Over het Iraanse regime en het toezicht van de Ulema

Oproep tot regimeverandering in strijd met de islam?Auteur van Islam, politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru, heeft zich meermaals uitgesproken over alle recente ontwikkelingen in Iran. Eén van de perspectieven van Kuru is dat niet de islam voor allerlei problemen zorgt, maar dat de oorzaak onder meer ligt bij de opstelling van de wereldlijke autoritaire en de Ulema (religieuze leiders).
– door gastblogger Rudi Holzhauer,
vertaler van Islam en artikel Regimeverandering gewenst

‘Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?’
(Ahmet T. Kuru)

Regimeverandering gewenst
– door Ahmet T. Kuru

De Amerikaans-Israëlische alliantie zet haar aanvallen op Iran voort, in strijd met het internationaal recht. Deze interventie is in tegenstelling tot de invasie van Irak in 2003 niet gepresenteerd als een democratiseringsproject. Weinig moeite hebben de daders om hun imperiale doelstellingen of de leidende rol van Israël in de campagne te verbergen. Toch heeft deze interventie een belangrijk doel gemeen: regimeverandering.

Van de Iraanse diaspora in Noord-Amerika en Europa hebben enkele leden de aanval gesteund in de verwachting dat het regime zou instorten. Tegen het regime blijft de haat niet beperkt tot de diaspora. Begin 2026 namen miljoenen Iraniërs deel aan landelijke demonstraties. Deze protesten werden echter door het regime onderdrukt met ongekend geweld. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 7.000 tot 37.000, terwijl het aantal gewonden mogelijk in de honderdduizenden loopt.

Een aanzienlijk deel van de samenleving heeft zich tegen de islam gekeerd. Daardoor onderscheidt het Iraanse regime zich van veel andere autoritaire systemen. Uit enquêtes die onder moeilijke omstandigheden zijn gehouden, blijkt dat ongeveer de helft van de Iraanse bevolking de islam heeft verlaten als gevolg van politieke wrok jegens het regime. Wat vormt dan de kern van een regime dat een aanzienlijk deel van zijn bevolking tot verzet heeft gedreven?

De erfenis van Khomeini
Het Iraanse regime is gebaseerd op het concept van velayat-e faqih, een decennium voor de revolutie geformuleerd door Ruhollah Khomeini, leider van de revolutie van 1979. Later is dit concept in de grondwet opgenomen. Te vertalen als: ‘Het voogdijschap van de rechtsgeleerde’ of ‘De instelling van het voogdijschap van islamitische geleerden (Ulema)’ over het politieke systeem.

De Opperste Leider staat boven de president, het parlement en de rechterlijke macht. Ook fungeert hij als de hoogste autoriteit in militaire aangelegenheden. Dit semi-theocratische bestuurssysteem, gebaseerd op het voogdijschap van de Ulema, berust op de simplistische logica van het islamisme: zijn wij moslims? Ja. Moeten wij dan worden geregeerd door de islamitische wet, dat wil zeggen de sharia? Ja. Wie begrijpt de sharia het beste? De Ulema. Moeten de Ulema dan niet regeren?


Politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru

Na de revolutie werden enkele vooraanstaande Ulema die deze redenering betwistten, door Khomeini met geweld het zwijgen opgelegd. Zijn interpretatie van de sharia was rigide en letterlijk. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat zelfs de profeet Mohammed en imam Ali – die door sjiieten als de eerste imam wordt beschouwd – de religieuze voorschriften niet aan veranderende omstandigheden konden aanpassen.
In een van zijn opgenomen toespraken illustreerde Khomeini dit punt met het voorbeeld van overspel: ‘Volgens de sharia is de straf voor overspel honderd zweepslagen. Als de profeet Mohammed of imam Ali vandaag de dag nog zouden leven, zouden zij dan een andere straf opleggen? Zou de profeet honderdvijftig zweepslagen opleggen?’

Hoewel islamisten in andere landen soortgelijke argumenten hebben aangevoerd, zijn er maar heel weinig in geslaagd een semi-theocratisch regime zoals dat van Khomeini tot stand te brengen. Dit kwam doordat Khomeini zowel gebruik maakte van de brede coalitie van oppositiekrachten tegen de sjah, als profiteerde van het bestaan van een machtige geestelijkheid en de leer van de Mahdi in het Twelver Shi’i-doctrine.  
Volgens de dominante Twelver Shi’i-doctrine in Iran is de Twaalfde Imam, Mohammed al-Mahdi, in de tiende eeuw door God aan het oog onttrokken (maar nog steeds in leven) en zal hij aan het einde der tijden weer verschijnen. Zijn terugkeer wordt verwacht als de basis voor een volledig rechtvaardige en legitieme regering. Khomeini versmolt het gezag van de Ulema in zaken van de sharia met het geloof in de Mahdi, met het argument dat de Ulema in zijn naam politiek gezag moesten uitoefenen tot zijn terugkeer.

Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?

De alliantie tussen de Ulema en de staat
Om aan te tonen dat de islam onverenigbaar is met democratie, beweren islamisten (omwille van hun politieke projecten) en islamofoben tegenwoordig, dat de islam de scheiding van religie en staat inherent afwijst. Islam weerlegt deze bewering door middel van een historische analyse.

Islam laat zien dat er tussen de achtste en elfde eeuw een relatieve scheiding bestond tussen de Ulema en de heersende klasse in de islamitische wereld. Van de 3900 godsdienstgeleerden, in biografische bronnen uit deze periode genoemd, ontving slechts 9% een salaris van de staat via officiële functies zoals die van rechter, terwijl 91% zelfstandig in zijn levensonderhoud voorzag.

In de vroege periode van de islamitische geschiedenis gaven de Ulema er in principe de voorkeur aan geen salaris van heersers te aanvaarden. Zij beschouwden nauwe banden met de staat als corrumperend en als een risico op medeplichtigheid aan onderdrukking. Daarom gaven de meeste vroege Ulema er de voorkeur aan hun brood te verdienen met handel. De stichters van de vier grote soennitische rechtsscholen en prominente sjiitische figuren zoals Ja’far al-Sadiq waren onafhankelijke geleerden die geen staatsfuncties aanvaardden.
Deze geleerden betaalden de prijs omdat ze niet wilden buigen voor de eisen van de heersers. Imam Malik werd onderworpen aan lijfstraffen, Imam Shafi’i geketend en Ibn Hanbal in de gevangenis geslagen. De laatste ontsnapte ternauwernood aan de doodstraf.
 
De ervaringen van Abu Hanifa zijn het bekendste voorbeeld van de heersende mentaliteit in die tijd. Abu Hanifa wees het aanbod van een rechtersambt van de Abbasidische kalief Mansur af, omdat hij zichzelf ongeschikt achtte voor die functie. De kalief antwoordde: “Je liegt, jij bent de meest gekwalificeerde.” Abu Hanifa antwoordde: “Een leugenaar kan geen rechter zijn.” Uiteindelijk werd hij gevangengezet en vergiftigd.


De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw

Deze 13e-eeuwse Arabische manuscript-illustratie geeft de bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw weer. Een bijeenkomst van geleerden met tulbanden staan voor rijen zorgvuldig opgestelde boeken, en in een serieus literair en juridisch debat verwikkeld zijn.

Het kunstwerk, Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri, werd in 1237 n.Chr. gemaakt door de meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier, en bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

Geen Hadith maar een Sassanidisch spreekwoord
Er is geen expliciete verwijzing naar de nauwe band tussen religie en staat in de Koran of de Hadiths. Daarom hebben degenen die na de elfde eeuw pleitten voor de broederschap van religie en staat, het aforisme (in feite een Sassanidisch spreekwoord) aangehaald alsof het een Hadith was: ‘Religie en het koninklijk gezag zijn tweelingen. Religie is het fundament, en het koninklijk gezag is de bewaker ervan. Wat geen fundament heeft, stort in; wat geen bewaker heeft, gaat ten onder’.

Kortom, de alliantie tussen de Ulema en de staat was noch een essentieel onderdeel van de islam, noch een fundamenteel kenmerk van de vroege islamitische geschiedenis. Integendeel, deze alliantie werd gevormd tijdens de Seltsjoekse periode in de elfde eeuw. Later is ze geïnstitutionaliseerd en wijdverspreid tijdens de Ayyubidische, Mamelukse, Ottomaanse en Safavidische periodes. Islam geeft er een uitvoerige analyse van.

In de twintigste eeuw hebben islamisten de alliantie tussen de Ulema en de staat van een pragmatische regeling tot een meer ideologisch project verheven. In Egypte Hasan al-Banna, de stichter van de Moslimbroederschap, en later: Sayyid Qutb. In Pakistan Mawdudi, de stichter van Jamaat-e-Islami. In Iran Khomeini. Zij ontwikkelden meer totalitaire ideologieën, gebaseerd op de middeleeuwse alliantie tussen de Ulema en de staat, maar verder reikten door de islam te definiëren als zowel religie als staat.

Van seculier naar islamistisch
Als gevolg daarvan maakte de seculiere politieke stroming, tussen 1920 en 1980 in de meeste delen van de islamitische wereld invloedrijk, geleidelijk plaats voor islamistische bewegingen. Iran, dat samen met Turkije in de jaren twintig het voortouw had genomen bij seculiere hervormingen, is na de revolutie van 1979 een van de belangrijkste centra van het wereldwijde islamisme.

Deze beweging nam in verschillende landen verschillende institutionele vormen aan. Als voogdijschap van de Ulema in Iran. Als alliantie tussen de wahhabitische geestelijkheid en de Saoedische monarchie in Saoedi-Arabië. Als instelling van shariarechtbanken door militaire regimes in Pakistan en Soedan. Als de alliantie tussen de Ulema van Al-Azhar en het militaire regime in Egypte en als alliantie tussen de Ulema en gekozen politici in Maleisië.

Als het islamistische regime in Iran ten val komt, zullen de gevolgen zich tot ver buiten de landsgrenzen uitstrekken, waardoor Iran opnieuw in het middelpunt komt te staan van een ingrijpende transformatie in de moslimwereld.
De ineenstorting van het bewind van de Ulema zou dan niet alleen het einde betekenen van het meest ambitieuze islamistische experiment van de moderne tijd, maar ook de verzwakking van de allianties tussen de Ulema en de staat in de gehele moslimwereld, en de mogelijke opkomst van een nieuwe seculiere politieke stroming.


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld
vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Bronnen:
* Iran’s regime: The guardianship of the Ulema, by Ahmet T. Kuru, The Montréal Review, June 2026 – in bewerkte vertaling door gastblogger Rudi Holzhauer – eindredactie: Relifilosofie
* Islam: Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld – vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer
* ‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God (Relifilosofie) – Boekrecensie door gastblogger Rudi Holzhauer – Een van de bronnen waarnaar dat boek verwijst, is: Islam, Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld | Ahmet T. Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Beeld: Reismeisje (Iran – 29 09 2013 – 8 uur ’s morgens)
Foto Ahmet T. Kuru: SDSU San Diego State UniversityCollege of Art and Letters
Beeld De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw: Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri. 1237 n.Chr. Gemaakt door meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier. Bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God

Boekrecensie Geënt op de edele olijf, Johannes Buter. Deze religiegeschiedenis maakt op mij een diepe indruk. Woonachtig in Zuid-Spanje tussen de olijfboomgaarden en eigen tuin eveneens vol olijfbomen. Sinds tien jaar houd ik mij ook bezig met de verworvenheden van het oude al-Andalus: ‘Het Spanje van de Moren’. Geschiedvervalsing is een van de thema’s waaraan ik werk. En daarmee raak ik direct de kern van het werk van Johannes Buter. Mijn persoonlijke beschouwing van de religiegeschiedenis Geënt op de edele olijf van Johannes Buter.
door gastblogger Rudi Holzhauer

Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom
(subtitel van Geënt op de edele olijf)

Het thema van Buter is het opnieuw enten van het christendom op de edele olijf, de God van (Godvrezend) Israël, Zijn Woord. Mij stond die edele olijfboom niet meer helemaal helder voor ogen, daarom enige verduidelijking.

De edele olijf: Israël
‘Geënt op de edele olijf’ is een Bijbelse metafoor (uit de brief van Paulus aan de Romeinen) die beschrijft dat gelovigen uit de heidenen (wilde takken) worden verbonden met Israël (de edele olijf) om te delen in Gods beloften en zegen. Dit betekent dat gelovigen, door hun geloof, zich mogen aansluiten bij de ‘stam’ van het geloof die via Israël in de wereld kwam.

De kern van het boek
In het tweedelige boek Geënt op de edele olijf begint het christendom als een kleine groep van joodse navolgers van Jezus, nadat hij begin jaren 30 van de eerste eeuw gedood was in Jeruzalem.

‘Na zijn dood kwamen zij, na een periode van ontreddering, tot het inzicht dat hij op wonderbaarlijke wijze een aan het Joodse volk beloofde messiaanse gestalte was, zoals in hun Hebreeuwse Schriften beschreven.
In de Handelingen der Apostelen en de Evangeliën is later opgeschreven dat hij was verschenen en dat hij ten hemel voer en had beloofd de kracht van de Heilige Geest te sturen. Verder werd hen toegezegd, volgens deze geschriften, dat hij op dezelfde wijze zou terugkomen uit de hemel.’

‘Na verloop van tijd, ook in gemeenschappen van andere Jezus-navolgers, leverde het wachten op deze wederkomst vragen en onduidelijkheden op. Van deze gemeenten gingen ook niet-joden, heidenen, deel uitmaken, buiten Jeruzalem en het Joodse land. Het vraagstuk van de wederkomst van Jezus hield deze volgelingen, die na verloop van tijd messiaansen ofwel christenen werden genoemd, toen bezig en eigenlijk is dat nog steeds zo.’
(Info: cover Geënt op de edele olijf)

De achterflaptekst vertelt dat het christendom in de loop van de eerste eeuwen in een doolhof verzeild is geraakt wat betreft de natuur van Jezus Christus. Die tekst neem ik met een paar aanpassingen en toevoegingen over.

Nieuwe Testament
In de 4e eeuw en daarna werd vastgelegd in dogma’s en belijdenissen dat de mens Jezus ook God was. Wanneer de geschriften van het Nieuwe Testament op chronologische volgorde worden gezet, is die ontwikkeling reeds waar te nemen.


De edele olijfboom

Anti-judaïsme
In de katholieke kerk verdween de binding met het jodendom, terwijl het christendom begonnen is als joodse navolgers van de joodse profeet Jezus die aan de basis stonden van de evangeliën en brieven. Het kwam zelfs tot onderdrukking en vervolging van het jodendom. In het Nieuwe Testament zien we deze ontwikkeling van anti-judaïsme ook al uitgebreid aanwezig. Het is onderdeel geworden van de christelijke identiteit.

De weg uit het doolhof
Oorspronkelijk joodse geschriften, zoals alle vier de evangeliën, zijn geredigeerd door heiden-christenen. Dat geldt ook voor de brieven van Paulus die eenheid van joden en christenen nastreefde, maar daarin faalde. De oorspronkelijke boodschap van de mens Jezus is overwoekerd geraakt en ‘geloven in’ werd belangrijker dan het ‘geloof van’.

Gods Koninkrijk
In dit boek wordt de weg uit het doolhof gewezen. Vanaf de 11e eeuw hebben veel ‘wegwijzers’ al de richting aangegeven. Echter, de belangrijke laatste stap is nog niet gezet. De christelijke dogma’s en belijdenissen kunnen worden losgelaten. Jezus was niet de Zoon van God, niet de Christus en ook niet de Messias. Christenen kunnen als godvrezenden aansluiten bij godvrezende joden, die de traditie van Jezus hebben voortgezet. Dan zal ook ‘Gods Koninkrijk op aarde doorbreken’.

Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur
In deel 1: Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur neemt Buter alles door, met verwijzingen en eerste plaatsbepalingen. Verder bespreekt hij de diepe verdeeldheid tot en met later de substitutie-overtuiging in het christendom ten opzichte van het jodendom, die tot ver in de twintigste eeuw geaccepteerd bleef in die christelijke wereld.

Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens
In deel 2: Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens, zegt Buter dat dit een meer geschiedkundig karakter heeft en behandelt hij de christelijke geschiedenis in vogelvlucht. Volgens de auteur is ‘de eenheid in het christelijk geloof en de vastlegging daarvan in concilies en in de dogma’s nooit echt goed gelukt en is tot in de moderne tijd doorgegaan’.

Zijn Woorden
Voor Buter zal de christenheid dan ook moeten terugkeren naar de situatie dat de Godvrezenden, samen met de joden, de God van Israël vereren door het doen en horen van Zijn Woorden.

‘Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.’
(Jezus)

Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus
Uiteindelijk bepleit Buter een noodzakelijke omkering van het denken van de christenheid in het algemeen. En het doen van de laatste noodzakelijke stappen, namelijk het loslaten van de belijdenissen en dogma’s die in de vierde eeuw zijn ontstaan en nog altijd gelden. Dat is voor hem ook van toepassing op de zijns inziens volstrekt verwerpelijke Adversus Iudaeos-filosofie (Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus) en de uitvoering van de ideeën daarvan. Hiermee zullen ‘christenen uit het doolhof van het christendom kunnen komen’.

De Messias
Godvrezenden weten zich echter geënt op de edele olijf, stelt Buter. Bloei op die olijf is geworteld. Hij vindt dat essentieel voor de komst van Gods Koninkrijk, zoals ook verlangd door de profeet Jezus van Nazareth.
Godvrezendheid wordt verder uitgewerkt in een over-idealistische paragraaf, los van onze werkelijkheden. Erg algemeen, té algemeen. Veel psychologische inzichten die ook in veel levensstromingen te vinden zijn. De komst van de Messias behoort tot de grondelementen van het jodendom. Met de sub-paragraaf De Messias gaat Buter door op de weg van de levenskunst die voor mij niet typisch joods of religieus is.

Uitweg uit het religieuze doolhof
Buters betoog is aansprekend en prachtig ingebed in het joodse perspectief. Het christendom is een verlossers-religie en het jodendom een verlossings-religie. De rol van religie is daarmee een andere en wordt een vorm van spiritualiteit, zeker in verbinding met de Ene (mensen, natuur, kosmos), maar zonder al die religieus benoemde en naamgegeven figuren en dogma’s.
Aan het slot bespreekt de auteur de uitweg uit het christelijk doolhof. Laat ik dan maar spreken over de uitweg uit het religieuze doolhof. De laatste zin in het tweede deel luidt (over spiritualiteit gesproken…): ‘”Moved by pure spirit” betekent in mijn ogen terugkeren naar godvrezendheid, de nieuwe reformatie in het christendom voor de 21e eeuw’.’

Besluit
Over Godvrezendheid en enten als weg naar verbinding en gemeenschappelijkheid, vraag ik me af waar die weg heenleidt die Buter ons voorhoudt. De weg die wij van hem moeten gaan? Ik betwijfel of onze huidige samenleving gebaat kan zijn bij Godvrezende mensen.

Het antisemitisme vanuit het christendom, dat Buter inhoudelijk en historisch thematiseert, is de pendant van islamofobie. Niet alleen vanuit het christendom, maar eveneens vanuit het jodendom en de islam. En het verweven raken van wereldlijke met religieuze machthebbers, dat Buter in het christendom thematiseert, kent een opmerkelijke pendant van landen met een moslimmeerderheid.

Mensvrezendheid alom
Een tijdje in harmonie samenleven gaat wel. Maar je kunt wachten op agressie en geweld vanuit religie, zowel intrinsiek als extrinsiek. Hierin lijken de drie abrahamitische religies zich niet te onderscheiden. Of het nu lichamelijke verminking, kruistochten, Palestijnen, heksen, de Inquisitie, inheemse kinderen, jihadisme of genderdiscriminatie betreft. Zonder ketters geen geloof.  Mensvrezendheid alom.
In al die Geloven van Liefde komt de liefde voor de Ander niet voort uit hun instituties of Godvrezendheid: top-down. Hoogstens uit individuele eerbied, respect, vriendschap en liefde: bottom-up. Zelf hecht ik dan ook meer waarde aan de spontane orde uit de Schotse Verlichting en de gemeenschappelijkheid uit de Afrikaanse Ubuntu en Indaba.

Zonder geloven geen ketters meer?
Het naslagwerk van Johannes Buter kan je prima zien als ‘Licht aan het einde van een donkere tunnel’. Een weg uit een doolhof, zoals hij zelf zegt. Het zet het christendom flink op een wilde plaats, maar hemelt (of edelt) het jodendom voor mij te zeer op. Zonder geloven geen ketters meer? Wat een zegen zou dat zijn.

Bronnen:
*
Geënt op de edele olijf Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom |  Johannes Buter | Uitgeverij Van Warven 2025.
*
De edele olijfboom: Wachters.nu
* Islam Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld  | Ahmet T Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer*

* Nederlandse Master in de Rechten, Doctoraat in Recht en Economie, Nederlandse Master in de Filosofie, Master of Law Cambridge VK, Onafhankelijk inspirator bij Alpujarras Academy Spain

Beeld: Geënt op de edele olijf (detail cover)


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld

Eindredactie: Paul Delfgaauw– Relifilosofie
Reconstructie blog: 28 januari 2026: De complete, oorspronkelijke tekst

Want wie is er nou geen Vreemdeling?

De Vreemdeling breekt in ons leven in, provoceert en irriteert. Filosoof, religiewetenschapper en theoloog Laurens Ten Kate zegt: ‘De stem van de vreemdeling spreekt blijkbaar niet vanzelf, en haar horen, naar haar luisteren, brengt mensen in verlegenheid. Hoort die verlegenheid bij onze ‘wereldtijd’? Recentelijk, of al heel lang? Die vragen wil ik onderzoeken, in gesprek met vele denkers die al met zo’n onderzoek begonnen zijn.’
Beschouwing van het boek Wereldtijd van Laurens ten Kate door gastblogger Rudi Holzhauer, Erasmus School of Law, retired.

‘De stem van de vreemdeling spreekt blijkbaar niet vanzelf, en haar horen, naar haar luisteren, brengt mensen in verlegenheid. Hoort die verlegenheid bij onze ‘wereldtijd’? Recentelijk, of al heel lang?’
(Laurens ten Kate)

Vreemd vooraf, met ook wat verbinding.
Vreemde Vrijheid was de titel van de oratie van Laurens ten Kate (Universiteit voor Humanistiek Utrecht – UvH) in 2016. Ik zat daar toen in de zaal. Ik volgde alles aandachtig, ik kon alles ook goed volgen, maar doordringen deed het allemaal pas veel later.
Dat is voor mij Laurens ten Kate. Wat hij wil overbrengen is zo groot dat er eigenlijk geen woorden voor zijn. Waarbij het woord ‘vreemd’ veel gebruikt wordt (door hem). Ik lees nu UvH als ‘Universeel vreemde Herkomst’.

‘De vreemdeling’
Wereldtijd is ook zo’n woord en zo’n boek. Het is in beginsel niet te vatten. ‘Vreemd’ krijgt hier invulling als ‘de vreemdeling’. Waarbij Ten Kate vanuit zijn achtergronden de relatie tussen religie en migratie onderzoekt, verkent en toegankelijk maakt.
Religie en wetenschap is al vele eeuwen onderwerp van studie. Religie en migratie is ingegeven door ‘bewegingen’ in de sferen van religie en migratie. Min of meer recente bewegingen. Meer of minder controversiële bewegingen.

Verbinding
‘Een goede mentale volksgezondheid is “dat iedereen er mag zijn”. Daarvoor is het nodig dat mensen meer voor elkaar openstaan, vertelt hij. ‘Dat vergt een spirituele ontwikkeling.’ Dit is zelfs mogelijk voor instanties: je hebt er alleen wel de juiste houding voor nodig. Mensen moeten zich bewust zijn van hun eigen universum, zodat ze op zoek kunnen naar het universum van de ander. Friedrich [in: Vangnet voor vrienden] zelf veroordeelt niet. Hij is altijd op zoek naar wat iemand beweegt.’

Dat gaat van ‘vreemd’ naar nog algemener. En komt niet eens uit het boek van Ten Kate, maar uit een recent rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Zie de verbinding tussen zijn boek en dat rapport. Het citaat is overigens opgetekend in een gesprek onder Vangnet voor vrienden in hoofdstuk 4 van het rapport van die Raad: ‘In hoofdstuk 4 zet de RVS uiteen wat er nodig is om de mentale volksgezondheid te verbeteren. We pleiten voor meer ruimte voor de waarden van verbinding, verscheidenheid en vertraging’. Laurens ten Kate had het ook zo kunnen schrijven. Met een voetnoot naar Hartmut Rosa.

Vreemde Vrijheid
Die V die zegt het allemaal. Niet alleen Vreemde Vrijheid, niet alleen Vluchteling en Vreemdeling, niet alleen Verlichting en Verduidelijking, maar ook Voorspelbaarheid en Verlossing. Daar kun je acht boeken over schrijven. Het ‘VEET’ nog even door.

Vier delen
Het boek bestaat uit Vier delen, met de Volgende Vermeldingen. Deel I gaat over Vrije tijd (een Verkenning). Deel II gaat over Vreemde tijd (een Verdieping). Deel II over Wereldtijd (ook een Verdieping). En Deel IV over Verwonderde tijd (ofwel Verbeelding). Ofwel er is een Verkenningsgedeelte (Opening en de hoofdstukken 1 en 2), twee delen Verdieping (hoofdstukken 3-5 en hoofdstuk 6) uitkomend bij een Verbeeldingsgedeelte (hoofdstukken 7-15).

Levinas
Het gaat er voor Ten Kate in dit boek om de wereld te (leren) begrijpen via de vreemdeling. Het boek heet Wereldtijd omdat het gaat over die wereld waarin we de ander ontmoeten (blz. 15). Wie is de vreemdeling en wat is de wereld, zijn vragen die Ten Kate opneemt met de Franse filosoof Levinas en diens werk Totaliteit en oneindigheid uit 1961. Hij ziet dat werk als het startschot voor andere denkers die hij bespreekt, zoals Hannah Arendt, Jacques Derrida en Jean-Luc Nancy.
Ten Kate neemt ons mee door de vreemde wereld waarin Levinas ons binnenleidt: de wereld die ons thuis is en die ons tegelijkertijd ontsnapt. (blz. 19) Hij gaat na hoe de wereld een plek is waar mensen als vreemdelingen wonen, voor zichzelf, voor elkaar, voor de wereld, en dat we dat vreemdelingschap moeten uithouden en op waarde schatten. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 van Deel I gaat hij ver terug in de tijd, want de wereld is naar zijn inzicht al heel lang een vreemde plek. (blz. 20).


Laurens ten Kate bij zijn recent verschenen boek

Van A naar Z
Van de Axiale tijd of de Aufklärung naar een Zeitenwende. De axiale tijd wordt in de recente wetenschap minder als een definieerbare tijdperiode beschouwd dan als een modus, een fundamentele voorwaarde van onze tijd die zijn oorsprong vond, breed genomen, in en rond dat laatste millennium BC. De huidige axiale theorievorming interpreteert axiale wending liever als een continu proces dan als een tijdperk met een begin en een einde.
Dit alles in aanmerking genomen geeft Ten Kate de voorkeur aan de term ‘non-axiaal’ boven ‘preaxiaal’, om elke suggestie van een historische chronologie (voor en na, pre- en post-) te vermijden. Het is heel goed mogelijk dat axiale en non-axiale kenmerken de hele menselijke evolutie bepalen, waarbij ze elkaar wederzijds beïnvloeden en transformeren, elkaar soms versterken en soms tenietdoen of minstens ondermijnen (zoals bij een historische breuk). (blz. 86-87).

Religie en migratie
De vreemdeling koppelt Ten Kate aan migratie. En ook aan de huidige zgn. asielcrisis, met alle geweld (incl. Gaza) en alle eenzijdigheden die daarmee op ons pad komen. Dat stukje in het boek (blz. 25-37) leest als kritische krantencolumns. De politiek, de religies, de academische wereld, pop- en rockteksten komen voorbij. Het boek van Hein de Haas over migratiemythes werkt dan inzichtelijk. En: ‘Het zou dus kunnen dat meer dan veertig jaar neoliberalisering van de politiek in westerse landen deze spanning tussen vrijheid en verbinding voor velen onleefbaar heeft gemaakt?’ (blz. 37).

Vrijheid ‘een toverwoord’
Het Pinksterverhaal brengt de christelijke godsdienst naar binnen. Over Jezus van Nazareth die op aarde als een vreemdeling rondzwerft en in de huizen van mensen verblijft. De taal wordt universeel. Met het Bijbelboek Handelingen komt het dilemma vrijheid en verbinding binnen. Jezelf zijn en ergens bij horen. (blz. 41). Ten Kate noemt vrijheid een ‘toverwoord’, op basis van tien jaar onderzoek naar het vrijzinnig gedachtengoed. Met daarin een botsing tussen twee talen: de religieuze en de seculiere. Die elkaar niet per se uitsluiten. (blz. 50).

Spreekt vrijheid vanzelf, of toch niet?
In zijn boek ontdekt Ten Kate het tegendeel. Neoliberalisme en populisme, de Capitoolbestormers, de coronacrisis – overal staat onze vrijheid centraal. Als dilemma. ‘We staan allen voor dit dilemma dat de geest van Pinksteren ons inblaast: lieten zijn vuurtongen ons immers niet tegelijkertijd ons zelf zijn (‘moedertaal’) en ons blootstellen aan de wereld door ‘buiten onszelf te zijn’? Maar zou het dilemma dan meer zijn dan een patstelling, en ons een kans bieden? De kans om een band aan te gaan met degene met wie ik helemaal geen band heb, met de vreemdeling?” (blz. 56).

Vluchteling als heilige indringer
‘Heilig’ verwijst van oudsher naar iemand die buiten de gemeenschap staat. De heilige is de indringer. Op een schilderij van Caravaggio: ‘Caravaggio is alleen geïnteresseerd in de mens. Hij heeft van alle schilders het scherpste oog voor wat de verschijning van het hemelse voor gewone stervelingen betekent: ze raken erdoor ontzet.’ (blz. 66).
Anno de vluchtelingencrisis 2015 zien we de vluchteling als de heilige indringer die de Europese werkelijkheid ‘overvalt’, verandert, en ja, misschien ook laat ‘ineenstorten’. (blz. 69). Kan men van elkaar gescheiden zijn – dat wil zeggen volledig vreemd voor elkaar – en toch een band hebben? En zo ja, wat voor band zou dat dan kunnen zijn? (blz. 71). Antwoord: een scheidingsband ofwel een ‘bond of separation’.

Rudi Holzhauer
Want wie is er nu geen migrant en dus geen vreemdeling?
Daar werd ik zelf mee geconfronteerd door de mooie opdracht die Ten Kate in mijn exemplaar van Wereldtijd schreef. Want ja – met een Duitse moeder en wonend in Spanje ben ik dus die ‘migrant bij uitstek’. En waar koningin Maxima in 2007 meldde dat ‘de Nederlander niet bestaat’, doelend op een behoorlijke diversiteit in identiteiten, geven David de Boer en Geert Janssen in hun boek De Vluchtelingenrepubliek aan dat de overgrote meerderheid van in Nederland wonenden een migratieachtergrond heeft. Ooit gekomen als vluchteling. Naar die Republiek. Daar is niets bijzonders aan. Allemaal ooit Vreemdelingen. Allemaal ooit Indringers. Inmiddels allemaal behoorlijk Verbonden.

Lees hier vervolg van deze bijdrage: ‘Een spirituele revolutie’
RELIFILOSOFIE vangodenenmensen.com

Beeld: deBalie Amsterdam
Foto Laurens ten Kate: Universiteit voor Humanistiek
Foto: Hans van Velzen – Trots laat Laurens ten Kate zijn recent verschenen boek zien. Wie meer wil weten over zijn ideeën doet er goed aan dit boek ‘Wereldtijd’ te lezen, over de blik van de vreemdeling die, zoals iedereen, verlangt naar verbondenheid.
Foto Rudi Holzhauer: (Moslim Archief)

Wereldtijd |Essay over de vraag van de vreemdeling | Laurens ten Kate | Boom