Geloof, filosofie, robots en cyborgs

wijwordenwakker.org

Vrijdag verschijnt Alleen God kan ons nog redden, over techniekfilosoof Egbert Schuurman. Veel eerder verscheen, over filosoof Martin Heidegger, Alleen nog een God kan ons redden. Twee boeken met nagenoeg dezelfde titel. Beide handelen onder meer over technologische ontwikkelingen. Schuurman nu actueel over robots en cyborgs, genetische manipulatie, de klimaatcrisis en politiek. 

Heidegger (1889 – 1976) stelde al lang geleden dat de mens geen greep meer heeft op de moderne technologische ontwikkelingen; het wezen van de techniek onttrekt zich zelfs volledig aan menselijke beheersing.

EgbertSchuurman


Het boek over filosoof, ingenieur en ex-politicus (ChristenUnie) Schuurman heeft als ondertitel: Tegendraads christen in een seculier land. Het is een biografie van de hand van historicus en journalist Remco van Mulligen over het leven van emeritus-hoogleraar voor de stichting Christelijke Filosofie (SCF) en medeoprichter van het Lindeboom Instituut. Van Mulligen is verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

Schuurman (1937), die in 1972 promoveerde op het proefschrift Techniek en Toekomst — Confrontatie met wijsgerige beschouwingen, publiceert veel over technische onderwerpen. Zijn afscheidscollege aan de Wageningen Universiteit was De uitdaging van de Islamitische technologiekritiek. Hij schreef vaak in relatie tot bijvoorbeeld evolutie, filosofie en geloof. Volgens deze filosoof wordt de westerse cultuur te veel bepaald door technologie en een ethiek van materialisme en secularisme.

In de afwijzing van deze ‘technologische cultuur’ moeten de christenen de handen ineen slaan met gematigde moslims, betoogde Schuurman. Beide verzetten zich immers tegen de ‘religie van de materie’ en streven een duurzame samenleving na.’ (Uit: Islam, een godsdienst of niet, deel 3, Leonard Kool, Isaac Jansz)

In Islam stelt Schuurmans dat islamitische fundamentalisten hun strijd tegen het Westen voeren vanwege het technologische, niet-religieuze karakter van de westerse samenleving.

MartinHeidegger


Heideggers Alleen nog een God kan ons redden is de weergave van een gesprek in Der Spiegel (mei 1976) met journalist Rudolf Augstein. De filosoof stelt zelfs dat de filosofie naar zijn oordeel geen verandering meer in de hedendaagse wereldsituatie kan brengen (Die Philosophie ist am Ende). Door het interview werd de uitspraak van Heidegger “Alleen nog een God kan ons redden” beroemd.

Het is de cybernetica die volgens Heidegger de plaats van de filosofie heeft ingenomen. Deze uitspraak, al in 1966 gedaan, kan profetisch worden genoemd, gezien de omvang, snelheid en reikwijdte van de informatierevolutie sinds de jaren ’80.’

De boekpresentatie van Alleen God kan ons nog redden is op 6 oktober. Van Mulligen laat in de biografie de veelzijdigheid van Schuurman zien. Het geeft bovendien een tijdsbeeld van Nederland in een periode van enorme veranderingen: van een verzuild land naar een seculiere natie. Schuurman zocht zich daarin als orthodox christen een weg. In een slotinterview gaat de filosoof en politicus op frisse manier in op de meest actuele kwesties. Kritisch, maar tegelijk optimistisch en hoopvol, aldus de uitgever.

In januari 2018 organiseert de SCF een bijeenkomst over Egbert Schuurman op de jaarlijkse conferentie. Er wordt dan dieper ingegaan op de relevantie van Schuurmans filosofische erfenis voor nu en de toekomst.

Alleen nog een God kan ons redden | Martin Heidegger – R. Augstein | Uitgeverij Klement | Vertaling P. Beers | januari 2006 | Druk 1 | ISBN10 9077070176 | ISBN13 9789077070178 | € 14,99

Alleen God kan ons nog redden | Paperback | 384 blz. | Buijten en Schipperheijn B.V., Drukkerij en Uitgeversmaatschappij | 2017 | EAN: 9789058819567 | € 29,90

Beeld: wijwordenwakker.org

Update 7 3 2024 (Lay-out)

De moderne droom van de Godgeworden mens

12

‘Wie kan de definitieve uitkomst voorzien?’ vroeg Freud zich ooit af, geciteerd door filosoof Ger Groot in De geest uit de fles. Freud had het toen over ‘de eindeloze reeks van zelfontwerpen zonder richtsnoer of doel die tot een gevoel van onbehagen leidt’. Religie speelt bij de uitkomst ervan misschien een grotere rol dan Groot zelf vermoedt, ook gezien het feit dat er op aarde vele malen meer gelovigen dan ongelovigen zijn, aldus Simone Bassie & Michel Dijkstra in een recensie over zijn boek in hun artikel De denker en de dode God.  

De filosofie wil net als haar tweelingzusje de wetenschap, de mens en zijn wereld begrijpen en daar zijn altijd onvermijdelijk dromen, visioenen en beloften mee gepaard gegaan.’ (Ger Groot)

Kennis en inzicht gaan volgens de auteurs – in Volzin – nu eenmaal gepaard met zulke zaken. Het bijzondere van filosofie is volgens Groot echter dat zij ‘nooit bij zichzelf blijft stilstaan, altijd op zichzelf vooruitloopt en een toekomst ontwerpt – die zich zelden op die manier waarmaakt.’ Wijsgerig denken wordt dus gekenmerkt door openheid en het kritisch bevragen van eerdere ideeën en vooronderstellingen, aldus Bassie en Dijkstra.

Volgens Groot is de geschiedenis van de moderne wijsbegeerte ‘één aanhoudende poging in het reine te komen met dit verlies van een goddelijk ankerpunt. De betekenis daarvan gaat veel verder dan de religieuze vraag of iemand in God gelooft’.’

degeestuitdeflesHoewel de filosoof atheïst is, schuift hij volgens Bassie en Dijkstra het fenomeen religieus geloof niet zomaar terzijde.

Groot stelt dat de zogenaamde ‘architectuur van het denken’ radicaal veranderd is door de reflectie op de dood van God. De Schepper viel namelijk samen met de absolute waarheid en werkelijkheid, maar de mens kan zich die rol nooit aanmeten: ‘Wanneer de mens in de moderne tijd ‘God wordt’ of minstens ‘voor God speelt’, zoals soms gezegd wordt, moet hij zich tegelijk rekenschap afleggen van de eindigheid of beperkingen die voor hem nu eenmaal wezenlijk zijn.’ Op die manier heeft het verdwijnen van het goddelijke fundament van de werkelijkheid de moderne mens gemaakt tot wie hij is.’ 

Paradoxaal genoeg, zo zeggen de auteurs, heeft het christendom zelf de afsterving van het geloof voorbereid. Het protestantisme brengt door zijn nadruk op de intimiteit van de gelovige met God, aldus de auteurs, namelijk het instituut kerk ongewild in diskrediet, en zo komt de absolute, uit de middeleeuwen stammende macht van de religie over de mens in gevaar:

Juist in haar toespitsing op de individuele mens bereidde de Reformatie in veel opzichten het moderne perspectief voor, waarin God steeds minder en de mens steeds meer de spil en grondslag van de wereld werd.’

Of je deze ontwikkeling nu positief of negatief beoordeelt, zeggen zij, maakt volgens Groot niet zoveel uit. Tenminste, als je de filosofische problematiek goed tot je laat doordringen:

Zolang de moderne droom van de Godgeworden mens duurt, ontkomt de filosofie niet aan de contradictie tussen de humanistische pretentie in hem een nieuwe grondslag van alles te hebben gevonden en het menselijk onvermogen daaraan te beantwoorden.’ 

04_oratio_de boer-groot_omslag_voorzijdeOp het eerste gezicht lijkt Groot zich met deze analyse in De geest uit de fles puur negatief uit te spreken over de rol van religie in de moderne tijd, aldus de recensenten, en zij stellen dat in een eerder werk, de met Theo de Boer gepubliceerde dialoog Religie zonder god (2013), Groot echter een ander perspectief schetst op religieus geloof.

Godsdienst laat ‘een opening in de werkelijkheid zien die het denken niet kan dichten’.’

Bassie en Dijkstra stellen dat volgens Groot een plechtige religieuze handeling de mens op het transcendente wijst en dat deze transcendentie echter uitdrukkelijk niet slaat op een de zichtbare werkelijkheid overstijgend wezen.

Integendeel: met Sartre vult Groot dit begrip juist zeer aards in. Door het bijwonen van een ritueel wordt de mens namelijk geconfronteerd met datgene wat zijn ego of bewustzijn overstijgt, namelijk de wereld of de medemens. Deze ontmoeting met de ander of het andere is precies wat de moderne mens nodig heeft.’

De auteurs vinden dat de moderniteit zich namelijk niet alleen kenmerkt door een reflectie op het verlies van God als de absolute waarheid, maar ook door de gerichtheid van het subject op zichzelf.

Met andere woorden: in de moderne tijd trekt de filosofie zich terug uit de werkelijkheid om zich puur op de inwendigheid van het bewustzijn te richten. Groot: ‘Als er immers íets is dat dit moderne subject kenmerkt, dan is het wel het feit dat het een zuivere innerlijkheid geworden is’.’

De vraag die zich bij deze these opdringt aan Bassie en Dijkstra is of Groot niet te veel aan de buitenkant van religie blijft staan.

Is religie voor een gemiddelde gelovige inderdaad hoofdzakelijk een praxis en denkt hij nooit na over wie God is en wat zijn verhouding ten opzichte van de Schepper inhoudt? Beschouwt hij God niet als iets dat of iemand die de zichtbare werkelijkheid overstijgt, dus de transcendente instantie die een ritueel als bidden zin geeft? Het is zeer de vraag of een gelovige zichzelf in het betoog van Groot kan herkennen.’

Ger Groot | De geest uit de fles | Lemniscaat | 360 blz. | € 34,50 | Theo de Boer & Ger Groot | Religie zonder God. Een dialoog | Sjibollet | 119 blz. | € 17,95

Zie: De denker en de dode God

Beeld: despiertacordoba.wordpress.com

Geloven in een grillige God

Geloven is een avontuur ‘behelst met de ongrijpbaarheid en meerduidigheid van het Geheim. Het betekent overgave en loslaten, vallen en zweven, eeuwig blijven vragen en zoeken. Gelovig bestaan komt erop neer, dat je voortdurend wordt verrast en op het verkeerde been wordt gezet, omdat God steeds weer anders is’. Dit citaat komt uit een bespreking van Houvast, een boek van Koen Holtzapffel, waarin alle inzichten op een rijtje over ons vragend bestaan.

Ik wil uitdragen dat onze manier van geloven historische gronden heeft en dat het christelijke zingevingskader, mits het open en tolerant is, relevant is voor zinzoekers’
Remonstrant Koen Holtzapffel

Eric Corsius benoemt in zijn recensie zingeving als je overgeven aan het bestaan als vraag, het avontuur durven aangaan met een grillige God:

Juist daarin kunnen we, paradoxaal uitgedrukt, ons houvast vinden. Zelf probeer ik zo in het leven te staan: me vastklampen aan strohalmen, bij gebrek aan beter, en me laten verrassen. Of het altijd lukt is een andere vraag. Maar het gaat in het leven ook niet om ‘lukken’ en ‘ergens in slagen’ en ‘doelen bereiken’. Het gaat erom dat we van het ons vaak ontglippende leven kunnen blijven houden zoals het is.’

Corsius noemt het geen wonder dat we hunkeren naar houvast. Het menselijk bestaan noemt hij een sprong in het ongewisse.

Het leven is een gang over het slappe koord zonder vangnet en met de overkant gehuld in nevels. De wereld en wijzelf zijn ons één groot vraagteken.’

Geloven, zegt remonstrant Corsius, is voortdurend op het verkeerde been staan en dat laatste nu heeft iets tegenstrijdigs, want als gelovige – en met name als vrijzinnig gelovige – is hij ervan overtuigd dat geloven juist geen houvast betekent.

Geloof is een onzeker bezit. Zodra we het als houvast zien, moeten we ons afvragen of we nog wel bezig zijn met wat geloven ten diepste is. Hebben we het dan niet gereduceerd tot iets voorspelbaars en ééndimensionaals? Teruggebracht tot een leer of een dogma?’

Mooi dat Holtzapffel in zijn boekje Houvast weer eens alle inzichten op een rijtje heeft gezet,’ aldus de recensist, ‘over ons vragende bestaan, over de hardnekkige zinvraag en over de paradox van het zoeken naar houvast. Het is een feestje van herkenning en geeft woorden aan onze vermoedens over deze duistere materie’.

Volgens de uitgever heeft Holtzapffel het vragende karakter van het vrijzinnige geloof nader bestudeerd en geanalyseerd. De auteur zegt dat het een boek is voor mensen op zoek naar zin, die de antwoorden niet in pacht hebben. En voor mensen die dachten de antwoorden in huis te hebben en weer opnieuw vragen gaan stellen. Die van de antwoord- weer terugkeren bij de vraagzijde.

Ik wil de vrijzinnigheid positioneren binnen de wereld waar vragen een belangrijke rol spelen. De filosofie heeft die functie een beetje overgenomen. Uit het rapport ‘God in Nederland’ [2015] blijkt dat mensen helemaal niet meer het idee hebben dat zinvragen in de kerk aan de orde kunnen komen. Bij ons [Remonstranten, PD] wel. Ik wil uitdragen dat onze manier van geloven historische gronden heeft en dat het christelijke zingevingskader, mits het open en tolerant is, relevant is voor zinzoekers.’ (Holtzapffel)

Boekomslag-Houvast

Het boek is ook een introductie op het jaarthema ‘Houvast’ van de Remonstranten. Volgens hoogleraar remonstrants Seminarium, Christa Anbeek, is dit grote vragenboek geïllustreerd met literaire, filosofische, poëtische, filmische en biografische voorbeelden van hoe er met vragen geleefd kan worden en welke antwoorden tijdelijk houvast bieden.

Elk mens zoekt naar houvast in het leven, naar zin en betekenis, naar antwoorden op levensvragen. Vroeger werd dat houvast gegeven door het christelijke zingevingskader. Het functioneerde vaak als een automatisch antwoordapparaat. Voor veel mensen is dat kader inmiddels weggevallen. Zij staan als zinzoekers aan de vraagzijde van het bestaan. Wat geeft houvast?’ (Uit: Handreiking gesprekskringen bij het boek)

Houvast. Aan de vraagzijde van het bestaan | Koen Holtzapffel | Meinema | augustus 2017 | 144 blz. | ISBN 978 90 211 4491 7 | €12,99

Zie: Geloven betekent geen houvast, maar avontuur
Update 22 04 2025 (Lay-out, links, kleine tekstaanpassing)

‘Er is iets dat groter is’

bde

‘De Grieken praten over God als een soort onpersoonlijke intelligentie. Maar ik had eerder een persoonlijke ontmoeting met een soort… iets… dat van me hield. Het was iets dat naar me toe kwam en me overeind hielp.’ Dit zegt filosoof Julian Evans. Hij schreef het boek Filosofie voor het leven en andere gevaarlijke situaties, dat in 19 talen werd vertaald. Trouw interviewde hem over zijn extatische bijna-doodervaring: Extase, om verder te komen dan onze kleine ego’s.

Jarenlang schaamde Jules Evans zich voor zijn extatische bijna-doodervaring. Nu pleit de Engelsman ervoor vaker collectief de controle te verliezen. ‘Er is iets dat groter is.’

Trouw schreef gisteren dat de 39-jarige Engelse filosoof meer dan tien jaar als het graf heeft gezwegen over zijn extatische ervaring – bang om voor gek versleten te worden, en dat je zijn nieuwste boek De kunst van het controleverlies een revanche op de schaamte zou kunnen noemen. Na een skiongeluk brak Evans zijn rug en een dijbeen en toen hij later weer bij bewustzijn kwam, wist hij zich omringd door een warm, wit licht.

Ik had de indruk dat dit verschijnsel het diepste stuk van mijn wezen was en van alle andere wezens,’ schrijft hij in De kunst van het controleverlies.’

Trouw vroeg hem of hij zich schaamde voor zijn extatische ervaring omdat die zoveel weg had van God.

Ik geloof het niet,’ zegt Evans, die de mogelijkheid serieus lijkt te overwegen. ‘Ik had zelf wel de indruk dat het om een god ging – maar ik dacht daarbij niet aan een christelijke god.’

de.kunst.van.controleverliesDe populairste christelijke prediker van Groot-Brittannië, Nicky Gumbel, zette Evans in als reclamemateriaal, en vroeg hem voor een publiek van 500 mensen of zijn bijna-doodervaring hem tot Jezus leidde.

Ik zei: nee, het leidde me tot de Griekse filosofie.’

Evans keerde terug naar het stoïcisme van de oudheid, aldus Trouw, dat hij opvat als een vorm van zelfhulp. Maar een verklaring voor zijn extatische ervaring vond hij er niet.

Eerder bevestigden de rationele filosofen het ongemak met extase dat hijzelf had gevoeld. En dat ongemak leefde zeker niet alleen bij hem, ontdekte Evans, die inmiddels onderzoek deed aan het Londense Centrum voor historisch onderzoek naar emoties.’

Evans stelt dat het christelijke Europa een rijke cultuur van contemplatieve en mystieke rituelen heeft gekend, die met de Reformatie de kop werd ingedrukt.

Alleen in de marge werd extase toegelaten, bij methodisten bijvoorbeeld. Maar die werden beschouwd als domoren. De nieuwe kerkelijke elite keek erop neer.’

Volgens Evans kan extase verbindend kan werken. Hij denkt daarbij aan de dionysische feesten in het oude Griekenland, waar uit het hele land mensen op afkwamen: ze voelden zich herboren – en verbonden met elkaar, met hun samenleving, met de natuur, met God. Hij zegt dat je hetzelfde ziet op de muziekfestivals van deze tijd.

Evans zegt dat zijn christelijke vrienden zeggen dat hij zijn ontmoeting met God kapot-analyseert, maar stelt dat zijn boek juist bedoeld is om een balans te vinden tussen het vermogen je over te geven én het vermogen na te denken.

Filosofie.voor.het.leven.De filosoof houdt van een rommelig religieus landschap, waarin mensen voortdurend grenzen oversteken en denkt ook dat we meer over onze eigen traditie kunnen leren.

Ik ben nog steeds geen christen (lacht), maar ik ga wel vaker naar de kerk. Ik heb er veel geleerd over nederigheid – daar zijn de Grieken niet zo sterk in, en New Age ook niet. Waarom zou je voor één traditie kiezen?’

Zie: Extase, om verder te komen dan onze kleine ego’s (Trouw, Blendle)

Beeld: pimvanlommel.nl

De kunst van controleverlies | Jules Evans | Ten Have | 304 pagina’s | 07-08-2017 | ISBN: 9789025905279 | € 22,99
Evans laat zien dat we voor het goede leven behalve het rationele ook het irrationele nodig hebben. Maar de teugels laten vieren vinden we vaak eng. Evans laat zien hoe je dit veilig kunt doen. Hij gaat te rade bij talloze denkers en kunstenaars. Ook dompelt hij zich onder in onder andere een dansworkshop en een tantra-festival.

Filosofie voor het leven | Jules Evans | Ten Have | 312 pagina’s | 08-11-2014 | ISBN: 9789025903671 | € 15,00
Evans was afgelopen jaar niet weg te slaan van onze publiekspodia, o.a. de Filosofie Nacht, de Rode Hoed (Amsterdam) en Het zoekend hert (Antwerpen). In september treedt hij op tijdens het Happinez Festival, in oktober tijdens Tedx Breda. Zijn populariteit dankt de Britse denker aan zijn authenticiteit: op basis van zijn eigen geschiedenis laat hij zien dat de filosofie van de oude Grieken en Romeinen nog dezelfde levensveranderende kracht heeft als destijds.

Geloof in God is rationeel

levensbeschouwingen

Het nieuwe atheïsme laat geen mogelijkheid onbenut om te verkondigen dat geloof in God irrationele onzin is: het bestaan van God is niet wetenschappelijk bevestigd en Godsgeloof zou daarom intellectueel onaanvaardbaar zijn. Dit soort sciëntistische religiekritiek berust echter op een diep en in feite zelfs tragisch misverstand.

Het soort rationaliteit dat vereist is om wetenschappelijke theorieën te beoordelen is namelijk van een volstrekt andere orde dan het type rationaliteit dat nodig is om levensbeschouwingen, zoals het christendom of het seculier humanisme, te evalueren.’

visje

Dit stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen (2017), waarin een boeiende verzameling wijsgerige bijdragen is gebundeld. Ze handelen allemaal over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God.

Religie staat vooral voor vrijheid. De existentiële vrijheid om, contra de prozaïsche alledaagsheid, het transcendente te denken en duiden.’

In het hoofdstuk Theïsme als manier van leven stelt de auteur dat het christendom, maar ook andere religieuze en seculiere wereldbeschouwingen, niet alleen bepaalde antwoorden geven op de vraag wat we over de aard van de wereld kunnen weten, maar ook op wat we in dit leven moeten doen en waarop we mogen hopen.

‘Een levens- of wereldbeschouwing is namelijk een wijze van verstaan van en omgaan met de wereld. Het is het eenheidsstichtend betekeniskader van waaruit iemand zijn of haar leven verstaat en vormgeeft. Als zodanig geeft het antwoorden op onze grote vragen, zoals de vraag naar de herkomst van de kosmos en de plaats van de mens daarin.

Overdenkingen

Een wereldbeschouwing moet, zo suggereren de nieuwe atheïsten, het resultaat zijn van wetenschappelijk onderzoek. Maar volgens de filosoof is het van belang dat een wereldbeeld verenigbaar is met de resultaten van de wetenschap. Bovendien valt de vraag of God bestaat sowieso buiten het domein van de vakwetenschappen.

Dit laat echter onverlet dat bepaalde wetenschappelijke inzichten (zoals de geconstateerde fine-tuning van de kosmos) gebruikt kunnen worden als premissen in een filosofisch argument voor het bestaan van God. En omdat zulke argumenten de plausibiliteit van het bestaan van God kunnen verhogen zijn ze eveneens van belang voor het rationeel evalueren van het theïsme als wereldbeschouwing.’

Godsgeloof rationeel evalueren kan, als theïsme als levensbeschouwing en niet als wetenschappelijke hypothese wordt beoordeeld.

En dan blijkt de zaak heel anders te liggen dan het nieuwe atheïsme voorstelt. Theïsme is als wereldbeeld namelijk niet alleen consistent, coherent, en compatibel met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.’

Het theïsme is volgens Rutten in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verstaan en te begrijpen, zoals bijvoorbeeld het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets; het bestaan van uniforme, universele en stabiele natuurwetten; het gegeven dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad; ervaringen van (zelf)bewustzijn en vrije wil; de ervaring van de objectiviteit van bepaalde morele waarden en verplichtingen; en verschillende mystieke en religieuze ervaringen.

OverGod

Ook interessant in dit kader is filosoof Gary Gutting die het boek Over God schreef uit bezorgdheid over de rationaliteit van filosofen. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes – die het boek vertaalde – vraagt Gutting zich of de filosofen die hij interviewt ‘ook maar mensen’ zijn en of zij achter hun professionele façade toch heel wat minder rationeel zijn.

Over God laat filosofen aan het woord over ideeën over God, over onder meer rationaliteit van geloof en ongeloof; geloof en wetenschap; atheïsme en theïsme; moraal; het idee van religie als godsdienst en over de verhouding tussen verschillende religies onderling.

Overdenkingen | Emanuel Rutten | april 2017 | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN 9789082186994 | € 15,95 | 229 blzn. | Nog niet digitaal beschikbaar
Als bovenstaand artikel vragen oproept, of nadere verklaring en uitleg, dan is deze bundel zeker een must (have)!

Over God | Gary Gutting | september 2017 | Amsterdam University Press | ISBN10 9462987025 | ISBN13 9789462987029 | € 19,99 | E-book  € 9,99

Beeld: mensensamenleving.me

Dogmavrij en diepgelovig

femtalkparadisoingebosscha

Inge Bosscha zegt op haar site Dogmavrij: ‘Of God bestaat? Ik denk het niet. Maar ik voel het wel.’ Zij haalt Arthur Rubinstein aan: ‘Ik geloof niet in God. Ik geloof in iets veel groters.’ Inge bekent eigenlijk nog steeds dat diepgelovige meisje te zijn. Dat is ook de titel van haar jongste blog. Ze gelooft echt dat er meer is. Iets universeels, een levensbron. ‘Je mag het ‘God’ noemen, maar geef het ook gerust een andere naam. ‘God’ is immers nogal een beladen woord.’

Hé Ing, hoe zit dat nou eigenlijk, ben je nou wel of niet gelovig?’ Pffff… Ik krijg altijd een beetje buikpijn van die vraag. Niet alleen vanwege bliksemsnelle associaties met “en gij, wie zegt gij dat Ik ben” en “wat dunkt u de Christus”, maar vooral vanwege het belang dat van mijn antwoord lijkt af te hangen.’

Inge kan er niet goed tegen wanneer iemand probeert te bepalen of zij ‘binnen’ is of ‘buiten’. Voor haar bestaat er helemaal geen ‘binnen’ en ‘buiten’. Zij ìs.

Misschien verbeeld ik het me, maar degene die deze vraag stelt, lijkt een bepaalde voorkeur te hebben, lijkt te hopen op een bepaald antwoord. Misschien om zeker te weten dat ik inderdaad ‘fout’ ben, misschien om gerustgesteld te worden dat ik toch nog aan ‘de goede kant’ zit. Misschien om alleen maar even te weten of hij/zij mijn stukjes nou wel of niet oké mag vinden…’

Inge Bosscha (1977) groeide op als oudste dochter in een behoudend en zeer groot Gereformeerd Vrijgemaakt gezin, op het Zeeuwse eiland Walcheren. Vrijwel iedereen, familieleden, klasgenoten en al haar vrienden en vriendinnen waren ‘van de kerk’. Zij had nooit verder leren kijken dan haar neus lang was. Op haar site kan je lezen hoe dit veranderde en wat dat met haar heeft gedaan. En dat doet Inge heel zuiver; dat maakt Dogmavrij bijzonder. En het legt de vinger subtiel op de zere plek.

Toen ik deze site net begon, was mijn doel vooral om de pijn van ‘de eilandverlater’ zichtbaar en bespreekbaar te maken. Naarmate ik langer schrijf, merk ik dat mijn doel verandert in ‘zoeken naar verbinding en respect’. Ik probeer dingen van meerdere kanten te bekijken en ik sla vast de plank ook heel vaak mis. Maar ik hoop dat bezoekers van deze site toch vooral de pogingen tot verbinden zullen opmerken. En de liefde.’

Of ze nou in het hokje ‘gelovig’ of ‘ongelovig’ wordt geplaatst, Inge voelt de neiging om te pleiten voor het tegendeel. Het ligt er altijd maar net aan hoe men ‘geloven’ definieert en waarin zij verondersteld wordt te geloven.

Eén van de doelen van Dogmavrij is juist om ruimte te maken voor alle verhalen. Elk persoonlijk verhaal mag er zijn. Dus ook dat van mij, iemand die vanbinnen altijd een diepgelovig meisje is gebleven.’

dogmavrij

Het ‘gereformeerde godsrestantje’ zal wel verdwijnen dacht ze eerst, maar dat doet het niet. Integendeel, zij schrijft om te vertellen dat zij zichzelf nog altijd ervaart als diepgelovige. Onlangs gaf ze een FEM talk in Paradiso. (In Fem Talks wil Vrijzinnigen Nederland vrouwen een stem geven.) Ze werd toen finalist met Zie de mens, waarin haar thema ‘verbinding’ was, in een schrijfwedstrijd voor vrouwen. In haar blog wordt ze ook steeds openhartiger.

Ik aarzel al weken om dit te zeggen. Ik aarzel, omdat ik het als onrechtvaardig en misplaatst heb ervaren dat, toen ik mezelf profileerde als ‘afvallige’, er deuren voor me sloten, terwijl andere deuren voor me openden. En ik vermoed dat hetzelfde zal gebeuren wanneer ik mezelf neerzet als ‘gelovige’. Dan slaan er opnieuw deuren dicht, terwijl ergens anders juist weer deurtjes aarzelend op een kier komen te staan.’

Inge wil zich in het schemergebied van ‘afvallige’ en ‘gelovige’ verbinden met alle gelovige en ongelovige mensen. Dat schemergebied is haar werkterrein geworden waar zich de twijfelaars bevinden, de niet-weters, de zoekers, de mensen die niet meer zo stellig schreeuwen, maar voorzichtig fluisteren.

Ik deins terug voor zekerheid. Tegelijk omarm ik de mens die zich daaraan vastklampt. Ik herken en begrijp de behoefte, maar voor mij is die noodzaak verdwenen. En dat voelt vrij en fijn. Niet ‘beter’, ‘hoger’ of ‘verder’, maar anders, een andere manier van naar het leven kijken.’

met-liefde

Als je Dogmavrij, de overtuiging voorbij leest, kom je er al gauw achter dat dit haar goed afgaat. Inge is niet tegen dogma’s, maar voor vrijheid. Vrijheid om zelf te bepalen welke dogma’s je wilt omarmen en welke je wilt loslaten. En zij nodigt graag anderen hiervoor uit. Op Facebook heeft Dogmavrij een steungroep die overigens alleen te vinden en te lezen is door leden.

En jij? Beschouw jij jezelf (nog) als een gelovige? Of worstel je misschien met je ongeloof, omdat je vindt dat je eigenlijk meer ‘gelovig’ zou moeten zijn? Vind je ‘geloven’ maar onzin en ben je blij dat je daar niet (meer) aan doet? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen met hokjes en vakjes rondom het thema ‘geloven’. Ik zou het heel gaaf vinden wanneer je er iets over wilt delen.’

Zie: Eigenlijk ben ik nog steeds dat diepgelovige meisje

Beeld: Inge Bosscha bij Fem Talks (dogmavrij.nl)

Update 09 02 2024 (Lay-out)