Reiken voorbij het zichtbare

Zelfhulp en zingeving beleven een opmerkelijke opmars. Dat hoeft niet per se zweverig te zijn. NRC zegt in de Special Zingeving van boeken die gaan over vragen rond zingeving: ‘Zin geven aan het bestaan is voor de mens zo natuurlijk als ademen’. Uitgekiend gepubliceerd rond Kerstmis, dan denken mensen, gelovig of niet, bij een goed glas wijn, meestal wat meer aan de zin van alles. Je kan zelfs van de Anonieme Alcoholisten iets leren als je je leven zin wil geven. Ook bespreekt de krant oorspronkelijke kritiek op eigentijdse zingeving. Over zingeving en neoliberalisme. Met vragen als ‘Is het liberalisme verworden tot een dogmatisch geloof?’

‘Hartstochtelijke pleidooi voor gezamenlijke zingeving’
(Karel Smouter over Life worth living)

‘De hele wereld op weg naar de koophemel’
In het artikel Filosoof John Gray draagt het liberalisme ten grave schrijft Menno Hurenkamp een recensie over De nieuwe Leviathans. Nieuwe visies na het liberalisme. Van de Britse filosoof John Gray. Hurenkamp omschrijft zijn boek als ‘een kritiek op het liberalisme als voortzetting van religie met andere middelen’.  

Nederland is een veelzeggend voorbeeld. We zien onszelf graag als een liberaal landje, denk aan ‘de koopman en de dominee’. Maar we hesen onlangs massaal volksvertegenwoordigers op het schild met een broertje dood aan gelijke rechten en tolerantie.
(Menno Hurenkamp)

Via vermeend universele principes als keuzevrijheid en marktwerking vermomde het moderne liberale denken zich als ‘christelijk monotheïsme’: de hele wereld op weg naar de koophemel, zo nodig met militaire invallen (denk aan Irak en Afghanistan).’
(Menno Hurenkamp)

‘De voortrazende burger’
NRC
geeft aandacht aan de nuttige rol van religie in een grotendeels seculiere maatschappij, de zoektocht naar zingeving als een individuele of juist een gezamenlijke onderneming en de rol van grote levensvragen in actuele romans en verhalen. Onder meer verwijst de krant naar socioloog Hartmut Rosa die stelt dat religie kan helpen bij ‘de voortrazende burger die in onze democratie steeds agressiever wordt’. Het gevolg van die almaar voortrazende houding is:

Dat de burger een agressieve basishouding tegenover de wereld heeft ontwikkeld. Elk jaar moeten mensen meer voor elkaar zien te krijgen. De gevolgen daarvan zie je terug op drie niveaus. We zijn agressief tegenover de natuur met onze industrieën en grondstoffen die we aan de aarde onttrekken. Maar we zijn ook agressief tegenover andere mensen.’
(Hartmut Rosa)

Sociale ruimtes
V
olgens Rosan Hollak hebben veel mensen inmiddels het geloof afgezworen. Zij vraagt aan socioloog Hartmut Rosa hoe we dan leren om naar elkaar te luisteren. Rosa antwoordt dat we om resonantie te bevorderen sociale ruimtes nodig hebben, en kijken hoe we op een andere manier met elkaar in gesprek kunnen gaan.


Erzählcafé, Tirol

In Duitsland [en Oostenrijk] bestaan Erzählcafés, plekken waar mensen elkaar hun verhaal vertellen en echt luisteren. En we zouden scholen tot sferen van resonantie kunnen maken. Want wat is eigenlijk het doel van onderwijs? In ieder geval niet het verwerven van vaardigheden die je kunt meten en vergelijken. Gaat het er niet om kinderen vooral te inspireren?’
(Hartmut Rosa)

‘Geloof het of niet – in de Nederlandse literatuur is méér tussen hemel en aarde’
(Thomas de Veen)

Geloof in metafysische zin
G
eloof het of niet, zegt Thomas de Veen in de special, maar het afgelopen jaar, in tijden van bloeiend rechts-populisme, van woekerende crypto currency en ook nog hemeltergend aardse en reële oorlogen, was dit een van de grote onderwerpen in de Nederlandse literatuur: geloof.

En dan heb ik het niet over geloof in de literaire roman zelf (hem doodverklaren kan altijd nog), maar over geloven als onderwerp in romans. Geloof in de metafysische zin van het woord: de handeling die wil reiken voorbij het zichtbare en tastbare hier en nu. Het vast vertrouwen in en het voor waar houden van iets wat niet bewezen is of vastgesteld kan worden.’
(Thomas de Veen)


Boeken te over die gaan over zingeving

Natuur, vriendschap, activisme
R
ens Bod, hoogleraar Digital Humanities aan de Universiteit van Amsterdam, wil zingeving breder definiëren dan dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doorgaans doet. CBS turft in zijn onderzoeken slechts vier zingevingsvormen: sociale relaties, persoonlijke ontwikkeling, religie of spiritualiteit en het ervaren van transcendentie (het overstijgen van jezelf). Bod onderscheidt wel 180 verschillende vormen van zingeving.

Het gaat hem daarbij om een waaier van praktijken, rituelen en idealen. Van ‘harmonie met de natuur’ tot ‘vriendschap’ en ‘activisme’. Beide boeken laten zien dat zingeving niet alleen iets is voor in de kerk of in de moskee, of voor de zelfhulphoek van de boekhandel. Het is zo gewoon als ademen of poepen; een menselijke activiteit met tal van evolutionaire voordelen bovendien. Het maakt je bijvoorbeeld aantrekkelijker. Bod verbaast zich er dan ook over dat een boek als het zijne, [Waarom ben ik hier?] – Een kleine wereldgeschiedenis van de zingeving, er nog niet was.’
(Karel Smouter)

Zelfhulp is nog geen zingeving
Maar pas op, zegt Karel Smouter, zelfhulp moet niet worden verward met zingeving, zo wordt in twee nieuwe boeken betoogd: Zingeving begint, kun je zeggen, waar het streven naar grip op grenzen stuit.

Een drietal Yale-theologen schreef samen Life Worth Living. Veelbezongen moderne idealen als autonomie, voorspoed, macht en roem zouden, met mate, best kunnen bijdragen aan een betekenisvol leven. Maar wie deze zaken als doelen op zich nastreeft, waarschuwt het drietal, krijgt slechts een goedkope imitatie voorgeschoteld van ‘wat er echt toe doet.’
(Karel Smouter)


Zingeving waar het streven naar grip op grenzen stuit

Gezamenlijke zingeving
ILife worth living gaan de Yale-theologen Miroslav Volf, Matthew Croasmun en Ryan McAnnaly-Linz een flinke stap verder dan Bod, vervolgt Smouter, in hun pogingen lezers dichter bij een antwoord op The Question te brengen, zoals ze het object van zingeving ietwat mysterieus omschrijven. 

Net als Bod zijn de drie denkers bepaald niet cultureel eenkennig in hun queeste en tappen ze uit ieder denkbaar levensbeschouwelijk vaatje, van Boeddha tot Confucius en Christus. Het belangrijkste verschil met de benadering van Bod is het hartstochtelijke pleidooi dat er in het boek besloten ligt voor gezamenlijke zingeving.’ 
(Karel Smouter)

Bronnen: SPECIAL ZINGEVING (NRC) – 21 december 2023
* Wat je van Anonieme Alcoholisten kunt leren als je je leven zin wilt geven
* Socioloog Hartmut Rosa: ‘De voortrazende burger wordt in onze democatie steeds agressiever. Religie kan helpen.’
* Geloof het of niet – in de Nederlandse literatuur is méér tussen hemel en aarde
* Welke rol speelt het geloof in de politiek? Is het neoliberalisme in de afgelopen jaren zelf tot een dogmatisch en onaantastbaar geloof geworden? En kan een religie eigenlijk wel zonder een hel?

Beeld: Spirituele Transformatie Academie
Foto Erzählcafe, Tirol: Niet alleen in Duitsland te vinden, maar onder meer ook in Oostenrijk.(freiwillig-engagiert.at)
Foto Boeken over zingeving: poortnaargeluk.nl
update 18 02 2024 (datum digitale NRC-uitgave Special Zingeving)

‘Nietzsches filosofie verwoestte het atheïsme’

Friedrich Nietzsche (1844-1900), de Duitse filosoof die de dood van God proclameerde, zag in zijn tijd al de sloopkogel van het atheïsme woest om zich heen slaan. Hoewel vrijwel niemand in Nietzsches tijd begreep wat de dood van God betekende, voorzag Nietzsche de gevolgen van deze tragedie. – Aldus Camiel van der Graaf in zijn artikel Hoe Nietzsches antichristelijke filosofie het atheïsme verwoestte. ‘Nietzsche maakt als geen ander duidelijk wat de uiterste en logische consequentie is van het atheïsme.’

‘Een consequentie die zelfs voor atheïsten, trots als ze zijn op hun acceptatie van de ‘meedogenloze onverschilligheid’ van het universum, te huiveringwekkend is’
(Camiel van der Graaf)

‘De dood van God, of het niet meer geloven in God, betekende het einde van het geloof in het bestaan van het bovennatuurlijke. Er is – in de woorden van Nietzsche – geen ‘Hinterwelt’, dus geen hemel, geen transcendent bestaan boven of naast ons zintuiglijk waarneembare bestaan. Laat staan dat uit het bovennatuurlijke het ‘Goede’ of het ‘Ware’ geopenbaard kan worden.’

Socrates
V
an der Graaf verwijst met het ‘Goede’ en het ‘Ware’ [en het Schone] naar Socrates en stelt dat de dood van God het einde betekende van bijna 2500 jaar geloof. Dat met Socrates begon met het geloof in het ‘Goede’ en het ‘Ware’ die zich aan ons geopenbaard zouden hebben vanuit een andere, bovennatuurlijke wereld.


Socrates onderwijst de Atheense politicus Alcibiades

Volgens de auteur legt Nietzsche de vinger op de zere plek: als er geen ‘Hinterwelt’ is, bestaan er ook geen universele waarden, en bestaat er geen universele, absolute en objectieve grondslag voor goed of kwaad.

Wat goed of kwaad is, hangt af van de willekeurige definitie die daaraan in een specifieke samenleving gegeven wordt, in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats.’

Meedogenloze onverschilligheid
D
e religieuze waarheid zou dan vervangen kunnen worden door een andere waarheidsvinding. Van der Graaf geeft als voorbeeld de waarheidsvinding door de wetenschappelijke methode van Richard Dawkins.

De ingebeelde, ja zelfs potentieel ‘gevaarlijke’ religieuze waarheid moet plaatsmaken voor objectieve waarheidsvinding door middel van de ratio en de wetenschappelijke methode. De wetenschappelijke methode neemt Dawkins’ ‘meedogenloze onverschilligheid’ van de natuur als uitgangspunt.’

Want, zo stelt Dawkins in River Out of Eden: A Darwinian View of Life: het universum dat we waarnemen heeft precies de eigenschappen die we mogen verwachten als er in wezen geen ontwerp, geen doel, geen kwaad, geen goed is, niets anders dan meedogenloze onverschilligheid.

De natuur is niet wreed, alleen meedogenloos onverschillig. Dit is een van de moeilijkste lessen die mensen kunnen leren. We kunnen niet toegeven dat de dingen noch goed noch slecht zijn, noch wreed noch vriendelijk, maar gewoon ongevoelig – onverschillig voor al het lijden, zonder enig doel.’

‘Een doortrapte en verderfelijke pseudo-christen’
N
ietzsches antwoord daarop – al zo’n 150 jaar geleden – klinkt voor velen wellicht toch onverwacht en verrassend. En zelfs vernietigend voor de fiere atheïst. Van der Graaf meldt dat de wetenschappelijke atheïst, die van de machtige bovenklasse verwacht dat zij zich dient te onderwerpen aan wetenschappelijk bewezen waarheden, volgens Nietzsche zelfs ‘een doortrapte en verderfelijke pseudo-christen’ is.  

Die wetenschapper is aanhanger van een slavenmoraal bij wie de dood van God kennelijk nog niet is doorgedrongen. De heersende klasse bepaalt zelf wel welke ‘waarheid’ zij accepteert. Als er geen universele moraal is, dan heerst de machtigste.’ 

De machtigste dient niet de waarheid
D
e machtigste dient niet de waarheid. De waarheid dient de machtigste… Nietzsche ontmaskert hier, zo stelt Van der Graaf, de wetenschappelijke atheïst als iemand die de christelijke slavenmoraal voortzet onder een andere noemer. Als iemand die universele waarden vanuit de denkbeeldige Hinterwelt opnieuw introduceert. Als iemand die de machtspositie van de heersende klasse op doortrapte wijze ondergraaft.


Friedrich Nietzsche (1844-1900)

Na de Tweede Wereldoorlog en de gruwelijkheid van de Shoah laat de seculiere intellectuele klasse – die decennialang dweepte met Nietzsche – het Nietzscheaanse vallen. Volgens de geallieerden waren de daden van de nazi’s dermate verwerpelijk, dat die in strijd zouden zijn met iets als het ‘natuurrecht’, dat nog boven de door mensen gemaakte wetten zou staan. Van der Graaf: ‘Daar is potdorie die Hinterwelt weer!’

Rechten van de mens
D
e auteur verwijst vervolgens naar de Verenigde Naties die direct na de Tweede Wereldoorlog aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werkten.

We hoeven niet verder te lezen dan de allereerste zin in de Preambule van die verklaring, om te begrijpen dat het atheïsme een tragische dood is gestorven en de Hinterwelt springlevend is. De tekst luidt: “Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;” ’

‘De dood van God heeft nooit plaatsgevonden’

Geen hoger transcendent criterium?
Inherente waardigheid”? “Gelijke en onvervreemdbare rechten” van elk mens? De auteur vraagt zich nu van alles af:

Het universum wordt volgens Dawkins toch geregeerd door niets anders dan ‘meedogenloze onverschilligheid’? Er is toch helemaal geen hoger, transcendent criterium van goed of kwaad waaraan wij door mensen gemaakte regels, onze wetten, die door de machtigste instantie worden uitgevaardigd, kunnen toetsen? Volgens de atheïstische logica vinden wetten toch uitsluitend hun rechtvaardiging in de (al dan niet democratische) machtsuitoefening door de toevallige heersers in een samenleving?’

Het atheïsme is zo dood als een pier
V
an der Graaf: ‘Kennelijk toch niet… Wat regeert dan in plaats van de ‘meedogenloze onverschilligheid’?

Geldt dan alsnog universeel dat elk mens, waar dan ook, wanneer dan ook, waardevol is en dat de zwakken beschermd moeten worden tegen uitbuiting door de sterken? Het unanieme antwoord van de verlichte Westerse mens is nu een onomwonden ja. De Hinterwelt, de hemel, God zelf, heeft glorieus overwonnen. Macht moet gebonden worden aan ‘gerechtigheid’. Het atheïsme is zo dood als een pier.’

Dankzij Nietzsche, aldus de auteur, weten we hoe de waarachtige atheïst (in tegenstelling tot de wetenschappelijke atheïst) behoort te denken: het is de onvoorwaardelijke acceptatie van een verwerpelijke, christelijke slavenmoraal, gebaseerd op de illusie van het bestaan van een transcendente, goddelijke wereld.

Nietzsche maakt als geen ander duidelijk wat de uiterste en logische consequentie is van het atheïsme. Een consequentie die zelfs voor atheïsten, trots als ze zijn op hun acceptatie van de ‘meedogenloze onverschilligheid’ van het universum, te huiveringwekkend is.’

Hinterwelt terug van nooit weggeweest
D
e verlichte Westerse mens, ‘de trotse rationalist, die gebogen stond over het graf van God, gaat nog steeds over tot de orde van de dag, levend in de waan van het wetenschappelijke atheïsme,’ zegt Van der Graaf tot slot.

Maar het lijkt er steeds meer op dat de dood van God nooit heeft plaatsgevonden. Alsof de meeste mensen nog steeds diepgelovige christenen zijn, die de Hinterwelt als vanzelfsprekende realiteit aanvaarden. Alsof de Hinterwelt terug is van nooit weggeweest, alsof het vanzelfsprekend is dat ‘mensenrechten’ echt bestaan.’

Zie:
*
Hoe Nietzsches antichristelijke filosofie het atheisme verwoestte (7 december 2023, katholiek.nl)
*
Nietzsche – ‘De dolle mens’

Beeld Nietzsche:
Maartje de Sonnaville (Filosofie Magazine)
Beeld Socrates: François-André VincentFrans kunstschilder uit de neoclassicistische school (Historiek)
Foto Nietzsche: De Bezieling
Beeld atheïsme: Landelijk Expertisecentrum Sterven

‘God bestaat niet. Hij is eeuwig’

De kritische wetenschapper wordt vaak tegenover de naïeve gelovige geplaatst. ‘In dat beeld leggen zowel de wetenschapper als de gelovige een claim op het weten.’ Filosoof Désanne van Brederode becommentarieert de denkwijze over religie als iets wat zekerheid en vastigheid biedt, zelfs tegen beter weten in. ‘Maar terwijl de wetenschapper zijn wereldbeeld blijft aanpassen,’ vervolgt Van Brederode, ‘houdt de gelovige krampachtig vast aan een almachtige godheid die je precies vertelt hoe de wereld werkt en hoe je moet leven. Het idee is dat wie gelooft zelf niet hoeft na te denken: hij wéét alles al.’

‘Geloven is geen vorm van weten maar een ­existentiële keuze
voor een leven vol onzekerheid’

(Søren Kierkegaard)

Wetenschap en religie
Wittgenstein had veel invloed op de filosofie van religie, stelt Filosofie Magazine (december 2023). Hij keert zich tegen atheïsten die stellen dat het geloof achterhaald is omdat de wetenschap betere verklaringen biedt.

Maar hij was ook kritisch op religieuze mensen die het bestaan van God proberen te bewijzen. Beide manieren van denken reduceren religie in zijn ogen tot een achterhaalde vorm van kennisvergaring.’
(FM)

Bij Wittgenstein gaat geloof niet om kennis, maar om iets anders. Hij wordt sterk geïnspireerd door de Deense filosoof Søren Kierkegaard, die stelt dat geloven geen vorm van weten is, maar een existentiële keuze voor een leven vol onzekerheid.

Godsbewijzen
Twee zienswijzen komen aan bod bij Willem B. Drees. De emeritus hoogleraar filosofie aan de Tilburg University vermeldt een rationalistische kijk op het geloof en een kijk die het geloof buiten de rede plaatst, een zienswijze die tijdens de Verlichting ontstond.

Enerzijds is er een rationalistische kijk op het geloof. Die zie je terug bij Thomas van Aquino en Baruch Spinoza. Zij probeerden allebei op hun eigen manier God in een systematisch geheel te passen en het bestaan van God rationeel te bewijzen.’ Zo leverde Aquino in zijn teksten vijf godsbewijzen, die ervoor moesten zorgen dat het bestaan van God buiten kijf kwam te staan.’
(FM)


Bestaan van God staat buiten kijf?

Godsargumenten
FM
stelt dat het volgens Immanuel Kant onzinnig is om godsbewijzen te leveren, want God kun je niet met de rede doorgronden. – God met rede doorgronden is echter niet zo zeer de bedoeling van de hedendaagse filosoof Emanuel Rutten. Hij bewijst het bestaan van God niet, maar probeert met godsargumenten het bestaan van God uit de schepping af te leiden. In zijn proefschrift onderzoekt hij kosmologische argumenten.
En in zijn nieuwe boek Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden staan acht nieuwe argumenten. Ook hierin maakt hij duidelijk dat de argumenten het bestaan van God heel waarschijnlijk maken, maar geen absolute zekerheid bieden. Bovendien, geloof in God op zichzelf vindt de filosoof al een legitieme basisovertuiging die zonder rationele argumenten intellectueel eveneens gerechtvaardigd is.

Bewijzen doen we in de wiskunde, niet in de filosofie. Het gaat om een argumentatie met plausibele (maar geen volkomen zekere) premissen en dus ook een plausibele (maar geen volkomen zekere) conclusie.’
(Emanuel Rutten)

Vaak wordt geloof in God weggezet als onzinnig en irrationeel, stelt Rutten in ‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’ (2015): Door te laten zien dat er redelijke argumenten zijn voor het bestaan van God wil hij dit ‘frame’ doorbreken. Vooral in West-Europa worden gelovige jongeren vaak blootgesteld aan harde kritiek op hun geloof, zegt hij. ‘Door te laten zien dat geloof in God allesbehalve irrationeel is, kan men dat soort gesprekken een stuk geïnformeerder ingaan dan nu helaas vaak het geval is.’

Geloven met hart en rede
God is zowel een kwestie van het hart als van het verstand, zegt Rutten in Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Die uitspraak vind je terug in de titel van het interessante en uitgebreide artikel in Filosofie Magazine: Geloven met hart en rede (december 2023). Dit besteedt vooral aandacht aan Denken over geloven – Van moderne zekerheid tot agnostische terughoudendheid van Willem B. Drees, en Wittgenstein on Religious Belief van Genia Schönbaumsfeld.

Wittgenstein komt geregeld aan het woord en die stelt dat als je van religie een wetenschappelijke kwestie maakt, geloof tot een vorm van bijgeloof verwordt, tot een soort achterhaald magisch denken. Religieuze verhalen zijn namelijk nooit wetenschappelijk aannemelijker dan een goed geteste hypothese.’

Daarom, zegt Schönbaumsfeld, verzet Wittgenstein zich zowel tegen atheïsten die religie onderuit proberen te halen met wetenschappelijke argumenten als tegen religieuze mensen die zeggen dat religie een sluitende verklaring voor de wereld biedt. Beide kampen reduceren geloof volgens hem tot slechts één functie: de wereld verklaren.’
(FM)

‘Bestaan’
Het woord ‘bestaan’ duidt volgens Wittgenstein meestal op tijdelijk bestaande dingen, zoals een kat, een tafel of een mens.

Alles wat bestaat, heeft ooit niet bestaan en zal op een dag ophouden te bestaan. Maar God niet. In de definitie van God zit al besloten dat hij noodzakelijk en eeuwig bestaat. God móét bestaan, anders is Hij God niet meer.’ 
(Schönbaumsfeld)

God is geen aanwijsbaar ‘iets’
Wittgenstein wil dus laten zien dat God geen aanwijsbaar ‘iets’ is zoals een mens, een kat of een tafel. Hij verwijst bij dit punt volgens Schönbaumsfeld naar de protestantse filosoof Søren Kierkegaard.

Kierkegaard schrijft: “God bestaat niet. Hij is ­eeuwig.” Hij bedoelt hiermee: wat eeuwig is, bestaat niet, of in elk geval niet zoals jij, ik en de dingen om ons heen bestaan.’

Bronnen:
* Geloven met hart en rede – Volgens Kant, Wittgenstein en Kierkegaard draait geloven helemaal niet om zekerheid – integendeel. (Femke van Hout, Filosofie Magazine, nr. 12, december 2023)
* ‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’ (Goden En Mensen, 2015)

Beeld: De Pilaren der Creatie. 2022. Webb, in nabij-infrarood licht. (Afbeelding van NASA, ESA, CSA, STScI; J. DePasquale, A. Koekemoer, A. Pagan (STScI.)
Beeld Bestaan God: Lucepedia (Tilburg School of Catholic Theology – Tilburg University)
Update 28012024