Zoektocht naar een leven na ons aardse bestaan

Hoe mensen de hemel zien en waarom we het er al duizenden jaren ideeën over hebben, zijn vragen die de kern van onze menselijkheid vormen, zegt de auteur van Hierna – een cultuurgeschiedenis van de hemel, Catherine Wolff. Zij beantwoordt deze vragen in haar boek met fascinerende details. ‘Prachtig geschreven, vakkundig onderzocht en meesterlijk gepresenteerd: deze reis langs hoe de hemel door de geschiedenis heen is begrepen, is absoluut fascinerend,’ zegt schrijver en priester James Martin.

In het leven van ieder mens zijn er van die momenten waarop de sluier aan de horizon van het bekende wordt opgelicht en we een blik slaan in de eeuwigheid. We verlaten de kust van het bekende, niet omdat we op zoek zijn naar avontuur en spanning of omdat ons verstand onze vragen niet kan beantwoorden. We zeilen uit omdat onze geest op een geweldige zeeschelp lijkt, en als we ons oor daartegen leggen om te luisteren, horen we het eeuwige ruisen van de golven ver bij de kust vandaan.’
(Rabbijn Abraham Joshua Heschel, in Hierna)

In Hierna beschrijft Catherine Wolff hoe verschillende religies en geloofsovertuigingen het idee van een hemel hebben ingekleurd en hoe niet-religieuze invloeden vanaf de Verlichting tot de hedendaagse niet-religieuze visies op de hemel daarop hebben ingewerkt.

Het leven hierna kan een bestaan in de tijd of in de eeuwigheid zijn. Het kan de plaats zijn waar we vandaan komen – zoals Plato geloofde – of de plaats waar we in een mystieke ervaring heen kunnen gaan. Het kan onze bestemming zijn als we sterven of misschien pas later. Het kan om opeenvolgende stadia gaan, waardoor we geestelijk volwassen worden, zodat we kunnen ontsnappen aan de cyclus van de wedergeboorte, zoals in oosterse religies, maar het kan ook zijn dat we maar één kans op verlossing hebben. Misschien bereiken we het leven hierna zodra we sterven of misschien moeten we wachten tot het einde van de kosmos.‘
(Uit: Hierna)

Wolff vertelt dat een aanzienlijk deel van het westerse gedachtegoed pleit vóór het bestaan van God.

Eén zo’n redenering stelt dat er een God moet zijn, omdat er vanaf het begin van het universum een waarneembare, ordelijke keten van oorzaak en gevolg is. Die kan alleen worden verklaard door een eerste oorzaak, een zelfgeschapen wezen dat eenvoudig ìs.’
(Uit: Hierna)

Charles Darwin lijkt naar een schepper te hebben verlangd, zegt Wolff, een bron voor het wonder dat hij in de natuurlijke wereld opmerkte.

Zijn [Darwins] geschriften laten een groeiend besef zien dat het bij de evolutie niet alleen om fysieke eenheden ging, maar dat er religieuze en morele implicaties mee verbonden waren. Toch was er daarin geen plaats voor filosofie of een godheid – God was een projectie die tot regels leidde om door te geven. Niettemin was Darwin geïntrigeerd door het idee van onsterfelijkheid en erkende hij dat je zo’n instinctief geloof overal ter wereld aantrof.’
(Uit: Hierna)

In de vroegste uitingen van godsdienst zijn er, volgens Wolff, verhalen en gebruiken waarin bepaalde levende mensen de geestenwereld bezoeken, die wijzen op geloof in een leven na dit leven.

James George Frazer, een van de vaders van de moderne antropologie, bestudeerde het begrip onsterfelijkheid bij oervolken in Noord-Amerika, Azië en Oceanië. In elk van deze drie werelddelen geloven mensen dat er twee verschillende zielen of geesten zijn. Zij maken onderscheid tussen een ‘vrije ziel’, die tijdens een droom of trance het lichaam verlaat, en een ‘lichaamsziel’, die achterblijft. Ze onderscheiden ook een levensziel, die het lichaam van levenskracht voorziet, en een ‘doodsziel’, die bij de dood wordt bevrijd.’
(Uit: Hierna)

Hierna – Een cultuurgeschiedenis van de hemel | Catherine Wolff | KokBoekencentrum Non-Fictie | 328 blz. | Verschenen: 21-09-2021 | € 27,99

Beeld: Paradiso, Canto 14: Dante en Beatrice vertaald naar de sfeer van Mars, illustratie van Gustave Doré, uit De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri, 1885
(meisterdrucke.nl – digitaal ingekleurd)

Unieke toegang tot de geest van CG Jung

Onlangs verschenen The Black Books van psycholoog en psychiater Carl Gustav Jung. Een reeks notitieboekjes met zwarte kaften, waarin Jung van 1913 tot 1932 schreef, zijn het resultaat van een zelfexperiment dat hij z’n ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een engagement met zijn fantasieën, die hij in kaart bracht. Jung betitelde ze als zijn ‘zwarte boeken’. Jung-expert Sonu Shamdasani spreekt over The Black Books op 30 mei tijdens een online symposium, georganiseerd door het Jungiaans Instituut, in samenwerking met de stuurgroep Jungiania, de C.G. Jung Vereniging Nederland – IVAP, en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het Rode Boek putte uit materiaal dat in The Black Books was opgenomen tot 1916, maar Jung bleef er decennia lang in schrijven. The Black Books werpen licht op de uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en relaties te belichamen. 
Prachtig gepresenteerd, met een onthullend essay van Sonu Shamdasani, en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden deze onmiskenbaar heilige boeken (Times Literary Supplement) een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van de analytische psychologie.’
(VU)

The Black Books (‘Notebooks of Transformation’), tot nu toe het belangrijkste ongepubliceerde werk van Jung, worden gepresenteerd in een prachtige, zevendelige dooscollectie met een essay van Shamdasani ― verlicht door een selectie van Jungs levendige visuele werken ― en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden The Black Books een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van analytische psychologie.

In 1913 startte C.G. Jung een uniek zelfexperiment dat hij zijn ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een verbintenis met zijn fantasieën in een wakende staat, die hij in kaart bracht in een reeks notitieboekjes die The Black Books worden genoemd . Deze intieme geschriften werpen licht op de verdere uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en persoonlijke relaties te belichamen. The Red Book putte uit materiaal opgenomen van 1913 tot 1916, maar Jung bewaarde de notitieboekjes nog vele decennia actief.’
(The Black Books)

Professor Sonu Shamdasani houdt op 30 mei een korte inleiding tot de fascinerende Black Books van Jung, ter gelegenheid van de recente publicatie van de boeken. Deze ‘intieme persoonlijke aantekeningen van Jung geven een verbluffend inzicht in zijn psyche en ontwikkeling, en zijn veel te lang verborgen gebleven voor het publieke oog’.

Sonu Shamdasani (geboren in 1962) is een in Londen gevestigde auteur, redacteur en professor aan het University College London. Zijn geschriften richten zich op Carl Gustav Jung (1875-1961) en beslaan de geschiedenis van de psychiatrie en psychologie vanaf het midden van de negentiende eeuw tot de huidige tijd. Shamdasani redigeerde voor de eerste publicatie ook een ander belangrijk werk van Jung: The Red Book, dat is gebaseerd op The Black Books.’ 
(VU)

In Het Rode Boek van Jung dat in 2019 verscheen, schreef Shamdasani een uitgebreide en heldere inleiding. Jung wordt hierin beslissend genoemd in het ontstaan van de moderne psychologie, psychotherapie en psychiatrie en een groot aantal internationale beroepsuitoefenaren in de analytische psychologie werken onder zijn naam.

De jaren, waarin ik de innerlijke voorstellingen volgde,
vormen de belangrijkste tijd van mijn leven,
waarin zich alles, wat wezenlijk was, voordeed.
Toen begon het en de latere details zijn slechts
aanvullingen en verduidelijkingen.
Mijn volledige latere werkzaamheden bestonden uit het bezig zijn
om dát verder uit te werken, wat in die jaren uit het onbewuste
was losgebroken en mij bijna had overspoeld.
Het was de oerstof voor een levenswerk.’

(C.G. Jung, 1957, in: Het Rode Boek)

The Black Books | C.G. Jung, Sonu Shamdasani | Taal: Engels | Hardcover | Slipcased Edition | oktober 2020 | 1648 pagina’s | Uitgever W W Norton & Co | € 232,99 | Vertaling Martin Liebscher, John Peck

Voor aanmelding Symposium zie:
Jungiaans InstituutZondag 30 mei 11 – 13 uur online (€ 10,-)

YOUTUBE: The Black Books by C.G. Jung

Beeld: Tree of Life door CG Jung (uit: The art of C.G. Jung)

De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

De ziel is een ‘gevoelig instrument waarmee we betekenis zoeken, vinden en aflezen. Vanwege deze gevoeligheid is de ziel gemakkelijk beïnvloedbaar en soms de weg kwijt. En er zijn vele kapers op de kust om de ziel te manipuleren; we moeten oppassen voor ‘zielzuigers’.’ – Duidelijke taal van filosoof en theoloog Govert Buijs in zijn online-college Eerherstel voor de ziel. Hij zegt ook ‘dat de ziel ons is gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, en waar we goed voor moeten zorgen.’ De ziel ontsluierd, althans, herontdekt.

Prof. dr. Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, gaf een online-college met als thema Eerherstel voor de ziel. Hij schrijft een boek over dit onderwerp dat november 2021 onder dezelfde titel verschijnt.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’

Bovenstaand citaat is van redacteur Erdee Media groep, Huib de Vries, in het RD. Hij schrijft over De herontdekking van de ziel, en verwijst onder meer naar Buijs. Volgens Buijs kan je alles rationeel en materieel willen verklaren, maar laat de wijze waarop we het leven ervaren zich niet verdringen:

De afwijzing van religie ging samen met de opkomst van ideologieën als nieuwe zielsfenomenen. In de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de New-Agebeweging op. Nu neemt ook binnen de kerk de aandacht voor spiritualiteit weer toe. De mens hééft een innerlijk met existentiële vragen en zoekt naar zin en betekenis. Dat is voor mij het essentiële van de ziel.’

Buijs kan zich, aldus De Vries, niet vinden in de opvatting dat het ontstaan van de mens door evolutie de ziel buitenspel zet. Waar in dat evolutionaire proces de ziel ontstond, vindt hij niet relevant:

Het gaat erom dat de mens ergens in dat traject een existentiële dimensie ontwikkelde die hem bewust maakt van een Partner die hem innerlijk aanspreekt. Kennelijk is Iemand of Iets op metafysische wijze bezig geweest om voor zichzelf een partner in het leven te roepen.’

De ziel is ons gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, zegt Buijs, en we moeten er goed voor zorgen. We worden volgens de filosoof en theoloog niet alleen heen en weer getrokken door zaken van buitenaf, maar ook door innerlijke stemmen. Echter, door de gevoeligheid van de ziel zijn er veel kapers op de kust om haar te manipuleren:

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’

De Bijbel kunnen we zien als oefenboek waarmee we de ziel kunnen opporren. Buijs doelt daarmee op het herkennen van verschillende troostgestalten, zoals de liefde van anderen, de natuur, schoonheid en kunst, wendingen in ons leven of nieuwe gemeenschapsvormen. Achter deze troostgestalten zit de verborgen bron van zegen, zegt hij. Die bron is God, de altijd meereizende, troostende en corrigerende God.

In deze wereld verschijnt er een nieuwe taal: ‘vriendschap’, ‘partner’, ‘verbond’. Dit zijn allemaal zegenwoorden. Het strookt ook met een universele ervaring: de ziel groeit niet door onderdrukking, maar door de ervaring gezien, gewaardeerd en erkend te worden.’

Zie:
* Online-college Eerherstel voor de ziel (YouTube, 15 februari 2021)
*
De herontdekking van de ziel (Huib de Vries, RD, 23 maart 2021)
*
Prof. Govert Buijs: Bijbel oefenboek voor de ziel (RD, 29 januari 2021)

Eerherstel voor de ziel | Govert Buijs | November 2021 | ISBN 9789024432639 | 192 blz. | € 20,00

Beeld: Gerhard G. (Pixabay)

Pleidooi voor mystiek in de psychologie

Het is hoog tijd dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Psycholoog Vincent Duindam vraagt zich af of er een psychologie denkbaar is waarin we leren om contact te maken met je wezenlijke identiteit, een diepere dimensie: je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie. Kunnen we de ‘ziel’ weer terugbrengen in de psychologie? Psychologie dus die zich niet alleen laat inspireren door natuurwetenschappen of geesteswetenschappen, maar ook door spiritualiteit. Kan de psychologie weer bezield worden?

Het maakt Duindam nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Hij zegt zelf ook niet zeker van de antwoorden te zijn, maar het gaat hem om de poging. Daarover gaat zijn boeiende artikel Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren in Volzin. Psychologie kan op de natuurwetenschappen willen lijken (‘wij zijn ons brein’), of zich richten op betekenis, zingeving, je verhaal. De ziel die Duindam terug wil brengen in de psychologie ligt echter dichtbij de humanistische en de positieve psychologie.

Ik denk dat het nu revolutionair en hoog tijd is dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Dus: door stilte, meditatie, ‘uit je verhaal stappen’. De psychologie kan en mag zich later inspireren door natuurwetenschappen, geesteswetenschappen, en ja ook door spiritualiteit. Het laatste perspectief maakt nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Ik ben zelf ook niet zeker van de antwoorden, maar het gaat om de poging.’
(Duindam)

Duindam noemt mystiek in één adem met spiritualiteit. Toch zijn er verschillen. Filosoof dr. Angela Roothaan beschrijft in Spiritualiteit begrijpen als gemene deler van de spiritualiteit: ‘leven, in de zin van echt, authentiek leven, gebalanceerd leven, in liefde met het hogere leven’. Bij mystiek denk ik meer aan ‘bewustzijn van Gods aanwezigheid in ons’, zoals Rob Faesen SJ dat omschrijft. Het is natuurlijk allebei waardevol, maar op de sofa bij de psycholoog zijn mensen vaak niet op zoek naar God, ze willen vooral in contact komen met hun ziel, hun eigen diepte of zichzelf (her)vinden. Maar misschien kom je dan toch bij God uit, bij het hogere leven…

Psychologie gaat, aldus Duindam, vaak over ‘de beste versie van jezelf ontwikkelen’, spiritualiteit gaat over het vinden van je diepste identiteit: ‘Op die diepste plek is ruimte en ben je niet alleen, maar verbonden met ‘het geheel’.’ Hij verwijst naar prof. dr. Sarah Durston (hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen aan het UMC Utrecht en voorzitter van de Stichting Bewustzijn en Wetenschap.) Zij roept op spiritualiteit serieus te nemen, omdat dit wel degelijk een onderdeel is van de menselijke ervaring.

Ook noemt de auteur prof. dr. Mia Leijssen (emeritus-hoogleraar psychologie en psychotherapie) die een existentiële welzijnscounseling ontwikkelde: Existential Well-being Counseling. Het gaat dan onder meer om focussen.

‘Focussen is een hele mooie, zachte manier om in dialoog met je eigen lichaam, een waarheid te ontdekken die zich onder je alledaagse bestaan afspeelt. Het is een creatieve methode waarin je jezelf tot je verbazing dingen hoort zeggen, die je niet met je hoofd had kunnen bedenken. Er komen veelzeggende beelden tevoorschijn.’
(Duindam)

Het belangrijkste van deze aanpak vindt Duindam echter dat de luidruchtige mind omzeild wordt:

Dat betekent niet alleen dat je jezelf verrast doordat je langs je geijkte denkpatronen en je eigen vaste clichés gaat, het betekent ook dat je in contact komt met een diepere dimensie. Je kunt dit je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie noemen.’
(Duindam)

Bronnen:
* Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren (Volzin)
* Spiritualiteit begrijpen, een filosofische inleiding – Angela Roothaan

Foto: © Françoise Idzerda