Wetenschappelijk bezielde theologie, kan dat?

science-engagedtheology

Het klinkt interessant, en dat is het ook, als je de onderzoeksvisie leest van de St. Andrews Fellows in Theology & Science. Ze willen de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes werkt sinds 1 januari 2019 als parttime postdoc (onderzoeker) aan de VU in Amsterdam, waar hij bijdraagt aan Science-Engaged Theology. Het project draait, zo vertelt Smedes op zijn blog, om de vraag waarom en hoe een ‘wetenschappelijk geïnformeerde theologie’ mogelijk is. En in zijn ogen zelfs noodzakelijk. – Dan heeft de VU aan Smedes wel een goeie!

rereamora99Ontwerp logo ‘Science-Engaged Theology’:
freelance designer rereamorra99

While previous generations have asked methodological questions—sometimes including challenges from scientists that cooperation with religion violates the norms of rationality, and from religious believers that science threatens orthodoxy—we take for granted that serious scholarly study always aspires to interdisciplinary cooperation. To be credible, theology cannot ignore the products of empirical enquiry. To this end, rather than focusing chiefly on methodological questions, we are especially interested in research that brings these disciplines together in productive and creative ways.’ (Science-Engaged Theology)

stefan_paas vuWetenschappelijk-Bezielde Theologie [mijn vertaling, PD], dat zal Bart Klink – gefascineerd als hij is door de leer over God en goddelijke zaken – interessant moeten vinden. Op mijn blog van 6 januari vond de atheïst nog dat ‘theologie kenmerken van gezonde wetenschap’ mist. Hoewel Theoloog des Vaderlands, Stefan Paas (foto: VU), dat logenstrafte, is Klink van mening dat ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens zijn en ze daar ook niet uit gaan komen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’.

bartklink2013Bart Klink krijgt in komende tijden wellicht nog meer antwoorden op een presenteerblaadje, en meer dan dat, want Science-Engaged Theology wil verder kijken dan naar theologie alleen. Ze wil de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Dat ‘science-engaged’ zal Klink natuurlijk in twijfel trekken, maar wellicht opende de repliek van Paas hem een beetje de ogen. (foto: B.K.)

Empirisch onderzoek
T
och, om geloofwaardig te kunnen zijn, zegt Science-Engaged Theology dat de theologie de resultaten van empirisch onderzoek niet kan negeren. Daarom is ze, in plaats van zich alleen te richten op methodologische vragen, vooral geïnteresseerd in onderzoek dat deze disciplines samenbrengt op een productieve en creatieve manier. Nieuwe wegen wil ze inslaan in theologie en wetenschap: richting integratie en samenwerking.

De Schepper in een Darwinistisch universum
V
oor de Science-Engaged Theology is een theologie die volledig losstaat van de wetenschappen, een onhoudbare positie. Ze wil dan ook theologische kwesties onderzoeken in samenwerking met andere academische disciplines, terwijl ze tegelijkertijd wel een vrij stevig theologisch profiel wil behouden.
Een aantal onderzoekers wil zich bijvoorbeeld bezighouden met evolutionaire biologie; en met de evolutionaire toekomst van soorten; en met de evolutionaire geschiedenis van de mens; en ook met een theïstische interpretatie van biologische teleologie als bewijs van de Schepper in een Darwinistisch universum.

‘Spirituele technologieën’
Tevens wil men onderzoek doen naar hoe menselijke cognitie wordt beïnvloed door lichaams- en omgevingsfactoren; en hoe de discipline Theodicee middelen kan bieden om mensen te helpen hun denken te heroriënteren op een manier die het lijden draaglijker maakt; en hoe iemand zijn eigen religieuze overtuiging vorm kan geven door bijvoorbeeld het gebruik van liturgie, religieuze activiteit en andere ‘spirituele technologieën’.

Kunstmatige Intelligentie
Een fundament verkennen en ontwikkelen, wil een van de onderzoekers, voor een nieuwe integratieve benadering van wetenschap en religie op het snijvlak van theologische antropologie en kunstmatige intelligentie (AI). Een andere onderzoeksagenda ligt op het snijvlak van theologie en agro-ecologie, de wetenschap van duurzame landbouw.

taedeasmedesGeloof in God
S
cience-Engaged Theology vraagt zich ook af of bewezen kan worden dat mensen van nature geneigd zijn tot religiositeit of geloof in God. Of dat sommige mensen die neiging wel hebben, en anderen niet. En indien wel, wat de implicaties ervan dan zijn. De moeite waard lijkt dit alles voor Smedes – en interessant voor vele anderen – om bij de VU als onderzoeker aan de slag te gaan. We zullen Taede A. Smedes (foto: T.A.S.) op zijn blog nauwgezet volgen. Misschien dat het leidt tot een nieuw boek, bv. Theologie, Iets of Niets? 😉

Zie: Onderzoeksvisie voor de St Andrews Fellows in Theology & Science

Het Epos van Evolutie

dinosaurusenvahisparlesextra-terrestes

In het essay Thuis in de kosmos – met een nawoord over buitenaardse intelligentie – laat post-theïst Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt, berichtte ik in mijn vorige blog. Dit is deel twee. We zijn gebleven bij de Franse theoloog en filosoof Blaise Pascal bij wie de mens de ontheemde blijft, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt. Maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. ‘Hoe dan verder?’ luidt de vraag van Smedes.

Eerst over buitenaardse intelligentie. Als wij niet de enige intelligente wezens in het heelal zijn, zo vraagt Smedes zich af, hoe zit het dan met de bijzonderheid van de mens? Hij verwijst naar natuur- en sterrenkundige Marco Gleiser die zegt dat we moeten accepteren dat we ‘alleen zijn in de kosmos, zo niet in absolute zin – omdat we er nooit zeker van kunnen zijn wat er zich buiten het bereik van onze instrumenten bevindt – dan wel in praktisch opzicht. Dat maakt ons heel speciaal. En het creëert een nieuw doel voor de mensheid’.

Het feit dat er wellicht miljarden civilisaties elders bestaan doet vrijwel niets af aan de uniciteit van de mens. En daarmee blijft ook de verantwoordelijkheid van de mens voor de rest van het leven op Aarde intact.’ (Smedes)

En dat doel is volgens de Smedes – die beseft dat we ook van een bovennatuurlijke God geen hulp hoeven te verwachten om de gaten die wij in de schepping maken, te komen vullen – dat we het kostbare en fragiele leven op Aarde moeten koesteren, eerbiedigen, respecteren en beschermen. Hij besluit met de opmerking dat…

‘… hoe graag sommigen het ook willen, we kunnen onze verantwoordelijkheid voor de Aarde en voor het leven erop (inclusief dat van onszelf en dat van onze naasten en onze kinderen) simpelweg niet ontlopen of afschuiven.’ (S)

Terug naar de vraag: Hoe dan verder? Dan gaat het over verwondering, mysterie en eerbied. De auteur zet iets tegenover de vervreemding tussen mens en kosmos – met de woorden van de Vlaamse filosoof Gerard Bodifée, wiens stem heel anders klinkt dan de nihilistische, die traditioneel gehoord wordt wanneer het kosmologische en evolutionaire verklaringen betreft. ‘De materie op deze planeet weigerde de opgelegde rust en kwam tot leven. Complexiteit kwam in de plaats van stabiliteit. Evolutie in plaats van eeuwigheid. Eigen wil in plaats van natuurwetten. Er is nu bewustzijn waar ooit alleen lucht, water en stenen werden gevonden’.

Biologe Ursula Goodenough is een van de helden van Smedes. De religieuze naturaliste komt ruim aan bod. Zij ziet het Epos van Evolutie niet louter als een natuurwetenschappelijke beschrijving, maar ook als een religieus, zinstichtend verhaal.

De Big Bang, de formatie van sterren en planeten, de oorsprong en evolutie van leven op deze planeet, de komst van menselijk bewustzijn en de daaruit volgende evolutie van culturen – dit is het verhaal, het ene verhaal, dat de potentie heeft om ons te verenigen, omdat het toevallig waar is.’ (Goodenough)

We zijn tot het diepst van onze vezels verknoopt met de natuur die ons heeft gebaard, zegt Smedes, en dat geeft voor religieuze naturalisten aanleiding tot gevoelens van eerbied, ontzag en verwondering, en daarmee tegelijkertijd tot nederigheid vanwege dat besef van afhankelijkheid.

thuisindekosmos

In het hoofdstuk De mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn komt de auteur uit bij het nihilistische antwoord van Weinberg en Monod: de mens als ontheemde in een verder zwijgend en zinloos heelal. Gelukkig deelt Smedes die visie niet. Hij zegt allereerst te bedenken wat het betekent dat wij mensen kunnen nadenken over de evolutietheorie. Hij vindt dat ongelooflijk:

Van stenenslijpende oermensen hebben we ons zodanig ontwikkeld dat we instrumenten bedachten en maakten die ons vandaag de dag in staat stellen de geschiedenis van het heelal bloot te leggen en de ontwikkeling ervan te bestuderen – praktische instrumenten als optische en radiotelescopen en ruimtevaartuigen die langs planeten suizen en op kometen landen. Maar we hebben ook conceptuele instrumenten ontwikkeld zoals wetenschappelijke hypothesen en theorieën.’ (S)

De polis (de auteur verwijst naar Aristoteles) waarin de mens leeft, blijkt volgens de schrijver veel groter te zijn dan slechts de cirkel van medemensen, leden van de soort homo sapiens; hij blijkt kosmos-omvattend te zijn.

We zijn kosmopolieten in de betekenis van ‘wereldburgers’, wat niet alleen betekent dat we burgers zijn van planeet Aarde, maar burgers van een kosmos, van het universum. We zijn kosmopolieten, thuis in de kosmos! Dát is de pointe van het Epos van Evolutie.’ (S)

In Een thuis voor God zegt Smedes dat zijn essay doordrenkt is van theologie, en noemt zichzelf hierin een ‘post-theïstische’ denker, wat betekent dat hij zich als religieus beschouwt en zich als een waterdruppel beweegt in de brede stroom die het christelijk geloof door de eeuwen heen geweest is…

‘… maar dat ik het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God die zich met ieder van ons afzonderlijk bezighoudt, helemaal achter me heb gelaten als uitermate problematisch. Ik geloof niet meer in de bovennatuurlijke God van het theïsme.’

Smedes zegt dat God niet langer ‘daarboven’ is, die God is verdwenen. (Die lijkt verhuisd te zijn; dat wordt duidelijk waar Smedes verwijst naar Ette Hillesum die zich in haar ochtendgebed richtte tot de ‘radicaal immanente God in haar binnenste.’)

Het verrassende is nu dat met het feit dat God afwezig is, de werkelijkheid de plek wordt waar het heilige zich manifesteert. Ik durf het nog sterker uit te drukken: op het moment dat God ‘daarboven’ in lucht opging, lichtte de werkelijkheid om ons heen zélf op als de plek waar het heilige zich manifesteert.’ (S)

De Britse rabbijn Jonathan Sacks is voor Smedes een post-theïstische inspiratiebron, voor wie geloof niet draait om het hebben van de juiste overtuigingen, maar om het juiste handelen.

Zelfs iemand die totaal niet religieus is, maar zich inzet voor het heil van een medeschepsel, aanbidt in zekere zin God, ook als zij of hij zich daar zelf niet bewust van is of het zelfs expliciet zou ontkennen – een mooi voorbeeld van hoe in ons post-theïstische tijdperk het onderscheid tussen het religieuze en het seculiere vervloeit.’ (S)

Aan het slot van het essay stelt Smedes dat wij thuis zijn in de kosmos en het aan ons is om – religieus gesproken – een huis voor God te bouwen. Voor Sacks is dat zelfs de opdracht die de mens op Aarde heeft. Smedes laat ons met een belangrijk dilemma achter. De vraag: ‘Hoe dan verder?’ wordt opnieuw gesteld.

We kunnen die roeping in dank baarheid als een geschenk aannemen en er iets mee doen, het kosmopolitische perspectief omarmen en iets van het leven maken. Of we wachten af en staan uiteindelijk toe dat ons de keuze uiteindelijk ontnomen wordt. Kiezen we voor hoop? Of geven we ons over aan cynisme en laten we het lot beslissen?’ (S)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. | Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49 | N.B. Absoluut het lezen de moeite waard! Ik heb de enthousiaste neiging nog meer te schrijven, maar dan doe ik onrecht aan dit verrassende, helder verwoorde essay, dat je eigenlijk van voor naar achter zelf moet lezen. En herlezen. Je wordt er geheid kosmopolitisch van! 😉

Beeld: darlyne1980.centerblog.net