Bantoe-filosofie: een zelfbewuste ziens- en levenswijze

De Bantoe-filosofie biedt een eigen toegang tot de betekenis van het leven. Placied Tempels zag die grote schoonheid al lang geleden. De Vlaamse priester (1906-1977) werd destijds uitgezonden naar Congo waar hij zijn meesterwerk schreef over de Bantoe-filosofie. Zijn luisterende aanpak leidde in die tijd tot weerstand, want als missionaris werd hij geacht andersgelovigen te bekeren tot een Europees christendom. ‘Zijn Bantoe-filosofie uit 1946 geldt internationaal nog altijd als een standaardwerk’.

‘Racistisch mensbeeld legitimeerde de uitbuiting in de koloniën’
(Angela Roothaan)

Tempels’ Congolese gespreksgenoten kenden weliswaar niet het Europese gebruik om filosofische begrippen en gedachten als een systematische wetenschap op schrift te stellen, maar een filosofisch systeem en filosofische begrippen, kenden zij wel degelijk.’
(Uit: Bantoe-filosofie)

The Bantu Philosophy Project
Tempels schreef Bantoe-filosofie om heersende vooroordelen te bestrijden en een eigen religieuze ontwikkeling van de Afrikanen te ondersteunen. Zijn boek gaf een impuls aan studies naar Afrikaanse filosofie, en is gebaseerd op vele gesprekken van Tempels met Congolezen.
Nu uitgegeven in een ‘opgefriste’ en hertaling – met een heldere inleiding – door Angela Roothaan, initiator van The Bantu Philosophy Project. Zij is universitair hoofddocent interculturele en Afrikaanse filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.


Placied Tempels: “Niets beweegt in dit krachtenheelal zonder dat heel de rest bewogen wordt of kan worden. De krachtenwereld is als een spinnenweb waarvan je geen enkel draadje kan doen trillen zonder dat het hele weefsel meetrilt.”

Racistisch mensbeeld
In de Europese Verlichtingsfilosofie, waarin denkers als Immanuel Kant en Georg Wilhelm Friedrich Hegel een hoofdrol speelden, heerste een onbegrensd optimisme over het vermogen van de mensheid om zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd meenden deze denkers dat alleen Europeanen daar echt rijp voor waren.
Andere volkeren zouden volgens hen minder in staat zijn tot rationele ontwikkeling en vrijheid. Afrika stond in hun visie onderaan de ranglijst. Dit racistische mensbeeld legitimeerde de uitbuiting in de koloniën.’
(Angela Roothaan, Inleiding: Bantoe-filosofie begrijpen – in: Bantoe-filosofie)

Geleefde filosofie
Fleur Jongepier zegt in Trouw, in haar artikel Bantoe-filosofie: fraaie analyse bevat ook koloniale oeps-momenten, dat ‘echte’ filosofie consistente, systematische, gecategoriseerde en op schrift gebrachte filosofie is. Geleefde filosofie wordt te primitief gevonden.


Huisje in Kabondo-Dianda waarin Placied tempels woonde

Waarom zou de Bantoe-filosofie überhaupt gesystematiseerd moeten worden? Het antwoord kan uiteindelijk alleen maar zijn: voor de Europeaan. Tempels gelooft oprecht dat de Bantoe door koloniale bestuurders en missionarissen onrecht wordt aangedaan.’
(Jongepier, Trouw)

Werkelijkheid: ‘zijn’ of ‘leven’
M
ede door Tempels’ latere voorlichtingswerk aan lokale priesters en gelovigen had hij een grote uitwerking op de missie in Afrika en ook op de Afrikaanse theologie. Opmerkelijk genoeg kreeg Bantoe-filosofie echter nog meer aandacht vanwege de filosofische inhoud ervan.

De aandacht heeft zich vooral gericht op Tempels’ stelling dat de Bantoe-ontologie een radicaal andere benadering van de werkelijkheid inhoudt dan de Europese ontologie. Terwijl de laatste de werkelijkheid opvat als zijn, als een statische categorie, ziet men in Afrika de werkelijkheid als leven, als een zich ontwikkelen en uitdrukken van een altijd werkende kracht.
(Uit: Bantoe-filosofie)


Angela Roothaan: “Tempels schreef Bantoe-filosofie om heersende vooroordelen te bestrijden en een eigen religieuze ontwikkeling van de Afrikanen te ondersteunen.”

Bronnen:
* Trouw –
Bantoe-filosofie: fraaie analyse bevat ook koloniale oeps-momenten
* Bantoe-filosofie | Placied Tempels |  Ingeleid en hertaald door Angela Roothaan | Noordboek | augustus 2023 | 191 blz | € 22,90 | ‘We waren van mening dat we grote kinderen moesten opvoeden, wat tamelijk eenvoudig zou zijn geweest. Maar opeens wordt het ons duidelijk dat we met een volwassen mensheid van doen hebben, met zelfbewuste ziens- en levenswijzen, doordesemd met een eigen allesomvattende filosofie.’ (Cover)
* Foto’s: Facebook P Placide – Frans Tempels ofm
* Foto Angela Roothaan: Facebook dr Angela Roothaan

Tip! ► Nu te zien in Wereld Museum Amsterdam
Onze koloniale erfenis – ‘De tentoonstelling laat zien hoe kolonialisme de wereld van nu mede heeft gevormd, en hoe mensen kolonialisme doorstonden. Leer hoe mensen probeerden hun eigen levens te creëren, in opstand kwamen en de baas probeerden te blijven over hun eigen leven. Sta jij open voor een meerstemmig verhaal met verschillende perspectieven?

Foto kinderen: made-in.be

Zie ook: Ubuntu, filosofie van de dialoog – ‘Ik ben, omdat wij zijn’

‘Juist omdat het leven eindig is, krijgt het betekenis’

Een leven ‘waarin iemand zich niet, of niet langer, op zichzelf bezint, is in mijn optiek geen zinvol leven,’ vond filosoof Samuel IJsseling (1932-2015). Zijn gedachten over ouderdom klinken opvallend actueel. ‘En daarnaast ben ik er naarmate ik ouder word steeds meer van overtuigd dat een zinvol leven een leven is dat zich in dienst stelt van anderen.’ Filosoof Leon Heuts sprak hem destijds voor Filosofie Magazine (2010). IJsseling schreef onder meer Apollo, Dionysos, Aphrodite en de anderen, over Griekse goden in de hedendaagse filosofie. Heuts:En uiteraard speelt daarbij ook ouderdom een rol.’

‘We hebben weliswaar ook tegenwoordig nog steeds niet het eeuwige leven, maar door de medische techniek lijkt het er soms toch op’
(Samuel IJsseling)

Heuts schreef in het interview dat IJsseling in de traditie staat van de fenomenologie, een stijl van filosoferen die de alledaagse ervaring als uitgangspunt neemt: aandacht voor het ambigue en zelfs tegenstrijdige van het menselijke bestaan. ‘Ouder worden is daarvan misschien wel het meest indringende voorbeeld’.

‘IJsseling geeft een aantal prachtige voorbeelden in het ook bij het grotere publiek bekende Apollo, Dionysos, Aphrodite en de anderen, een boek dat niet alleen een inleiding is in de Griekse mythen en godenwereld, maar ook een waarin hij aan de hand van die verhalen een toelichting geeft op belangrijke thema’s uit de filosofie. En uiteraard speelt daarbij ook ouderdom een rol.’
(Heuts)

Zoals in het tragische verhaal van Tithonos, vertelt Heuts, de sterfelijke man die werd bemind door Eos, de godin van de dageraad. Eos’ liefde dreef haar ertoe om Zeus te verzoeken Tithonos het eeuwige leven te gunnen.

‘Zeus stemde in, maar wat Eos noch Tithonos zich realiseerde, is dat de wens van onsterfelijkheid eerder een vloek is als daarbij niet wordt gevraagd om de eeuwige jeugd. Zo wordt Tithonos steeds gebrekkiger, terwijl hij niet kan sterven. Op den duur legt Eos hem apart in een kamer, omdat ze niet meer naar hem kan kijken.’
(Heuts)

IJsseling noemde dat laatste heel treffend, omdat hij de ouderdom soms niet om aan te zien vond. Hij had een vriend in een verpleeghuis, die steeds verder aftakelde.

Vreselijk. Op een gegeven moment bezocht ik hem alleen nog uit plicht. We hebben weliswaar ook tegenwoordig nog steeds niet het eeuwige leven, maar door de medische techniek lijkt het er soms toch op. Nu doe ik uiteraard niets af aan de waarde van die techniek, maar als het alleen maar rekken van het leven is omwille van het rekken, dan lijkt het op het tragische verhaal van Tithonos.’
(IJsseling)

Maar, zegt IJsseling, zelfs als je niet zou aftakelen en de eeuwige jeugd zou bezitten, is het de vraag of het eeuwige leven wenselijk is.

‘De tragedieschrijver Sophocles zegt, naar aanleiding van Tithonos: “Wie zich niet met de normale levensduur tevredenstelt, is een verstokte dwaas.” Juist omdat het leven eindig is, krijgen handelingen en gebeurtenissen hun betekenis. Wat zou een handeling waard zijn als je tot in het oneindige de mogelijkheid hebt om steeds andere handelingen te verrichten?’
(IJsseling)


Cicero met zijn vriend Atticus en broer Quintus, in zijn villa in Arpinum

Cicero verdedigde de ouderdom in De Senectute, zei IJsseling. Cicero stelde echter ook dat er natuurlijk grote nadelen aan de ouderdom kleven: het lichaam takelt af, en wellicht ben je seksueel niet meer tot veel in staat.

‘Maar wie lichamelijke vitaliteit als dwingende voorwaarde beschouwt voor het levensgeluk, ziet iets over het hoofd. Juist doordat sommige ambities en verlangens afnemen, ontstaan de rust en ruimte voor reflectie en verdieping – en die kunnen eveneens van groot belang zijn.’
(IJsseling)

Samuel IJsseling, emeritus hoogleraar in de moderne en hedendaagse wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven, vervolgt:

‘Alleen, een samenleving moet daartoe wel de mogelijkheid bieden, en tegenwoordig is die er nauwelijks: ouderen worden gezien als overbodig en zorgbehoevend. Terwijl Cicero beschrijft hoe ouderen juist door hun levenservaring, relativeringsvermogen en rust ook iets te bieden hebben.’
(IJsseling)


Samuel IJsseling

Samuel IJsseling stelt dat wie ouderen verwijt dat ze overbodig zijn, zorgbehoevend en in feite slechts tot last, iets wat je impliciet toch vaak merkt, ongevoelig is voor de context. ‘Die verabsoluteert de waarden van deze samenleving – jong en dynamisch zijn – en ziet niet in dat ook andere waarden van grote betekenis kunnen zijn, mits ze een eigen tijd en plaats krijgen.’

‘Neem het voorbeeld van ouders die zeer bezorgd zijn, en daarom streng voor hun kinderen. Terwijl de grootouders met een paar relativerende en ontspannende woorden laten zien dat het allemaal wel meevalt. Maar opdat grootouders die rol kunnen spelen, hebben we een andere manier van kijken nodig, en een andere inrichting van onze samenleving. Kortom, een andere context, die een nieuwe betekenis geeft aan ouder worden.’
(IJsseling)

In dit indrukwekkende interview – waaruit ik in dit blog inzoom op de ouderdom – verwijst IJsseling naar filosoof Michel de Montaigne:

‘Montaigne stelt dat de dood onder ogen durven zien bevrijdend werkt, en dat is ook mijn ervaring. In dat opzicht valt ook de dood enigszins te relativeren, maar dat betekent niet dat die daarmee lichter wordt, of dat we er meer onverschillig tegenover kunnen staan. Eerder is hij iets beter te dragen. Het gewicht blijft even zwaar, maar krijgt handvatten.’
(IJsseling)

Zie: Samuel IJsseling: ‘Simpelweg dankbaar dat ik er ben’ (Filosofie Magazine, De dood, Levenskunst, 2010)

Beeld: Dans, dood en levenskunst(14 – 2017)Peter Vroon 2023 – (expo 2018)
Beeld Cicero: Richard Wilson  (1714–1782)Art Gallery of Soth Australia -wikimedia commons
Beeld Samuel IJsseling: Screenshot Vimeo (NRC)
UPDATE december 2024 (Lay-out)

‘Ik wil geen dekentjes over mijn geest’

Psychiaters zien psychische afwijkingen als lichamelijke ziektes die je met medicijnen kunt verhelpen. Voor een deel klopt dat, dus voor een deel is het een zegen, zegt schrijver Maarten van Buuren. Het nadeel vindt hij, dat er nu al te makkelijk wordt gedacht: ‘Ha, dat is depressie, daar hebben we een pil voor’. Het probleem wordt weggemedicaliseerd, vervolgt hij.

‘De ­autist, de schizofreen en de depressieveling hebben net als ieder ander een patroon opgebouwd om zich te kunnen weren in het leven en niet overspoeld te worden door alle gevaren die hen omringen’
(Maarten van Buuren)

Ben je onrustig of angstig? Daar hebben we een middeltje voor. Angstremmers. En inderdaad, mensen zitten weer rustig in hun stoel. Het is heerlijk om van je angsten verlost te zijn. Maar je maakt ook het probleem onzichtbaar waarvan die angst het signaal was.

Net als jij en ik
In het artikel Een psychische afwijking is het gevolg van eigen keuzes in Filosofie Magazine interviewt filosofiedocent Lianne Tijhaar (o.a. Hogeschool voor Toegepaste Filosofie Utrecht & Hogeschool Utrecht) Van Buuren over zijn depressies. Dit naar aanleiding van zijn nieuwe boek De gek als medemens. Hoe we onszelf in de waanzin leren kennen.

Het gaat nadrukkelijk niet over eigen schuld. Net als ieder ander, zegt Van Buuren, heeft ‘de depressieveling’ een patroon opgebouwd om zich te kunnen weren in het leven en niet overspoeld te worden door alle gevaren die hen omringen.

‘Dat hebben ze weliswaar op een manier gedaan waardoor ze nu in grote moeilijkheden terecht zijn gekomen, maar niet op een wezenlijk andere manier dan jij of ik.’
(Maarten van Buuren)


Ludwig Binswanger

‘Ik was gewoon niet meer’
Van Buuren schreef al eerder over zijn depressie in Kikker gaat fietsen (2008). In De gek als medemens brengt hij filosofische verdieping aan, na het lezen van het werk van de Zwitserse psychiater Ludwig Binswanger. Binswanger ontwikkelde in de jaren vijftig een nieuwe benadering van de psychiatrie, gebaseerd op de existentialistische filosofie.

‘Je valt in een depressieput. Een ervaring van vernietiging. Je kunt niet meer bestaan. Je belandt in een zijn-storing. Dat is moeilijk uit te leggen, want de mensen zien je gewoon lopen. Dat was het grote misverstand. Ik ben een sportman. Lichamelijk was ik zo gezond als een vis. Mensen keken naar mij en zeiden: niks mis met jou, je moet gewoon in de poten komen. Terwijl ik op dat moment niet meer bestond. Ik was gewoon niet meer.
(Maarten van Buuren)

Bewustzijn nooit leeg
Pas later begreep Van Buuren wat filosofen als HusserlHeidegger en Sartre met ‘intentionaliteit’ bedoelen. [Het idee van intentionaliteit houdt – volgens Husserl – in dat het bewustzijn nooit leeg is: het is altijd gericht op iets en daardoor een bewustzijn van iets. (PD)] 

‘Het ‘zijn’ is altijd ergens op gericht. ‘Zijn’ is een dynamiek. ‘Zijn’ is je uitwerpen in de richting van iets wat je beoogt. Op het moment dat ik in die put van een depressie gleed en mijn bestaan ophield, kon ik mij niet meer uitstrekken in de tijd. Ik leefde niet meer in de toekomst en niet meer in het verleden. Mijn bestaan werd gereduceerd tot een oneindig doordruppelen van momenten van heden.’
(Maarten van Buuren)


Over het leed dat leven heet

Geen dekentjes
Van Buuren verdraagt het idee dat hij onder de medicijnen zit niet, ondanks dat medicijnen hem bij zijn eerste depressiecrisis op de been hebben geholpen.’

‘In mijn ervaring is die medicatie een soort dekentje dat over mijn geest wordt gelegd – en ik wil geen dekentjes over mijn geest. Ik wil dat het werkt zoals het werkt, omdat ik denk dat al die prettige vonkjes in mijn hoofd die ik voel na mijn eerste kop koffie ’s morgens ook worden uitgevlakt als ik antidepressiva slik.’

Leven hernemen
Daarna kwam voor Van Buuren de vraag: waar komen die patronen vandaan die me op de knieën hebben gedwongen?

‘De medicatie heeft mij op het spoor gebracht waarop ik mijn leven kon hernemen. Maar de medicijnen hebben mijn probleem niet opgelost. Toen ik doorkreeg dat mijn problemen teruggaan tot mijn jeugd in Maassluis en dat aan mijn therapeut vertelde, zei hij: ‘Daar beginnen we niet aan. Mijn bedoeling is om u nu weer op de been te helpen, zodat u uw dagelijks leven weer kunt oppakken’.’
(Maarten van Buuren)


Maarten van Buuren

Jezelf leren begrijpen
In De gek als medemens wil Van Buuren die patronen – ‘die zitten diep, ze komen voortdurend terug’ – doorgronden door terug te gaan naar de oorspronkelijke keuzemomenten in zijn vroege jeugd. Hij zegt er geen beter mens van te zijn geworden, maar wel heeft hij zichzelf beter leren begrijpen.

Bronnen o.a.:
*
Een psychische afwijking is het gevolg van eigen keuzes (Filosofie Magazine, 2022)

* De gek als medemens. Hoe we onszelf in de waanzin leren kennen | Maarten van Buuren | paperback | Lemniscaat | prijs: € 19,99 | ISBN: 9789047714484 | NUR: 730 |
‘Wat maakt ons mens? Dit is een van de grote vragen van de filosofie. Volgens Maarten van Buuren is het antwoord te vinden in de waanzin. Als een lachspiegel toont de waanzin wat er gebeurt als de fundamenten onder het menszijn wegvallen.

In De gek als medemens laat Van Buuren ons uitgebreid in deze spiegel kijken. Hij doet dat aan de hand van casestudies uit het werk van de Zwitserse psychiater Ludwig Binswanger, waarin patiënten en hun behandelingen worden beschreven. Wat de mens tot mens maakt blijkt uit de momenten dat zijn wereld vorm en samenhang verliest, hij uit het vangnet van zijn sociale contacten valt en zichzelf kwijtraakt. De gek als medemens is een onderzoek naar het verband tussen waanzin en existentie en de manier waarop deze begrippen elkaar wederzijds definiëren.’ (Lemniscaat)

Beeld Maarten van Buuren: Chris van Houts (Trouw, 2020)
Beeld Ludwig Binswanger: Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis, filosofie, literatuur en muziek (België)
Update 21-10-2024 (layout) / november 2025 (Lay-out)

Toch die blijvende zoektocht naar God

Oppergod Zeus krijgt zojuist de cijfers van statistiekenbureau CBS onder ogen. Ook zijn tempel Olympieion trekt minder gelovigen. Tegen Hera klaagt hij: ‘De zaak der goden staat er uiterst kritiek voor en het wordt op het scherp van de snede uitgevochten of wij in de toekomst nog eer behoren te ontvangen en de eregaven behouden die wij op aarde genieten, of dat wij volledig buiten spel behoren te staan, ja zelfs helemaal niet meer in het spel voorkomen.’

‘Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk,
wil men niet navelstarend door het leven gaan.’
(Daniël De Waele)

Daniël De Waele gaat (zonder mijn CBS-fantasie) ver terug in de (ideeën)geschiedenis en kijkt ook naar de toekomst in Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God. In dit boek dat in februari 2023 uitkomt, bezint hij zich op ‘de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten’.

Godenschemering van Daniël De Waele is een theologische cultuurgeschiedenis die de evolutie van het geloof in God uitdiept in de loop der tijd. Israël ontdekte in een polytheïstische wereld de Ene God, die door de tijd heen steeds humaner werd en dichterbij kwam. Hoe is het geloof na die grote stap geëvolueerd? Hoe past het verdampen van het geloof, dat uiteindelijk eindigde in de dood van God, in deze evolutie? En welke rol heeft het bestormen van de godenbeelden gespeeld? De Waele ontwaart naast deze geloofsevolutie een andere geschiedenis: een blijvende zoektocht naar de ene God.’
(Kokboekencentrum)

Steeds minder Nederlanders rekenen zich tot een religie of levensbeschouwing blijkt uit cijfers van CBS. Ik zie dat sommige media hieruit de verkeerde conclusie trekken dat het percentage gelovigen in Nederland verder is gedaald. Wel zijn er gelovigen die het instituut kerk minder bezoeken. God is echter overal en de manier om Hem te ervaren is niet echt meer in de kerk. Die gebouwen verdwijnen dan ook in rap tempo, de gelovigen niet.

W
aarom zouden mensen plots, of langzaamaan, het geloof in de goden opgeven, vraagt De Waele zich desondanks af. Alsof ook hij het aantal gelovigen alleen maar afleest uit kerkbezoek. Hoe kan het, dat wat mensen eeuwen en eeuwenlang als vanzelfsprekend hebben aangenomen, dat uiteindelijk toch gaan betwijfelen, is desalniettemin zijn onderzoeksvraag. 

Volgens William James, Amerikaans filosoof en psycholoog, moet het ontstaan van geloof in goden altijd van psychologische aard zijn geweest. Mensen ervoeren dat de goden leiding gaven, dat zij beschermden tegen boze machten, dat zij voor vruchtbare akkers zorgden, dat zij, kortom, in het algemeen zeer nuttig waren. Als dat in later tijd veranderde, als de goden gebeden niet verhoorden of zij niet langer beantwoordden aan ondertussen gewijzigde menselijke verwachtingen, zeden of idealen, geraakten die goden in onbruik.’

De auteur zegt dat zijn boek over de belangrijke ontwikkelingen verhaalt die zich in het godsgeloof hebben voorgedaan op de lange weg doorheen de geschiedenis waarin de mens met zijn God wandelde.

Het zijn vaak ingrijpende zaken, soms zijn het dramatische omwentelingen, die zonder dat we het beseffen, ons denken en geloven (als dat er nog is) hebben vormgegeven.’

Ook over de teloorgang van het heiligdom verhaalt dit boek, van wat millennia lang de ontmoetingsplaats is geweest tussen hemel en aarde. De auteur onderzoekt eveneens welke gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël aanleiding hebben gegeven zich te beperken tot aanbidding van Jahwe alleen, en hoe Israël op de gedachte gekomen is dat er welbeschouwd toch maar één God bestaat. Een ander hoofdstuk vertelt over geweld en doodslag die door God worden bevolen:

Het feit echter dat de gelovige dit als probleem ervaart is opmerkelijk; het houdt een expliciete kritiek in op de Schrift, die toch juist voor de gelovige gezaghebbend is.’

Alles wat ons overkomt, wordt ons uit de liefderijke hand van God geschonken: zegen en straf, leven en dood, zegt de auteur. Het alternatief is een volstrekte willekeur in de gebeurtenissen van deze wereld:

Maar dat dingen zomaar, willekeurig gebeuren, dat wat je overkomt geen enkele betekenis heeft, wie kan dat verdragen?’

Drie hoofdstukken gaan specifiek over transformaties in het geloof van christenen. Ook beschrijft de auteur de Drie-eenheidsleer:

Dat is tegenwoordig geen erg populair gespreksonderwerp, maar dat is ooit anders geweest. In de 3e en 4e eeuw stortte menigeen zich in vurige controverses over hoe God precies in elkaar zat.’


Daniël De Waele

Vervolgens gaat Godenschemering in op hoe zich met name in Europa een evolutie heeft voltrokken van geloof naar ongeloof; hoe de evolutietheorieën van de Grieken en die van Darwin eruit zagen; en als God er niet meer was, wat is dan de betekenis geweest van religie in al die eeuwen die voorbij zijn gegaan; over de onvrede met het verdwijnen van God en de hunkering naar het geestelijke, naar mystiek; over mystiek buiten de kerk; over ‘onze eigen tijden’ en de hedendaagse gelovige:

Kort samengevat komt het erop neer dat die zelf wel zal uitmaken wat hij gelooft en hoe hij gelooft. Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk, wil men niet navelstarend door het leven gaan.
Tenslotte bezinnen we ons over de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten. Terwijl de vorige hoofdstukken vooral beschrijvend en informatief zijn, geef ik in dit laatste hoofdstuk ook mijn eigen, persoonlijke visie weer. Als gelovige.’

Bron: Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God (danieldewaele.com)

Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God | Daniël De Waele | KokBoekencentrum | Verschijnt 9-2-2023 | 352 pagina’s | € 27,99 | E-book: € 14,99 | Dr. Daniël De Waele is leraar Protestantse Godsdienst en docent Nieuwe Testament aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen (HIPGO) te Brussel. Daarnaast is hij lid van de Leerplancommissie voor Protestants Godsdienstonderwijs in Vlaanderen.

Beeld: Het beeld van Zeus (5e eeuw v.Chr.) stelde de Griekse oppergod voor, tronend op de berg Olympus. Het beeld stond in de Dorische tempel van Olympia, waar de oorspronkelijke Olympische Spelen werden gehouden ter ere van deze god. (wereldwonderen.com)

Beeld Daniël De Waele: Berne Media