Volgens Sigmund Freud is het atheïsme een troostrijke illusie

atheists
Theepotisme is de ideologie die stelt dat in God geloven hetzelfde is als geloven in een vliegende theepot. Er is voldoende bewijs tegen theepotisme. Dus als volgens filosoof Bertrand Russell theïsme hetzelfde is als theepotisme, dan moet de atheïst, om zijn overtuiging te rechtvaardigen, net als de a-theepotist, krachtig bewijs tegen theïsme hebben.

Op de site Godsbewijzen staan een tiental ‘keukentafelargumenten’ op een rijtje die veelvuldig en gretig door atheïsten en relativisten worden gebruikt. De site noemt ze zwak, onsamenhangend en ze beargumenteren eigenlijk niets. Echter, de slechtste argumenten worden het meest gebruikt.

De waarheid’ bestaat gewoonweg niet, is er ook zo een. Filosoof Roger Scruton zegt hierover dat als iemand zegt dat er geen waarheden zijn, of dat alle waarheid ‘slechts negatief’ is, hij jou vraagt ​​om hem niet te geloven: Doe het dus niet!

loesje1Een ander argument van de keukentafel: Waarheid is gewoon een machtsmiddel om andere mensen mee te controleren. Theoloog Tim Keller zegt hierover dat als je zegt dat alle waarheidsaanspraken machtsspelletjes zijn, dat ook geldt voor je eigen bewering.

Als je (net als Freud) zegt dat alle beweringen over God en religie niet meer zijn dan psychologische projecties om je schuld en onzekerheid te hanteren, geldt dat ook voor je eigen bewering… Foucault probeerde anderen te overtuigen van de waarheid van zijn analyse, ook al ontkende hij het bestaan van de categorie waarheid.’ 

Over het argument dat de atheïst geen bewijslast moet dragen omdat atheïsme slechts de afwezigheid van geloof is, zegt filosoof William Lane Craig dat volgens deze nieuwe definitie atheïsme niet langer meer een visie of overtuiging is.

Als atheïsme wordt benaderd als een standpunt, namelijk het standpunt dat er geen God is, dan moeten atheïsten hun deel van de bewijslast dragen, die dit standpunt ondersteunt. Maar veel atheïsten geven openlijk toe dat ze een dergelijke bewijslast niet kunnen dragen. Dus proberen ze zich van hun epistemische verantwoordelijkheid te onttrekken door het atheïsme opnieuw te definiëren, zodat het niet langer een standpunt is, maar gewoon een psychische conditie, die als dusdanig niets beweert.’ 

Nog een laatste argument en dan verwijs ik naar de link die alle argumenten helder op een rijtje heeft staan. Atheïsten en relativisten zijn stil de laatste tijd, misschien hebben ze het tegenwoordig te druk met hun atheïstische kerkbezoek, dat heilzaam kan zijn en rust geeft. Dit argument luidt: Geloof in God is een waanidee, een troostrijke illusie voor mensen met een infantiele mentaliteit. Ofwel de freudiaanse/(neo)marxistische visie op het geloof in God. Sigmund-Freud-1936Hierover zegt wiskundige en wetenschapsfilosoof John Carson Lennox in zijn bestseller God: A Brief History of the Greatest One, dat Manfred Lütz erop wijst dat de freudiaanse kijk op religie uitstekend werkt, mits God niet bestaat. (Sigmund Freud – foto: skepticism.org.) 

Maar volgens dezelfde logica, vervolgt Lütz, als God wel bestaat, laat hetzelfde freudiaanse argument zien dat het atheïsme de troostrijke illusie is, de vlucht voor de realiteit, een projectie van het verlangen om God nooit te hoeven ontmoeten en dan verantwoording te moeten afleggen voor je leven… De echte vraag is dan ook: bestaat God?’

Schrijver en Nobelprijswinnaar literatuur (1980) Czesław Miłosz voegt hier aan toe dat de ware opium van het volk het geloven is in (het) niets na de dood, de gigantische troost van denken dat we niet berecht zullen worden voor ons verraad, onze hebzucht, lafheid of moordpartijen.

Zie: Keukentafelargumenten

Foto: bertaltena.com

God is wellicht dood, maar ‘God’ is onsterfelijk

The_Creation_of_God_by_Man_naar_Michelangelo
‘Hoe spreek je de Grond van het Zijn aan? Welke beleefdheidsvormen hanteer je bij het oneindige Absolute waarvan eenieders contingente bestaan afhangt?’ Dit vraagt Maarten Boudry zich af in het opinieartikel Het magische drieletterwoord in Trouw, waarin hij tracht uit te zoeken wie of wat God is. ‘Bestaat God? Nou, dat ligt eraan. God is wellicht dood, maar ‘God’ is onsterfelijk.’

‘De vraag lijkt eerder: hoe ver kunnen we de definitie van ‘God’ oprekken en vervormen, zodat we aan ‘Zijn’ bestaan kunnen blijven vasthouden?’ (MB)

boudry-maartenMaarten Boudry, filosoof en auteur, verbonden aan de universiteit van Gent,  jongleert eindeloos met ‘God’, met het woord dan; zoekt omschrijvingen. En zo heeft hij het over ‘Hij die is wie Hij is’; een bovennatuurlijk wezen met menselijke emoties en gedachten; een onpersoonlijke kracht die de wereld stuurt en vormgeeft; een verpersoonlijking van het goede tussen mensen of Mysterie van het bestaan. (Foto: blog.newhumanist.org.uk)

En hij vraagt zich af of God dood is, of het eraan ligt wat we met God benoemen. Boudry verwijst naar het ontologisch Godsbewijs: een wezen dat niet bestaat, is minder perfect dan een wezen dat wel bestaat. Hij verwijst ook naar Paul Tillich die stelde dat God niet bestaat, maar het Zijn zelf is. Al met al vindt Boudry dat al die omschrijvingen van God slechts leiden tot gekrakeel tussen atheïsten en gelovigen.

‘De nieuwe lichting atheïsten staart zich blind op infantiele godsbeelden waar niemand nog geloof aan hecht. Dat partijtje schaduwboksen moet ophouden.’ (MB)

En zo gaat Boudry nog een tijdje door. Totdat hij zich afvraagt of God bestaat. En dan zijn we weer terug bij bovenstaand citaat waarin Boudry stelt dat God wellicht dood is, maar ‘God’ onsterfelijk.

Henri_Krop_overhandigd_Spinoza_aan_Stan_Verdult_2014.03.28Blogger Stan Verdult reageert hierop in zijn Spinozablog De schepping van God door de mens. Boudry zegt niets over Spinoza, dus doet Verdult dat, en stelt dat God eeuwig heeft bestaan, zoals de filosofen aannemen; in ieder geval ging Spinoza daarvan uit. (Foto: spinoza.blogse.nl) 

‘God, oftewel een substantie die uit een oneindig aantal attributen bestaat die ieder de eeuwige en oneindige essentie uitdrukken, bestaat noodzakelijk.’ Ontken dit maar eens, stel u dan voor (als u dat kunt) dat God niet bestaat. Dan zou zijn essentie dus niet het bestaan inhouden, wat een absurde gedachte is. Dus bestaat God noodzakelijk. En dat vormt dan Spinoza’s voornaamste bewijs.’ (SV) 

Verdult eindigt met de opmerking dat Boudry’s essay door Trouw geïllustreerd werd met de bekende afbeelding van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel dat naar de titel luistert: De schepping van Adam. Die titel zou volgens hem toch langzamerhand wel eens getransformeerd mogen worden in: De schepping van God door de mens. En dat deed hij.

Zie:

* Het magische drieletterwoord – (Maarten Boudry in Trouw) via Blendle (25 ct)

* De schepping van God door de mens  (Stan Verdult)

Illustr: Michelangelo

Hoe ziet de wereld eruit als niemand meer gelooft?

newscientist
Leven zonder God – De NewScientist zegt in het artikel Is daar iemand? dat ons brein perfect lijkt gemaakt om te geloven in God, maar dat de leegloop van kerken toch onverminderd doorgaat. Het vraagt zich af of een mens wel zonder het goddelijke kan en of een wereld zonder religie wel echt zoveel beter is. Hoe ziet de wereld eruit als niemand meer gelooft? kopt het blad op de cover.

Adjunct-hoofdredacteur van de NewScientist, Graham Lawton, beschrijft een ander beeld van een atheïstische toekomst dan dat van een koude, rationele wereld, dat werd geschetst door Weber en Durkheim – en recenter door evolutiebioloog Richard Dawkins­ en andere New Atheists.

Een beetje halleluja-roepend, een beetje spiritueel, meer gedreven door onverschilligheid dan door vijandigheid, en ingebed in een gezonde samenleving. Een samenleving die dus niet veel verschilt van die van veel westerse landen. Als ik op die zonnige zondagmorgen terugloop naar mijn auto, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dat vooruitzicht helemaal niet zo slecht is.’ 

Die zondagmorgen was Lawton vroeg opgestaan om naar de kerk te gaan, de atheïstische, wel te verstaan. Anderhalf uur lang zong hij mee en luisterde hij naar voordrachten. Hij stelt nadrukkelijk dat atheïsme geen deel uitmaakt van het programma dat de Sunday Assembly, een gemeente zonder God, biedt. Het gaat daar om het vieren van het leven, want het doel is mensen helpen het maximale te halen uit het leven – ‘het enige leven dat ze ooit hebben’.

Lawton stelt dat slechts 13% van de wereldbevolking aangeeft atheïst te zijn. Dat zijn er nog altijd 1 miljard. Nog eens 1,5 miljard mensen zijn naar eigen zeggen weliswaar gelovig, maar hangen geen religie aan. In het artikel geeft hij aan dat het er eerst op leek dat de secularisering onvermijdelijk was, maar dat aan het einde van de twintigste eeuw religie zelfs een periode van opleving kreeg. Echter nu is secularisering weer aan de orde van de dag.

‘In de afgelopen twee decennia is de religiositeit in vrijwel alle maatschappijen sterk afgenomen’, zegt socioloog Phil Zuckerman, van het Pitzer College in Californië. ‘Wereldwijd zien we religie wegkwijnen. Natuurlijk zijn er brandhaarden van fundamentalisme. Maar over het algemeen neemt de secularisering toe, ook in samenlevingen waar dat eerder nog niet was waargenomen – plaatsen als Brazilië, Ierland, en zelfs Afrika.’  

Om de vraag te kunnen beantwoorden of de wereld er beter of slechter van wordt als de ongelovigen de overhand krijgen, onderzoekt hij eerst waarom mensen überhaupt in een God geloven. Dan komt hij uit bij cognitieve wetenschappers en de psychologische eigenschappen die de mens tijdens zijn evolutie ontwikkelde; aan onze neiging ons te conformeren aan sociale normen. Mensen hebben het comfort dat het geloof in God met zich meebrengt niet meer nodig. Verder heeft hij het over de relatie welvaart en religiositeit, en het ‘apatheïsme’.

grahamlawtonUiteindelijk komt Graham Lawton (foto: Twitter) tot de conclusie dat religie geen vereiste is voor een gezonde samenleving en dat samenlevingen zelfs baat kunnen hebben bij secularisering. Tegelijk wijst hij op studies die uitwijzen dat er een verband bestaat tussen religiositeit, gezondheid en geluk, die als verklaring daarvoor noemen de gezondere levensstijl van gelovigen, plus hun sterkere sociale netwerken. Anderzijds stelt hij weer dat het verband tussen gezondheid en religie niet zo vaststaand is als wordt beweerd. En als mensen niet langer in God geloven…

Als mensen niet langer in God geloven, betekent dat nog niet dat ze intuïtief al het bovennatuurlijke afwijzen’, zegt Norenzayan. ‘Zelfs in overwegend atheïstische samenlevingen gelooft men in paranormale verschijnselen als astrologie, karma, buitenaards leven – allemaal zaken waarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat, maar die wel op ons gevoel werken.’ 

Dat is trouwens niet per se slecht. ‘Het is belangrijk om te onderkennen dat er krachtige psychologische redenen bestaan waarom we religieus zijn’, zegt Norenzayan. ‘We kunnen niet zomaar zeggen: het is maar bijgeloof, weg ermee! We moeten op zoek naar alternatieve oplossingen voor de diepe, voortslepende problemen van het leven, de problemen die religie probeert te verzachten. Alleen als samenlevingen daarin slagen, is atheïs­me een haalbaar alternatief.’ 

Zie: NewScientist, 20 juni 2014. (Via Blendle) Is daar iemand?
UPDATE 3 juli: Nu ook gedeeltelijk in de NewScientist te lezen.

De ontdekking van het religieus atheïsme

adieu
Voor Ulrich Libbrecht was de persoonlijke God een mijlpaal, die hem echter met een ketting vastbond, zodat hij alleen het theologische gras kon afknagen. ‘Buiten deze cirkel was alles heidens onkruid.’ Deze God was het landschap van zijn jeugd. Daar heeft hij de omtrek afgegraasd en ontdekt dat God en Wereld één zijn, of in zijn filosofie dat energie en informatie één zijn. Libbrecht schrijft dit in zijn nieuwe boek Adieu à Dieu – Naar een religieus atheïsme. 

‘ADIEU betekent vaarwel. Dit boek is inderdaad mijn vaarwel aan de religie waarin ik ben opgevoed. Dit betekent evenwel niet vaarwel aan elke vorm van religiositeit. Ik kan me niet losmaken van het Mysterie dat ik in de kosmos en in mijn eigen hart waarneem. Hoewel ik mezelf beschouw als een kritische rationalist, heb ik me nooit kunnen overgeven aan een begrenzend positivisme, dat het onkenbare beschouwt als het nog-niet-gekende.’ (UL)

ulrichlibbrechtEmeritus prof. dr. Ulrich Libbrecht (foto: knack.be) beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura‘ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven. (Wever)

À DIEU, ‘Gode bevolen’ betekent dat ik de godsgelovigen wil uitnodigen om vaarwel te zeggen aan de pseudo-god van de westerse traditie. Ik wil ze uitnodigen om vaarwel te zeggen aan de ‘oorzaak der oorzaken’, aan de ‘Dieu des philosophes’, maar vooral aan de ‘Heer der heerscharen’, en op zoek te gaan naar wat deze ‘Dieu’ (Deus) in werkelijkheid betekent. Ik nodig ze uit om op zoek te gaan naar ‘de geur van de roos’, in de plaats van zich vast te klampen aan ‘de naam van de roos’. (UL)

Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht (de School voor filosofie Oost-West, PD) een School voor Comparatieve Filosofie(Wever)

ADIEU À DIEU verwijst naar een religieus atheïsme, met als prototype het boeddhisme. Het is geen daad van hoogmoed om de god van de traditie te ontkennen, maar integendeel een daad van grote nederigheid, waarbij men ophoudt de berg theologisch te bestormen, maar in het dal van de stilte wacht op het licht. Mystiek is in haar zuiverste vorm atheïstisch. Dit wil zeggen dat het de grote Leegte, het grote Niets aanvaardt en uit zijn eigen Boeddhanatuur laat verrijzen. Dat men het Mysterie niet be-grijpt, maar er zich door laat grijpen.’ (UL) 

Adieu a Dieu. Naar een religieus atheïsme | Ulrich Libbrecht | Garant Uitgevers NV | 2014 | ISBN 9789044131345 | € 15,90

‘Geloof bestand tegen elke atheïstische bedenking’

antoine.coypel.democritus.circa.460.circa.370.bc.1692
Existentiële omstandigheden inspireren docent filosofie Jan-Auke Riemersma waarde te hechten aan religieuze ideeën, aan de gedachte dat er méér is dan hij kan opmerken; deze gedachte werkt, want ze maakt het onrecht van de dood ongedaan en ze maakt de existentiële last van de mens dragelijk (zonder God geen zinvol bestaan!) 

Het geloof blijkt volgens Riemersma nu heel goed uitvoerbaar te zijn. Je hebt, als het belang van deze epistemologische omkering goed tot je is doorgedrongen, tenminste het volste recht om ‘gewoon’ te geloven in God (fideïsme).’

Je kunt dan gewoon naar de kerk gaan en geloven dat God je hoort, zolang je maar niet – zegt Riemersma erbij – beweert dat God je been verlengt, je rug weer recht, de evolutie georkestreerd heeft, de wereld heeft gemaakt buiten de natuurwetten om en al dergelijke: dat staat gelijk aan beweren dat je kunt vliegen.

‘Heeft de mens dan niet het recht, om met zijn scherpe verstand, te kijken of er iets is áchter de dood? Want als de dood een onrecht is en als de existentiële problemen zwaar wegen, dan is men wijs als men zich verweert, hoe dan ook. Daarom: als ik mij met mijn verstand een metafysische voorstelling van het bovennatuurlijke (transcendente) kan vormen, en dit religieuze gedachtegoed maakt het voor mij mogelijk om mij staande te houden in dit leven, dan heb ik het epistemologische recht om dit te doen en hier in te geloven. Immers, de belangrijkste epistemologische vraag is: werkt het (is het nuttig)?’ 

Het is eenvoudig genoeg om te zeggen dat de werkelijkheid zelf absurd genoeg is om je geloof te ruggensteunen, zegt Riemersma. Je kunt immers betogen dat, aangezien de wereld geen logische bouw heeft, er wel degelijk een transcendente werkelijkheid is – en dat de gelovige, per saldo, het beter gezien heeft dan de naturalist:

Er is letterlijk meer dan wij kunnen bevatten, voor ons is de werkelijkheid (= ongelijk aan ons model van de wereld) zo rijk aan mogelijkheden, dat wij ons met een gerust hart enige religieuze overtuigingen kunnen permitteren. Bovendien maakt deze constructie het mogelijk om het naturalisme te combineren met religie.’

Volgens Riemersma heeft de atheïst een onevenredig groot vertrouwen in onze rationele denkwijze, omdat hij denkt dat ons verstand bedoeld is om een volledig en uitputtend beeld van de werkelijkheid te schetsen. De atheïst zal de gelovige tot de orde willen roepen met zijn traditionele kennistheoretische vragen en zal vragen of je geloof mogelijk is en werkelijk uitvoerbaar.

De atheïst gelooft dat het bestaan van God in absolute zin ‘waar’ of ‘onwaar’ kan zijn. Het is echter verstandiger om te denken dat onze ratio en ons onderzoek van de werkelijkheid een beeld opleveren dat ons helpt om te bepalen of onze intenties uitvoerbaar zijn. Ons beeld van de werkelijkheid is zélf instrumenteel. Het is bedoeld om ons gedrag te regelen – en niet om te dienen als een universeel geldig vergezicht. Mensen zijn niet ‘alwetend’. De metafysica van de atheïst is niet te verdedigen.’  

Riemersma stelt dat hiermee het geloof volkomen verantwoord en absoluut bestand is tegen elke atheïstische bedenking.

Zie: Een smal strand (Religie Verantwoord) – De Lachende Theoloog

delachendetheoloogIllustr. boven: Democritus (Demokritos) van Abdera, Oudgrieks:  Δημόκριτος, Dêmókritos) (ca. 460 v. Chr.-380/370 v. Chr.) was een Grieks geleerde, filosoof, astronoom en reiziger. Hij wordt tot de presocratici gerekend. Hij wordt ook de ‘lachende filosoof’ genoemd. (Schilderij: Antoine Coypel 1661 – 1722 – filosofie.wikispaces.com) Jan-Auke Riemersma noemt zich ‘de lachende theoloog’. (Foto: J-A R).

God 3.0: ‘Hé, God, laat je niet kennen!’

God 30

Zwevende gelovigen zijn in de meerderheid in Nederland: gelovigen die niet meedoen in een geloofsgemeenschap. Ze zoeken hun eigen weg zonder vaste grond onder hun voeten te hebben. Zwevende gelovigen zijn echter geen spirituele zwevers die zich weinig in de realiteit begeven, maar gewoon gelovigen die (nog) niet weten waar ze werkelijk willen staan; in ieder geval niet in een geloofsgemeenschap.

‘Tussen de uitersten van het geheide geloof en het even geheide atheïsme zoeken de meeste mensen hun plekje op de levensbeschouwelijke markt, al dan niet aan de hand van media en bestsellers. In dit boekje verken ik de keuzes waar zij mee te maken krijgen en waar ik ook zelf mee bezig ben. Ook ik ben van zekerheid naar twijfel gegaan. Bovendien heb ik onderzoek gedaan naar allerlei soorten geloof. Ik zoek naar een werkbare manier om met twijfel, godsbeelden en levensbeschouwelijke verschillen om te gaan. De God die ik zoek noem ik God 3.0. Zoek vooral mee.’ (Uit: God 3.0)

André Droogers schreef: God 3.0, Voorbij godsdienst en atheïsme, over hoe God er uitziet in de 21e eeuw. Hij stelt hierin dat vooral vrijzinnige christenen luisteren naar de wetenschappers en proberen geloof en wetenschap allebei recht te doen. Volgens Droogers moeten we dus rekening houden met de atheïstische kritiek èn met de vrijzinnige visie.

‘Maar hoe noem je dan nu het geloof van twee derde van de Nederlandse bevolking buiten de kerk? Is er een term voor hun niet-georganiseerde, vrijblijvende, maar toch wel religie-achtige beleving? ‘Spiritualiteit’ is een begrip dat lijkt te voorzien in die leemte. Mensen zeggen niet meer zo gauw dat ze ‘religieus’ zijn of zelfs dat ze ‘geloven’. Als je zegt dat je religieus bent, vermoedt je gesprekspartner dat je fanaat bent. En wie zegt dat hij gelooft, wordt nog steeds gezien als iemand die elke zondag in de kerk zit. Het is veel meer politiek correct te zeggen dat je ‘iets hebt met spiritualiteit’.’ (Uit: God 3.0)

droogers_tcm30-35328

NieuwWij interviewde 13 februari André Droogers (foto: fsw.vu.nl), onder de kop ‘Gelovigen vind je nu vooral buiten de kerkmuren’. Een gesprek over religieuze opvoeding, godsbeelden, atheïsme en God 3.0. Droogers gelooft nog altijd in God, al is zijn Godsbeeld veranderd. Hij zit in de vrijzinnige hoek.

‘Elke tijd krijgt een God die hij verdient. Na God 1.0 kwam in de moderne tijd God 2.0. Onze tijd met zijn globalisering en nieuwe verhoudingen en problemen vraagt om God 3.0. God 3.0 houdt van variatie. Ze is niet langer een exclusief bezit, maar van en voor iedereen die wel of niet gelooft. Zij komt tegemoet aan de kritiek van atheïsten. Op haar gezag houden godsdiensten op elkaar te bestrijden, maar pakken ze armoede, oorlog en milieuvervuiling aan. Religie wordt een toonbeeld van tolerantie.’ (AD)

Op de vraag aan Droogers, wat hij zou vragen als God gewoon bestaat en hij God morgen een vraag per mail mag sturen, antwoordt de emeritus hoogleraar culturele antropologie aan de VU:

‘Meer een advies: ‘Hé, God, laat je niet kennen. Adieu, André.’

Bronnen:
* God 3.0 (Informatie van uitgever Parthenon)
Gelovigen vind je nu vooral buiten de kerkmuren’  (NieuwWij)

Update 10-11-2024 (Lay-out – aangepaste links)