Nabij-de-doodverhalen blijven fascineren

Morgen verschijnt Daarna, de vertaling van After, dat twee weken eerder verscheen, geschreven door psychiater dr. Bruce Greyson, over wat nabij-de-doodervaringen onthullen over het leven en ons bewustzijn. De betere Belgische titel luidt: Hierna. De Britse nieuws- en mediawebsite The Guardian schreef er 7 maart jl. over in het artikel What do near-death experiences mean, and why do they fascinate us? Over wat er gebeurt als we sterven, en hoe we moeten kiezen om te leven. ‘Zijn dit de laatste momenten van bewustzijn? Of de beginmomenten van het hiernamaals?’

Hij kon ‘horen en zien als nooit tevoren’, herinnerde hij zich later. En ondanks dat hij onder water vastzat, voelde hij zich kalm en op zijn gemak. Hij herinnerde zich dat hij dacht dat zijn zintuigen vóór dit moment op de een of andere manier afgestompt moesten zijn, want pas nu kon hij de wereld volledig begrijpen, misschien zelfs de ware betekenis van het universum.‘

Het lijkt Greyson zeer waarschijnlijk dat de geest op de een of andere manier gescheiden is van de hersenen, en als dat waar is, kan hij misschien functioneren als de hersenen afsterven. 

Dan voegt hij eraan toe: ‘Maar als de geest er niet in de hersenen is, waar is die dan wel? En wat is het?’

Greyson is nu 74, aldus The Guardian. In de loop der jaren heeft hij honderden nabij-de-doodervaringen verzameld van mensen die, op de hoogte van zijn onderzoek, hun verhalen vrijwillig hebben aangeboden. In de jaren tachtig ontwikkelde hij een enquête, de Greyson Scale, om NDE-onderzoek te formaliseren. Die is in meer dan 20 talen vertaald en nog steeds in gebruik. Greyson presenteert zijn onderzoek in een nieuw boek, After

Wetenschap is van nature altijd werk in uitvoering. Ongedacht hoe goed gefundeerd we denken dat ons wereldbeeld is, we moeten bereid zijn om het opnieuw onder het licht te houden als er door nieuw bewijs twijfels ontstaan. Een van de vruchten van die open houding is waardering voor zaken die we niet kunnen verklaren. Het onderzoeken van dingen die bij onze vooropgezette ideeën passen, helpt ons om de finesses beter te begrijpen. Maar onderzoek naar dingen die niet bij onze vooropgezette ideeën passen, leidt vaak tot doorbraken in de wetenschap.’
(Uit: Daarna)

In The Guardian zegt de psychiater opgegroeid te zijn zonder enige spirituele achtergrond en nog steeds niet zeker weet of hij begrijpt wat ‘spiritueel’ precies wil zeggen. Nu is hij is ervan overtuigd, na 40, 50 jaar als psychiater te hebben gewerkt, dat er meer in het leven is dan alleen ons fysieke lichaam. 

Ik erken dat er een niet-fysiek deel van ons is. Is dat geestelijk? Ik weet het niet zeker. Spiritualiteit houdt meestal een zoektocht in naar iets groters dan jezelf, naar betekenis en doel in het universum. Nou, dat heb ik zeker.’

In Het geheim van Elysion is ook een artikel opgenomen van Greyson: Met de dood in de ogen. Hierin schrijft de psychiater over NDE’s, psychologische en emotionele stoornissen. Hierin vertelt hij onder meer dat hij het verrassend vond dat van degenen die bijna waren te komen overlijden en die een NDE hadden gehad, minder psychisch leed vermeldden dan zij die geen NDE hadden gehad.

Met andere woorden, het bewijsmateriaal duidt erop dat een NDE in feite enige bescherming biedt tegen psychisch lijden, nadat iemand de dood in de ogen heeft gekeken.’
(Uit: Het geheim van Elysion, blz. 152)

Zie: What do near-death experiences mean, and why do they fascinate us? (The Guardian, 7 maart 2021)

After
| Bruce Greyson | Uitgever: Transworld Publishers Ltd | ISBN 9781787634626 | 11 maart 2021 | 272 pagina’s | Hardcover € 16,99 

Daarna | Bruce Greyson | Spectrum | 304 pagina’s | Paperback € 20,99 |
‘Als arts zonder religieuze overtuiging benadert hij nabij-de-doodervaringen vanuit een wetenschappelijk perspectief. Greyson laat zien aan de hand van verhalen van zijn patiënten hoe wetenschappelijke onthullingen over het sterfproces een alternatieve theorie kunnen ondersteunen. Sterven zou de drempel kunnen zijn tussen de ene vorm van bewustzijn en de andere – geen einde maar een overgang.’ (Cover)

Hierna | Bruce Greyson | Unieboek / Het Spectrum | 288 pagina ‘s | € 20,99

Het geheim van Elysion | Uitgeverij Van Warven | Redactie: Rudolf H. Smit / Rinus van Warven | 3 september 2020 | ISBN 978 94 93175 44 0 | NUR 728 | € 32,50

Pleidooi voor het opnieuw omhoog kijken

Filosoof Ignaas Devisch zegt dat we verleerd zijn omhoog te kijken. Zijn nieuwste boek Vuur kan je volgens hem lezen als een pleidooi om dat opnieuw te doen. ‘Niet om opnieuw de oude goden een plaats te geven, wel omwille van het besef dat de natuur niet ophoudt bij de grenzen van onze planeet. Ook daarbuiten valt iets te halen en die materie bepaalt ons bestaan. De vuurbol die boven ons hangt, is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Alles wat leven is op deze planeet, hebben we aan dat vuur te danken.’ In Knack van 6 januari is een boeiend interview te vinden door Jeroen de Preter met professor Ignaas Devisch (Ethiek, Filosofie en Medische Filosofie) van de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool.

Ik denk dat we hier iets kunnen leren van de oude culturen. In hun mythes en verhalen spelen straffende goden een centrale rol. Wij hebben die goden doodverklaard. In plaats van de hoop op verlossing kwamen de verlichting en ons verlangen naar individuele vrijheid. Die demythologisering en onttovering waren uiteraard bijzonder waardevolle ontwikkelingen, maar daardoor zijn we wel uit het oog verloren dat er elementen zijn die ons overstijgen en waar we fundamenteel afhankelijk van zijn.’
(Knack)

De zon is volgens Devisch onze grootste voedingsbodem en de vraag van de filosoof is hoe we de zon weer een centrale plaats geven in ons denken. En ook waarom we er niet beter in geslaagd zijn om het overschot aan energie dat de zon elke dag afgeeft te gebruiken.

In oude tijden was vuur een bron van vrees en fascinatie. Er werden talloze mythen en verhalen verteld en geschreven waarin het vuur was toebedeeld aan God of de goden. Zo bleek vuur een krachtig instrument. Toen de moderne mens, geholpen door wetenschap en techniek, het vuur eenmaal had getemd, leken alle problemen verholpen: de controle over vuur en verbranding zorgde voor vrijheid en vooruitgang. Waar hadden we ons nog zorgen om te maken? Die achteloosheid krijgen we nu als een boemerang in ons gezicht terug: het massale gebruik van fossiele brandstoffen is ziekmakend voor mens én milieu.’
(Knack)

IVuur ontwikkelt Ignaas Devisch, geïnspireerd door denkers als Peter Sloterdijk en Bruno Latour, een nieuw idee over de plaats van vuur in onze wereld. Als we onze levensstandaard willen behouden, kunnen we niet zonder een nieuwe bron die onze vrijheid en welvaart in stand houdt zonder de wereld en onszelf te vernietigen. De grootste vuurbol uit ons sterrenstelsel – de zon – heeft dit potentieel.

Agni, de god van het vuur (bij de hindoes, pd) die zorgt voor licht, warmte en via het vuur in offerrituelen voor de verbinding tussen de mensen en de goden, wordt vereerd. Het vuur is immers het (enige) medium dat ons in staat stelt het leven op aarde te ontstijgen of boodschappen te sturen naar de goden. Daarom worden de doden gecremeerd: zodat Agni de lichaamsdelen kan vervoeren naar het hiernamaals om daar een nieuw lichaam te maken.’
(Uit: Vuur)

Kunnen we leren het heliocentrisme werkelijk te omarmen, is de vraag die Devisch stelt.

Onze beschaving is ondenkbaar zonder vuur. De technische beheersing ervan bracht ons welvaart, vooruitgang en vrijheid. Tegelijk stellen enkele eeuwen van onbezonnen verbranding ons vandaag voor een gigantisch probleem. Wat als de fossiele grondstoffen straks uitgeput zijn? Kunnen we onze welvaart en vrijheid bewaren zonder deze planeet te oververhitten?’
(Knack)

In zijn boek Vuur probeert Devisch aan te tonen dat we, sinds de Verlichting, veel te weinig oog hebben gehad voor de schaduwzijde van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang.

Zijn wij, zoals we sinds Descartes geloven, heer en meester over de natuur? Ik denk het niet en we moeten beter leren samenwerken met de natuur. Ook op dat vlak denk ik dat we veel kunnen leren van de oude culturen. Uit oude mythes spreekt een veel groter bewustzijn van zowel de voordelen als de destructieve risico’s van het vuur. Ze kunnen het besef bijbrengen dat elke stap vooruit ook een keerzijde of een reactie met zich meebrengt, en ons op die manier helpen bij onze herpositionering ten opzichte van technologie en wetenschap.’
(Knack)

Bronnen:
* Vuur | Ignaas Devisch | De Bezige Bij | € 23,99 | E-book: € 11,99 | Verschijnt 14 januari 2021 | Devisch publiceerde onder meer Het empathisch teveel (2017 en Zijn er nog vragen (2020), een filosofieboek voor kinderen.

* ‘Wij zijn het verleerd om naar boven te kijken’ (Knack)

Foto: PD (Bornia 09 01 2021)

De wijsheid van Mohamed El Bachiri

Moslim Mohamed El Bachiri brengt een boodschap van liefde en medemenselijkheid, niet op de laatste plaats als reactie op islamitische terroristen en hun destructieve en manicheïstische visie. Sinds een aantal jaren roept hij westerse moslims op tot een meer humanistische benadering van de islam. Het resultaat is een sobere tekst van een ongelooflijke wijsheid, opgetekend door cultuurhistoricus David Van Reybrouck in Een jihad van liefde. ‘Ik zie verbroedering echt als een basis voor de toekomst’, zei El Bachiri vorig jaar in een interview met De Kanttekening.

Een jihad van liefde werd een bestseller in Vlaanderen en Nederland, en El Bachiri werd benoemd tot Pax Christi’s Ambassadeur voor de Vrede. In 2019 won de door Pax Christie uitgeroepen Ambassadeur van de Vrede (2017) in Duitsland de Konstanzer Konzilspreis voor het uitdragen van de Europese waarden van verbondenheid en tolerantie.

Zou God het ons kwalijk nemen indien wij mensen liefhebben die anders denken dan wij? Hij heeft toch alle volkeren en naties zelf geschapen. Zoals de Koran het zo mooi verwoordt: ‘O gij mensen! Wij hebben u geschapen uit man en vrouw en Wij hebben u gemaakt tot volksgroepen en stammen opdat gij elkander zoudt leren kennen.’
(Uit: Een jihad van liefde)

Volgens El Bachiri zijn de meeste moslims niet geradicaliseerd. Hij zegt zelf een normale moslim te zijn en waarden en principes te hebben, waarin het doden van mensen geen deel van uitmaakt. Die boodschap van liefde heeft hij met schrijver Van Reybrouck in Een jihad van liefde verwoord.

Ik krijg daar weer liefde en hoop voor terug, want sinds het verschijnen van dat boek krijg ik veel steun, van mensen met allerlei geloofsovertuigingen. Dat helpt. Het is een mooie vorm van erkenning. Ik zie verbroedering ook echt als een basis voor de toekomst.’

El Bachiri zegt dat de islam een religie is als alle andere, maar bij hen is het dogma sterker, een keurslijf dat hen verhindert om vooruit te gaan en te denken.

De islam was ooit heilzaam voor het volk van het Arabische schiereiland, waar het ontstond in de zevende eeuw. Het was een grote beschaving, waar filosofie en wetenschap bloeiden. Maar nu heeft het aartsconservatieve Saoedi-Arabië te veel invloed, ook op de islam in Europa. Hier betalen wij nu de prijs voor.’

Ik ben zeer spiritueel,’ zegt El Bachiri. Hij heeft God als een liefdevol persoon leren kennen, een universele God die liefde heeft voor zijn totale schepping en in de verste verte niet lijkt op een dogmatische God die mensen in een keurslijf dwingt.

Ieder mens heeft een eigen beeld van God. Mijn beeld is nooit veranderd.’

Veel landen in Europa hebben de waarden verloren die hen groot hebben gemaakt, zegt El Bachiri. Hij vertelt dat de grote filosofen van de Verlichting, in het bijzonder Voltaire, door de huidige situatie beledigd zouden zijn.

We verliezen een deel van onze menselijkheid en nemen onze toevlucht in onwaardige wetten ten aanzien van vluchtelingen, maar ook ten aanzien van kinderen die gerepatrieerd moeten worden. Ik vind dat er internationaal gezien een verantwoordelijkheid bestaat naar die kinderen toe.’

Tot slot citeert El Bachiri Voltaire, die ooit zei: ‘Als er maar één godsdienst in Engeland zou bestaan, dan zouden de mensen bang zijn voor despotisme; als het er twee zouden zijn dan zouden ze elkaar de keel doorsnijden; maar zijn het er dertig dan leven ze in vrede en geluk.’

Het vermogen om te denken is een Godsgeschenk. Dat moet je koesteren, daar mag je gebruik van maken. Zo veel mensen hebben interessante inzichten ontwikkeld om de mensen vooruit te helpen; dat is een Godswonder. Om dat allemaal terzijde te schuiven omdat het niet islamitisch is, is echt een gebrek aan respect voor de rest van de mensheid, waardoor je allerlei waardevols links laat liggen.’
(Uit: Een jihad van liefde)

Bronnen:
* Het uitgebreide interview: ‘Liefdes-jihadist’ Mohamed El Bachiri bepleit verzoening en tolerantie (De Kanttekening – januari 2020)

* Een jihad van liefde | Mohamed El Bachiri | Paperback | 9789023471622 | Druk: 1 | maart 2017 | 93 pagina’s | € 9,99 | E-book: € 4,62 | ‘Een hartstochtelijk pleidooi tegen haat, wraaklust en vernietigingsdrift.’ (de Volkskrant) | ‘Mohamed El Bachiri is een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij is ook de man van Loubna Lafquiri, zijn grote liefde en moeder van zijn kinderen, die op 22 maart 2016 bij de aanslagen in Brussel om het leven is gekomen. Zijn liefdevolle speech in het tv-programma De Afspraak eind december beroerde miljoenen en werd het meest bekeken filmpje ooit op de Vlaamse televisie.’ (Cover)

Foto: De Morgen (België)

Filosoof Floris van den Berg ‘verplettert’ religie

deolijkeatheist

Nederlands filosoof Floris van den Berg is druk doende met ‘het verpletteren van religie’. In De Olijke Atheïst ontwierp hij een Curriculum over Religie. ‘De rechten van de minderheidsreligies zullen verpletterd worden,’ stelde Jelle Creemers van de Evangelische Theologische Faculteit Leuven al eerder. Als het vak LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie) in het gemeenschapsonderwijs de levensbeschouwelijke vakken gaat vervangen, vindt hij dat in feite een ‘win’ voor het vrijzinnig humanisme. Hij vindt dat met een ‘neutraal’ vak over levensbeschouwing de diversiteit onder druk komt te staan.

Non-profitorganisatie L.E.F. pleit in Vlaanderen al sinds 2011 voor de invoering van een algemeen vormend, verplicht en onafhankelijk vak over Levensbeschouwing, Ethiek & burgerschap en Filosofie, (ontworpen door moraalfilosoof Patrick Loobuyck.) Hun missie wordt onderschreven door zo’n tachtig academici en schrijvers. En ik zie zelfs een adhesiebetuiging door de Protestantse Kerk Gent.

L.E.F. wil met dit voorstel tegemoet komen aan het tekort aan levensbeschouwelijke – en dus cultureel-maatschappelijke – geletterdheid bij jongeren en wil het hiaat inzake burgerschapseducatie en filosofie in ons onderwijs dichten. Het vak moet ook de levensbeschouwelijke gevoeligheid verfijnen en jongeren democratische en interculturele attitudes en vaardigheden bijbrengen. De samenleving is vandaag geseculariseerd en multicultureel. Alle jongeren moeten – ongeacht hun levensbeschouwing – maximaal voorbereid zijn om daar op een zinvolle manier hun weg in te vinden – zowel op sociaal als op individueel vlak.’ (L.E.F. in het onderwijs)

L.E.F. pleit dus voor het invoeren van een onafhankelijk, verplicht en algemeen vormend vak over levensbeschouwing, ethiek, burgerschap en filosofie in alle jaren en netten van het Vlaamse leerplichtonderwijs. LEF las De Olijke Atheïst en reageert op hun Facebook-pagina instemmend op de verpletterende bedenksels van Van den Berg.

Los van wat men denkt over Van den Berg en over atheïsme, is dit voorstel voor wie LEF een goed idee vindt, zeker het overwegen waard.’ (Facebook LEF)


curriculumFVDB


Het concept Curriculum over Religie toont echter een schrikbarend eenzijdig filosoferen van Van den Berg. Dat schaadt niet alleen religie, maar vooral ook de filosofie.(!) Religie op school dient in balans te worden gepresenteerd, zeker aan kinderen. Alleen al ’10. Onderdrukking in religie’ geeft een vertekend en eenzijdig beeld als er in het Curriculum geen paragraaf voorkomt als: ’11. Onderdrukking in secularisme’. Over onderdrukking in totalitaire regimes, o.a. in fascisme, communisme en socialisme.

Missionair atheïst Van den Berg zou het lef moeten hebben kinderen evenwichtig te leren filosoferen en over religie na te denken(!), voors en tegens moeten bespreken. Daar Van der Berg zelf filosofisch uit balans lijkt, krijg je dit bizarre Curriculum over Religie. Ik zou mijn kind onmiddellijk van school halen voordat ze slachtoffer worden van de waan van een filosoof.

deolijkeatheist

Godsdienstfilosoof en theoloog dr. Taede Smedes heeft op Facebook LEF ook zo zijn bedenkingen over Van den Bergs missie. Smedes zegt wel sympathie te hebben voor het LEF-initiatief, maar als het enige kans wil maken op algemenere acceptatie je daarvoor niet iemand als Van den Berg moet binnenhalen: dat tast de geloofwaardigheid van het initiatief aan.

Wil het LEF-initiatief enige kans maken op algemenere acceptatie, zou ik me in ieder geval verre houden van die flapdrol van een Van den Berg.’

Van den Berg, aldus Smedes, presenteert zich als filosoof, maar De olijke atheïst en andere publicaties van hem bevatten weinig tot geen argumentatie, maar veel retoriek.

Op wat Vlaamse vrijdenkers na (blijkbaar) wordt hij [Van den Berg] verder amper serieus genomen, in Nederland al helemaal niet. (…) Hij verwijt gelovigen irrationeel te zijn, maar door zich vooral op eigen onderbuik te baseren en niet op argumenten.’ (Taede Smedes)

Beeld: Detail cover De vrolijke atheïst, filosoferen over de waan van religie, door Floris van den Berg. 

‘Vroege christendom trachtte de klassieke cultuur te vernietigen’

Domenico-Fetti_Archimedes_1620

‘Stel je voor dat we 2000 jaar voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is.’ Dit werpt de Britse historica Catherine Nixey op, dochter van een monnik en een non, in een interview met De Morgen. Ze schreef een boek over de oude christenen: Eeuwen van duisternis – de christelijke vernietiging van de klassieke cultuur.

Over het geweld en de onverdraagzaamheid van het vroege christendom schreef Nixey het boek Eeuwen van duisternis, een overzicht van moord, brandschatting en vernieling op een voorheen nooit geziene schaal. Op een paar eeuwen tijd slaagden de christenen erin de antieke cultuur te beëindigen: weg Griekse filosofie en weg Romeins secularisme. In de plaats kwam het Boek.’

Catherine Nixey studeerde Klassieke Oudheid aan de Cambridge University en werkte enkele jaren als leraar Klassieke Oudheid in Londen. Momenteel is ze journalist voor The TimesEeuwen van duisternis is haar debuut. ‘Het vroege christendom was even wreed als IS,’ zegt Nixey. ‘Als je kijkt naar het verleden is de islam in haar ogen niet zo uniek, we­reld­vreemd en wreed als we wel eens denken’.

Augustinus laat er in zijn De Civitate Dei geen enkele twijfel over bestaan. Mensen komen bij hem en vragen hem wat ze met andersgelovigen moeten doen. Uitroeien, zegt hij, want daarmee tonen we hoeveel we van God houden. Hij ging er immers van uit dat God alles ziet, jaloers is en bereid om degenen die ontrouw zijn te straffen. Eens je dat aanneemt, heb je in feite geen keuze meer.’

De Morgen vraagt zich af waarom we dan toch het idee dat het christendom een vredevolle, tolerante religie is. Omdat de geschiedenis door de overwinnaars wordt geschreven, luidt haar antwoord, verwijzend naar Edward Gibbons The History of the Decline and Fall of the Roman Empire uit de tweede helft van de achtste eeuw.

Hij beweerde daarin dat dit Rijk te gronde was gegaan door het christendom, omdat het al de beste maatschappelijke krachten opslorpte en hen in een klooster opsloot. Dat leidde tot verzwakking van het Rijk, waardoor het een vogel voor de kat werd voor de Goten en de Arabieren. Nog voor zijn boek verscheen, had het Vaticaan het al op de index gezet. Het christendom was als geen andere religie bedreven in het redigeren van zijn eigen geschiedenis.’

Dat leidde volgens Nixey tot het een einde van het pluralisme en het intellectuele debat dat zo typerend was voor het Romeinse geestesleven.

Deels kwam dit doordat veel filosofie in tegenspraak was met de religie. Ieder boek dat iets anders beweerde dan de Bijbel was verboden, wat in de praktijk dus alles was behalve die Bijbel.’

En ook de klassieke teksten hadden daaronder te lijden. Bestaande teksten werden van het perkament geschraapt om plaats te maken voor christelijke teksten, niet alleen omdat ze deze verderfelijk vonden, maar ook omdat ze er geen interesse voor hadden. Het intellectuele erfgoed verschraalde daardoor enorm.’

eeuwenvanduisternis

Volgens Marnix Verplancke van De Morgen schrijft Nixey er niet expliciet over, toch lijken er heel wat overeenkomsten te bestaan tussen de vroege christenen en de extremistische islam van vandaag.

Je kunt de overeenkomsten inderdaad niet over het hoofd zien. Het monotheïsme is een krachtig idee dat beweert dat ik beter ben dan jij en dat jij minder menselijk en waardevol bent dan ik omdat ik in de juiste god geloof. Het is een gevaarlijk idee dat we vandaag de kop weer op zien steken en dat voor sommigen bijzonder ­aantrekkelijk is.’

Achter het christelijk geweld zat vaak ook een grote mate van bezorgdheid. Als de christenen toestonden dat je je demonen bleef aanbidden, zou jij na je dood eeuwig branden in de hel, en zij ook omdat ze je niet gered hadden. Daarom oefenden ze hun ‘genadige wreedheid’ op je uit, zoals ze dat noemden.’

Over hoe de wereld eruit gezien zou hebben zonder het christendom verwijst Nixey naar een van de opmerkelijkste boeken die zij kent: het Archimedes-palimpsest, een gebedenboek dat geschreven is op gerecupereerd perkament van zeven boeken van Archimedes. De wiskunde en fysica die daarin aan bod komen, zouden pas weer door Newton ontdekt en gebruikt worden, bijna 2.000 jaar later dus. En mede daardoor kwam Nixey op haar gedachte:

Stel je voor dat we toen voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is. Hoe had de wereld er vandaag dan uitgezien? Wie weet? Misschien hadden we eeuwen geleden al een atoombom gemaakt en waren we er allang niet meer.’

‘Eeuwen van duisternis – De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur’ | Catherine Nixey | Hollands Diep | 398 p. |29,99 euro| Vertaling: Aad Janssen, Marianne Palm en Pon Ruiter | ISBN: 9789048831333 | € 29.99 | 09-10-2017 | Ebook | ISBN: 9789048831340 | € 9.99
Het is het nagenoeg onbekende verhaal van een strijdvaardige nieuwe religie, die in het begin van onze jaartelling opdook en overleefde door de klassieke beschaving met geweld te bestrijden, beelden werden aan stukken geslagen en grootse literatuur werd vrijwel volledig vernietigd. Elke andere opvatting moest fanatiek worden bestreden. Iedereen die zich niet naar het christelijke geloof voegde, werd vervolgd, gemarteld en vermoord. (Uitgeverij Hollands Diep)

Zie voor het volledige interview: Catherine Nixey, dochter van een monnik en een non, over het vroege christendom ‘Wat de christenen deden, dát was pas terreur’

Beeld:  Archimedes door Domenico Fetti (1620). De ontdekking in 1906 door Johann Heiberg van eerder onbekende werken van Archimedes in de Archimedes-palimpsest heeft nieuwe inzichten verschaft in hoe Archimedes zijn wiskundige resultaten verkreeg. (Wikimedia) Het is een perkament van geitenvel waarop gebeden uit de 13de eeuw staan geschreven. Het perkament bevond zich honderden jaren in een kloosterbibliotheek in Constantinopel. Na de ontdekking in 1906 raakte het in de jaren 1920 in particulier bezit. Op 29 oktober 1998 werd het Archimedespalimpsest op een veiling in New York door een anonieme koper gekocht voor $2 miljoen. Het is een hergebruikt perkament waarin een tekst van Archimedes is verborgen. Het werk bevat de enige overgeleverde Griekse versie van Drijvende lichamen en de enige afschriften van de Methode van mechanische stellingen. (archimedesfenajolien.weebly.com)

‘Dichter bij Spinoza kun je niet komen’

spinoza.hare

‘Spinoza’s radicale opvattingen botsen voortdurend met het onbegrip, de verontwaardiging en de haat van zijn gelovige tijdgenoten. Spinoza was de eerste filosoof die zo systematisch het Godsbegrip analyseerde en het ontdeed van alle mythologische en devote franjes en het herleidde tot zijn essentie: God, of de Natuur.’ Dit zegt Spinoza in Vlaanderen, althans de website met die naam. Over de brieven over God, uit het latijn vertaald en toegelicht door Karel D’huyvetters. ‘Dichter bij Spinoza kun je niet komen!’ zegt Miriam van Reijen.

Zo is Spinoza de grondlegger van de moderniteit en van de Verlichting en van het wetenschappelijk onderbouwd atheïsme. In een tijd waarin wij ons weer voortdurend vragen stellen over God en godsdienst, zowel over het tanende christendom als over de strijdbare Islam, zijn Spinoza’s nuchtere ideeën over God een ware openbaring.’  

Volgens Spinoza in Vlaanderen opent D’huyvetters ons de ogen voor een onvermoede en fascinerende realiteit door aan te tonen dat de traditionele opvattingen over God niet houdbaar zijn. God is de Natuur, en al wat is, is een vorm die de Natuur aanneemt.

De mens beschikt over de mentale vermogens om dat in te zien en daaruit de logische conclusies te trekken voor ons optimaal samenleven, geleid door de rede.’

Toen men Einstein vroeg of hij geloofde in God, was zijn antwoord: ‘Ik geloof in Spinoza’s God, die zichzelf openbaart in de geordende harmonie van het bestaande; niet in een God die zich bezighoudt met het lot en de handelingen van menselijke wezens.’  

Volgens Spinoza in Vlaanderen is het die God die we ontmoeten in de sprankelende antwoorden van Spinoza op de vragen en bezwaren van zijn geleerde tijdgenoten. De verklarende toelichtingen plaatsen de brieven in hun context en brengen de diepgaande discussies van de zeventiende eeuw opnieuw tot leven voor de moderne lezer.

Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes vindt dit boek niet alleen vanuit historisch oogpunt interessant maar in de brieven wordt gewoon godsdienstwijsgerige reflectie op hoog niveau beoefend.

De inhoud van de briefwisselingen is vandaag de dag op veel punten nog net zo actueel als toen. En wordt alleen maar actueler naarmate Spinoza’s godsconcept opnieuw populairder wordt. Dat alles maakt het boek tot een must-read voor een ieder die geïnteresseerd is in godsdienstfilosofie en de filosofie van Spinoza.’

brieven.over.god

Spinoza is volgens Smedes hot en zijn godsbeeld bij atheïsten is nog veel hotter. Hij is van plan om op de belangstelling voor dat godsbeeld onder atheïsten binnenkort terug te komen. D’huyvetters vertaalde zelf de brieven vanuit het Latijn in modern Nederlands. Sommige formuleringen verraden dat de brieven uit lang geleden stammen, maar Smedes was zeer verbaasd was dat de meeste brieven lezen als een trein.

In die brieven zijn gepassioneerde mensen – mannen – aan het woord, en veel van de filosofische formaliteiten worden achterwege gelaten. Zo spat bijvoorbeeld de verontruste toon van diplomaat Hendry Oldenburg van de pagina’s wanneer bij hem het muntje valt en hij eindelijk begrijpt hoe revolutionair – en maatschappelijk explosief – Spinoza’s godsconcept is.’

Smedes voelt de pen van de juist tot het katholicisme bekeerde Lambert van Velthuysen trillen van ingehouden woede als hij Spinoza’s ketterse gedachten over God bestrijdt en hem waarschuwt voor de hel waar hij zeker in zal belanden als hij niet Jezus als zijn redder accepteert.

En Spinoza legt uit, soms geduldig, regelmatig geïrriteerd over de domheid van zulke geleerde mensen, en soms ook venijnig kwaad. Het is heerlijke lectuur! Het gaat hier ergens over, dit is filosofie die met huid en haar bedreven wordt. Het is godsdienstfilosofie op hoog niveau wat hier bedreven wordt.’

Zie:
* Spinoza: de brieven over God
* Spinoza: De Brieven over God (boekbespreking)

Beeld: thefunambulist.net

Karel D’huyvetters| Spinoza: de Brieven over God. Uit het Latijn vertaald en toegelicht | Uitgeverij Coriarius | 2016 | 253 blz. | paperback | ISBN 9789082602104 | € 12,95 en bij bestelling bij uitgeverij.coriarius@telenet.be is de deelname in de verzendkosten beperkt tot € 3,-, dus in totaal € 15,95

‘Jan en alleman kletst over religie’


Bénédicte Lemmelijn, hoogleraar Oud Testament van de K.U.Leuven, is van mening dat de Bijbel geen journalistiek en geen geschiedenisboek is. ‘De Bijbel is in de eerste plaats klassieke literatuur, geschreven vanuit theologisch perspectief. Even klassiek als Homerus en de oude Grieken.’ Zij heeft twintig jaar diepgaande studie van Bijbelse talen en Bijbelse vraagstukken achter zich. – Een interview door Frans Crols in het Belgische magazine Tertio.

De benadering van de Bijbel als een feitenrelaas, als een historische reportage, is fundamenteel fout. De Bijbel verhaalt niet hoe het geweest is, wel hoe het zou moeten zijn. Het boek getuigt over de gelovige ervaringen van auteurs en tijdgenoten in een periode van groeiend monotheïsme. Het denkt na over existentiële vragen, over het ontstaan van de kosmos, de liefde, het lijden, het leven kortom. Kwesties waar wij in 2012 mee blijven worstelen. 

Over iemand die zich twintig jaar verdiept heeft in de Bijbel kan je niet zeggen dat ze zelfs ‘kletst’ over religie. Als student moet je van goeden huize komen, wil je een echte discussie met deze hoogleraar hebben. Het lijkt me dat ze helder en resoluut doceert.

Bij studenten letteren en psychologie, waar ik dus Religie, zingeving en levensbeschouwing doceer, voel ik aanvankelijk soms scepsis omdat ze het vak moeten krijgen, alhoewel ze geen theologie studeren. Ik laat ze vragen stellen vanaf de eerste les; wil met hen de confrontatie aangaan. Vaak is mijn antwoord: ‘Wat jij voorlegt of verwerpt, is voor mij evenmin geloof’, en dan zijn ze verbaasd en geïntrigeerd.

Maar ook mensen in de media met visies op het geloof krijgen er van langs, die kunnen blijkbaar goed uit hun nek kletsen.

’t Is schabouwelijk (betreurenswaardig, pd) als je in de media een Bekende Vlaming hoort met zijn visie op het geloof. Dikwijls denk ik: ‘Man, jouw bedenking is 100 jaar oud en is al lang sluitend weerlegd of in een perspectief geplaatst.’ Het tijdsklimaat speelt daar niet op in. Jan en alleman kletst over religie zonder de minste kennis van zaken.

Een boeiend interview met een hoogleraar die voor haar doctoraat over de plagen van Egypte in het boek Exodus schreef. Zij onderzocht ze tekstkritisch en historisch-redactioneel. In haar onderzoeksgroep leidt zij projecten die de vertaaltechniek van de eerste Griekse vertaling van verschillende Bijbelboeken onderzoeken. Het uitgangspunt vandaag is dat de vertalingen boek per boek gebeurd zijn en veelal door verschillende vertalers.

Bénédicte Lemmelijn behaalde aan de KU Leuven (België) een Licentie in de Godsdienstwetenschappen (1991, en STB), evenals een Licentie in de Godgeleerdheid (1993, STL). In 1997 promoveerde zij aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven tot Doctor in de Godgeleerdheid (PhD en STD) op een proefschrift over de tekst- en redactiekritiek van het zogenaamde ‘Plagenverhaal’ in Exodus 7,14–11,10 (promotor Prof. Dr. Marc Vervenne). Sedert 1993 is zij, eerst als aspirant en later als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek –Vlaanderen (FWO-V), verbonden aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. In 2003 is zij er benoemd als professor Oude Testament binnen de onderzoekseenheid Bijbelwetenschap.

Zie: ‘De Bijbel is geen journalistiek en geen geschiedenisboek’ (Rorate)

Zie ook: De passie van Bénédicte Lemmelijn (KU Leuven)

Foto Oude bijbel in de NH kerk in Delden: hepebo – nationalgeographic.nl

Waar zijn de positieve moslimstemmen?


Trendwatcher Gerald Celente voorspelt dat er, door de toenemende haat tegen de moslims, tussen 2012 en 2016 een etnische zuivering zal plaatsvinden in Europa. Deze haat zou ontstaan door de werkloosheid en de misdaad.  ‘Gerald Celente zal ongelijk krijgen. Althans, dat is de grote hoop van mezelf en velen,’ zegt Bahattin Koçak. Hij schrijft dit in De Standaard naar aanleiding van de steekpartij in het Brusselse metrostation Beekkant en de rellen rond Fouad Belkacem. 

Het is nu 2012. Sharia4Belgium, beter bekend als ‘haatzaaiende partij’ in Vlaanderen, stuurt aan op criminaliteit. Een vrouw met een nikab geeft een kopstoot aan de politie omdat ze niet wil gefouilleerd worden. Sharia4Belgium speelt in op de situatie. Met als gevolg dat er wat rellen ontstaan in Molenbeek. Later op de week komt een moslim uit Frankrijk tot hier. Soldaatje spelen, want in België worden moslims slecht behandeld. Hij verklaart de Heilige Oorlog.

‘Het succes van de ‘gekke moslims’ is de titel van het opinieartikel van islamleraar Koçak. De voorzitter van het Intercultureel Dialoog Platform (IDP) vraagt zich af waar de positieve moslimstemmen zijn. De gematigde moslims krijgen in de media aandacht, maar helaas niet zoveel ruimte als aan Fouad van Sharia4Belgium gegeven wordt.

Het evenwicht tussen de negatieve berichtgeving en de positieve stemmen is duidelijk zoek. Maar goed: ieder doet zijn job. De haatzaaier doet zijn ding, de media doen hun ding.(…) Waarom zijn de moslimjongeren gevoelig voor uitspraken van Fouad Belkacem? Vandaag hebben de ‘gekke moslims’ succes omdat de religie en cultuur van deze jongeren vaak negatief in beeld komen. Duw iemand constant in een hoek en noem hem daarbij ook nog constant ‘uitschot’. Ga naar een uitzendkantoor waar je meerdere keren te horen dat er geen werk is voor jou omwille van je naam of achtergrond. Na een tijdje zal je je ook zo gedragen.

Het artikel van Koçak is eigenlijk een oproep, een dringend verzoek aan de ‘gekke moslims’, als hij schrijft niet in zijn naam te spreken en niet in naam van zijn religie te handelen. ‘Wie ben ik? Ik ben een gewone moslim die wil samenleven.’

Is de ‘moslim’ (?) die helemaal uit Frankrijk tot hier komt om de boel op stelten te zetten een moslimextremist? Neen. Het is een extremist die niet moet beoordeeld worden op zijn religie, maar gewoon vanuit zijn daden en motieven. 

Koçak eindigt zijn artikel met de woorden:’ Wie zijn de slachtoffers van het extremisme? Dat zijn wij, allemaal.’ Hij heeft gelijk, veel moslims zijn ook slachtoffer van het extremisme, van de ‘gekke moslims’.

Zie: Het succes van de ‘gekke moslims‘ 

Illustr: ejbron.wordpress.com 

‘Godsdienstvrijheid is geen fundamentele vrijheid’


Er bestaat eigenlijk geen ‘boerkaverbod’ in België. De wettekst beoogt volgens moraalfilosoof Patrick Loobuyck alle kledij in publieke toegankelijke plaatsen ‘die het gezicht volledig, dan wel grotendeels bedekt’. Deze maatregel kan neutraal verantwoord worden in termen van openbare orde en veiligheid. De godsdienstvrijheid vermag daar niets tegen. Het debat over de boerka zou in dat opzicht aanleiding kunnen zijn om een meer diepgaande discussie te voeren over de plaats van de godsdienstvrijheid in een seculiere rechtstaat. 
 

Dat de godsdienstvrijheid een van de eerst verworven rechten is, maakt haar niet tot de meest fundamentele vrijheid. Er is geen reden om godsdienstvrijheid als een bijzonder en apart terrein te beschouwen waar de overheid zo goed als nooit mag op ingrijpen. Wie dit toch doet, suggereert dat mensen die een godsdienst aanhangen, dankzij de godsdienstvrijheid, meer mogen dan mensen die geen godsdienst aanhangen. Dit druist in tegen het basisprincipe van onze democratische rechtstaat, namelijk dat de overheid haar burgers als vrije en gelijke individuen moet behandelen, wat ook hun levensbeschouwelijke achtergrond is.

Loobuyck reageert hiermee op een spraakmakend interview van Wouter Verschelden met Etienne Vermeersch. Deze laatste had ook al eerder die week samen met Dirk Verhofstadt de verdediging van het boerkaverbod op zich genomen.

Zowel in zijn edito als in het gesprek met Vermeersch over het boerkaverbod legt Verschelden veel nadruk op de godsdienstvrijheid als grondrecht. Verschelden, die tegen het boerkaverbod is, wijst erop dat ‘het ontstaan van mensenrechten nauw verweven is met de bescherming van religieuze minderheden’. Hij waarschuwt voor het gevaar om in het religieuze in te grijpen en verwijt Vermeersch dat hij met zijn positie ‘de godsdienstvrijheid met één klap van tafel veegt’. Net als vele andere tegenstanders van het boerkaverbod overschat Verschelden hier echter het belang van de godsdienstvrijheid. 

Uiteindelijk stelt Loobuyck dat de vraag inzake de boerka de volgende is: moeten we alle mensen, wat ook hun levensbeschouwelijke overtuiging is, de vrijheid geven om volledige geanonimiseerd de publieke ruimte te betreden?

Indien we dit niet wenselijk vinden, en ik ben die mening toegedaan, dan kunnen we dit verbieden als daar een democratische meerderheid voor te vinden is.

In Nederland zet het kabinet het verbod door, ondanks kritiek van de Raad van State. Minister Spies vindt dat mensen elkaar open tegemoet moeten kunnen treden. Gezichtsbedekking in het openbaar hoort daar volgens haar niet bij. 

Zie: Boerkaverbod is niet strijdig met de godsdienstvrijheid

Illustr: digitalehofstad.wordpress.com

De liberale rechtsstaat van Paul Cliteur is weinig liberaal


…als zij verbiedt wat eigenlijk kan worden toegestaan, alleen om de islam te dwarsbomen. Zij is ook niet billijk als zij seksesegregatie bij moslims afkeurt maar die in de autochtone cultuur als vanzelfsprekend accepteert, bijvoorbeeld in de sport, of in gevangenissen. En zij is erg armoedig als zij geen rekening houdt met de sociologische realiteit. Een vrouwenuurtje in het zwembad lijkt me geen probleem, maar de mannelijke dominantie over vrouwen wel. En dat is geen kwaal die typisch is voor migranten, want ze zit evenzeer in het autochtone deel van de samenleving. 

Gemengd plassen
Tweedelig commentaar door Eric Hulsens (DeWereldMorgen) over Dirk Verhofstadts nieuwe boek: Dirk Verhofstadt in gesprek met Paul Cliteur, een zoektocht naar harmonie. ‘De blinde vlek van Paul Cliteur (1)’, deel 2 is getiteld ‘Gemengd plassen’. Hulsens vraagt zich af:

En hoe zit het met de gescheiden toiletten voor mannen en vrouwen? Horen die niet dringend te worden afgeschaft? Is dat geen ergerlijke vorm van seksesegregatie?

In een lijvig werk dat 28 februari verscheen, interviewt Dirk Verhofstadt de Nederlandse hoogleraar rechtswetenschap Cliteur. Die heeft zijn ideeën al in een hele reeks boeken, columns en artikels bekendgemaakt, maar dit interviewboek brengt een welkome synthese. Hulsens vraagt zich af hoe Cliteur zou handelen als hij burgemeester zou zijn.

Een belangrijke kant van het probleem van de seksevermenging is dus de asymmetrische relatie tussen mannen en vrouwen. Die maakt dat er weinig of geen discussie is over het bestaan van gescheiden toiletten voor mannen en vrouwen, die een burgemeester als Paul Cliteur eigenlijk ook zou moeten verbieden. Wat is er aan de hand met die toiletten?

Godsdiensten
Volgens Hulsens is Cliteur een scherpe geest met een beperkte actieradius en een kenner van de geschiedenis en de theorieën van het atheïsme of humanisme, en vanuit zijn vakgebied zeer geïnteresseerd in de druk die godsdiensten daartegen uitoefenen, bv. in de vorm van blasfemiewetten, straffen voor religieuze afvalligheid of wetten tegen groepsbelediging.

Hij verdedigt, terecht, het recht om zonder God te leven en het recht om de godsdienst te bekritiseren, of dat nu gebeurt in academische geschriften, in literaire of artistieke werken, of in satirische publicaties zoals cartoons.

Liberale rechtstaat
Soms klinkt Cliteur toch wel liberaal. In het interview gaat het over de liberale rechtsstaat en het klinkt dan nogal verrassend dat Cliteur geen bezwaar heeft tegen godsdienstige uitingen in de publieke ruimte. ‘Goed zo! Consequent liberaal!’ zegt Hulsens.

Cliteur: ‘De rechter die de vrouwen wegstuurt van de publieke tribune omdat zij een hoofddoek dragen, geeft wat mij betreft een verkeerde uitleg aan het ideaal van een neutrale staat.’

Onderwijs
Het gaat ook over het onderwijs. Cliteur wil niet dat men bijvoorbeeld het verhaal van de zondvloed en de Ark van Noah zoals verteld in Genesis en in soera Noah, zou aanleren. Over godsdienst zegt Hulsens dat Cliteur zich zeer inspant om de godsdienstvrijheid en de vrijheid van meningsuiting te verdedigen. Maar eigenlijk moet hij niets hebben van godsdienst, en ziet hij die vooral als een bron van ellende.

‘Moeten we ook spreken over lopen op het water? Het veranderen van water in wijn? Het opstaan uit de dood? Over de joden die door de Rode Zee liepen, terwijl het water als een muur aan beide kanten rechtop ging staan? Over het scheppen van het heelal in zeven dagen?

Dirk Verhofstadt in gesprek met Paul Cliteur, een zoektocht naar harmonie, Antwerpen/Utrecht, Houtekiet, 2012, 472 p.

Zie: De blinde vlek van Paul Cliteur (1) (DeWereldMorgen)

en: Gemengd plassen  (DeWereldMorgen)