Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dan spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)

Rebible en het keurslijf van godsdienst

Rebible

‘Na jaren van omzwervingen langs met name oosterse spirituele stromingen, keert Inez van Oord in dit boek terug naar het boek waar het in haar leven mee begon: de Bijbel. Bevrijd van het knellende keurslijf van de godsdienst van haar jeugd herleest ze nu met een frisse blik de Bijbelverhalen. En komt tot de ene verrassende ontdekking na de andere. Rebible is een aanstekelijk geschreven, hernieuwde kennismaking met een eeuwenoud boek, dat (tot verrassing van de auteur) niet ophoudt te inspireren.’

Aldus de aanbeveling van het comité van het Beste Spirituele Boek van de Maand van de Spiritualiteit. Op 11 februari weten we of Rebible, dat hoge ogen gooit, inderdaad het beste is. Volgens Van Oord biedt het boek een nieuwe manier aan om naar de verhalen te kijken die in de Bijbel worden verteld. Volgens Trouw is Rebible, Ontdekking van vergeten verhalen, schitterend als je van roze en lila houdt. (Dat stoort trouwens niet, de lay-out is aantrekkelijk, maakt de teksten overzichtelijk.)

Rebible deed recensent Marijke Laurense vooral denken aan het verhaal van die arme jood die naar Praag ging om een schat te vinden en weer thuis ontdekte dat de schat onder zijn eigen drempel lag. – Alsof de verloren dochter Van Oord weer terug is.

Van Oord is niet de eerste die onbevangen aan het interpreteren slaat, maar hoe serieus wilt u iemand nemen die in een ladder tegen een muur al een symbool van de heilige drie-eenheid ziet?’ (Laurense)

In Rebible vraagt Van Oord zich af of er misschien een nieuwe manier is om de bladzijden te lezen. Net zoals de oude rabbijnen in oude tijden dat deden, als een zoektocht naar nieuwe interpretaties. Van Oord zag de Bijbel eerst niet, maar dook in de geestverruimende verhalen uit het hindoeïsme, interviewde wijze lama’s en monniken. Vele religieuze, spirituele stromingen kwamen voorbij.

rebible2

Samen met haar broer, theoloog Jos, heeft ze de tocht langs de vele verhalen gemaakt, letterlijk en figuurlijk. Zij gingen naar de Sinaï, zochten sporen van Mozes, gingen naar Rome om – ondergronds – de eerste geheime christelijke tekens te ontdekken.

In het woord midrasj zit het woord darasj. Dat betekent onderzoeken, uitleggen. Maar het kan ook vragen betekenen. Zo willen we graag met de Bijbeltekst omgaan: door vragen te stellen. We voeren als het ware een gesprek met de tekst.’ (Uit: Rebible)

In Rebible noemt Van Oord God ‘het Onwezenlijke’.

God is not what man calls God,’ is een uitleg van mysticus Daskalos. ‘Using the word minimizes the Absolute and puts It to its own measure.’ Dat is nog het slimste om te zeggen. We minimaliseren God tot een maat die bij ons past.’ (Uit: Rebible)

Volgens Laurense komt Van Oord uit een gereformeerd gezin en reisde zij de wereld af op zoek naar zingeving en spiritualiteit. Voor het christendom en de kerk was ze al jong allergisch: te veel regels, te veel wetten, te veel structuren.

En zo ontdekt Van Oord volgens Laurense niet alleen dat de Bijbelse verhalen vaak het resultaat zijn van creatief plagiaat en vele lagen van knip- en plakwerk uit oudere mythen over moedergodinnen en overstromingen, maar ook wat de Bijbel zo uniek en invloedrijk heeft gemaakt.

Ze herkent daarbij veel uit andere spirituele tradities, bijvoorbeeld als God in Genesis levensadem in de mens blaast. Precies zoals de yogaleraar zegt: de adem brengt je bij je zijn! En is het toeval dat Jacob een steen als kussen gebruikt en vervolgens een visioen krijgt? Natuurlijk niet, denk maar aan de magische stenen van Stonehenge!’ (Laurense)

Beeld: uit Rebible