‘Mystiek is om te beginnen vrijheid’

Mystiek heeft de naam nogal zweverig te zijn: ‘Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen,’ zei Theresa van Avila ooit. God heeft de naam nogal abstract te zijn. Alleen al het woord ‘God’. Dat beladen, misverstandelijke woord. Theoloog Wim Jansen zegt dat wie moeite heeft met dat woord, hij iedereen van harte uitnodigt om de titel vrijelijk aan te passen aan het eigen levensgevoel: Brandend verlangen om op te gaan in liefde. Jansen schreef Brandend verlangen, opgezet als een mystiek dagboek in de periode van mei 2019 tot mei 2020. ‘Mystiek is om te beginnen vrijheid,’ meldt uitgever Van Warven op de boekomslag.

Z
ijn boek Brandend verlangen – om op te gaan in God/Liefde verscheen 18 juni. Als inspiratiebron noemt Jansen de drieledige bron waaruit hij leeft: de verwondering over de schoonheid en het mysterie van het aardse leven; het geheim van de liefde, dat hij God noemt: GOD achter God; en contemplatie, dat voor hem betekent: stilte, mediteren, dagelijks oefening in onthechten.

De theoloog, schrijver en dichter vindt inspiratie in de liefdesmystiek, in het bijzonder de middeleeuwse christelijke mystiek van Hadewych, Jan van Ruusbroec en Meister Eckhart; de filosofie van de oude Grieken, met name de stoïcijnen en de cynici; de oosterse mystiek van het soefisme, boeddhisme en taoïsme; en poëzie, in het bijzonder Hans Andreus, J.C. van Schagen, Gerrit Achterberg.

Mystiek van alledag
Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen’, zoals Theresa van Avila het noemde [in haar boek De innerlijke burcht, PD]. Hoe verhoudt Godverlangen zich tot simpele levensvreugde en alledaagse zorgen? Geen flauw idee had hij [Jansen] hoe bewogen dat jaar zou zijn. Niet alleen vanwege de maatschappelijke stikstofonrust en wereldwijd de coronacrisis, maar ook persoonlijk, toen hij te horen kreeg dat een ongeneeslijke kanker zich in zijn lichaam had uitgezaaid. Wat blijft erover van een ‘brandend verlangen om op te gaan in God’ met de dood op je hielen? Een spannend relaas over hectiek en stilte, crisis en mystiek.’
(Uitgeverij Van Warven)

Predikant Bert Altena schreef een recensie en vertelt dat Jansen zijn dagelijkse beslommeringen, mijmeringen en belevenissen beschrijft, dat hij telkens zoekt naar de verbinding met God, wat voor hem niet moeilijk is.

Jansen ervaart zijn leven als een bestaan in God, lezen we al in de eerste bijdrage, zegt Altena, een werkelijkheid die Jansen altijd omringt. Het is een zeker weten dat hem van jongs af aan begeleidt. Voor hem zo vanzelfsprekend, dat hij zich soms verwondert over wie dat niet zo beleeft. Dat zijn opgetogen godsbeleving weleens fronsende reacties oproept onder generatiegenoten en in zijn omgeving, deert hem niet. 

Niettemin weet ik mij geroepen om het te blijven proberen, juist vanuit de verdeeldheid en het verschil. De Godervaring uitstralen, uitdragen, vertalen, vertellen. Het is geen keuze. Ik kan het niet laten.’
(Wim Jansen)

Het is de paradox, zegt Altena, dat Jansen zoekt naar een mystieke godsbeleving waarin de hoogste wijsheid is zichzelf verliezen in God…

Dit is het wat ik het aller allerliefste wil. Mijzelf uitvlakken, verdwijnen, opgaan in het niets zodat alleen God overblijft’.’
(Wim Jansen)

maar dat hij tegelijkertijd juist daarin zijn eigen ego ultiem bevestigd ziet:

Het verdwijnen van dat ‘ik’ is niet minder, maar meer. Het is geen verlies, maar winst. Want ik word God. Wat kan een mens meer verlangen dan God zijn?’
(Wim Jansen)

Zie: Wim Jansen, Brandend verlangen (Bert Altena)

Brandend verlangen | Wim Jansen | 300 pagina’s | Met illustraties | 18 juni 2021 | Uitgeverij Van Warven | € 19,95

Beeld: Pixabay 

Anatheïsme: zijn met God en leven zonder God

Anatheïsme is een poging om het seculiere te sacraliseren en het sacrale te seculariseren. Of, zoals theoloog Richard Kearny in Anatheism – Returning to God After God Bonhoeffer citeert: ‘Zijn met God en leven zonder God’. Door de wortels van ons eigen anatheïstisch moment te analyseren, aldus de uitgever, laat Kearney niet alleen zien hoe een terugkeer naar God mogelijk is voor degenen die ernaar zoeken, maar ook hoe een meer bevrijdend geloof geboren kan worden. Theoloog Wim Jansen noemt anatheïsme een weg voorbij theïsme en atheïsme. ‘Er is één werkelijkheid, maar groter dan wij denken. Zij gaat ons te boven.’

Atheïsme is volgens Jansen de ontkenning van theïsme, dat hij omschrijft als het geloof aan een als schepper boven de mens staande, zelfbewuste, persoonlijke, levende God.

De theïst gelooft dat God bestaat als een zelfstandige entiteit God, een wezen boven onze werkelijkheid en hij gelooft daarmee ook in een werkelijkheid boven de onze. Anders gezegd, in het theïsme, met uitzondering van het pantheïsme, wordt uitgegaan van dualiteit: deze wereld en een ‘bovenwereld’. Wat is atheïsme? De ontkenning daarvan.’

In de discussie tussen theïsme en atheïsme vindt hij dat de dualiteit van deze wereld en een ‘bovenwereld’ telkens de inzet en het punt van vervreemding is.

De wegen gaan uiteen in de al dan niet aanname van een werkelijkheid buiten de onze. Het wordt tijd om deze kloof te overbruggen. Uitgaande van het moderne wereldbeeld is er maar één werkelijkheid en die sluit zoiets als God niet uit, maar in.’

God is wat wij God noemen, zegt Jansen. Hij vindt het een soortnaam die wij toedichten aan de ervaring van iets dat ‘anders’ is, huiveringwekkend misschien, zuiver, teer, heerlijk, overvloedig.

Dit ‘anders spreken over God’ maakt de termen theïsme en atheïsme overbodig. De theoloog Richard Kearny heeft er een speelse term voor uitgevonden: anatheïsme. In zijn boek Anatheism – returning to God after God verklaart hij dat begrip op tweeërlei wijze: an-atheïsme, d.w.z. geen atheïsme. En ana-theïsme, wat betekent: aan het theïsme voorbij.’

Jansen vertelt over een kennis van hem, David, die een bijzondere definitie van bidden gaf:

‘When I’m praying I feel I’m in contact with something that’s bigger than me.’

Deze uitspraak verraste de theoloog aangenaam:

Something that’s bigger… iets dat groter is dan ik. Kan het opener en universeler worden uitgedrukt? Een anatheïstische formulering binnen een theïstisch concept.’

Anatheism – Returning to God After God | Richard Kearney | ISBN 9780231147897 | Verschenen 01-01-2011 | Van Ditmar Boekenimport B.V. | Paperback | Auteur(s)  | 1 e druk

Zie: Een weg voorbij theïsme en atheïsme (NieuwWij)

Beeld: Detail boekomslag Anatheism – Returning to God After God – Marc Chagall: Jacob worstelt met de engel.

Helpen leven is ook helpen sterven

helpenstervennrc2012

‘Gert-Jan Segers creëert een valse tegenstelling als hij telkens benadrukt dat wij onze ouderen moeten helpen leven en niet helpen sterven. Helpen leven is helpen sterven, eenvoudig omdat sterven bij het leven hoort.’ Dit stelt theoloog, schrijver en dichter Wim Jansen. ‘De gerichtheid namelijk op het loslaten van het ik, het leven, de geliefden en verzoening met de dood. Dat heeft niets met ‘ondraaglijk lijden’ te maken maar met bewust leven. Voorbereiding op de dood is daar een onderdeel van.’


Nu het rapport Voltooid leven onder leiding van Els van Wijngaarden is verschenen, laait de discussie over de doodswens bij ouderen opnieuw hoog op. Uiteraard vanuit dezelfde stellingen: voor- en tegenstanders van (hulp bij) zelfdoding vanaf 75-jarige leeftijd. Met dezelfde spelers: Gert-Jan Segers van de ChristenUnie en Pia Dijkstra van D66. Het valt me op dat in die discussie één aspect structureel onbelicht blijft: de levensfase waarin mensen verkeren.’ (NieuwWij)


Jansen vertelt over het christendom dat van de aartsvaders zegt dat zij oud waren en ‘van het leven verzadigd’. Dat Prediker beeldend de ouderdom beschrijft als de ‘jaren waarin men weinig vreugde meer vindt’.

En Paulus, oud – voor die tijd – en vooral moegestreden vertelt in Filippenzen hoe er van twee kanten aan hem getrokken wordt. Dat hij enerzijds wil blijven leven om nog goed werk te kunnen doen voor zijn naasten, maar dat hij er anderzijds vurig naar ‘verlangt om te sterven en in Christus te zijn’. Verlangen naar de dood wordt door hem blijkbaar als volkomen legitiem gezien. Dit zo geheel anders dan ik signaleer bij zijn christelijke nazaten.’ 

Het is frappant dat Paulus voelt hoe er aan hem getrokken wordt van twee kanten, zegt Jansen. Dat is precies wat de theoloog in zijn omgeving, vooral in het pastoraat, ook vaak heeft waargenomen bij mensen in een min of meer eindfase. Waarbij het trekken van ‘gene zijde’ allengs sterker wordt en zij meer en meer onthecht raken.

Houden zij dan niet meer van hun dierbaren? Natuurlijk wel, maar liefde in de vierde levensfase staat op het punt te worden getransformeerd tot een loslatende liefde.  Een pure liefde voorbij de affecties. Dat te accepteren en te respecteren is de weg die de achterblijvende geliefde moet gaan. Het is tevens de weg van de samenleving.’ 

De theoloog vertelt in zijn artikel ook over de vier levensfasen bij het hindoeïsme. Dat men zich in de vierde en laatste periode geheel richt op de ziel die als onsterfelijk wordt beschouwd.

Het enige verlangen dat men koestert, is de bevrijding uit de kringloop van geboorte en sterfte. Meditatie, gebed en sociaal werk zijn in deze levensperiode belangrijke waarden. Kenmerkend voor deze fase is een leren loskomen van het ego en het  leven, oftewel onthechting.’

Bij Carl Jung, aldus de theoloog, lopen die fasen meer door elkaar, zijn minder leeftijdgebonden, maar zij komen in grote lijnen overeen.

De eerste fase noemt hij de atleet, sterk gericht op het uiterlijk. De tweede fase de strijder, die zichzelf waar moet maken. De derde fase de betrokkene, die meer en meer oog krijgt voor de ander. De vierde fase is die van de wijze geest, die zichzelf overstijgt in het niet-materiële. Ook hier is onthechting het sleutelwoord.’

Een deel van de reactie van kunstenaar en domineeszoon Gustaaf Rutgers op het artikel van Wim Jansen wil ik de lezer niet onthouden:

Samenleving, onthecht u alstublieft! Iedere ziel is in essentie levenslang en in mijn mystieke ogen eeuwig drager van zijn of haar wel of niet integer handelen. In leven en in sterven. In eeuwigheid. Wie zijn wij om een andere ziel te verplichten te blijven? Is de aardse aanwezigheid van het lichaam alhier heiliger dan de hemelse aanwezigheid van de ziel aldaar? Wijze mensen kijken voorbij de materiële perceptie. Doch de perceptie der wijzen is in onze gemeenschap helaas geen gemeengoed.’

Zie: De missing link in de discussie ‘Voltooid leven’  (NieuwWij)

Beeld: nrc.nl