We zijn aan de mensen overgeleverd


De humanisten zeggen dat wij voor elkaar moeten zorgen en dat de ‘goden’ ons bij deze taak alleen maar voor de voeten lopen. Maar is het werkelijk een geruststelling als we weten dat we niet aan de goden, maar aan de mens overgeleverd zijn? Voor mij niet althans. – Dat zegt de Lachende Theoloog in zijn ‘Theodicee 2’

‘Wie wil horen hoe de atheïst de wereld ten goede zal veranderen wordt hooguit vergast op rechtschapen bedoelingen (wetenschap en technologische vooruitgang spelen er een vooraanstaande rol in.)’

Volgens Jan Riemersma, alias de Lachende Theoloog, zijn de humanisten en de atheïsten al te ideologisch. ‘Ze hebben in dit opzicht meer fantasie dan de gelovige en ook zijn ze naïever. Als het aan de mens ligt, geloof me, dan zal het paradijs er niet komen.’

We kunnen daarom beter wensen – ceteris paribus (dit betekent zoiets van onder overigens gelijke omstandigheden, pd) – dat er wél een God bestaat. Een dergelijke bovennatuurlijke persoon betekent voor ons, gegeven onze toestand hier op aarde, tenminste een schijn van hoop. 

Riemersma zegt een en ander in een artikelenreeks ‘Theodicee’ waarin hij dit begrip ook uitlegt. Een theodicee is een theorie of hypothese die probeert te verklaren hoe het bestaan van een rechtvaardige God te rijmen is met het lijden van mens en dier. Een theodicee is nodig als antwoord op het probleem van het kwaad.

Door het kwaad in de wereld komen wij op het idee dat God bestaat en zijn we zelfs in staat om een redelijk nauwkeurige definitie van God te geven (pace de ‘semantische’ atheïst). We zijn echter niet in staat om te bestuderen hoe God handelt en welk verband er is tussen de inrichting van de werkelijkheid en God.

In het eerste deel ‘Theodicee’ geeft Riemersma een antwoord op de vraag hoe het bestaan van een rechtvaardige God kan worden gerijmd met het ‘kwaad’ in de wereld. In ‘Theodicee 2’ zegt hij dat het kwaad in de werkelijkheid wel de minste reden is om ons geloof in God op te geven. Integendeel, het kwaad in de werkelijkheid is juist de krachtigste reden om te wensen dat God bestaat!

Ons verstand is beperkt. Wij ordenen de werkelijkheid logisch en dit beneemt ons het zicht op de peilloze en onmetelijke omvang van de werkelijkheid. (Deze thema’s komen al bij Hume en Pascal aan de orde.) Er is voor ons daarom geen reden om ons geloof op te geven.

Zie: Theodicee

en: Theodicee 2

Illustr: From New Humanist’s God Trumps  (godknowswhat.wordpress.com)

God is niet verantwoordelijk voor het kwaad


God de schuld geven van het kwaad kan niet. De functie van God is om ons juist te verlossen van het kwaad. Het is een redeneerfout om aan God zulke eigenschappen toe te dichten dat we Hem verantwoordelijk kunnen houden voor het kwaad. ‘Wie een dergelijk beeld van God heeft, haalt de boel – de natuurlijke volgorde – door elkaar. Het is correct om te stellen dat God algoed is (en de wereld en de mens verdorven en slecht).’

Lachende theoloog Jan Riemersma stelt in zijn blogartikel God, Naturalisme en Menselijk Lijden dat God als oorzaak stellen van het kwaad fout is, ‘want men vervalt tot een cirkelredenering als men stelt dat God het lijden van de mens veroorzaakt heeft.’
Riemersma gaat in op het boek van Barbara King ‘Evolving God, A Provocative View on the origins of Religion’,  in de Nederlandse vertaling: ‘De spirituele aap. Waarom we in God geloven.’

De belangrijkste stelling van King is dat religie voortkomt uit ons vermogen tot empathie, het ‘meevoelen met onze soortgenoten’. – ‘Zeker,’ zegt Riemersma, ‘wij voelen met de ander mee, omdat we begrijpen dat er van het lijden een grote dreiging uitgaat. Zoals onze vriend daar op zijn stervensbed ligt, die voortdurend bloed hoest, zo zullen jij en ik aanstonds ook op ons stervensbed liggen. ‘Alle levende wezens zullen worden vernietigd: tot niets gemaakt worden. En we zitten er stilletjes bij te kijken. Mijn vriend, ik kan jou niet helpen. Vaarwel.’

Riemersma zegt dat we geen remedie hebben gevonden tegen het lijden. ‘De hedendaagse alchemisten, de geleerden, rekken onze levens met ettelijke jaren, een procedure die niet het lijden opheft, maar ons met duizenden tegelijk doorschuift naar andere, nieuwe vormen van lijden: we sterven niet aan kinkhoest en pokken, maar aan kanker en alzheimer. We kunnen vaststellen dat de wetenschap haar beloften (nog) niet heeft kunnen nakomen: het lijden als geheel is in al die jaren niet verminderd.’

Een van de reacties – van Gert Korthof – is dat het ‘verlossen van het kwaad’ kennelijk niet gelukt is. ‘Niet voor de slachtoffers van Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot, Saddam Hussein, Pinochet, Ho Chi Minh en recentelijk de 3500 burger in Syrië. (De lijst is natuurlijk niet compleet.)’ Riemersma antwoordt hierop met te stellen dat het verlossen ‘natuurlijk bedoeld wordt na de dood. God is immers een bovennatuurlijk wezen?’

Voor Riemersma is het in ieder geval zo dat als we op de natuurlijke functie van religie letten, het dan in ieder geval klip en klaar is dat we aan God de eigenschap ‘al-goed’ mogen toeschrijven.

Zie: God, Naturalisme en Menselijk Lijden 

Illustr: De Schreeuw, 1893 –  http://munchexperts.com