Bijbel thema Boekenweek 2019?

bijbel-en-phone

Het thema voor de Boekenweek 2019 is nog onbekend, maar Jan Siebelink schrijft het Boekenweekgeschenk. Welk verhaal zich voor de week gaat aandienen, daar is Siebelink zelf nieuwsgierig naar. De in 2017 overleden gereformeerde theoloog prof. dr. Harry Kuitert gaf in zijn boekje Aan god doen als suggestie aan de CPNB het thema: de rol van de Bijbel. Uitgeverij Ten Have bracht in 1997 Kuiterts boektitel uit in kapitalen, wellicht om te voorkomen dat iemand zich stoorde aan god met een g. Zo werd het AAN GOD DOEN. De NRC meldde destijds dat Kuitert een onderscheid maakt tussen aan god doen en aan God doen.

Kuitert schreef over God en zijn woordvoerders. En over openbaring, waarop het christelijk gelooft zich beroept, vanouds, voor zijn waarheid. Volgens de theoloog zouden we de dragende grond van de gedachte dat te midden van de godsdiensten (en het ongeloof) ‘christelijk’ hetzelfde is als ‘geopenbaard’, in de Bijbel moeten zoeken.

Maar dat klopt niet. Niet de Bijbel, maar de theorie óver de Bijbel, de theorie als gods onfeilbaar woord, een woord dat echt ‘van boven’ komt, is de drager. Deze theorie brengt onheil, verknoeit het geloof, bederft het Bijbellezen en ontkracht de communicatie over het geloof. ‘Gods woord zegt…’ snijdt elk gesprek af, is zelfs bedoeld om tegenspraak uit te sluiten.’ (uit: AAN GOD DOEN)

De theoloog hoopte dat als je van deze theorie zou afstappen de Bijbel weer terug werd gebracht naar waar hij hoort, bij de mensen, want de Bijbel heeft eeuwenlang als volksboek gefunctioneerd en waarom zou je dat je laten ontfutselen door een theorie?

Voor de christenheid blijft de Bijbel het boek der boeken, en niet voor de christenheid alleen. Hierbij alvast een suggestie voor de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek: over tien jaar de rol van de Bijbel als thema van de Boekenweek.’ (Harry Kuitert)

Siebelink werd vooral bekend in 2005 met zijn autobiografische roman Knielen op een bed violen, over de religieuze extase en verdwazing van zijn vader.

Op een beslissend punt in zijn volwassen bestaan heeft Hans Sievez een diepreligieuze ervaring; hij is ervan overtuigd voor een kort moment in direct contact met God te hebben gestaan. In de daarop volgende zoektocht naar zingeving en het eeuwige leven verliest hij het zicht op de werkelijkheid en het contact met zijn omgeving. Zijn huwelijk en de relatie met zijn twee zoons komen onder grote druk te staan.’ (Cover Knielen op een bed violen)

Volgens Kuitert zijn Bijbelteksten – wat ze ook geweest mogen zijn voor vorige generaties – geen letterlijke beschrijvingen of directe geboden, en is de uitleg van de Bijbel vrij. Hij vindt dat ‘Ga uit uw land en uit uw maagschap [bloedverwanten, PD]’ gelezen kan worden als aansporing om een zelfstandig persoon te worden, met een eigen verantwoordelijkheid.

Wie niet zijn vader of moeder verlaat’, als een opdracht tot uittocht uit de instituten; de opstanding van Jezus als aanmoediging tot maatschappelijke en politieke opstand. Dat kan en mag allemaal, zolang je ‘lezing’ niet voor ‘uitleg’ aanziet, en er het religieus gezag van ‘Gods woord’ voor opeist.’ (Kuitert)

In het boek Knielen op een bed violen komen zeer veel verwijzingen voor naar de Bijbel, maar een van de commentaren is, dat als je de Bijbel niet goed kent, je er overheen leest. Misschien is Kuitert al op zijn wenken bedient, en heeft Siebelink het verhaal allang geschreven: het verhaal over zijn vader, over het geleidelijke maar onstuitbare afglijden van een zachtaardig maar in zijn jeugd verwond man – vluchtend in het zwartste calvinisme.

jansiebelink.nl
E
r waren toen en er zijn nu nog altijd mensen die de Bijbel eng uitleggen. Zoals Jan Siebelink in Vrij Nederland in 2009 zei dat hij voortdurend brieven krijgt:

Brieven die mij de straf al toedienen. ‘De Heere der Heerscharen zal u de kop vermorzelen.’ Ze zijn anoniem en komen ’s nachts door de brievenbus. Daar ben ik toch wel een beetje bang voor. Dan denk ik: mijn vader dacht er ook zo over.’ (Jan Siebelink)

Siebelink zegt dat hij tot zijn 32e heeft geloofd en later afstand heeft genomen. Het geloof is als een mantel van hem afgegleden. Misschien heeft hij wat aan Sartre en Camus gehad, die hij al las op zijn zeventiende. Op school. Toch blijft voor Siebelink de Bijbel een cultureel en sacraal boek, zegt hij in Het hoogste woord (2006). Het heeft een grote waarde voor hem. Bij hem blijft nog altijd de vraag of er een God is ‘die ons opvangt’. Kuitert heeft voor hem het mysterie weggehaald. Hij zelf wil ervoor open blijven staan.

Misschien dat Jan Siebelink toch (weer) over de rol van de Bijbel kan schrijven als Boekenweekgeschenk 2019. Hij is er immers van overtuigd dat de Bijbel opnieuw ontdekt wordt. Hij heeft zo zijn gedachten over de wereld en de Bijbel.

Dat boek hebben we nodig om niet in huilen uit te barsten in de IKEA’s van deze tijd en ons doorgeslagen materialisme. Behalve die religieuze leegheid waarbij niets ons meer lijkt te overstijgen, krijgen we ook steeds meer te maken met de islam, een hermetische godsdienst die geen Verlichting of Reformatie heeft gekend. Dat wordt als bedreigend ervaren. Als reactie hierop verwacht ik een omkeer, misschien wel een herkerstening van West-Europa. Hoe mensen daarbij hun geloof ook zullen vormgeven, het kan niet anders dan dat de Bijbel daarbij een belangrijke rol gaat spelen. Dat boek is en blijft immers een centrale bron van onze cultuur.’ (Siebelink)

Je zou zeggen dat Siebelink materiaal genoeg in huis heeft om over de (nieuwe?) rol van de Bijbel als thema voor het Boekenweekgeschenk 2019 te schrijven. Hij zei in 2016 heel veel verhalen te hebben. Misschien kan hij aan ‘ons doorgeslagen materialisme en die religieuze leegte’ woorden geven, in relatie met het economisch liberalisme en de liberale wereldorde bijvoorbeeld. – De Boekenweek vindt plaats van zaterdag 23 tot en met zondag 31 maart 2019. Het thema wordt op een later moment bekendgemaakt.

Beeld: zininwijkbijstuurstede.nl

Foto: Jan Siebelink (detail cover Het Onzegbare)

‘Kuitert lichtte christelijk geloof tot in al zijn uithoeken door’

Dr._H.M._Kuitert1969wikipedia (1)

‘Geloven is geen slikken of stikken. En dit is precies waarom Kuitert zo belangrijk is.’ Dit zegt hoogleraar geschiedenis van het christendom en hoogleraar wijsbegeerte, Arie L. Molendijk in Kuitert: een onafwendbare inhaalmanoeuvre, in de paper Harry Kuitert, zijn theologie en de samenleving. ‘Als je een uiterst pretentieus geloofssysteem zoals het christendom hebt, dan zul je dat als wetenschappelijk theoloog moeten uitleggen. Getuigen alleen is niet genoeg. Verantwoording is dus cruciaal. Dat te doen en daar je levenswerk van te maken is geen geringe opgave.’

Al heeft Kuitert dan mijns inziens ongelijk als hij stelt dat de mens ‘ongeneeslijk religieus’ is, toch bestaan er veel mensen met een sensibiliteit voor het transcendente – een sensibiliteit die zeer goed door godsdienstige tradities gevoed kan worden.’

In de herinnering van Molendijk was er sprake van een grote mate van waardering voor het ‘intellectuele niveau’ van Kuitert. Hier werd geargumenteerd, en niet slechts geponeerd, of nog erger getuigd van eigen overtuigingen. Met name in zijn eigen vakgroep Godsdienstwijsbegeerte en Ethiek werd dit hogelijk gewaardeerd. Zij hadden het idee dat aan de VU op een bepaalde manier een geestverwant sprak en prefereerden Kuiterts stijl van denken boven de cryptotheologie die de Utrechtse godsdienstwijsgeren praktiseerden.

Hij [Kuitert, PD] verschool zich niet achter ontoetsbare openbaringsclaims, maar argumenteerde op grond van algemeen inzichtelijke uitgangspunten.’

Molendijk vond het opvallend hoe subtiel Kuitert vaak te werk ging, en vindt dat dit misschien moeilijk te begrijpen is voor degenen die hem als de grote afbreker zien, maar Molendijk zag vooral ‘de niet aflatende moeite en zorg en energie die Kuitert erin gestoken heeft om het christelijk geloof tot in al zijn uithoeken te doorlichten.’

In Trouw van 11 oktober 2011 werd onder de kop ‘Harry Kuitert is echt passé’ gerapporteerd dat jonge theologen Kuitert niet meer spannend en vernieuwend vinden. ‘Die afrekentheologie, dat hoeven wij niet meer’. Dat lijkt mij te gemakkelijk.’

Volgens Molendijk mag er een element van waarheid in deze wijsneuzerige kritiek zitten, maar doet zij geen recht aan de betekenis van Kuitert. Ook al worden zijn boeken niet meer herdrukt, dat wil niet zeggen dat zijn gedachtegoed of de lange denkweg die hij heeft afgelegd niet meer relevant zijn.

De kerkelijke officials houden niet van dwarsliggers. In de nieuw gevormde Protestantse Kerk in Nederland lijkt een soort van nieuwe, parmantige orthodoxie de boventoon te vormen. Een orthodoxie – of wat daar voor doorgaat – die het heel goed met zichzelf getroffen heeft. Kritisch zelfbewustzijn lijkt daar bepaald geen deugd. De vraag die kritische ouders zich vandaag de dag weer moet stellen is: ‘moet ik mijn kinderen aan zo’n kerk blootstellen’? In die zin is een denken à la Kuitert zeker niet passé – of pessimistischer gedacht: zou dat niet moeten zijn.

Zie: Een VU-theoloog die verder keek: Harry Kuitert, zijn theologie en de samenleving, redactie Ab Flipse (academia-edu, 2017) In deze bundel zijn ook artikelen te vinden van Fred van Lieburg – Inleiding: een godgeleerde verrekijker; Petra Pronk – Harry Kuitert: de man met de loep; George Harinck – Vrijheid van dwang; Alain Verheij – Het hellend vlak: voor ons was Kuitert de duivel; Désanne van Brederode – Wie zegt dat al het spreken van beneden komt? Over inspiratie als godsgeschenk, en Maarten Wisse – Hoe we van ons Kuitert-complex afkomen.

Foto: Kuitert in 1969 (Jac. de Nijs (Anefo) – Nationaal Archief, via Wikipedia)

Kuitert rationaliseert God helemaal weg


Het lijkt erop dat Harry Kuitert alleen nog ‘brein’ is. Een overdosis Swaab? In zijn verbeelding heeft Kuitert zich voor God afgesloten. En in de Rede heeft hij Hem niet gevonden, dus hij gelooft niet in Hem, ook niet in eentje die niet bestaat. ‘God is niet van kennis, maar van verbeelding,’ zegt hij. ‘God is een gedachte van mensen. Geloven is alles behalve kennis.’ 

De oud-hoogleraar theologie stelt dat ‘wanneer het absolute uit de godsdienst verdwijnt, de oorlog afgelopen is en mensen veilig zijn’. Wat bedoelt hij met het absolute? Als ik hem goed begrijp, doelt hij op God, het absolute geloofspunt van alle godsdiensten. Als dat Opperwezen verdwijnt, zijn mensen dan veilig?

Ik kan Kuitert in zoverre volgen dat alles wat over boven (God) gezegd wordt inderdaad van beneden komt. Alle absolute (leer)stelligheden en belijdenissen van godsdiensten mogen van mij dan ook verdwijnen. Alleen God – die wel buiten de Rede te vinden is – blijft dan over.

Volzin: ‘Nu trekt hij (Kuitert, pd) de consequentie voor de theologie: die levert geen kennis op over God als ware God een realiteit buiten ons, maar informeert over wat mensen over zichzelf denken en zeggen wanneer ze over God spreken.’

Moet Kuitert wellicht zelf afkicken en niet (alleen) de gelovigen die hij dat aanraadt? Afkicken van de Rede? Dan blijft er niets van hem over. Als je alcoholisten echt wilt bevrijden, bijvoorbeeld, moet je ze een degelijk alternatief voor de alcohol bieden. Kuitert zou extra lessen in verbeelding moeten krijgen. Verbeelding geeft de ruimte om het leven te interpreteren en op zoek te gaan naar nieuwe vormen van kijken en denken. Nou ja, voor Kuitert behalve het denken dan, want ook met een nieuwe vorm van denken vindt hij God niet meer (terug).

Toch is er voor de theoloog meer dan de Rede als hij zegt dat ‘poëzie een ander soort waarheid is dan kennis’. Niet alleen kennis gaat blijkbaar over wat er bestaat. Is er nog toch hoop voor de geleerde? Is er toch nog een andere Waarheid?

Waar is God dan? Kuitert zegt dat geloven ook is: ‘onder de indruk zijn van de verbeelding’. Waarom is voor hem God daar dan niet te vinden? De verbeelding kan juist ook slaan op bestaande dingen of afgeleiden daarvan, en maken het mogelijk voor een mens om verder te denken dan wat hem is geleerd of waar hij van overtuigd is. Ik zou zeggen ‘verder dàn denken’. Daar is God te vinden. God die de Rede ver te boven gaat.

Zie: Kuitert schrijft zijn geestelijk testament: ‘Nee, nee, nee! Ik geloof niet in God!’ (Volzin)

Illustr: randyglasbergen.com

De kerk mag weg, als God maar overblijft…


… maar dan bedoelt Harry Kuitert God als functie van de menselijke geest. ‘Waarom?’ vraagt hij zich af. ‘Omdat het niet over God gaat. Wie zich over God uitspreekt, spreekt zich uit over zichzelf, daarom heeft God zoveel gezichten gekregen.’ – Een waar woord van Kuitert, aangehaald door Klaas van der Zwaag in het RD van gisteren. ‘Er is geen kennis van God, maar verbeelding, menselijke overlevering afkomstig van het voorgeslacht dat goden en God bedacht.’

Ik heb het idee dat God steeds meer gezichten krijgt omdat gelovigen steeds minder op gezag geloven. Vroeger geloofden de mensen ook al niet vanuit zichzelf, maar herhaalden zij wat ze in de kerk hadden gehoord. Formuleerden zij dat anders, dan werden ze onmiddellijk berispt. Als je de juiste leer niet papegaaide, werd je geëxcommuniceerd, op de index gezet. Het was een zonde om iets anders te denken dan de kerk voorschreef. ‘Leer dwingt, leer moet je voor waar houden, verbeelding maakt vrij,’ zegt ‘Godzoeker pur sang’ Kuitert dan ook in zijn nieuwste boek.

Van der Zwaag: ‘Kuitert wil echter „ondermijnen” dat geloof kennis is. Kennis moet je verantwoorden ten overstaan van anderen, met kennis betreed je het pad van aantonen of bewijzen. Volgens Kuitert is er geen gezaghebbende instantie die zegt dat Godskennis kennis is. De christelijke leer over God stamt van mensen af, is dus geen kennis maar ontwerp van verbeelding, afkomstig van verre voorouders.’

En ik? Ik verbeeld me God, dat is genoeg.

‘Ga maar leven,’ zegt Prediker, geciteerd door Kuitert in een interview met zichzelf. ‘Maak er wat van, leef voor Gods aangezicht, het komt zoals het komt’. (in: Kennismaken met Kuitert.) 

Alles behalve kennis. Afkicken van de godgeleerdheid en opnieuw beginnen, door Harry Kuitert; uitg. Ten Have, Utrecht, 2011; ISBN 9789025901127; 304 blz.; € 19,95.

Zie: Kuitert reduceert theologie tot geesteswetenschap (RD)