‘Als het leven onzinnig is, hoe zullen wij leven?’

sannekedehaanrikkovoorberg

Religiewerkgroep De Linker Wang – van GroenLinks, ‘politiek met compassie’ – organiseerde gisteren in Utrecht een debat over de zin van het leven. Voor filosoof Sanneke de Haan eigenlijk on-zin, want ‘ons bestaan heeft geen zin, bergt geen hoger doel in zich’. Voor theoloog Rikko Voorberg is de vraag naar het nut van het leven misschien zin-loos, maar de vraag naar de hoop en de deugd essentieel. De Haan vraagt zich af wat ons houvast geeft, en hoe je bepaalt wat een goede manier van leven is. Beiden hadden iets moois en zinvols te vertellen, de filosoof (1980) en de theoloog (1980), en dat zette zich daarna voort met zo’n 80 belangstellenden.

Job de Haan, van De Linker Wang, blijkt naast theoloog en journalist ook een uitstekend gespreksleider en maakte één keer gebruik van ‘Abstract Alert’: als iemand vervalt in vaagheid, krijgt iemand anders het woord. Wel zo goed bij dit thema.

Sanneke vertelde uit een ‘gemengd nest’ te komen: katholiek en Nederlands Hervormd. School ervoer zij wat religie betreft als ‘heftig’ en toen ze rond haar twaalfde jaar hoorde dat God zelfs in ‘je hoofd kan kijken’, vond ze dat niet te geloven. Op dat moment hield God voor haar op te bestaan: ‘God kwam tot hier en niet verder’.

Toch verdiepte zij zich in levensbeschouwingen en ontdekte de filosofie en via zenboeddhisme de meditatie. Als filosoof doet zij nu onderzoek op het grensvlak van filosofie en psychiatrie. Meditatie vindt zij een vorm van ‘moreel superieur escapisme’. Iets met een tefallaag waarvan je alles kan laten afglijden. En leven is lijden, hoorde ze. Maar Sanneke vindt het leven leuk. Sartre spreekt haar aan, vooral zijn idee dat alle keuzes in je leven je eigen keuzes zijn; je kiest ook bij wie je te rade gaat. Maar ook Sartres idee over dat je zelf verantwoordelijk bent voor wat je doet, past bij haar.

Geconfronteerd werd Sanneke met de dood van de vader van een vriendin. Dat zette haar sterk aan het denken. Dient het leven een doel? Heb je het goed gedaan? Er is geen Hogere Instantie die goedkeuring geeft. Leven en dan dood. Dit is het, hier moeten we het mee doen, was haar reactie op die ervaring. Meer is het niet. Sanneke ging wel vol voor het leven. Op een dag liep zij bij de buren binnen toen ze letterlijk hoorde dat de man zijn vrouw mishandelde. Sanneke greep in. Ze maakte het verschil. Ze snapte ook wat er aan de hand was: er speelde psychiatrische problematiek mee. En zij hielp. Het was niet zin-loos wat ze deed.

Rikko vertelde over een pastorie op een heuvel waar hij zoon van een dominee was, waar gebeden werd voor het eten en als toetje de Bijbel, en dat betekende iets. Trots op de zuil waarop hij zat. Geen televisie, maar dat kwam voort uit een verantwoordelijk idee over hoe gezinsleven in elkaar dient te zitten. Alles werd doordacht. Dan tien jaar later. Theologische universiteit. Zijn religieus fundament werd ‘verpulverd door een postmodern sloopplan’.

Zeer geboeid werd hij door zowel protestants theoloog Karl Barth als filosoof Friedrich Nietzsche. Barth gaf ruimte, geen catechismus waarin alles vast stond. Rikko kwam uit zijn bubbel. Door theater, radio en vrienden. Zijn bunker – de Kathedraal van Zeker Weten – stortte in, verdween in zee. Daar stond hij, moederziel alleen, nog wel met zijn medestudenten. Rikko ging op zoek, ook bij de studentenpastor, en vroeg hem te helpen met het doel in zijn leven. Doen, handelen was het antwoord. Ga het doen, de vorm komt vanzelf. Hij organiseerde een burennetwerk, richtte in Amsterdam de PopUpKerk op. Maar ondertussen bleef de vraag spoken hoe om te gaan met zijn geschiedenis, zijn achtergrond. En: ‘Wat Wil Ik Echt?’

Hij maakte een speciale Facebookpagina toen hij hoorde dat een pedoseksueel nergens meer welkom was. De pagina heette ‘Benno L. welkom in onze straat’. Overtuigd als hij is dat de meeste recidieven voortkomen uit sociale uitsluiting. Bovendien, niemand kent het strafblad van je buren in de straat… Rikko vindt dat je moet belichamen waar je voor staat. Je kunt van alles roepen, maar je moet iets doen. En zo nam de mede-oprichter van de ‘Vluchtkerk’ ook het initiatief: ‘We Gaan Ze Halen’. Rikko geeft op uiteenlopende manieren concreet vorm aan geloven. Hij blijft niet op zijn handen zitten, maakt van geloven positieve actie.

Rikko kan zich kwaad maken over de vluchtelingenproblematiek. Hoe dat systeem werkt. Niet werkt, beter gezegd. Hij noemt dat systeem kwaadaardig. Gaf er een voorbeeld van. Doe je als vluchteling je verhaal, je eerste gesprek voor de asielprocedure, waarbij je je van je beste kant laat zien: wel vluchteling, maar gezond, sterk, kan en wil werken. Dan word je afgewezen. De vluchteling had over zijn martelingen moeten vertellen en ander leed, dan was hij geaccepteerd. Zo word je door het systeem kwetsbaar gemaakt. Je verdwijnt in een vicieuze cirkel. Rikko schreef het boek De dominee leert vloeken. Heel begrijpelijk, als je vecht voor een rechtvaardige wereld. Een wereld waar je kwaad van wordt. Hij wil juist bijdragen aan een rechtvaardiger wereld. Zijn boek roept dan ook op tot actie. Hij put onder meer moed uit Augustinus. Die zei: ‘Hoop heeft twee prachtige dochters. De een heet woede, de ander heet moed; woede over hoe de dingen zijn: en moed om te zien dat ze niet zullen blijven zoals ze zijn’.

Foto: © PD – Sanneke de Haan en Rikko Voorberg. Op speelse manier werden bingoballen ingezet waarvan de getallen verwezen naar vragen die Rikko en Sanneke beantwoordden. Het leidde ertoe dat ze spontaan persoonlijk, vanuit eigen idee en gevoel open over zichzelf vertelden. 

‘De filosofen blazen God nieuw leven in’

ongeneeslijkreligieus

‘God is dood? De filosofen lijken ‘M nieuw leven in te blazen…’ En een van hen is Gerko Tempelman van Ongeneeslijk religieus (nov. 2018), waarin de filosoof (en theoloog) verslag doet over hoe God verdween uit onze wereld – en zijn leven – en waarom steeds meer filosofen zeggen dat ‘ie terug is. Volgens Wouter Nieuwenhuizen, vriend van de Remonstrantse groep  ‘De Leven Utrecht’, lijken de filosofen ‘M nieuw leven in te blazen. ‘De Leven’ haalde 15 januari Tempelman in huis om zijn verhaal te horen over een verwarrende comeback van God in de hedendaagse filosofie.

De Leven is voor iedereen die iets met (de christelijke) religie heeft en daar graag over in gesprek gaat. Dat kunnen trouwe kerkgangers zijn, maar ook twijfelaars, randkerkelijken, agnosten, atheïsten, ketters en afvalligen. En iedereen die niet in een van die hokjes past. En zo ontmoet ik die avond, als ‘breed georiënteerde zinzoeker’, naast Nieuwenhuizen en Tempelman, ook een Bijbelvaste man voor wie de wereld pas zo’n 6000 jaar bestaat, een dogmavrij-gelovige, en een zoekende. De spreker is op dreef als hij zijn verhaal vertelt en met zo’n veertig mensen het gesprek aangaat, vragen stelt en luistert. Een filosoof die ongeneeslijk religieus ‘M nieuw leven inblaast? God verdween dan wel uit zijn leven, maar hij denkt niet dat hij echt weg is.

Volgens Blossom, dat de avond met De Leven organiseerde, zou je dit boek het eerste ‘radicale-theologieboek’ in het Nederlands taalgebied kunnen noemen, waarin de auteur vertelt over zijn eigen geloofsdeconstructie als kapstok over God na de dood van God.  Vooral in de laatste twee hoofdstukken gaat het over ‘radical theology’. Dat blijkt voor de theoloog en filosoof een ‘fascinerende denkstroom’, een vrij nieuwe, onvoltooide denkstroom, die een ‘zeer filosofische blik op het christendom’ biedt, ‘prikkelend, onorthodox, soms blasfemisch en opvallend theologisch’.

Hallo, ik ben Gerko en ik ben ongeneeslijk religieus,’ zo begint de auteur zijn boek. Hij lijkt het geloof van zijn jeugd maar niet te kunnen loslaten, ondanks dat zijn boek begint met de verklaring hoe God uit zijn leven verdween.

Daarom vroeg ik me af: heb je überhaupt een keuze als het over geloven gaat? Ik denk het niet. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Dat gold in ieder geval voor mij. Precies zo is het, denk ik, ook gegaan met het verdwijnen van God in het westerse denken. Is ongeloof daarmee onherroepelijk ons lot? Of is de rol van het christendom nog niet uitgespeeld?’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Vervolgens vraagt Gerko zich af, in opeenvolgende hoofdstukken, wat we eigenlijk geloven, en vertelt hij hoe God uit onze wereld verdween. Maar ook waarom ‘christelijk atheïst’ Slavoj Žižek en ‘postmoderne pelgrim’ John Caputo zeggen dat God terug is. Deze filosofen filosoferen regelmatig over de uitspraak dat ‘we niet weten wat we geloven’. Žižek stelt zelfs dat mensen tegenwoordig meer dan vroeger blind zijn voor hun overtuigingen. Caputo ziet,  net als filosoof Jacques Derrida, een opleving van God.

Mijn eerste conclusie was deze: misschien is dat geloof gewoon onzin. Ik hield niet zoveel meer over. Mijn vroegere religieuze overtuigingen waren weg geanalyseerd. Kapot-gedeconstrueerd. En daar had het gemakkelijk kunnen eindigen. Maar dat gebeurde niet. Geheel conform Derrida’s filosofie.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Gerko’s boek vind ik erg oorspronkelijk in zijn opzet. Al lezend word je op een prettige manier meegenomen in zijn leven en denkwereld, en spreekt hij je rechtstreeks aan, zonder ook maar een moment belerend te zijn. In zijn boek vertrekt hij vanuit de filosofie, en speelt op heldere manier met argumenten, schemaatjes, en eenvoudige premissen en conclusies. Voorbeeldje: ‘1. Opgegroeid in een gereformeerde zuil. 2. Studeren in Amsterdam. 3. Dus: geloof verliezen.’ Ook zegt hij dat zijn boek ‘een beetje theologisch’ wordt, maar Gerko blijft goed te volgen.

Als ik vertel over m’n persoonlijke zoektocht in het christendom krijg ik vaak de vraag: ‘Gerko, je gelooft toch niet echt in God?’ (of in die andere variant: ‘maar Gerko, je gelooft toch wel in God?’). Eh tja, dat weet ik niet zo goed. Daar ben ik dus naar op zoek. Het is die zoektocht die je het beste meemaakt als je je normale standpunten en neigingen af en toe tussen haakjes kunt zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Ook neemt Gerko je mee naar de ‘profeet van het modernisme’, Nietzsche. Die spreekt hem nogal aan, deze filosoof kom je vaak tegen in zijn boek. ‘Als zzp-filosoof sta ik regelmatig op allerlei plekken een verhaal over de filosoof Nietzsche te houden’, zegt hij. Hij deelt dan ook ‘De dolle mens’ uit aan zijn luisterend publiek. Voor hem betekent de uitspraak ‘God is dood’ in ieder geval dat God minder belangrijk is dan dat hij vroeger was. En God is niet dood zoals de meeste doden uit ver vervlogen tijden dood zijn: dood en vergeten.

God is dood – maar het wordt er niet eenvoudiger op, zegt ook Nietzsche. Als God dood is, dan gaan we daar de gevolgen van merken. Als God verdwijnt, verdwijnt de zin. Dan verdwijnt de reden, de bedoeling, en het antwoord op de echte waaromvraag. Ledige ruimte. Voortdurend nacht. Vallen.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Als je echt christen wilt zijn, vind Gerko, dan moet je door het verhaal van Nietzsche heen: de volledige beleving van de dood van God.

God is dood!’ zegt de postmoderne filosofie. Maar dat wil niet zeggen dat mensen niet in beweging komen van dat woord. Ook als God dood is, of als we vermoeden dat hij dood is, dan nog insisteert hij wel. Datgene wat verscholen zit achter het woord ‘God’, kan ons roepen. Kan ons doen verlangen. Kan ons in beweging zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

P.S. Voor de nerds onder ons heeft Gerko nog een apart hoofdstuk: Meer informatie (voor nerds), want elk boek moet in een elevator pitch kunnen worden samengevat. Daarin gaat het vooral over radical theology, de achtergrond bij de hoofdstukken 4 en 5, en Level-up geek stuff. – Ik raad lezers aan dat als eerste te lezen. Plus de Bibliografie, dan weet je welke boeken Gerko heeft gebruikt, met per titel het hoofdstuk waarin het boek genoemd wordt. – Veel inspirerend leesplezier gewenst! Echt een prettig leesbaar, toegankelijk, filosofisch/theologisch boek.

Remonstranten en filosofie? Zie: Filosofie

Ongeneeslijk religieus | Gerko Tempelman | Uitgever: KokBoekencentrum | 1e druk | 9789043529921 | november 2018 | Paperback | 176 pagina’s | € 17,99 | E-book € 9,99  | ‘In dit boek doe ik een uiterste poging om mezelf zo ver mogelijk op te rekken. Aan de ene kant trekt mijn christelijke opvoeding – aan de andere kant het postmoderne denken. Dit boek is een ultieme poging om te kijken hoe ver Nietzsche, atheïsme, postmodernisme en post-religiositeit enerzijds en het christelijk geloof anderzijds werkelijk uit elkaar liggen.’ (GT)

Zelf de weg gaan naar zin en geloof

ede2015

‘Reiziger, er is geen weg, de weg maak je door zelf te gaan.’ Dit is het credo van het televisieprogramma ‘Het Vermoeden’. Vandaag, 13 januari, maakt reiziger Edy Korthals Altes zijn weg door zelf naar NPO 2 te gaan, waar hij om 11.30 uur vertrekt en de kijkers mee laat reizen. Korthals Altes: ‘We moeten elkaar blijven ondersteunen en stimuleren, lichtpuntjes blijven zien. We hebben hele grote uitdagingen, en hoe komen we daaruit? Daarvoor is het belangrijk om op zoek te gaan naar bronnen van inspiratie en altijd weer terug te grijpen op de diepe waarden die we allemaal delen. Spiritualiteit is de sleutel voor onze plek in de wereld.’

Edy Korthals Altes is geboren in 1924 en was ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog. Dat vormde zijn wereldbeeld. Lang marcheerde hij als diplomaat mee in het koudeoorlogsdenken. Tot een droom hem de waanzin van een wapenwedloop deed inzien en Jezus aan hem vroeg: En jij, wat heb jij gedaan?’ (EO)

Korthals Altes publiceerde in 2017 Sprokkelhout als ‘een zoektocht naar zin en geloof’. Als motto koos hij een citaat van Dag Hammarskjöld, de voormalige secretaris-generaal van de VN: ­‘De langste reis van het leven is de reis naar binnen.’

Deze bundel bevat gedachten over een reeks van jaren, door de auteur bijeengesprokkeld, over zin en geloof in deze tijd. Het gaat om persoonlijke ervaringen en inzichten. Met een voor een diplomaat ongebruikelijke openhartigheid spreekt hij over wat hem ten diepste beweegt. Als oecumenisch christen voert hij een sterk pleidooi voor samenwerking met andere levensovertuigingen bij de aanpak van grote wereldproblemen.’ (Discovery Books)

Eind vorig jaar zei Korthals Altes op de vraag van de Volkskrant: ‘Wat is de zin van ons leven?’ dat dit een grote vraag is die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden.

Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur. Zelf noem ik die oergrond God, maar mensen die zich van religie hebben afgekeerd, kunnen zich er ook in herkennen. Omdat ze weet hebben van een grotere werkelijkheid dan wij ons kunnen voorstellen, het transcendente.’ (de Volkskrant)

korthalsaltes

Een ‘nieuwe mens’ hebben we nodig, stelt Korthals Altes, een nieuwe mens die gedreven wordt door liefde voor de ­medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch ­model en een ander veiligheidsmodel.

Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’ (de Volkskrant)

Sprokkelhout | Edy Korthals Altes | Uitgever: Discovery Books | 1e druk | 9789077728482 | december 2017 | Paperback | 152 pagina’s | € 14,95

Foto: © PD

Atheïst roept de échte God aan

even-better-than-knowing-god-s-name-hddpdv5i-desiringgod.org

Volgens Bart Klink, van De Atheïst, zijn ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens en gaan ze daar ook niet uitkomen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’. Hij schrijft hierover in zijn blog Wil de échte God alstublieft opstaan, en verzoekt de Eeuwige eens wat duidelijkheid te verschaffen, ‘omdat de theologen na vele eeuwen nog geen stap verder zijn’. – Curieus, een atheïst, gefascineerd door de Bijbel en theologie, die een beroep doet op iemand die niet bestaat, en dan ook nog roept om de ‘échte’.

Valt het de Nieuwe Atheïsten dan werkelijk te verwijten dat zij bekritiseren wat miljoenen gewone gelovigen geloven, in plaats van wat een handjevol theologen beweert? Daarnaast heeft dit geloof van het gewone volk veel meer invloed op de wereldse gang van zaken, en die is lang niet altijd positief (godsdienstoorlogen, religieus terrorisme, homo-intolerantie, creationisme enz.).’ (Bart Klink)

Dat het ‘gewone volk’ hiervan de schuld krijgt is nogal een bewering. Onder het ‘gewone volk’ vind je nu net niet de oorlogsstichters, terroristen, homo-‘intoleranten’ en creationisten. De ‘gewone’ gelovige is doorgaans vredelievend en wil samenleven en -wonen met andere gelovigen en ook met niet-gelovigen. Klink ziet extremisten blijkbaar als ‘gewoon volk’ en dan kan ik me indenken dat hij alleen maar in atheïsme gelooft, want overal om hem heen zijn ‘gewone’ gelovigen, miljoenen, miljarden.

Theologie is ook wel eens vergeleken met tennissen zonder net, maar volgens mij is het nog erger. Het is niet eens duidelijk of je wel een racket hoeft te gebruiken (rationeel te argumenteren) of zelfs maar binnen de lijnen hoeft te spelen (überhaupt dingen kunt zeggen die onwaar zijn). Sommigen menen zelfs dat we niet eens wat over de bal kunnen zeggen. Toch beweren ze allemaal hetzelfde spel te spelen. De criticus die dit schouwspel vanaf een afstand gadeslaat en zich afvraagt of de spelers niet gewoon maar wat in de lucht aan het slaan zijn, wordt verweten dat hij dit gesofisticeerde spel niet begrijpt.’ (Bart Klink)

Theoloog des Vaderlands Stefan Paas – op 30 december 2018 nog bij Het Vermoeden (waarin de ambassadeur van de theologie in Nederland op een heel zuivere manier, als een ‘gewone’ gelovige, over zijn geloof vertelt aan Marleen Stelling) – reageert op de site Geloof & Wetenschap op Klinks artikel. Paas zegt het absurd te vinden dat Klink wetenschappen verdacht maakt door te stellen dat ze ‘gekenmerkt worden door veel debat, of omdat ze met moeilijke vragen bezig zijn’.

De fundamentele theologische onenigheid is niet alleen een probleem op zichzelf, ze duidt op een nog groter onderliggend probleem: hoe kunnen we weten welke uitspraken over God of het goddelijke waar zijn? Er is geen toetsingscriterium waarover theologen het eens kunnen worden, geen gedeelde onderzoekmethode. Er is ook geen gedeelde en gevalideerde kenmethode die ons betrouwbare informatie over het goddelijke kan leveren. Theologen doen allerlei uitspraken over God, maar van geen van die uitspraken kan gecontroleerd worden of ze kloppen, met een wildgroei aan speculaties tot gevolg. Hoe kunnen we dan ook maar iets zeggen over God?’ (Bart Klink)

Volgens Klink, ook gefascineerd door atheïstische filosofen zoals Etienne (Over God) Vermeersch en Herman (God in the Age of Science?) Philipse, zijn theologen ‘het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens over God’. Integendeel, zegt Stefan (God bewijzen) Paas, theologen zijn het vaak genoeg eens, ook over God. Het is volgens hem best mogelijk om, in de context van een filosofische of theologische discussie, afspraken te maken over de definities die gehanteerd worden.

Zo kunnen we ook prima een zinvol gesprek voeren over God. De geschiedenis laat dat ook zien. Rond grote woorden zoals ‘God’ vormen zich tradities waarin mensen gedeelde opvattingen hebben over de betekenis van die begrippen. De historische realiteit is dat onder theologen en in religieuze tradities wel degelijk vormen van overeenstemming zijn bereikt. In de christelijke traditie zijn die bijvoorbeeld opgeslagen in credo’s, waarvan sommige zelfs oecumenisch ofwel universeel erkend zijn. Kom daar eens om in de filosofie bijvoorbeeld.’ (Stefan Paas)

rightgodsuchanek.name

Klinks claim dat theologen niet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims (over God) getoetst kunnen worden’ wordt door Paas gelogenstraft, want theologen spreken over God op basis van ‘ruwe data’ die ze vinden in geschriften zoals de Bijbel en de Koran, en op basis van wat hierover in een lange traditie is geschreven.

Zij verwerken die data, zetten die in een theoretisch kader, brengen dit in relatie tot andere bronnen van kennis, en komen zo tot voorstellen hoe vandaag verantwoord gesproken kan worden over God. Zij doen dat volgens transparante en rationele methoden, doorgaans tekstanalyse en filosofische reflectie. Daarbij zijn zij in gesprek met theorieën en inzichten uit andere wetenschappen, doorgaans literatuurwetenschap, historiografie, sociale wetenschappen, en filosofie. Maar vaak ook met natuurwetenschappen. Aan dit alles is niets esoterisch of geheimzinnigs.’ (Stefan Paas)

Paas is benieuwd op welke wetenschap Klinks eigen criteria voor wetenschappelijkheid zijn gebaseerd, daar de atheïst in de langere versie van zijn artikel op zijn weblog over filosofie zegt: ‘Voor wie meent dat filosofen zonder een beroep te hoeven doen op de wetenschap kunnen bepalen hoe de wereld in elkaar zit, geldt mijn kritiek inderdaad ook’.

Klinks benadering is, zo te zien, van het tweede soort: deductief. Een ‘gezonde’ wetenschap moet leiden tot consensus onder de beoefenaren, en zij moet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden’ en toetsingscriteria. En de ‘betrouwbaarheid’ van die methoden en criteria lijkt weer in hoge mate afhankelijk van de vraag of zij consensus produceren (de cirkelredenering in het betoog is nogal opzichtig.)’ (Stefan Paas)

De universiteit lijkt Paas bij uitstek de plek waar de mensheid haar belangrijkste vragen bespreekt, ook vragen over hoe een bedrijf menswaardig wordt geleid, wat het goede leven is en wat het betekent om ‘God’ te zeggen en in God te geloven.

Dat de ene discipline tot meer consensus leidt of tot meer economisch gewin dan de andere, dat zal waar wezen. Sommige vragen zijn nu eenmaal moeilijker dan andere. ‘Het begrijpen van kernfysica is kinderspel vergeleken met het begrijpen van kinderspel’ (Niels Bohr). (Stefan Paas)

Zie:

* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Geloof & Wetenschap)
* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Langere versie – De Atheïst)
* Theologie als wetenschap: respons op Bart Klink (Geloof & Wetenschap)

Beeld: desiringgod.org

‘Religieuze leiders interessant voor goddelozen’

odes

Ze zijn ook interessanter dan politieke. Zelfs voor goddelozen. Auteur David Van Reybrouck vraagt of er ook nog wat visie mag zijn, in zijn Ode aan onze religieuze leiders. Als ‘correspondent Lof’ van de Correspondent, mist hij echt visionaire pleidooien bij de Europese Unie: ‘Het blijft wachten op een gedurfde visie die in deze turbulente tijden opkomt voor vreedzaam en duurzaam samenleven vandaag. Want dat is waar het nu om gaat.’ – De auteur wacht sinds 2016, en sindsdien heb ik nauwelijks visies vernomen. Zijn alle Europese leiders, zoals Mark Rutte (VVD), vies van visie?

Het continent waar twee eeuwen geleden de eerste universele verklaring van de mensenrechten werd opgesteld, stelt zich nu kennelijk al tevreden met ‘we lossen het wel op.’ Het werelddeel waar niet zo lang geleden na het grootste bloedbad uit de geschiedenis de grootste vredesoperatie ooit begon, de eenmaking van Europa, kijkt vandaag op wanneer iemand binnen dat eengemaakte Europa zich nog eens aan een ethische uitspraak waagt.’

Dat is waar het nu om gaat: vreedzaam en duurzaam samenleven, stelt de schrijver, en zegt uit te kijken naar de dag dat kinderen op school geweldloosheid, vreedzame conflictoplossing en seculiere ethiek leren. Van Reybrouck verwijst naar de dalai lama die het onderscheid tussen ethiek en religie vergelijkt met dat tussen water en thee.

Ethiek en innerlijke waarden zijn eerder als water. Zonder water kunnen we niet leven. De thee die we drinken bestaat grotendeels uit water, maar bevat ook nog andere ingrediënten: theeblaadjes, kruiden, misschien wat suiker en, in Tibet althans, ook een beetje zout. Ongeacht hoe de thee wordt bereid, zijn hoofdbestanddeel is water. We kunnen zonder thee leven, maar niet zonder water.’

odes

De auteur zegt de afgelopen jaren meer te hebben geleerd van de paus, de dalai lama, Desmond Tutu, Ismail Serageldin, Michael Lerner en Karen Armstrong, dan van welke Europese politicus ook. De schrijver van Odes (2018), die sinds begin 2015 regelmatig ‘iets, iemand of ergens’ bezingt bij de Correspondent – zoals een Ode aan het offline zijn – had het voorrecht een dag lang bij Karen Armstrong te gast te zijn. Ze zei toen:

De grote religieuze tradities van vandaag zijn allemaal begonnen in tijden van oorlog en politieke onrust. De gouden regel, dat je een ander niet mag aandoen wat je zelf niet wilt ondergaan, is in al die tradities afzonderlijk bedacht. Dat was niet omdat een hoop lieve mensen dat een prettig idee vonden, wel omdat enkele praktische geesten inzagen dat de mensen elkaar anders zouden kapotmaken.’

Van Reybrouck besluit deze Ode – uit een lange reeks die allemaal bij de Correspondent te vinden zijn, naast andere verhalen over religiemet de uitspraak dat we alle wijsheid nodig hebben die er is, want ‘op het moment dat we andermaal elkaar dreigen kapot te maken, of dat al volop aan het doen zijn, kan het geen kwaad opnieuw te luisteren naar wat de vertegenwoordigers van eeuwenoude tradities te zeggen hebben’.


David Van Reybrouck (1971) schrijft proza, poëzie, theater en non-fictie. Hij is de auteur van onder meer Congo, Een geschiedenis, De Plaag, Pleidooi voor Populisme, Tegen Verkiezingen. Zijn werk werd veelvuldig vertaald en bekroond. Voor Congo ontving hij de Prix Médicis in Frankrijk.


Zie: Ode aan onze religieuze leiders (de Correspondent)

Terugkeer God in een postseculiere samenleving

DSCF5709

Filmregisseur Darren Aronofsky (‘Pi’) laat in zijn film Mother! zien ‘waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert.’ Theoloog Rinke van Hell verwijst naar Mother! tijdens de Nacht van de Theologie (2018) waarin zij spreekt over ‘de Terugkeer van God – hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen’. 

Van Hell (FilmWijzer!beschrijft Mother! als een filosofische thriller-annex-horrorfilm over een gelauwerd dichter met een writer’s block en zijn jonge vrouw, die in hun rustige leven gestoord worden door ongenode gasten.

Volgens Gawie Keyser van Human’s Brainwash is er ‘zelden zo’n ophef over een nieuwe film. Ongeveer de hele wereld praat [in 2017] over Mother!: Mensen zijn woedend.’ De Volkskrant citeerde destijds de regisseur die aan Harvard film en sociale antropologie studeerde: ‘Pak je Bijbel erbij, dan kun je uitzoeken waar de film begint.’

Mother! was anders. Er zit haat in, de woede om wat er om ons heen gebeurt, op de planeet en om het onvermogen er iets aan te doen. Ik zweette het eruit, schreef het script in vijf dagen. Daarna liet ik het aan Jennifer (Lawrence) zien. Ze was enthousiast. En plots waren we bezig deze film te maken.’  (Aronofsky)

mother!
D
e voordracht van Van Hell begint met een anekdote over deze film Mother! – met Javier Bardem en Jennifer Lawrence in de hoofdrol – en ze laat er ook een scene uit zien.

Al snel na de release ontspon zich onder mijn Facebook-vrienden, oud-collega’s en bijna alle professionals in de filmtheatersector, een stevige discussie. Mother! is een film in de categorie ‘you love it or you hate it’. In dit lijntje zaten opmerkelijk genoeg alleen ‘believers’, zoals een van de deelnemers het uitdrukte.’

De film blijft hen bij, maar ze begrijpen niet goed waarom. Van Hell vraagt zich af waarom juist deze film hen zo erg raakt: de ‘mooi gemaakte maar wel vage film, boordevol raadselachtige metaforen en symboliek’.

Uiteindelijk kreeg de discussie een religieuze spits en kwam de Bijbelse symboliek naar voren. Al snel ging het gesprek over het godsbeeld dat wel of niet in de film naar voren zou komen. Omdat ik in deze groep bekend sta als theoloog kreeg ik uiteraard al snel de vraag wat ik ervan vond. Of ik de symboliek maar even kon duiden, waarmee ze eigenlijk vroegen: kun jij ons helpen om woorden te geven aan onze fascinatie?’

Van Hell vindt dat diepere lagen bij de ‘believers’ geraakt worden, en dat ze daarop blijven kauwen, reflecteren en nadenken. Maar van de religieuze opvoeding op de School met den Bijbel, zoals iemand zijn opvoeding omschrijft, is weinig blijven hangen. De theoloog vermoedt dat de lessen op die school de diepere lagen nooit bereikten.

grensgangers
Z
e sluit aan bij het thema: de terugkeer van God en nieuwe manifestaties waarin God weer opnieuw te herkennen is: God mag weer, hij is teruggekeerd als factor in de maatschappelijke discussie.
Maar hoe hier tegelijkertijd collectief handen en voeten aan te geven, vraagt ze zich af. Gezien de daadwerkelijke praktijk van de kerkelijk werkers en leraren in hun alledaagse beroepspraktijk, blijkt er soms weinig van terecht te komen. En dat ondanks de essaybundel Grensgangers (2016) waaraan een scala aan theologen’ werkte, ‘professionals uit het werkveld en collega’s van de academie Theologie’ (Christelijke Hogeschool Ede.)

In de praktijk was er juist angst om het specifiek christelijke element in te brengen in een maatschappelijke discussie – of bleek dat de respondenten eigenlijk helemaal niets terugzagen van God in de maatschappij omdat ze zo op zoek waren naar hun eigen beelden van God (en God niet herkenden in de taal van het ‘ietsisme’ en spiritualiteit).’

Om een film als Mother! fatsoenlijk te kunnen duiden, vindt Van Hell het nodig dat je beschikt over een rugtas met voldoende cultureel-religieuze bagage, omdat je dan pas begrijpt wat de film met je doet en waar je mee aan het worstelen bent.

Tegelijkertijd, als je het gesprek erover aan wilt gaan, dan is het ook wel handig als je de juiste taal weet te gebruiken om de verbinding te maken. Expliciet christelijke taal wordt immers niet meer herkend in een postseculiere samenleving. Dat vraagt om wijsheid en creativiteit, maar toch maken de boeken van onder meer [Yvonne] Zonderop en [Alain] Verheij ons duidelijk dat deze ‘zombie-categorieën‘, zoals Ruard Ganzevoort ze noemde, in navolging van de Duitse socioloog Ulrich Beck, toch nog de moeite waard zijn.’

thefuture
V
an Hell verdiept haar verhaal met een uitgebreide voorzet van de Britse Anglicaanse theoloog David Ford in The Future of Christian Theology (2018), over de ‘dramatic mode of theology’ en zijn herlezing van Bonhoeffer.

In dit manifest pleit hij voor nieuwe, wijze en creatieve vormen van theologie die een brug weten te slaan tussen ‘kerk’ en ‘maatschappij’ en die vruchtbaar gemaakt kunnen worden voor de grote problemen van onze tijd: moderne slavernij, klimaatproblematiek, klassenongelijkheid, et cetera.’

Darren_Aronofsky

Als slot van haar voordracht komt Van Hell terug bij Mother! (foto: Darren Aronofsky) die in zekere zin te interpreteren valt als een cultureel voorbeeld waarin de elementen die Ford naar voren brengt, samenkomen. Volgens de theoloog verklaart dat ook de sterke reactie, bijna religieus aandoende ervaringen van de ‘believers’ in de genoemde Facebookdiscussie.

Aronofsky doet waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert. Dáár werden mijn oud-collega’s door gegrepen, ook al konden ze er nauwelijks de taal voor vinden of het mechanisme herkennen.
Als theoloog voel ik mij geroepen om deze diepere lagen in uitingen van populaire cultuur te duiden en in rapport te brengen met traditionelere, meer episch geladen taal – niet omdat het een hobby-project is maar omdat het in mijn ogen nieuwe wegen wijst naar wijze en creatieve vormen van theologie – die wij vervolgens met elkaar moeten uitwerken in woorden, en belichamen in actie, elk op onze eigen wijze.’

Rinke van Hell zegt er naar uit te zien om dat met elkaar in de breedte van de theologie te kunnen doen.

Zie: De terugkeer van God – Hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen (Theoblogie)

Foto Darren Aronofsky: Dkandell – Filmmaker Darren Aronofsky speaks during his Master Class at the XVI Guanajuato International Film Festival, where he received the Cruz de Plata de Más Cine (Silver Cross) for his achievements in filmmaking. Guanajuato, Mexico. July 27, 2013.

Foto: PD – De Gertrudiskapel, een 17e-eeuwse schuilkerk, Utrecht