Laat de wetenschap God binnen?

the_astronomer_1668_xx_louvre_paris_france4
‘De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ – Dit schreef de Britse natuurkundige Peter Russell al in 1996 in The Optimist. Volgens Filosoof Emanuel Rutten, nu in Wijsgerig Perspectief, wijst bewustzijn inderdaad naar boven.

The Optimist – een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen – stelt dat de wetenschap toentertijd weinig raad wist met het bewustzijn en voor God was er al helemaal geen plaats in de natuurwetenschappen. Maar Peter Russell denkt dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen ook bij God zal brengen.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn.’ (Russell)

Russell stelt dat deze mogelijkheid absoluut taboe is binnen het hedendaagse wetenschappelijke superparadigma en trekt een vergelijking met Galileo die het Vaticaan meedeelt dat de Aarde niet het centrum van het heelal vormt.

Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma’s van het volgende millennium eruit zullen zien.’ (Russell)

Rutten doet alvast een – filosofische – poging en stelt dat het duidelijk is dat op enig moment in de ontstaansgeschiedenis van de kosmos het bewustzijn zijn intrede deed. De herkomst van natuurlijk bewustzijn is volgens de filosoof niet gelegen in onbewuste materie, want het is onredelijk om te stellen dat het natuurlijk bewustzijn in de kosmos wordt veroorzaakt of geproduceerd door onbewuste stof.

De suggestie dat stof of materie bewustzijn kan voortbrengen, gaat diepgaand in tegen onze intuïtie. (…) Dat natuurlijk bewustzijn hetzelfde zou zijn als materie is buitengewoon onwaarschijnlijk. Onze gevoelens en gedachten hebben immers geen massa, geen volume en geen dichtheid. Omgekeerd hebben bewuste mentale ervaringen allerlei eigenschappen die bewegende materiedeeltjes niet hebben, zoals het in zichzelf verwijzen naar iets anders en het geladen zijn met betekenis.’ (Rutten)

Rutten stelt dat de herkomst van het natuurlijk bewustzijn gelegen moet zijn in een bewustzijn dat zelf niet natuurlijk is en redelijkerwijs is gelegen in een bewust wezen dat buiten de kosmos bestaat en op enig moment bewustzijn in de kosmos bracht.

Dit bovennatuurlijke bewuste wezen is de ultieme verklaringsgrond en oorsprong van al het natuurlijk bewustzijn in de kosmos en mag dan ook met recht God genoemd worden. Het bestaan van bewustzijn in de kosmos geeft dus aanleiding tot een redelijk argument voor het bestaan van God. In elk geval levert het er een buitengewoon sterke aanwijzing voor op.’ (Rutten)

Zie:
God staat op de drempel van de wetenschap (Peter Russell)
Bewustzijn wijst naar boven (Emanuel Rutten)

Beeld: Johannes Vermeer, De astronoom, 1668 (Louvre, Parijs) – Het schilderij toont een man die een hemelglobe bestudeert. Op de werktafel ligt de Institutiones Astronomicae et Geographicae van Adriaan Metius (1621) opengeslagen, die de onderzoeker in dat hoofdstuk III adviseert om behalve op mechanische instrumenten en kennis van geometrie ook op inspiratie door God te vertrouwen. (Civis Mundi)