijk alles op aarde – alleen jij niet.’
‘Maar waarom ik dan niet’, vraagt de leerling.
‘Omdat jij me deze vraagt stelt’, antwoordt de meester.


Berger: ‘Deze dialoog laat zien dat je de verlichting eigenlijk al bezit, je houdt alleen jezelf tegen. Het antwoord dat je zoekt is er al. Door een gesprek word je getriggerd om die staat van verlichting in jezelf te accepteren, en vooral ook om op jezelf te vertrouwen.’
(FM)

Van Rootselaar vraagt wat verlichting precies betekent. Hij krijgt als antwoord dat dit een lichtgevende mentale staat is waarin je openstaat voor de wereld, en daarmee ook de wereld verlicht. Die staat werd in India beschouwd als een prestatie, als het resultaat van een jarenlange oefening. Maar toen het boeddhisme in China kwam, werd die staat heel anders gezien.

Zij zeiden dat je alleen verlicht kunt worden als er een potentieel is in de mens om die staat te bereiken. Daarom spreken ze over de glans, een bepaalde mate van verlichting die iedereen bezit. Je leven zou erop gericht moeten zijn om die glans de ruimte te geven, om alles wat die glans verduistert weg te nemen. Verlichting is zo bezien niet de verovering van een nieuwe staat die je nog niet bezit, maar de terugkeer naar je ware glanzende zelf.’ (FM)

Zie: Sta je eigen verlichting niet langer in de weg (Filosofie Magazine)

Beeld: Dhammakayatempel, Thailand (pixabay.com)

Koans: elsinajansen.nl

Kabbala als leidraad voor spirituele zelfontplooiing

Kabbala

De joodse mystiek biedt de diamanten die het leven op deze aarde draaglijk kunnen maken. Kabbala is meer dan ooit noodzakelijk,’ schreef Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, een half jaar geleden in The Post Online. In deze Maand van de Spiritualiteit (‘Opnieuw beginnen’) een speurtocht naar die Kabbala.

In De kabbalist van Geert Kimpen zijn boeiende omschrijvingen te vinden die ertoe aanzetten je meer te verdiepen in wat kabbala nu eigenlijk inhoudt. Een eenduidig antwoord op deze vraag is echter niet zomaar voorhanden. Als je zoekt naar omschrijvingen en betekenissen van kabbala stuit je op zeer uiteenlopende informatie.

Chaim Vital, een jongeman in De kabbalist, moet kiezen tussen ultieme wijsheid en ultieme liefde. Hij is de zoon van de beroemde Thoracommentator Yosef Vital en in het boek volg je de eigenzinnige en boeiende zoektocht van Chaim, die al zijn vrije tijd besteed aan de studie van kabbala. Hij wil er God mee leren kennen, meer nog, Hem ontmoeten. En ook wil hij de grootste kabbalistische schrijver aller tijden worden. Door kabbala wil Chaim onder meer de wetten, het universele principe, van het heelal leren kennen.

In De Kabbala van Daniel C. Matt kom je op het spoor van de ‘goddelijk geïnspireerde’ auteur van de Zohar. De Zohar die uiteindelijk uitgroeide tot ‘de heilige Zohar’, (Ha-Zohar ha Kadosj), de canonieke tekst van kabbala.

Rond het jaar 1280 begon de Spaanse joodse mysticus Mozes de Léon beknopte geschriften te verspreiden onder zijn collega-kabbalisten. Ze bevatten lyrische teksten in het Aramees, vol gelegenheidswoorden, mysterieuze symboliek en erotische beeldspraak. (…) De brontekst zou afkomstig zijn uit de kringen van rabbi Sjimon bar Jochai, een beroemde discipel van rabbi Akiva die in de tweede eeuw na Christus in Israël woonde en er zijn ideeën verkondigde.’ (Daniel C. Matt)

Matt stelt dat De Léon de verschillende bronteksten tot een meesterwerk weefde: een commentaar op de Tora in de vorm van een mystieke roman waarin rabbi Sjimon en de chavrajja door Galilea zwerven en kabbalistische inzichten verwerven. Bij Matt wordt het er niet eenvoudiger op. Kabbala komt over als zeer complex, compleet met schema’s als De Tien Sefirot (de boom des levens.) Niet een-twee-drie zijn alle ins and outs van kabbala te begrijpen.

De Groene Amsterdammer schreef ooit dat kabbala een filosofische theologie is, gebaseerd op het geloof dat elk woord, elk cijfer en elk accent in de Tora aanwijzingen bevat waarmee de geheimen van het universum en de menselijke ziel kunnen worden ontrafeld. Dat is nogal wat. Dat maakt nieuwsgierig. Waar kan je nu lezen hoe het universum en de ziel in elkaar zitten? Dat zou groot nieuws moeten zijn in de media, maar daarin lees je meestal ‘slechts’ nieuwe informatie die wetenschappers opdoen door onderzoek en nooit wordt verwezen naar de Tora of kabbala waaruit ze putten. Over de ziel kom je alleen filosofen en theologen tegen.

Matt stelt dat de Italiaanse renaissance-humanist Pico della Mirandola beweerde dat ‘geen andere wetenschap ons beter kan overtuigen van de goddelijkheid van Jezus Christus dan magie en kabbala’. Della Mirandola had zich verdiept in de Latijnse transcripties van kabbala omdat hij geloofde dat ze de oorspronkelijke goddelijke openbaring waren.

Met Chaim uit De kabbalist kan je je afvragen of kabbala ooit te begrijpen valt, maar je wordt wel, al lezende en je metgezel voelend van Chaim, gestimuleerd om kabbala te leren doorgronden. Het besef dringt zich wel op dat je hier wel enige jaren van studie voor mag uittrekken.

In Kabbala van Joseph Dan staat dat de term kabbala nog nooit zo vaak en in zo veel verschillende contexten gebruikt is als vandaag de dag. Hij heeft het over de ‘stortvloed aan nieuwe betekenissen in de hedendaagse cultuur’. De term wordt ook op tegenstrijdige manieren gebruikt. Zowel bedoeld als strikt joods orthodox, als radicale vernieuwde levensbeschouwingen. Er zijn honderden kabbalistische werken en daarnaast duizenden geschriften waarin kabbalistische termen en ideeën worden gebruikt. Hij noemt ook de Zohar als belangrijkste werk van de middeleeuwse kabbala waarin ieder denkbaar onderwerp aan bod komt.

Bij Dan betekent kabbala ‘ontvangen’ en hij stelt dat de eerste overdracht reeds plaats vond aan Mozes die de Tora ontving op de berg Sinaï en deze doorgaf aan Jozua, die haar vervolgens overleverde aan de oudsten van Israël. Mondeling werd de Tora overgeleverd aan de richteren; de profeten en de eerste wijsgeren van de Talmoed. Bijzonder is om te lezen dat 2000 jaar geleden kabbala door God aan Mozes zou zijn geopenbaard.

Kabbala wordt ook wel omschreven als een millennia oude, goddelijke waarheid. Joseph Dan zegt echter dat hoewel kabbalisten beweren dat kabbala één waarheid is, wetenschappers iedere kabbalist als een originele schrijver beschouwen die uiting geeft aan zijn eigen wereldbeeld dat in meer of minder mate verschilt van dat van andere kabbalisten.

Tree_of_Life,_Medieval

Joseph Dan stelt dat kabbala ook werd aangeduid als gnosticisme, joods of niet joods. Anderen identificeren het als mystiek. Weer anderen ontdekte kabbala in de oude Assyrische godsdienst. Carl Gustav Jung ontdekte in kabbala de universele archetypes. De term kom je ook tegen als synoniem voor mystiek en magie en voor spiritualiteit in het algemeen. Het begrip kabbala is dus erg veralgemeniseerd en wordt breed uitgelegd of toegepast.

Volgens Joseph Dan is er geen antwoord op de vraag wat kabbala nu eigenlijk is. De beantwoorders van de vraag hebben met elkaar gemeen dat ze er een vaag idee van hebben en denken tevens dat er ergens iemand anders is die precies weet wat kabbala inhoudt…

Kabbala is een ervaring. Zoals chocola. Iemand kan je in geuren en kleuren uitleggen wat chocola is maar als je het niet werkelijk geproefd en ervaren hebt, weet je nog niets.’ ( Uit: De Kabbalist)

Kabbala blijft vooral nog een mysterie, dat niet direct opgehelderd zal worden door de literatuur. En het wordt er niet gemakkelijker op als je in De kabbalist leest dat je kabbala eigenlijk moet ervaren. Misschien gebeurt dat als je je er eerst uitgebreider in verdiept en daarna lange tijd erover mediteert. Het sluit wel aan bij het religieuze besef dat er meer is tussen hemel en aarde. Dat meer kan je associëren met de Eeuwige, met God.

Volgens Sjef Laenen, schrijver van Kabbala voor beginners, heeft het geen zin kabbala te bestuderen zonder je eerst te verdiepen in het jodendom, de (joodse) mystiek, de stromingen binnen de joodse mystiek en wat het systeem van De Sefirot inhoudt. Met die basiskennis zou je pas verder kunnen gaan met de zoektocht naar de (betekenis) van kabbala. De eerste stap kan je dan zetten naar wat Daniel C. Matt noemt ‘een schitterende leidraad voor spirituele zelfontplooiing’.

Bronnen o.a.:
* De kabbala: waarom mystiek noodzakelijk is
* De kabbalist: korte inhoud
* De boom des levens van de kabbala
* Kabbala
* Kabbala voor beginners

Beeld: De Tien Sefirot (hiveminer.com)
Tekening: Kabbalistische boom des levens met de Tien Sefirot (Wikimedia)

(Update: 13 4 2019) (03-11-2024: lay-out)