Jezus als het authentieke gezicht van de liefde

Theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann schreef een Marcus-commentaar: Wegen naar menselijkheid. Deze zielzorger brengt psychologie en theologie met elkaar in verbinding via een symbolische uitleg van de Bijbelverhalen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes interviewde hem. Onder meer over zijn Marcus-commentaar (nu vertaald in het Nederlands), waar ik in dit blog op focus. Drewermann presenteert Jezus hierin als het authentieke gezicht van de liefde: hij toont compassie met menselijk lijden en bevrijdt van angst.

D
e Duitse theoloog maakt bij zijn uitleg volop gebruik van inzichten uit de dieptepsychologie, de filosofie, andere religies en zijn eigen therapeutische praktijk als psychoanalyticus. Drewermann stelt in zijn boek Wegen naar menselijkheid dat we ons gedragen naar de mate waarin we onszelf gevonden hebben. Hij zegt dat Plato gelijk had: iedere mens draagt een bepaald idee in zich mee, een innerlijke waarheid die hij gedurende zijn leven moet uitvogelen.

Dat kan een mens alleen als hij iemand ontmoet die vanuit liefde meer in hem gelooft dan hij in zijn eentje gedurende zijn leven had kunnen leren. Wanneer men een mens liefheeft, lossen verwarring op, verhulling en vervreemding in het wezen van de ander. Iedere dag neem je een stuk meer van zijn of haar ware innerlijke schoonheid waar, van het eigenlijke zelf. Dat is de weg der menselijkheid die we zouden moeten gaan.’

Volgens Drewermann kunnen we door liefde de angst voor anderen overwinnen, het gevoel niet goed genoeg te zijn, de innerlijke aanpassingsdwang aan uiterlijke normen.

En als we meer we in de waarheid van anderen geloven, die versterken en levend maken, dan gaan we op de weg van Jezus op de weg waarvoor God ons volgens de Bijbel geschapen heeft: terug naar het paradijs. De man van Nazareth neemt ons aan de hand mee terug naar de boom die in het midden van de Tuin uit Genesis staat en die zijn takken uitspreidt over een wereld vol vertrouwen en geborgenheid. Dat is een leerweg en het is een moeilijke weg. Vandaar al die verhalen over hoe Jezus zieken heelt, in discussie gaat met tegenstanders en aanklagers.’

Heel het Marcusevangelie is betrokken op de vraag naar zijn of niet te zijn, stelt de theoloog, want als we alleen maar bang zijn dat ons iets kan overkomen, dan houden we meteen op de waarheid te leven die in ons ligt. 

Dan passen we ons aan, vluchten we, vluchten we ook voor onszelf, dan leven we niet meer op de juiste manier, maar passen we ons aan uit louter overlevingsdrang. Daar gaat het hele Marcusevangelie zoals ik dat begrijp lijnrecht tegenin.’

Drewermann kwam iedere keer weer mensen tegen die vertelden hoe ze vanuit de religie van hun kindertijd door angst gebonden zijn. Vandaag gaat het erom, zegt hij, dat we aan de hand van Jezus leren zo in God te geloven dat men van al deze manieren waarop mensen elkaar vastleggen, elkaar tot slaaf maken, bevrijd wordt.

De auteur van het Marcus-commentaar stelt dat wij moeten leven wat Jezus ons gezegd heeft, en dan is alles wat de kerk zegt secundair: in de geschiedenis is het christelijk geloof misvormd, met name de katholieke kerk met haar leer dat ze de voortlevende Christus is en dat we dus naar haar moeten luisteren om te begrijpen wat Jezus gezegd heeft. 

Daarom hecht ik ook zo aan de interpretatie van de evangeliën, zoals het Marcusevangelie. Jezus wordt bijvoorbeeld gevraagd wat je onder ‘groot’ moet verstaan als het over mensen gaat. Natuurlijk zijn we dan geneigd om te denken aan mensen die macht uitoefenen, aan een mens die de ander ontzag inboezemt, die geld verzamelt, rijk genoeg is, wie in het middelpunt staat. Dat is een groot mens. Toch? In de ogen van Jezus is dat volledig fout. Wie bij hem groot wil zijn, moet een dienaar van allen worden.’

Wegen naar menselijkheid – Dieptepsychologische lezing van het Marcus-evangelie | Eugen Drewermann | Skandalon Uitgeverij B.V. | Hardcover | 9789492183989 | Druk: 1 | oktober 2020 | 1400 pagina’s | € 99,50  

Lees hier het volledige, uitgebreide interview: Interview met Eugen Drewermann (Taede A. Smedes)

Beeld: ontdekgod.nl

God als ‘de gebeurtenis’

De Amerikaanse theoloog en godsdienstfilosoof John Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus. Hij denkt dat er iets aan de hand is in de naam van God, wat hij in navolging van de Franse filosoof Jacques Derrida ‘de gebeurtenis’ noemt. Caputo is één van de grote inspiratiebronnen van godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes. Hij twitterde al lang van tevoren trots rond dat hij zijn ‘idool’ mocht interviewen. Toen verklapte hij nog niet wie dat was. Op zijn website is nu zijn complete Interview met John Caputo te vinden.

De gebeurtenis’ die plaatsvindt in de naam van God. En ik neem dat heel serieus, maar ik denk dat het mythologisch is om God ergens met een wezen te identificeren.’

In dit blog beperk ik me tot wat Caputo over God vertelt. Hij haalt dan vaak anderen aan, zoals Husserl, Tillich, Marion, Heidegger, Kierkegaard en Derrida. Voor het volledige interview verwijs ik graag naar Smedes. Hij gaat in zijn (Engelstalige) interview ook uitgebreid in op religie (het christendom) in de VS, Trump, Republikeinen en Democraten.

Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus, zegt hij zelf, en denkt dus dat het mythologisch is om God met een wezen te identificeren.

Dus nee, ik geloof niet dat er ergens een wezen is, een opperwezen, dat beantwoordt aan de naam van God. Ik denk dat dat mythologisch denken is. Maar ik denk niet dat dit het einde van de theologie is, het is het begin! Van radicale theologie.’

God wordt door Caputo ook ‘de grond van het zijn’ genoemd, zoals Tillich God beschrijft. God als wezen van zijn, zichzelf zijn. Maar we hebben geen toegang tot de diepten van het zijn, zegt Caputo. Mensen vragen hem weleens waarom hij over God blijft praten, waarom hij niet gewoon zegt wat hem bezighoudt?

Eigenlijk was hij vooral met (klassieke) filosofie bezig, maar ‘de onderliggende theologische dingen die me altijd hadden geïnteresseerd, kwamen weer naar boven’.

Maar ik heb het niet gekozen, het heeft mij gekozen.’

Caputo noemt God ook ‘de onvoorwaardelijke’, eveneens naar Tillich. Smedes vraagt hem of het uitmaakt hoe je God noemt. Als je spreekt over ‘het onvoorwaardelijke’, zo stelt Smedes, dan is dat een soort filosofisch, abstract concept, terwijl het woord ‘God’ voor veel mensen een aura van relationaliteit om zich heen heeft. Je kunt geen relatie hebben met het onvoorwaardelijke.

Als ik spreek over het onvoorwaardelijke, verwijs ik naar wat Tillich erover zegt. Hij zegt dat God het onvoorwaardelijke is, maar het onvoorwaardelijke is niet God. Dus God is een van de manieren waarop we het onvoorwaardelijke noemen, maar het onvoorwaardelijke zelf zit daar gewoon en de namen stuiteren erop.’ 

Je hebt geen naam voor wat wij het onvoorwaardelijke noemen, zegt Caputo, want zodra je een naam hebt, omschrijf je die met een bepaalde reeks voorwaarden, van toevallige, historische constructies, of ze nu literair, filosofisch, theologisch of wetenschappelijk zijn. Je bent dan begonnen het te interpreteren, het te interpreteren, wat belangrijk is.

Sommige manieren van interpreteren zijn zorgzamer, beminnelijker of liefdevoller dan andere.’

Caputo heeft het over Kierkegaard die in het Naschrift Johannes Climacus laat zeggen: ‘De naam van God is de naam van iets om te doen’. Het betekent, volgens Caputo, hoe de wereld eruit zou zien als hij geregeerd zou worden door God in plaats van door de machten en overheden. Maar, vervolgt Caputo, iets verderop: het zegt: ik praat tegen jou! Laat dit gebeuren! Het koninkrijk van God hangt af van jou, van mij.

God is een roeping die zichzelf blijft aandringen op ons, en zichzelf blijft aandringen in ons leven, en het is aan ons om die te laten bestaan.’

Zie: Interview met John Caputo (Taede Smedes, 23 maart 2021)

Beeld: Stefan Keller (Pixabay)

‘Buitenaards leven bestaat, maar ik gelóóf er niet in’

Een variatie op geloven in een God die niet bestaat? Maar wel gebeurt? Misschien gebeurt buitenaards leven ook wel, maar niet om in te geloven. Theoloog en godsdienstfilosoof Taede A. Smedes in gesprek met astrofysicus Lucas Ellerbroek, onderzoeker aan de UvA. De ‘Jacques Cousteau van het heelal’ schreef het boek Planetenjagers, op zoek buitenaards leven. Op zoek, want er heeft zich nog steeds geen buitenaards wezen gemeld dat hallo zegt. ‘Mensen verwachten in één keer een bewijs van buitenaards leven. Terwijl het volgens mij meer een stap-voor-stapproces is.’

N
et zoals het evolutieproces op aarde? Dan moeten we wellicht nog miljoenen of miljarden jaren wachten voor we hallo horen. Ben benieuwd, ik lees het interview De zoektocht naar buitenaards leven: ‘We hebben geen definitie van leven’.

Hoe raakt buitenaards leven aan onze samenleving, ons wereldbeeld en aan religieus geloof? Dat zijn vragen waar theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes zich al langer mee bezighoudt. Naar aanleiding van berichten in de media van het afgelopen jaar vroeg hij aan astrofysicus en wetenschapspopularisator Lucas Ellerbroek welke doorbraken we de komende jaren kunnen verwachten op het gebied van buitenaards leven en wat wellicht de impact van de ontdekking van buitenaards leven is.’

In 2020 werd in september opmerkelijk onderzoek gepresenteerd, zegt Smedes, dat beschrijft hoe de atmosfeer van de planeet Venus fosfine* lijkt te bevatten – een stof waarvan het ontstaan volgens onderzoekers alleen verklaard kan worden door leven, aldus Smedes. Hij vraagt Ellerbroek of we de komende jaren grote doorbraken op het gebied van de zoektocht naar buitenaards leven kunnen verwachten.

Buitenaards leven is en blijft een hot topic. De vraag is dan ook of we op korte termijn een doorbraak kunnen verwachten in de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven. Die vraag leg ik voor aan Lucas Ellerbroek, onderzoeker aan de UvA en wetenschapspopularisator. Hij schreef het boek Planetenjagers, waarin hij de zoektocht naar exoplaneten (planeten bij andere sterren) en buitenaards leven beschrijft.’ 

Wat zal het vinden van buitenaards leven voor religie betekenen, wil Smedes graag weten. Als het een dogmatische religie betreft, die heel erg hecht aan zijn eigen letterlijke versie van de waarheid, zeg maar de streng gereformeerden en de creationisten, dan zou het volgens Ellerbroek kunnen dat buitenaards leven hun geloof aan het wankelen brengt. Hij heeft ooit een gesprek gehad met een priester die zei dat de mens gemaakt is voor de aarde.

Hij had natuurlijk een punt dat de mens heeft overleefd omdat de mens zo goed is in het zich aanpassen aan de aardse omstandigheden. De mens is voortgebracht door de aarde. De aarde is de plek van de mens. De mens is niet gemaakt om door de ruimte te reizen of op Mars te gaan wonen. De mens is niet gemaakt voor Mars.
Ik denk dus dat de ontdekking van buitenaards leven aan religie ook een enorme impuls kan geven, juist omdat het de zingeving van het leven op aarde kan verrijken. Ik denk dat religie voldoende mogelijkheden heeft om de Bijbel op andere manieren als het Woord van God te lezen, inclusief de uniciteit van de mens. Religie is voortdurend in ontwikkeling en zal een manier vinden om buitenaards leven een plaats te geven.’

Hoe Ellerbroek zijn kansen inschat, vraagt Smedes, of hij ervan overtuigd is dat er elders in het heelal nog leven moet zijn. Daar is de astrofysicus niet van overtuigd, maar is er ook niet van overtuigd dat wij het enige leven zijn. Smedes vindt dat een heel wetenschappelijk antwoord: dat de astrofysicus zich zo onthoudt van een positie zolang er geen bewijs is voor een van beide posities. Waar zou Ellerbroek zijn geld op inzetten, vraagt de theoloog.

Ik zou al mijn geld inzetten op dat leven elders wél bestaat. Maar ik gelóóf er niet in.’

* UPDATE 8 maart 2021: Geen fosfine in de atmosfeer van Venus. Zie: EOS Wetenschap

Zie:
* De zoektocht naar buitenaards leven: ‘We hebben geen definitie van leven’ (Houtens Nieuws, 4 maart 2021)
* Planetenjagers | Lucas Ellerbroek | Prometheus / Bert Bakker | 288 pag. | 2014 | € 21,99 | E-book: € 11,99 | ‘Schoolvoorbeeld van goede wetenschapspopularisatie […] Schitterend gecomponeerde opbouw […] Alles klopt aan dit boek.’ (Taede A. Smedes) | ‘Weinig professionele sterrenkundigen slagen erin zich zo goed te verplaatsen in de belevingswereld van een groter publiek.’ (Wetenschapsjournalist Govert Schilling, de Volkskrant)

Fresco: ‘De eerste afbeelding hierboven toont een fresco, getiteld The Crucifixion (YouTube), en werd geschilderd in 1350. De twee objecten eronder vergroot met figuren erin zijn linksboven en rechtsboven op het fresco te zien. Dit schilderij bevindt zich boven het altaar in het Visoki Decani-klooster in Kosovo, Joegoslavië.’ (Fake news in Cheshire in 1388? Or UFOs….? Murrey and blue)
N.B. Het bovenstaande schilderij illustreert niet de Cheshire-gebeurtenis van 1388.

‘Het verlichte universum draagt zichzelf’

spiral-galaxy-ngc1232-1600

Bij Meister Eckhart en zenmeester Dōgen mondt ‘levenskunst niet uit in navelstaarderij, maar juist in een actief in het hier en nu in de wereld staan om met je volle aandacht te doen wat er hier en nu door de omstandigheden van je gevraagd wordt’. – Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes schrijft op zijn blog een heldere en pakkende recensie van In alle dingen heb ik rust gezocht, van Michel Dijkstra.Het boekje begint met de vraag naar de zin van het leven. Want dat is waar het in religie en in filosofie ten diepste om draait’.

Dijkstra stelt evenwel dat zowel Eckhart als Dōgen die vraag als inadequaat beschouwen, omdat die een tweedeling impliceert van leven en zin. Beide denkers zijn het er ten diepste over eens ‘dat het leven zijn eigen zin vormt.’

Het grootste verschil tussen beide denkers lijkt erin te bestaan dat Eckhart God als bron van alles accepteert. De werkelijkheid is substantieel verbonden met God als bron van volheid waaruit deze werkelijkheid is voortgekomen. (Ik zeg hier: ‘substantieel’, maar besef dat dit eigenlijk geen recht doet aan de genuanceerde visie van Eckhart zelf, die het zijn van de wereld en het Zijn van God toch scherp onderscheidt). Een substantiële visie van de werkelijkheid is Dōgen volstrekt vreemd, de clou van de metafoor van Indra’s net is immers ‘dat het verlichte universum zichzelf draagt: er is geen substantie of andere ‘drager’ in, achter of boven het heelal’.’ (Smedes)

Indra’s net’ wil zeggen dat de werkelijkheid is als een web van juwelen die schitteren en elkaar reflecteren. Dijkstra bedoelt hiermee, zegt Smedes, dat ‘ieder ding alle andere dingen weerspiegelt op zijn eigen, unieke manier en alle andere dingen zich tonen in de ‘spiegel’ van het ene ding op hun bijzondere wijze’.

Op die manier komt de identiteit van de particuliere edelsteen tot stand door zijn banden met het collectief van de andere juwelen.’  (Smedes)

Smedes zou in zijn boek Thuis in de kosmos – ‘Het Epos van Evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan’ – zeker naar dat beeld van Indra verwezen hebben als hij dat eerder had gekend, zegt hij enthousiast.

Smedes stelt dat de verschillen tussen beide denkers volgens Dijkstra niet wegnemen dat zij in de concrete uitwerking van hun levenskunst op heel veel punten dicht bij elkaar komen.

Hun gemeenschappelijke levenskunst vat Dijkstra prachtig samen onder de noemer ‘bevrijdende intimiteit’: ‘De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen leidt van geslotenheid naar openheid, van geïsoleerd-zijn naar verbinding en van versplintering naar concentratie.’ (Smedes)

Het is geen gemakkelijk boek, zegt de recensent, je moet wel enige voorkennis hebben van Dōgen en Eckhart: denkwerk is geboden! Dōgen komt ‘vreemd’ over door zijn Chinese manier van schrijven en Eckhart door zijn ‘vreemde’ godsbeeld.

Maar Eckhart is geen theïst in onze moderne zin van het woord. Hij werd ook in zijn eigen tijd niet begrepen en uiteindelijk is hij tot ketter verklaard. Dit komt door zijn negatief-theologische insteek (dus de mystieke herneming en ontkenning van alles wat positief over God wordt uitgesproken) en zijn non-duale visie die voor veel gelovigen – helaas ook vandaag nog, zij het volstrekt ten onrechte – naar pantheïsme riekt.’ (Smedes)

Smedes las het boek twee keer, ook omdat sommige gedachtegangen gewoon meerdere keren gelezen moeten worden om echt doorzien te worden. Smedes, die ook journalist en auteur is, zegt hierbij niet te weten of ‘begrepen’ het goede woord is. ‘Doorzien’ lijkt mij een mooie omschrijving, al zou ‘aanvoelen’ ook op zijn plaats kunnen zijn, in de zin van intuïtief lezen met de rede paraat.

In alle dingen heb ik rust gezocht. De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen | Michel Dijkstra | Van Tilt | ISBN 9789460044496 | € 15,- | ‘Dijkstra is in de filosofische gemeenschap in Nederland geen onbekende. Hij publiceerde al eerder artikelen en boeken over taoïsme, zen en over Eckhart. In alle dingen heb ik rust gezocht is een boekje van slechts 152 pagina’s dat de publieksversie van zijn proefschrift dat hij op 10 september 2019 aan de Radboud Universiteit verdedigt.’ (Smedes)


Michel Dijkstra, Radboud University:In mijn scriptie richt ik me op Eckharts en Dōgens denken over de grote metafysische kwestie van de relatie tussen het Ene en het Vele. Ik onderzoek deze vraag op basis van het concept van ‘wederzijdse verlichting’ van Arvind Sharma: het idee dat filosofische teksten uit verschillende culturen elkaars spiegel kunnen zijn en dus kunnen leiden tot een dieper begrip van beide. 

De enige grote parallel tussen Eckhart en Dōgen is dat ze de relatie tussen het Ene en het Vele als niet-duaal zien. In het geval van Eckhart kan men God en Zijn schepping niet scheiden; in het geval van Dōgens zijn de Boeddha-natuur en de tienduizend dingen onafscheidelijk. Het filosofische pad dat tot dit inzicht leidt, verschilt: de Dominicaan begint met eenheid, terwijl de Zenmeester zegt dat we de diversiteit van dingen moeten bestuderen.’


Bronnen: De mystiek van Oost en West: Michel Dijkstra over Meister Eckhart en Dōgen (Taede A. Smedes) en Radboud University

Beeld: Grand Spiral Galaxy NGC 1232 – Image Credit: FORS , 8,2-meter VLT Antu , ESO