Zelf de weg gaan naar zin en geloof

ede2015

‘Reiziger, er is geen weg, de weg maak je door zelf te gaan.’ Dit is het credo van het televisieprogramma ‘Het Vermoeden’. Vandaag, 13 januari, maakt reiziger Edy Korthals Altes zijn weg door zelf naar NPO 2 te gaan, waar hij om 11.30 uur vertrekt en de kijkers mee laat reizen. Korthals Altes: ‘We moeten elkaar blijven ondersteunen en stimuleren, lichtpuntjes blijven zien. We hebben hele grote uitdagingen, en hoe komen we daaruit? Daarvoor is het belangrijk om op zoek te gaan naar bronnen van inspiratie en altijd weer terug te grijpen op de diepe waarden die we allemaal delen. Spiritualiteit is de sleutel voor onze plek in de wereld.’

Edy Korthals Altes is geboren in 1924 en was ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog. Dat vormde zijn wereldbeeld. Lang marcheerde hij als diplomaat mee in het koudeoorlogsdenken. Tot een droom hem de waanzin van een wapenwedloop deed inzien en Jezus aan hem vroeg: En jij, wat heb jij gedaan?’ (EO)

Korthals Altes publiceerde in 2017 Sprokkelhout als ‘een zoektocht naar zin en geloof’. Als motto koos hij een citaat van Dag Hammarskjöld, de voormalige secretaris-generaal van de VN: ­‘De langste reis van het leven is de reis naar binnen.’

Deze bundel bevat gedachten over een reeks van jaren, door de auteur bijeengesprokkeld, over zin en geloof in deze tijd. Het gaat om persoonlijke ervaringen en inzichten. Met een voor een diplomaat ongebruikelijke openhartigheid spreekt hij over wat hem ten diepste beweegt. Als oecumenisch christen voert hij een sterk pleidooi voor samenwerking met andere levensovertuigingen bij de aanpak van grote wereldproblemen.’ (Discovery Books)

Eind vorig jaar zei Korthals Altes op de vraag van de Volkskrant: ‘Wat is de zin van ons leven?’ dat dit een grote vraag is die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden.

Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur. Zelf noem ik die oergrond God, maar mensen die zich van religie hebben afgekeerd, kunnen zich er ook in herkennen. Omdat ze weet hebben van een grotere werkelijkheid dan wij ons kunnen voorstellen, het transcendente.’ (de Volkskrant)

korthalsaltes

Een ‘nieuwe mens’ hebben we nodig, stelt Korthals Altes, een nieuwe mens die gedreven wordt door liefde voor de ­medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch ­model en een ander veiligheidsmodel.

Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’ (de Volkskrant)

Sprokkelhout | Edy Korthals Altes | Uitgever: Discovery Books | 1e druk | 9789077728482 | december 2017 | Paperback | 152 pagina’s | € 14,95

Foto: © PD

Wetenschappelijk bezielde theologie, kan dat?

science-engagedtheology

Het klinkt interessant, en dat is het ook, als je de onderzoeksvisie leest van de St. Andrews Fellows in Theology & Science. Ze willen de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes werkt sinds 1 januari 2019 als parttime postdoc (onderzoeker) aan de VU in Amsterdam, waar hij bijdraagt aan Science-Engaged Theology. Het project draait, zo vertelt Smedes op zijn blog, om de vraag waarom en hoe een ‘wetenschappelijk geïnformeerde theologie’ mogelijk is. En in zijn ogen zelfs noodzakelijk. – Dan heeft de VU aan Smedes wel een goeie!

rereamora99Ontwerp logo ‘Science-Engaged Theology’:
freelance designer rereamorra99

While previous generations have asked methodological questions—sometimes including challenges from scientists that cooperation with religion violates the norms of rationality, and from religious believers that science threatens orthodoxy—we take for granted that serious scholarly study always aspires to interdisciplinary cooperation. To be credible, theology cannot ignore the products of empirical enquiry. To this end, rather than focusing chiefly on methodological questions, we are especially interested in research that brings these disciplines together in productive and creative ways.’
(Science-Engaged Theology)

stefan_paas vuWetenschappelijk-Bezielde Theologie [mijn vertaling, PD], dat zal Bart Klink – gefascineerd als hij is door de leer over God en goddelijke zaken – interessant moeten vinden. Op mijn blog van 6 januari vond de atheïst nog dat ‘theologie kenmerken van gezonde wetenschap’ mist. Hoewel Theoloog des Vaderlands, Stefan Paas (foto: VU), dat logenstrafte, is Klink van mening dat ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens zijn en ze daar ook niet uit gaan komen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’.

bartklink2013Bart Klink krijgt in komende tijden wellicht nog meer antwoorden op een presenteerblaadje, en meer dan dat, want Science-Engaged Theology wil verder kijken dan naar theologie alleen. Ze wil de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Dat ‘science-engaged’ zal Klink natuurlijk in twijfel trekken, maar wellicht opende de repliek van Paas hem een beetje de ogen. (foto: B.K.)

Empirisch onderzoek
T
och, om geloofwaardig te kunnen zijn, zegt Science-Engaged Theology dat de theologie de resultaten van empirisch onderzoek niet kan negeren. Daarom is ze, in plaats van zich alleen te richten op methodologische vragen, vooral geïnteresseerd in onderzoek dat deze disciplines samenbrengt op een productieve en creatieve manier. Nieuwe wegen wil ze inslaan in theologie en wetenschap: richting integratie en samenwerking.

De Schepper in een Darwinistisch universum
V
oor de Science-Engaged Theology is een theologie die volledig losstaat van de wetenschappen, een onhoudbare positie. Ze wil dan ook theologische kwesties onderzoeken in samenwerking met andere academische disciplines, terwijl ze tegelijkertijd wel een vrij stevig theologisch profiel wil behouden.
Een aantal onderzoekers wil zich bijvoorbeeld bezighouden met evolutionaire biologie; en met de evolutionaire toekomst van soorten; en met de evolutionaire geschiedenis van de mens; en ook met een theïstische interpretatie van biologische teleologie als bewijs van de Schepper in een Darwinistisch universum.

‘Spirituele technologieën’
Tevens wil men onderzoek doen naar hoe menselijke cognitie wordt beïnvloed door lichaams- en omgevingsfactoren; en hoe de discipline Theodicee middelen kan bieden om mensen te helpen hun denken te heroriënteren op een manier die het lijden draaglijker maakt; en hoe iemand zijn eigen religieuze overtuiging vorm kan geven door bijvoorbeeld het gebruik van liturgie, religieuze activiteit en andere ‘spirituele technologieën’.

Kunstmatige Intelligentie
Een fundament verkennen en ontwikkelen, wil een van de onderzoekers, voor een nieuwe integratieve benadering van wetenschap en religie op het snijvlak van theologische antropologie en kunstmatige intelligentie (AI). Een andere onderzoeksagenda ligt op het snijvlak van theologie en agro-ecologie, de wetenschap van duurzame landbouw.

taedeasmedesGeloof in God
S
cience-Engaged Theology vraagt zich ook af of bewezen kan worden dat mensen van nature geneigd zijn tot religiositeit of geloof in God. Of dat sommige mensen die neiging wel hebben, en anderen niet. En indien wel, wat de implicaties ervan dan zijn. De moeite waard lijkt dit alles voor Smedes – en interessant voor vele anderen – om bij de VU als onderzoeker aan de slag te gaan. We zullen Taede A. Smedes (foto: T.A.S.) op zijn blog nauwgezet volgen. Misschien dat het leidt tot een nieuw boek, bv. Theologie, Iets of Niets? 😉

Zie: Onderzoeksvisie voor de St Andrews Fellows in Theology & Science

Atheïst roept de échte God aan

even-better-than-knowing-god-s-name-hddpdv5i-desiringgod.org

Volgens Bart Klink, van De Atheïst, zijn ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens en gaan ze daar ook niet uitkomen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’. Hij schrijft hierover in zijn blog Wil de échte God alstublieft opstaan, en verzoekt de Eeuwige eens wat duidelijkheid te verschaffen, ‘omdat de theologen na vele eeuwen nog geen stap verder zijn’. – Curieus, een atheïst, gefascineerd door de Bijbel en theologie, die een beroep doet op iemand die niet bestaat, en dan ook nog roept om de ‘échte’.

Valt het de Nieuwe Atheïsten dan werkelijk te verwijten dat zij bekritiseren wat miljoenen gewone gelovigen geloven, in plaats van wat een handjevol theologen beweert? Daarnaast heeft dit geloof van het gewone volk veel meer invloed op de wereldse gang van zaken, en die is lang niet altijd positief (godsdienstoorlogen, religieus terrorisme, homo-intolerantie, creationisme enz.).’ (Bart Klink)

Dat het ‘gewone volk’ hiervan de schuld krijgt is nogal een bewering. Onder het ‘gewone volk’ vind je nu net niet de oorlogsstichters, terroristen, homo-‘intoleranten’ en creationisten. De ‘gewone’ gelovige is doorgaans vredelievend en wil samenleven en -wonen met andere gelovigen en ook met niet-gelovigen. Klink ziet extremisten blijkbaar als ‘gewoon volk’ en dan kan ik me indenken dat hij alleen maar in atheïsme gelooft, want overal om hem heen zijn ‘gewone’ gelovigen, miljoenen, miljarden.

Theologie is ook wel eens vergeleken met tennissen zonder net, maar volgens mij is het nog erger. Het is niet eens duidelijk of je wel een racket hoeft te gebruiken (rationeel te argumenteren) of zelfs maar binnen de lijnen hoeft te spelen (überhaupt dingen kunt zeggen die onwaar zijn). Sommigen menen zelfs dat we niet eens wat over de bal kunnen zeggen. Toch beweren ze allemaal hetzelfde spel te spelen. De criticus die dit schouwspel vanaf een afstand gadeslaat en zich afvraagt of de spelers niet gewoon maar wat in de lucht aan het slaan zijn, wordt verweten dat hij dit gesofisticeerde spel niet begrijpt.’ (Bart Klink)

Theoloog des Vaderlands Stefan Paas – op 30 december 2018 nog bij Het Vermoeden (waarin de ambassadeur van de theologie in Nederland op een heel zuivere manier, als een ‘gewone’ gelovige, over zijn geloof vertelt aan Marleen Stelling) – reageert op de site Geloof & Wetenschap op Klinks artikel. Paas zegt het absurd te vinden dat Klink wetenschappen verdacht maakt door te stellen dat ze ‘gekenmerkt worden door veel debat, of omdat ze met moeilijke vragen bezig zijn’.

De fundamentele theologische onenigheid is niet alleen een probleem op zichzelf, ze duidt op een nog groter onderliggend probleem: hoe kunnen we weten welke uitspraken over God of het goddelijke waar zijn? Er is geen toetsingscriterium waarover theologen het eens kunnen worden, geen gedeelde onderzoekmethode. Er is ook geen gedeelde en gevalideerde kenmethode die ons betrouwbare informatie over het goddelijke kan leveren. Theologen doen allerlei uitspraken over God, maar van geen van die uitspraken kan gecontroleerd worden of ze kloppen, met een wildgroei aan speculaties tot gevolg. Hoe kunnen we dan ook maar iets zeggen over God?’ (Bart Klink)

Volgens Klink, ook gefascineerd door atheïstische filosofen zoals Etienne (Over God) Vermeersch en Herman (God in the Age of Science?) Philipse, zijn theologen ‘het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens over God’. Integendeel, zegt Stefan (God bewijzen) Paas, theologen zijn het vaak genoeg eens, ook over God. Het is volgens hem best mogelijk om, in de context van een filosofische of theologische discussie, afspraken te maken over de definities die gehanteerd worden.

Zo kunnen we ook prima een zinvol gesprek voeren over God. De geschiedenis laat dat ook zien. Rond grote woorden zoals ‘God’ vormen zich tradities waarin mensen gedeelde opvattingen hebben over de betekenis van die begrippen. De historische realiteit is dat onder theologen en in religieuze tradities wel degelijk vormen van overeenstemming zijn bereikt. In de christelijke traditie zijn die bijvoorbeeld opgeslagen in credo’s, waarvan sommige zelfs oecumenisch ofwel universeel erkend zijn. Kom daar eens om in de filosofie bijvoorbeeld.’ (Stefan Paas)

rightgodsuchanek.name

Klinks claim dat theologen niet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims (over God) getoetst kunnen worden’ wordt door Paas gelogenstraft, want theologen spreken over God op basis van ‘ruwe data’ die ze vinden in geschriften zoals de Bijbel en de Koran, en op basis van wat hierover in een lange traditie is geschreven.

Zij verwerken die data, zetten die in een theoretisch kader, brengen dit in relatie tot andere bronnen van kennis, en komen zo tot voorstellen hoe vandaag verantwoord gesproken kan worden over God. Zij doen dat volgens transparante en rationele methoden, doorgaans tekstanalyse en filosofische reflectie. Daarbij zijn zij in gesprek met theorieën en inzichten uit andere wetenschappen, doorgaans literatuurwetenschap, historiografie, sociale wetenschappen, en filosofie. Maar vaak ook met natuurwetenschappen. Aan dit alles is niets esoterisch of geheimzinnigs.’ (Stefan Paas)

Paas is benieuwd op welke wetenschap Klinks eigen criteria voor wetenschappelijkheid zijn gebaseerd, daar de atheïst in de langere versie van zijn artikel op zijn weblog over filosofie zegt: ‘Voor wie meent dat filosofen zonder een beroep te hoeven doen op de wetenschap kunnen bepalen hoe de wereld in elkaar zit, geldt mijn kritiek inderdaad ook’.

Klinks benadering is, zo te zien, van het tweede soort: deductief. Een ‘gezonde’ wetenschap moet leiden tot consensus onder de beoefenaren, en zij moet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden’ en toetsingscriteria. En de ‘betrouwbaarheid’ van die methoden en criteria lijkt weer in hoge mate afhankelijk van de vraag of zij consensus produceren (de cirkelredenering in het betoog is nogal opzichtig.)’ (Stefan Paas)

De universiteit lijkt Paas bij uitstek de plek waar de mensheid haar belangrijkste vragen bespreekt, ook vragen over hoe een bedrijf menswaardig wordt geleid, wat het goede leven is en wat het betekent om ‘God’ te zeggen en in God te geloven.

Dat de ene discipline tot meer consensus leidt of tot meer economisch gewin dan de andere, dat zal waar wezen. Sommige vragen zijn nu eenmaal moeilijker dan andere. ‘Het begrijpen van kernfysica is kinderspel vergeleken met het begrijpen van kinderspel’ (Niels Bohr). (Stefan Paas)

Zie:

* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Geloof & Wetenschap)
* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Langere versie – De Atheïst)
* Theologie als wetenschap: respons op Bart Klink (Geloof & Wetenschap)

Beeld: desiringgod.org

Jesaja’s dubbelrol in Händels Messiah

Messiah2018-2_b20

Na het juichende en tegelijk ontroerende Halleluja in Händels ‘Grand Musical’ Messiah – uitgelicht in subtiele Rembrandtiaanse kleurschakeringen en bij de finale klanken ervan stralend wit – leidt dit voorstelbaar tot een open doekje in de Grote Kerk van Den Haag. Lichtcomponist Teus van der Stelt verheft het Halleluja tot extra grote hoogte. The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands zingt en speelt met Messiah de sterren van de hemel – onder leiding van een ronduit swingende dirigent Pieter Jan Leusink. Al ‘schaatsend en twistend’ haalt hij alle klankkleuren op zijn mooist uit zijn ploeg. Zijn lange grijze krullen deinen mee in alle mogelijke – en bijna onmogelijke ritmes – die Leusinks handen in alle toonaarden aangeven. Als toegift laat de artistiek leider het Halleluja nogmaals de oren van het dankbare publiek strelen.

Continuo
Grand Musical’ mag ik eigenlijk niet zeggen. Maar zo wordt Händels Messiah wel aangekondigd bij de première op 13 april 1742 in Dublin, door de componist zelf gedirigeerd. Net als in 1742 bestaat het koor vandaag uit 16 zangers, onder wie nu sopraan Olga Zinovieva en tenor Martinus Leusink. Het orkest – dat authentieke instrumenten uit Händels tijd bespeelt – bestaat uit strijkers, continuo, trompet en pauken. De continuo – kistorgel – klinkt authentiek doordat het een ‘transpositieklaver’ bezit, zo leert de informatie bij de CD, opgenomen in de Grote Kerk in Elburg (2013.) Het kistorgel ziet er inderdaad uit als een – zware rechthoekige – kist, compleet met de noodzakelijke transportwielen.

Händels Messiah is geen specifieke kerkmuziek maar meer een combinatie tussen vermaak en een kerkdienst. In het begin werd het werk alleen in theaters en concertzalen uitgevoerd en aangekondigd als ‘Grand Musical’. (messiahhandel.nl)

Godslasterlijk
In Londen wordt de benaming ‘Grand Musical’ als godslasterlijk bestempeld als er ook uitvoeringen worden gegeven – vanaf 1750 – in kerken. De kerkelijke gemeenschap dwingt Händel Messiah aan te kondigen als ‘een nieuw sacraal oratorium’.

‘De hemel en God’
Messiah is zeker niet godslasterlijk, maar over welke messias hebben we het eigenlijk in dit ‘ultieme kerstoratorium’, waarvan Händel zei: ‘Ik geloof dat ik de hemel en God voor me heb gezien’. Hij sprak dit geëmotioneerd uit, met tranen in de ogen, nadat hij het tweede deel van zijn Messiah had voltooid.

Dubbelrol Jesaja
De ‘koninklijke profeet’ Jesaja lijkt in Messiah een dubbelrol te spelen. Hij verwijst eerst naar een koning die in de toekomst Israël vrede en redding zal brengen, en later profetisch naar Jezus van Nazareth. De Tenach (de Joodse Bijbel) spreekt echter van een messias als een toekomstige koning die de Joden van Palestina zal verenigen. Zijn komst zal ook de eindtijd aankondigen. Voor Jesaja is Jahweh groot en machtig, de Heilige van Israël.

‘Kind dat ons is geboren’
Messiah begint met ‘Sinfony’ en direct daarna klinkt een spraakzang van Jesaja: ‘Troost, troost mijn volk, zegt uw God…’ Jesaja betekent: ‘God is mijn redding’. De profeet leefde rond 750 v.Chr. In zijn boek staan teksten die door de joden als Messiaans worden gezien, en profetisch naar de toekomst verwijzen. Die gaan niet over Jezus – want niet geaccepteerd door de joden – maar over een toekomstige joodse koning of priester en eerder ‘gezalfde’ genoemd dan messias. Als (toekomstige) naam die gegeven zal worden, sprak Jesaja van ‘Wonderbaar’, ‘Raadsman’, ‘De machtige God’, ‘De Eeuwige Vader’ en ‘Vredesvorst’, ‘Heer’, ‘Jahweh’, en uiteindelijk over een ‘Kind dat ons is geboren’ en een ‘Zoon aan ons gegeven’.

Messiah2018_90d

Jezus’ wederkomst
Het eerste deel van Messiah bestaat voor de helft uit liederen en spraakzangen uit teksten van Jesaja. Dit kerstoratorium gaat heel concreet over het leven van Jezus van Nazareth; bezingt de aankondiging van de komst en de geboorte van Jezus; Zijn kruisiging en opstanding en de episode van de hemelvaart. Het laatste deel gaat over de betekenis van dit alles voor de gelovigen. Messiah gaat ook over Jezus’ wederkomst en heerschappij. In het (christelijke) Nieuwe Testament is Jesaja ook weer terug te vinden, en dan alleen in citaten, met profetieën over de komst van… de Messias (Jezus.)

Het ‘verboden hoofdstuk’ Jesaja 53
Jezus werd zo’n 750 jaar na Jesaja geboren. In Messiah wordt Mattheüs aangehaald als profetie voor Christus’ geboorte. In deel 2 van Messiah – in Jesaja 53 – zegt de profeet ‘de HEER heeft op Hem gelegd ons de ongerechtigheid van ons allen’. ‘Hem’ lijkt dan sterk naar Jezus te verwijzen. Dat lijkt dan wel een nadere specificatie van zijn eerdere profetie. Sla er Jesaja 53 maar op na en zie dit ‘verboden hoofdstuk’ in de Tenach. Het is niet echt verboden, maar werd weggelaten op het leesrooster, volgens de christelijke site CIP. Veel Joden kijken daar van op.

Jahweh
In het sterfjaar van koning Uzzia van Juda (740 v.Chr.) wordt Jesaja geroepen tot het profetenambt. En als Achaz in 736 v.Chr. de nieuwe koning wordt, vallen de koningen Resin (Syrië) en Pekach (Israël) Juda aan. Achaz besluit daarop de hulp van Assyrië in te roepen. Dan betreedt Jesaja het politieke toneel en spreekt Achaz moed in, en zegt dat de koning zijn vertrouwen uitsluitend moet stellen op Jahweh (God): de Heilige van Israël – en niet op bondgenootschappen met andere staten.

Messiasverwachting
Sommige bronnen stellen dat in het Oude Testament er een Messiasverwachting gewekt wordt die sterk leeft in de harten van de joden, en dat die verwachting goed aansluit op de beloften van de profeten. Jezus, zo wordt gezegd, spreekt deze verwachting ook nooit tegen, maar zou ook geen ‘ja’ gezegd hebben op de vraag of Hij de Messias is; dat Jesaja uiteindelijk op Hem gedoeld heeft.

TheJewishAnnotatedNewTestament

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament
Maar de onderzoeken gaan wereldwijd door, de discussie ook. In dit kader is het interessant dat in 2011 het boek The Jewish Annotated New Testament verscheen, waarin staat dat er nooit een editie van het Nieuwe Testament verschenen is, gericht op de Joodse achtergrond en de cultuur waaruit het groeide. Tot dit boek dan. In 2017 verscheen een tweede editie, grondig herzien en sterk uitgebreid, met nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament werd voor het eerst gepubliceerd in 2011 en was een baanbrekend werk dat de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament onder de aandacht bracht van studenten, geestelijken en algemene lezers. In deze nieuwe editie brengen tachtig Joodse geleerden een ongeëvenaarde studie samen om een nieuw licht op de tekst te werpen. Deze grondig herziene en sterk uitgebreide tweede editie [2017] levert nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.’ (amazon.com)

Dode Zeerollen
Oudheidkundige Jona Lendering schrijft over editie 2011 op zijn blog Het joodse Nieuwe Testament dat er teksten bestaan die door de joodse en christelijke religieuze autoriteiten zijn afgewezen, maar dat deze documenten wel degelijk belangrijke religieuze ontwikkelingen laten zien. Dat geldt volgens Lendering – naast de zogeheten pseudepigrafische werken, zoals het Ethiopische boek Henoch en de Psalmen van Salomo – ook voor de Dode Zeerollen:

‘…ook daarin is informatie te vinden die helpt de gedachtewereld van de eerste eeuw n.Chr. te reconstrueren, informatie die noch in het christendom noch in het rabbijnse jodendom bewaard is gebleven.’

The Jewish Annotated New Testament biedt de tekst van de christelijke geschriften (in vertaling) en eindeloze hoeveelheden aanvullende informatie. Een zeer aanbevolen boek.’ (Lendering)

Prettige en zalige kerstdagen gewenst, met of zonder Messiah, messias of Messias. (In de monotheïstische religies is er maar één God, waarschijnlijk zal er dan ook maar één Messiah zijn?) – Wie weet waar Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament nog toe leidt…

Recensie: Messiah – G.F. HÄNDEL (HWV 56) – Den Haag, Grote Kerk – 16 december 2018 – Pieter Jan Leusink dirigent

Foto’s: Lichtcomposities door Teus van der SteltPD (N.B. Fotograferen tijdens Messiah is verboden)

Terugkeer God in een postseculiere samenleving

DSCF5709

Filmregisseur Darren Aronofsky (‘Pi’) laat in zijn film Mother! zien ‘waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert.’ Theoloog Rinke van Hell verwijst naar Mother! tijdens de Nacht van de Theologie (2018) waarin zij spreekt over ‘de Terugkeer van God – hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen’. 

Van Hell (FilmWijzer!beschrijft Mother! als een filosofische thriller-annex-horrorfilm over een gelauwerd dichter met een writer’s block en zijn jonge vrouw, die in hun rustige leven gestoord worden door ongenode gasten.

Volgens Gawie Keyser van Human’s Brainwash is er ‘zelden zo’n ophef over een nieuwe film. Ongeveer de hele wereld praat [in 2017] over Mother!: Mensen zijn woedend.’ De Volkskrant citeerde destijds de regisseur die aan Harvard film en sociale antropologie studeerde: ‘Pak je Bijbel erbij, dan kun je uitzoeken waar de film begint.’

Mother! was anders. Er zit haat in, de woede om wat er om ons heen gebeurt, op de planeet en om het onvermogen er iets aan te doen. Ik zweette het eruit, schreef het script in vijf dagen. Daarna liet ik het aan Jennifer (Lawrence) zien. Ze was enthousiast. En plots waren we bezig deze film te maken.’  (Aronofsky)

mother!
D
e voordracht van Van Hell begint met een anekdote over deze film Mother! – met Javier Bardem en Jennifer Lawrence in de hoofdrol – en ze laat er ook een scene uit zien.

Al snel na de release ontspon zich onder mijn Facebook-vrienden, oud-collega’s en bijna alle professionals in de filmtheatersector, een stevige discussie. Mother! is een film in de categorie ‘you love it or you hate it’. In dit lijntje zaten opmerkelijk genoeg alleen ‘believers’, zoals een van de deelnemers het uitdrukte.’

De film blijft hen bij, maar ze begrijpen niet goed waarom. Van Hell vraagt zich af waarom juist deze film hen zo erg raakt: de ‘mooi gemaakte maar wel vage film, boordevol raadselachtige metaforen en symboliek’.

Uiteindelijk kreeg de discussie een religieuze spits en kwam de Bijbelse symboliek naar voren. Al snel ging het gesprek over het godsbeeld dat wel of niet in de film naar voren zou komen. Omdat ik in deze groep bekend sta als theoloog kreeg ik uiteraard al snel de vraag wat ik ervan vond. Of ik de symboliek maar even kon duiden, waarmee ze eigenlijk vroegen: kun jij ons helpen om woorden te geven aan onze fascinatie?’

Van Hell vindt dat diepere lagen bij de ‘believers’ geraakt worden, en dat ze daarop blijven kauwen, reflecteren en nadenken. Maar van de religieuze opvoeding op de School met den Bijbel, zoals iemand zijn opvoeding omschrijft, is weinig blijven hangen. De theoloog vermoedt dat de lessen op die school de diepere lagen nooit bereikten.

grensgangers
Z
e sluit aan bij het thema: de terugkeer van God en nieuwe manifestaties waarin God weer opnieuw te herkennen is: God mag weer, hij is teruggekeerd als factor in de maatschappelijke discussie.
Maar hoe hier tegelijkertijd collectief handen en voeten aan te geven, vraagt ze zich af. Gezien de daadwerkelijke praktijk van de kerkelijk werkers en leraren in hun alledaagse beroepspraktijk, blijkt er soms weinig van terecht te komen. En dat ondanks de essaybundel Grensgangers (2016) waaraan een scala aan theologen’ werkte, ‘professionals uit het werkveld en collega’s van de academie Theologie’ (Christelijke Hogeschool Ede.)

In de praktijk was er juist angst om het specifiek christelijke element in te brengen in een maatschappelijke discussie – of bleek dat de respondenten eigenlijk helemaal niets terugzagen van God in de maatschappij omdat ze zo op zoek waren naar hun eigen beelden van God (en God niet herkenden in de taal van het ‘ietsisme’ en spiritualiteit).’

Om een film als Mother! fatsoenlijk te kunnen duiden, vindt Van Hell het nodig dat je beschikt over een rugtas met voldoende cultureel-religieuze bagage, omdat je dan pas begrijpt wat de film met je doet en waar je mee aan het worstelen bent.

Tegelijkertijd, als je het gesprek erover aan wilt gaan, dan is het ook wel handig als je de juiste taal weet te gebruiken om de verbinding te maken. Expliciet christelijke taal wordt immers niet meer herkend in een postseculiere samenleving. Dat vraagt om wijsheid en creativiteit, maar toch maken de boeken van onder meer [Yvonne] Zonderop en [Alain] Verheij ons duidelijk dat deze ‘zombie-categorieën‘, zoals Ruard Ganzevoort ze noemde, in navolging van de Duitse socioloog Ulrich Beck, toch nog de moeite waard zijn.’

thefuture
V
an Hell verdiept haar verhaal met een uitgebreide voorzet van de Britse Anglicaanse theoloog David Ford in The Future of Christian Theology (2018), over de ‘dramatic mode of theology’ en zijn herlezing van Bonhoeffer.

In dit manifest pleit hij voor nieuwe, wijze en creatieve vormen van theologie die een brug weten te slaan tussen ‘kerk’ en ‘maatschappij’ en die vruchtbaar gemaakt kunnen worden voor de grote problemen van onze tijd: moderne slavernij, klimaatproblematiek, klassenongelijkheid, et cetera.’

Darren_Aronofsky

Als slot van haar voordracht komt Van Hell terug bij Mother! (foto: Darren Aronofsky) die in zekere zin te interpreteren valt als een cultureel voorbeeld waarin de elementen die Ford naar voren brengt, samenkomen. Volgens de theoloog verklaart dat ook de sterke reactie, bijna religieus aandoende ervaringen van de ‘believers’ in de genoemde Facebookdiscussie.

Aronofsky doet waar theologen nog wel eens voor terugschrikken: hij zoekt naar manieren om abstracties en ethische boodschappen in symbolen en metaforen om te zetten, via een plot dat zowel lyrische ervaring als epische bespiegeling faciliteert. Dáár werden mijn oud-collega’s door gegrepen, ook al konden ze er nauwelijks de taal voor vinden of het mechanisme herkennen.
Als theoloog voel ik mij geroepen om deze diepere lagen in uitingen van populaire cultuur te duiden en in rapport te brengen met traditionelere, meer episch geladen taal – niet omdat het een hobby-project is maar omdat het in mijn ogen nieuwe wegen wijst naar wijze en creatieve vormen van theologie – die wij vervolgens met elkaar moeten uitwerken in woorden, en belichamen in actie, elk op onze eigen wijze.’

Rinke van Hell zegt er naar uit te zien om dat met elkaar in de breedte van de theologie te kunnen doen.

Zie: De terugkeer van God – Hoe God zich manifesteert langs nieuwe wegen (Theoblogie)

Foto Darren Aronofsky: Dkandell – Filmmaker Darren Aronofsky speaks during his Master Class at the XVI Guanajuato International Film Festival, where he received the Cruz de Plata de Más Cine (Silver Cross) for his achievements in filmmaking. Guanajuato, Mexico. July 27, 2013.

Foto: PD – De Gertrudiskapel, een 17e-eeuwse schuilkerk, Utrecht

‘Mijn bestaan is voor Maarten Boudry overbodig geworden’

just_confusing_evolution_god

God heeft vandaag zo veel terrein aan de wetenschap prijsgegeven dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, stelt wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de NRC. – Een bizarre these. ‘Ooit in gesprek met Boudry vertelde ik van alles over mijn leven, over mijn studie en wat ik allemaal daardoor voor de wereld betekende,’ vertelde een beroemde wetenschapper: ‘Boudry nam toen direct afscheid van mij. Ik bestond niet meer voor hem, ik was volkomen overbodig geworden nadat hij mijn kennis en kunde tot zich had genomen. Blijkbaar was ik voor hem verworden tot een soort illusie voor gevorderden, zo veel terrein had ik blijkbaar prijsgegeven.’


Nader onderzoek wees uit dat de bewegingswetten van Newton vanzelf leiden tot een stabiel zonnestelsel, zonder noodzaak voor goddelijke bijsturing. Maar dan heeft God toch zeker eerst de boel in gang gezet, om te zorgen dat alle planeten in dezelfde richting draaien? Niet nodig. Dat gaat vanzelf bij de natuurlijke vorming van een zonnestelsel uit verdwaald sterrenstof. De oorsprong van de kosmos dan? Gewoon een kwestie van zelfontsteking, weten we inmiddels. Ruimte en tijd ontstaan uit kwantumfluctuaties in een vacuüm. Onbevattelijk voor de menselijke geest, maar de fysica klopt als een bus. (…) Als je God nergens nog voor nodig hebt in de wereld, dan kan hij net zo goed niet bestaan.* (Maarten Boudry)


In De sluipmoord op God* reageert Boudry op het prijswinnend NRC-essay God bestaat, er is bewijs** door hoogleraar Geesteswetenschappen René van Woudenberg. Boudry zegt dat God zo veel terrein prijsgegeven aan de wetenschap dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, en weinig meer is dan een vergezochte logische mogelijkheid. Dat geldt zeer zeker voor deze uitspraak van Boudry. ‘Een denkfout van jewelste’, zoals de wetenschapper dacht toen hij de weglopende Boudry peinzend nakeek en uit het verhaal verdween.


Zijn er verschijnselen die verklaard kunnen worden door het bestaan van een God te postuleren, en zou die verklaring ook de beste verklaring van die verschijnselen kunnen zijn? Ik denk dat dat kan. Neem bijvoorbeeld het verschijnsel dat de fysische werkelijkheid grote orde vertoont, dat er wetmatigheden en patronen zijn, op micro-, macro- en mesoniveau. Deze wetmatigheden en patronen laten zich wiskundig en rationeel beschrijven. Maar nu kan men, nog steeds gedreven door een geest van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, de vraag stellen of er een verklaring is voor deze ordelijkheid van de fysische wereld. Waarom is de wereld ordelijk? Waarom heeft ze deze orde? De ordelijkheid van de wereld lijkt echter zelf niet wetenschappelijk verklaard te kunnen worden. Waarom niet? Omdat wetenschappelijke verklaringen die orde wel eerst moeten veronderstellen om überhaupt iets te kunnen verklaren.** (René van Woudenberg)


De Engelse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat een beetje filosofie tot atheïsme leidt, maar grote hoeveelheden ons terug naar God brengen. Dat geldt zeker ook voor wetenschap. Boudry heeft dus nog heel wat uit te diepen. Bacon vond trouwens dat men beter helemaal geen mening over God kan hebben dan een mening die Hem onwaardig is.

Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma’s van het volgende millennium eruit zullen zien.’ (Peter Russell)

De wetenschap heeft nog zeer veel te ontdekken, en weet nog weinig raad met het bewustzijn, zo stelde de Britse natuurkundige Peter Russell, die in 1996 zag dat er voor God al helemaal geen plaats was in de natuurwetenschappen. Hij dacht wel dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen bij God zal brengen.

De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ (Russell)

Boudry stelt dat de mysteriën van vandaag de wetenschappelijke doorbraken van morgen zijn. Wie weet wat er ons allemaal nog voor doorbraken te wachten staan. Dat betekent niet dat wetenschap allerlei gaten zal vullen waarin God nog zit, maar dat God door diezelfde wetenschap laat zien wat Hij allemaal voor elkaar gekregen heeft. Iets zo verbazingwekkend groots, dat geen wetenschapper dat zal kunnen vatten, laat staan evenaren. Dat gat waar God in zit, is een opening, en kosmisch groot. Hij laat zich niet verjagen. God heeft nog onmeetbaar veel terrein, nog zò vol hiaten voor wetenschappers, dat Zijn bestaan noodzakelijk is, en een logische mogelijkheid.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn.’ (Russell)

** ‘In het essay ‘God bestaat, er is bewijs’, dat op 13/10 in NRC stond, schrijft filosoof René van Woudenberg dat hij de hand van God ziet in de ‘grote orde’ in de natuur, met name de talloze ‘wetmatigheden en patronen’. (NRC)

Bronnen o.a.:
* De sluipmoord op God
** God bestaat, er is bewijs

Illustr: Baloocartoons.com