‘God keert terug dankzij de quantummechanica’

Volgens Maarten van Buuren keert God terug dankzij de quantummechanica als alomvattende kiemkracht in de Natuur. Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens hem worden herzien. Over zijn boek Quantum, de oerknal en God dat 2 februari 2021 verschijnt, interviewden Hans Rutten en Jacques Poot, van Academie op Kreta, de auteur. ‘Er gaapt een kloof tussen onze waarneming en de dynamiek waar alles uit voortkomt. Over die grens en over de oorsprong van de dingen gaat het in Quantum, de oerknal en God.

‘De goddelijk oorsprong en beschutting van een kosmos is al te lang afgeschilderd als een door God verlaten en langzaam uitdovend heelal’
(Maarten van Buuren)

God is Natuur
‘God is Natuur’ stelde Baruch de Spinoza in de 17e eeuw. Met de opkomst van de moderne natuurkunde in de 18e en 19e eeuw raakte de natuur haar goddelijke status kwijt. Wetenschappers dachten dat alles meetbaar was en het leek een kwestie van tijd voordat de mens de natuur geheel en al zou hebben doorgrond.

‘Aan dit optimisme kwam een abrupt einde toen de jonge Duitse natuurkundige Werner Heisenberg in 1925 ontdekte dat het gedrag van elementaire deeltjes per definitie onbepaalbaar is. Heisenberg legde de grondslag voor de quantumfysica. Hij ontketende een wetenschappelijke revolutie die het moderne wereldbeeld op zijn kop zette. In Quantum, de oerknal en God onderneemt Maarten van Buuren een filosofische verkenning van de consequenties van deze revolutie.

Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien. Aan afkoeling en verval gaat een dynamische impuls vooraf waaruit alle dingen ontstaan en die de energie levert voor alles wat groeit en bloeit. ‘Vormkracht’ is de motor van het universum. Daarmee keert God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terug.’
(Maarten van Buuren)


Coverfoto Van melkweggrenzen tot kwantumverstrengeling (Bruno del Medico)

‘Natuurprocessen herzien’
‘Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien.’ Dit klinkt voor Rutten en Poot als een geniaal inzicht, goed voor een Nobelprijs. ‘Is dit een omwenteling in denken die door anderen bekritiseerd wordt, of zal worden,’ vragen zij Van Buuren. Zijn antwoord luidt dat de herziening van wat bekend staat als de tweede wet van de thermodynamica (de wet van de entropie) eigenlijk een onontkoombare consequentie was van zijn langdurig kauwen op de ontdekkingen van Max Planck, Niels Bohr en Werner Heisenberg.

‘Aan natuurkundigen die ik mijn boek heb voorgelegd (bijvoorbeeld hoogleraar quantumfysica Dennis Dieks,) accepteren mijn ‘vormkracht’ in principe niet, maar ze kunnen me niet uitleggen waarom ze dat niet doen en geven me ook geen argumenten die zouden weerleggen wat mijns inziens onweerlegbaar is, namelijk dat als je uitgaat van de wet dat alle natuurkundige processen berusten op entropie (afkoeling en ontbinding), dit een complementair principe veronderstelt dat verklaart waarom lichamen (in de ruimste zin van het woord) überhaupt tot ontstaan, groei en bloei hebben kunnen komen.

‘Rijzen, blinken en verzinken’ zei mijn grootmoeder. Als je benadrukt dat alle natuurkundige processen bepaald worden door ‘verzinken’, vergeet je dat aan dit ‘verzinken’ een ‘rijzen’ en ‘blinken’ vooraf moet gaan, en zelfs dat dit ‘rijzen’ en ‘blinken’ het primaire proces is ten opzichte waarvan de entropie (het ‘verzinken’) de secundaire keerzijde is.

(Maarten van Buuren)


dynamische kern, de kiemkracht, de ontembare levensenergie…’

‘Doemdenken behoeft correctie’
‘Vormkracht’ is de motor van het universum, waarmee God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terugkeert, stelt Van Buuren. Voor Rutten en Poot klinkt dit in een tijd van doemdenken als een blijde boodschap: ‘Het wordt niet allemaal ‘minder’. Het wordt steeds mooier en beter. Dit is een indrukwekkende ommekeer in het denken. Althans voor ons.’ Zij vragen of Van Buuren het zelf ook als een ‘onverwachte hoop op een betere toekomst’ ziet.

‘Je toont me consequenties waarvan ik me nauwelijks bewust was. Maar je hebt gelijk. Eén van de blij-makende effecten van het schrijven van dit boek was dat de standaardtheorie over het wezen van natuurkundige processen, over de evolutie van het heelal en dus over de toekomst van het universum in het algemeen en van de aarde in het bijzonder zich aftekent als een vorm van doemdenken die hoognodig correctie behoeft.

Ik kan niet zeggen dat ik iemand ben van ‘de blijde boodschap’, maar het verzet dat ik moest aantekenen tegen de klakkeloos aanvaarde theorie van de entropie maakt dat ik de dynamische kern, de kiemkracht, de ontembare levensenergie, kortom de goddelijk oorsprong en beschutting moet benadrukken van een kosmos die al te lang is afgeschilderd als een door God verlaten en langzaam uitdovend heelal.’
(Maarten van Buuren)

Zie: Cursussen filosofie op Kreta in 2021 en 2022

Beeld: Klimaatverandering vanuit de samenhang (Appeltern)
Beeld: Coverfoto Van melkweggrenzen tot kwantumverstrengeling (Bruno del Medico)
Beeld: ‘…dynamische kern…’ (Appeltern)

Quantum, de oerknal en God | Filosofische perspectieven van de quantummechanica | ISBN: 9789047712084 | Lemniscaat | Uitvoering: Paperback | Prijs: € 19,99
‘Maarten van Buuren is hoogleraar Franse literatuur aan de Universiteit Utrecht en vertaler. In 2008 verscheen zijn bestseller Kikker gaat fietsen!, een verslag van zijn worsteling met depressies. Daarna schreef hij in 2012 De afrekening, een kritische beschouwing over het gewapend verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Samen met Joep Dohmen publiceerde hij twee boeken, De prijs van de vrijheid (2011) en Van oude en nieuwe deugden (2013).
In Spinoza – vijf wegen naar de vrijheid (2016) werpt van Buuren een verhelderend licht op Spinoza’s moeilijk doordringbare filosofie, en met Spinoza – Ethica (2017) maakt hij een vertaling die het Latijnse origineel dichter dan ooit benadert en tevens een nieuw en verhelderend licht werpt op de sleutelbegrippen van Spinoza’s denken.’ (Akademie op Kreta)

Update 04012025 / september 2025 (Lay-out, links, foto’s)

Carl G. Jung en de confrontatie met het onbewuste

Boekrecensie: Het Rode Boek, C. G. Jung –  Liber Novus is het levenswerk van Jung en dit zag als Het Rode Boek in september 2019 het licht. Daar de kleur van de leren omslag van het oorspronkelijke Liber Novus rood is, kreeg het al gauw deze naam. Het werk telt 581 bladzijden en is door de uitgever verrijkt met het inleidende en uitgebreide hoofdstuk Liber Novus, door Jung-expert Sonu Shamdasani. Dat geeft een indrukwekkende kijk op het leven en werk van Jung en biedt een welkome achtergrond bij het lezen. De ontwikkeling van Jung wordt er boeiend in beschreven. Het Rode Boek zelf bestaat uit drie delen, drie boeken, en daarvan geef ik een korte indruk om enigszins een beeld te krijgen van de inhoud.

‘Liber Novus moet je langzaam lezen en herlezen om alles tot je door te laten dringen. Denk ook aan de kluizenaar die Jung uitlegt dat je dan steeds wat nieuws ontdekt en het nieuwe gedachten oplevert’

Mooi van taal
D
e betekenis en bedoeling van Jungs teksten zijn niet altijd direct duidelijk. Soms moeten ze bezinken en overdacht worden. Ze zijn mooi van taal, waarvoor een compliment voor de vertaler, Hans Huisman, hier op zijn plaats is. In de noten geeft hij duidelijk uitleg en legt verantwoording af voor zijn vertaling.
Het enorme aantal noten in Het Rode Boek (1027!) is een indrukwekkend boek op zich. Behalve de vele verwijzingen naar aanvullende literatuur en verhelderingen bij de tekst krijg je extra inzicht in de wereld waarin Jung zich verdiept, zoals onder meer de vele filosofen die hij leest; over kunst; psychologie; zijn mandala’s; briefwisselingen met Freud; de Gnosis; Boeddha; Thomas a Kempis; verwijzingen naar teksten uit de Bijbel en seminars die hij volgt.

Dromen, visoenen en fantasieën
I
n het Eerste Boek, Liber Primus: De weg van wat komen moet, doet Jung ervaringen op via talrijke dromen, visioenen en fantasieën. Hij denkt onder meer na over de essentie van God, en beschrijft ook hoe hij zijn eigen ‘goddelijke waanzin’ te boven komt. Jung beschrijft zijn ‘ondraaglijk innerlijke dwang’ om in contact te komen met zijn ziel, met wie hij lange gesprekken voert. Zijn ziel leidt hem vele dagen rond in de woestijn van zijn eigen Zelf.
Mooi vind ik vooral het onderscheid dat hij beschrijft tussen de ‘Geest van het hier en nu’ en de ‘Geest van de diepten’, met wie hij ook in gesprek gaat. Dit thema komt in het Tweede Boek terug. De Geest van het hier en nu gaat uit van nut en waarde, en de Geest van de diepten voert naar het domein van de ziel. De Inleiding Liber Novus meldt dat de opgave van Jung is beide geesten met elkaar te verzoenen. Dit zou uiteindelijk het hoofdmotief vormen van zijn daaropvolgende wetenschappelijke werk.

Poëtisch beschreven avonturen
L
iber Secundus is het Tweede Boek: De voorstellingen van hen die dwalen. Hierin beschrijft Jung onder meer negen avonturen in veelal mooie, poëtische zinnen. De vertellingen met verschillende fantasiefiguren staan voor de inhouden van het collectief onbewuste. Jung wil die integreren in het bewustzijn.
Hij ontmoet bijvoorbeeld De Rode. Is dat de duivel, vraagt Jung zich af. Het gaat dan over de Hel die voor iedereen anders uitwerkt: ‘al het weerzinwekkende en walgende is jouw eigenste Hel’.
In een sprookjesachtige vertelling over een ontmoeting in een kasteel, heeft hij een gesprek met een tenger, doodsbleek meisje. Maar Jung ziet haar schoonheid, haar gezicht straalt, in haar ziet hij de schoonheid van de ziel.
Op een nacht ontmoet Jung een landloper die over zijn leven vertelt en die nacht overlijdt. Jung ziet ‘de hand des doods’ op hem liggen. Hij denkt hierover na en vindt dat de dood het verschrikkelijke van het leven onthult. De overleden man is naar de maan vertrokken, ‘de verzamelplaats van vertrokken zielen’. Een mooie gedachte vind ik de opmerking van Jung dat ‘uiterlijk sterven’ beter is dan de innerlijke dood. Daarom zoekt hij de plek van het innerlijk leven.
De kluizenaar die Jung vervolgens ontmoet staat symbool voor ‘het alleen zijn en het innerlijk leven’. Hij wil zichzelf vinden, maar volgens Jung nog meer ‘de veelvoudige betekenis van Het Heilige Boek’. De man leest de Evangeliën steeds opnieuw en legt uit dat sommige zaken zich als nieuw voordoen en hem zelfs op nieuwe gedachten kunnen brengen.


Fantasie weegt niets
Veel mooie vertellingen volgen, waarin Jung meer ontmoetingen heeft, zoals met ‘de meest strenge vorst van de lege wereldruimte’, de ‘koude stilte van het steen’: de Dood. Hierin filosofeert Jung over leven en dood ‘die in ons een balans moeten vinden’.
Ook ontmoet hij Izdubar, de stier-mens, met wie hij filosofeert over sterven, waarheid en wetenschap. Jung dwaalt een aantal dagen met hem door het land. Maar Izdubar is enigszins verlamd en heeft hulp nodig. Jung wil hem dragen en doordat hij Izdubar als een fantasie ziet, is de stier-mens zo licht als een veertje, want een fantasie weegt niets. En zo gaan zij samen op zoek naar hulp.

Pleroma

In het Derde Boek, Liber Tertius: Nader Onderzoek, gaat Jung zelfkritisch in gesprek met zijn ‘broeder Ik’, en daarmee doelt hij op het ego met al zijn egoïstische eigenschappen. De stem van zijn ziel laat zich ook weer horen. Deze openingsparagraaf is voor Jung de ontmoeting met de schaduw, waarover hij zegt dat als je ‘in staat bent je eigen schaduw te zien en de kennis inzake de schaduw te verdragen’ (…) dat je dan tenminste het persoonlijk onbewuste aan de oppervlakte hebt gebracht.  
Een groot gedeelte van Liber Tertius gaat over het Pleroma (‘Volheid’) en daarmee brengt Jung, mede door de introductie van magiër Philemon – in een negental preken van de magiër tot de doden – de lezer naar de wereld van de Gnosis.

Tot slot
L
iber Novus moet je eigenlijk langzaam lezen en herlezen om alles tot je door te laten dringen. Denk ook aan de kluizenaar die Jung uitlegt dat je dan steeds wat nieuws ontdekt en het nieuwe gedachten oplevert. Dit boek, samen met anderen lezen en bespreken, of/en er workshops en lezingen over volgen, zal het inzicht en verdieping ervan zeker versterken.   

Het Rode Boek | Carl Gustav Jung | Derde druk mei 2020 | Hardcover | Uitgeverij Van Warven | september 2019 | 581 pagina’s | € 38,50

Beeld: Carl G. Jung (verkenjegeest.com)
(Eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 09 12 2024: Lay-out)

‘Dit is het tijdperk van de tirannie van het NU’

‘Wij hebben allemaal een ‘marshallowbrein’, oftewel een brein dat gefixeerd kan zijn op kortetermijnverlangens en -beloningen. Maar we hebben ook een ‘eikelbrein’, dat ons in staat stelt ons een beeld te vormen van een verre toekomst en naar langetermijndoelen toe te werken.’ De wisselwerking tussen deze twee tijdzones in ons hoofd verklaart voor een groot deel waarom we anders zijn dan de andere levende schepsels, zegt Roman Krznaric in zijn essay De vooruitkijkende Samaritaan in De Groene Amsterdammer. Hierover schrijft de filosoof en cultuurhistoricus ook in zijn nieuwe boek De goede voorouder. ‘Langetermijndenken voor een kortetermijnwereld’.

Onze cultuur van onmiddellijke bevrediging maakt dat we ons te buiten gaan aan fastfood, snelvuurberichten en de ‘Nu kopen’-knop. ‘De grote ironie van onze tijd’, schrijft antropologe Mary Catherine Bateson, ‘is dat we langer leven maar korter denken.’ Dit is het tijdperk van de tirannie van het nu.’
(Krznaric)

Het eikelbrein figureert bijna letterlijk in Jean Giono’s De man die bomen plantte, het verhaal van een herder die elke dag tijdens het hoeden van zijn schapen eikeltjes in de grond stopt en zo na enkele decennia een enorm eikenbos heeft aangelegd. Naar dit verhaal verwijst Krznaric in De goede voorouder en volgens hem oefent dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons uit. Niettemin, en ondanks dat we wel degelijk in staat zijn tot langetermijndenken, legt de samenleving constant de nadruk op ons inherente kortetermijndenken.

Overheden zetten liever meer criminelen achter de tralies dan dat ze de onderliggende sociaal-economische oorzaken van de criminaliteit aanpakken. Of gaan door met het subsidiëren van de kolenindustrie in plaats van de overgang naar duurzame energiebronnen te ondersteunen. Of kiezen bij een bankencrisis eerder voor een forse geldinjectie dan voor een structurele hervorming van het financiële stelsel. Of laten na te investeren in preventieve gezondheidszorg, het bestrijden van kinderarmoede en het bevorderen van sociale woningbouw. En ga zo maar door.’
(Krznaric)

Volgens Krznaric gaan de grote problemen van onze tijd allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Er bestaat een volgens de filosoof een reële kans dat de mensheid pas ontwaakt uit haar kortetermijnslaap als ze getroffen wordt door een kolossale ramp, en tegen die tijd is het misschien al te laat om onze koers nog te verleggen en niet, zoals de Romeinen en de Maya’s, recht op onze vernietiging af te stevenen.

Geen enkele groep kan in zijn eentje een langetermijnrevolutie van de menselijke geest bewerkstelligen. Maar in goede onderlinge samenwerking – en indien beoefend door een kritieke massa mensen en organisaties – zou uit hun synergie een nieuw tijdperk van langetermijndenken kunnen ontstaan.‘
(Krznaric)

In plaats van te denken in termen van seconden, dagen en maanden, zou volgens de filosoof onze tijdshorizon decennia, eeuwen en millennia moeten omvatten. Alleen dan zouden we de toekomstige generaties echt kunnen respecteren en eren.

Politici kunnen amper verder kijken dan de volgende verkiezing of de laatste opiniepeiling of tweet. Bedrijven zijn slaven van het volgende kwartaalverslag en de voortdurende druk om de waarde van het aandeel op te krikken. Markten pieken en storten in elkaar wanneer de door supersnelle algoritmen gedreven speculatieve bubbels barsten. Landen schuiven aan bij internationale onderhandelingen en ruziën over kortetermijnbelangen terwijl de planeet in brand staat en bedreigde planten en dieren uitsterven.’
(Krznaric)

Dit is niet het slotstuk van het verhaal van de mensheid, stelt Krznaric. Volgens de filosoof zijn we veeleer aanbeland bij een potentieel keerpunt in de geschiedenis, waar verschillende krachten zich beginnen te verenigen tot een wereldwijde beweging die ons wil verlossen van onze verslaving aan de onvoltooid tegenwoordige tijd en een nieuw tijdperk van langetermijndenken wil smeden.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden.’
(Uit: De goede voorouder)

Bronnen:
* De vooruitkijkende Samaritaan (De Groene Amsterdammer)
* De goede voorouder | Roman Krznaric | Paperback | € 22,99 | Uitgeverij ten Have | ‘Als je zijn boek leest, zullen de kinderen van jouw kinderen je daar dankbaar voor zijn.’ (The Edge, U2)

Beeld: Markus SpiskeMeisjes houden een bord vast bij protest in Neurenberg, 9/20/2019. (nl.civocracy.com)