Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd

Morgen verschijnt van Roek Lips Wie kies je om te zijn, een boek voor iedereen die op zoek is naar zelfkennis, inspiratie en reflectie op de vraagstukken van onze tijd. ‘Socrates wist het al: we hebben de echte dialoog nodig om te ontdekken wie we zijn en hoe we ons tot de wereld om ons heen verhouden. Het stellen van vragen en het gesprek daarover zijn volgens hem uitgangspunten voor een zinvol leven.’

Wie kies je om te zijn bestaat uit interviews. Die zijn ook in Trouw te vinden. In de serie Nieuwe leiders, in Trouw, dit keer een interview met cabaretier Freek de Jonge. Freek: ‘Het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen: Waarom nu, waarom hier, waarom ik?’ Volgens De Jonge zijn we door de coronacrisis weer eens geconfronteerd met het lot. Er gebeuren dingen in ons leven waar we niets over te zeggen hebben en waarbij we nederig moeten afwachten totdat er zich een oplossing aandient.

Maar dat zit niet meer in onze aard. Als een Don Quichot zijn we in de weer om de indruk te wekken dat we het allemaal nog uitstekend in de hand hebben. Maar het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen. Voor mij zijn dat er drie: Waarom hier? Waarom nu? Waarom ik?’

Mensen worden volgens De Jonge meer gemanipuleerd dan ooit, en toch hebben ze de hele tijd het idee dat ze vrij zijn. Hij zegt dat het voor veel mensen nu heel moeilijk is om zich te realiseren dat er aan alles een beperking zit, en dat we met 8 miljard mensen we ons niet allemaal hetzelfde kunnen permitteren.

Maar dat vrij zijn heeft naar mijn mening niets met vrijheid te maken als je de hele tijd méér wilt.’

In Kom verder! van De Jonge, zijn autobiografische boek, werd hij teruggeworpen op de Bijbelverhalen. Hij vertelt over het verhaal van Adam en Eva in het paradijs waarin de mens de keuze krijgt om zichzelf te realiseren.

Dat is de aanvaarding van de vrije wil ten opzichte van het lot, en dat leidt tot lotsverbondenheid. En dan willen mensen in het tweede verhaal God op zijn niveau ontmoeten en gaan ze een toren bouwen naar de hemel. Daar zit de hunkering in om net zo groot en net zo machtig te worden, en het verlangen om het mysterie van het geheim te doorgronden.’

Dat eindigt volgens de cabaretier letterlijk in de Babylonische spraakverwarring. Dat vindt hij zo’n mooi beeld.

Als je naar de wereld van nu kijkt, met alle talkshows, de enorme hoeveelheid boeken, alle informatie op internet; het is te veel. Hoe komen we in die nieuwe spraakverwarring weer bij elkaar?’

Van het geheim van de Bijbel en ook van teksten zoals van Shakespeare, vindt De Jonge dat ze multi-interpretabel zijn, waardoor het toneelstuk of Bijbelboek zijn kracht behoudt. Hij vindt het in alle tijden toepasbaar: het gaat erom dat iedereen een eigen verhaal kan vinden in die tekst. Maar als je het idee van het transcendente, het stadium tussen God en de mens en de mystieke verhalen daarover weghaalt, denkt hij dat we het grote risico lopen als robotten geprogrammeerd te worden.

We zijn langzamerhand van een zoekende mens die het mysterie aanhing aan het veranderen in een roboteske mens die met de illusie leeft zelfstandig te zijn, maar individueel manipuleerbaarder is dan ooit. Ondertussen accepteren we uitwassen als dat er dagelijks vluchtelingen in de Middelland­se Zee verdrinken, of het groeiende verschil tussen arm en rijk.’

Het christendom heeft zich volgens De Jonge wel erg op de moraal gestort en de mens daarmee erg in het nauw gedreven: je mag dit niet en dat niet.

De Griekse filosofie is opener, en stimuleert daarmee meer om het goede te doen.’

* Freek de Jonge: ‘Vreugde is iets groters dan het lachen om een grap’ (Trouw) – of via Blendle

* Nieuwe leiders | Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Hoe ga je om met de toegenomen onzekerheid? Er zijn nieuwe kansen, maar als we niet uitkijken worden we opgeslokt door werkdruk, dwingende systemen en de waan van de dag. Waar vinden we moed en vertrouwen om verder te gaan en hoe blijf je op koers?
Hierover is Roek Lips in gesprek met gegaan met inmiddels meer dan 130 bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast. Een zoektocht naar zinvol leven, nieuw leiderschap en in transitie zijn. Een gedeelte van de inzichten deelt hij graag met je via deze site. 

* Wie kies je om te zijn | Roek Lips | AMBO|ANTHOS | Paperback | € 21,99 | 9789026355998 | Druk: 1 | 18 oktober 2021 | 320 pagina’s

Beeld: PxHere

De ‘natuurvergetelheid’ van de moderne filosofie

De natuur is in de hoofdstroom van de filosofie van de laatste tweehonderd jaar steeds meer tot een marginaal thema geworden. ‘Steeds uitsluitender zijn filosofen alleen nog bezig met menselijke aangelegenheden. Met recht kan mijns inziens daarom van de ‘natuurvergetelheid’ van de moderne wijsbegeerte gesproken worden’. – Dit zegt filosoof Koo van der Wal in zijn boek Nieuwe vensters op de werkelijkheid, over de contouren van een natuurfilosofie in ontwikkeling. ‘Filosofen – enkele interessante uitzonderingen nogmaals daargelaten – hebben het goeddeels opgegeven een filosofie van de natuur te ontwikkelen, te trachten een filosofisch (en wetenschappelijk) houdbaar natuurbeeld te ontwerpen.’

In dit boek wijdt hij een hoofdstuk aan die natuurvergetelheid, en zegt hierin dat het in de grote meerderheid van de huidige filosofische beschouwingen draait om de mens of, iets nauwkeuriger, om het zelfbegrip van de moderne mens via de analyses van zijn maatschappelijke, politieke en culturele creaties.

De natuur is in de hedendaagse filosofie grotendeels buiten beeld geraakt. Hooguit in de marge speelt zij nog een rol. Want het zijn bijna over het hele front van de filosofie menselijke aangelegenheden die in het centrum van de belangstelling staan. (…) We hebben eerder geconstateerd dat met name in de filosofie van de laatste twee eeuwen de natuur steeds verder uit het blikveld verdwenen is, als zelfstandig thema van reflectie wel te verstaan.’
(Uit: Nieuwe vensters op de werkelijkheid)

Begin dit jaar verscheen Nieuwe vensters op de werkelijkheid (2012) in een verkorte en geactualiseerde versie als De symfonie van de natuur (2021). Hierover vertelt Van der Wal in een interview met Lodewijk Dros in Trouw. Daarin zegt hij dat we in 1972 (Grenzen aan de groei) al zagen dat we niet door konden gaan met onze omgang met de natuur, we zouden met een enorme klap tegen de wal varen. Toch zijn we op dezelfde voet doorgegaan. Met de Covid-crisis en de klimaatcrisis komen we onszelf nu weer tegen.

We zien dat we alleen oog hebben gehad voor de mens, niet voor de omgang met dieren, met het milieu. Ik heb daar zelf aan meegedaan, mijn oratie ging over de zorg van de mens voor de generaties die komen, die zouden op een uitgeklede planeet terechtkomen. We moeten, zei ik toen, zorgvuldig met haar omspringen om menselijke redenen. Nu zie ik dat we anders met de natuur moeten omspringen omwille van haarzelf, niet alleen omdat wij daar zo’n last van hebben. Dat laatste breekt ons nu op.’

De klassiek-moderne filosofie, constateert Dros, heeft volgens Van der Wal de werkelijkheid platgeslagen en de deur dichtgegooid voor andere dan meten-is-wetenkennis.

Hij [Van der Wal] wil de diepte in, en de wereld ook met gebruikmaking van ‘niet-wetenschappelijke’ kennis bestuderen, zoals die van de alledaagse ervaring, van de kunst, de moraal, de religie, de mythe en de mystieke ervaring.’

Van der Wal zegt dat de filosofie ooit een wijsheidsleer was met als en grondvraag: wat is de zin van alles?

De filosofie is zo haar kompasfunctie kwijtgeraakt. Ik vind haar terug in de premoderne filosofie. Die verdonkeremaande de rijkdom van menselijke ervaringen niet. Die oude filosofie wil ik niet restaureren, maar eerherstel voor ervaringen en voor verbondenheid is wel op z’n plaats. De bronnen van ervaring zijn verstopt geraakt. Ik wil ze ontstoppen.’

In het interview komt het gesprek op het bezield verband van mens, dier en plant. Volgens Dros klinkt dat naar natuurmystiek. Van der Wal antwoordt dat Einstein het over het ‘eeuwig geheim’ had, en dat hij in zijn boek de deur daarnaartoe inderdaad op een kiertje openzet. In zijn volgende boek, dat bijna klaar is.

Ik tracht daarin de sporen van de mystiek in de filosofiegeschiedenis op te zoeken. Naast de hoofdstroom zijn die opvallend sterk aanwezig. Je hoeft daarvoor niet naar het Oosten, het westerse denken zit er vol mee. Dat verbaast me, al die spiritualiteit. Toch is het wel te begrijpen. Filosofie wil álle ervaring duiden, niet alleen een stukje ervan. Dat is inspirerend. En het biedt tegenwicht aan veel moderne literatuur die treurig is en zich afspeelt aan de zelfkant van het bestaan. Ik zoek juist een groot verhaal. Daar kan de filosofie aan bijdragen, evenals de kunst en de poëzie. Zoals Goethe al schreef: ‘Om mij te verbazen ben ik er’.’

Zie:
* De symfonie van de natuur | Koo van der Wal | EAN 9789463711920 | 2021 | Druk: 1 | 309 pagina’s | € 38,40
* Filosoof Koo van der Wal: ‘In de westerse filosofie is de natuur zo dood als een pier’ (Topics – Trouw)

Foto: Libel in Lage Vuursche (PD)

‘Alles in het universum komt voort uit bewustzijn’

Plato wist het al’, zei Pim van Lommel gisteren in Trouw, in het artikel Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding. ‘Die heeft letterlijk opgeschreven dat het lichaam de tijdelijke drager is van de ziel, die blijft. Nieuw is dat er nu wetenschappelijke ontdekkingen bijkomen die deze inzichten bevestigen.’ In mijn essay Plato en de idee van onsterfelijkheid schreef ik (PD) in een blog vorig jaar dat ‘de filosoof, een van de grootsten van de Oudheid, ooit zei, lang voordat het christendom bestond: “De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.”’

De manier waarop we tegen de dood aan kijken, ­bepaalt hoe we in het leven staan. Ik denk dat we ons bewustzijn de komende jaren verder gaan ontwikkelen. Dat bepaalt hoe we tegen de wereld aankijken. Als we verliefd zijn, is de wereld prachtig, maar als we depressief zijn, is dezelfde wereld een ramp. Als we ons bewustzijn veranderen, zal ook de wereld veranderen en de manier waarop we de wereld zien.’
(Trouw)

Van Lommel twijfelt er niet meer aan dat het bewustzijn géén product is van de hersenen, zegt hij in Trouw. Hij vergelijkt het eindeloze bewustzijn met de cloud waarin meer dan een miljard websites en filmpjes zitten.

Je kunt ze op je computer op elke plek in de wereld ontvangen, maar ze worden niet door dat apparaat geproduceerd, dat maakt alleen de ontvangst mogelijk. Als vergelijking: de hersenen en het lichaam maken de ontvangst van een gedeelte van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd.’
(Trouw)

Vanuit de traditionele wetenschap is er veel weerstand, zegt Van Lommel, maar dat zie je veel minder bij de rest van de bevolking: 70 procent van de mensen is in zekere zin religieus of spiritueel.

De zoektocht naar zingeving door innerlijke ervaring neemt de laatste jaren weer sterk toe. Dat zie je ook in de toenemende belangstelling voor vragen die te maken hebben met hoe we met elkaar, de aarde en de natuur moeten omgaan. Mensen met een bijna-doodervaring zijn vaak ook meer religieus geworden, in de letterlijke betekenis van het woord, dat het om herverbinden gaat. Maar daarin speelt de kerk voor deze mensen meestal geen rol. Voor hen is het geloven veranderd in weten.’
(Trouw)

Het nieuwste inzicht is, aldus Van Lommel in het interview met Roek Lips, dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie.

Dat is nogal wat, als je dat tot je door laat dringen. De manier waarop we tegen de dood aankijken, bepaalt hoe we in het leven staan. Ik ben optimistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustzijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven.’
(Trouw)

Zie:
* Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding (Trouw, uit de serie Nieuwe leiders: Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Roek Lips ging daarover in gesprek met bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast.)

* Plato en de idee van onsterfelijkheid (Goden en Mensen)
* Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn
(Goden en Mensen, 4 delen)
* Waarom de dood niet het einde is (YouTube)


Beeld: koornbusiness.nl

‘Het gaat niet om wat je gelooft, maar hóé je dat doet’

‘Alle fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of extreemrechts of radicaal-links, baseren zich op een tekst of een autoriteit die ze als hun fundamentals beschouwen en waar ze blind op varen,’ zegt filosoof en theoloog Rik Peels. Hij kreeg vorig jaar 1,5 miljoen euro van de Europese Onderzoeksraad voor een onderzoek naar fundamentalisme. Inmiddels heeft hij daarmee voor wel drie miljoen aan deelprojecten kunnen uitzetten. Filosofen, theologen, religiewetenschappers, historici, juristen, sociale wetenschappers, economen, criminologen, psychologen en psychiaters worden erbij betrokken.

Gedeeltelijk worden fundamentalistische overtuigingen geïnspireerd door persoonlijke oorzaken, maar de groepsdynamiek is tegelijk belangrijk. Kijk naar fundamentalistische jongeren die zich afkeren van hun moskee en zelf op internet op zoek gaan naar interpretaties van Koranteksten, en zo deel uit gaan maken van een virtuele gemeenschap.’ 

Een team van zes onderzoekers staan klaar, maar evenveel buitenpromovendi werken mee in hun eigen tijd en doen op eigen kosten promotieonderzoek, zei Peels afgelopen woensdag in Ad Valvas in een interview met Peter Breedveld. Veel studenten als stagiair, en werkend aan hun masterscriptie, draaien in het project mee. In de groep zitten christenen, moslims, atheïsten, hindoes en agnosten, jongeren en ouderen.

‘Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar hóé je dat doet.’
(Rik Peels)

Peels sluit niet uit dat enkele teamleden, verdeeld over de faculteit Religie en Theologie en de faculteit Geesteswetenschappen van de VU Amsterdam, in bepaalde opzichten zelf naar fundamentalisme neigen, maar dat ziet hij niet als een risico dat het project ondermijnt.

Het kan juist een kracht zijn dat mensen hun eigen ervaringen meebrengen in het onderzoek. Het risico zit ’m juist in onderzoek dat louter vanuit het perspectief van de derde persoon wordt gedaan. Zoals ik al zei: fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij. Als een deel van de onderzoekers zich in hen kan verplaatsen, maakt dat het alleen maar spannender.’

Peels onderzoeksgroep kijkt ook naar de zogeheten intellectual vices: intellectuele ondeugden, zoals dogmatisme, narrow-mindedness en intellectuele hoogmoed.

‘Dan zie je dat er een zekere overlap is met de neiging om in samenzweringstheorieën te geloven, wat je vaak bij fundamentalisten ziet: zij tegen de rest van de wereld.’

Volgens Peels hebben veel fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of niet, met elkaar gemeen dat ze geloven dat er ooit een paradijselijke toestand is geweest, dat er toen een val kwam waardoor de wereld gebroken is. 

Fundamentalisten zien het als hun taak die paradijselijke toestand te herstellen, dat zie je bij sommige orthodoxe gereformeerden en salafisten, maar bijvoorbeeld ook bij de actievoerders van Extinction Rebellion en bij een bepaalde aanhang van Forum voor Democratie die gelooft dat er ooit een blank-boreaal Europa was waar hij weer naar terug wil.’ 

Wat zou er uit het onderzoek komen als Peels zijn licht erop heeft laten schijnen? Het onderzoek duurt vijf jaar. In Trouw zei Peels een jaar geleden dat ‘het doel is om ideeën en concepten te ontwikkelen die precies dit doen: onderzoekers dichter bij de geest van een fundamentalist brengen’.

Filosofie Magazine vroeg vorig jaar aan Peels hoe zijn onderzoek uiteindelijk zal uitmonden in een beleidsstuk dat de wetenschappelijke resultaten vertaalt naar de praktijk; hoe dat er uit zal zien.

Als je radicalisering wilt aanpakken door die te voorkomen of te genezen, moet je eerst begrijpen hoe radicalisering in het hoofd van een fundamentalist werkt. Daar ligt mijn taak als wetenschapper. Het is mijn expertise om onderzoek te doen, de literatuur te kennen, en hierdoor mensen die een wending hebben gemaakt naar het fundamentalisme beter te begrijpen. Naarmate mijn onderzoek vordert, zal ik veel gaan praten met mensen die aanzienlijk dichter op de praktijk zitten, zoals de veiligheidsdiensten. Bij de vertaling van de resultaten naar de concrete praktijk heb ik hen hard nodig.’

Zie:
* ‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’ (Ad Valvas, onafhankelijk platform van de Vrije Universiteit Amsterdam)
* Wat is eigenlijk een fundamentalist? (filosofie.nl)
* Deze filosoof kruipt in het hoofd van fundamentalisten (Trouw)

Collage: Paul Delfgaauw
, maart 2017.

Van verbeelding, waarheid en werkelijkheid

nature-horizon-person-sky-girl-sun-1365082-pxhere.com

‘Voor God is alles mogelijk’, zegt de Bijbel, maar God werd als het ware ingekapseld in een systeem van redelijkheid. Door het geloof zo te benaderen heeft men eigenlijk het latere ongeloof voorbereid, wist de Spaanse filosoof, toneelschrijver en dichter Miguel de Unamuno (1864-1934) toen al: ‘Het dogmatische christendom is doods geworden. Een dergelijke God is niet vitaal.’

In de Trouw-serie Wat is waarheid? ging aflevering vier eergisteren over religie die buitenspel staat in het alledaagse gesprek over waarheid. Over verbeelding: een innerlijk zintuig dat een dieper gelegen waarheid en werkelijkheid aan het licht brengt. 

In het Westen is het geloof (…) in beslag genomen door de rationaliteit. Men ging geloven om te kunnen begrijpen. Men ging God beschouwen als ‘eerste oorzaak’, en als Platoonse idee. Hij werd vormgegeven in dogma’s – vaststaande geloofswaarheden.’ 

Volgens de Leidse filosoof Timo Slootweg gaan we daarmee voorbij aan het universele, menselijke ‘verlangen naar leven’. Dat kun je ervaren in een niet-dogmatisch geloof. Op de vraag van Trouw-journalist Marc van Dijk of de kerkvaders met de redelijkheid hun eigen graf hebben gegraven, antwoord Slootweg bevestigend.

Voor de denkers van de Verlichting was het maar een kleine stap om in alle redelijkheid afstand te nemen van het geloof. Kant stelde: we moeten zelf durven denken en de zelfopgelegde onmondigheid – het religieuze denken – van ons afleggen. En dan kun je concluderen dat de godsbewijzen niet deugen. Maar God is nooit het object geweest van kennis! God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor.’

Slootweg stelt dat we als vanzelfsprekend aannemen dat de waarheid het exclusieve domein is van wetenschap en rationaliteit. ‘Ik wil niets op de wetenschap afdingen. Maar ik denk dat we iets essentieels over het hoofd zien,’ zegt hij. ‘Ook in religie, in geloof, is waarheid te vinden.’ Hij schreef over het ‘personalisme’, een filosofische stroming – verwant aan het existentialisme – die klaar is om herontdekt te worden en het waarheidsbegrip zou kunnen verruimen.

De Unamuno zegt dat de mens naast het verlangen naar kennis een verlangen heeft naar leven, niet enkel de wil om te overleven, in de nuchtere wetenschap dat de dood het einde is, maar het verlangen naar volop leven, altijd leven, eeuwig leven.

Als je dat vitale verlangen ten grondslag legt aan je denken, krijg je een heel ander beeld van de werkelijkheid. Dat verlangen gebruikt de innerlijke zintuigen, de verbeeldingskracht, om de waarheid te zien.’

Volgens Slootweg vinden existentialisten en de personalisten (mensen als Søren Kierkegaard, Max Scheler, Martin Buber en Immanuel Levinas, maar daarnaast ook Nietzsche en Heidegger) – door het geloof geïnspireerd of niet –  dat het rationalistische begrip van wat waar en werkelijk is zo armzalig, dat het de natuur, de dingen en onszelf tekort doet.

We moeten ons laten voeden door het verlangen naar de hemelse toestand van God die eens ‘alles in allen zal zijn’, zoals Paulus het formuleert. Leven, eeuwig leven, het Koninkrijk Gods, dat we zonder de ander onmogelijk kunnen verwerven. Als een visioen dat we met onze innerlijke verbeelding kunnen voorvoelen. Zo wordt je beeld van de werkelijkheid – van wat mogelijkheid en waarheid is – veel rijker, vruchtbaarder en vitaler. Ons handelen zal er dan op gericht zijn dit in déze wereld reeds gestalte te geven.’

Zie: Verlangen naar God is ook verlangen naar waarheid 

Beeld: pxhere

Brain Uploading als menselijke verrijzenis

Brain Uploading

Verrijzen deed Jezus beter. Met lichaam en brein vol bewustzijn voorbij de cloud naar de hemel. Met Brain Uploading kom je niet verder dan de cloud. Willen je hersens daar nog iets voorstellen dan moet wel je hele lichaam mee, want zonder lichaam kan je niet denken en verlies je je bewustzijn en persoonlijkheid. Je wordt een eeuwigdurende computer die van alles kan maar zonder bewustzijn en persoonlijkheid. Zelf ben je dus digitaal dood, niet meer dan een machine. Dit rijst op als ik VN van januari 2020 lees. Brain Uploading als menselijke verrijzenis. Bijna religieus speelt futuroloog Ray Kurzwell hiermee.


‘Kurzweil is de profeet van de singulariteit, de filosofie die in de nabije toekomst een eindeloos snelle technologische innovatie voorziet waarin mens en machine volledig fuseren. Levenden worden onsterfelijk, de doden worden opgewekt, om te beginnen Kurzweils vader. Al jaren bewaart hij daarom in een grote loods alle documenten, foto’s en bezittingen van Kurzweil senior. Een artificiële intelligentie (AI) die de cognitieve capaciteit van mensen ver zal overstijgen, een ‘superintelligentie’, moet al ­deze analoge data inscannen om zijn vader een digitale wederopstanding te geven.’ (Trouw)


De (joods-)christelijke cultuur lijkt nog altijd van grote invloed op sommige wetenschappers. Blijkbaar willen zij uiteindelijk eeuwig leven en als God dat (nog) niet voor ze verwerkelijkt, dan proberen ze Jezus te volgen: opstijgen naar het eeuwige leven en als dat niet naar de hemel kan, dan maar in de cloud proberen. Maar verrijzen is veel meer dan simpel Brain Uploading. Cultuursocioloog Siri Beerends schrijft over Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud.

Techmiljardairs als Mark Zuckerberg en Elon Musk zijn al jaren bezig met het ontwikkelen van interfaces om onze hersenen over te zetten op een computer. Zo zouden we eeuwig kunnen voortleven. Maar wat moeten we ons voorstellen bij een digitaal bestaan zonder einde? En wát leeft er precies voort?’ (VN)

De Braziliaanse hersenwetenschapper Miguel Nicolelis koppelde brein en machine, en hersenen onderling, en laat volgens Trouw zelfs zien dat het brein de ware schepper is van het universum. De schepper!

Alles wat zich aan ons voordoet is door het brein gecreëerd, het brein is de ‘ware schepper’. Tijd en ruimte bestaan niet als zodanig, maar zijn constructen van het brein, die onze evolutie en ons overleven mogelijk hebben gemaakt.’ (Trouw)

Volgens Beerends is een van de misvattingen dat, wanneer je iemands hersenen overzet op een digitale drager, persoonlijkheid en bewustzijn automatisch meeverhuizen.

Onder invloed van technologieën als fMRI en EEG zijn we onze identiteit steeds meer gaan ophangen aan ons brein. De theorie dat wij een klompje zenuwcellen zijn met een bewustzijn dat zich in onze hersenen bevindt, wordt vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines ontkracht.’ (VN)

Filosoof en psycholoog Pim Haselager, hoofdonderzoeker bij het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag en universitair hoofddocent Kunstmatige Intelligentie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt dat we tegenwoordig te neurocentrisch denken:

Ik ontken niet dat het brein een rol speelt bij alles wat ik doe, maar dat geldt ook voor mijn lichaam en mijn omgeving. Zo blijkt het metabolische systeem in ons lichaam ook cognitief heel belangrijk te zijn. We moeten niet denken dat bewustzijn, geheugen, persoonlijkheid en waarneming gelokaliseerd zijn in één onderdeel van onszelf.’ (VN)

De Amerikaanse neurowetenschapper Alva Noë weidde een heel boek aan de misvatting dat bewustzijn en persoonlijkheid in onze hersenen zouden zitten. In We zijn toch geen brein? legt Noë uit dat bewustzijn iets is wat we doen in dynamische interactie met de wereld om ons heen.

Om het leven te kunnen ervaren, zijn we afhankelijk van de samenwerking tussen hersenen, lichaam en een betekenisvolle omgeving. Zonder deze verknoping kunnen we de wereld niet bewust ervaren. Waarschijnlijk blijft er dus maar een gedeelte van je over wanneer alleen je hersenen worden overgezet op een digitale drager.’ (VN)

Volgens kunstmatige intelligentie-experts zoals David Watson worden de overeenkomsten tussen mensen en zelflerende computersystemen schromelijk overdreven.

Zowel binnen als buiten zijn vakgebied worden ten onrechte menselijke eigenschappen zoals bewustzijn, intuïtie en empathie toegedicht aan computers.’ (VN)

Aan het slot van haar artikel is Beerends zeer uitgesproken:

Voor toekomstige generaties zal het een zegen zijn dat hun bewustzijn niet gekopieerd kan worden. Dan zijn ze zich in elk geval niet bewust van hun existentiële leegte wanneer ze ronddwalen in de cloud als datamelkkoe voor een handjevol techbedrijven.’ (VN)

Bronnen o.a.:
* VN:
Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud
* Trouw: De ware schepper van onze wereld? Ons brein
* Trouw: Kunstmatige intelligentie: De nieuwe God die ons onderwerpt

Foto: Kerrie Grist looks at a real human brain being displayed as part of new exhibition at the @Bristol attraction on March 8, 2011 in Bristol, England – Matt Cardy/Getty Images

Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)

Rebible en het keurslijf van godsdienst

Rebible

‘Na jaren van omzwervingen langs met name oosterse spirituele stromingen, keert Inez van Oord in dit boek terug naar het boek waar het in haar leven mee begon: de Bijbel. Bevrijd van het knellende keurslijf van de godsdienst van haar jeugd herleest ze nu met een frisse blik de Bijbelverhalen. En komt tot de ene verrassende ontdekking na de andere. Rebible is een aanstekelijk geschreven, hernieuwde kennismaking met een eeuwenoud boek, dat (tot verrassing van de auteur) niet ophoudt te inspireren.’

Aldus de aanbeveling van het comité van het Beste Spirituele Boek van de Maand van de Spiritualiteit. Op 11 februari weten we of Rebible, dat hoge ogen gooit, inderdaad het beste is. Volgens Van Oord biedt het boek een nieuwe manier aan om naar de verhalen te kijken die in de Bijbel worden verteld. Volgens Trouw is Rebible, Ontdekking van vergeten verhalen, schitterend als je van roze en lila houdt. (Dat stoort trouwens niet, de lay-out is aantrekkelijk, maakt de teksten overzichtelijk.)

Rebible deed recensent Marijke Laurense vooral denken aan het verhaal van die arme jood die naar Praag ging om een schat te vinden en weer thuis ontdekte dat de schat onder zijn eigen drempel lag. – Alsof de verloren dochter Van Oord weer terug is.

Van Oord is niet de eerste die onbevangen aan het interpreteren slaat, maar hoe serieus wilt u iemand nemen die in een ladder tegen een muur al een symbool van de heilige drie-eenheid ziet?’ (Laurense)

In Rebible vraagt Van Oord zich af of er misschien een nieuwe manier is om de bladzijden te lezen. Net zoals de oude rabbijnen in oude tijden dat deden, als een zoektocht naar nieuwe interpretaties. Van Oord zag de Bijbel eerst niet, maar dook in de geestverruimende verhalen uit het hindoeïsme, interviewde wijze lama’s en monniken. Vele religieuze, spirituele stromingen kwamen voorbij.

rebible2

Samen met haar broer, theoloog Jos, heeft ze de tocht langs de vele verhalen gemaakt, letterlijk en figuurlijk. Zij gingen naar de Sinaï, zochten sporen van Mozes, gingen naar Rome om – ondergronds – de eerste geheime christelijke tekens te ontdekken.

In het woord midrasj zit het woord darasj. Dat betekent onderzoeken, uitleggen. Maar het kan ook vragen betekenen. Zo willen we graag met de Bijbeltekst omgaan: door vragen te stellen. We voeren als het ware een gesprek met de tekst.’ (Uit: Rebible)

In Rebible noemt Van Oord God ‘het Onwezenlijke’.

God is not what man calls God,’ is een uitleg van mysticus Daskalos. ‘Using the word minimizes the Absolute and puts It to its own measure.’ Dat is nog het slimste om te zeggen. We minimaliseren God tot een maat die bij ons past.’ (Uit: Rebible)

Volgens Laurense komt Van Oord uit een gereformeerd gezin en reisde zij de wereld af op zoek naar zingeving en spiritualiteit. Voor het christendom en de kerk was ze al jong allergisch: te veel regels, te veel wetten, te veel structuren.

En zo ontdekt Van Oord volgens Laurense niet alleen dat de Bijbelse verhalen vaak het resultaat zijn van creatief plagiaat en vele lagen van knip- en plakwerk uit oudere mythen over moedergodinnen en overstromingen, maar ook wat de Bijbel zo uniek en invloedrijk heeft gemaakt.

Ze herkent daarbij veel uit andere spirituele tradities, bijvoorbeeld als God in Genesis levensadem in de mens blaast. Precies zoals de yogaleraar zegt: de adem brengt je bij je zijn! En is het toeval dat Jacob een steen als kussen gebruikt en vervolgens een visioen krijgt? Natuurlijk niet, denk maar aan de magische stenen van Stonehenge!’ (Laurense)

Beeld: uit Rebible

De filosoof en het ‘kan-zijn’ van God

godendekunstvanhetvissen

‘Kort geleden verscheen God en de kunst van het vissen. Het is een persoonlijke zoektocht naar God. Ouaknin, zegt zijn uitgever, zoekt naar het ‘kan-zijn’ (in het Frans: peut-être) van God in de tradities van de meesters van de Talmoed door een verzameling van citaten, verhalen en gedachten te bundelen waarin je op het eerste gezicht lijkt te verdwalen.’ Aldus Trouw in een interview met de Frans-joodse filosoof en rabbijn Marc-Alain Ouaknin: ‘Blijf zoeken naar de waarheid’.

Interviewer Benoit Lannoo vraagt aan Ouaknin of de huidige crisis van het denken in het Westen iets te maken heeft met de ‘waarheid’, daar we niet meer spreken met maar tegen elkaar: we rollebollen met feiten, zelfs alternatieve feiten, over de vloer, waarheden lijken voortdurend tegen elkaar op te botsen…

Dit boek is opgebouwd als een dagboek, dag na dag geschreven en vaker nog nacht na nacht cirkelend rond de Godsvraag. Een dagboek-verhaal waarin volgens een heel nauwkeurige logica, eerder associatief dan oorzakelijk, teksten elkaar opvolgen: overwegingen, dromen, muziekfragmenten, persoonlijke anekdotes, chassidische en Talmoedische verhalen, al dan niet bekend, gedichten, bibliografische verwijzingen en citaten van hedendaagse of klassieke auteurs…’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Ouaknin antwoordt Lannoo dat waarheden worden verkondigd zonder de nodige openheid voor verdere discussie: het eigene aan het Talmoedische denken is dat je, dankzij de ander, vermijdt in de verabsolutering van je kennis te vervallen; het gaat om een wederzijds weten dat wakker gehouden wordt in een wederzijdse ontmoeting.

We krijgen gezelschap van een jonge vrouw die door de lucht kan vliegen, een Meester en zijn leerling, een andere jonge vrouw die verschijnt en verdwijnt zonder naam of adres achter te laten, een zalm die tegen de stroom in reist, Jezus verdwaald in een Pools dorpje in 1943, onverwachte objecten: een publieke zitbank, een horloge met Romeinse cijfers, een paraplu, een groene fles gevuld met rode wijn en een verliefd iemand die gedichten schrijft.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Volgens Ouaknin ontbreekt het ons vooral aan het kritische instrumentarium om met de wereld zoals die ons gegeven is, om te gaan: ‘Als je aan iemand pakweg een Bijbeltekst voorlegt – ik heb het niet over de Koran omdat ik er niet in thuis ben, maar wellicht gaat de redenering ook op voor de gebrekkige omgang van velen met allerlei Koranfragmenten – is de kans groot dat hij of zij niet over de instrumenten beschikt om die te interpreteren.’

Wees als lezer niet verwonderd wanneer je een overweging leest over de kunst van het vissen en het leven van zalmen en misschien, als er tijd en inkt overblijft, ook een overweging over de Messias. Net zoals in de Talmoed, waar de exegeses van Bijbelteksten een vlechtwerk vormen van vertellingen en filosofische en theologische analyses, vind je ook hier als lezer stukjes Bijbelexegese afgewisseld met wáre verhalen en ware verhálen.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Lannoo vraagt zich af hoe het komt het dat we nu niet meer over waarheden discussiëren, waarop Ouaknin antwoordt dat het onderwijs tekortschiet. Hij vraagt zich af wanneer de Europese ministers van onderwijs rond de tafel gaan om te overleggen hoe we jonge mensen kritisch leren omgaan met de bronnen van hun traditie.

Een dagboek-verhaal waarin ik het ook nog heb over de Wijsheid, over het Boek en de Schrift, over het Joodse vraagstuk en over de jood als vraagstuk, over de wereld en over God, over de wereld zonder God, over de dood en over de liefde… Zo nu en dan met humor! Want het ernstige hoeft niet noodzakelijk gewichtig te zijn.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Zie: ‘Marc-Alan Ouaknin: Blijf zoeken naar de waarheid’ (Trouw)

Marc-Alain Ouaknin | God en de kunst van het vissen | Tielt | Lannoo | 240 pagina’s | 17,99 euro | De persoonlijke zoektocht naar God van een eigenzinnig Joods filosoof – Onophoudelijk vragen stellen, vaststaande ideeën loswrikken, verbanden leggen tussen religie, filosofie, kunst, humor en erotiek. Dat kenmerkt het denken van Ouaknin.’ Zo besluit Christiane Berkvens haar recente boek Marc-Alain Ouaknin. De joodse gids van deze tijd. En daarmee is ook de kern van Ouaknins sleutelwerkje God en de kunst van het vissen samengevat: zoeken naar God is zoals de visser die met eindeloos geduld wacht op de vis om hem dan zijn vrijheid terug te geven. Het is de manier proberen te vatten waarop het oneindige in contact komt met het eindige. (Uitgeverij Lannoo)

‘Grootste humanist aller tijden’ was de christen Michel de Montaigne


Columnist en theoloog Jean Jacques Suurmond vraagt zich in Trouw af wat het humanisme toch wil en hoe genuanceerd humanisten zelf eigenlijk zijn. Ze maken zich namelijk zorgen, zeggen ze, over de veelheid van ongenuanceerde meningen in de politiek en samenleving. Van een open, genuanceerde mening merkte Suurmond echter weinig in de Socrateslezing van NRC-columnist Bas Heijne.

De teneur is: gelovigen zijn achterlijk en wij humanisten lekker niet. En dat terwijl Heijne’s omschrijving van het ‘hedendaags humanisme’ al eeuwen van toepassing is op de kerk! Hef dat Humanistisch Verbond maar op, jongens, en kom gezellig bij de kerk. Het enige verschil is dat ze daar bidden. Om humaan te worden.

Volgens columnist Suurmond werd de Franse Renaissancefilosoof Michel de Montaigne – door Heijne ‘de grootste humanist aller tijden’ genoemd – geïnspireerd door Augustinus en was er door zelfonderzoek achtergekomen dat de gedachten, ideeën en gevoelens in zijn innerlijk voortdurend veranderden. Montaigne zag hierin de Bijbelse ‘dwaasheid’ bevestigd dat wijsheid alleen bij de armen en nederigen van hart te vinden is. – Dit schrijft Suurmond in Trouw als reactie op de Socrateslezing van NRC-columnist Bas Heijne, in zijn column ’Humanisten en gelovigen verschillen niet zo veel’.

Hij reageert ook op wat Heijne in zijn Socrateslezing zegt over de negentiende-eeuwse predikant Thomas Gallaudet die een doofstomme man met een materialistische levensinstelling tot geloof bracht. Een interessant verhaal waar Heijne geen geloof aan hecht en van mening is – zonder hiervoor bewijs aan te dragen – dat de dominee het grotendeels verzonnen heeft of in ieder geval heeft bijgekleurd.

De theoloog vat zijn column samen door te stellen ‘dat een beetje mens, anders dan de dieren, religieus is. Kijk maar naar de ‘grootste humanist aller tijden’. Montaigne was (oeps, Heijne was dit vergeten te vertellen) een christen.’ Montaigne wordt zelfs door de Humanistische Canon een overtuigde christen genoemd:

Net als de andere renaissancehumanisten Coornhert, Erasmus, Pico en Petrarca was ook Montaigne een overtuigde christen. Het Renaissance-humanisme legde echter niet langer de nadruk op de zondigheid van de mens maar op zijn goddelijke natuur. Doel was de eigen aard van de mens te doordenken en de morele opvoeding ter hand te nemen. Montaigne was behoorlijk sceptisch over de zo alom geprezen redelijkheid van de mens. Toch geloofde hij in de mogelijkheid om het menselijk leven te verbeteren.

Zie: Humanisten en gelovigen verschillen niet zo veel – Jean Jacques Suurmond

Illustr: Montaigne had de balken van zijn bibliotheek volgeschreven met Latijnse en Griekse spreuken. Op de foto een deel van Terentius’ ‘Homo sum, humani a me nihil alienum puto’: ‘Ik ben een mens en niets menselijks acht ik mij vreemd’.