Bewustzijn aparte dimensie universum?

‘Ach bewustzijn dat is niet zo bijzonder, dat zijn gewoon een paar hersencelletjes die wat doen’, kreeg cognitief neurowetenschapper Jacob Jolij ooit te horen van zijn practicumbegeleider. Hij zegt dit in zijn onlangs verschenen boek Wat is bewustzijn nou eigenlijk?. Hierin zet hij ‘alle deuren naar wat bewustzijn zou kunnen zijn open. Zijn zoektocht voert de lezer van de neurobiologie naar de natuurkunde, de kwantummechanica, de filosofie en zelfs naar de parapsychologie’. Moeten we bewustzijn eerder buiten het brein zoeken, wellicht als aparte dimensie van het universum, vraagt Jolij zich af.

Ik bleek een veel spiritueler aangelegd persoon dan bij mijn rol als harde hersenwetenschapper paste. Het idee dat je bewustzijn een ‘bijproduct’ is van de je hersenactiviteit en dat er niet meer is, leek op zo’n fundamentele manier onverenigbaar met wie ik in de kern ben, dat dat inderdaad niet veel langer goed kon gaan. Het roer moest dus om. Maar ja, hoe dan? Ik heb existentiële vragen. Wie ben ik? Wat is mijn geest? Wat is bewustzijn? Het ‘wetenschappelijke’ standpunt dat je geest is wat je brein doet – eigenlijk de basis waarop de moderne cognitieve neurowetenschap is gebaseerd – ‘voelt’ voor mij verkeerd.
(Uit: Wat is bewustzijn nou eigenlijk?)

In een interview met Marjoleine de Vos, in NRC, gaat het onder meer om wat een van de belangrijkste basisaannames in cognitief wetenschappelijk onderzoek stelt, namelijk dat het brein en de geest feitelijk hetzelfde zijn: ‘The mind is what the brain does’. Jolij interesseert zich voor parapsychologie en voor kwantummechanica – en of je daar iets aan hebt voor het begrijpen van bewustzijn.

Wie de woorden ‘kwantum’ en ‘bewustzijn’ in één zin noemt wordt meteen al met pek en veren het gebouw uitgejaagd’, lacht hij.’ 
(NRC)

Het idee dat bewustzijn uit de hersenen komt, is bij Jolij, afdelingshoofd van het DataLab Sociale Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, nooit in de basis beland. Hij heeft daar een wetenschapsfilosofisch probleem mee, maar ook een persoonlijk probleem.

Met dat persoonlijke is het uiteraard begonnen. Het idee dat bewustzijn iets bijzonders is en dat je geest iets bijzonders is, zat er bij mij al heel jong in. Je kan toch niet de complexiteit van wat je bent als mens, en de betekenis die alles heeft in de wereld, platslaan tot het bewegen van moleculen in pak ’m beet 1.400 gram hersenmassa? Dat is zo’n enorme reductie.
(NRC)

Jolij legt uit wat er bedoeld wordt met bewustzijn. Lichtdeeltjes vallen op een banaan en dan kan je die zien. Maar de ervaring het zien van de banaan is voor hem bewustzijn. Hij noemt ook het kleurenschouwspel, dat door licht door een glas-in-loodraam op de vloer valt. ‘Zonder licht dat door dat raam valt heb je dat kleurenspel niet, is er geen bewustzijn.’ Bewustzijn is voor de neurowetenschapper de ervaring an sich.

Ik ben dan ook wel weer voldoende wetenschapper om me te realiseren dat je op basis van een ‘gevoel’ geen harde uitspraken kunt doen over hoe zoiets complex als bewustzijn echt in elkaar zit. Wetenschap is namelijk geen geloof. Ik wil best accepteren dat bepaalde antwoorden die ik zoek fundamenteel onbewijsbaar zijn, maar om blindelings álles aan te nemen, gaat mij ook weer te ver. Er zijn namelijk best verschijnselen waar je ‘wetenschappelijke’ uitspraken over kunt doen, zelfs als dat op het eerste gezicht onmogelijk lijkt.’
(Uit: Wat is bewustzijn nou eigenlijk?)

Als het nu eens waar zou zijn, het komt vast te staan: wij zijn ons brein, dan zou Jolij teleurgesteld zijn, want dan blijft bewustzijn bestaan, maar is het wel heel beperkend voor zaken als vrije wil, keuzevrijheid, betekenis.

Bewustzijn is een breed en fascinerend onderwerp waar zeer veel mensen, uit alle tijden en alle windstreken, zich over verwonderd hebben. Onze tocht brengt ons dan ook langs verschillende wetenschapsvelden: filosofie, psychologie, biologie en ook een aardige portie natuurkunde. En in een zoektocht naar wat bewustzijn is, zul je soms flinke omwegen moeten maken om meer te leren over de vakgebieden en zienswijzen die je niet zo goed kent.’
(Uit: Wat is bewustzijn nou eigenlijk?)

Wat is bewustzijn nou eigenlijk? | Jacob Jolij | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 1-10-2020 | 288 pp. | € 22,99 | E-book € 12.99 | Met uitvoerige begrippenlijst, literatuur en index

Zie ook: Jacob Jolij: ‘Het gaat mij om wat ons tot mens maakt’ (NRC)

Luisteren: Radio NPO1

Beeld: ilsebloem.nl

De God van de radicale theologen

Radicale theologie wordt wel eens beschreven als het doordringen tot de wortels van wat het betekent om te geloven, dit wil zeggen het radicaal bevragen van zekerheden, concepten en ideologieën waarmee God in hokjes gestopt wordt. Maar God is dood, is de gedachte van radicale theologie. Theoloog Daan Savert zegt zich thuis te voelen bij deze beweging en deze manier van theologie bedrijven. Hij gelooft in een God voorbij alle beelden van God, en in een kwetsbare en gewonde manier van geloven. Radicale theologie zelf is niet dood, sinds haar geboorte in de jaren zestig, en lijkt (weer) op te leven. Ook theoloog en filosoof Leon Kooijmans schetst een beeld van radicale theologie.

De dood van God is op velerlei manieren uit te leggen. Letterlijk dood voor Thomas J. J. Altizer: voor hem is de dood van God en de afname van religie zelfs noodzakelijk voor de opstanding van God. Niet wordt uitgelegd hoe die opstanding er dan uitziet. Peter Rollins ziet God als alles waarvan we denken dat het de leegte vult die we ervaren. Hoe dan ook, radicale theologie is een theologie na de dood van God, maar wat er wordt bedoeld met de dood van God verschilt per denker.

De secularisering van theologie is een belangrijk aspect van radicale theologie’, zo wordt gezegd. Wonderlijke terminologie eigenlijk: secularisering van theologie. Je snijdt dan ‘theo’ af van ‘logos’, dat zo veel betekent als ‘leer’ of ‘kennis’. Volgens Nietzsche heeft de mens God zelf gedood, zoals Kooijmans hem citeert:

Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Friedrich Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap, 1882 – vertaald door P. Hawinkels)

Hoe dan ook, de radicale theologie stelt niet God, maar zijn dood centraal. Secularisering wil de religieuze en dogmatische taal van de theologie vertalen naar een seculiere variant. Kan dat dan, vraag ik me af? Krijg je dan geen dode taal? Nou ja, wereldse? Rudolf Bultmann wilde de theologie van het Nieuwe Testament ontdoen van haar verouderde mythologische karakter met het doel om de concepten te moderniseren. Moderniseren waarin of waartoe dan?

Radicale theologie is volgens Kooijmans in ieder geval niet geïnteresseerd in het bestaan van God of de eigenschappen van God. Ben benieuwd hoe het Nieuwe Testament er dan uit ziet. De radicale theologie is echter nog wel geïnteresseerd in het heilige als fenomeen, waar het zich ook manifesteert.

Dat de christelijke God dood is betekent namelijk niet dat het goddelijke niet op andere plekken te vinden is. Vooral kritische radicale theologen vragen zich af of dit wel goed is en zoeken naar God om te zorgen dat hij wel degelijk dood is en dood blijft.’

Is God verhuisd? Uit de theologie vertrokken en ook werelds geworden? Blijkbaar wel, want radicale theologie beschrijft en analyseert volgens Jeffrey W. Robbins wat als heilig wordt beschouwd in bijvoorbeeld religie, cultuur, ethiek en in de politiek. Opmerkelijk, wel in religie maar niet in theologie? Wat zou dan heilig zijn in religie? Komt God daar dan een beetje in terug? Ja, een beetje wel, als je John D. Caputo hoort:

DWeak Theology van Caputo richt zich op religieus spreken wat volgens hem te zeker, te krachtig en te bovennatuurlijk spreekt. Spreken over God kan alleen op een zwakke, poëtische manier. Hij gebruikt de filosofie van Derrida om dit aan te tonen. Caputo ziet het goddelijke als een stille stem die hoop geeft voor het onmogelijke. Het biedt een horizon die nooit te bereiken is maar waar we wel naar verlangen. Als we die stem proberen vast te leggen in concepten dan sterft het en hebben we het over de dood van God.’

Radicale theologie houdt God eigenlijk hoopvol in leven. Die broodnodige stem moeten we dus inderdaad niet radicaal vastleggen in concepten en ideologieën waarmee we God in hokjes stoppen.

Bronnen:
* God is (niet) dood – een kennismaking met radicale theologie
* Radical Theology: disharmonie en gebrek zijn de kern van ons bestaan

Beeld: De Helixnevel is een grote planetaire nevel in het sterrenbeeld Waterman. (Met de G van God. 😉 ) © Shutterstock

De onmiskenbare Joodse identiteit van Jezus

In zijn boek Jezus – Reconstructie en revisie schrijft theoloog Henk Bakker over de bronnen die er over het leven van Jezus zijn, zoals de evangelieboeken en geschriften die daar direct en indirect verband mee houden. Ook geeft hij een reconstructie en interpretatie van opvattingen die in de loop van de eerste eeuw over Jezus zijn ontstaan. Hij zegt goed te luisteren naar Nederlandse en internationale onderzoekers die belangrijke bouwstenen voor het onderzoek naar de historische Jezus hebben aangedragen.

 ‘Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus’

‘Jezus jood-zijn ondergeschikt gemaakt’
Volgens de auteur hebben christenen de neiging om Jezus’ identiteit buiten het Jodendom te verankeren, in aannames over Gods eeuwige op-Zichzelf-zijn, of sterker nog: in de grenzeloze verbeelding van modieuze theologie.

Jezus’ jood-zijn is vrij snel na zijn dood en opstanding ondergeschikt gemaakt aan een hogere identiteit, die tot speculeren uitnodigde. Dit speculeren leidde volgens [theoloog Arnold Albert, PD] Van Ruler tot ‘gedrochtelijkheden’, maar niet alleen in de theologie.
Ook werden gedrochtelijkheden bedacht die hun oorsprong hadden in volksreligie en persoonlijke vroomheid. De kerk zelf was hier verantwoordelijk voor, omdat de verankering van haar christologie niet uit te leggen was. Het ging om een hogere wiskunde, vol paradoxen en tegenstellingen, die onnavolgbaar was.
Zo leidden gedrochtelijkheden tot gedrochtelijkheden (‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’, Novalis). Nog altijd zijn er beelden van Jezus die (letterlijk en figuurlijk) van enig verband met het evangelie zijn losgezongen.’
(Deel I, Hfst. 2)

Bakker ziet ook om naar (een deel van) de bronteksten om in het licht van recente discussies opnieuw gericht naar de bronnen te vragen.

Christologisch onderzoek
In deel I: Kritisch onderzoek naar Jezus, bespreekt de auteur een aantal visies uit het moderne onderzoek naar de historische Jezus, en geeft een exemplarische inleiding in de discussie, waarbij hij in sommige kwesties aan Nederlandse bijdragen de voorkeur geeft. Dit om de inhoudelijke kwaliteit, daar Nederlandse exegeten en theologen wezenlijk hebben bijgedragen aan het christologisch onderzoek.

‘[De joods-Duitse theoloog en godsdienstfilosoof, PD] Franz Rosenzweig schreef dat de historische Jezus onze geïdealiseerde Jezus altijd van zijn sokkel zal stoten. Mentale fabricages die in fantasieën wortelen – hoe oprecht en gemeend ook – en niet in historische christelijke bronnen, hebben in het christelijk belijden niets te zoeken.
Om aan de schijn voorbij te komen heeft de christelijke kerk een joodse historische bedding nodig, niet alleen bij haar exegese, maar ook bij haar handelen in het heden.’
(Deel II, Hfst. 9)

‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’
(Novalis)

De betekenis van Jezus
Het tweede deel van het boek is getiteld: Getuigen van het eerste uur. Het gaat de auteur daarin om vroege teksten die vertellen wat christenen hebben meegemaakt, wat Jezus volgens hen zei, deed en teweegbracht, en hoe zij die gebeurtenissen binnen de Joodse wereld van toen betekenis gaven.

Jezus – Reconstructie en revisie. Het poogt een reconstructie en revisie te geven van de persoon, de geschiedenis en de betekenis van Jezus. Reconstructie en de revisie zijn met het historisch onderzoek gegeven. Een reconstructie van de gebeurtenissen die plaatsvonden, waaronder Jezus’ woorden en daden, is uitgebreid aan de orde geweest.
Ik heb daarbij steeds naar gebeurtenissen, ervaringen en duidingen teruggevraagd, zoals bij Jezus’ conflict in de tempel, maar ook bij zijn doop en zijn dood. In mijn methodologie heb ik uitgelegd dat historische reconstructie en narratieve betekenisgeving niet los van elkaar kunnen worden gezien.’
(Deel II, Hfst. 9)

Jezus’ relatie tot God
Volgens Wolter Huttinga, in Trouw, brengt dit boek je ‘dichter op de huid van Jezus’. Volgens deze krant kiest Bakker een helder en consequent uitgangspunt om over Jezus’ identiteit te spreken en was Jezus een Joodse man die in de brede stroom aan Joodse verwachtingen stond over het komen van God tot zijn volk Israël. ‘Zo en niet anders kunnen we aan hem recht doen,’ aldus Trouw, dat het boek vier **** geeft.  

Dus overal waar het denken en spreken over Jezus los komt te staan van deze Joodse bedding wordt verraad gepleegd aan wie Jezus werkelijk was. Niet alleen aan zijn concrete menszijn, maar juist ook aan de specifieke manier waarop zijn relatie tot God ervaren en beleden werd, door hemzelf en door de gelovigen van de vroege kerk.’
(Trouw)

Inzicht in Jezus
Hoe wetenschappelijk het boek ook is, aldus Tjerk de Reus in het Friesch Dagblad, het is zeker ook geschikt voor een breder publiek dan alleen vakgenoten. Wie er voor wil gaan zitten, wordt met dit boek rijk beloond.

Bakker vertelt vanuit de context van het Israël van toen, en je ziet het voor je ogen gebeuren: Jezus’ optreden, zijn omgang met mensen en natuurlijk zijn verkondiging. Tegelijk zorgt de brede blik van Bakker ervoor dat het inzicht in Jezus, ondanks alle complexiteit, een heldere theologische diepgang krijgt.
(Friesch Dagblad)

Jezus – Reconstructie en revisie | Henk Bakker | KokBoekencentrum | 296 blz. | € 27,50 | E-book € 14,99 | ‘Wie altijd al een goed boek over Jezus had willen lezen, moet nu zijn slag slaan. Deze week [22 september 2020, PD] verscheen Jezus – Reconstructie en revisie, geschreven door Henk Bakker, theoloog aan de Vrije Universiteit. Een verrassend en informatief boek.’ (Friesch Dagblad)

Zie ook:

* Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus (Trouw)
* Theoloog Henk Bakker denkt breed: het gaat om de joodse Jezus
(Friesch Dagblad)

Beeld:
Cover Jezus – Reconstructie en visie
(detail)
Update: 21122024 (Layout)

Rick & Morty en de eeuwige zingevingsstrijd

Filosoof Simon Gusman van de Radboud Universiteit buigt zich over de serie Rick & Morty en vraagt zich af op welke manier zingeving daarin een rol speelt en hoe de personages omgaan met de eeuwige zingevingsstrijd. Zingeving speelt volgens Gusman een centrale rol in Rick & Morty. Terugkerende thema’s zijn de filosofische stromingen absurdisme, existentialisme en nihilisme. Volgende maand, op 8 december, is hierover online een – gratis te volgen – filosofische livestream van Radboud Reflects. Tom Usher, journalist bij Vice, de ‘definitieve gids voor een onzekere wereld’, vraagt zich intussen af of de serie echt zo intelligent is, zoals de fans beweren.

In Rick & Morty neemt de gestoorde wetenschapper Rick zijn onzekere neefje Morty mee op de meest absurde intergalactische avonturen. Er gaat continue van alles mis. Zo vergaat al in het eerste seizoen de mensheid omdat een liefdesdrank zich verspreidt als een virus en er van alles misgaat met het tegengif. De oplossing is snel gevonden: Rick & Morty verhuizen naar een parallel universum waar ze de plek innemen van hun parallelle zelf.’
(Radboud Reflects)

Usher ging bij Vice in gesprek over wetenschapper Rick en zijn kleinzoon Morty met een wetenschapper, een filosoof en een scriptschrijver. Om uit te zoeken of de fans echt zo slim zijn als ze zeggen, en of je Rick & Morty inderdaad niet kunt begrijpen als je geen verstand hebt van wetenschap. Hij sprak drie kijkers van de show die toevallig ook expert zijn in relevante vakgebieden.

Wetenschapper Pragya Agarwal denkt niet dat iemand superveel wetenschappelijke kennis nodig heeft. De show heeft veel lagen. Voor iemand die niet-wetenschappelijk is, is het vooral grappig bedoeld en wordt er meer gebruik gemaakt van de bekende sciencefictionreferenties.

Aan de andere kant begrijpt een wetenschapper de context van bepaalde humor en wetenschappelijke referenties waarschijnlijk wel wat beter, hoewel de meeste ideeën juist erg overdreven zijn of compleet zijn verzonnen.’
(Agarwal)

Filosoof Peg O Connor vindt het leuk dat filosofische vraagstukken en wetenschappelijke referenties centraal staan. Als de vraagstukken in deze show – zoals: ‘Welke betekenis en waarde heeft deze wereld?’ of: ‘Is onze wereld slechts een klein onderdeel van meerdere werelden?’ – mensen bezighouden, dan is dat geweldig.

Maar als vrouwelijke filosoof zie ik vooral een bevestiging dat zowel filosofie als de wetenschap twee van de meest door mannen gedomineerde sectoren zijn, met een lange historie van vijandigheid tegen vrouwen. Daar kun je als kijker moeilijk omheen. Ricks slechte en onverantwoordelijke gedrag is daar een voorbeeld van; als man komt hij ermee weg, een vrouw zou aan de schandpaal zijn genageld.’
(O Connor)

Scriptschrijver Jack Warner denkt dat een groot deel van de humor afgeleid is van de dagelijkse sleur, en vervolgens is omgezet naar gekke sciencefiction.

Je lacht bijvoorbeeld het hardst wanneer ze Justin Roiland laten ‘riffen’ in zijn rol, zonder script. Ik weet dat er veel domme mensen zijn die de show leuk vinden, en ik weet ook dat er hele intelligente mensen zijn die de show leuk vinden.’
(Warner)

Bij Radboud Reflects vertelt Gusman vertelt hoe Rick, Morty en zijn zus Summer zin geven aan hun leven en daarbij continue in strijd zijn met zichzelf en de wereld. Daarnaast vertelt hij welke verhaalstructuur schrijver Dan Harmon gebruikt en hoe hij deze absurde serie daarmee een menselijk kant geeft. Daarna gaat Simon Gusman in gesprek over onze wereld. Kent die misschien wel een soortgelijke vorm van betekenisloosheid als de wereld van Rick & Morty?
Kijk en lees je vast in bij Superguide. ‘Nobody exists on purpose. Nobody belongs anywhere. Everybody’s gonna die. Come watch TV.’

De lezing kun je online via een livestream bijwonen. Deelname aan de livestream is gratis. Schrijf je hier in en ontvang de reminder en de link naar de lezing in je mailbox.

Zie: Rick & Morty en de zin van het leven (Radboud Universiteit)

Vice: Is Rick & Morty echt zo’n intelligente serie als fans beweren?

Illustratie: superguide.nl

‘Willen weten verhindert zelfkennis’

Boekbespreking: De droom van Ha’adam. Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven. Dit stelt Harold Stevens in zijn boek De droom van Ha’adam. Niettemin verzet de mens zich er van nature tegen. Waarom we dat juist niet zouden moeten doen, legt Stevens uit in een soms technisch betoog. Misschien doet de mens er niets mee omdat hij zich er niet van bewust is. Dit boek vertelt wat we kunnen doen om dat mechanisme te begrijpen. Hoewel, begrijpen, dat riekt naar kennis… en dit boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

‘Verborgen kennis, waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’, werd al lang geleden vastgelegd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’

Paradoxaal denken

Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit echter niet zo gemakkelijk is, maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het de lezer af en toe wat hoofdbrekens.
  
Het paradoxale is dat je eerst kennis dient op te doen over Stevens’ beweegredenen om terug te gaan naar je oorsprong. Een enerverende zoektocht volgt. Hij neemt je mee vanuit zijn eigen ervaringen en onderzoek in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’

Van Genesis tot Kant
D
e droom van Ha’adam is vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven. Die zinrijkheid groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels op gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.   

Zoektocht naar binnen
S
tevens stelt dat als hij de werkelijkheid aangenaam wil ervaren, het dan van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag wie hij nu eigenlijk in de kern is. Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op de vraag naar het hoe en waarom van het lijden van de mens. Heeft lijden een zin, een doel?



De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naarbinnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie
D
e weg naarbinnen. De auteur landt letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin. ‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’.                                         
De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt de auteur door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden
D
e auteur schijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden. Over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) òf verzet hiertegen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens is, geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust zijn van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.   

Het lijden van kinderen
D
iep gaat Stevens in op onschuldig lijden: over de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut, ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat zich in de ouder(s) afspeelt. Kinderen kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling, het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alléén leidt tot verlies van gevoelens
V
olgens de auteur zal de mens met denken alléén nooit het leven kunnen begrijpen, daar dit leidt tot verlies van gevoelens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid. En als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Hij stelt dat ‘positief’ niet kan bestaan zonder ‘negatief’. ‘Zonder dal bestaat een berg niet en andersom’. Daar je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Echter, er bestaan geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes. Ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel: ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting
B
ij sommige onderwerpen haalt Stevens de kwantumfysica erbij. Dat is ook even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Hij stelt dat als je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, je ook gaat begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. Harold Stevens is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug
A
ls je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt de auteur, durf je je over te geven aan de weg terug, terug naar de ‘Tuin van Eden’. De auteur verwijst onder meer naar de Kabbala die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid te kunnen gaan ervaren’.

Fascinerend
G
een boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat komt ook vanwege de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar het er niet eenvoudiger op maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms is wat de auteur schrijft wat cryptisch. Dat je wel ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar dat niet direct doorziet. Een pittig maar fascinerend studieboek.

De droom van Ha’adam, over het mechanisme van het leven | Harold Stevens | oktober 2019 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93175 09 9 | NUR 730 | €20,00

Beeld: Nino Carè (Pixabay)
Beeld Ruïne van de tempel van Apollo in Delphi: Wikipedia

(Dit is de oorspronkelijke versie – In verkorte vorm eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 26-04-2025 (Lay-out, links)

‘Datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg’

‘Met het woord ‘ziel’ bedoel ik: datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg.’ Promovenda Martine Oldhoff schrijft momenteel haar proefschrift over de ziel. Voor haar is het geen uitgemaakte zaak dat de mens louter lichaam is. Er zou geen ruimte meer zijn voor de ziel. Voor haar is de mens echter meer dan een fascinerende klomp cellen, zoals ‘de wetenschap’, waaronder de hersenwetenschappen, ons leren. ‘Dat is een filosofische stellingname, geen uitgemaakte zaak.’

Oldhoff schreef Kijk op de ziel, de uitgewerkte lezing die Oldhoff vorig jaar hield op de generale synode van de PKN. Voor Oldhoff is het woord ziel ‘een barst in een volledig gesloten wereldbeeld’.

De Ziel moet altijd op een kier
Zodat wanneer de Hemel zoekt
Hij niet te wachten hoeft
Of bang is dat hij stoort
(Emily Dickinson, in Kijk op de ziel)

Zieltjes winnen’ roept bij de meeste mensen geen goede associaties op, schrijft Oldhoff, want wie wil er nou een zieltje zijn?

Maar als het over de ziel gaat, lijken de zaken er anders voor te staan. Er zijn tegenwoordig meer mensen in Nederland die geloven in een leven na de dood dan mensen die in God geloven. Het geloof dat ‘ik’ op de een of andere wijze voortleef, is volop aanwezig.’
(Uit: Kijk op de ziel)

In haar proefschrift beschrijft Oldhoff Plato en Aristoteles kort als historische achtergrond. Duidelijk wordt dat haar visie verschilt van die van Plato. Bij de Bezieling vertelt ze hierover in een interview met Cees Veltman.

Door Plato en zijn verwerking in filosofische en theologische tradities is het woord ziel blijven leven. Ik zie de ziel echter als geschapen door God en niet als al bestaand voorafgaand aan ons leven, zoals Plato. We zijn als mens geschapen, onderscheiden van God.’

Oldhoff, promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, zegt dat de ziel een mooie aanleiding kan zijn om het te hebben over wie en wat God is. Het woord God is immers voor heel veel mensen betekenisloos geworden.

Ik denk niet dat mensen in God gaan geloven als ze het woord ziel belangrijk vinden, maar het is een mooi aanknopingspunt om het over geloof en God te hebben. Als het gaat over wie de mens is aan de hand van het woord ziel, dan kom je misschien ook wel op interessante vragen: heb ik een goddelijke kern, ben ik geschapen, is er meer dan we kunnen zien en voelen?’

Kijk op de ziel | Martine Oldhoff | ISBN: 9789043534819 | 56 pp. | 16-06-2020 | € 6,99
‘De ziel duikt overal op. Van seizoenen lang Kijken in de ziel op televisie tot in het spirituele tijdschrift Happinez. Eeuwenlang was de ziel bekende taal in kerk en theologie. Tegenwoordig nemen veel gelovigen het woord minder makkelijk in de mond. In haar boek Kijk op de ziel zoekt Oldhoff naar de betekenis van de ziel in het christelijk geloof in onze context. Zo gaat ze onder andere in op de vraag wat er vanuit de Bijbel over de ziel te zeggen is. Het is een beknopt boek met theologische verdieping, een actualisering naar deze tijd en een aanzet tot het geloofsgesprek.’ (PThU)

Zie: Martine Oldhoff: “Het woord ziel is een barst in een volledig gesloten wereldbeeld” (de Bezieling)

Beeld: Beate Bachmann (Pixabay)