Recht om te sterven staat onder druk

euthanasie.istock

Hoe vrij is straks onze keuze nog om dood te mogen gaan? Het is een van de vragen in de discussie over euthanasie en ‘het gedwongen leven’. Hoe heilloos is de weg van het gedwongen leven? Hieronder schets ik, enigszins orwelliaans, een beangstigend nabij toekomstbeeld.

Met behulp van de goden van de SGP en de CU leidt de euthanasiediscussie ertoe dat het leven streng christelijk zal worden genormaliseerd. Mensen zullen, koste wat kost, in wat voor psychisch en lichamelijk erbarmelijke omstandigheden dan ook, eindeloos in leven worden gehouden. Doodgaan is verboden.

Zelfdoding zal onvoorwaardelijk strafbaar worden en tot gevangenisstraf leiden met verplichte 24-uurs zorg en bewaking. Eventuele sondevoeding of voeding met infuus worden eveneens verplicht. Beroep ertegen is niet mogelijk, ook niet door familie. Het zal niet anders kunnen, zal SGP-leider Kees van der Staaij zeggen, zoiets van: ‘Leven moet, ook al zal de druk op kwetsbaren, gehandicapten en ouderen nog verder toenemen’.

Het onmogelijk maken van een menswaardig, humaan levenseinde voor ouderen van 75 jaar of ouder zal tot een sterk hellend vlak leiden. Velen die willen sterven zullen meer dan ooit hun toevlucht moeten nemen tot het springen onder een trein, met de auto tegen een boom rijden of zich met een pistool door het hoofd schieten. Flatgebouwen vanaf vier verdiepingen zullen 24 uur per dag bewaakt worden. Hoge hekken zullen op daken geplaatst worden en ook worden er vangnetten aangebracht.

loesjeleven

Palliatieve zorg wordt verplicht en volledig vergoed in de basisverzekering, al moet die zorg tientallen jaren duren. De premie voor de ziektekostenverzekering zal in de komende jaren dan ook sterk stijgen, gezien de toenemende vergrijzing en de steeds sterkere drang van mensen om hun voltooide leven te willen beëindigen. De kosten voor de zorg om deze mensen eindeloos in leven te houden zal exponentieel stijgen. Vele tienduizenden verpleegkundigen en verzorgenden zijn de komende jaren extra nodig om deze mensen vele lange jaren te kunnen begeleiden en te bewaken. Een speciale zorgdienstplicht wordt tevens ingevoerd.

euthanasie

Onherroepelijk leidt de weg van het gedwongen leven tot een wetsvoorstel waarin het leven verplicht beschermenswaardig moet zijn tot ver boven de 100 jaar, liefst tot oneindig. Speciale verzorgingstehuizen zullen opgericht worden waarin mensen die dood willen na hun voltooid leven 24 uur per dag tegen zichzelf beschermd worden. Familieleden en andere bezoekers zullen gefouilleerd worden, zodat er geen middelen binnen gesmokkeld kunnen worden waarmee mensen hun voltooide leven eventueel menswaardig kunnen beëindigen.

De farmaceutische industrie zal subsidie te krijgen van de overheid, opdat er meer onderzoek gedaan kan worden naar levensverlengende middelen, zodat de kans op vroegtijdig sterven zo veel mogelijk tegengegaan kan worden. Tevens zullen meer medicijnen ontwikkeld worden waarmee mensen het gevoel krijgen dat, ondanks hun voltooide leven, het superfijn lijkt om nog te leven, hoe slecht lichaam en geest ook functioneren. Mensen zullen het gevoel ingespoten krijgen dat doodgaan niet menswaardig is en er eindeloos tegen te vechten valt. Gespecialiseerde CliniClowns zullen hiervoor eveneens ingeschakeld worden. Niemand immers dient het gevoel te krijgen overbodig te zijn, immers, alles wordt in het werk gesteld je leven eindeloos te laten zijn.

Er zal gesproken worden over gebondenheid. Want de keuze van de mens mag niet vrij zijn. Je bent verplicht te leven tot je erbij neervalt. Er zal een massapsychose ontstaan waarbij mensen het leven aan elkaar opdringen onder het motto ‘Jouw leven moet eindeloos doorgaan!’
Je wordt er op aangekeken als je – wat God verhoede! – dood wil gaan, terwijl er voldoende inspanningen en personeel geworven wordt om dat zo lang mogelijk te rekken. Wat is er tegen een prettige laatste levensfase? Get a life!

Beeld: iStock
Cartoon:
clepair.net

Dogmavrij en diepgelovig

femtalkparadisoingebosscha

Inge Bosscha zegt op haar site Dogmavrij: ‘Of God bestaat? Ik denk het niet. Maar ik voel het wel.’ Zij haalt Arthur Rubinstein aan: ‘Ik geloof niet in God. Ik geloof in iets veel groters.’ Inge bekent eigenlijk nog steeds dat diepgelovige meisje te zijn. Dat is ook de titel van haar jongste blog. Ze gelooft echt dat er meer is. Iets universeels, een levensbron. ‘Je mag het ‘God’ noemen, maar geef het ook gerust een andere naam. ‘God’ is immers nogal een beladen woord.’

Hé Ing, hoe zit dat nou eigenlijk, ben je nou wel of niet gelovig?’ Pffff… Ik krijg altijd een beetje buikpijn van die vraag. Niet alleen vanwege bliksemsnelle associaties met “en gij, wie zegt gij dat Ik ben” en “wat dunkt u de Christus”, maar vooral vanwege het belang dat van mijn antwoord lijkt af te hangen.’

Inge kan er niet goed tegen wanneer iemand probeert te bepalen of zij ‘binnen’ is of ‘buiten’. Voor haar bestaat er helemaal geen ‘binnen’ en ‘buiten’. Zij ìs.

Misschien verbeeld ik het me, maar degene die deze vraag stelt, lijkt een bepaalde voorkeur te hebben, lijkt te hopen op een bepaald antwoord. Misschien om zeker te weten dat ik inderdaad ‘fout’ ben, misschien om gerustgesteld te worden dat ik toch nog aan ‘de goede kant’ zit. Misschien om alleen maar even te weten of hij/zij mijn stukjes nou wel of niet oké mag vinden…’

Inge Bosscha (1977) groeide op als oudste dochter in een behoudend en zeer groot Gereformeerd Vrijgemaakt gezin, op het Zeeuwse eiland Walcheren. Vrijwel iedereen, familieleden, klasgenoten en al haar vrienden en vriendinnen waren ‘van de kerk’. Zij had nooit verder leren kijken dan haar neus lang was. Op haar site kan je lezen hoe dit veranderde en wat dat met haar heeft gedaan. En dat doet Inge heel zuiver; dat maakt Dogmavrij bijzonder. En het legt de vinger subtiel op de zere plek.

Toen ik deze site net begon, was mijn doel vooral om de pijn van ‘de eilandverlater’ zichtbaar en bespreekbaar te maken. Naarmate ik langer schrijf, merk ik dat mijn doel verandert in ‘zoeken naar verbinding en respect’. Ik probeer dingen van meerdere kanten te bekijken en ik sla vast de plank ook heel vaak mis. Maar ik hoop dat bezoekers van deze site toch vooral de pogingen tot verbinden zullen opmerken. En de liefde.’

Of ze nou in het hokje ‘gelovig’ of ‘ongelovig’ wordt geplaatst, Inge voelt de neiging om te pleiten voor het tegendeel. Het ligt er altijd maar net aan hoe men ‘geloven’ definieert en waarin zij verondersteld wordt te geloven.

Eén van de doelen van Dogmavrij is juist om ruimte te maken voor alle verhalen. Elk persoonlijk verhaal mag er zijn. Dus ook dat van mij, iemand die vanbinnen altijd een diepgelovig meisje is gebleven.’

dogmavrij

Het ‘gereformeerde godsrestantje’ zal wel verdwijnen dacht ze eerst, maar dat doet het niet. Integendeel, zij schrijft om te vertellen dat zij zichzelf nog altijd ervaart als diepgelovige. Onlangs gaf ze een FEM talk in Paradiso. (In Fem Talks wil Vrijzinnigen Nederland vrouwen een stem geven.) Ze werd toen finalist met Zie de mens, waarin haar thema ‘verbinding’ was, in een schrijfwedstrijd voor vrouwen. In haar blog wordt ze ook steeds openhartiger.

Ik aarzel al weken om dit te zeggen. Ik aarzel, omdat ik het als onrechtvaardig en misplaatst heb ervaren dat, toen ik mezelf profileerde als ‘afvallige’, er deuren voor me sloten, terwijl andere deuren voor me openden. En ik vermoed dat hetzelfde zal gebeuren wanneer ik mezelf neerzet als ‘gelovige’. Dan slaan er opnieuw deuren dicht, terwijl ergens anders juist weer deurtjes aarzelend op een kier komen te staan.’

Inge wil zich in het schemergebied van ‘afvallige’ en ‘gelovige’ verbinden met alle gelovige en ongelovige mensen. Dat schemergebied is haar werkterrein geworden waar zich de twijfelaars bevinden, de niet-weters, de zoekers, de mensen die niet meer zo stellig schreeuwen, maar voorzichtig fluisteren.

Ik deins terug voor zekerheid. Tegelijk omarm ik de mens die zich daaraan vastklampt. Ik herken en begrijp de behoefte, maar voor mij is die noodzaak verdwenen. En dat voelt vrij en fijn. Niet ‘beter’, ‘hoger’ of ‘verder’, maar anders, een andere manier van naar het leven kijken.’

met-liefde

Als je Dogmavrij, de overtuiging voorbij leest, kom je er al gauw achter dat dit haar goed afgaat. Inge is niet tegen dogma’s, maar voor vrijheid. Vrijheid om zelf te bepalen welke dogma’s je wilt omarmen en welke je wilt loslaten. En zij nodigt graag anderen hiervoor uit. Op Facebook heeft Dogmavrij een steungroep die overigens alleen te vinden en te lezen is door leden.

En jij? Beschouw jij jezelf (nog) als een gelovige? Of worstel je misschien met je ongeloof, omdat je vindt dat je eigenlijk meer ‘gelovig’ zou moeten zijn? Vind je ‘geloven’ maar onzin en ben je blij dat je daar niet (meer) aan doet? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen met hokjes en vakjes rondom het thema ‘geloven’. Ik zou het heel gaaf vinden wanneer je er iets over wilt delen.’

Zie: Eigenlijk ben ik nog steeds dat diepgelovige meisje

Beeld: Inge Bosscha bij Fem Talks (dogmavrij.nl)

Update 09 02 2024 (Lay-out)

Polarisatie, radicalisering en… filosofie

EXTREEM.3D

‘Net als religie biedt ideologie ons zingeving in de vorm van mythes, rituelen en transcendente ervaringen. De mythes van radicaliserende jongeren lijken vaak op elkaar: het is de schuld van de Ander, alleen ik en mijn groep kennen de waarheid, wie niet voor me is, is tegen mij.’ Dit stelt godsdienstwetenschapper Birgit Pfeifer in een interview met iFilosofie van de ISVW. ‘We moeten naar de pijn toe’.

Volgens Pfeifer typeren diversiteit, ontworteling en geweldsdreiging onze maatschappij; en daar de jeugd altijd wel in een existentiële onzekerheid verkeert, omdat veel dingen nieuw zijn, kunnen ze ook in een existentiële crisis terechtkomen.

De reactie op zo’n crisis is dat mensen op zoek gaan naar zingeving. Religies en ideologieën bieden antwoorden op existentiële vragen. Extremisme biedt vooral antwoorden die zwart-wit en zijn daarom voor jongeren makkelijk te begrijpen.’

Radicale ideologieën bieden volgens Pfeifer jongeren het gevoel bij een groep te horen en niet alleen te zijn; en wordt de existentiële vraag van vrijheid en eigen verantwoordelijkheid door een bijbehorende complottheorie beantwoord.

Alle kwaad is de schuld van de ‘Ander’, bijvoorbeeld dat ik geen stageplek heb omdat ik Mohammed heet en iedereen zo racistisch is.’

Volgens Pfeifer stopt met deze mythes – die als mantra’s herhaald worden – het zelfstandig denken en hoef je alleen nog maar te doen wat je religie of ideologie je opdraagt, zoals bij alle aanhangers van extreme ideologieën.


Men wil bemind worden, bij gebrek daaraan bewonderd, bij gebrek daaraan gevreesd, bij gebrek daaraan verafschuwd en veracht. Men wil bij andere mensen een gevoel oproepen. De ziel huivert voor de leegte en wil tot iedere prijs contact.’ (Uit: Dokter Glas van Hjalmar Söderberg)


Wat nu te doen tegen radicalisering? Met Windesheim, Radicaal Anders en Kadans is een pedagogische alliantie tegen radicalisering gevormd. Waar eerder veel filosofielessen werden wegbezuinigd, is er nu ‘bildung’: kritisch reflecteren, wat inhoudt dat je je eigen zingevingsconstructen kunt verbinden met die van anderen: filosofen, kunstenaars, je docent of een politieke tegenstander.

Het boek Extreem in de klas van Mark Leegsma, uitgegeven door ISVW Uitgevers, reikt leraren, maar anderen evengoed, handvatten aan om met dergelijke extreme uitingen om te gaan. Meer dan vijfentwintig experts uit verschillende kennisinstituten en lerarenopleidingen van hogescholen en universiteiten delen hun ervaringen en hun visies. Zij bieden inzicht in polarisatie en radicalisering in voortgezet en beroepsonderwijs en geven raad over hoe je bekwaam kunt handelen om de klas, en uiteindelijk de samenleving, voorbij de verdeeldheid te krijgen.

Het gaat om de diepste menselijke angsten, die ons allen bezig houden, niet alleen kinderen die extreme dingen roepen, maar ook de docent die voor die klas staat.’

Zie: iFilosofie

Aan de Vrije Universiteit doet Birgit Pfeifer momenteel promotieonderzoek naar de rol van existentiële processen in aanloop naar geweld op scholen met dodelijke afloop en andere radicaliseringsprocessen bij jongeren.

Mark Leegsma (1980) studeerde klinische psychologie en filosofie. Hij doceerde verscheidene cursussen aan de afdelingen psychologie van de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam en schreef mee aan Inleiding in de persoonlijkheidspsychologie (Boom, 2016). In 2015 trad hij toe tot de redactie van iFilosofie, waarvan hij sinds 2016 hoofdredacteur is. Ondertussen werkt hij aan een proefschrift op het grensvlak van filosofie en psychologie.

Extreem in de klas | Mark Leegsma | €14,95 | 160 blz. | Luxe paperback | NUR: 730 | ISBN: 978-94-91693-93-9 | ‘De school is de plek bij uitstek om niet te berusten maar in te grijpen. Waar de oplossingen het hardst nodig zijn, vinden de vruchtbaarste experimenten plaats.’ (ISVW) 

‘Radicale religie kan samengaan met verdraagzaamheid’

coexist


‘Wie claimt de waarheid in pacht te hebben, stelt scherpe grenzen aan verdraagzaamheid of tolerantie. Hoe sterker iemands geloof in de waarheid, hoe moeilijker het wordt om verdraagzaam te zijn. Wie dus in een radicaal plurale samenleving leeft, doet er het beste aan zijn waarheidsclaims zoveel als mogelijk te matigen, want anders is er met die radicale pluraliteit niet meer om te gaan.’ Bij deze logica stelt theoloog Maarten Wisse vraagtekens in zijn lezing Waarheid en grenzen aan verdraagzaamheid.

Wisse, vanaf september 2017 hoogleraar Dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), problematiseert ook de gedachte dat als we verder willen komen met verdraagzaamheid we waarheid in meer radicale zin nodig hebben, een waarheid ook die wellicht anderen uitsluit. Hij stelt dat het verlichtingsparadigma dat de omgang met religie in de moderne samenleving nog altijd stempelt, ons zicht op de ‘waarheid’ in religies op een dramatische manier heeft verstoord.

Dat verlichtingsparadigma dwingt ons om religieuze tradities ofwel op te sluiten in hun eigen gelijk en vervolgens weg te zetten als extremistisch, ofwel alle religieuze verschillen te relativeren omdat er geen serieuze religieuze verschillen zijn.’

Als je behoudend of evangelicaal christen bent, zegt Wisse, moet je zeggen dat moslims er in hun geloof radicaal naast zitten.

Ze kunnen dus ook niet gered worden. Of als je liberaal christen bent: moslims zijn knuffelgelovigen, want dat zijn we allemaal. We bedoelen het allemaal goed. In beide gevallen negeer of ontken je radicale verschillen.’

Hoe kunnen we nu toch tolerant of verdraagzaam zijn tegenover anderen, vraagt Wisse zich af. Daarvoor trekt hij twee lijnen vanuit de stelling dat Christus de waarheid is: een inclusieve en een exclusieve.

De inclusieve opent de gelovigen idealiter naar anderen toe, om te erkennen dat ook anderen kunnen delen in de kennis en het heil dat ze ten deel valt. Sterker nog: anderen iets gezien hebben dat zij niet hebben gezien en desondanks waar en goed is. De exclusieve is voortgekomen uit wat men in de christelijke traditie ‘dogmatiek’ is gaan noemen:

Als voor ons de waarheid in Christus zelf gelegen is, is het van het grootste belang om die ‘waarheid’, juist omdat we haar nooit helemaal in onze greep hebben, tegen allerlei misverstanden te beschermen.’

Wisse spreekt in zijn lezing over een absolutistisch denkende geloofstraditie en heeft het dan in de rooms-katholieke traditie over de periode van het eerste Vaticaanse concilie en in de protestantse traditie over het neocalvinisme.

Zij gaan hun geloofstraditie behandelen als een bron van absolute waarheden, gebaseerd op een absolute bron van waarheid, waardoor de kleinste details uit hun traditie, de kleinste ritueeltjes of meest verfijnde leerstellige formuleringen, op een krampachtige manier ‘waar’ worden zoals ze wellicht nog nooit waar waren geweest. Geen wonder dat bijvoorbeeld bij de neocalvinisten al die krampachtige zekerheden in de tweede helft van de twintigste eeuw met een grote knal uiteen vliegen, omdat de meeste van die ‘waarheden’ hun functionele betekenis in de traditie hebben verloren, vermoedelijk deels omdat ze die functie van absolute waarheid nooit hadden gehad.’

maartenwisse (1)

Maarten Wisse (foto: MW) stelt dat, terwijl het christendom vanwege zijn binding aan de heilsfeiten nog een intrinsieke interesse in de waarheid heeft, de islam toch op de eerste plaats een wetstraditie is, en in die wetstraditie met de daaropvolgende jurisprudentie bij uitstek de nuance en de praktische wijsheid verpakt zit die matigt en in overeenstemming brengt met wat op dat moment in de gegeven situatie verstandig is.

En wellicht gebeurt dan met die wijsheidstraditie, vol van nuance en voorzichtigheid als ze is, hetzelfde als ze clasht met een seculiere moderne samenleving. Dan vergeet een klein deel van die traditie haar ware aard, juist in een poging om die ware aard te behouden, en transformeert de eigen wijsheidstraditie tot een absolute bron van kennis.’

Geloofsgemeenschappen moeten de moed maar op durven brengen, aldus de theoloog, om de ruimte voor tolerantie en verdraagzaamheid niet in het relativeren van alle tradities en het nivelleren van alle verschillen te zoeken. Integendeel, zegt hij, die tradities juist binnengaan en daarin de deugden van verstandigheid, voorzichtigheid, rechtvaardigheid en dapperheid als hoeders en bronnen van waarheid aanboren, biedt juist een volstrekt ernstig nemen van die tradities zelf een uitstekende garantie voor tolerantie:

Hoe meer waarheid in waarachtigheid, hoe meer tolerantie.’

Tot slot verwijst Wisse in zijn lezing naar de Bergrede, het meest radicale gedeelte uit het Nieuwe Testament, en zegt hierover: ‘Wie zei er nu dat een radicale vorm van religie niet gepaard kan gaan met verdraagzaamheid?’

Zie: (sinds 26 juni online): Waarheid en de grenzen aan verdraagzaamheid

Beeld: deugd.net.nl

‘Het klopt: de evolutietheorie is niet bewezen’

creationismeevoutie

‘Maar dat wil niet zeggen dat er niet heel stevige aanwijzingen zijn die in haar voordeel spreken. Het is een illusie te denken dat op een gegeven moment bij wetenschappers het licht kan doorbreken, en ze zich massaal gaan bekennen tot het creationisme. Ik denk zeker dat er nog allerlei ontdekkingen zullen worden gedaan, die voor aanpassingen en uitbreidingen in de theorie zullen zorgen. Maar de evolutietheorie zelf is een blijvertje. Als christenen moeten we er dus iets mee.’

Een quote uit ThePostOnline, die stelt dat de orthodox christelijke theoloog en hoogleraar Gijsbert van den Brink de evolutietheorie en het oudeaardecreationisme erkent. Volgens TPO neigt de opvattingen van Van den Brink nog altijd stevig naar intelligent design. Genoemd door TPO wordt overigens ook de uitspraak: ‘’Dát er sprake is van evolutie, daarover bestaat een overweldigende consensus’.

Maar het is nu voor het eerst dat een gezaghebbend theoloog met een boek komt waarin voorgoed wordt afgerekend met bijbels creationisme: En de aarde bracht voort, door Gijsbert van den Brink, hoogleraar Theology & Science aan de Vrije Universiteit, tevens theoloog en dominee bij de Gereformeerde Bond.’ (TPO)

Op de Facebookpagina van Geloof & Wetenschap gaat de discussie voort. Jan van Meerten van logos.nl bestrijdt daar het boek van de hoogleraar en speelt woordspelletjes om nog iets van het creationisme wetenschappelijk te laten klinken, ook al noemt hij het een geloof. Hij zegt dat creationisten geloven dat God de Schepper is van de hemel en de aarde. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes zegt Van Meerten dus dat het creationisme gewoon geloof is en helemaal geen wetenschap. Als antwoord hierop stelt de Logosman: ‘Dit heb ik niet gezegd: ‘Dus het creationisme is gewoon geloof en helemaal geen wetenschap.’ En zo gaat de strijd nog even door. Over En de aarde bracht voort, legt Van Meerten aan van den Brink voor:

Als de onjuistheden over creationisten eruit gehaald worden misschien. Binnenkort maar eens een creationistische literatuurlijst doornemen samen? Mis veel literatuur wat bij een evenwichtige bespreking van een of andere vorm van zondvloedgeologie toch ‘essentieel’ is. Met alle respect voor u als persoon, zie u als sympathieke man en heb achting voor u in uw ambt, als de visie van de opponent verkeerd wordt geschilderd krijgen we automatisch stokken om mee te slaan en schoten voor open doel. Ik hoop af en toe ook een kleine stelling uit het boek onder de loep te nemen.’ (Van Meerten)

bizarro.com - creationism

Van Meerten vindt wel dat Van den Brink zich oprecht verdiept heeft in de materie. Van Meerten zegt hem alleen een handje te helpen door de creationistische kant wat uit te bereiden en stelt dat de hoogleraar daar qua zondvloedgeologie hoofdzakelijk blijft steken bij Morris (1961) en McCready Price (1923). Van Meerten zegt het wel te waarderen dat hij in ieder geval een historische Adam en een historische Jezus overeind wil houden.

Van den Brink zelf houdt het op Facebook – met een kwinkslag – slechts bij: ‘Hmm, misschien raken creationisten wel overtuigd door dit boek – of is dat bij voorbaat uitgesloten?’

Volgens Van Meerten zullen creationisten onjuistheden en inconsistenties aanwijzen in hun recensies op het boek. Hij verwijst bij logos.nl naar alle creationistische recensies die over dit boek geschreven worden, maar ook naar verslaglegging van diverse media als het gaat om bijeenkomsten rondom het boek.

Theoloog Jos de Keijzer zegt op Facebook de discussie belangrijk te vinden omdat het wie weet nog mogelijk is om het christendom voor een creationistische ondergang te behoeden. Creationisme brengt met zijn vergoddelijking van het dogma de ‘irrelevantisering’ van het christelijk geloof met zich mee. En het gaat al zo slecht.’

Zie:
* Bonusquote: orthodox christelijke theoloog en hoogleraar erkent evolutietheorie en oude aarde
* ‘En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie’

Cartoons:
God en Darwin: uitinvlaanderen
I’m a creationist: Bizarro

‘Dichter bij Spinoza kun je niet komen’

spinoza.hare

‘Spinoza’s radicale opvattingen botsen voortdurend met het onbegrip, de verontwaardiging en de haat van zijn gelovige tijdgenoten. Spinoza was de eerste filosoof die zo systematisch het Godsbegrip analyseerde en het ontdeed van alle mythologische en devote franjes en het herleidde tot zijn essentie: God, of de Natuur.’ Dit zegt Spinoza in Vlaanderen, althans de website met die naam. Over de brieven over God, uit het latijn vertaald en toegelicht door Karel D’huyvetters. ‘Dichter bij Spinoza kun je niet komen!’ zegt Miriam van Reijen.

Zo is Spinoza de grondlegger van de moderniteit en van de Verlichting en van het wetenschappelijk onderbouwd atheïsme. In een tijd waarin wij ons weer voortdurend vragen stellen over God en godsdienst, zowel over het tanende christendom als over de strijdbare Islam, zijn Spinoza’s nuchtere ideeën over God een ware openbaring.’  

Volgens Spinoza in Vlaanderen opent D’huyvetters ons de ogen voor een onvermoede en fascinerende realiteit door aan te tonen dat de traditionele opvattingen over God niet houdbaar zijn. God is de Natuur, en al wat is, is een vorm die de Natuur aanneemt.

De mens beschikt over de mentale vermogens om dat in te zien en daaruit de logische conclusies te trekken voor ons optimaal samenleven, geleid door de rede.’

Toen men Einstein vroeg of hij geloofde in God, was zijn antwoord: ‘Ik geloof in Spinoza’s God, die zichzelf openbaart in de geordende harmonie van het bestaande; niet in een God die zich bezighoudt met het lot en de handelingen van menselijke wezens.’  

Volgens Spinoza in Vlaanderen is het die God die we ontmoeten in de sprankelende antwoorden van Spinoza op de vragen en bezwaren van zijn geleerde tijdgenoten. De verklarende toelichtingen plaatsen de brieven in hun context en brengen de diepgaande discussies van de zeventiende eeuw opnieuw tot leven voor de moderne lezer.

Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes vindt dit boek niet alleen vanuit historisch oogpunt interessant maar in de brieven wordt gewoon godsdienstwijsgerige reflectie op hoog niveau beoefend.

De inhoud van de briefwisselingen is vandaag de dag op veel punten nog net zo actueel als toen. En wordt alleen maar actueler naarmate Spinoza’s godsconcept opnieuw populairder wordt. Dat alles maakt het boek tot een must-read voor een ieder die geïnteresseerd is in godsdienstfilosofie en de filosofie van Spinoza.’

brieven.over.god

Spinoza is volgens Smedes hot en zijn godsbeeld bij atheïsten is nog veel hotter. Hij is van plan om op de belangstelling voor dat godsbeeld onder atheïsten binnenkort terug te komen. D’huyvetters vertaalde zelf de brieven vanuit het Latijn in modern Nederlands. Sommige formuleringen verraden dat de brieven uit lang geleden stammen, maar Smedes was zeer verbaasd was dat de meeste brieven lezen als een trein.

In die brieven zijn gepassioneerde mensen – mannen – aan het woord, en veel van de filosofische formaliteiten worden achterwege gelaten. Zo spat bijvoorbeeld de verontruste toon van diplomaat Hendry Oldenburg van de pagina’s wanneer bij hem het muntje valt en hij eindelijk begrijpt hoe revolutionair – en maatschappelijk explosief – Spinoza’s godsconcept is.’

Smedes voelt de pen van de juist tot het katholicisme bekeerde Lambert van Velthuysen trillen van ingehouden woede als hij Spinoza’s ketterse gedachten over God bestrijdt en hem waarschuwt voor de hel waar hij zeker in zal belanden als hij niet Jezus als zijn redder accepteert.

En Spinoza legt uit, soms geduldig, regelmatig geïrriteerd over de domheid van zulke geleerde mensen, en soms ook venijnig kwaad. Het is heerlijke lectuur! Het gaat hier ergens over, dit is filosofie die met huid en haar bedreven wordt. Het is godsdienstfilosofie op hoog niveau wat hier bedreven wordt.’

Zie:
* Spinoza: de brieven over God
* Spinoza: De Brieven over God (boekbespreking)

Beeld: thefunambulist.net

Karel D’huyvetters| Spinoza: de Brieven over God. Uit het Latijn vertaald en toegelicht | Uitgeverij Coriarius | 2016 | 253 blz. | paperback | ISBN 9789082602104 | € 12,95 en bij bestelling bij uitgeverij.coriarius@telenet.be is de deelname in de verzendkosten beperkt tot € 3,-, dus in totaal € 15,95

Filosoferen over een dode God

LepenseurRodin

Filosoof en theoloog Gerko Tempelman presenteert in Lazarus Magazine de serie Filosoferen over een dode God over de vraag hoe we zijn geworden wie we zijn: seculiere, postmoderne mensen, levend in de tijd na de dood van God. Met de bedoeling dat je jezelf beter gaat begrijpen. En daarbij vraagt hij zich af of ze een punt hebben, de theologen die zeggen: ‘Misschien staat God ook weer op’.

Zo gaat het over het lijden dat geen enkele reden heeft, maar waarom we ons er dan zo moeilijk bij neer kunnen leggen; over een moment dat er ooit is geweest dat belangrijke denkers God liever kwijt dan rijk waren, en over Albert Einstein: ‘God dobbelt niet’. God had een rol in de schepping, want het universum was er niet toevallig.

Tempelman heeft het ook over filosoof Charles Taylor die stelt dat postmoderne mensen, zoals jij en ik, meer dan ooit tevoren ervan doordrongen zijn dat wat wij denken en geloven verre van vanzelfsprekend is.

Anders gezegd: 500 jaar geleden leefden mensen in een wereld waarin ze praktisch nooit mensen tegenkwamen die én een beetje normaal waren én heel iets anders geloofden dan zij zelf. Niet in levende lijve, maar ook niet op tv. In de postmoderne tijd zijn we omgeven door mensen die heel iets anders geloven. Tuurlijk, iedereen heeft z’n eigen bubbel, maar we noemen het ‘onze bubbel’, omdat we heel goed weten dat je ook in heel andere bubbels kunt zitten. Het wordt ook wel melting pot genoemd. En de laatste tijd steeds vaker: pressure cooker. Want het levert een hoop stress op.’

Einstein – die in een liberaal Joods milieu opgroeide – sprak ook over God, zo vertelt de theoloog en filosoof, over wie het volgens hem onduidelijk blijft of Einstein gelovig of ongelovig was, maar die zelf zei een diep religieuze ongelovige te zijn: ‘een enigszins nieuwe religie’. Hij geloofde niet dat God een directe invloed heeft op ons.

Einstein geloofde niet in een persoonlijke God, maar in een God die zich openbaart in de harmonie van de natuur en de kosmos. Een God zoals die van Spinoza. En die God, zo dacht Einstein, speelt geen kansspelletjes.’

Tempelman bespreekt een moment in de geschiedenis dat belangrijke denkers God liever kwijt dan rijk waren, het moment waarop de filosofie begon af te rekenen met God. Bijvoorbeeld Voltaire. Die stelde dat de wereld een puinhoop is en daarmee uit. Niks geen groter plan, niks geen goddelijke wijsheid. Of Charles Taylor, die vond dat het 500 jaar geleden een beetje bizar was als je niet in God geloofde en dat het tegenwoordig juist een beetje bizar is als je wél in God gelooft.

Maar de schrijver van de serie vraagt zich eveneens af of de God-loosheid wel iets oplost. Er was een reden dat Immanuel Kant en vele anderen in zijn tijd niet zo ver gingen als Voltaire: ze wilden God graag een plek blijven geven. Ze waren bang voor het idee van betekenisloos kwaad. Ze vroegen zich af: wordt het eigenlijk wel beter zonder God?

Als God dood is, zo stelt Tempelman, heeft ons lijden geen enkele zin en is dat een vooruitgang? In het vierde blog onderwerpt hij de postmoderne tijd en mens aan een kritische blik.

Zie:

Lijden heeft geen enkele reden
Als het ons lukt te leven zonder God
Albert Einstein: ‘God dobbelt niet’
God is dood, de keuzestress leeft…

Beeld: Le Penseur, Musée Rodin, Paris, France  (vacationtc.com)

Heilige Onrust in de Welles-Nietes Hemel

hemelseonrust

Theoloog Frits de Lange voorziet de hemel van een minteken: hij schaft de ‘twee-wereldenmetafysica’ af. Maar voor velen is de hemel een dierbaar vooruitzicht. Antropoloog André Droogers vraagt zich af hoe je voorbij zo’n patstelling van nietes-welles kan komen, en denkt dat dat alleen kan door iedereen recht op eigen speelruimte te gunnen. ‘Alle mensen spelen met twee werelden, een waarneembare en een geïnterpreteerde. Tot die twee werelden is elk mens veroordeeld, zelfs als je, zoals De Lange, uitkomt bij één enkele wereld.’

Groningse hoogleraar presenteert radicale theologie zonder dogma’s’, zegt het persbericht over het nieuwe boek van De Lange. Op 2 juni verscheen Heilige onrust van de Groningse hoogleraar ethiek aan de PThU. Daarin onderzoekt de – van huis uit gereformeerde – theoloog wat ‘geloven zonder religie’ behelst als je afscheid hebt genomen van een bovennatuurlijke werkelijkheid en je voor dit leven kiest. De Lange identificeert zich in zijn boek met moderne pelgrims, die binnenkort en masse weer op pad gaan.

Voor de moderne pelgrim is niet Santiago of het hiernamaals de bestemming, maar de spirituele en fysieke ervaring van de pelgrimage zelf. Frits de Lange herkent zich in die pelgrims, voor wie geloof overgave aan dit leven is, zonder religieus vangnet.’ (Persbericht)

Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes heeft De Lange als een gereformeerde Marie Kondo heel veel theologische ballast naar de kringloopwinkel gebracht, en bedrijft hij wat hijzelf noemt een minimal theology die zich hooguit nog concentreert ‘op de vraag wat mensen ’s ochtends drijft om uit bed te stappen, wat hen op de been houdt, en wat hen doet verlangen naar de dag van morgen.

Voor De Lange heeft geloof al lang niet meer te maken met geloof in God en al helemaal niet meer met het geloof in de ‘theïstische’ God: de gereformeerde God waarmee De Lange opgroeide, die in een bovennatuurlijke werkelijkheid woont en vandaar de wereld bestuurt, oordelend en veroordelend, en af en toe ook nog eens ingrijpt. Maar niet alleen De Lange heeft afscheid van die God genomen, hij stelt dat ook veel moderne gelovigen dat gedaan hebben. Dat betekent niet dat geloof verdwijnt, dat anarchie en goddeloosheid de overhand krijgen. Nee, geloof verdwijnt niet, maar verandert (…)’ (Taede Smedes)

Theoloog A.A.A. Prosman stelt dat het ontkennen van hemel niet past bij de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) omdat de uitlatingen van De Lange getuigen van een ‘negatieve relatie’ tot het hart van de christelijke traditie, ‘namelijk het geloof in God en het geloof dat er meer is dan dit aardse leven.’ Prosman vindt dat hij een grens heeft overschreden. De opvatting van De Lange past naar zijn oordeel niet binnen de bandbreedte van de PThU.

Dr. Prosman voorziet dat de druk op de Protestantse Kerk zal toenemen om de kerkelijke opleiding mede aan de beoogde Gereformeerde Theologische Universiteit te laten plaatsvinden ‘als de grondslag (missie-statement) van de PThU geheel uitgehold wordt.’ (RD)

Rector prof. dr. M. M. Jansen van de PThU daarentegen vindt dat Heilige onrust niet in ‘het frame van afscheid van het geloof’ moet worden geplaatst, en nuanceert de stelling dat De Lange het bestaan van de hemel ontkent.

Hij heeft gezegd dat hij begrip heeft voor mensen die zich geen voorstelling van de hemel kunnen maken en afstand genomen van bepaalde voorstellingen van de hemel.’ (RD)

Volgens Droogers wordt dankzij de modernisering – de uitdaging door wetenschap en technologie – de last zwaarder.

De hemelse wereld wordt minder plausibel. Het wetenschappelijke wereldbeeld zet de religieuze betekenisgeving onder druk. Neem je dat serieus, en wil je tegelijk je geloofskader niet kwijt, dan zul je die ene overblijvende wereld anders moeten interpreteren dan je deed. Die lastige taak vervult De Lange, net als sommige andere theologen.’

HeiligeOnrust

Volgens Trouw nam De Lange eerst afscheid van de persoonlijke God en nu zegt hij de hemel vaarwel.

Beter is het daarom te leven alsof er geen hemel bestaat, etsi coelum non daretur. Eeuwig leven stel ik me ondertussen liever voor als de overweldigende intensivering van het besef in leven te zijn, de ervaring van de rijkdom van het volle leven. Een staat van zijn die niet als een tijdstip op de klok aan te wijzen is, en met geen moment te vergelijken valt. Het is niet met handen te pakken, maar het overkomt je. Eeuwig leven is geen eindeloze tijd, maar is juist in een absoluut ogenblik de onderbreking ervan.’ (De Lange)

Op NieuwWij stelt De Lange zelf het gevoel te hebben dat hij een constructief begin aan het maken is, door opnieuw woorden te zoeken voor wat geloof ten diepste is.

Dat geldt ook voor zoiets als ‘het eeuwige leven’, in het laatste hoofdstuk uit het boek. Wat moet je je daarbij voorstellen, als het niet meer op de manier van – wat ik noem – de twee-wereldenmetafysica kan, die suggereert dat we nog een tweede wereld achter de hand hebben? Wat is ‘thuiskomen’ in de wereld van Einstein en Darwin?’ (De Lange)

De hoogleraar zou nog graag nog een boek over Jezus schrijven, en over zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods.

Ik denk dat ik dan niet bij de pelgrim moet insteken, die van huis vertrekt om ooit weer thuis te komen, maar beter in de leer kan gaan bij de dakloze, de vluchteling, de ontheemde, die net als Jezus geen plek heeft om zijn hoofd neer te leggen.’

De Lange kan zich voorstellen dat het boek Heilige onrust discussie oproept. Hij vindt het prachtig dat er weer eens stevig over theologie gepraat wordt, maar die pittige reacties zijn wel een beetje voorbarig, want je kunt het boek nog niet eens gelezen hebben.

Als ‘God’ niet meer dan een menselijk gevoel is, kunnen we het woord ook wel missen. Aan de andere kant: als er maar één wereld is, behoort God tot deze wereld. Je mag van mij best dan het woord bovennatuurlijk gebruiken, als je het maar niet verstaat als de aanduiding van een wereld achter of boven de onze, maar als een beeld voor transcendentie, dat wat ons overstijgt en een appel op ons doet.’

Heilige onrust | Een pelgrimage naar het hart van religie | Frits de Lange | Paperback | 176 pagina’s | €17,99 | ISBN 9789025905545 | ISBN e-book 9789025905552 (€9,99)

Beeld: nl.hdlandscapewallpaper.com

Trilosofie als nieuwe loot aan de wijsgerige boom

triquetra (1)

De Heilige Drieëenheid is slechts het topje van de ijsberg van denk- en wereldbeelden die uitgaan van een ‘trigitale’ ordening. Hoe was het ook alweer? O ja, op de christelijke aarde, alzo ook in de hemel, heerst één God, die bestaat uit drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar die christelijke triniteit staat niet op zichzelf. Ook andere, oudere beschavingen kennen zo hun onafscheidelijke trio’s. De NRC: ‘Deel niet alles op in twee, word trilosoof’.

Volgens journalist Gijsbert van Es en econometrist Pieter van der Straaten in de NRC leven wij in een tijd waarin ‘nullen en enen’ domineren en die de grondslag vormen voor een technologische revolutie, van digitalisering.

Ook mentaal hakken we onze kijk op het leven graag in tweeën. Sinds de Verlichting, de Eeuw van de Rede, beperkt onze geest zich het liefst tot keuzes uit hooguit twee mogelijkheden. Iets is goed of fout, zwart of wit, mooi of lelijk, slim of dom, oppositie of coalitie.’

trilosofieVolgens het duo Van Es en Van der Straaten heeft de grote Griekse wijsgeer Plato ons zijn Ideeënleer nagelaten waarin hij verklaart dat alles wat wij, mensen, kunnen waarnemen afgeleid is van oervormen waarin drie ideaalbeelden versmolten zijn: van het Goede, het Ware, het Schone.

In het hindoeïsme heerst Trimurti, de godentrias van Brahma, Vishnoe en Shiva als de zinnebeelden voor geboorte, leven en dood. In het taoïsme heten ze samen de San Qing, oftewel ‘de drie reinen’. Het boeddhisme onderscheidt ‘de drie juwelen’ als bron van geestelijk leven: die van de Boeddha als persoon, zijn leer (Dharma) en de gemeenschap van zijn volgelingen (Sangha).’ 

Noem een tak van wijsheid en/of wetenschap, zegt het duo, en driedelingen liggen voor het oprapen: Isaac Newton formuleerde drie natuurwetten voor beweging. Ons oog ziet drie primaire kleuren; alle andere zijn mengkleuren. De (ruimtelijke) drie dimensies, de drieslag (tricolon) in de retorica, de trias politica, enz.

Wees gerust, wij zien hierin heus niet de hand van een Schepper die de wereld als drie-in-de-pan heeft gebakken. Het is omgekeerd: ons brein gedijt bij driedelingen – sinds eeuwen, tot in lengte van dagen.’

Volgens de NRC dien je je analytische gaven te versterken evenals je probleemoplossend vermogen en je overtuigingskracht door jezelf als trilosoof te ontplooien. Lastige kwestie, zware taak, ambitieus plan? Ontbind alles in drie factoren – dan komt het altijd goed.

Zie: Deel niet alles op in twee, word trilosoof  (NRC)

Beeld: Triquetra – De triquetra (vaak ook triqueta genoemd) is een symbool dat uit drie gelijkvormige delen van een cirkel is opgebouwd. De naam triquetra komt uit het Latijn en betekent ‘driehoekig’. Hij staat gewoonlijk bekend als het symbool voor de Heilige Drievuldigheid (vader, zoon en heilige geest), gebruikt in de Keltischchristelijke kerk. Soms wordt hij in deze context ook wel afgebeeld als drie vissen. Maar dit symbool is ver voor de christelijke tijd ontstaan en wellicht een symbool voor de drievoudige godin. Voor wiccans betekent de triquetra de cyclus van maagd, moeder en oude vrouw. (bestetattooshop.nl)

Drie: NRC

‘Het materiële en niet-materiële denken gaan altijd samen’

Socrates en Orunmila

In het Afrikaanse denken gaan het materiële en niet-materiële altijd samen, zegt filosoof Sophie Oluwole. Zij klopt met de knokkels van haar hand op het houten tafeltje dat voor haar staat, alsof ze het ding tot leven wil wekken. ‘Dat geldt voor het groeien van een boom, maar ook voor deze tafel. Er zit een vorm van levenskracht in, een energie die je niet van de materie kunt scheiden. Dat noem ik complementair dualisme.’ Zij wil het Westen van zijn stompzinnigheid bevrijden.

In het Westen draait alles om ik, ik, ik,’ verzucht Sophie Oluwole. ‘Dat heeft de wereld uit balans gebracht. De westerse gerichtheid op het ik leidt ertoe dat je de ander minder belangrijk vindt en gemakkelijk weg kunt zetten als minderwaardig. In het Afrikaanse denken is het zelf niet gescheiden van andere personen. De hand van een kind kan niet omhoog reiken, maar de hand van een oude man past niet door de hals van een kalebas. Dat betekent dat je elkaar aanvult en nodig hebt.’

Volgens Sophie Oluwole baseert de westerse filosofie zich sinds Socrates op een denkkader waarin de werkelijkheid twee kanten heeft, materie enerzijds en idee of geest anderzijds: materialisten zeggen dat materie superieur is, idealisten zeggen dat de ideeën- of geesteswereld superieur is.

Maar aan welke kant je ook staat, de twee zijn tegengesteld en onverenigbaar. In het Afrikaanse denken gaan het materiële en niet-materiële juist altijd samen.’

Sophie 2

De Nigeriaanse filosoof (foto: filosofie.nlwil af van de eeuwige nadruk op religie als het om Afrikaanse denkwijzen gaat. In haar boek Socrates en Orunmila wordt het principe van het complementair dualisme vooral uitgewerkt op basis van een verzameling verzen, mythen, spreekwoorden en andere wijsheden, die in West-Afrika bekend staat onder de naam Ifa.

Iedere filosofie heeft een religieuze basis, ik wil die twee niet scheiden. Maar het probleem is dat Ifa door westerse missionarissen is opgevat als occult bijgeloof. Daardoor heeft niemand in de gaten dat het in feite een wijsgerig systeem is, een encyclopedie van kennis die uit duizenden en duizenden teksten bestaat. Om al die teksten te beheersen is achttien jaar studie nodig, dus ga maar na wat dat betekent.’

Volgens journalist en schrijver Marnel Breure van One World zijn de teksten van Ifa, die al eeuwenlang mondeling worden doorgegeven, opgebouwd en gerubriceerd volgens een zeer vernuftig systeem en maken sinds 2005 deel uit van de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed.

Omdat dit systeem in West-Afrika van oudsher gebruikt wordt als een orakel waarmee de ‘traditionele’ goden geraadpleegd kunnen worden, ligt het voor de hand om een link te leggen tussen het complementair dualisme van Sophie Oluwole en de denktrant van het Afrikaanse animisme.’

Oluwole is het daar niet mee eens, daar het animisme een religieus systeem is waarin voorwerpen en natuurelementen apart worden geplaatst om contact te zoeken met God. De complementaire denkwijze waar zij het over heeft, is van toepassing op de hele werkelijkheid.

Het werk van Oluwole is niet alleen actueel maar ook relevant, in een tijd van botsende culturen, elkaar beconcurrerende religies, vastgeroeste politiek ideologieën en toenemende ongelijkheid. Deze zaken brengen allerlei tegenbewegingen op gang, zoals massale migratie- en vluchtelingenstromen naar de geïndustrialiseerde wereld en de toenemende dreiging van terrorisme, beide voeding gevend aan populistische retoriek.’ (Saskia van der Werf in Socrates en Orunmila)

Een tijdje heeft zij in Rusland en Duitsland gestudeerd waar zij te horen kreeg dat orale traditie geen filosofie is.

Het Westen schrijft voor dat filosofie gebaseerd moet zijn op geschreven teksten.’ Grinnikend: ‘Ik dacht, nou, als jullie dat vinden, dan zal ik daar eens een boek over schrijven! Na het behalen van mijn doctoraat ben ik het Yoruba, de taal waarin de Ifa-teksten zijn overgeleverd, serieus gaan bestuderen. Tot dan toe kende ik het Yoruba alleen als straattaal, maar daarmee kom je er natuurlijk niet.’

Oluwole wil haar inzichten op internet zetten, met een forum erbij voor uitwisseling, want kennis moet gedeeld en verspreid worden. Over de aard van haar inzichten is ze bescheiden: ‘Ik ben geen profeet. Ik onderzoek bestaande Afrikaanse wijsheid en stel anderen in staat die wijsheid ook te ontdekken. Ik wil laten zien wat ongezien is gebleven.’

Zie: Filosoof Sophie Oluwole: ‘Ik wil het Westen van zijn stompzinnigheid bevrijden’ (Update link: 30-08-2019)

Socrates en Orunmila | Sophie Bosede Oluwole | Uitgeverij Ten Have | 224 pagina’s | 9789025905866 | april 2017 | € 19,99 | E-book € 12,99
Filosoof Sophie Oluwole deelt haar wonderbaarlijke ontdekkingen over de Afrikaanse filosoof Orunmila, die leefde ten tijde van Socrates. Beide filosofen hebben zelf geen woord op papier gezet. Hun werk vertoont opvallende inhoudelijke overeenkomsten en interessante verschillen. Aan de hand van deze denkers beschrijft Oluwole hoe de Afrikaanse en westerse filosofie allebei een andere weg zijn ingeslagen. Bovenal toont ze aan dat de menselijke behoefte aan filosofie universeel is. (Ten Have)

Sophie Oluwole (1935) staat bekend als een invloedrijke en tegendraadse filosoof. In 1984 behaalde de Nigeriaanse, als eerste in Sub-Sahara Afrika, een doctoraat in de wijsbegeerte. Sindsdien publiceerde ze een groot aantal boeken over het onderwerp dat haar steeds nauwer aan het hart is komen te liggen: de verborgen en vaak miskende rijkdom van klassieke Afrikaanse denkwijzen. (One World)
Update 15022024 (Lay-out)