‘Alles in het universum komt voort uit bewustzijn’

Plato wist het al’, zei Pim van Lommel gisteren in Trouw, in het artikel Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding. ‘Die heeft letterlijk opgeschreven dat het lichaam de tijdelijke drager is van de ziel, die blijft. Nieuw is dat er nu wetenschappelijke ontdekkingen bijkomen die deze inzichten bevestigen.’ In mijn essay Plato en de idee van onsterfelijkheid schreef ik (PD) in een blog vorig jaar dat ‘de filosoof, een van de grootsten van de Oudheid, ooit zei, lang voordat het christendom bestond: “De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.”’

De manier waarop we tegen de dood aan kijken, ­bepaalt hoe we in het leven staan. Ik denk dat we ons bewustzijn de komende jaren verder gaan ontwikkelen. Dat bepaalt hoe we tegen de wereld aankijken. Als we verliefd zijn, is de wereld prachtig, maar als we depressief zijn, is dezelfde wereld een ramp. Als we ons bewustzijn veranderen, zal ook de wereld veranderen en de manier waarop we de wereld zien.’
(Trouw)

Van Lommel twijfelt er niet meer aan dat het bewustzijn géén product is van de hersenen, zegt hij in Trouw. Hij vergelijkt het eindeloze bewustzijn met de cloud waarin meer dan een miljard websites en filmpjes zitten.

Je kunt ze op je computer op elke plek in de wereld ontvangen, maar ze worden niet door dat apparaat geproduceerd, dat maakt alleen de ontvangst mogelijk. Als vergelijking: de hersenen en het lichaam maken de ontvangst van een gedeelte van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd.’
(Trouw)

Vanuit de traditionele wetenschap is er veel weerstand, zegt Van Lommel, maar dat zie je veel minder bij de rest van de bevolking: 70 procent van de mensen is in zekere zin religieus of spiritueel.

De zoektocht naar zingeving door innerlijke ervaring neemt de laatste jaren weer sterk toe. Dat zie je ook in de toenemende belangstelling voor vragen die te maken hebben met hoe we met elkaar, de aarde en de natuur moeten omgaan. Mensen met een bijna-doodervaring zijn vaak ook meer religieus geworden, in de letterlijke betekenis van het woord, dat het om herverbinden gaat. Maar daarin speelt de kerk voor deze mensen meestal geen rol. Voor hen is het geloven veranderd in weten.’
(Trouw)

Het nieuwste inzicht is, aldus Van Lommel in het interview met Roek Lips, dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie.

Dat is nogal wat, als je dat tot je door laat dringen. De manier waarop we tegen de dood aankijken, bepaalt hoe we in het leven staan. Ik ben optimistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustzijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven.’
(Trouw)

Zie:
* Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding (Trouw, uit de serie Nieuwe leiders: Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Roek Lips ging daarover in gesprek met bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast.)

* Plato en de idee van onsterfelijkheid (Goden en Mensen)
* Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn
(Goden en Mensen, 4 delen)
* Waarom de dood niet het einde is (YouTube)


Beeld: koornbusiness.nl

God en de mensmachine

De.MensmachineDetail

In De mensmachine (2018) doet journalist Mark O’Connell verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. In het hoofdstuk Geloof vertelt hij over zijn reis van San Francisco naar Piedmont voor een congres over transhumanisme. O’Connell ontmoet mensen – bij wie je kunt sprokkelen als je een fan bent van multiple religious belonging – zoals een transhumanist tevens wedergeboren christen, een transhumanistische boeddhist, twee mormoonse transhumanisten, iemand met een ‘knipperlichtrelatie’ met het joodse geloof, een praktiserend hermeticus en een oosters-orthodoxe hoogleraar systematische theologie.


Zijn wij de laatste sterfelijke generatie? Wel als het aan het transhumanisme ligt, de wetenschappelijke stroming die zich bezighoudt met radicale levensverlenging door middel van versmelting van mens en techniek. Al in 2048 kan de dood opgelost zijn; een gedachte die niet alleen hoopgevend is, maar ook angstaanjagend. (Uit: De mensmachine)


Een van O’Connells ontmoetingen, hoogleraar Wesley J. Smith, heeft het over ‘transhumanistische zieltjeswinners’ die beweren dat jij of je kinderen dankzij de wonderen van de technologie het eeuwige leven hebben.

En dat niet alleen: binnen enkele decennia zul je in staat zijn je lichaam en bewustzijn te transformeren tot een eindeloos aantal vormen, geschikt voor talloze doeleinden, met het gevolg dat deze zelfgestuurde evolutie leidt tot het ontstaan van een ‘posthumane soort’ met cartoonachtige superkrachten. Op een dag zullen we zelfs bijna goddelijk zijn.’

Smith vertelt over overeenkomsten tussen het transhumanisme en het christelijk geloof en vergelijkt het idee van de ‘Opname’ uit de christelijke eschatologie en het concept van de singulariteit (een hypothetische transhumanistische toekomstvisie, PD).

Beide zouden op een specifiek moment moeten plaatsvinden; beide zullen uiteindelijk tot de definitieve overwinning op de dood leiden; beide zullen een paradijselijke tijd van harmonie in een ‘Nieuw Jeruzalem’ inluiden – respectievelijk in de hemel en hier op aarde; zowel christenen als transhumanistische singularitarianen verwachten te worden toegerust met gloednieuwe ‘veredelde’ lichamen, enzovoort.’

O’Connell put uit publicaties van de hoogleraar die ter plekke achter zijn laptop een artikel in de National Review post over transhumanisme, dat hij een materialistische religie noemt of beter gezegd een wereldbeeld dat uit is op de voordelen van religie zonder een begrip als zonde of de nederigheid van het geloof in een Hoger Wezen te willen aanvaarden.

De transhumanistische boeddhist vertelde dat hij dankzij reïncarnatie in feite al het eeuwig leven had en hoe hij de eeuwigheid gewoon wilde doorbrengen in een beter lichaam dan dat waarmee hij momenteel was toegerust. Er liep ook een raëliaanse massagetherapeut rond die ervan overtuigd was dat het menselijk ras was ontwikkeld door wetenschappers die hier duizenden jaren geleden met ufo’s naartoe waren gekomen.


Transhumanisme is een bevrijdingsbeweging die niets minder bepleit dan een totale onafhankelijkheid van de biologie. Er is ook een andere zienswijze, een gelijkwaardige, tegengestelde interpretatie, namelijk dat die ogenschijnlijke bevrijding in werkelijkheid niets minder is dan een definitieve en complete onderwerping aan de technologie. (Uit: De mensmachine)


Een oecumenische sfeer proefde O’Connell, ook al waren de diverse overtuigingen over en weer onverenigbaar. Hij ziet het transhumanisme als een moderne opleving van religieuze ideeën.


Het transhumanisme wordt wel eens voorgesteld als een hedendaagse opleving van de gnostische ketterij, als een nieuwe, quasiwetenschappelijke voorstelling van een aloud religieus idee. (‘Tegenwoordig,’ zo stelt politiek filosoof John Gray, ‘is gnostiek het geloof van mensen die denken dat ze machines zijn.’) (Uit: De mensmachine)


De Mensmachine

Op het congres was ook een bijeenkomst, georganiseerd door Jason Xu, van Terasem, een geloof of ‘beweging’ gebaseerd op het idee van een ‘persoonlijk cyberbewustzijn’ en op de spirituele kant van zaken als breinemulatie (het uploaden van de herseninhoud om verder te leven als digitale kopie, PD) en extreme levensverlenging. Xu was de eerste die een transhumanistische demonstratie in de VS organiseerde, met spandoeken als ‘Onsterfelijkheid NU’ en ‘Google, doe iets aan de dood’. Hij deelde een gefotokopieerd boekje uit over A Transreligion for Technical Times:

De eerste waarheid van Terasem is dat het een collectief bewustzijn is, dat in het teken staat van diversiteit, eenheid en vreugdevolle onsterfelijkheid.’

O‘Connell werd soms niet echt wijs uit sommige woordenstromen van de aanwezigen, de overweldigende hoeveelheid onversneden beweringen. Hij voelde zich soms overdonderd door de ongebreidelde stortvloed van verkondigingen, zoals:

Daadwerkelijke onsterfelijkheid wordt bereikt wanneer gecodeerde data-emulaties van de werkelijkheid over de Melkweg en het heelal worden verspreid. De natuur wordt geëerd door een herschepping van het verleden en door het onvergankelijke behoud van vreugde en geluk.’

Journaliste Hanna Bervoets noemt De mensmachine sublieme literaire journalistiek over het eeuwige leven. The Sunday Times ‘een even helder als briljant boek. En ook nog grappig, érg grappig’. – Zijn boek leest als een pageturner, regelmatig inderdaad hilarisch.

Bron: Geloof – uit: De mensmachine 

De mensmachine – Hoe we de dood kunnen overleven | Mark O’Connell | Uitgeverij Podium, Amsterdam | € 21,50 | Ebook  € 9,90 | ‘Mark O’Connell doet verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. Hij introduceert de illustere hoofdrolspelers, laat zien welke ideeën zij nastreven, hoe haalbaar die zijn en hoe verstrekkend de gevolgen. Het resultaat is een even urgent als verbluffend boek over de nabije toekomst van de mens.’ (Podium) | De mensmachine in de Engelse versie (To be a machine) werd in 2017 genomineerd voor de prestigieuze Baillie Gifford Prize, de belangrijkste Britse prijs voor non-fictie.

‘Onstoffelijke ziel kan niet worden geüpload’

gettyimages.

Het eeuwige leven zoeken via het uploaden van onze geest is als zoeken naar de Heilige Graal. ‘Zonder ziel zou, wat het computerprogramma ook maar uitdrukt, slechts het leven nabootsen, want de totaliteit van ons fysieke bestaan ​​is veel meer dan de som van onze meetbare gedachten of het patroon van neurale synapsen die in de hersenen vuren.’ Aldus Wesley J. Smith in het artikel Your Mind Uploaded in a Computer Would Not Be You. ‘Het echte leven heeft een levend lichaam nodig.’

Je geest of persoonlijkheid, op de een of andere manier geüpload in een geavanceerd computersoftwaresysteem, is geen ander levend ‘jij’. Met je geest of persoonlijkheid op de een of andere manier geüpload, ben je nog steeds dood.’

In tegenstelling hiermee verklaarden anderen, zoals professor Brian Cox: ‘I don’t think people’s minds are different from computers because that would imply there’s something non-physical about them.’ En Ray Kurzweil, van Google, voorspelde dat binnen dertig jaar mensen hun volledige geest naar computers kunnen uploaden en digitaal onsterfelijk zullen worden.

Maar volgens Smith, senior fellow bij het Centre on Human Exceptionalism van het Discovery Institute, heeft het echte leven een levend lichaam nodig, en komt een elektronische avatar niet in aanmerking, evenmin als een AI-robot of een andere vorm van ‘kunstmatige drager’.

Dit is misschien gemakkelijker te begrijpen voor traditionele theïsten die geloven dat mensen uit zowel ziel als lichaam bestaan. De ziel, als onstoffelijke essentie, kan niet worden gedigitaliseerd of geüpload. Zonder ziel zou, wat het computerprogramma ook maar uitdrukt, slechts het leven worden nagebootst.’

Je kunt intuïtie niet coderen, stelt neuroloog Miguel Nicolelis, Duke University,  in het BBC News Magazine in een artikel over onsterfelijkheid.

Je kunt geen esthetische schoonheid coderen; je kunt geen liefde of haat coderen. Nooit zal een menselijk brein kunnen worden gereduceerd tot een digitaal medium. Het is simpelweg onmogelijk om die complexiteit terug te brengen tot het soort algoritmisch proces dat je zult moeten hebben om dat te doen.’

Hoogleraar theoretische natuurkunde, Universiteit New York, en popularisator van de wetenschap, Michio Kaku, is echter van mening dat we op een dag zullen leren ‘de persoonlijkheden van onszelf of geliefden in computers te downloaden als een avatar’ en ‘met hen communiceren alsof ze er nog steeds waren. Ze zouden in feite onsterfelijk worden’.

Op Michio Kaku is de repliek van Smith:

Niet waar. We zouden zeer verfijnde gedenktekens hebben gemaakt, meer verwant aan foto’s of video’s dan aan de levenden van de overledenen.’

Smith verwijst ten slotte naar Salomo als hij zegt dat die zei dat er een tijd is om geboren te worden en een tijd om te sterven: ‘Laten we ons leven niet op haar lengte beoordelen, maar op wat we doen met de beperkte tijd die we krijgen’.

Zie: Your mind uploaded in a computer would not be you

Beeld: ‘Humans could soon upload our memories and personalities to virtual avatars, which will interact with loved ones after you have died as you would have when they were alive’. (Getty Images / dailymail.co.uk)

Gaat de deur naar het hiernamaals een stukje open?


‘Het is wel degelijk mogelijk het bovennatuurlijke wetenschappelijk te testen.’ Op Filosofie.nl heeft wetenschapsfilosoof Maarten Boudry het desondanks over ‘weggesmeten geld’ als hij spreekt over de 5 miljoen dollar om onderzoek te doen naar onsterfelijkheid, die de Amerikaanse filosoof John Martin Fischer van de John Templeton Foundation heeft gekregen. 

Boudry: ‘Ik ben niet per se gekant tegen dit soort research. Sommige mensen zeggen: wetenschap en het bovennatuurlijke zijn gescheiden domeinen. De methoden van de wetenschap zijn niet toereikend om iets te zeggen over onsterfelijkheid. Maar Johan Braeckman en ik beargumenteren in ons boek dat het wel degelijk mogelijk is het bovennatuurlijke wetenschappelijk te testen.  

Promising research avenues
De Amerikaanse filosoof John Martin Fischer zal de deur naar het hiernamaals niet dichtslaan, zegt Boudry in het interview met journalist Maarten Meester van Filosofie Magazine. ‘Ik heb geen glazen bol, maar waarschijnlijk zal zijn conclusie luiden: we zien een aantal ‘promising research avenues’; er liggen veelbelovende onderzoeksvelden braak. We hebben weliswaar geen keihard bewijs voor het bestaan van het hiernamaals, maar we hebben ook geen bewijs gevonden dat het niet bestaat.’

Vandaar dat ik dit onderzoek van de Templeton Foundation toch vooral tijd- en geldverspilling vind. We zitten niet verlegen om mensen die maar al te graag willen dat er wetenschappelijke bewijzen zijn voor leven na de dood. Mensen zoeken daar dus al heel lang heel hard naar. Daar is niets uitgekomen. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat er nu opeens wel bewijzen opduiken voor onsterfelijkheid.  

Maarten Boudry is een van de schrijvers van het boek De ongelovige Thomas heeft een punt. De pers schrijft hierover: ‘Zalig zijn zij die De ongelovige Thomas lezen.’ (Spoor); ‘Iedereen zou dit boek moeten lezen.’ (Etienne Vermeersch); ‘Het non-fictie boek van het jaar. Een slimme en knap geschreven handleiding in kritische denken.’ (Joël De Ceulaer, Standaard der Letteren); ‘De ongelovige Thomas heeft een punt is filosofie voor dagelijks gebruik. De Gentse filosofen Johan Braeckman en Maarten Boudry geven concrete tips om je te wapenen tegen de valstrikken van de werkelijkheid.’ (Metro)

Zie: 5 Miljoen dollar-onderzoek naar onsterfelijkheid 

Illustr: tasmedes.wordpress.com