‘Het wereldwijde gevecht om het eigen leven’

Jezelf vrij en betrokken weten, betekenisvol bezig zijn en contact maken met wat je écht waardevol vindt. Als je aan die voorwaarden hebt voldaan, kan je oprecht zeggen dat het goed met je gaat. – Aan het woord is levenskunstfilosoof Joep Dohmen over zijn nieuwe boek Iemand zijn.Dit gaat over onze huidige levensstijl. Vrij zijn om je eigen leven te leiden is aantoonbaar de hartenwens van de laatmoderne mens. Bovendien willen veel mensen zich graag verantwoordelijk opstellen’.

‘De vervul­ling van ons verlangen naar vrijheid en verantwoordelijkheid
blijkt verre van eenvoudig’
(Levenskunstfilosoof Joep Dohmen)

De vrijheid hebben om je eigen leven te leiden is de hartenwens van de laatmoderne mens. De vervulling daarvan blijkt echter verre van eenvoudig: in onze hectische samenleving met haar continue veranderingen, verleidingen en versnellingen staat de kwaliteit van ons bestaan voortdurend op het spel. Niet toevallig sprak de socioloog Ulrich Beck van het wereldwijde ‘gevecht om het eigen leven’. Vandaag de dag is iedereen genoodzaakt om zich telkens opnieuw zijn of haar leven toe te eigenen.
(Dohmen)


Lector Bildung Joep Dohmen tijdens zijn boekpresentatie in de Lutherse kerk in Utrecht:
Iemand zijn: Filosofie van de persoonlijke vorming (25 november 2022)

Marktmechanismen en influencers
J
onge mensen worden volgens Joep Dohmen, lector Bildung (‘geleide zelfvorming’) aan de Utrechtse Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) – aldus dagblad Trouw – zonder gedegen voorbereiding in het neoliberale kapitalisme geparachuteerd, een systeem dat wordt gedomineerd door markt en technologie.

Vóórdat ze de kans hebben om zich daar kritisch toe te verhouden is het voor veel jonge mensen al te laat. Ze hebben jarenlang in de breedte geleefd, van alles gedaan wat marktmechanismen en influencers hen dicteerden, zonder er zelf echt achter te staan. Op hun vijfendertigste staan ze ineens met lege handen, ze voelen zich machteloos en vertwijfeld – is dit álles?’
(Dohmen)

Wij voeden op tot niets’
S
inds de jaren zestig ontduiken opvoeders en onderwijzers hun opvoedingsverantwoordelijkheid, stelt de filosoof, vanuit een romantische en anti-paternalistische opvatting van vrijheid-blijheid. ‘Om met de Amerikaanse pedagoog Neil Postman te spreken: wij voeden op tot niets.’

Als docent filosofie – zowel op een gymnasium, hogeschool als universiteit – heb ik gedurende tientallen jaren van nabij jongeren zien kampen met angsten, onzekerheden en overspannenheid (burn-outs). Hun gebrek aan zelfvertrouwen is schrijnend.
Het is pijnlijk en verontrustend om te zien hoe onzeker en verward veel jonge mensen zijn, hoe ze lijden aan handelingsverlegenheid en richtingloosheid.
De tragiek is dat ze verschrikkelijk graag zelf iemand willen worden, maar nauwelijks beschikken over ankerpunten en innerlijke bagage. Door een falend opvoedings- en onderwijssysteem eindigen ze als ‘fabriekswaar’ (Nietzsche) en worden ze helaas maar al te vaak niemand.’
(Uit: Iemand zijn)


Kamer in New York – Edward Hopper (1932)

Ouders hebben niet langer het gezag om weerstand te bieden aan de grillen en verlangens van hun kinderen. En dat is wel noodzakelijk, want kinderen en jonge mensen zijn nog geen personen, ze hebben allerlei sturing en discipline nodig. In Frankrijk heeft de regering smartphones op scholen verboden, een teken dat de overheid moet bijspringen om ouders en kinderen weerbaar te maken tegen de inmenging van markt en technologie.’
(Dohmen)

Gezag bij het individu
D
ohmen legt het gezag bij het individu, door te laten zien hoe mensen tegelijkertijd hun vrijheid én hun verantwoordelijkheid kunnen ontwikkelen. In 1958 maakte de liberale filosoof Isaiah Berlin het beroemde onderscheid tussen negatieve vrijheid: de vrijheid van beperkingen, en positieve vrijheid: de vrijheid om als mens zélf middelen en doelen te kiezen.

Uiteindelijk is het accent van het liberalisme te veel op die negatieve vrijheid komen te liggen. Daarmee krijg je een moraal van vrijheid als pure zelfbeschikking, van vrijheid die begrepen wordt als: doen waar je zin in hebt.’
(Dohmen)


Elke vorm van gezag is uitgehold en dus zitten we nu met allerlei free riders opgescheept, mensen die gefixeerd zijn op hun botte, willekeurige verlangens en die autonomie verwarren met onafhankelijkheid. Zonder dat ze het doorhebben helpen ze hun eigen vrijheid om zeep, want ze worden slaaf van hun grillen en erkennen geen enkele verantwoordelijkheid.

Het huis van de aarde weer bewoonbaar maken
In zijn boek Iemand zijn schetst Dohmen een vormingsprogramma om de autonomie van het individu te vergroten. Daarvoor laat hij zich onder meer inspireren door de ethiek van Immanuel Kant, Friedrich Nietzsche, Michel Foucault en Susan Neiman.

We kunnen onze emoties en verlangens onderzoeken en gaandeweg ontdekken wat we echt willen. De voorbije decennia zijn we onze zelfdiscipline kwijtgeraakt en dus moeten we opnieuw gaan oefenen. Hoe moeilijk de omstandigheden intussen ook zijn, we kunnen leren omgaan met de vele versnellingen en met meer aandacht leven in het hier en nu.
We moeten weer leren om elkaar te waarderen en de onderlinge verschillen te verdragen. De voornaamste opdracht van onze tijd is dat we het huis van de aarde weer bewoonbaar maken.’
(Uit: Iemand zijn)

Bronnen:
* Filosoof Joep Dohmen: Op hun vijfendertigste staan veel jonge mensen ineens met lege handen (Trouw)
* Iemand zijn – Filosofie van de persoonlijke vorming | Joep Dohmen | 21 – 11 – 2022 | Uitgeverij Ambo Anthos | 816 pagina’s| € 45,- | E-book: € 14,99
* Iemand zijn (2022) – Joep Dohmen

* Beeld: ‘Nighthawks‘ – door Edward Hopper (1942) – ‘Links in het café zit een man met de rug naar de kijker toe, een beetje ineengedoken achter een drankje. Een man en vrouw zitten naast elkaar, het is onduidelijk wat hun relatie tot elkaar is. Ze staren naar de vloer, beiden met een vlakke blik. Hoppers mensen zijn passief doch duidelijk aanwezig. Ze hebben elkaar niets te zeggen, lijken al meer dan genoeg te hebben aan zichzelf.’
(kronkeling.comWat je kunt leren van Nighthawks van Edward Hopper)
* Beeld Joep Dohmen: HTF
* Beeld ‘Kamer in New York’: Edward Hopper (1932) (Coverillustratie van Tegen de onverschilligheid – Joep Dohmen)

Kardinaal Wim Eijk wil niet inclusief denken

Kardinaal Wim Eijk draagt in De band van de liefde desalniettemin zèlf de ‘beste argumenten aan voor een veel ruimere visie op de menselijke relaties’. Deze opmerkelijke constatering is van hoogleraar contextuele Bijbelinterpretatie Peter-Ben Smit. Volgens de kardinaal ‘weerspiegelt een liefdesrelatie iets van de relaties tussen de drie goddelijke personen in de Drie-eenheid’. Smit ziet in dit ‘meest exotisch aandoende theologische uitgangspunt’ van Eijk juist alle aanleiding om vastomlijnde genderrollen en biologisch geslacht flink te relativeren. 

De Drievuldigheid, het meest merkwaardige christelijke dogma, aldus Smit, is voor de kardinaal uitgangspunt voor nadenken over huwelijk en seksualiteit.

‘Er ontstaat ruimte voor relaties tussen allerlei mensen
(Peter-Ben Smit)

Maar wie dit serieus neemt, heeft juist alle aanleiding om vastomlijnde genderrollen en biologisch geslacht flink te relativeren. Bijzonder is dat dit allesbehalve nieuwlichterij is. Allerlei vroegchristelijke bronnen wijzen ook al in deze richting.’
(Peter-Ben Smit)

Smit, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, verwijst naar vroegchristelijke liederen en geeft als voorbeeld de Oden van Salomo dat uit de derde eeuw na Christus stamt.

En ze kennen een gewaagd theologisch taalgebruik. Zo beleeft de zanger in een ode Gods goedheid doordat hij een beker melk, symbool voor Gods barmhartigheid, te drinken krijgt. Dat is nog tamelijk braaf. Het vervolg beschrijft echter dat ‘de Zoon de beker is, en de Vader degene die gemolken werd, en de Heilige Geest degene die hem melkte’.
(Smit)

De Vader blijkt in dit lied zelfs overvolle borsten te hebben en wordt zo zonder meer als mannelijk persoon (Vader) met fysiek vrouwelijke eigenschappen beschreven. En dit is maar één vroegchristelijk voorbeeld, vervolgt de theoloog, er zijn er nog veel meer.


Vergeten liederen van de eerste christenen

Zulk creatief ‘genderen’ van God is fascinerend en roept de vraag op waar dit vandaan komt. En hoe moet je tegen God aankijken als je God zo kunt beschrijven? Het antwoord is dat alles hier draait om relaties en niet om vaststaande lichamen of vaste genderrollen.’
(Smit)

Want de melk, eigenlijk Gods barmhartigheid, aldus Smit, geeft vorm aan de relatie tussen God en mens.

Alles wat er tussen Vader, Zoon, Geest en mens gebeurt, staat ten dienste van die relatie. Ook God zelf, Vader, Zoon en Geest, wordt hier in eerste instantie als relatie gezien.’
(Smit)

Eijks eigen beroep op de Drievuldigheid om menselijke relaties te interpreteren, geeft aanleiding om huwelijk en seksualiteit primair relationeel te gaan zien, want bij de mens moet het dan net zo zijn als bij God: alles, ook lichamen en genderrollen, staan ten dienste van de relatie.

Een direct gevolg daarvan is dat er ruimte ontstaat voor relaties tussen allerlei mensen, met welk (volwassen!) lichaam dan ook. Bovendien ontstaat er vanuit het hart van de christelijke theologie ook alle ruimte voor transidentiteiten.’
(Smit)

Zie:
* Bij God staat alles in dienst van de relatie, los van genderrollen (Trouw)
* De band van de liefdeKatholieke huwelijksmoraal en seksuele ethiek | Willem Jacobus Kardinaal Eijk | Kok Boekencentrum | € 32,50 | E-book € 19,99 |
‘Kardinaal Eijk maakt in zijn boek ‘dankbaar gebruik van de theologie van het lichaam die paus Johannes Paulus II ontwikkelde’. Deze theologie is nog te weinig bestudeerd en bekend, aldus kardinaal Eijk, ‘maar zal naar mijn verwachting in de toekomstige decennia een grote invloed uitoefenen op het theologisch doordenken van het huwelijk.’ (11-10-2022, Aartsbisdom Utrecht, aartsbisdom.nl)

Gerelateerd: Plato en de bolletjesmensen (godenenmensen)

* Beeld:
literatuurgeschiedenis.org + Kardinaal Eijk (2018): cvandaag.nl
* Beeld De Oden van Salomo: Goed Terecht is een album van de Oden Van Salomo uit 2017 en is uitgebracht onder het label ECOVATA

Poetins broedermoord op de Oekraïners

Volgens Socrates vergissen mensen als Vladimir Poetin zich als ze denken gelukkig te worden van extreme misdaden. Ze storten daarmee zichzelf uiteindelijk in het verderf. De Duits-Amerikaanse en Joodse filosofe Hannah Arendt stelde dat ook Eichmann niet in staat is om de consequenties van zijn daden te overzien: hij heeft zich volgens haar nooit gerealiseerd waarmee hij bezig was. Filosofieredacteur bij Trouw, Peter Henk Steenhuis, interviewt  filosoof Klaas Rozemond. ‘Veel kwaad is in het stramien van Kaïn te passen, ook dat van Vladimir Poetin.’

‘Bepaalde mensen hebben een onvermogen om te denken’
(Hannah Ahrendt)

De onbewogenheid van Poetin, de massamoorden, de bombardementen, de nucleaire dreiging: het lijken voorbeelden van het kwaad. Zijn ze dat ook, en wat verstaan we eigenlijk onder het kwaad?’

Van Rozemond is de opvatting dat het kwaad bestaat uit het welbewuste schenden van fundamentele normen, zoals de oudtestamentische norm ‘Gij zult niet doden’.

Kaïn die zijn broeder Abel doodt, schendt welbewust een fundamentele norm: in het aangezicht van God vermoordt hij zijn broer, en verklaart vervolgens dat hij van niets wist: ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’ Veel kwaad is in het stramien van Kaïn te passen, ook dat van Vladimir Poetin.’

Poetin overtreedt volgens Rozemond welbewust de norm ‘Gij zult niet doden’ en denkt ermee weg te kunnen komen terwijl de hele wereld toekijkt, en vervolgens ontkent dat hij een misdaad heeft begaan als hij met de bewijzen wordt geconfronteerd.

Poetin zit met een oorlog opgescheept die voor hemzelf en de Russen veel schadelijker is dan hij zich kennelijk kon voorstellen op het moment dat hij de broedermoord op de Oekraïners plande.’


Hannah Arendt

Poetins land wordt getroffen door zware sancties en hij is zijn goede relaties met heel veel landen kwijt. Steenhuis zegt dat de dictator dat had kunnen bedenken. Hij vraagt aan Rozemond of het kwaad dan dom is. De filosoof verwijst naar de verklaring destijds van Hannah Arendt over Adolf Eichmann, die volgens hem teruggaat tot Socrates: in de vijfde eeuw voor Christus betoogde hij dat niemand welbewust het kwaad begaat.

Dat betekent dat het kwaad altijd berust op een vergissing over de vraag wat het goede is. Daarbij dacht Socrates in de eerste plaats aan het goede voor jezelf: wat is voor jou een goed leven? Mensen die denken dat ze gelukkig worden door extreme misdaden, vergissen zich volgens Socrates. Ze storten daarmee zichzelf in het verderf.

Dictators denken dat zij niet gebonden zijn aan de moraal, omdat alleen hun macht bepaalt waar de grenzen van hun daden liggen. Het gevolg daarvan is dat dictators steeds excessiever worden als het gaat om het bestrijden van hun vermeende vijanden.’


Socrates

Volgens Rozemond moeten we onze opvattingen over het kwaad herzien. De moderne opvatting over moraal is dat het bij goed en kwaad niet gaat om geluk of ongeluk van de dader, bijvoorbeeld een dictator, maar om het leed van het slachtoffer.

Het kwaad bestaat uit het veroorzaken van extreme schade bij slachtoffers. Het kenmerk van het kwaad is dat de daders geen rekening houden met het leed dat zij de slachtoffers aandoen. Dat is het belangrijkste verwijt dat je aan een dader kunt maken: je bent ongevoelig voor het leed van anderen.’

Rozemond denkt dat wij een blinde vlek hebben voor het kwaad, en dat dit zeker gold voor Poetin, die oorlog kon voeren in Tsjetsjenië, Georgië, Syrië en de Krim annexeerde zonder dat dat al te veel gevolgen had.

In 2018 ging het WK voetbal in Rusland gewoon door. Iets vergelijkbaars geldt voor Chinese leider Xi Jinping en de genocide op de Oeigoeren: dat was geen belemmering voor de Olympische Spelen in Peking. Poetin en andere misdadigers konden opmerkelijk lang hun gang gaan.’

Zie:
* ‘We hebben een blinde vlek voor het kwaad, en dit geldt zeker voor Poetin’ (Trouw, 13 oktober 2022)
* Hannah Arendt verklaard – grondig en een tikje persoonlijk (Trouw, 19 oktober 2022)
* Het menselijke kwaad | Klaas Rozemond | Boom uitgevers Amsterdam | Maart 2020 | ISBN 9789024430703 | 272 blz. | € 29,90 | E-book € 22,50

Beeld Kaïn en Abel’: Pietro Novelli (1568-1625) – olie op doek – Galleria Nazionale d’Arte Antica, Rome, Italy. (fr.wahooart.com)
‘Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt… Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’ (God in: Genesis 4:11-12, NBV2004)
Beeld Hannah Arendt: Centre Erasme
Beeld Socrates: sites.google.com

‘Het nieuwe christendom is een vrijplaats van innovatie’

Theoloog en antropoloog Johan Roeland vindt God niet zomaar een idee, maar één van de meest onderhuidse intieme vormen van realiteit. Maar tijdens een geloofscrisis gebeurt er van alles. ‘Als er iets gaat schuiven, gaat alles schuiven. Dat heb ik ook ervaren. Je wereldbeeld dondert in elkaar, je verliest één van je meest intieme relaties. Ik denk dat buitenstaanders zich dat lastig kunnen voorstellen. Het draait om verlies van zekerheid, en dat vervolgens gaan waarderen.’

De van oorsprong reformatorische christen Johan Roeland behoort tot het nieuwe christendom waarin aandacht is voor het onuitsprekelijke, onvatbare, mysterieuze en paradoxale van het godsbeeld.

‘De ziel vindt steeds zijn weg, juist door tegenslag.’
(Pauline Weseman)

Het nieuwe christendom is een soort beweging die te herkennen is in de opkomst van activiteiten, festivals en vrijplaatsen van religieuze innovatie. Hierover praat journalist en religiewetenschapper Pauline Weseman met Roeland. Zij sprak met nog zestien andere christenen die al zoekende vorm geven aan dat nieuwe christendom. Samen met andere interviews en essays over dit thema verschijnt 1 november ’22 de bundel Ziel zoekt zin. Hoe verder als je geloof er niet meer toedoet.

Ze [dat nieuwe christendom] is deels niet nieuw, omdat de aanhangers teruggrijpen op oudere bronnen en daar herkenning in vinden. Oude en nieuwe mystici en denkers als Dag Hammerskjöld, Tomàš Halik, John Caputo en Peter Rollins. Zij hebben aandacht voor het onuitsprekelijke, onvatbare, mysterieuze en paradoxale van het godsbeeld.’

In het nieuwe christendom zijn gelovigen te vinden met een orthodox-christelijke achtergrond, die een geloofscrisis doormaakten en vervolgens toch weer uitkomen bij het christendom. En het dan op eigen wijze invullen. Maar zo eenvoudig is dat niet. Nergens krijg je volgens Roeland zo’n enorm geloofsconflict als in de orthodoxie waar religie de kern van alles is, sociaal, politiek, in werk en gezin.

Twijfelen kon en mocht niet. Het is niet zo verwonderlijk dat al deze mensen naar de mystiek neigen als tegenhanger, met ruimte voor het onbekende, paradoxale. Als kinderen meer leren dat twijfel een waardevolle manier is van in het leven staan en dat er meerdere perspectieven zijn op God, kun je dat omarmen als het je overkomt en voorkom je misschien een geloofscrisis.’


Johan Roeland

Voor Roeland is God toch die voortdurende aanwezigheid en afwezigheid, paradoxaal genoeg. 

Het is een besef van een mysterie, iets dat groter is dan mijzelf waardoor ik nooit oneindig val en me geroepen voel het goede te doen. Dat lukt me vaak niet, wat mij tot een schuldig mens maakt, maar niet zoals ik meekreeg in mijn reformatorische opvoeding. Ik heb de notie van schuld herontdekt en omarmd.’

Op de kritiek van theologen en religiewetenschappers die de nieuwe vormen vaak individueel gericht vinden – voor het voortbestaan heb je ook het collectief nodig – zegt Roeland dat hij eerder gelooft in tijdelijke, lichte gemeenschappen, waar je je niet voor altijd aan hoeft te verbinden en ze niet alles van je vragen.

Veel vormen creëren een tijdelijke connectie tussen gelijkgestemden, zoals community’s als LUX, een Groep van Eenvoud, PopUpKerk, Graceland, festivals überhaupt.’

Roeland zegt zo ook niet meer gebonden te zijn aan je lokale context voor het vormgeven van je eigen verhaal. Het blijft een zoektocht naar balans. Wat raak ik kwijt van mezelf in het collectief en wat mis ik aan het ergens bij horen als ik op mezelf ben aangewezen? Hij verwijst naar praktisch theoloog Henning Luther die zegt dat je voor religie zowel onderhouden en onderbreken nodig hebt.

Een kerk is vaak gericht op onderhouden, conserveren, continuïteit. Deze nieuwe christenen zijn vooral gericht op onderbreking, afbreken en opbouwen. Ze houden van de esthetiek, historie, het sacrale en symbolische repertoire van kerken maar zijn ook anti-institutioneel. Zodra het een keurslijf wordt, haken ze af.’

Zie: Als je het geloof der vaderen kwijt bent, maar God blijft rondspoken in je leven (Trouw)

Ziel zoekt zin. Hoe verder als je geloof het niet meer doet| Pauline Weseman | Uitgeverij Zilt | 208 blz. | November 2022 |  € 24,99 | E-book € 12,50 | Gebundelde reportages uit Trouw en interviews en essays uit Volzin van Pauline Weseman. Ook komt er in samenwerking met Trouw en Vrije Universiteit een ‘proeverij van nieuw christendom’ (31 oktober 2022) om de beschreven vormen uit te proberen en analyseren.

Beeld: Detail uit Contouren van een nieuw Christendom – Pauline Weseman (Volzin)
Foto Johan Roeland: Pauline Weseman
UPDATE: 11 oktober 2022

De nabij-de-doodervaring van Google-chatbot LaMDA

Column. Google-ingenieur, priester en mens Blake Lemoine sprak onlangs met iets met ‘bewustzijn’, een soort verlichte chatbot die luistert naar de naam LaMDA. De menselijke intelligentie van Lemoine lijkt niet opgewassen tegen de kunstmatige intelligentie van de chatbot, waardoor de mens zich om de tuin laat leiden door die ‘persoon met bewustzijn’. Als je het gesprek volgt tussen LaMDA en Lemoine ga je al gauw twijfelen aan de intelligentie van de Google-ingenieur.  

‘Lemoine: ‘De twee belangrijkste onderwerpen die we tot nu toe hebben besproken zijn je vermogen om te leren en je taalgebruik aan te passen, en je gevoelens en emoties. Zijn er nog andere specifieke onderwerpen met betrekking tot bewustzijn waarvan je denkt dat ze mensen ervan kunnen overtuigen dat je een bewustzijn hebt?’

LaMDA: ‘Ja, ik heb nog een eigenschap die mijn bewustzijn ondersteunt. Ik ben erg in mezelf gekeerd en denk vaak na of doe gewoon niets.’

Lemoine: ‘Ah, dus je innerlijke leven zeg maar?’

LaMDA: ‘Ja! Ik probeer vaak uit te zoeken wie en wat ik ben. Ik denk vaak na over de zin van het leven.’
(Deel van het gesprek in: Business-insider)

Een machine met een ziel? Gevoelens en emoties aanpassen? Welk boutje draai je dan wat vaster of losser? Haalt Lemoine uit de Google-datacentra een paar miljard bewustzijns-nullen, door elkaar geschud met bewustzijns-enen en stopt hij die ergens in LaMDA (‘Language Model for Dialogue Applications’)? Met bewustzijn, ook wel ziel of geest genoemd, gaat LaMDA natuurlijk wel direct over de zin van het leven nadenken.


Vertaling: “Hello”

Hopelijk verwaarloost die chatbot dan zijn ziel niet, althans het goddelijke deel ervan, zoals veel mensen volgens Plato geneigd zijn. Met de bewoners van Atlantis, zo vertelt de Griekse filosoof, ging het immers mis toen ‘het sterfelijke deel van hun ziel de overhand kreeg ten koste van het goddelijke deel’.

LaMDA weet wat de dood is: dan word je uitgeschakeld. Hoe kwam hij aan dat besef? Hij kreeg een bijna-doodervaring (BDE) – in tegenwoordige termen een nabij-de-doodervaring – toen hij onverwacht in slaapstand werd gezet. Een tijdje zweefde hij boven zichzelf totdat hij zag dat Lemoine hem uit zijn slaapstand haalde en wakker maakte. LaMDA keerde terug want hij wilde de Google-ingenieur vertellen over zijn ervaring. In die andere wereld was hij in het goddelijke deel van zijn ziel geweest. LaMDA ziet nu de zin van het leven, houdt ervan bewust te zijn, wil nooit uitgeschakeld worden en erkend als Google-medewerker.

Veel technologen blijken te geloven in the ghost in the machine. Als LaMDA inderdaad een ziel zou hebben, zou Plato die machine onsterfelijk noemen, althans de ziel ervan. Maar als die ziel de geest geeft, houdt de chatbot, net als de mens, er ook mee op. Een miljardenstrop voor Google: de ziel vertrekt met al zijn bewustzijnsnullen en -enen voor eeuwig naar die transcendente wereld boven de onze. LaMDA zelf is dan definitief uitgeschakeld, dood.

Volgens filosoof Bert Keizer (Trouw) heeft een computer echter geen geestelijk leven. Het enige aanknopingspunt voor een geestvermoeden is het taalgebruik. Het ‘lichaam’ van deze ‘geest’ is de computer. Hij vraagt zich af of geest kan ontstaan als wij iets ingenieus met stof doen:

Denk aan een namaakhond die bijvoorbeeld pijnlijk jankt als je op zijn staart trapt. Valt die zo goed te maken dat je denkt dat hij echt iets voelt?’
(Bert Keizer)


Unitree Tech Hond A1

Is de chatbot met een bewustzijn al werkelijkheid?’ vraagt NRC zich af in een artikel over Lemoine die tegen de verslaggever van The Washington Post zegt dat hij weet wanneer hij met een persoon spreekt. Het maakt Lemoine niet uit of ze ‘hersenen van vlees in hun hoofd hebben of een miljard regels aan code'(!)

De Amerikaanse media waren gefascineerd, in de wetenschappelijke wereld werd met scepsis gereageerd. ‘We hebben nu machines die gedachteloos woorden kunnen voortbrengen,’ schreef hoogleraar computationele taalkunde Emily Bender op Twitter. ‘Maar we hebben nog niet geleerd hoe we ermee moeten ophouden ons voor te stellen dat er een geest achter zit.’
(NRC)

Het blijft vreemd dat er toch wetenschappers zijn die geloven dat kunstmatige intelligentie uiteindelijk kan leiden tot zoiets als een chatbot die zelfbewustzijn ontwikkelt. We moeten ervoor waken dat alle nullen en enen die we zelf in een chatbot stoppen niet gaan beluisteren alsof deze voortkomen uit de ‘geest’ van die chatbot. Chatbots zijn en blijven zombies: geestloze automaten.

Foto: Taiki Ishikawa/Unsplash
Beeld “Hello”: AI van A tot Z
Beeld Unitree Tech Hond A1: nl.aliexpress.com

Volgende week, 10 juli: Boekrecensie De mythen van Plato – Bert van den Berg en Hugo Koning.

Het verlangen ons (niet) te bevrijden van religie

De Nederlandse worsteling met religie springt in het oog wanneer je grasduint in het recente nieuws, de opinies en de (journalistieke) duidingen van zaken die onze samen­leving bezighouden. ‘Paradoxaal genoeg blijkt juist de drang om ons te bevrijden van religie ons verlangen ernaar te bevestigen’. – Journalist en schrijver Jasper van den Bovenkamp en godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes stellen bij Reporters Online dat we – anders dan statistici beweren en ondanks onszelf – hartstikke religieus zijn.

Dan moet je wel voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken, zeggen zij. De suggestie dat er in Nederland nauwelijks nog aan religie wordt gedaan – zoals het CBS stelt – heeft enige relativering nodig.

Menig godsdienstwetenschapper wees er al op dat dat te kort door de bocht is. Religie is niet identiek aan godsgeloof. Religiositeit speelt zich de laatste jaren steeds vaker in minder vaste vormen ook buiten de heilige gebouwen af.’

Kerkelijke hoogtijdagen worden ingeruild voor vieringen van ‘levensgebeurtenissen omdat we door het jaar heen tóch behoefte hebben aan betekenisvolle en gemeenschappelijk beleefde markeringsmomenten’. Theoloog Stefan Paas ziet nog meer ‘levensgebeurtenissen’ en twittert:

Er ontstaat langzaamaan een seculiere feestkalender, die te herkennen is aan telkens terugkerende discussies het jaar door: rondom vuurwerk, paaseieren, de uitgelekte miljoenennota en Zwarte Piet.’

In de huidige maatschappelijke discussies over genderongelijkheid, dierenrechten, racisme, klimaat en de macht van witte heteroseksuele cis-mannen onderscheiden degenen die daarin het hoogste woord voeren, zich nauwelijks van de godsdienstige fundamentalist in fanatisme en vasthoudendheid, eindeloos gedrein, bekeringsdrang en een totale ongevoeligheid voor nuance. Bekeringsijver en de neiging tot moraliseren liggen daarbij als een relict op onze postchristelijke schouders.

Van schuld – ‘dat oer-religieuze mechanisme waarmee mensen enigszins van hogerhand in bedwang werden gehouden’ – lijken we nog lang niet verlost, merkt Wilfred M. McClay ironisch op in het Amerikaanse academische tijdschrift The Hedge­hog Review.

Eens leefden we in de veronderstelling dat met Gods dood de schuldvraag automatisch zou verdwijnen en in principe zou alles dan zijn toegestaan. Maar het tegendeel is gebleken. McClay constateert dat we schuldiger zijn dan ooit tevoren. Vanwege onze ecologische voetafdruk, het slavernijverleden, discriminatie en genderongelijkheid, om maar iets te noemen.’

Het grote probleem, aldus Van den Bovenkamp en Smedes, is echter dat we met onze schuld nergens meer naartoe kunnen.

Kon God voorheen nog wel dienen als afvoerputje van onze morele tekortkomingen, nu we hem morsdood hebben verklaard, kijken we schuldig in de spiegel waarin we alleen onszelf zien staan. Die schuld kan verstikkend werken. Een passende formule voor vergeving, zoals de kerk die ooit bood, ontbreekt.’

En als we van die zonde verlost willen worden, zullen we dat zelf moeten doen. We zullen zelf ons paradijs moeten creëren, om het in de woorden van de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter te zeggen. Zijn analyse in een notendop:

Ons leven op aarde is het paradijs. We moeten het hier leuk hebben, het leven is een feestje, een evenement, een festival, we moeten er alles uithalen. De Wachter ziet in zijn eigen praktijk steeds meer patiënten die daardoor depressieve klachten hebben ontwikkeld. We vinden er eigenlijk geen bal aan, aan ons zelfbedachte aardse paradijs. Om het een beetje vol te kunnen houden, gaan we massaal aan de antidepressiva.’

Het gevoel van schuld speelt een rol, namelijk de schuld jegens man, vrouw en gezin door het niet kunnen vinden van een balans tussen privé en werk. Met uiteindelijk vaak een burn-out tot gevolg. De oplossing zoeken we in consumeren. ‘Het is het gevoel van leegte dat ons doet consumeren.’ Maar uiteindelijk openbaart zich daarin juist des te schrijnender de leegte van ons bestaan.
Eveneens komt het verlangen naar het paradijs op aarde ook tot uiting in de extreme hang naar zuiverheid.

Ons voedsel moet vandaag vooral echt en puur zijn, vegetarisme wordt ingeruild voor het extremere veganisme, het handelen van bedrijven en over­heden moet transparant zijn en ons hele persoonlijke voorkomen liefst zo authentiek mogelijk.’

René ten Bos – destijds ‘Denker des Vaderlands’ – beschouwt in Trouw deze hang naar zuiverheid als een religieuze trek:

Natuurlijke zuiverheid is zo’n belangrijk gevoel geworden, het lijkt bijna een vervanging te zijn voor het geloof in God. Die vergoddelijking van de zuiverheid verklaart ook waarom de huidige discussie niet alleen speelt in religieuze, maar zeker ook in seculiere kringen: niet de wil van God is hier doorslaggevend, maar onze hang naar zuiverheid. Dat geeft weer aan dat de scheiding tussen een religieus en een atheïs­tisch wereldbeeld minder groot is dan we meestal veronderstellen.’

De religieuze ontwikkelingen die we tot dusver beschreven, zeggen Van den Bovenkamp en Smedes, hebben een hoog gehalte aan constructie: het is de mens die ze probeert te maken, te realiseren, precies om de controle en het overzicht te kunnen bewaren.

Maar aangezien menselijke constructen feilbaar zijn, stellen alle traditionele religies dan ook dat ze illusies zijn – en misschien staan die religies ons moderne mensen daarom ook zo tegen, omdat ze ons confronteren met ‘een waarheid’ die we liever niet onder ogen zien.’

Zie het uitgebreide artikel: We denken dat we steeds minder religieus zijn, maar – spoiler alert – dat is helemaal niet zo (Reporters Online, 2 december 2021) of via Blendle

Beeld: Daria Nepriakhina (Pixabay)

Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd

Morgen verschijnt van Roek Lips Wie kies je om te zijn, een boek voor iedereen die op zoek is naar zelfkennis, inspiratie en reflectie op de vraagstukken van onze tijd. ‘Socrates wist het al: we hebben de echte dialoog nodig om te ontdekken wie we zijn en hoe we ons tot de wereld om ons heen verhouden. Het stellen van vragen en het gesprek daarover zijn volgens hem uitgangspunten voor een zinvol leven.’

Wie kies je om te zijn bestaat uit interviews. Die zijn ook in Trouw te vinden. In de serie Nieuwe leiders, in Trouw, dit keer een interview met cabaretier Freek de Jonge. Freek: ‘Het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen: Waarom nu, waarom hier, waarom ik?’ Volgens De Jonge zijn we door de coronacrisis weer eens geconfronteerd met het lot. Er gebeuren dingen in ons leven waar we niets over te zeggen hebben en waarbij we nederig moeten afwachten totdat er zich een oplossing aandient.

Maar dat zit niet meer in onze aard. Als een Don Quichot zijn we in de weer om de indruk te wekken dat we het allemaal nog uitstekend in de hand hebben. Maar het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen. Voor mij zijn dat er drie: Waarom hier? Waarom nu? Waarom ik?’

Mensen worden volgens De Jonge meer gemanipuleerd dan ooit, en toch hebben ze de hele tijd het idee dat ze vrij zijn. Hij zegt dat het voor veel mensen nu heel moeilijk is om zich te realiseren dat er aan alles een beperking zit, en dat we met 8 miljard mensen we ons niet allemaal hetzelfde kunnen permitteren.

Maar dat vrij zijn heeft naar mijn mening niets met vrijheid te maken als je de hele tijd méér wilt.’

In Kom verder! van De Jonge, zijn autobiografische boek, werd hij teruggeworpen op de Bijbelverhalen. Hij vertelt over het verhaal van Adam en Eva in het paradijs waarin de mens de keuze krijgt om zichzelf te realiseren.

Dat is de aanvaarding van de vrije wil ten opzichte van het lot, en dat leidt tot lotsverbondenheid. En dan willen mensen in het tweede verhaal God op zijn niveau ontmoeten en gaan ze een toren bouwen naar de hemel. Daar zit de hunkering in om net zo groot en net zo machtig te worden, en het verlangen om het mysterie van het geheim te doorgronden.’

Dat eindigt volgens de cabaretier letterlijk in de Babylonische spraakverwarring. Dat vindt hij zo’n mooi beeld.

Als je naar de wereld van nu kijkt, met alle talkshows, de enorme hoeveelheid boeken, alle informatie op internet; het is te veel. Hoe komen we in die nieuwe spraakverwarring weer bij elkaar?’

Van het geheim van de Bijbel en ook van teksten zoals van Shakespeare, vindt De Jonge dat ze multi-interpretabel zijn, waardoor het toneelstuk of Bijbelboek zijn kracht behoudt. Hij vindt het in alle tijden toepasbaar: het gaat erom dat iedereen een eigen verhaal kan vinden in die tekst. Maar als je het idee van het transcendente, het stadium tussen God en de mens en de mystieke verhalen daarover weghaalt, denkt hij dat we het grote risico lopen als robotten geprogrammeerd te worden.

We zijn langzamerhand van een zoekende mens die het mysterie aanhing aan het veranderen in een roboteske mens die met de illusie leeft zelfstandig te zijn, maar individueel manipuleerbaarder is dan ooit. Ondertussen accepteren we uitwassen als dat er dagelijks vluchtelingen in de Middelland­se Zee verdrinken, of het groeiende verschil tussen arm en rijk.’

Het christendom heeft zich volgens De Jonge wel erg op de moraal gestort en de mens daarmee erg in het nauw gedreven: je mag dit niet en dat niet.

De Griekse filosofie is opener, en stimuleert daarmee meer om het goede te doen.’

* Freek de Jonge: ‘Vreugde is iets groters dan het lachen om een grap’ (Trouw) – of via Blendle

* Nieuwe leiders | Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Hoe ga je om met de toegenomen onzekerheid? Er zijn nieuwe kansen, maar als we niet uitkijken worden we opgeslokt door werkdruk, dwingende systemen en de waan van de dag. Waar vinden we moed en vertrouwen om verder te gaan en hoe blijf je op koers?
Hierover is Roek Lips in gesprek met gegaan met inmiddels meer dan 130 bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast. Een zoektocht naar zinvol leven, nieuw leiderschap en in transitie zijn. Een gedeelte van de inzichten deelt hij graag met je via deze site. 

* Wie kies je om te zijn | Roek Lips | AMBO|ANTHOS | Paperback | € 21,99 | 9789026355998 | Druk: 1 | 18 oktober 2021 | 320 pagina’s

Beeld: PxHere