De mystieke waarde van Mozarts’ Zauberflöte

De laatste opera van Wolfgang Amadeus Mozart, De Toverfluit, beter bekend als Die Zauberflöte (1791), is niet gebaseerd op een eenvoudig speels sprookje. De opera blijkt een serieuze inwijdingsrite vol alchemistische symbolen. Lange tijd werd het libretto zelfs ‘onbegrijpelijk’ genoemd en een ‘flutsprookje’. Theoloog Tjeu van den Berk onderkent de werkelijke waarde ervan: dat het verhaal de mystieke inwijding van de menselijke ziel uitbeeldt.

Vrijmetselaarsopera
V
an den Berk schreef er een boek over: Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie. Hij vertelt niet alleen het verhaal van De Toverfluit, maar sleept je bovendien mee in dit spirituele operaverhaal, een alchemistische bruiloft. Van den Berk maakte een uitgebreide studie van deze opera en kan zo ook over de diepere achtergronden vertellen, verscholen in deze vrijmetselaarsopera. Mozart was al op 24-jarige leeftijd in Wenen vrijmetselaar, evenals de tekstdichters van Die Zauberflöte.  

Libretto
V
an den Berk maakt de ideeën van de vrijmetselaars duidelijk. Wijsheid, kracht en schoonheid is wat zij zoeken, en deze thema’s vind je terug in Die Zauberflöte. De vrijmetselarij is een spirituele beweging, wars van dogma’s en door katholieken uit die tijd ‘erger dan het protestantisme’ genoemd. Vrijmetselaars streven echter naar verdraagzaamheid, persoonlijke groei en persoonlijke ontwikkeling. Het gaat er vooral om jezelf te leren kennen. De verhalen van alchemisten en vrijmetselaars zijn doordrenkt van symboliek. Lood in goud veranderen bijvoorbeeld betekent vooral jezelf leren kennen, jezelf worden. Je eigen ‘lood’ in ‘goud’ veranderen! En deze ideeën vindt Van den Berk terug in het libretto van Die Zauberflöte.

Op zoek naar de steen der wijzen
In voordrachten laat Van den Berk vaak de twintig minuten van de opera zien en horen, zoals deze is uitgevoerd in het Concertgebouw in Amsterdam. Zoals het hoort bij een echt sprookje loopt het goed af. Vogelvanger Papageno en zijn geliefde Papagena worden uiteindelijk, met behulp van drie knapen, met elkaar verenigd.
In zijn boek toont de auteur aan dat de opera een allegorie uitbeeldt, waarin de personages de verschillende stoffen en hun transformaties symboliseren, op zoek naar de steen der wijzen. Vanuit de tempel van de Koningin van de Nacht wordt een inwijdingsweg afgelegd, uitmondend in de zonnetempel van Sarastro. Sarastro, de ‘priester van de zon’ viert daarin samen met de andere priesters, en prins Tamino en Pamina, dochter van de Koningin van de nacht, de geslaagde inwijding, die van de overwinning van het licht op de duisternis.

Die Zauberflöte – een alchemistische allegorie | Tjeu van den Berk | Uitgever Boekencentrum

Beeld: Tamino en Pamina ondergaan hun laatste beproeving – waterverfschilderij op papier door Max Slevogt (1868–1932)

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

‘Willen weten verhindert zelfkennis’

Boekbespreking: De droom van Ha’adam. Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven. Dit stelt Harold Stevens in zijn boek De droom van Ha’adam. Niettemin verzet de mens zich er van nature tegen. Waarom we dat juist niet zouden moeten doen, legt Stevens uit in een soms technisch betoog. Misschien doet de mens er niets mee omdat hij zich er niet van bewust is. Dit boek vertelt wat we kunnen doen om dat mechanisme te begrijpen. Hoewel, begrijpen, dat riekt naar kennis… en dit boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

‘Verborgen kennis, waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’, werd al lang geleden vastgelegd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’

Paradoxaal denken

Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit echter niet zo gemakkelijk is, maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het de lezer af en toe wat hoofdbrekens.
  
Het paradoxale is dat je eerst kennis dient op te doen over Stevens’ beweegredenen om terug te gaan naar je oorsprong. Een enerverende zoektocht volgt. Hij neemt je mee vanuit zijn eigen ervaringen en onderzoek in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’

Van Genesis tot Kant
D
e droom van Ha’adam is vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven. Die zinrijkheid groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels op gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.   

Zoektocht naar binnen
S
tevens stelt dat als hij de werkelijkheid aangenaam wil ervaren, het dan van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag wie hij nu eigenlijk in de kern is. Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op de vraag naar het hoe en waarom van het lijden van de mens. Heeft lijden een zin, een doel?



De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naarbinnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie
D
e weg naarbinnen. De auteur landt letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin. ‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’.                                         
De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt de auteur door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden
D
e auteur schijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden. Over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) òf verzet hiertegen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens is, geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust zijn van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.   

Het lijden van kinderen
D
iep gaat Stevens in op onschuldig lijden: over de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut, ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat zich in de ouder(s) afspeelt. Kinderen kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling, het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alléén leidt tot verlies van gevoelens
V
olgens de auteur zal de mens met denken alléén nooit het leven kunnen begrijpen, daar dit leidt tot verlies van gevoelens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid. En als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Hij stelt dat ‘positief’ niet kan bestaan zonder ‘negatief’. ‘Zonder dal bestaat een berg niet en andersom’. Daar je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Echter, er bestaan geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes. Ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel: ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting
B
ij sommige onderwerpen haalt Stevens de kwantumfysica erbij. Dat is ook even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Hij stelt dat als je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, je ook gaat begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. Harold Stevens is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug
A
ls je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt de auteur, durf je je over te geven aan de weg terug, terug naar de ‘Tuin van Eden’. De auteur verwijst onder meer naar de Kabbala die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid te kunnen gaan ervaren’.

Fascinerend
G
een boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat komt ook vanwege de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar het er niet eenvoudiger op maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms is wat de auteur schrijft wat cryptisch. Dat je wel ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar dat niet direct doorziet. Een pittig maar fascinerend studieboek.

De droom van Ha’adam, over het mechanisme van het leven | Harold Stevens | oktober 2019 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93175 09 9 | NUR 730 | €20,00

Beeld: Nino Carè (Pixabay)
Beeld Ruïne van de tempel van Apollo in Delphi: Wikipedia

(Dit is de oorspronkelijke versie – In verkorte vorm eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 26-04-2025 (Lay-out, links)

‘Datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg’

‘Met het woord ‘ziel’ bedoel ik: datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg.’ Promovenda Martine Oldhoff schrijft momenteel haar proefschrift over de ziel. Voor haar is het geen uitgemaakte zaak dat de mens louter lichaam is. Er zou geen ruimte meer zijn voor de ziel. Voor haar is de mens echter meer dan een fascinerende klomp cellen, zoals ‘de wetenschap’, waaronder de hersenwetenschappen, ons leren. ‘Dat is een filosofische stellingname, geen uitgemaakte zaak.’

Oldhoff schreef Kijk op de ziel, de uitgewerkte lezing die Oldhoff vorig jaar hield op de generale synode van de PKN. Voor Oldhoff is het woord ziel ‘een barst in een volledig gesloten wereldbeeld’.

De Ziel moet altijd op een kier
Zodat wanneer de Hemel zoekt
Hij niet te wachten hoeft
Of bang is dat hij stoort
(Emily Dickinson, in Kijk op de ziel)

Zieltjes winnen’ roept bij de meeste mensen geen goede associaties op, schrijft Oldhoff, want wie wil er nou een zieltje zijn?

Maar als het over de ziel gaat, lijken de zaken er anders voor te staan. Er zijn tegenwoordig meer mensen in Nederland die geloven in een leven na de dood dan mensen die in God geloven. Het geloof dat ‘ik’ op de een of andere wijze voortleef, is volop aanwezig.’
(Uit: Kijk op de ziel)

In haar proefschrift beschrijft Oldhoff Plato en Aristoteles kort als historische achtergrond. Duidelijk wordt dat haar visie verschilt van die van Plato. Bij de Bezieling vertelt ze hierover in een interview met Cees Veltman.

Door Plato en zijn verwerking in filosofische en theologische tradities is het woord ziel blijven leven. Ik zie de ziel echter als geschapen door God en niet als al bestaand voorafgaand aan ons leven, zoals Plato. We zijn als mens geschapen, onderscheiden van God.’

Oldhoff, promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, zegt dat de ziel een mooie aanleiding kan zijn om het te hebben over wie en wat God is. Het woord God is immers voor heel veel mensen betekenisloos geworden.

Ik denk niet dat mensen in God gaan geloven als ze het woord ziel belangrijk vinden, maar het is een mooi aanknopingspunt om het over geloof en God te hebben. Als het gaat over wie de mens is aan de hand van het woord ziel, dan kom je misschien ook wel op interessante vragen: heb ik een goddelijke kern, ben ik geschapen, is er meer dan we kunnen zien en voelen?’

Kijk op de ziel | Martine Oldhoff | ISBN: 9789043534819 | 56 pp. | 16-06-2020 | € 6,99
‘De ziel duikt overal op. Van seizoenen lang Kijken in de ziel op televisie tot in het spirituele tijdschrift Happinez. Eeuwenlang was de ziel bekende taal in kerk en theologie. Tegenwoordig nemen veel gelovigen het woord minder makkelijk in de mond. In haar boek Kijk op de ziel zoekt Oldhoff naar de betekenis van de ziel in het christelijk geloof in onze context. Zo gaat ze onder andere in op de vraag wat er vanuit de Bijbel over de ziel te zeggen is. Het is een beknopt boek met theologische verdieping, een actualisering naar deze tijd en een aanzet tot het geloofsgesprek.’ (PThU)

Zie: Martine Oldhoff: “Het woord ziel is een barst in een volledig gesloten wereldbeeld” (de Bezieling)

Beeld: Beate Bachmann (Pixabay)

‘Bewustzijn in liefde zonder waarheen’

Nabij-de-doodervaringen. 45 jaar studie naar NDE gebundeld. In Het geheim van Elysion, dat 3 september verschijnt, komt een veertigtal auteurs aan het woord uit Europa en de VS. Ze delen hun visie op tal van aspecten die te maken hebben met de relatie tussen hersenen en bewustzijn, met de verhouding tussen leven en dood, hemel en aarde.

In de wetenschappelijke gemeenschap is geen universele definitie van het NDE-fenomeen; er wordt echter algemeen aangenomen dat een NDE bestaat uit een reeks verschillende mentale gebeurtenissen – ook wel kenmerken genoemd – met zelf-gerelateerde, zeer emotionele en mystieke aspecten.’  (Neuroloog Steven Laureys)

Een nabij-de-doodervaring is een overweldigende confrontatie met de onbegrensde dimensies van ons bewustzijn. Met deze woorden beschrijft publicist en onderzoeker Pim van Lommel de bijzondere bewustzijnservaringen die volgens de huidige materialistische wetenschap niet mogelijk zijn. Naar schatting hebben ruim 50 miljoen mensen in de wereld een NDE hebben gehad. In Europa zijn er waarschijnlijk 20 miljoen mensen met een NDE, ongeveer 4,2% van de bevolking, zoals onderzoek is gebleken. In Nederland zijn er een kleine 600.000 mensen met een NDE. Hieronder nog enkele citaten uit Het geheim van Elysion.

Rudolf H. Smit schrijft over dit fenomeen en gaat opzoek naar wat het kan betekenen voor hoe we naar de mens, het bewustzijn en de ziel kijken.

Een bijzonder fenomeen: ‘Tijdens hun ‘reis’ in die andere ‘dimensie’ stuiten NDE-ers op bijzondere fenomenen. Zeer bijzonder in dezen zijn de zogenoemde ‘Peak in Darien’-casussen. Dat zijn ervaringen waarin NDE-ers ontmoetingen hebben met zielen van mensen van wie die NDE-ers absoluut niet konden weten dat het om gestorvenen ging.’

Tussen de meer wetenschappelijke bijdragen zijn er ook ervaringsverhalen van mensen die een NDE hebben gehad. Zij die na een levensbedreigende crisis een buitengewone ervaring in hun bewustzijn hebben gemeld. In alle bijdragen worden de effecten beschreven die de NDE heeft op mensenlevens. Wat vijfenveertig jaar internationaal onderzoek heeft opgeleverd, is het inzicht dat deze ervaring het leven van mensen fundamenteel verandert.

Katja’s ervaring is uniek, maar er zijn veel meer mensen met een nabij-de-doodervaring (NDE). Enkelen doen hun verhaal in Het Geheim van Elysium.

De cardioloog was zo’n 10 minuten bezig toen Katja plotseling pijn op haar borst kreeg die heel snel enorm toenam. ‘Mijn hart hield ermee op. Ik kromp ineen. Ik zag nog dat zo’n oranje zwaailicht aan het plafond afging. Direct reageerde het personeel paniekerig en ook heb ik nog de paniek in de ogen van de arts gezien. Terwijl ik dat allemaal zag, voelde ik de kracht vanuit mijn voeten wegvloeien. Ook vanuit mijn vingertoppen, via mijn handen en armen vloeide de kracht weg. De enorme pijn op mijn borst verdween. Er daalde een enorm grote en mooie rust over mij.’

Bruce Greyson schrijft over NDE’s en emotionele en psychologisch stoornissen. Hij is een bekend NDE-onderzoeker in de Verenigde Staten. In 2018 gaf hij een interview over wat er gebeurt bij een NDE en wat het veroorzaakt.

Ik vroeg mij ook af of NDE’s geassocieerd kunnen worden met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) De kenmerkende symptomen van PTSS zijn, o.a. levendige dromen of flashbacks van het voorval en pogingen om herinneringen aan de traumatische gebeurtenis te vermijden of te blokkeren. Het leek een onontkoombaar gegeven dat de meeste mensen die op het punt stonden te sterven, vrij angstig zouden zijn, aangezien ze oog in oog stonden met het verlies van hun leven, het bijkomend leed en het verlies van controle. Het was logisch dat het naderen van de dood zou kunnen leiden tot PTSS, al dan niet vergezeld met een NDE.’

Jim van der Heijden schrijft over het spanningsveld dat een materialistische benadering van de NDE met zich meebrengt.)

Het primair zijn van bewustzijn, dat los van het stoffelijke brein bestaat, opent de weg naar het begrijpen van verschijnselen zoals de nabij-de-doodervaring (NDE). Pogingen om dit begrip via de materialistische route te bereiken, zijn op niets uitgelopen. Bovendien is het materialisme niet in staat gebleken zijn bewering hard te maken dat stoffelijke hersenen bewustzijn/geest produceren.’

Robert Swami Persaud over ‘wakker-worden’:

Er zijn weinig geschriften die het fenomeen nabij-de-doodervaring zo veelvuldig behandelen dan de Vedische geschriften uit het oude India. Geschriften waarin goden vermenselijkt en mensen vergoddelijkt worden. Wat opvalt, is dat de NDE zoals wij dat in het westen bespreken in de vedische cultuur anders benoemd wordt, er is dan juist een ‘wakker worden’ in plaats van een ‘dood gaan’. Je zou dan dus eerder kunnen spreken van een nabij-het-wakker-wordenervaring.’

Het geheim van Elysion | Nieuw Nederlands boek over NDE | Verschijnt 3 september 2020 | 432 pagina’s | Gebonden | Hardcover | € 32,50 | Omslag: Peter Slager
Auteurs: Eben Alexander, Phyllis Atwater, Peter Fenwick, Bruce Greyson, Janice Holden en Anita Moorjani en Jeffery Olsen, Walter van Laack, Charlotte Martial, Helena Cassol, Steven Laureys, Stan Michielsen, Paul Robbrecht, Raymond Saerens, Eric Bekker, Robert Jan de Beurs, Marianne Blankenstein, Jacques Caron, Bob Coppes, Ditta op den Dries, Hein van Dongen, Hans Gerding, Jim van der Heijden, Martin Karlas, Pim van Lommel, Tienke Klein, Gert Kunnen, Anke Merkx-Kokshoorn, Elly Moerman, Hans van de Muijzenberg, Catja de Rijk, Douwe Reekers, Titus Rivas, Wim Setz, Rudolf H. Smit, Rico Sneller, Robert Swami Persaud, Odette de Theije, Luc Thomaes, Ineke Visser, Pety de Vries – Ek, en Rinus van Warven.

Bronnen: Elysion.nu, Uitgeverij Van Warven, Facebook Rinus van Warven

‘Laat je niet plots verrassen als de dingen tegenzitten’

Impossible

Beheers jezelf, verdraag tegenslag, maar maak onderscheid tussen de dingen die je zelf kunt beïnvloeden en veranderen, en de rest waartegen je machteloos bent. Dit is de essentie van de stoïcijnse filosofie volgens filosoof Epictetus uit de eerste eeuw n. Chr. Leerling Arianus vatte het onderricht van zijn leermeester samen in de Diatriben (Colleges) en later in verkorte vorm in De Enchiridion. De Franse filosoof Frédéric Lenoir schrijft hierover in zijn artikel Wijsheid is het ware geluk, gebaseerd op een hoofdstuk uit zijn boek Over geluk – Een filosofische ontdekkingsreis.


‘Het stoïcisme is een voluntaristische filosofie die een perfecte zelfbeheersing vereist. Overigens gaat het de stoïcijnen er niet om verlangens uit te schakelen, maar om ze om te buigen tot een wil die onderworpen is aan de rede.’ (Lenoir)


De vele overeenkomsten tussen het boeddhisme en het stoïcisme hebben me altijd getroffen. Daarom wil ik het hebben over de wegen naar wijsheid die zowel in het Oosten als in het Westen voorkomen – verlangen ombuigen, flexibel meegaan met de loop van het leven, en de vrolijke bevrijding van het ik – om een antwoord te vinden op het huidige pessimisme. Hoe kunnen we het diepe geluk bereiken dat de wijsheid ons belooft?’

Geluk is echter niet ‘zomaar’ te bereiken. Een manier is je te verdiepen in stoïcijnen en boeddhisten. Zij wijzen dezelfde weg naar innerlijke rust en diep geluk. Ze leren hoe we ons van verlangen kunnen bevrijden.

Epictetus verduidelijkt zijn filosofie aan de hand van twee treffende voorbeelden. Het eerste is dat van een kar waaraan een hond is vastgebonden. Ook al stribbelt het dier nog zo tegen, de kar wordt getrokken door een sterk paard en als de hond niet meeloopt, moet hij het bezuren. Maar als hij de situatie accepteert en meegeeft met de beweging en het tempo van de kar komt hij fit en zonder pijn behouden aan.’

De filosoof vertelt er (nog) niet bij of de hond de plek waar hij behouden aankomt, bij zijn verlangen past. Als je je moet aanpassen aan wat anderen met je doen, rijst bij mij al gauw de vraag of dit helpt om wijs te worden of innerlijke rust en diep geluk te vinden. ‘Verwacht niet dat alles gebeurt zoals jij het wilt, maar besluit te willen wat je overkomt en je zult gelukkig zijn,’ verweert de filosoof zich. Aan de hand van nog vele andere voorbeelden laat hij zien hoe we ons moeten gedragen bij onverwachte zaken:

Denk eraan dat je bij alles wat gebeurt eerst bij jezelf te rade gaat, welke mogelijkheden je hebt om ze het hoofd te bieden. Zie je een mooie jongen of een mooi meisje? Zoek de beheersing in jezelf. Heb je pijn? Zoek je uithoudingsvermogen. Word je uitgescholden? Zoek geduld. Als je je daarin oefent, ben je niet langer speelbal van je voorstellingen.’

Volgens Lenoir kan je je oefenen in het anticiperen op vervelende gebeurtenissen: de praemediatio malorum van Cicero, die inhoudt dat we ons mogelijke onaangename gebeurtenissen voorstellen, om ze in gedachten alvast te ‘relativeren’ en zo goed mogelijk voorbereid te zijn, mochten ze zich werkelijk voordoen. De hond in het voorbeeld kan dat niet, maar mensen zouden dit wel kunnen leren.

De stoïcijnen bepleiten een dagelijks gewetensonderzoek, om van dag tot dag de vorderingen bij te houden, en ook meditatie. Die laatste is voornamelijk bedoeld om de leer te ‘overdenken’ en uit het hoofd te leren, om niet plotseling verrast te worden als de dingen tegenzitten.’

Zie: Wijsheid is het ware geluk  (Filosofie Magazine: ‘Stoïcijnen en boeddhisten wijzen dezelfde weg naar innerlijke rust en diep geluk. Ze leren hoe we ons van verlangen kunnen bevrijden’.)

Over geluk. Een filosofische ontdekkingsreis | Frédéric Lenoir | Ten Have | 176 blz. | € 19,99

Beeld: IHC Centre l’Art de Vivre

Tot ziens – deo volente – in september. 🙂 

De Verlichting wilde geen religiefilosofie

philosophy-image-question-surrealist-problem-screenshot-163815-pxhere.com (1)

Onder invloed van de Verlichting zijn in de loop der jaren bewust allerlei niet-westerse filosofen uit de canon voor de filosofiegeschiedenis weggelaten. Dit vanuit de gedachte dat die meer met religie of spiritualiteit te maken hadden dan met filosofie. Filosofiedocent Carlo Ierna: ‘Daardoor zijn Chinese, Indiase en Afrikaanse filosofen letterlijk uit de canon weggeschreven. Ook veel vrouwelijke filosofen zijn eruit gegooid.’ Men vond vrouwen te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven. Ierna krijgt nu van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) een Comenius Teaching Fellow van 50.000 euro om de canon van de filosofiegeschiedenis te vernieuwen.


‘Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.’ (Immanuel Kant)


Filosofie was niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch
V
olgens de auteur van het artikel Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijvenredacteur Peter Breedveld, in Ad Valvas, het onafhankelijke platform van de Vrije Universiteit Amsterdam, is de filosofiegeschiedenis niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch geweest. 

De oude Griekse filosofen, bijvoorbeeld, waren zich er terdege van bewust dat zij de grondleggers niet waren van de filosofie, en in de Middeleeuwen en daarna werd de invloed van Indiase, Arabische en Chinese denkers erkend.’

Ierna zegt dat het ergens rond de 19de eeuw fout ging.

Onder invloed van de Verlichting werden toen veel stromingen afgeserveerd als irrationeel en ook het idee van de ‘white man’s burden’ speelde mee, het idee dat het de taak van de westerse beschaving was om de volken in Azië, Amerika en Afrika te beschaven.’

Vrouwen afgeschilderd als irrationele wezens
H
et ergste is volgens Ierna het seksisme waarmee vrouwen werden afgeschreven.

Die werden gezien als irrationele wezens die niet genoeg rede hadden om filosofie te kunnen bedrijven. Terwijl in de twee eeuwen daarvoor juist heel veel vrouwelijke filosofische auteurs boeken publiceerden.’

De filosofiedocent geeft er een aantal voorbeelden van en noemt onder meer enkele niet-westerse en vrouwelijke filosofen. Hij wil zulke denkers samen met zijn studenten weer terug in de canon halen om beter te begrijpen hoe het heden zich tot het verleden verhoudt.

De Franse Émilie du Châtelet, bijvoorbeeld, een invloedrijke 18de-eeuwse filosoof, of de Nederlandse Annemarie van Schurman, een 17de-eeuwse feminist avant la lettre. De Ghanees Anton Wilhelm Amo was in de 18de-eeuw de eerste Afrikaan met een leerstoel aan een Europese universiteit. Hij hield zich onder meer bezig met de rechten van zwarten in Europa.’

Oorsprong van de filosofische traditie
N
ormaal wordt de filosofiegeschiedenis in chronologische volgorde van het begin naar het heden behandeld, aldus Ierna, maar hij draait het om en gaat stap voor stap terug de geschiedenis in.

In een vervolgproject kan er samenwerking gezocht worden met andere instituten en disciplines om het project landelijke verbreding te geven. Daarbij kun je denken aan Sinologie, Japanologie en Koreanistiek, maar bijvoorbeeld ook aan classici die langer buiten de grenzen van Griekenland kijken voor de oorsprong van de filosofische traditie.’

Zie: Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven (Peter Breedveld, Ad Valvas)

Beeld: pxhere

‘Zonder beweging geen nieuw denken’

Veluwe29062020

Neuropsycholoog Erik Scherder zou dat Friedrich Nietzsche zo nazeggen als hij op het filosofenpad met hem mee zou wandelen. Scherder is ervan overtuigd dat wandelen goed is voor het brein. Nietzsche ook, en dan vooral voor het denken. Niet alleen bìnnen filosoferen, maar denkend eropuit trekken. Je brein moet je fit houden om goed te kunnen denken, beter denken zelfs. Nieuw denken ontwikkelen. Scherder houdt dus de hersenen fit, Nietzsche haalt daar dan nieuwe ideeën uit. De ISVW wandelde mee onder ‘de rode plu van Nietzsche’.

Dringend advies
D
e ISVW organiseert sinds 2016 zomerse wandelweken, onder meer op landgoed Den Treek, en ging ook aan de wandel met Nietzsche. Een verslag vol gedachten is dan ook een vreugde om te lezen in nummer 51 van iFilosofie. Wandelen is meer dan een luchtje scheppen in de pauze van een filosofiecursus.

Nietzsche geeft het dringende advies geen ideeën aan te nemen die niet zijn ontstaan ​​door een vrije beweging in de open lucht en waarin niet de spieren doorklinken.’

De auteur van het artikel Onder de rode plu van Nietzsche, filosoof Eric Brinckmann, verwijst naar hem als Nietzsche zegt dat het buiten, in zijn boeken, ‘beleefbaar’ moet zijn. Dat lukt alleen maar, stelt Nietzsche, omdat de taal met de wandelaar de ledematen strekt, ze vrij, beweeglijk en elastisch wordt. De mens die zichzelf centraal stelt in plaats van de aarde, scheidt zich af, zet de aarde op afstand, exploiteert haar overmatig en raakt er zo steeds verder van verwijderd.

Het wandelen zelf beschouwt hij [Nietzsche] als een manier om aansluiting te houden bij het natuurlijke levensproces, om te aarden: om de overweldigende vitaliteit van het leven buiten te laten resoneren met de rijke expressie van binnen. Expressie in jezelf dus. De moderne levensstijl houdt de mens ervan af, stelt de mens centraal in plaats van de aarde. Ze stelt hem boven de natuur en ontaardt hem daardoor van datgene waar hij een onlosmakelijk onderdeel van is.’

Overweldigende vitaliteit
Z
o’n 95% van ons leven brengen we door in binnenruimtes, zegt de auteur, zodanig dat we er niet eens meer bij stil staan dat we nauwelijks buiten komen.

Volgens Nietzsche is de moderne wereld daarom uit het ritme van het leven geraakt en tot decadentie vervallen, van het Latijnse decadere, wegvallen, in dit geval naar een lager niveau. In Nietzsches termen: van de overweldigende vitaliteit die het buiten te bieden heeft naar een vegetatieve toestand. We hebben het dierlijke in ons, dat buiten rijpt, begrijpt en absorbeert, gedood of gekooid.

Al wandelend fantaseert en citeert Brinckmann Nietzsche die zich naar hem omdraait en zegt dat hij moet ophouden zichzelf zo’n fantastisch ego te voelen!

Iedereen! Leer stap voor stap het vermeende individu van je af te werpen! Hoe? Boven mijn en dijn uit! Kosmisch gewaarworden!’

‘De laag van Usselo’
N
ietzsche lijkt niet alleen met zijn voeten op aarde te wandelen – zo lees ik dit bijzondere wandelverslag – maar is ook met zijn hoofd bij de kosmos. De auteur weet niet of hij die kosmische gewaarwording helemaal begrijpt, maar vindt wel een aanknopingspunt op een plek in Usselo in Twente waar ooit zand werd gewonnen. Tijdens het graven kwamen er resten van een bos uit het Allerød te voorschijn, aldus de auteur, een warme fase na de laatste ijstijd die plotsklaps weer in een koude periode verviel. Een zwart laagje in het zandpakket is er te zien, op de donkere streep in de steilrand langs het water: verkoold materiaal, resten van bosbranden die 12.000 jaar geleden over grote delen van het noordelijk halfrond woedden.


Nog enkele invloedrijke wandelende denkers: Heraclitus, Zhuang Zi, Cusanus, Dionysius de Kartuizer, Hobbes – met een inktpot aan zijn wandelstok – Rousseau, Goethe, Emerson, Thoreau, Wittgenstein en Heidegger. (ISVW)


In dat laagje is een verhoogde concentratie van het scheikundig element iridium aangetroffen, een aanwijzing dat het weleens om een komeetinslag kan gaan: er zou ooit een kosmische ramp hebben plaatsgevonden die ‘de laag van Usselo’ deed ontstaan. Twee jaar geleden werd dat bevestigd: toen vonden geologen een enorme krater onder de Hiawatha-gletsjer in Groenland die, zoals het zich nu laat aanzien, precies 12.000 jaar oud is.

Kosmisch gewaarworden, in de kracht en de proportie van een komeet die op aarde inslaat, dat is een sterk beeld! Vernietiging en terugveren, na de brand de kou en daarna weer het leven. Dit geweld accepteren betekent geen vage versmelting met ‘het Al’ of dat soort gepraat, maar dat je zonder twijfel voeling krijgt met het immense dat je omvat.’ 

Zie:
Onder de rode plu van Nietzsche (Eric Brinckmann, iFilosofie)

Beeld: PD, 29062020

Van verbeelding, waarheid en werkelijkheid

Voor God is alles mogelijk, zegt de Bijbel, maar God werd als het ware ingekapseld in een systeem van redelijkheid. Door het geloof zo te benaderen heeft men eigenlijk het latere ongeloof voorbereid, wist de Spaanse filosoof, toneelschrijver en dichter Miguel de Unamuno (1864-1934) toen al: ‘Het dogmatische christendom is doods geworden. Een dergelijke God is niet vitaal.’

‘God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor’

In de Trouw-serie Wat is waarheid? ging aflevering vier eergisteren over religie die buitenspel staat in het alledaagse gesprek over waarheid. Over verbeelding: een innerlijk zintuig dat een dieper gelegen waatheid en werkelijkheid aan het licht brengt. 

In het Westen is het geloof (…) in beslag genomen door de rationaliteit. Men ging geloven om te kunnen begrijpen. Men ging God beschouwen als ‘eerste oorzaak’, en als Platoonse idee. Hij werd vormgegeven in dogma’s – vaststaande geloofswaarheden.’ 

Volgens de Leidse filosoof Timo Slootweg gaan we daarmee voorbij aan het universele, menselijke ‘verlangen naar leven’. Dat kun je ervaren in een niet-dogmatisch geloof. Op de vraag van Trouw-journalist Marc van Dijk of de kerkvaders met de redelijkheid hun eigen graf hebben gegraven, antwoord Slootweg bevestigend.

Voor de denkers van de Verlichting was het maar een kleine stap om in alle redelijkheid afstand te nemen van het geloof. Kant stelde: we moeten zelf durven denken en de zelfopgelegde onmondigheid – het religieuze denken – van ons afleggen. En dan kun je concluderen dat de godsbewijzen niet deugen. Maar God is nooit het object geweest van kennis! God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor.’

Slootweg stelt dat we als vanzelfsprekend aannemen dat de waarheid het exclusieve domein is van wetenschap en rationaliteit. ‘Ik wil niets op de wetenschap afdingen. Maar ik denk dat we iets essentieels over het hoofd zien,’ zegt hij. ‘Ook in religie, in geloof, is waarheid te vinden.’ Hij schreef over het ‘personalisme’, een filosofische stroming – verwant aan het existentialisme – die klaar is om herontdekt te worden en het waarheidsbegrip zou kunnen verruimen.

De Unamuno zegt dat de mens naast het verlangen naar kennis een verlangen heeft naar leven, niet enkel de wil om te overleven, in de nuchtere wetenschap dat de dood het einde is, maar het verlangen naar volop leven, altijd leven, eeuwig leven.

Als je dat vitale verlangen ten grondslag legt aan je denken, krijg je een heel ander beeld van de werkelijkheid. Dat verlangen gebruikt de innerlijke zintuigen, de verbeeldingskracht, om de waarheid te zien.’

Volgens Slootweg vinden existentialisten en de personalisten (mensen als Søren Kierkegaard, Max Scheler, Martin Buber en Immanuel Levinas, maar daarnaast ook Nietzsche en Heidegger) – door het geloof geïnspireerd of niet –  dat het rationalistische begrip van wat waar en werkelijk is zo armzalig, dat het de natuur, de dingen en onszelf tekort doet.

We moeten ons laten voeden door het verlangen naar de hemelse toestand van God die eens ‘alles in allen zal zijn’, zoals Paulus het formuleert. Leven, eeuwig leven, het Koninkrijk Gods, dat we zonder de ander onmogelijk kunnen verwerven. Als een visioen dat we met onze innerlijke verbeelding kunnen voorvoelen. Zo wordt je beeld van de werkelijkheid – van wat mogelijkheid en waarheid is – veel rijker, vruchtbaarder en vitaler. Ons handelen zal er dan op gericht zijn dit in déze wereld reeds gestalte te geven.’

Zie: Verlangen naar God is ook verlangen naar waarheid 

Beeld: pxhere
Update 02022025 (Lay-out)

‘We hebben een gemeenschappelijke waarheid nodig’

HetHeilLigtInWaarheid

‘De waarheid is kwijt. Hoe vinden we haar terug?’ Een vraag gesteld door filosoof Daan Roovers, in Vrij Nederland. In aanloop van de Maand van de Filosofie. Ze schrijft over de waarheid. Of beter: het ontbreken van een waarheid. ‘Want,’ zegt zij, ‘de waarheid staat onder druk’ en ‘de geloofwaardigheid van de wetenschap is niet meer vanzelfsprekend’. De Amerikaanse president Donald Trump bewijst dit volgens haar. Trump kan eindeloos onjuistheden spuien (het aantal staat volgens The Washington Post al op ruim 16.000) zonder dat het zijn populariteit erg schaadt. Menno van de Bos in (maandelijks) gesprek met Roovers. Hij begint met de vraag: wat ís waarheid eigenlijk?

Waarheid is een abstract begrip, en Roovers is er niet dol op. ‘Ik spreek liever over de werkelijkheid. De werkelijkheid is iets waar we ons samen in begeven en op oriënteren, waar we naar kunnen verwijzen.’ Een plek waar we samen kunnen afspreken dat groene boeken groen zijn.’

Volgens het artikel gaat het in deze tijd steeds meer om meningen en steeds minder om feiten. Als we de waarheid inderdaad voorbij zijn, hoe vinden we haar dan weer terug, is de centrale vraag. Eerder zei Nietzsche dat God dood is en wij Hem vermoord hebben.  Daan Roovers heeft daar nu een parafrase op gemaakt. Opmerkelijk hierbij vind ik, dat zij God nu ‘inruilt’ voor de waarheid. Stond God voor de waarheid, nog niet zo lang geleden?

De waarheid is dood en wij hebben haar vermoord, om het op z’n Nietzscheaans samen te vatten.’

We schijnen te leven in het ‘post-truth’-tijdperk, en die term suggereert dat we tot voor kort nog ‘in de waarheid’ leefden, terwijl leugens en bedrog van alle tijden zijn.

Neem de politiek: ‘Politiek filosofe Hannah Arendt (1906-1975) schreef dat politici altijd een gespannen verhouding met de waarheid hebben gehad omdat ze gekozen willen worden. De werkelijkheid verdraaien is typisch menselijk: een aap of konijn kan dat niet. Je hebt er verbeeldingskracht voor nodig. En volgens Arendt hoort het ook heel erg bij politiek: de wereld zoals die werkelijk is, wijs je af, en je creëert een andere, een nieuwe.’

Roovers formuleert het heel helder als ze telt dat het probleem niet is dat we verschillende opvattingen hebben, maar dat we verschillende informatie hebben.

Deze verwarring neemt nog eens extra toe door de democratisering van kennis, zegt Roovers. Sinds het internet hebben we toegang tot alle denkbare kennis en sinds de smartphone liggen we 24 uur per dag aan het informatie-infuus. ‘Het is niks bijzonders meer om toegang tot kennis te hebben. Ik heb gestudeerd; maar mensen die niet hebben gestudeerd, kunnen dezelfde kennis googelen. Of ze die even goed begrijpen, is vraag twee. Maar waar in de decennia na de oorlog zelden publiekelijk aan de autoriteit van de wetenschap werd getwijfeld, is dat binnen één generatie totaal veranderd.’

De denker des Vaderlands zegt dat vooringenomenheid het zicht ontneemt op de werkelijkheid en geeft als voorbeeld de tweet destijds van Forum voor Democratie-leider Baudet over overlastgevende ‘Marokkanen’ in de trein, die later conducteurs bleken.

Baudet bood geen excuses aan en benadrukte dat de onderliggende boodschap over immigratie deugde. Anders gezegd: het had waar kúnnen zijn. ‘Dat is het tegenovergestelde van naar de werkelijkheid kijken,’ zegt Roovers. ‘Het is je eigen theorie vooraf laten gaan aan wat er gebeurt.’

Dat de waarheid of de autoriteit van de wetenschap wordt ondermijnd, is volgens Roovers een te oppervlakkige analyse. Wat er gebeurt, is dat mensen willen dat de wetenschap een instrument wordt voor hun eigen gelijk. Dat lijkt haar veel kwalijker. De vraag ‘hoe krijgen we de waarheid terug’ – lijkt vanuit filosofisch opzicht hopeloos, omdat het concept ‘waarheid’ spekglad is, zegt zij, en omdat de veronderstelde hoeders ervan, primair wetenschappers, onvermijdelijk beperkingen kennen. ‘Hannah Arendt zei dat uiteindelijk de wal het schip zal keren,’ zegt Roovers ten slotte.

Volgens haar is waarheid de belangrijkste stabiliserende factor in het menselijk bestaan. Uiteindelijk kunnen we niet zonder een gemeenschappelijk idee ervan.’

Zie: De waarheid is kwijt. Hoe vinden we haar terug?  (Vrij Nederland)

Beeld: Deze illustratie is een inkt-op-papier creatie van Khaled Al-Saai – een kunstenaar uit Syrië – als artistieke vorm van kalligrafie gemaakt in Parijs, 2002. Hij schreef er de titel onder: ‘Het Heil ligt in Waarheid’.

‘We hebben God van zichzelf bevrijd’

Charlotte 202003 Pixabay

‘Gaat het wel goed met God? Hij lijkt oud en vermoeid geworden, afgeleefd en uitgerangeerd.’ Dit vraagt Peter Nissen zich af in Volzin, een magazine voor religie en samenleving. Dit beeld kwam bij de theoloog op als God verschijnt in een strip van Dirkjan, een creatie van de Nijmeegse striptekenaar Mark Retera. Die God beantwoordt aan het klassieke kinderlijke beeld van God: een oude, wijze man, uiteraard met een lange baard, zittend op een witte wolk. Nissen zegt dat om God geboren te kunnen laten worden, zo zoals Hij is, wij afstand moeten doen van de beelden die wij van Hem hebben. ‘Precies in de persoonlijke omgang met het ongrijpbare en onbeschrijfbare mysterie van onze bestaansgrond ligt de toekomst van God’.

Dié God heeft afgedaan
I
n zijn artikel ‘Ons hele heil is in het niet-weten’ stelt Nissen dat God die Rechter, Straffer en Beloner is, de alwetende toezichthouder: dié God heeft voor de meeste mensen afgedaan. De strip van Dirkjan riep volgens de kerkhistoricus verdeelde reacties op. ‘Godlasterlijk’ vonden sommigen en van anderen moest God uit de strip verdwijnen omdat Hij in het verleden al zoveel ellende heeft veroorzaakt.

De God van Dirkjan beantwoordt aan het klassieke kinderlijke beeld van God: een oude, wijze man, uiteraard met een lange baard, zittend op een witte wolk. Dat is de ‘oude wijze’ uit het Bijbelboek Daniël, zittend op een troon van vuurvlammen, zonder baard nog, maar wel met een kleed ‘wit als sneeuw’, en dat is de God van Michelangelo uit de Sixtijnse Kapel. Die God kan heftige reacties oproepen: sommigen zien hem als de ware, anderen vinden hem verwerpelijk. Maar voor de meeste Nederlanders, gelovig of niet, zo moeten we nuchter vaststellen, heeft Hij afgedaan. Hij bestaat niet meer. Hij is van zijn wolk gevallen en van zijn troon afgedaald.’

‘God opgeven omwille van God’
V
oor hoogleraar Spiritualiteitsstudies Peter Nissen zit God niet langer op een troon vanwaar Hij ons allemaal in de gaten houdt. Als Hij er nog is, dan is Hij in elk geval ‘altijd anders’. God is ontslagen als hoeder van de publieke moraal. De god van het opgeheven vingertje heeft afgedaan.

Misschien is hij daarmee wel bevrijd van zichzelf. Om God geboren te kunnen laten worden, zo zoals Hij is, moeten wij afstand doen van de beelden die wij van Hem hebben. Dat is een kerngedachte van de middeleeuwse Dominicaanse theoloog Meister Eckhart. Wij moeten, zo schreef hij, ‘God opgeven omwille van God’. Dat betekent: wij moeten alle beelden van God achter ons laten, in het besef dat geen enkel beeld volstaat. Wij weten niet wie of wat God is.

Ophouden met zoeken
D
at betekende, aldus Nissen, voor Meister Eckhart ook: ophouden met het krampachtig zoeken naar God.

In veel populaire spirituele literatuur wordt het zoeken naar God als het hoogste ideaal beschreven. Maar als wij dat zoeken doen met ons verstand, met onze begrippen, met onze hang naar rationeel begrijpen, dan lopen wij God mis.’

Met het ‘ietsisme’ is meer aan de hand
N
issen stelt dat het beeld van God als een persoon, die ingrijpt in de wereld en die zich met ieder van ons persoonlijk bemoeit, op grote schaal heeft plaatsgemaakt voor het beeld van God als een hogere macht, een kracht of een energie, die ons doet bestaan en die als dragende grond in de werkelijkheid werkzaam is.

Ronald Plasterk had het in 1997 over het ‘ietsisme’. Nissen verwijst hiernaar, maar vindt dat er toch meer aan de hand is met dit besef dat er ‘iets’ is en dat het ‘ietsisme’ bij nader inzien minder leeg, minder vrijblijvend en ook minder oppervlakkig blijkt te zijn dan door Plasterk en ook door woordvoerders van de kerken wel gesuggereerd werd.

Van theologische zijde zijn verschillende pogingen ondernomen om juist vanuit het perspectief van de mystieke traditie tot een herwaardering van het ‘ietsisme’ te komen, zelfs onder het speelse motto ‘iets is beter dan niets’. De remonstrantse theologe Christiane Berkvens-Stevelinck maakte duidelijk dat een ‘ietsistische’ opvatting niet een persoonlijke verhouding tot dat ‘Iets’ in de weg hoeft te staan, dat dus ‘ietsisme’ gerust een fundament van (christelijke) spiritualiteit kan zijn. Dat gebeurt volgens haar op het moment dat ik me verbeeld’ dat iets voor mij iemand is, die onmogelijk in woord en beeld gevangen kan worden, maar die mij aanspoort tot het goede, die naar mij omziet en mijn leven richting geeft. En het is deze vertaling van het onkenbare Iets in een verbeeld Iemand die mijn leven betekenis verleent’.’

Zie: ‘Ons hele heil is in het niet-weten’ (Volzin, 17 juni 2020)

Beeld: charlotte 202003 via Pixabay