Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (1)

In-de-Cloud-vtmgroep.nl

Pim van Lommel is na vele jaren van onderzoek tot de conclusie gekomen dat het bewustzijn een fundamentele rol speelt in het universum en de basis is van alles wat wij kunnen waarnemen en weten. Samen met het doorbreken van het taboe van de bijna-doodervaring (BDE), zowel in de wetenschappelijke als in de maatschappelijke wereld, is het eindeloze bewustzijn dé missie van Pim van Lommel geworden. Dat kan je concluderen uit het uitgebreide voorwoord in de jubileumuitgave (2017) van Eindeloos bewustzijn.

Ons brein maakt het ervaren van bewustzijn mogelijk, maar produceert het niet. Bewustzijn is volgens mijn vaste overtuiging niet op een bepaalde tijd en plaats te lokaliseren. Dit wordt non-lokaliteit genoemd, een begrip uit de kwantumfysica. Kwantumfysica kan bewustzijn uiteraard niet verklaren, maar het helpt om de non-lokaliteit van ons bewustzijn beter te kunnen begrijpen.’ (Pim van Lommel)

Van Lommel stelt dat het eindeloze, non-lokale bewustzijn overal aanwezig is in een niet aan tijd gebonden ruimte, waar verleden, heden en toekomst tegelijk aanwezig en toegankelijk zijn.

Dit eindeloze bewustzijn is continu om ons heen en in ons aanwezig. Het is er altijd, dus óók als er (tijdelijk) geen hersenfunctie meer is.’ (PvL)

De cardioloog vergelijkt het non-lokale bewustzijn met het internet, met de cloud. Overal aanwezig en te ontvangen, maar niet door onze computer geproduceerd. En ook al staat je televisie uit, dan betekent dat niet dat er geen programma ’s worden uitgezonden. Zijn conclusie: Zonder functionerende hersenen is het bewustzijn nog steeds alom aanwezig, in de cloud.

Een BDE betreft, aldus Van Lommel, altijd een ervaring van een verruimd en eindeloos bewustzijn tijdens ons leven en geeft een verrassend nieuw inzicht in leven en dood.

Echter het is géén wetenschappelijk bewijs voor ‘leven’ na de dood. Onze visie over de dood verandert echter bijna fundamenteel door de bijna ‘onvermijdelijke’ conclusie dat bij de fysieke dood het bewustzijn kan blijven voortbestaan in een andere dimensie, in een onzichtbare, immateriële wereld, waarin verleden, heden en toekomst besloten ligt.’ (PvL)

De grote uitdaging voor Van Lommel is dat er een vorm van (postmaterialistische) wetenschap komt die subjectieve ervaringen includeert. Bovendien: materie als zodanig bestaat eigenlijk niet:

Het [materie] bestaat op het kleinste niveau voor 99,99999 procent uit leegte, die slechts gevuld is met informatie en energie. Ik heb de stellige indruk dat wereldwijd de wetenschap, stapje voor stapje, steeds meer opschuift richting deze visie, en dat bewustzijnsonderzoek een steeds grotere rol speelt in de moderne wetenschap.’ (PvL)

Voor Van Lommel lijkt ‘bewustzijn onze wezenlijke essentie te zijn, en op het moment dat wij ons lichaam verlaten, deze fysieke wereld verlaten, bestaan wij uit zuiver bewustzijn, voorbij tijd en ruimte, en zijn wij opgenomen in pure, onvoorwaardelijke liefde.

(Wordt vervolgd. Deel 2: 12 augustus, deel 3: 19 augustus)

Op 31 augustus geeft Van Lommel een – voor iedereen toegankelijke – lezing bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht.

Foto: ‘In the cloud’ – VTMgroep

De roep om een vrije religiositeit

© Mystiek 8

‘Spiritualiteit is ‘in’, zegt Marc De Kesel in Zelfloos, de mystieke afgrond van het moderne zelf, waarin een aantal essays zijn te vinden over mystiek. Weg met religie, leve mystiek, luidt de titel van een van de essays. Of eigenlijk: leve spiritualiteit. De Kesel stelt bij monde van geestelijk begeleider Jean-Pierre de Caussadesj (1675 – 1751), dat ‘de naam mystiek vandaag slecht ligt bij de publieke opinie’. Dus waarom niet spreken over ‘spiritueel’, beter gekend, zachter en met hetzelfde effect’. In het essay schrijft De Kesel over het sociale succes van spiritualiteit.

Sociaal gezien lijkt spiritualiteit te slagen waar traditionele religies doorgaans falen. En waar religie zich inspant om spiritualiteit positief te omhelzen en in haar eigen praktijken te integreren, is het vaak de spiritualiteit die met de winst gaat strijken. Naderhand blijkt ze de achteruitgang van de betreffende religie alleen maar in de hand gewerkt te hebben. Zo levert zenmeditatie in katholieke kloosters vooral meer zen-aanhangers op.’

Voordat De Kesel beschrijft wat spiritualiteit is, vraagt hij zich eerst af wat er met het sociale is gebeurd dat het positief reageert op spiritualiteit, terwijl men religie en het religieuze als negatief is gaan zien.

Wat is er met het sociale aan de hand dat het voor traditionele religies zo moeilijk maakt om daarin hun plaats te vinden, terwijl spiritualiteit zich daarin spontaan thuis lijkt te voelen?’

In het essay werkt De Kesel de term ‘sociaal’ diep uit. Via het Latijnse ‘socius’ en ‘societas’ komt bij  ‘civis’ en ‘civitas’ en uiteindelijk bij Augustinus’ De civitate Dei. En veel later bij Thomas Hobbes’ De Cive.  De Kesel vertelt dat dat Ignatius van Loyola de kleine groep volgelingen van zijn mystieke weg een societas noemde: de sociëteit van Jezus. En vandaag de dag bij ‘maatschappij’, ‘maatschappelijk’ en ‘sociaal’. Spiritualiteit heeft alles met het sociale te maken. ‘Spiritualiteit’ vindt Van Kesel al terug in de eerste eeuwen van het christendom. Hij noemt hierbij mystici als Bernardus van Clerveaux  en Hildegard van Bingen. En ‘spirituele reuzen’ als Ruusbroec, Eckhart, Terese van Avila, Johannes van het Kruis.

Het Latijnse ‘spiritualitas’ verwees nog hoofdzakelijk naar ‘clerici’ of, algemener, naar de bovennatuurlijke orde, de orde tegengesteld aan de natuurlijke, aardse orde waarin leken vertoefden’.

Het woord ‘spiritualiteit’ maakte volgens De Kesel pas echt zijn opgang in Frankrijk, eind zestiende, begin zeventiende eeuw, toen alles wat met het ‘mystieke pad’ of ‘het innerlijk geestelijk leven’ te maken had, ‘spiritualité’ ging heten. Nadat De Kesel vervolgens onder meer stilstaat bij de ‘passies van de ziel’ bij Descartes, gaat hij dieper in op het woord spiritualité, en de vroegmoderne mystieke ervaring. Daarna komt hij uit bij ‘de lokroep van de moderne vrijheid’.

De lokroep van die vrijheid ligt aan de basis van de populariteit die de spiritualiteit ook vandaag geniet. Het is de roep om een vrije religiositeit, een religiositeit die de subjectieve vrijheid van de mens positief waardeert en op de plaats situeert waar voordien de metafysische God troonde. Zodoende verandert die laatste echter ook in een moderne God. Op die manier dat ze de metafysische pretentie van haar zoektocht opgeeft. In de plaats van de ontologische grond van onze vrijheid, wordt God de ultieme referentie in onze pretentie ons van elke grond vrij te weten.’

De Kesel noemt bijvoorbeeld de Franse activiste en filosoof Simone Weil: , niet haar ideeën over of engagement in samenleving en politiek maken haar fundamenteel sociaal, maar haar spiritualiteit:’

Daar treft ze de open ruimte die wordt gedeeld én door haar ‘innerlijke ervaring’ als mystica én door de ervaring van de grond van de moderne socialiteit: vrijheid.’

Bron: Zelfloos – De mystieke afgrond van het moderne ik. Hoofdstuk 3: Weg met religie, leve mystiek.

Beeld: © Mystiek 8 (iks-foto.nl)

‘Vrede slechts bereikbaar via het multiculturalisme’

RumiPainting-masnavi.nl

UITGELICHT – In Waarom de islamitische mysticus Rumi nog steeds relevant is, vertelt islamoloog Emrullah Erdem over een van de grootste mystieke dichters van de islam. Rumi’s boodschap van vrede en tolerantie sprak in zijn tijd mannen en vrouwen van allerlei groeperingen en geloofsrichtingen aan. En ook in onze tijd vinden de teksten van Roemi weerklank in de harten van veel mensen.

“Ik ben geen Christen, geen Jood, geen Moslim. Ik ben niet het Oosten, noch het Westen. Ik heb de dualiteit achter me gelaten, de twee werelden gezien als Éen. Het is het één dat ik zoek, één dat ik ken, één dat ik zie, één dat ik roep.”
(Rumi)


‘Het morele oordeel van gelovigen over of je van het ware geloof bent, heeft me altijd zwaar op de maag gelegen. Bij christenen, maar ook bij moslims. De moslims pretenderen, net als Nederlanders, verdraagzaam te zijn, maar in de praktijk zijn ze vaak teleurstellend intolerant.
Daarom trof Rumi’s oproep me zo: ‘Kom, kom, wie je ook bent, kom weer. Heiden, afgodendienaar, vuuraanbidder, wie of wat je ook bent, kom! Onze plaats is geen plaats van wanhoop. Al heb je honderd keer je eed van berouw verbroken, kom!’ Er ging een deur voor me open.’
(Abdulwahid van Bommel, in Trouw)


Hoop, vernieuwing en verzoening
Het poëtische werk van Djalaal-ad-Dien Rumi (1207-1273), zegt Erdem, leert ons dat de zogenaamde ‘botsing tussen de beschavingen’ zeker niet onvermijdelijk is.

‘Wie zijn gedichten leest, krijgt het inzicht in hoe we – ondanks onze verschillen – kunnen komen tot hoop, vernieuwing en verzoening, in plaats van wanhoop, angst en vijandigheid. Roemi nodigt ons uit om ons voortdurend te herinneren dat we één zijn. Wij komen allen van God en tot God zullen wij terugkeren.’ (Erdem)

‘Kom, kom, wie je ook bent’
Erdem leest dat in Rumi’s gedichten, onder meer ook in het gedicht waardoor voor Van Bommel een deur openging. De verschillende vertalingen zijn soms net even anders, maar de essentie blijft. Van Bommel vertaalde destijds rond ruim 25.000 versregels van Rumi, door Trouw een ‘goudmijn van metaforen’ genoemd.


‘Kom, kom, wie je ook bent,
of je een zwerver bent, een gelovige, of graag op reis gaat,
onze karavaan is geen karavaan van wanhoop.
Kom, zelfs als je je beloften duizend maal hebt verbroken.
Kom, kom, kom toch weer.’
– Rumi


Spiritueel bevrijdingstheoloog
Echte vrede kan volgens Rumi – door Trouw eens ‘als spirituele sauna’ genoemd – slechts bereikt worden, vat Erdem samen, door degenen die de diversiteit van het multiculturalisme beleven, die nederig en zuiver van hart zijn en zich openstellen voor de goddelijke zingeving en inspiratie.


‘Je kunt het boek [Masnawi] zien als een exegese van de Koran. Rumi heeft zich veel vrijheid veroorloofd in het denken over de verhouding tussen God, mens en de wereld. Daarmee heeft hij de orthodoxie flink in de kuif gepikt.
Hij was in zijn tijd een spiritueel bevrijdingstheoloog. Niet voor niets staan er in de Masnawi zoveel anekdotes over bevrijding, zoals een prachtige fabel over hoe een papegaai uit zijn kooi ontsnapt. Rumi wilde het onzegbare zeggen, en voor mij is dat gelukt.’
(Van Bommel in Trouw)


Mysticus
Islamoloog Erdem vindt de islamitische mysticus Rumi nog steeds relevant omdat de grensoverstijgende, mystieke poëzie van de leermeester en dichter in een smeltkroes van culturele en religieuze achtergronden ontstond. In een stad die wel wat lijkt op onze wereld.


‘Ik ben geen Christen, geen Jood, geen Moslim.
Ik ben niet het Oosten, noch het Westen.
Ik heb de dualiteit achter me gelaten, de twee werelden gezien als Éen.
Het is het één dat ik zoek, één dat ik ken, één dat ik zie, één dat ik roep.’
– Rumi


Eén en dezelfde liefdevolle blik
Rumi wist een sfeer te creëren van dialoog, medeleven en begrip, stelt de islamoloog en geestelijk verzorger.

‘Als leermeester en mysticus pleitte Rumi voor tolerantie, rationaliteit, goedheid en naastenliefde, alsook voor het aanzien van moslims, joden, christenen en andere gelovigen met één en dezelfde liefdevolle blik.’ (Erdem)

Goethe en Rumi
Ondanks het feit dat de vrome moslim Rumi tijdens zijn leven geliefd was bij de christenen in zijn directe omgeving, leerde het westen hem pas eeuwen later kennen.

‘Deels is dat te danken aan de beroemde Duitse dichter Goethe, die enkele werken van Roemi leerde kennen en erdoor beïnvloed werd. Hierdoor is Rumi’s denken indirect van invloed geweest op het religieuze, culturele en politieke leven in Europa en later in de Verenigde Staten.
Nog altijd legt Rumi een spirituele band tussen Oost en West. Hij zou de laatste jaren zelfs de meest gelezen dichter in de Verenigde Staten zijn, wat het grote potentieel van deze mysticus aangeeft voor culturele ontmoetingen.’
(Erdem)

Bronnen o.a.:
Waarom de islamitische mysticus Rumi nog steeds relevant is (Igniswebmagazine)
Rumi is als een spirituele sauna (Trouw)
Rumi vandaag

Beeld: Schilderij Roemi (La Vallisa)
Eerder geplaatst: 2019 – Update 13 02 2024 (Lay-out) / juni 2026 (lay-out)