Het christendom evolueert tot mystiek-sociale religie

In 1947 publiceerde Simon Vestdijk, die ‘sneller schreef dan God kon lezen’, het essay De toekomst der religie. Hierin voorspelt hij dat met name het christendom op den duur vervangen zal worden door een mystiek-sociale religie in de trant van het boeddhisme. – In 1980 wordt cultuurhistoricus en vrijdenker dr. Anton Constandse door Vestdijkkroniek gevraagd het te beoordelen vanuit zijn standpunt als atheïst, ook omdat hij over de historie van het humanisme en de vrije gedachte verscheidene boeken schreef. – In De toekomst der religie ‘snakt’ Vestdijk na zijn ‘zo objectief mogelijk betoog, naar een persoonlijk woord’. Dat doet hij dan ook in het laatste hoofdstuk.

‘Het christendom wordt op den duur vervangen door een mystiek-sociale religie in de trant van het boeddhisme’
(Simon Vestdijk)

Mystiek-introspectieve oplossing
Constandse geeft commentaar op hetgeen Vestdijk zegt over wat de toekomst der religie zal zijn: ‘Naast de sociale oplossing komt de mystiek-introspectieve oplossing aan bod.’

‘Het christendom wordt op de duur vervangen door een mystiek-sociale religie in de trant van het boeddhisme, of door een sterk Aziatisch beïnvloede religie van psychologisch-symbolische aard.’ Deze mogelijkheid komt Vestdijk zelf het meest wenselijk voor.’
(Constandse)

Vestdijks spirituele ijver
Het bijzondere van arts en literator Simon Vestdijk (1898 – 1971) is dat hij zich al jong de vraag stelt of de religies in hun huidige vorm in de toekomst zullen blijven voortbestaan. Met spirituele ijver verdiept de auteur zich in onder meer in Immanuel Kant, Kierkegaard, C.G. Jung, het boeddhisme, de joodse Kabbala, Purusha (Indische Vedanta), Krishna (de Bhagavad-Gita), Brahman (‘unio mystica’), Tagore, Plato, Meister Eckhart. De Westerse èn Oosterse mystiek boeit hem.

In Vestdijks tijd zijn de gelovigen veelal praktiserend christen (katholiek of protestant) en bezoeken de kerk. Je valt buiten de gemeenschap als je niet gelooft. Mystiek? Boeddhisme? Velen kennen dat niet. De paus, en de protestante kerken, hebben het bovendien dogmatisch voor het zeggen. De zestiger jaren zijn nog ver weg. Intussen schrijft de auteur, sinds zijn debuut in 1932, het ene essay na het andere boek.


Vestdijk in Doorn – 2013

Mystiek is in wezen iets anders
Volgens Constandse is in de geschiedenis van het verzet tegen het christendom – ook door het atheïsme – de mystiek inderdaad een belangrijke factor geweest. Hij zegt dat de overgang van het christendom naar mystiek Vestdijks voorkeur heeft. De mystiek, zegt Constandse, is niet eenvoudig een vorm van religie, maar ze is in wezen iets anders:

‘In de eerste plaats is daarin het begrip van God niet dat van een opperheer, een persoonlijke dictator, maar van een onpersoonlijke oerbron, een oernatuur, waaruit we allen voortkomen en allen terugkeren. Ekkehard maakt een nadrukkelijk onderscheid tussen de God, die door de kerk is aangekleed, als een machtige monarch, naar het voorbeeld der vorsten (in die zin ‘Anthropomorfisch’) en God zoals hij naakt is, en derhalve vormeloos, maar alles omvattend.
(Constandse) 

Christendom evolueert verder
Vestdijk heeft behalve zijn voorkeur voor een overgang naar de mystiek, nog twee andere mogelijkheden genoemd.

‘De sociale religie krijgt op de duur de overhand, de metafysische religie verdwijnt gaandeweg, eventueel na periodieke oplevingen. En ook: ‘Het christendom handhaaft zich en evolueert verder, al of niet met politieke macht bekleed.’
(Constandse)


Aanpassing… ‘Diner Pensant’ van de Stichting Stimulering Vrijzinnnig Gedachtengoed, de Woudkapel, Bilthoven, 2023

Kerken zullen zich aanpassen
Kort gezegd, de bedoeling van deze zinnen suggereert dat de kerken zich zullen aanpassen aan de sociale verlangens van hun leden, meent de vrijdenker, en de verwijzing naar hel en hemel, of naar de opperheerschappij van een bovenaardse God, zal ophouden nog succes te hebben.

Grote rol (verdringing) seksualiteit
Ook over de grote rol die de seksualiteit in de traditionele christelijke praktijk speelt in het ontstaan van ‘het complex zonde en schuld’, schrijft Vestdijk in De toekomst der religie:

‘Christelijke zonde is vooral zonde van het vlees en zonde van het vlees is voor de christen niet te veel eten en drinken of niet genoeg aan lichte atletiek doen, maar zeer speciaal alles wat met de geslachtsdrift samen hangt, deze ‘onreinste’ aller driften.’
(Vestdijk, in De toekomst der religie)

Angst voor de Eros
Over de verdringing van de seksualiteit heeft Vestdijk behartigenswaardige kritische dingen gezegd, constateert Constandse, met name inzake het perverteren van de menselijke ziel door de erotische onderdrukking.

‘Hij zag terecht in allerlei wandaden van verovering en agressiviteit, van bezitsvermeerdering en onderdrukking, gevolgen van angst voor de Eros, van negatie van het erotische, van misvorming der menselijke ziel. En juist hierin moest hij – des te meer nog als romanschrijver – innig meeleven met al zijn tijdgenoten, die geen vrede meer hadden met het christendom.’
(Constandse)


1947

Toekomstvoorspelling uit het verleden
De toekomst der religie vind ik een visionair, mediterend geschreven, essay, gebaseerd op negen lezingen van Vestdijk. Sinds de jaren 90 is er geen belangstelling meer voor. Echter, dit boek is toegankelijk geschreven, en prettig leesbaar omdat je rustig mee kan gaan in zijn overdenkende stijl van schrijven. Vaak lange zinnen, maar die geven veelal zijn manier van denken weer: hoe hij tot zijn voorspellingen en opvattingen komt. En ook leest Vestdijk soms ‘net zo gemakkelijk’ als een roman.

‘Als kind van remonstrantse ouders werd ik bij een doopsgezinde dominee op catechisatie gedaan, omdat in mijn geboorteplaats geen remonstrantse broederschap bestond. Van ‘dogmatische’ verschillen heb ik nooit iets bespeurd, niet alleen door mijn gebrek aan belangstelling daarvoor – met de doopsgezinde dominee sprak ik meer over filosofie – maar omdat deze verschillen volkomen onwezenlijk zijn.
Dit is het ook wat mij voor de toekomstige ontwikkeling van het christendom het meest gewenst voorkomt. De geloofsverschillen moeten tenslotte zo subtiel worden dat ware christenen zich ’s morgens in bed, fris uitgeslapen, kunnen afvragen: ‘Ben ik niet eigenlijk een boeddhist?’
(Vestdijk, in De toekomst der religie)

Socioloog Jos Becker betitelde De toekomst der religie als ‘een toekomstvoorspelling uit het verleden’ en schreef erover in Religie & Samenleving (Jrg. 4 nr. 3 2009): ‘Hij leverde een drieslag – metafysica, mystiek en sociale strevingen – waar wij 60 jaar na dato nog steeds niet over zijn uitgepraat. Zijn blik op de toekomst was scherp te noemen. Aansluitend op het spraakgebruik: ‘Ik geef het je te doen!’
– Vestdijk deed het en hoe!

Bronnen:
* Vestdijkkroniek 1980,
Dr. A.L. Constandse | Simon Vestdijk: De toekomst der religie (dbnl)
*
De toekomst der religie, 1947, Simon Vestdijk, 6e druk, 1992, Meulenhof pocket editie(‘De toekomst der religie is een psychologisch-filosofische reflectie op de zin van het bestaan ​​als religieus uitgangspunt, met bijzondere nadruk op onder meer het ik, de relatie met anderen, de betrokkenheid bij de situatie, vrijheid, verantwoordelijkheid, overvloed, keuze, angst, dood, wat te laat is, de verlenging van het moment, de betekenisvolle gerichtheid, allemaal een persoonlijke passie, de moed om te zijn en te blijven worden.‘ (Van der Westhuizen, Elizabeth Susanna, 1990, NWU, repository.nwu.ac.za)
* De eerste twee hoofdstukken uit De toekomst der religie: svestdijk.nl

Gerelateerd: ‘Toekomst religie zal mystiek-introspectief zijn’
Beeld: spreadshirt.nl
Vestdijk in Doorn: foto T. Klijn (debedachtzamen.nl) – Sculpture: Jaap te Kiefte
Diner Pensant: foto: P.D. (Initiatief van de Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtegoed (SSVG). Met Laurens ten Kate, Tabitha van Krimpen en Ward Huetink, 03 11 2023)

De meesterlijke list van Meester Eckhart

Priester en Dominicaner monnik Nikolaus van Straatsburg geeft in Het proces van meester Eckhart (Simon Vestdijk) aangrijpende gesprekken weer die hij met filosoof en scholastisch theoloog Eckhart voert. De monnik treedt op, in opdracht van de paus, als ‘inquisiteur’ die zijn denkbeelden moet onderzoeken. Van Straatsburg is ervan overtuigd dat de theoloog geen ketter is. Desondanks wordt Eckhart gedwongen alle ketterijen die hij verkondigd zou hebben te herroepen tijdens het proces in 1326.

Eckhart vraagt zich af hoe hij moet herroepen, hij is zich immers van geen kwaad bewust. Van zijn geoefendheid in de scholastieke theologie heeft hij echter de verwachting dat dit hem kan helpen.

‘God bezoekt ons dikwijls, maar meestentijds zijn we niet thuis’
(Meester Eckhart)

Het proces vindt plaats in de kerk van de Dominicanen. Het gebouw zit stampvol. Voordat Eckhart het woord krijgt, verwacht Van Straatsburg in een eerste opwelling dat de theoloog zal herroepen. Ze hebben hem murw gemaakt, vindt hij, maar denkt ook aan een preek die Eckhart onlangs over Lucas hield:

Hij kan gedacht hebben, dat deze preek over Lucas 10,38 juist uitdagend genoeg was om het voorspel te vormen tot zijn herroeping. Dat kon dan betekenen: ik ga herroepen, mensen, maar zal jullie eerst nog de stuipen op het lijf jagen. Het kon ook betekenen: ik ga herroepen, want jullie horen nu zelf hoezeer dat nodig is. En tenslotte kon het betekenen: ik ga herroepen, maar na deze gewaagde woorden van mijn predikatie zal niemand meer geloven, dat ik herroepen kán, ook al zou ik het willen.’ 
(Simon Vestdijk)

Het eerste wat Meester Eckhart, ‘door de echodonder der gewelven overstelpt’, laat horen, is de volgende verklaring:

Ik, Meester Eckhart van Hochheim, Doctor in de Heilige Theologie aan de universiteit te Parijs, verklaar voor allen hier verzameld, daarbij God als getuige aanroepend, daarmee mijn verklaring het karakter verlenend van een plechtige eed, dat ik alles herroep wat ik in mijn predikaties en openbare en niet openbare toespraken als dwaling verkondigd kan hebben.’
(Meester Eckhart in Het proces van meester Eckhart – Simon Vestdijk)

De monnik vertelt dat Eckhart nog meer heeft gezegd, maar dit is de hoofdzaak. Hierna zwijgt de theoloog. Van Straatsburg kijkt om zich heen.


het proces van meester eckhart – s vestdijk
(‘Meester’ duidt op een titel: Eckhart had het ‘magister’-examen, alleen toegankelijk voor professoren, met goed gevolg afgelegd.)

Ik zag hoe de prior en enkele andere Dominicanen elkaar bevreemd aankeken, terwijl Konrad van Halberstadt van Eckhart met een hoffelijk gebaar een vrij lijvig document overhandigd kreeg, dat hij eerbiedig bezag, maar toch ook met enig hoofdschudden. Men bleef zwijgen. Ook de toehoorders in de kerk, die hem niet allemaal goed verstaan konden hebben, hielden zich rustig, op een zich traag voortplantend gefluister na.’
(Vestdijk)

Maar, zo vraagt Van Straatsburg zich af, hebben de theologen, die hem omringen, hem wel goed begrepen, ook al hèbben ze hem verstaan? Wanneer hij op zijn eigen indrukken afgaat, dan moeten zij zich wel afvragen of Eckhart nu herroepen heeft of niet.

Voor beide opvattingen waren argumenten te vinden. Hij had herroepen, maar zozeer voorwaardelijk, dat het met het tegendeel van een herroeping gelijkstond – tenzij in de verklaring, die [Dominicaan] Konrad van Halberstadt nu moest voorlezen, bepaalde punten zouden staan, die hijzelf als ketters, onjuist of onverdedigbaar zou brandmerken.
Maar ik was er opeens van overtuigd, dat men daar lang op zou kunnen wachten! Hij had – en het juichte in mij van onderdrukte vreugde om een vriend, die niet te kort geschoten was – hij had dus niet herroepen, maar aan de vorm was voldaan, en de prior kon tevreden zijn.’
(Vestdijk) 

Of de prior inderdaad tevreden is, weet Van Straatsburg niet.

Aangezien, naar zijn gedrag te oordelen, Eckhart hem van te voren niet of onvoldoende had ingelicht, moest hij tot het allerlaatste op een herroeping zonder voorbehoud of clausules gerekend hebben. Het was overigens denkbaar, dat Eckhart door zijn ongehoorde list zijn vijanden een echte herroeping opzettelijk aan de hand had willen doen. Zij konden nu beweren, dat hij herroepen had. Dit was desnoods ook wel te verdedigen.’
(Vestdijk)

 
Fragment uit de bul In agro dominico (1329)

N. B. Volgens de precieze tekst in de bul van paus Johannes XXII die in In agro dominico (1329) verschijnt, herroept Eckhart inderdaad de inhoud van zijn leer niet, maar neemt hij alleen maar afstand van de mogelijke verkeerde uitleg van zijn stellingen.

Imponerende dialogen. Soms is oudere literatuur het lezen (weer) waard, zoals het ‘geromanceerde’ boek Het proces van meester Eckhart | Simon Vestdijk | 1969 | Eerste druk | N.V. Nijgh & Van Ditmar | 137 blz.

‘Het boek geeft een beeld van de stad Keulen in de periode dat daar aan de bouw van de Dom werd gewerkt en van Meester Eckhart in de allerlaatste fase van zijn leven, als zijn geschriften en preken onderwerp worden van een onderzoek naar een van de kerkleer afwijkende stellingname.
Dominante figuur is de dominicaan Nikolaus van Straatsburg, die, als inquisiteur, de verteller is van de gebeurtenissen en die, hoewel hij de leerstellingen van Eckhart niet alle kan aanvaarden, hem zijn bewonderende vriendschap niet kan onthouden. Het boek eindigt met de, schijnbare, herroeping door Eckhart van zijn leerstellingen en zijn laatste levensdagen.’
(Nijgh & Van Ditmar)

Beeld Meister Eckhart:
carljungdepthpsychologysite.blog
Foto manuscript: The bull In agro dominico. Mainz, City Library, manuscript I 151, sheet 201r. (14th Century) (second.wiki)
Zie ook: Meister Eckhart, vrijzinnig avant la lettre (godenenmensen.com)