‘God houdt zich buiten het domein van de wetenschap op’

nasa

‘En gelukkig maar, want als die ergens thuishoort, is het daar,’ aldus New Scientist van januari 2017. Volgens dit maandblad werden de grootste vragen traditiegetrouw aan filosofen overgelaten: hoe weet ik dat ik besta? Beschikken we over een vrije wil? Waaruit bestaat de werkelijkheid? En waarom bestaat er überhaupt iets en niet niets? Tegenwoordig eigenen wetenschappers zich deze vragen steeds vaker toe. New Scientist publiceert een Dossier Metafysica.

Kunnen we ooit weten of God bestaat?’ is eveneens een van de vragen die New Scientist zich stelt. Het vraagt zich af wat er voor nodig is om het bestaan aan te tonen van een bovennatuurlijk wezen dat zich, om maar wat te noemen, overal en nergens bevindt, immanent en transcendent is, kenbaar en onbegrijpelijk; voor het vinden van bewijs voor het higgsdeeltje was al vijftig jaar nodig.

Met het voortschrijden van de wetenschappelijke kennis is er weinig overgebleven van het standpunt dat overal bewijs voor gods bestaan te vinden is. Sommige moderne religieuze filosofen hebben zich daarom bekend tot het standpunt van de gereformeerde epistemologie. Zij stellen dat het bestaan van een god geen rechtvaardiging of bewijs behoeft. God bestaat gewoon, punt uit.’ (NS)

Intelligent design bleek weerlegbaar, ondanks zoiets moois en functioneels als een oog of een vlinder. Het leverde geen bewijs voor het bestaan van een schepper. Nu wordt gesteld dat er steeds meer denkers voor de alternatieve stelling voelen dat er overal bewijs voor te vinden is dat god niet bestaat.

Waarom we toch menen dat het anders zit, is verklaarbaar vanuit de ‘hypothese van cognitieve bijwerking’. Die stelt dat het menselijk brein neigt naar religieuze overtuigingen, onder andere door het hyperactive agency detection device – de veronderstelling waarin we verkeren dat alles in onze omgeving veroorzaakt wordt door een onzichtbaar iets of iemand.

Dit geëvolueerde systeem was misschien voordelig voor onze voorouders: zodra zij de aanwezigheid van een dier in het struikgewas ontwaarden, waren ze beter voorbereid om snel te vluchten of aan te vallen. Maar het gevolg daarvan is dat wij tegenwoordig geneigd zijn om in alles wat we zien gebeuren een onzichtbare hand te zien, wanneer we het niet direct kunnen verklaren.’ (NS)

New Scientist verwijst hiermee naar natuurkundige Victor Stenger, die stelde dat de monotheïstische god waar miljarden mensen in geloven, ofwel bestaat of niet bestaat, maar als die wel bestaat, dan moeten daar aantoonbare gevolgen voor te vinden zijn.

Eén reden waarom zo veel mensen in god geloven, is dat het geloof de meedogenloosheid van het bestaan verzacht door het universum betekenis te geven. Sommige theologen menen zelfs dat de zinloosheid van een bestaan zonder god juist het bestaan van die god bewijst.’ (NS) 

Voor Dascha Düring hoeft dat bewijs niet gevonden te worden, liever niet zelfs. Vorig jaar schreef de filosofe (Universiteit Utrecht) in Bij Nader Inzien, een site die maatschappelijke kwesties voorziet van filosofische analyse en reflectie, het artikel Ammehoela Godsbewijs: als God bestaat zou hij helemaal niet willen dat wij hem bewijzen.

Het godsbewijs is een nekslag voor het geloof, en daarnaast kunnen we dan de volledige filosofische theologie – bijvoorbeeld Aquinas, Meister Eckhart, Luther – in de prullenbak gooien. Zelfs als agnost lijkt mij dat buitengewoon zonde. Als wij weten dat God bestaat, kunnen wij niet geloven dat God bestaat – want we weten dit immers. Als God bestaat, kan hij niet willen dat wij niet in hem geloven. Als God bestaat, kan hij niet willen dat hij bewezen wordt.’ (DD)

Een van de filosofen die hierop reageerde was Emanuel Rutten. Hij stelt dat als er wél een sluitend algemeen Godsbewijs zou bestaan, dat er dan nog genoeg ruimte overblijft voor geloof.

Want zo’n bewijs zegt helemaal niets over de vraag of God de God is waarvan, zeg, het christendom getuigt. Ook zegt zo’n bewijs niets over de waarheid of onwaarheid van allerlei specifieke uitspraken in, zeg, de Bijbel. Daarnaast sluiten geloof en weten elkaar niet noodzakelijk uit. De meeste filosofen beschouwen kennis zelfs als een vorm van geloof.’ (ER)

Zie:
Dossier Metafysica (Blendle – New Scientist)
Ammehoela Godsbewijs: als God bestaat zou hij helemaal niet willen dat wij hem bewijzen (Bij Nader Inzien)

Illustr: ‘Hand van God’ – Wetenschappers vertellen dat de ‘Hand van God’ een soort nevel is dat circuleert om een neutronenster. Het verschijnsel is ontstaan toen een ster explodeerde. De overgebleven pulsar draait heel snel, zo’n zeven keer per seconde, om zijn eigen as waardoor de puindeeltjes (onder andere gas) de ruimte in worden geslingerd. In 2009 is ook al een ‘Hand van God’ waargenomen door NASA. (2014)

Wat als… we god ontdekken?

AlienWorldNASA

‘Het valt niet te ontkennen dat zich in ons hoofd een godvormige leegte bevindt. Maar wat als deze gevuld werd? Zou de mensheid zich plotseling massaal bekeren? Misschien wel, al is niet duidelijk waartoe mensen zich dan zouden bekeren.’ Dit vraagt wetenschapsjournalist Joshua Howgego zich af in het februarinummer van New Scientist. ‘Of misschien duikt god simpelweg zelf in volle bovennatuurlijke glorie op aarde op. De schok zou niet groter kunnen zijn.’

Georganiseerde religies zouden waarschijnlijk flink in beroering worden gebracht. Want een god die zich in willekeurige gedaante aan ons kan tonen, gaat onze beperkte huidige ideeën ver te boven.’

Howgego is, in zijn artikel Wat als… we god ontdekken?, van mening dat als een dergelijk wezen zich aan ons zou presenteren, atheïsten er misschien een revolutie tegen zouden beginnen.

Uiteindelijk zal onze reactie afhangen van de aard van het bewijs, zegt religie-gespecialiseerd antropoloog Joel Robbins van de universiteit van Cambridge. Alleen als dat bewijs dramatisch is zal dat grote veranderingen veroorzaken, zegt hij. ‘Het zou zoiets moeten zijn als Jezus zelf, of buitenaardse wezens die op aarde opduiken met de mededeling: hallo, wij zijn jullie scheppers.’

JoshuaHowgegoTwitterEen godsbewijs kan ook leiden tot fatalisme, stelt Joshua Howgego (foto: Twitter). Als bewezen wordt dat God daadwerkelijk bestaat, kunnen mensen hun interesse in de medische oorzaken van hun ziektes verliezen, en als een fysische identiteit de oerknal in gang heeft gezet, zou dat voor eeuwig en altijd bewijzen dat het universum niet eeuwig is.

Toch denkt kosmoloog en theoloog Alexei Nesteruk dat een bewijs dat god bestaat uiteindelijk onmogelijk is omdat dat het bestaan zou bewijzen van een wezen dat niet geschapen is. Wanneer we met een dergelijke entiteit geconfronteerd zouden worden, zouden we hem altijd de vraag kunnen stellen: ‘En wie is jouw schepper dan?’

Het artikel maakt deel uit van het hoofdartikel De realiteit aan diggelen: Onwaarschijnlijke ideeën die de wereld op zijn kop zetten. Hierin staan een tiental ‘wat als’-vragen die de potentie hebben om onze kijk op de wereld blijvend te veranderen, zoals: ‘Wat als… het grootste deel van de werkelijkheid onzichtbaar is? En: ‘Wat als… we niet alleen zijn? En: ‘Wat als… we uit de ruimte komen?’ En: ‘Wat als het universum een illusie is?’

Hoewel de religies in zwaar weer terecht zouden komen, kunnen we een hausse verwachten in het theologische debat. Boven aan de agenda zullen moraliteit, lijden en de dood prijken. Dat zijn onderwerpen die er in het academische debat vaak bekaaid afkomen, zegt Stephen Bullivant van St Mary’s University in Londen. Als er lijden bestaat terwijl god almachtig is, betekent dat dan dat lijden noodzakelijk is voor het bestaan van het universum? Of zegt het eerder iets over de aard van deze god?’

Zie: NewScientist: De realiteit aan diggelen (Blendle, € 0,89)

Illustr: AlienWorld NASA