‘Thuis christelijk, in de publieke ruimte humanistisch’

leenmanstrandhagen.netart1grondwet

In deze kille Nashville-tijden krijgt bovenstaand citaat van de Britse theoloog en journalist Theo Hobson plotseling een andere lading. God nu dan echt definitief achter de voordeur? Half februari 2019 verschijnt Hobsons boek Gelovig humanisme, over christelijk geloof en seculier denken. De auteur van God Created Humanism (2017) heeft het in zijn nieuwe boek over de rol van geloof in de huidige samenleving. ‘Vrijzinnigheid moet zich opnieuw uitvinden: overtuigd christelijk zijn in eigen huis en uitgesproken humanistisch in de publieke ruimte.’ Volgens docent Mystagogie*, Jean-Jacques Suurmond, ‘een denker die het humanisme aan zijn christelijke wortels herinnert en daarbij een puntmuts met het woord ‘zondaar’ opzet; het soort apologeet dat het christendom vandaag nodig heeft’.

theohobsonbbc.co.uk

Theo Hobson (foto: bbc.co.uk) vraagt zich af of ‘liberaal christendom gereanimeerd kan worden’. In maart 2019 verschijnt – naast zijn nieuwe boek – Hobson zelf ook. Hij geeft in Amsterdam een masterclass voor predikanten en een publieke lezing in Utrecht: ‘Kan liberaal christendom gereanimeerd worden?’. Opmerkelijk is die vraag, in deze tijd waarin ‘liberaal’ en ‘christendom’ nogal tegenstrijdig klinken. Maar voorbij de Nashville-emotie is het tijd de rede (weer) uit de onderbuik te bevrijden. Zelf vindt Hobson het christendom ‘de enige verstandige variant van utopische hoop’. Dus net als de Bijbels humanist Thomas More (Utopia), nu juist een beroep doen op je koele redeneringsvermogen en je verbeeldingskracht (weer) aanspreken, zal Hobson op doelen. In zijn lezing verdedigt hij de stelling dat het christendom de seculiere samenleving van harte dient te ondersteunen.

Christelijk humanisme. We staan in de traditie van Erasmus’, zegt dominee Jan Offringa in Liberaal christendom. – Misschien moet het christelijk humanisme uit die traditie stappen. Erasmus was een toeschouwer, weliswaar kritisch op wereldlijk en kerkelijk gebied, maar dan vooral met zijn pen. Erasmus heeft wel geprobeerd humanisme en christendom tot een synthese te brengen, maar More was voor alles een actor, een geëngageerd politicus-humanist die tot het uiterste ging als hij geloofde in een zaak. – Humanisme moet een ‘werkwoord’ zijn, net als christendom.

Hobson manifesteert zich daarnaast vooral in de publieke ruimte met artikelen in kranten en tijdschriften. Humoristisch en polemisch verduidelijkt hij de rol van geloof in de huidige samenleving. Hij verdedigt dat het christendom de seculiere samenleving van harte moet ondersteunen omdat die waardevol is en hij verwijt het liberale christendom dat het zichzelf in de vingers heeft gesneden door ritueel en viering te verwaarlozen.** Hij bepleit een heruitgevonden vrijzinnigheid, die in eigen huis overtuigend christelijk is en in de publieke ruimte uitgesproken humanistisch.’ (devrijzinnigelezing.nl)

gelovighumanisme

Volgens de vrijzinnige predikant Klaas Douwes (Leiden University) hangt de vrijzinnigheid soms zo aan de rand van het traditionele christendom, dat je je kunt afvragen waarin het nog christelijk is. In het Apeldoornse Regentessekerkblad vraagt hij zich af of vrijzinnigheid dan nog enige meerwaarde heeft. En ook welke boodschap Hobson heeft voor vrijzinnigen. Dat antwoord kan Douwes nu vinden in Hobsons nieuwe boek.

Vrijheid en gelijkwaardigheid staan in onze samenleving de laatste jaren steeds meer onder druk. Om die te verdedigen, moeten we ons volgens Hobson herbezinnen op de christelijke basis van deze waarden. Humanisten zouden dus eerder te rade moeten gaan bij christenen, dan dat de beweging andersom wordt gemaakt.’ (Klaas Douwes)

Hobson (artikelen van hem te vinden in The Guardian – tot februari 2014; hij schreef ook voor The Times en The Spectator) geeft in de Vrijzinnige Lezing een overzicht over zijn carrière en bespreekt de religieuze invloeden die hij onderging, zijn overgang van academische theologie naar journalistiek, zijn moeizame verhouding tot de Kerk van Engeland, en zijn recente werk als kunstenaar.

‘Hij zal de drie kernaspecten van zijn denken – geloof, theopolitiek*** en ritueel – toelichten. Die aspecten zijn alle drie verbonden met zijn herziening van ‘liberaal christendom’, een traditie die feitelijk ten onderging aan het eind van de twintigste eeuw en een wederopbouw nodig heeft. Religieuze kunst kan een liberale christelijke cultuur reanimeren en in deze lezing belicht Hobson een aantal lopende projecten.’ (devrijzinnigelezing.nl)

* Mystagogie: pedagogie gericht op inwijding in de geheimen van het leven
** Hobson wil het christendom uitgedrukt zien in cultuur, kunst, feest. Een kerkdienst zou een carnavalachtige viering moeten zijn.
*** Theopolitiek: God zoekt de wereld op en wil opgaan in alle levensterreinen. Het hele leven en de hele werkelijkheid gaan God ter harte. (Marquardt, Martin Buber)

Gelovig humanisme | Theo Hobson, Rick Benjamins | maart 2019 | 160 pagina’s |  ISBN13 9789492183835 | Skandalon Uitgeverij B.V. | € 17,50 | ‘Humoristisch en polemisch verduidelijkt de Britse theoloog Theo Hobson de rol van geloof in de huidige samenleving. Dit boek bevat twintig van zijn allerbeste artikelen, een bespreking van zijn belangrijkste boeken door Rick Benjamins [auteur van Liberaal Christendom, PD], en een interview’. (Skandalon)
Hobson (1972) is een vooraanstaand Brits theoloog en trok brede aandacht met zijn boeken Reinventing Liberal Christianity (2013) en God Created Humanism (2017).

geertekerkvrijzinnigelezing

De Vrijzinnige Lezing | 15 maart 2019 | Geertekerk, Geertekerkhof 23, Utrecht | 20.00 uur| Inloop vanaf 19.30 uur | Voertaal: Engels | Kosten: € 10 – studenten, minima en leden/vrienden van de Geertekerk: € 5 | De organisatie De Vrijzinnige Lezing heeft als doel postmoderne theologie onder de aandacht te brengen bij het grote publiek. (foto Geertekerk: vrijzinnigen.nl)

Beeld: Leenman & Strandhagen Magazine – In 2007 voerde kunstenaar Vincent van Gerven een bijzonder werk uit. Een performance die bestond uit het dicht plamuren van de tekst van Artikel 1 van de Grondwet die gefreesd is in het Monument voor de Grondwet op de Hofplaats in Den Haag. Hierdoor werden de letters beter leesbaar dan ervoor. Vincent heeft het hele artikel kunnen dicht plamuren voordat hij werd ingerekend door politie Haaglanden.
Hoofdstuk 1. Grondrechten. Artikel 1: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan’.

‘Onze relatie tot God kan onbewust zijn’

Elk mens is, eventueel onbewust, op zoek naar God: mensen hebben altijd een intentionele betrekking tot God, al kan deze relatie onbewust of verdrongen zijn, zodat we het zelf niet weten. In De Onbewuste God stelt Victor Frankl dat ‘bij de hellenistische antieken er een altaar was toegewijd ‘aan de onbekende God’, en dat in de Psalmen gesproken wordt van de ‘verborgen God’. Wat nu met onze formulering ‘de onbewuste God’ bedoeld is, zo stelt Frankl, zou dan zijn: de verborgen betrekking van de mens tot de zijnerzijds verborgen God.’

Onze formulering ‘de onbewuste God’ wil dus niet zeggen, dat God op zich, voor zich, zich zelf – onbewust zou zijn:
veeleer wil zij zeggen dat God óns soms onbewust is, dat onze relátie tot Hem onbewust kan zijn, namelijk verdrongen en zodoende verborgen voor ons zelf.
(Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)


Het eigenlijke mens zijn vindt men dus pas daar, waar niet een Es de mens drijft,
maar waar een Ik beslist. 

(Uit: De Onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’) 


De ontwikkelaar van De Derde Weense School in Psychotherapie, Frankl, heeft het – in hoofdstuk 6: Onbewuste religiositeit – over het ónbewust geestelijke waarin de existentie-analyse trachtte door te dringen, en zo in het onbewuste het geestelijke leerde zien: bij het ‘Es’ als het driftmatig onbewuste voegde zich als nieuw gegeven het geestelijk onbewuste. Jung, zo stelt Frankl, verplaatste de onbewuste religiositeit naar het ‘Es’:

Es’ is religieus in mij, – maar niet ‘Ik’ ben dan gelovig; ‘Es’ drijft mij dan naar God, – maar ‘Ik’ kies dan niet voor God. (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

Voor Frankl is Jungs zienswijze niet correct, voor Frankl geldt de individuele relatie met God, waar ‘Ik’ wel voor kiest. Hij stelt dat de existentie-analyse in een derde ontwikkelingsfase binnen het onbewust geestelijke van de mens zoiets als een onbewuste religiositeit heeft ontdekt,

‘- in de zin van een onbewust betrokken zijn op God als een in de mens schijnbaar immanente, zij het nog zo vaak latent blijvende betrekking tot het transcendente.
Terwijl derhalve door de ontdekking van het onbewust geestelijke het (geestelijke) Ik achter het (onbewuste) Es zichtbaar werd, werd door de ontdekking van de onbewuste religiositeit nog achter het immanente Ik het transcendente Gij zichtbaar.
Was derhalve gebleken, dat het Ik ‘ook onbewust’ en het onbewuste ‘ook geestelijk’ is, zo bleek nu dit geestelijk onbewuste ‘ook transcendent’ te zijn.’ (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

De onbewuste gelovigheid van de mens, die zich op deze wijze onthult, aldus Frankl, zou – mede gezien in het begrip van zijn ‘transcendent onbewuste’ – beduiden, dat wij altijd reeds onbewust op God zijn ingesteld, dat wij altijd reeds een, zij het ook onbewuste, dan toch intentionele betrekking tot God hebben. En deze God noemt Frankl ‘de onbewuste God’.

Frankl ‘waarschuwt’ voor een aantal ontsporingen op dit gebied en stelt dat het onbewuste, dat mogelijk ‘ook geestelijk’ mag blijken, en mede onbewust religiositeit in zich bergt, ‘nooit en te nimmer daarom ook zelf met de nimbus [aureool, PD] van het goddelijke omgeven mag worden.

Want dat wij altijd reeds in een onbewuste betrekking tot God staan, wil nog helemaal niet zeggen, dat God ook ‘in ons’ is, dat Hij in ons woont, ons onbewuste vervult, – dit alles zouden thesen zijn van een dilettantistische theologie.’ (Uit: De Onbewuste God, hfdst. 6, 1948)

Humaniteitvandemenselijkevrijheid

Frankl (1905 – 1997), destijds hoogleraar neurologie en psychiatrie aan de universiteit van Wenen schreef De Onbewuste God – essay over Existentiële Analyse van het geestelijk onbewuste al in 1948. Het boek is in 2004 opnieuw uitgegeven als: Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie. De subtitel luidt: Zelfverantwoording in het Therapeutisch Proces.

De vertaling wordt nadrukkelijk een vertaling genoemd, omdat niet gestreefd zou zijn naar een wetenschappelijke vertaling en bewerking. Het zou zelfs ‘ge-ont-thelogiseerd’ zijn – en dat zou Frankl zelf ook gedaan hebben tot 1997. Daarvoor in de plaats, zo luidt de redactionele inleiding, is er ‘aansluiting gezocht bij de recente herontdekking van de spiritualiteit’. Als reden wordt het feit genoemd dat Frankl de eerste editie schreef in een van ‘Rooms-katholieke theologie’ doordrenkt Oostenrijk. Bewerker Pieter Hoekstra zegt in het voorwoord dat ‘gaandeweg de hertaling via een nagenoeg agnostische episode is overgegaan naar een nieuwe openheid’. (2004)


Van de psychoanalyse echter kan men beweren,
dat zij het menselijk zijn tot Es heeft gemaakt
en van het Ik ontdaan.

(Uit: De onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’)


Het exemplaar van De Onbewuste God dat ik opdook uit het magazijn van de Centrale Bibliotheek Utrecht, is een uitgave van uitgeverij ‘Helmond’, uit 1956. Als ik deze vertaling (van Der Unbewusste Gott, 1948 – door mevrouw Melotte-Athmer) leg naast die van Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie, 2004, valt op dat er geen sprake is van ‘ont-theologisering’. Het hoofdstuk Onbewuste religiositeit blijkt een vrijwel exacte kopie van de oorspronkelijke uitgave uit 1948. Van een ‘nieuwe openheid’ via een ‘nagenoeg agnostische episode’ lijkt geen sprake. Ook niet in de andere hoofdstukken.

derunbewustegott

De Onbewuste God blijft – net als de hertaling uit 2004 – de moeite waard om kennis van te nemen. In het voorwoord zegt prof. dr. Willem J. Maas (Eureka University, Wenen) dat Frankl de kracht van de menselijke geest reconstrueert, vanuit het bewuste waarnemen van, en antwoorden op, de vraag van de situatie.

Maar ook vanuit het onbewuste, waar de concrete existentiële zinmogelijkheid onmiddellijk verwijst naar de realiteit van het menselijk geestesleven. Achter ieder concreet gerealiseerde zinmogelijkheid staat de menselijke persoon, waarvan Frankl zegt: ‘In sofern der mensch Geist ist, existiert er als Person’. De individuele verwijzing naar het geestelijke verwijst niet alleen naar de essentie van het individuele persoonlijke, naar de mens- en wereldvisie achter waardig bestaan, maar ook boven zichzelf uit naar een transcendente, omvattende zin.’ (Uit: Humaniteit van de Menselijke Vrijheid – ‘Spiritualiteit en Verantwoordelijkheid in Psychotherapie, 2004)


Uit dit alles blijkt niet minder dat dat juist het ‘centrum’ van het menselijk zijn (de persoon)
in de ‘diepte’ (de dieptepersoon) onbewust is:
de geest is juist in zijn oorsprong onbewuste geest.

(Uit: De Onbewuste God, 1948, hfdst. 2, ‘Het geestelijk onbewuste’)


Bron: De Onbewuste God | Viktor E. Frankl | Uitgeverij ‘Helmond’, Helmond| 1956 | Vertaling: Mevr. Melotte – Athmer |Oorspronkelijke titel en uitgave: ‘Der unbewusste Gott’ | 1948

Beeld: Detail cover Der unbewusste Gott – Psychotherapie und Religion – december 1992
Update lay-out: 28122023

‘Religieuze leiders interessant voor goddelozen’

odes

Ze zijn ook interessanter dan politieke. Zelfs voor goddelozen. Auteur David Van Reybrouck vraagt of er ook nog wat visie mag zijn, in zijn Ode aan onze religieuze leiders. Als ‘correspondent Lof’ van de Correspondent, mist hij echt visionaire pleidooien bij de Europese Unie: ‘Het blijft wachten op een gedurfde visie die in deze turbulente tijden opkomt voor vreedzaam en duurzaam samenleven vandaag. Want dat is waar het nu om gaat.’ – De auteur wacht sinds 2016, en sindsdien heb ik nauwelijks visies vernomen. Zijn alle Europese leiders, zoals Mark Rutte (VVD), vies van visie?

Het continent waar twee eeuwen geleden de eerste universele verklaring van de mensenrechten werd opgesteld, stelt zich nu kennelijk al tevreden met ‘we lossen het wel op.’ Het werelddeel waar niet zo lang geleden na het grootste bloedbad uit de geschiedenis de grootste vredesoperatie ooit begon, de eenmaking van Europa, kijkt vandaag op wanneer iemand binnen dat eengemaakte Europa zich nog eens aan een ethische uitspraak waagt.’

Dat is waar het nu om gaat: vreedzaam en duurzaam samenleven, stelt de schrijver, en zegt uit te kijken naar de dag dat kinderen op school geweldloosheid, vreedzame conflictoplossing en seculiere ethiek leren. Van Reybrouck verwijst naar de dalai lama die het onderscheid tussen ethiek en religie vergelijkt met dat tussen water en thee.

Ethiek en innerlijke waarden zijn eerder als water. Zonder water kunnen we niet leven. De thee die we drinken bestaat grotendeels uit water, maar bevat ook nog andere ingrediënten: theeblaadjes, kruiden, misschien wat suiker en, in Tibet althans, ook een beetje zout. Ongeacht hoe de thee wordt bereid, zijn hoofdbestanddeel is water. We kunnen zonder thee leven, maar niet zonder water.’

odes

De auteur zegt de afgelopen jaren meer te hebben geleerd van de paus, de dalai lama, Desmond Tutu, Ismail Serageldin, Michael Lerner en Karen Armstrong, dan van welke Europese politicus ook. De schrijver van Odes (2018), die sinds begin 2015 regelmatig ‘iets, iemand of ergens’ bezingt bij de Correspondent – zoals een Ode aan het offline zijn – had het voorrecht een dag lang bij Karen Armstrong te gast te zijn. Ze zei toen:

De grote religieuze tradities van vandaag zijn allemaal begonnen in tijden van oorlog en politieke onrust. De gouden regel, dat je een ander niet mag aandoen wat je zelf niet wilt ondergaan, is in al die tradities afzonderlijk bedacht. Dat was niet omdat een hoop lieve mensen dat een prettig idee vonden, wel omdat enkele praktische geesten inzagen dat de mensen elkaar anders zouden kapotmaken.’

Van Reybrouck besluit deze Ode – uit een lange reeks die allemaal bij de Correspondent te vinden zijn, naast andere verhalen over religiemet de uitspraak dat we alle wijsheid nodig hebben die er is, want ‘op het moment dat we andermaal elkaar dreigen kapot te maken, of dat al volop aan het doen zijn, kan het geen kwaad opnieuw te luisteren naar wat de vertegenwoordigers van eeuwenoude tradities te zeggen hebben’.


David Van Reybrouck (1971) schrijft proza, poëzie, theater en non-fictie. Hij is de auteur van onder meer Congo, Een geschiedenis, De Plaag, Pleidooi voor Populisme, Tegen Verkiezingen. Zijn werk werd veelvuldig vertaald en bekroond. Voor Congo ontving hij de Prix Médicis in Frankrijk.


Zie: Ode aan onze religieuze leiders (de Correspondent)