Hoe God het lijden van de mensheid kan laten voortduren

peanuts-1998-2181
‘Is dat te rijmen met Gods onovertroffen liefde? Het is echter zeker denkbaar dat vrijheid onmogelijk kan bestaan zonder lijden. En als God alwetend is, dan is het denkbaar dat Hij ook weet dat het scheppen van een wereld onvermijdelijk genoemde keerzijde heeft.’ Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn artikel ‘Toets je wereldbeeld: zeven kritische vragen’, waarin hij stelt dat het christendom de toets der kritiek doorstaat.

Rutten bespreekt hierin de existentiële kwestie van de vraag naar het lijden in deze wereld. Gezien de ‘toestand in de wereld’ is dit momenteel een vraag die vele mensen stellen: ‘Het enorme leed dat mensen elkaar aandoen, overvalt en ontmoedigt ons. Hoe kunnen we dit verenigen met een geloof in een liefdevolle God?’

De vraag blijft hoe God het lijden van de mensheid überhaupt kan laten voortduren. Is dat te rijmen met Gods onovertroffen liefde? Het is echter zeker denkbaar dat creatuurlijke vrijheid onmogelijk kan bestaan zonder lijden. En als God alwetend is, dan is het denkbaar dat Hij ook weet dat het scheppen van een wereld onvermijdelijk genoemde keerzijde heeft.’ 

De filosoof stelt dat het christendom deze existentiële vraag nooit uit de weg is gegaan en zelfs het lijden van de mens tot haar kernprobleem en centrale thema heeft gemaakt. Zijn conclusie is dat de mens zelf het kwaad in de wereld heeft gebracht. We zijn daarom dus zelf verantwoordelijk. God wist dat menselijke vrijheid onvermijdelijk ook menselijk lijden zou veroorzaken. Moest hij de duisternis en de leegte dan maar laten overwinnen of, ondanks alles, de wereld tot aanzijn laten komen?

Dan besluit God zoals gezegd toch te scheppen, licht in de duisternis te laten schijnen, het niets, de leegte, niet te laten overwinnen. De beslissende stap in het christendom is mijns inziens de gedachte dat God vervolgens als schepper van deze wereld besloot zich niet afzijdig te houden, ja mede verantwoordelijkheid te dragen door zelf te incarneren en zelfs door de dood heen mee te lijden met de mensheid. 

Het kruis is zo uiteindelijk het finale antwoord op de vraag naar het lijden. Het kruis en het lijden zijn elk op zich voor de mensheid wellicht een raadsel. Maar door ze bij elkaar te brengen ontstaat zicht op een oplossing. Pas door ze bijeen te brengen, worden beide raadsels opgelost.’  

Blijft echter de vraag – het raadsel dat Rutten hier niet oplost – naar het het lijden in de wereld dat niet door de mens in de wereld wordt gebracht, zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, komeetinslagen, orkanen en tsunami’s. Sommige natuurrampen zijn weliswaar terug te brengen als door de mens primair veroorzaakt door atoom- of andere proeven, fatale modderstromen door boskap en dergelijke, maar veel kwaad is er in de wereld zonder dat de mens dat aanricht. De ‘vrije wil’ van Moeder Aarde brengt zo zijn kwaad mee…

In een ander artikel stelt Rutten dat het wellicht metafysisch onmogelijk was een wereld te maken waar geen ongelukken gebeuren. En als ultieme ‘troost’:

Uiteindelijk, al is het aan het einde der tijden, zal er verlossing zijn. Het licht zal overwinnen, al is het pas aan het einde der tijden. Wat anders kon God nog geven? Hij hééft alles gegeven, het ultieme.’

Zie: Toets je wereldbeeld: zeven kritische vragen (de Bezieling)

Illustr: peanuts.com

God is niet verantwoordelijk voor het kwaad


God de schuld geven van het kwaad kan niet. De functie van God is om ons juist te verlossen van het kwaad. Het is een redeneerfout om aan God zulke eigenschappen toe te dichten dat we Hem verantwoordelijk kunnen houden voor het kwaad. ‘Wie een dergelijk beeld van God heeft, haalt de boel – de natuurlijke volgorde – door elkaar. Het is correct om te stellen dat God algoed is (en de wereld en de mens verdorven en slecht).’

Lachende theoloog Jan Riemersma stelt in zijn blogartikel God, Naturalisme en Menselijk Lijden dat God als oorzaak stellen van het kwaad fout is, ‘want men vervalt tot een cirkelredenering als men stelt dat God het lijden van de mens veroorzaakt heeft.’
Riemersma gaat in op het boek van Barbara King ‘Evolving God, A Provocative View on the origins of Religion’,  in de Nederlandse vertaling: ‘De spirituele aap. Waarom we in God geloven.’

De belangrijkste stelling van King is dat religie voortkomt uit ons vermogen tot empathie, het ‘meevoelen met onze soortgenoten’. – ‘Zeker,’ zegt Riemersma, ‘wij voelen met de ander mee, omdat we begrijpen dat er van het lijden een grote dreiging uitgaat. Zoals onze vriend daar op zijn stervensbed ligt, die voortdurend bloed hoest, zo zullen jij en ik aanstonds ook op ons stervensbed liggen. ‘Alle levende wezens zullen worden vernietigd: tot niets gemaakt worden. En we zitten er stilletjes bij te kijken. Mijn vriend, ik kan jou niet helpen. Vaarwel.’

Riemersma zegt dat we geen remedie hebben gevonden tegen het lijden. ‘De hedendaagse alchemisten, de geleerden, rekken onze levens met ettelijke jaren, een procedure die niet het lijden opheft, maar ons met duizenden tegelijk doorschuift naar andere, nieuwe vormen van lijden: we sterven niet aan kinkhoest en pokken, maar aan kanker en alzheimer. We kunnen vaststellen dat de wetenschap haar beloften (nog) niet heeft kunnen nakomen: het lijden als geheel is in al die jaren niet verminderd.’

Een van de reacties – van Gert Korthof – is dat het ‘verlossen van het kwaad’ kennelijk niet gelukt is. ‘Niet voor de slachtoffers van Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot, Saddam Hussein, Pinochet, Ho Chi Minh en recentelijk de 3500 burger in Syrië. (De lijst is natuurlijk niet compleet.)’ Riemersma antwoordt hierop met te stellen dat het verlossen ‘natuurlijk bedoeld wordt na de dood. God is immers een bovennatuurlijk wezen?’

Voor Riemersma is het in ieder geval zo dat als we op de natuurlijke functie van religie letten, het dan in ieder geval klip en klaar is dat we aan God de eigenschap ‘al-goed’ mogen toeschrijven.

Zie: God, Naturalisme en Menselijk Lijden 

Illustr: De Schreeuw, 1893 –  http://munchexperts.com