Bevrijd van de bezetting door het godsidee

Godsidee

‘Het mysterie van bewustzijn en kosmos wordt bevrijd van de bezetting door het godsidee. Het mysterie komt vrij in de oorspronkelijke, want onherleidbare dimensies van ons bestaan: ruimte, tijd en bewustzijn en in mijzelf en in de medemens als mededrager van dat mysterie. Deze dimensies bevatten, omvatten en constitueren mijn bestaan en zijn het ultieme dat past bij het hedendaagse denken over de werkelijkheid.’

Aan het woord is filosoof Arnold Ziegelaar in het artikel Het wonder van de werkelijkheid. Hij houdt een pleidooi voor een derde weg tussen godsgeloof en natuurwetenschappelijke reductie: een non-theïstische, aardse mystiek, die openstaat voor het wonder van de werkelijkheid.

Je kunt feeling hebben voor het wonder van de natuur zonder in God te geloven. Religieuze gevoeligheid en atheïsme sluiten elkaar niet uit. Voor de atheïst staan meer opties open dan een koud nihilisme. De natuur is grootser dan de natuurwetenschap. Natuurwetenschap verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar put haar volheid daarmee niet uit. En bovenal: de natuurwetenschap verklaart niet waarom er überhaupt natuur is.’

Ziegelaar herdefinieert eigenlijk de schijnbare tegenstelling van atheïsme en religiositeit, waarbij religiositeit verlangen en streven naar zingevende innigheid met het ultieme is. Het ultieme is dan het meest diepe of oorspronkelijke niveau van de werkelijkheid. Het hangt van de specifieke inhoud van dit ultieme af of men atheïstisch is of niet. Atheïsme is de stelling dat er geen God als transcendente, persoonlijke schepper van de kosmos, bestaat.

Maar als het ultieme gedefinieerd wordt als (Bewust-)zijn, Leegte, Tao, Natuur of het Idee, dan kan een atheïst religieus zijn. Elke conceptie van het ultieme definieert een eigen soort religiositeit. De crisis van het theïsme is dus niet noodzakelijk een crisis van de religiositeit als zodanig. De levensbeschouwelijke vraag van vandaag is of er een ultieme gedacht en ervaren kan worden dat eigen is aan de levensbeschouwelijke situatie van nu.’

De filosoof heeft het over de crisis van het theïsme. De wegen naar God zijn onbegaanbaar; godsargumenten hebben geen bewijskracht; het godsidee is geen waarborg voor het bestaan van God buiten dat idee; God wordt vervangen door natuurwetenschappelijke verklaringen. En het zinloos lijden in de wereld is in tegenspraak met het bestaan van een liefdevolle, morele God. Hiermee verklaart Ziegelaar de opkomst en groei van het atheïsme.

Blijven echter de grondvragen waarom ‘er iets is en niet eerder niets’ en waarom ‘er iets voor mij aanwezig is en niet eerder niets’. Op het eerste waarom is het antwoord: dit is het bestaansmysterie: waarom er überhaupt een natuur is. Het tweede verwijst naar bewustzijn: dat er iets voor mij aanwezig is.

De fysica verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar verklaart niet waarom er überhaupt een natuur is. Dit is het bestaansmysterie. De fysica verklaart ook niet waarom er openheid voor die natuur er is, waarom er iets voor mij aanwezig is. Bewustzijn verzet zich tegen inlijving in het begrippenstelsel van de fysica. Dit is het zijnsmysterie.’

Bewustzijn creëert de natuurlijke werkelijkheid niet, stelt Ziegelaar, maar is dat waaraan zij zich openbaart. Verder lijkt de fysische werkelijkheid noodzakelijk voor bewustzijn, want een bewustzijn dat zich nergens van bewust is, is geen bewustzijn. Ook kunnen we volgens de filosoof niet uitsluiten dat specifiek fysisch bestaan een noodzakelijke voorwaarde voor bewustzijn is, zonder er een voldoende voorwaarde voor te zijn.

Bewustzijn, zo stelt de filosoof, is door sommige denkers opgevat als een argument voor het bestaan van God: het zijnsmysterie wordt dan ingezet voor het theïsme.

Bewustzijn is echter geen bewijs dat God bestaat. Als God bestaat, dan is er bewustzijn, maar niet andersom. Bewustzijn kan immers een oorspronkelijke dimensie zijn die niet afleidbaar is uit iets anders. Bewustzijn is eigen aan God als hij bestaat, maar we kunnen bewustzijn niet uit God verklaren voor zover God nog iets anders is dan bewustzijn. Het zijnsmysterie kan niet met een Godsidee worden doorgrond.’

We weten niet zeker of het bewustzijn inderdaad een noodzakelijke voorwaarde heeft in fysische processen, stelt Ziegelaar ten slotte.

Het bewustzijn als openheid voor ruimte, tijd, medemens en als voorwaarde voor de dood, geeft zijn gronden niet aan ons mee. We zijn een voorwaardelijke openheid die haar voorwaarden niet (volledig) kent. In die openheid kunnen we echter wel contemplatief worden en ons verwonderen, verbijsteren en gelukkig prijzen dat we delen in het mysterie van bestaan en zijn.’

Zie: Het wonder van de werkelijkheid (Bron: Tijdschrift voor geestelijke leven,  4, 2018, Nabije vreemden. Themanummer over gelovigen en ongelovigen in gesprek.) (De Bezieling)

Beeld: thedayofthelord.hatenablog.com

Arnold Ziegelaar studeerde theoretische fysica en wijsbegeerte aan de universiteit van Leiden. Thema’s die de filosoof in het bijzonder interesseren, zijn: natuur, religie, kunst, goed en kwaad, zingeving en bewustzijn. In 2015 kwam zijn boek Aardse mystiek, een inleiding in de filosofie verwondering uit bij ISVW uitgevers. In 2016 verscheen Oorspronkelijk bewustzijn. Zie zijn pagina ‘Publicaties’.

Religie, humanisme, en de mystieke ervaring

Boekrecensie: Religions, Values, and Peak-Experiences (Religie en topervaring) – Abraham H. Maslov was een humanistisch psycholoog die religieuze (top)ervaringen bestudeerde vanuit de gezonde ontwikkeling van de mens. Hij vatte die op als mystieke ervaringen, losstaand van enige religie en die voor kunnen komen bij zowel religieuze als niet-religieuze mensen. Religie en topervaring, uit 1964, blijkt nauwelijks aan actualiteit te hebben ingeboet, zo visionair was het al in die tijd.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende’

De mens en zijn mogelijkheden
H
et bijzondere van Maslov (1908 – 1970) is dat hij inderdaad, zoals H.C.J. Duijker in het voorwoord schrijft, een essay schreef als ‘pleidooi voor een niet-dogmatische, onbevangen, realistische bezinning op de mens en zijn mogelijkheden’. In deze tijd van eindeloze discussies over seculariteit en religie, schreef Maslov meer dan vijftig jaar geleden over topervaringen, en haalde ze uit het beperkende straatje van religieuze of mystieke ervaringen.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos.’
(Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont, blz. 172)

Topervaringen
I
eder mens, religieus of niet, kan topervaringen (ook wel piekervaringen genoemd) meemaken. Maslov maakt het woord ‘religieus’ los van zijn begrensde ‘samenhang met het bovennatuurlijke, kerken, rituelen, dogma’s, beroepsgeestelijken, enzovoorts. Hij past het in principe toe op heel het leven. Maslov noemt godsdienst in die zin dan ook een geestesgesteldheid die men in iedere levensactiviteit kan bereiken. Een atheïst zou ook een ‘religieuze ervaring’ kunnen doormaken. Maslov verhaalt bijvoorbeeld van een overtuigd marxiste die echter een echte topervaring wel moest ontkennen, omdat deze ervaring in strijd was met heel haar materialistisch-mechanische levensfilosofie.

Natuurlijke betekenis
Maslov noemt topervaringen eerder een kenmerk van gezondheid dan een van een neurose of psychose. Ze kunnen pathologisch zijn, stelt de humanistisch psycholoog, maar ze zijn dit vaker niet dan wel: ‘ze moeten vaker hoog gewaardeerd dan gevreesd worden’. Hij wil aantonen dat ‘geestelijke waarden een natuurlijke betekenis hebben, dat ze niet het uitsluitend bezit van georganiseerde kerken zijn’. Die geestelijke waarden vindt hij behoren ‘tot de algemene verantwoordelijkheid van heel de mensheid’. Het geestelijk leven lijkt eerder alleen maar tot het terrein van de georganiseerde godsdienst te behoren. Maslov zet zich hier met kracht en argumenten tegen af.

Wetenschap en religie
D
e psycholoog stelt dat er iets aan het veranderen is, zowel binnen de wetenschap als binnen de religie. De wetenschapsbeoefenaar gaat hierdoor ‘minder bekrompen’ naar religieuze vraagstukken kijken. De wetenschap maakt zich los en onafhankelijk van de georganiseerde religie, en er ontstaat een nieuw type humanistische wetenschapsbeoefenaar die ‘bestrijdt dat de gevestigde godsdiensten de enige arbiters zijn in alle vraagstukken van geloof en zeden’. Voor gelovigen, maar natuurlijk ook voor ieder ander mens, pakt dit positief uit en wordt er niet meer slechts vanuit religieus oog- en standpunt naar hen gekeken. De wetenschap kan, onafhankelijk, vragen beantwoorden van mensen die topervaringen meemaken.

Voor bij de religieuze beperking
D
it is dan ook van belang voor atheïsten. Immers, wat moeten zij met hun topervaringen als die alleen maar mogelijk zouden zijn binnen een religieuze context? ‘Religieuze antwoorden zouden zij moeten verwerpen,’ zo stelt Maslov. En dat is wat Maslov nu juist niet wil. Hij wil voorbij de religieuze beperkingen. 
Nu ook de wetenschap er open voor staat, kunnen religieuze- of topervaringen bekeken worden als ‘diep geworteld in de menselijk natuur’ en dus wetenschappelijk worden bestudeerd. Zonder de beperkingen van de georganiseerde religie. Maslov: ‘Wij kunnen thans bestuderen wat in het verleden gebeurde en toen slechts in bovennatuurlijke termen verklaarbaar was.’ Mensen met allerlei top- en transcendente ervaringen konden vanaf toen ook beter terecht voor hulp en erkenning. Daarvòòr hielden zij zich veelal bezig met het afweren van hun ervaringen, waarvan ze vaak niets snappen of weten wat er binnen in henzelf gebeurt.

Uit de enge hokjes
M
aslov stelt ook dat door onderzoek van topervaringen wij de gegronde hoop mogen koesteren dat ‘wij meer zullen begrijpen van de grote openbaringen, bekeringen en verlichtingen, waarop de georganiseerde godsdiensten gebaseerd zijn’. Hij laat onder andere hiermee zien, dat hij religie niet afschrijft, maar ook de moeite waard is te bestuderen. Er ontstaat een toenemende mogelijkheid tot het samengaan van religieuze en niet-religieuze visies, vooral ook dat ze niet zo veel van elkaar hoeven te verschillen. We zullen de mens niet langer in enge hokjes hoeven zetten, maar erkennen dat menselijke ervaringen en ideeën zowel religie als het secularisme overstijgen.

Humanistische psychologie
D
e psycholoog zegt hierover dat met ‘onlangs ter beschikking gekomen psychologische gegevens een nieuwe mogelijkheid tot een positief, naturalistisch geloof, een ‘gewoon geloof’, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey het noemde. Of tegenwoordig ook wel: humanistische psychologie. In onze tijd, waarin nog altijd veel verhitte discussies, congressen en symposia plaatsvinden over religie en het seculiere, is dat pure winst. Er is wellicht helemaal niet zo veel verschil tussen mensen. We kijken echter niet ver genoeg, te veel nog naar verschillen en te weinig naar overeenkomsten.

Vrijzinnig godsdienstigen en non-theïsten
M
aslov maakt melding van het feit dat vrijzinnig godsdienstigen, maar ook de non-theïsten, te veel de nadruk leggen op kennis van de onpersoonlijke wereld. Het gaat hen slechts om rationele kennis en zij laten het irrationele, het anti-rationele, het niet-rationele, links liggen. ‘Zij ruimen in hun systemen geen fundamentele plaats voor het geheimzinnige, het onbekende, het onkenbare, het gevaar opleverende weten of het onuitsprekelijke’. Hij heeft het dan ook onder meer over het feit dat zij ook voorbij gaan aan ‘ervaringen van overgave, van eerbied, van devotie, van toewijding, van nederigheid en offervaardigheid, van ontzag en het gevoel van kleinheid’. Dit noemt hij naast het feit dat die ervaringen veel als ‘lager’ of ‘niet goed’ worden beschouwd, dat ‘inexacte, onlogische, metaforische, mythische, symbolische, tegenstrijdige, dubbelzinnige en ambivalente’.

God als het ‘Zijn zelf’
W
anneer Maslov zegt dat ‘als God gedefinieerd wordt als het ‘Zijn zelf’; als het ‘integratieprincipe in het heelal’; als ‘de zinrijkheid van de kosmos’ of op een andere niet-persoonlijke wijze, waartegen zullen de atheïsten dan nog vechten?’
Hij zet dit naast de gedachte van theoloog en filosoof, Paul Tillich, in zijn formulering van godsdienst als ‘bekommering om uiteindelijke zaken’.
Maslov formuleert de humanistische psychologie op dezelfde manier en stelt vervolgens de vraag wat dan nog het verschil is tussen een gelovige in het bovennatuurlijke en een humanist. Voor Maslov mogen verschijnselen als mysterie, dubbelzinnigheid, gebrek aan logica, tegenstrijdigheid, mystieke en transcendente ervaringen, geacht worden geheel binnen het domein der natuur te liggen. Ook het onverklaarde en op het ogenblik onverklaarbare, ESP [buitenzintuiglijke waarneming, PD] vallen hieronder.


Humanistische psychologie
Maar indien kan worden aangetoond dat de religieuze vragen (die tegelijk met de kerken werden uitgebannen) gerechtvaardigde vragen zijn, dat deze vragen bijna hetzelfde zijn als de diepgaande, ernstige, essentiële problemen van het soort, waarover Tillich spreekt en van het soort, op grond waarvan ik de humanistische psychologie zou willen definiëren, dan zouden deze humanistische sekten veel nuttiger voor de mensheid kunnen worden dan nu het geval is.
Ze zouden inderdaad zeer wel een sterke overeenkomst kunnen gaan vertonen met de gereorganiseerde kerkorganisaties. Het is best mogelijk dat er op de lange duur niet veel verschil tussen hen zou bestaan, indien beide groepen het primaire belang en de realiteit van de fundamentele persoonlijke openbaringen (en hun gevolgen) aanvaarden.
En indien ze het erover eens konden worden al het overige te beschouwen als secundair, bijkomstig, als niet noodzakelijke, niet wezenlijk bepalende kenmerken van religie, zouden ze zich kunnen concentreren op het onderzoek van de persoonlijke openbaringen – de mystieke ervaring, de topervaring, de persoonlijke verlichting – en van het B-kennen [de topervaring, PD] dat daaruit zal voortvloeien.

(Uit: Religie en topervaring)


Slotsom
D
oorredenerend komt Maslov tot de slotsom dat een van de gevolgen van de aanvaarding van ‘de opvatting van een natuurlijke, algemene, fundamentele, persoonlijke religieuze ervaring is, dat daardoor ook atheïsme, agnosticisme en humanisme hervormd zullen worden’. Genoemde richtingen hebben volgens Maslov godsdienst te veel met kerken vereenzelvigd: ze hebben te veel verworpen.

Religions, Values, and Peak-Experiences | Abraham H Maslow | 7 oktober 2019 | 122 pagina’s | 20,75 – (Ook via Amazon)

Beeld: apofyliet.nl
Update 18/19 03 2025 (Lay-out, links) Boekrecensie op basis van Nederlandse editie Religie en Topervaring – 2018.

Witboek Evolutionaire Biologie voor bijzonder onderwijs

DistinguishingScienceAndMetaphysicsInEvolutionAndReligion

Het Lorentz Center (Leiden University) houdt vanaf vandaag een vijfdaagse workshop over evolutionaire biologie en religie. De bedoeling is een dialoog tussen theologen, evolutionaire biologen, religieuze wetenschappers van verschillende religies en levensbeschouwingen (inclusief atheïsme) en filosofen van de wetenschap. Ook wil men misverstanden en karikaturen wegwerken, een gemeenschappelijk begrip bereiken over de onderlinge relatie tussen religie en wetenschap, en debatteren over ‘grensgeschillen’: hetzij wanneer de wetenschap te veel beweert (zoals in de filosofie van het ‘sciëntisme’) of wanneer religie inbreuk maakt op de wetenschap (zoals intelligent ontwerp of creationisme). 

In de media is er summier iets over te vinden, behalve een klein berichtje achter een betaalmuur in het ND en een kritisch artikel op Logos. Oninteressant voor de media of komt alle aandacht pas achteraf?

Veel interessante sprekers zijn er actief, zoals Gijsbert van den Brink, Marcel Sarot, Herman Philipse, Jeroen de Ridder, René van Woudenberg, Ab Flipse, Gerdien de Jong en 20 anderen. Het programma lijkt boeiend genoeg. Onderwerpen zijn onder meer een historisch perspectief op de relatie tussen wetenschap en religie; maar ook over een historisch perspectief op de relatie tussen de evolutionaire biologie en religieuze geloof in Nederland; over evolutie en jodendom: problemen en vooruitzichten; en over evolutie en islam in Turkije. Gijsbert van den Brink zal het hebben over evolutie en christendom; Gerdien de Jong over wetenschap en theïstische religie. Meer over het programma is hier te vinden.

Het Logos Instituut reageert nu al kritisch op het congres: ‘Evolutiecongres wil Nederland klaarstomen voor (theïstische) evolutie’. ‘Kritische noot en alternatieven ontbreken’. Logos ziet daar vooral veel theïstische evolutionisten rondlopen en veronderstelt, bij monde van de stichter ervan, creationist Jan van Meerten, dat dit congres niets anders is dan een strategische zet om (theïstische) evolutie in de scholen en kerken onderwezen te krijgen en het klassieke scheppingsgeloof de deur te wijzen. Het Lorentz Center wil inderdaad op dag vier een Witboek schrijven over het programmeren van evolutionaire biologielessen in het bijzonder onderwijs. Onder meer moeten er antwoorden gevonden worden op de vraag hoe om te gaan met studenten en docenten die weigeren de evolutie te accepteren.

Het klassieke scheppingsgeloof is voor veel (theïstische) evolutionisten een doorn in het oog. Zeker als deze visie op de werkelijkheid ook nog eens onderwezen wordt op scholen. Hoe trekken we ook deze halsstarrige evolutieweigeraars over de streep? Iedereen zou de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming toch moeten accepteren? Hoe gaan we om met docenten en studenten die de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming over deep time niet kunnen accepteren? Dat lijken de vragen op het congres dat volgende week (27-31 augustus 2018) zal plaatsvinden.’ (Logos)

Van Meerten veronderstelt dat de organisatie het erom gaat of evolutie en geloof te combineren zijn. Hij vindt dat vanuit het programma echter wel duidelijk wordt dat dit geen vraag is, maar als gegeven wordt verondersteld. Zijn argwaan is wellicht groot omdat de organisatie  in handen ligt van theoloog prof. dr. Gijsbert van den Brink, bekend van het theïstisch evolutionistische boek En de aarde bracht voort, en bioloog dr. Duur Aanen, bekend van het protest tegen het proefschrift van de in 2013 gepromoveerde Joris van Rossum. 

Een kritische noot op universele gemeenschappelijke afstamming over deep time ontbreekt volledig. Laat staan dat er wetenschappelijke alternatieven als het scheppingsparadigma en/of Intelligent Design aan bod komen. Hoe ver zijn we in de evolutie-acceptatie en welke hordes moeten er nog worden genomen? Dat lijkt de hoofdvraag van dit evolutiecongres.’ (Logos)  

Wellicht is het congres toch interessant genoeg en vinden we in de media later verslagen terug. Het blijft vreemd dat er nu slechts in de krochten van internet beperkte informatie vooraf te vinden is. Het Lorentz Center lijkt vooralsnog vooral binnenskamers te willen blijven en/of nauwelijks gehoor te vinden bij de media.

Evolutie en de zin van ons bestaan

Het essay Thuis in de kosmos van godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes ‘scherpt de geest van iedereen die hier wel eens over nadenkt of misschien zelfs mee worstelt. Heerlijk filosofisch leesvoer, niet alleen voor verweesde gelovigen, maar ook voor nihilistische atheïsten.’ – Een wervend commentaar van wetenschapsjournalist Govert Schilling. ‘In het onmetelijke heelal is de aarde nergens te vinden en komt de mens net kijken. Dat schuurt soms met de menselijke behoefte aan zingeving. Nergens voor nodig, aldus Smedes.’

‘Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen’ 

Volgens Smedes is er geen enkele wetenschappelijke theorie die de mens in de afgelopen eeuwen zo aan het denken heeft gezet, op zoveel manieren en via zoveel wegen en omwegen, als de evolutietheorie.
De natuurwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op onze thuisplaneet Aarde beschrijft en verklaard. Zijn boek kreeg daarom ook als ‘ondertiteling’ mee: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan. Het natuurwetenschappelijke verhaal van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde wordt volgens Smedes door religieuze naturalisten en sommige wetenschappers wel het Epos van Evolutie genoemd.

‘Hoewel de naam van Charles Darwin (1809-1882) helemaal met deze theorie is vergroeid, was het niet Darwin die het idee introduceerde. Het idee dat onze wereld in ontwikkeling is, is veel ouder dan Darwin en gaat terug tot de presocratische filosofen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Het was volgens Smedes wel Darwin die voor het eerst aan de hand van talrijke observaties beschreef aan welke wetten en mechanismen de ontwikkeling van het leven op Aarde gehoorzaamt.

‘Bovendien wees hij al heel subtiel op de implicaties die zijn theorie had voor ons wereldbeeld en mensbeeld. Daarmee raakte Darwin een gevoelige snaar in de ziel van de westerse mens. Darwins theorie raakt aan alles wat ons dierbaar is, en daarmee ook aan de vraag naar de zin van alles: de zin van het bestaan, de zin van de kosmos, de zin van mijn en van jouw leven.

‘Ik wil in dit essay laten zien wat voor een grandioze visie in het evolutionaire denken besloten ligt. Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

De omschrijving vertelt dat het heelal miljarden jaren geleden ontstond. De eerste sterren kregen vorm en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

‘Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen.

Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.’
(Uit: Thuis in de kosmos, cover)

thuisindekosmos


Het Nederlands Dagblad vraagt zich in de kritische recensie van Thuis in de kosmos af: stel dat alles toeval is: deze wereld had er niet hoeven zijn, en wij mensen ook niet; er is geen groter plan, geen God die alles bestuurt; dan is alles uiteindelijk zinloos, toch?

‘Niet waar, zegt theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes. Ook als je de evolutietheorie omarmt tot in zijn uiterste consequentie dat alles toeval is, hoef je niet per se nihilist te worden. Het ‘epos van evolutie’ draagt zin in zichzelf, betoogt Smedes in zijn essay Thuis in de kosmos. Daarmee kiest hij een middenpositie tussen de nihilistische atheïst, die mensen oproept zelf zin te scheppen, en de Godgelovige (christelijk, islamitisch of …) die de zin van zijn bestaan beschouwt als van Boven gekregen.’
(Dick Schinkelshoek, ND)  

Volgens Smedes schreef Darwin ook over de invloed van die theorie op zijn levensbeschouwing: dat de evolutietheorie van hem een atheïst maakte, is een hardnekkige mythe.

‘En nee, Darwin bekeerde zich niet op zijn sterfbed tot het christendom – ook dat is een mythe. Darwin had weliswaar theologie gestudeerd met als doel predikant te worden, maar had dit niet zozeer gedaan vanuit een innerlijke roeping: het was vooral een vlucht geweest.’

‘Theologie dus als vlucht, maar het was wel de theologie die hem tot de natuur bracht. In de tijd van Darwin waren veel theologen ‘naturalisten’, dat wil zeggen liefhebbers van de natuur die ook de natuur bestudeerden. De bestudering van de natuur was toen nog niet voorbehouden aan natuurwetenschappers (die benaming bestond nog niet), maar was deels een liefhebberij van theologen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Thuis in de kosmos Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Zie voor recensie: Wees heilig, want de evolutie is heilig (Nederlands Dagblad)
Beeld: martkinternational.info

Beeld Darwin: BBC / Getty Images
Update 29-09-2025 (Lay-out)