Non-dualisme, de grondslag van alles

Non-dualisme3 Eenheid van het alles verbondenheid hediye fabrikasi blog

Speurend naar non-dualisme kom ik weer bij het begrip advaita. Advaita is een woord uit het Sanskriet. In de Indiase Upanishaden (8e eeuw v.Chr.) wordt over advaita gesproken – ‘a’ is afwezigheid, van ‘dvaita’ komen onze woorden duaal (tweeledig) en duo (twee).


– Deel 3 –


In de Upanishaden wordt non-dualiteit gezien als het begin van alles. Van hieruit ontstonden de splitsingen en scheidingen die leidden tot de veelvormige kosmos en de scheiding tussen zelf-zijn en het andere. Toch blijft non-dualiteit de grondslag van alles.’ ‘De beschrijving van advaita (geen tweeheid) of non-dualiteit komt uit de mondelinge overdracht van asceten en Rishis (zieners) uit India en is via een lange traditie van leraren overgedragen.’

Het komt mij voor dat de westerse wereld, voordat we dualistisch gingen denken, ook min of meer non-dualistisch van aard genoemd kan worden, ook al had niemand nog van advaita gehoord. Waren we toen niet met z’n allen non-duaal één, samen met God? Zijn we langzamerhand van het eenheidsdenken verdwaald geraakt?

De kloof tussen de materiële wereld en de spirituele wereld werd steeds groter,’ zegt Van der Braak. ‘Filosoof Charles Taylor beschrijft in A Secular Age de ontwikkeling van het middeleeuwse denken, waarin de wereld totaal bezield en doortrokken is van God, naar de huidige tijd waarin we dualistisch denken. Dat ging niet in één keer, maar stapje voor stapje.’

Dualisme houdt zich bezig met tegenstellingen, zoals lichaam – geest, god – mens, man – vrouw. Filosoof Stine Jensen vindt het dualisme hardnekkig:

Het denken in tegenstellingen, binaire opposities, beïnvloedt nog altijd sterk hoe wij onszelf zien en de samenleving inrichten. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop wij innerlijke conflicten ervaren en beschrijven: ons gevoel wil het een, maar het verstand het ander.’

Is het dan zo dat, ook wat religie betreft, we toch dualistisch zijn blijven denken? Volgens Renard gaat de dualistische benadering in de verschillende godsdiensten ervan uit dat God en mens twee totaal verschillende entiteiten zijn (en blijven), terwijl non-dualisme als kernboodschap zowel voorkomt in het boeddhisme, hindoeïsme als taoïsme. Volgens de oud-benedictijner monnik Charles Steur is

De werkelijkheid non-dualistisch, dat wil zeggen niet-twee, maar een oorspronkelijke, ongedeelde eenheid, waar al wat bestaat toe behoort. De mens die zich bewust is van deze eenheid, ziet dat de werkelijkheid samenvalt met wat in het christendom wordt aangeduid als God. Buiten God is er niets, Hij is alles in allen.’

Zie:
Deel 1
Non-dualisme, weg van bevrijding

Deel 2 Non-dualisme, het ervaren van eenheid

Beeld:  Het teken voor infinitief. Oneindig. (hediyefabrikasi.blog)

Laatste en vierde deel: 6 mei

Non-dualisme, het ervaren van eenheid

non-dualiteit=hetnlpcollege.nl

Non-dualisme (het ervaren van eenheid), misschien populair geworden door het zenboeddhisme, weerklinkt steeds meer in de westerse wereld, zeker in die van de nieuwe spiritualiteit. Zou het kunnen dat deze oorspronkelijk hindoeïstische filosofische stroming, ook wel advaita, genoemd (niet-tweeheid, openheid) om die reden een relevante gedachte is geworden?


– Deel 2 –


Kan non-dualisme ook een antwoord kan zijn op religie dat wereldwijd in het verleden en heden, tot conflicten kon en kan leiden? Swami Vivekananda – de eerste hindoe die de universele boodschap van de spiritualiteit voor een groot westers publiek bracht – zei hierover (in 1896) dat…

‘…het nu eenmaal in de aard der dingen ligt dat dualistische religies vechten en ruzie maken met elkaar, dat hebben ze altijd gedaan. (…) Laten we de harmonie proberen te vinden die non-dualisme ons brengt’.

De ware staat van de mens
V
olgens Renard heerst er echter in het christendom – maar ook in het jodendom en de islam – een algeheel klimaat waarin juist de non-dualistische benadering herkend wordt als het allerbelangrijkste gegeven van het bestaan. Hij verwijst naar een zin van Jezus als ‘Ik en de Vader zijn één’. Dat duidde volgens hem op Jezus’ zicht op de ware staat van de mens.

Eigen god net iets beter
E
chter, al in een kerkelijke verklaring in 325 A.D. op het concilie van Nicea, werd uitsluitend Jezus beschouwd als één met God, en niemand anders.
Helaas denken de verschillende religies bovendien dat zij toch nèt iets van elkaar verschillen, en dat hun eigen god nèt iets beter is dan de andere, of in ieder geval een betere boodschap heeft gestuurd. Renard noemt dit een niet-beseffen dat het hier om concepten gaat als wortel van alle conflicten, die hij ziet als de grondoorzaak van alle godsdienstoorlogen.

Interpretatie
Z
ouden we religies terug moeten brengen naar hun non-dualistische staat? Volgens Renard is er nu geen klimaat waarin het non-dualistische als het meest wezenlijke wordt herkend. Zelf ziet hij ‘Besef van non-dualiteit’ als kiem of wortel van alle religies. Hij ziet dat bijvoorbeeld in uitspraken van Jezus (‘Ik en de Vader zijn één’), maar door de interpretatie hiervan ontstonden al verschillen.

‘Doe het goede’
H
et oorspronkelijke ‘non-dualistische Besef’ zou in gedrag kunnen worden vertaald, maar de verschillende religies hebben echter adviezen en richtlijnen ontwikkeld, die in de loop van de tijd volgens Renard helaas zijn uitgegroeid tot bouwwerken van normen en codes, vaak in strijd met elkaar. Hij lijkt zich getroost doordat ‘de eenvoud van één klemtoon overblijft, die neerkomt op: ‘doe het goede’.

Beeld: ‘Niets staat los van elkaar – dit geldt niet alleen voor tegenpolen, maar voor alles’ (hetnlpcollege.nl

Zie deel 1: Non-dualisme, weg van bevrijding

(Wordt vervolgd met deel 3 (5 mei) en 4 (6 mei) 

Non-dualisme, een weg van bevrijding

non.dualiteit2civismundi.nl

Bevrijding van de onvrede met het bestaan, met het huidige moment, met de huidige gedachte, zo zegt Philip Renard het in zijn boek Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg. Wat non-dualisme precies betekent is niet direct helder te krijgen, al wordt het soms voorgesteld als antwoord op onze westerse, dualistische manier van denken. Dat zou volgens Renard aandacht verdienen omdat non-dualisme door zijn radicaliteit het enige is dat werkelijk de wortel blootlegt van alle verdeeldheid en strijd (dualisme), en omdat het ook de weg aangeeft om hieraan een einde te maken.


– Deel 1 –


Advaita Vedanta
R
enard ‘doorliep’ de weg van de Advaita Vedanta: een spirituele traditie afkomstig uit India, en maakt onderdeel uit van de Vedische traditie, gebaseerd op de Veda’s, de oudste geschriften van de wereld en de basis van de Indiase cultuur.

Een weg van bevrijding
S
piritueel leraar Alexander Zöllner stelt in zijn Handboek Non-duale coaching dat non-dualiteit geen object is en we er, alleen al om die reden, feitelijk niets over kunnen zeggen. Maar toch zijn diverse omschrijvingen te vinden van non-dualisme, waarvan ik er hier enkele geef:

Een van de klassieke Indiase wegen om verlichting te bereiken’; ‘advaita’; ‘de werkelijkheid die zich als tweevoudig aan ons schijnt voor te doen’; ‘verlichting’; ‘de ervaring dat er geen tegenstelling is tussen ik en niet-ik’; ‘de ervaring van eenheid’; ‘een weg van bevrijding’.’

Filosofie van India
H
et begrip non-dualisme kom je vooral tegen in de filosofie van India. Volgens een van de vele beschrijvingen van non-dualisme zou dit echter niet zozeer een filosofie zijn, maar een weg van bevrijding. Tegengesteld aan het dualisme. Een weg van bevrijding… dat klinkt beloftevol en hoopvol in onze wereld van conflicten, als mogelijk effect van dualistisch denken.

Descartes
B
ij dualisme komen we al gauw bij Descartes terecht. Deze 17e-eeuwse filosoof kwam al denkend tot de conclusie dat geest en lichaam twee aparte werelden waren, omdat hij alleen met zijn geest tot de conclusie kwam dat hij bestaat omdat hij denkt: Cogito ergo sum. Zo kwam hij tot denken (geestelijk) en uitgebreidheid (materieel, lichaam). Het dualistische van Descartes zit hem dus in zijn strikte tweedeling van het materiële en het geestelijke. Door hoogleraar boeddhistische filosofie aan de Vrije Universiteit André van der Braak wordt de tegenstelling tussen non-dualisme en dualisme een heet hangijzer in de filosofie genoemd. ‘Door Descartes was het dualisme eeuwenlang zeer succesvol. Maar het monisme is met een opmars bezig,’ zei hij destijds in het artikel Non-dualisme geeft denkruimte, in Trouw:

Non-dualisme levert veel ruimte op in je denken, meent Van der Braak. ‘Uitgaan van tegenstellingen zorgt voor een soort verkokerde manier van kijken. Als je die tegenstellingen los kunt laten, komt een groter gedeelte van de werkelijkheid bij je binnen. Want je sluit veel buiten door alles meteen in categorieën te willen indelen.’

Een goed voorbeeld van zaken die we graag meteen categoriseren, zijn emoties. ‘Een gevoel is goed of fout, prettig of naar. Terwijl het kan helpen te denken: deze ervaring is noch goed noch slecht, maar gewoon een ervaring die ik meemaak. Met kunst is het net zo. Een schilderij op je in laten werken, zonder het meteen mooi of lelijk te noemen, levert een veel rijkere ervaring op.’

Religie
Is non-dualisme een oplossing voor de niet altijd zo positieve invloed van religie in de wereld, ook gezien de aversie vanuit de seculiere wereld richting religie, en de onderlinge strijd tussen religies zelf? Immers, non-dualisme is door zijn radicaliteit het enige dat werkelijk de wortel blootlegt van alle verdeeldheid en strijd (dualisme), en omdat het ook de weg aangeeft om hieraan een einde te maken.

Dualisme
V
olgens Van der Braak is dualisme de natuurlijke vijand van non-dualisme. Want daar geldt dat de werkelijkheid uit goede en kwade krachten bestaat – God en duivel bijvoorbeeld. Descartes maakte ook een fundamenteel onderscheid tussen het menselijk bewustzijn en de werkelijkheid. Dit gedachtegoed is in het Westen heel invloedrijk geweest. Het monisme zet hier eenheid tegenover: geest en lichaam zijn één.

Descartes en Spinoza
J
e zou hier, om het verschil te verduidelijken, Spinoza en Descartes tegenover elkaar kunnen zetten. Spinoza als monist en Descartes als dualist. Spinoza ging er vanuit dat niets zelfstandig kan bestaan: alles is van elkaar afhankelijk, alles is onderdeel van één groot proces (God of de Natuur.) Descartes onderscheidde lichaam en geest, maar dacht wel dat de verbinding ertussen geschiedde door de pijnappelklier: op die plek zouden denken en lichaam op elkaar inwerken. Hierbij speelde volgens hem God een rol. Voor Descartes bestond de mens uit twee substanties: lichaam en geest. Volgens Spinoza is er maar één substantie. God of de Natuur: voor hem is dat hetzelfde.

Dualisme hardnekkig
V
olgens filosoof Stine Jensen is Descartes dood, maar het dualisme hardnekkig. Mensen denken in tegenstellingen, en dat beïnvloedt sterk hoe wij onszelf zien en de samenleving inrichten. Zou non-dualisme – in onze tijd – als ‘weg van bevrijding’ – inderdaad een gewenst en effectief antwoord kunnen zijn op ons dualistisch denken dat de westerse mens beheerst? Die denkwijze lijkt immers steeds tot conflicten tussen mensen onderling en/of tussen groepen te leiden.

Deel 2: Non-dualisme, het ervaren van eenheid
Deel 3: Non-dualisme, de grondslag van alles
Deel 4: Non-dualisme als nieuwe wereldorde

Bronnen:
* Non-dualisme, Philip Renard, Felix Uitgeverij, 2005
* Handboek Non-duale coaching, Alexander Zöllner, uitgeverij Inzicht, Hillegom, 2017
* ‘Non-dualisme geeft denkruimte’ Trouw, Marije van Beek, 2012
* Weg met het dualisme van lichaam en geest, Stine Jensen, joop.bnnvara.nl
* Sanskrietteksten die de non-duale werkelijkheid van het individu en de wereld beschrijven. Ze vormen het laatste deel van de Veda’s (De heilige boeken van het hindoeïsme.)
* Non-dualiteit, Douwe Tiemersma, Advaita Centrum
* Non-dualistisch christendom, Charles Steur, uitgeverij Elikser

Beeld: civismundi.nl

‘Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben’

Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben-robertcollins

Dat schreef de Franse filosoof René Descartes in 1637. ‘Zelfs als we de immaterialistische opvatting van Descartes over de ziel afwijzen, hebben we nog steeds een sterk gevoel bij ‘dat ik’, dat zelf waardoor ik ben wie ik ben. Allemaal proberen we te doorgronden wat de ‘ziel’ in deze betekenis inhoudt.’ Aan het woord is filosoof John Cottingham. ‘De zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven schijnt een onuitwisbaar deel van onze natuur te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.’

Betere versie van onszelf
‘W
at is de ziel anders dan de betere versie van onszelf?’ zegt Cottingham, emeritus professor in de filosofie aan de universiteit van Reading (VK) en professor filosofie en godsdienst aan de Universiteit van Roehampton (Londen). Cottingham vraagt zich af wat voor zin het heeft het om de hele wereld te veroveren als je je ziel daarbij kwijtraakt. Het artikel verscheen in maart 2020 in Aeon, in samenwerking met Princeton University Press, en nu ook ook in het Financiële Dagblad.

Tegenwoordig zijn er vergeleken met vijftig jaar geleden veel minder mensen die gevoelig zijn voor het bijbels tintje aan deze vraag. Maar toch is de vraag nog steeds urgent. We weten misschien niet precies meer wat we met de ziel bedoelen, maar intuïtief begrijpen we wel wat met dat verlies wordt bedoeld: de morele desoriëntatie en het morele verval waarbij wat waar en goed is uit het zicht raakt, en we erachter komen dat we ons leven hebben verspild aan een illusoir profijt dat uiteindelijk zonder waarde is.’

Moderne wetenschap
M
aar wat is de ziel, vraagt Cottingham zich ook af en stelt dat de moderne wetenschap de neiging heeft om occult of ‘spookachtig’ geachte concepten, zoals zielen en geesten, terzijde te schuiven, en in plaats daarvan ons volledig als een deel van de natuurlijke wereld te zien. Hij wil daarbij echter niet de waarde van het wetenschappelijk perspectief ontkennen.

Maar er zitten veel aspecten aan de menselijke ervaring die niet gemakkelijk te vangen zijn in de onpersoonlijke, op kwantiteiten gebaseerde terminologie van wetenschappelijk onderzoek. Het concept ‘ziel’ maakt dan misschien geen deel uit van de taal van de wetenschap, maar de bedoeling van de term in poëzie, romans en gewone taal zien we direct en lokt ook een onmiddellijke reactie uit.’

Harmonie
D
e filosoof stelt, dat om ons te realiseren wat ons zo volledig mens maakt, we onze aandacht moeten richten op de rijkdom en de diepte van de emotionele weerklank die ons met de wereld verbindt.

Het in harmonie brengen van ons emotionele leven met onze met ons verstand gekozen doelen en projecten is een essentieel bestanddeel van de genezing en de integratie van de menselijke ziel.’

Menselijk verlangen naar transcendentie
C
ottingham vindt dat het menselijk verlangen naar transcendentie niet zo goed tot uitdrukking komt in de abstracte taal van een theologische leer of filosofische theorie. Over onze zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven, zegt hij dat dit een onuitwisbaar deel van onze natuur schijnt te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.

Het beste krijg je er grip op in de praktijk, dat wil zeggen in de manier waarop die theorie wordt toegepast. Traditionele spirituele praktijken – de vaak simpele manieren om uiting te geven aan devotie en overtuiging bij overgangsrituelen die bij geboorte en dood van een dierbare horen, of rituelen zoals het uitwisselen van ringen – vormen een krachtig vehikel om zulke verlangens mee uit te drukken. Een deel van hun kracht en hun weerklank is erin gelegen dat zij op veel niveaus werkzaam zijn, waardoor de morele, emotionele en spirituele respons op diepere lagen wordt aangesproken dan waar alleen het verstand toe in staat is.’

In de kern op het goede gericht
W
at we onder andere bedoelen als we zeggen dat we een ziel hebben, zo stelt Cottingham, is dat wij mensen ondanks al onze tekortkomingen in de kern op het goede zijn gericht.

We willen zo graag boven de verspilling en futiliteiten uitstijgen die ons zo gemakkelijk naar beneden trekken, en in de transformerende, menselijke, met de term ‘spiritueel’ aangeduide ervaringen en praktijken vangen we een glimp op van iets dat een transcendente waarde en belang heeft dat ons aantrekt. Als reactie op deze roep proberen we ons echte ik te verwezenlijken, de ik die onze bestemming is. Dit is waar de zoektocht naar de ziel naartoe leidt, en het is op deze plek dat deze betekenis, als het menselijk bestaan betekenis heeft, moet worden gezocht.’

Zie:
* What is the soul if not a better version of ourselves? (Aeon)
* Wat is de ziel anders dan een betere versie van onszelf? (Het Financiële Dagblad, 18042020)

Foto: Robert Collins – ‘Four boys playing ball on green grass’ (Jakarta, Indonesia)
Update 18092024 (Lay-out)

Thomasevangelie toont authentieke Jezus

Het Thomasevangelie is niet alleen maar een verzameling losse uitspraken. Het blijkt een zorgvuldig opgebouwd handboek voor spirituele groei. – Filosoof Bram Moerland zegt dit duidelijk te willen maken in zijn boek Het Evangelie van Thomas. TV-presentatrice en documentairemaakster Annemiek Schrijver zegt in het Voorwoord dat ‘dit “Hartelijk Handboek” voor haar door zijn precisie, z’n sobere vorm en oneindig rijke inhoud een handboek voor het leven is, een gids voor Eerste Hulp bij Reflectie’.

‘Onder wetenschappers bestaat de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat’ 

‘Het boek dat nu voor u ligt bevat alle korte en krachtige uitspraken van Het Evangelie van Thomas zoals het is gevonden in Nag Hammadi. Het zijn uitspraken van Jezus. En Moerland heeft deze uitspraken van commentaar voorzien. (…) De toon is net als in Thomas zelf, niet belerend en prekend, maar liefdevol en uitnodigend. En ik voel me daarbij thuis. Alsof mijn ziel welkom wordt geheten.’ 
(Annemiek Schrijver)

Strijd om de christelijke waarheid
M
oerland vertelt dat het Thomasevangelie oorspronkelijk alleen maar van horen zeggen bekend was. Het ‘gesteggel’ hierover door de kerkvaders uit de eerste eeuwen bleek bewaard te zijn.

‘De tekst zelf was al kopje onder gegaan in de vroege strijd om de christelijke waarheid in de eerste eeuwen na Jezus, en, naar het leek, voorgoed verdwenen in die aloude strijd.’


Pagina uit Codex II The Nag Hammadi manuscripten

Nag Hammadi-geschriften
M
aar Het Evangelie van Thomas dook in 1945 op in de Nag Hammadi-geschriften. Het bestond dus echt. De strijd over de datering ervan dook eveneens op.  De betekenis van deze tekst voor de wordingsgeschiedenis van het christendom, en zelfs voor het christelijke geloof zoals dat ook nu nog beleden wordt, is belangrijk – en boeiend! – genoeg om kennis van te nemen.

De rol die in Thomas aan Jezus wordt toegekend is namelijk geheel anders dan die van de kerkelijke overlevering.’

Begintijd christendom
V
olgens Moerland wordt de opvatting dat Thomas een onafhankelijke traditie uit de begintijd van het christendom vertegenwoordigt steeds vaker als geldig erkend. Het staat volgens hem geheel los van de Nieuwtestamentische evangeliën. Onder wetenschappers bestaat de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat. De ‘oer-Thomas’, aldus Moerland, zou zijn opgetekend zo’n tien jaar na de dood van Jezus.

‘Het is zelfs aannemelijk dat Thomas Jezus werkelijk heeft gekend en ook een van zijn volgelingen was.’


Bram Moerland

Vondst van Thomas
D
at de enige zaligmakende waarheid alleen maar te lezen zou zijn in het Nieuwe Testament… in die geloofszekerheid is volgens Moerland door de vondst van Thomas onmiskenbaar een flinke deuk geslagen.

‘Er is nu, met Thomas, in elk geval een andere zienswijze overgeleverd dan die van de kerken.’

‘Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde, maar de mensen zien het niet’
(Uit: Het evangelie van Thomas, deel van logion 113)

Spirituele samenhang
T
ot Moerlands grote verrassing ontdekte hij bij de bestudering van het Thomasevangelie dat de volgorde van de teksten een zorgvuldige didactische opbouw vertoont.

‘Ze vertonen als geheel een opmerkelijke spirituele samenhang. En die samenhang bleek veel groter dan ik aanvankelijk al had verwacht.’

Wie is Jezus?
D
e filosoof maakt er een spannend boek van, nieuwsgierig als je wordt als hij zich afvraagt of de belangrijkste vraag een antwoord krijgt: wie is Jezus? Daarover gaat het al gelijk in het hoofdstuk De ongelovige Thomas?

‘Wie is de Jezus van het Thomasevangelie in vergelijking met het Nieuwe Testament? ‘Verrassend genoeg geeft het Evangelie van Johannes daarop een helder antwoord.’


Apostel Johannes

Annemiek Schrijver: ‘precisie’
D
it alleen al en het voorwoord van Annemiek Schrijver plus de intro Het belang van Thomas door Moerland maakt van het boek een pageturner, vooral ook door de consequent heldere commentaren op de 114 soms niet (onmiddellijk) te begrijpen uitspraken (logions) van Jezus. Wat dat betreft klopt het als Schrijver spreekt van de ‘precisie’ waarmee Moerland schrijft.


Logion 25: Met naastenliefde de weg op

‘Jezus zei: Heb je broeder lief als je ziel, behoed hem als je oogappel.’

Commentaar van  Bram Moerland:
‘Wat een mooi beeld is dat: ‘behoed je broeder als je oogappel’. Je oog is heel gevoelig voor aanraking. Het is misschien wel je meest kwetsbare lichaamsdeel. Wees dus even gevoelig voor je naaste als je zelf bent voor je eigen oogappel.
Dit logion is een commentaar op een tekst uit het Oude Testament. In Spreuken 7:1 staat: ‘Koester mijn lessen als je oogappel’. Het verschil met dit logion is groot en wezenlijk.

In het Oude Testament moet de leer gekoesterd worden. Maar in Thomas is het je broeder die behoed dient te worden. De mens gaat boven de leer. Zoek de antwoorden op je levensvragen niet in het verhevene, maar in de eenvoudige, alledaagse praktijk. De praktijk van het leven is de weg, niet de leerschool. Een leerschool kan nooit meer zijn dan een voorbereiding, een vingerwijzing. En de vinger die wijst naar de maan is niet de maan.

Maar, je naaste liefhebben, is dat wel zo makkelijk?’


Het Evangelie van Thomas – het weten van een ongelovige | Bram Moerland | ISBN: 9789020210774 | Pagina’s: 196 | 21-05-2014 | € 26,50 | E-book € 15,99 | Uitgeverij AnkhHermes | (Zie ook bij Athenaeum | Scheltema)

Gerelateerd: Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

Beeld: Andreas en Thomas (schilderij van Gian Lorenzo Bernini) – thomasevangelie.nl
Foto Evangelie van Thomas en het geheime boek van Johannes: (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)
Foto Bram Moerland: wijsheidsweb.nl
Beeld Apostel Johannes: olvternood.nl
Updates: 24 november 2021 / 11-04-2025 (Lay-out)

‘Klimaatverandering bedreigt zelfregulerend systeem aarde’

UITGELICHT – James Lovelock publiceerde in 1974 de Gaia-hypothese. De milieukundige en ‘vader van moeder aarde’ beschrijft hierin hoe het allervroegste leven op aarde ‘al snel controle over het planetaire milieu verwierf’. De holistisch wetenschapper stelt dat de aarde op die manier één groot zelfregulerend systeem werd. ‘Gaia’, aldus Lovelock, ‘reguleert zichzelf zodat de omstandigheden in stand blijven om het leven te doen voortbestaan’.

‘Je zou de Gaia-hypothese kunnen zien als een reflectie op de invloed die wij op de aarde uitoefenen. Dat is ook waarom de Gaia-theorie zo prominent is geworden’
(Geowetenschapper en filosoof Sebastien Dutreuil, in 2016 gepromoveerd
(Universiteit Parijs) op de Gaia-hypothese)

Daisy world
‘Stel je voor dat je een wereld hebt waarin helemaal geen leven is behalve twee typen zaden: van donkere en van lichte bloemen (daisies). De zon schijnt erop en het wordt warmer. Het bereikt een punt waarop de donkere zaden voldoende energie uit licht opvangen om te kunnen ontkiemen. Ze beginnen meer zaden te produceren, die weer ontkiemen en al snel nemen ze de hele planeet over.
Doordat de donkere bloemen warmte absorberen stijgt de temperatuur en nu kunnen ook de zaden ontkiemen. Wanneer ook die beginnen te bloeien, koelen ze de planeet juist, door de weerkaatsing van het zonlicht. Zo ontstaat er een evenwicht dat de omstandigheden binnen bepaalde grenzen houdt.’

Maar er zit een grens aan de mate waarin Gaia zichzelf kan reguleren. ‘Warmt de aarde te ver op, dan komt het evenwicht in gevaar.’ Volgens Jop de Vrieze, in De Groene, lijken de desastreuze gevolgen van klimaatverandering, waarover Lovelock in zijn bestseller Revenge of Gaia (2006) schreef, nu dan eindelijk te zijn doorgedrongen.

Gaia-theorie
‘De aarde en de atmosfeer en alle levende organismen die zich daar bevinden vormen samen een geheel dat zijn compositie reguleert zodat er leven op kan voortbestaan. Een superorganisme, noemt Lovelock dat. Door deze zelfregulering blijven onder meer de temperatuur van de lucht en de oceanen en de concentraties van gassen in de atmosfeer binnen een bepaalde bandbreedte, zodat de chemische en biologische kringlopen van levende organismen kunnen blijven bestaan.’

Lovelock noemt het erg bijzonder dat we bijvoorbeeld zo’n laag gehalte aan koolstofdioxide in onze atmosfeer hebben, vergeleken met andere planeten. Hij zegt dat dat nodig is om het leven in stand te houden. En zonder datzelfde leven zou het ook niet langer in stand worden gehouden. ‘Met veel meer CO2 is het veel te heet voor levende wezens’.

Volgens wetenschapsfilosoof Michael Ruse is de discussie over de Gaia-hypothese er typisch een over het grensvlak tussen wetenschap en pseudowetenschap en tussen wetenschap en religie.

Angst
‘Die grensvlakken, benadrukt Ruse, zijn niet hard en objectief. In zijn boek beschrijft hij hoe met name de biologen over Lovelock heen vielen. Prominente wetenschappers als geneticus Richard Dawkins, John Maynard Smith en Stephen J. Gould spraken zich fel uit tegen het idee van een zichzelf regulerende aarde.
De reden, volgens Ruse? Angst. ‘Zij voelden zich destijds al bedreigd, doordat ze sinds de jaren vijftig al met allerlei pseudowetenschap te maken kregen. Toen het algemene publiek de Gaia-hypothese begon te omarmen, trokken de wetenschappers hun handen er vanaf.’

Sebastien Dutreuil, een Franse geowetenschapper en filosoof die in 2016 op de Gaia-hypothese promoveerde aan de Universiteit van Parijs, ziet Gaia onder meer als een filosofie van wat het leven inhoudt, wat aarde is, wat vervuiling is en wat we hiermee aan moeten als mensheid.

Invloed
‘Je zou de Gaia-hypothese dus kunnen zien als een reflectie op de invloed die wij op de aarde uitoefenen. Dat is ook waarom de Gaia-theorie zo prominent is geworden.’

Zie: Vader van Moeder Aarde (Jop de Vrieze, De Groene Amsterdammer, 18 maart 2020)

Zie ook: In gesprek met James Lovelock, de profeet van moeder aarde (NRC, Gemma Venhuizen, 20 maart 2020)

Beeld: Mark Stevenson (rbb-online.de)
Update 06052024 / oktober 2025: lay-out