‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God

Boekrecensie Geënt op de edele olijf, Johannes Buter. Deze religiegeschiedenis maakt op mij een diepe indruk. Woonachtig in Zuid-Spanje tussen de olijfboomgaarden en eigen tuin eveneens vol olijfbomen. Sinds tien jaar houd ik mij ook bezig met de verworvenheden van het oude al-Andalus: ‘Het Spanje van de Moren’. Geschiedvervalsing is een van de thema’s waaraan ik werk. En daarmee raak ik direct de kern van het werk van Johannes Buter. Mijn persoonlijke beschouwing van de religiegeschiedenis Geënt op de edele olijf van Johannes Buter.
door gastblogger Rudi Holzhauer

Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom
(subtitel van Geënt op de edele olijf)

Het thema van Buter is het opnieuw enten van het christendom op de edele olijf, de God van (Godvrezend) Israël, Zijn Woord. Mij stond die edele olijfboom niet meer helemaal helder voor ogen, daarom enige verduidelijking.

De edele olijf: Israël
‘Geënt op de edele olijf’ is een Bijbelse metafoor (uit de brief van Paulus aan de Romeinen) die beschrijft dat gelovigen uit de heidenen (wilde takken) worden verbonden met Israël (de edele olijf) om te delen in Gods beloften en zegen. Dit betekent dat gelovigen, door hun geloof, zich mogen aansluiten bij de ‘stam’ van het geloof die via Israël in de wereld kwam.

De kern van het boek
In het tweedelige boek Geënt op de edele olijf begint het christendom als een kleine groep van joodse navolgers van Jezus, nadat hij begin jaren 30 van de eerste eeuw gedood was in Jeruzalem.

‘Na zijn dood kwamen zij, na een periode van ontreddering, tot het inzicht dat hij op wonderbaarlijke wijze een aan het Joodse volk beloofde messiaanse gestalte was, zoals in hun Hebreeuwse Schriften beschreven.
In de Handelingen der Apostelen en de Evangeliën is later opgeschreven dat hij was verschenen en dat hij ten hemel voer en had beloofd de kracht van de Heilige Geest te sturen. Verder werd hen toegezegd, volgens deze geschriften, dat hij op dezelfde wijze zou terugkomen uit de hemel.’

‘Na verloop van tijd, ook in gemeenschappen van andere Jezus-navolgers, leverde het wachten op deze wederkomst vragen en onduidelijkheden op. Van deze gemeenten gingen ook niet-joden, heidenen, deel uitmaken, buiten Jeruzalem en het Joodse land. Het vraagstuk van de wederkomst van Jezus hield deze volgelingen, die na verloop van tijd messiaansen ofwel christenen werden genoemd, toen bezig en eigenlijk is dat nog steeds zo.’
(Info: cover Geënt op de edele olijf)

De achterflaptekst vertelt dat het christendom in de loop van de eerste eeuwen in een doolhof verzeild is geraakt wat betreft de natuur van Jezus Christus. Die tekst neem ik met een paar aanpassingen en toevoegingen over.

Nieuwe Testament
In de 4e eeuw en daarna werd vastgelegd in dogma’s en belijdenissen dat de mens Jezus ook God was. Wanneer de geschriften van het Nieuwe Testament op chronologische volgorde worden gezet, is die ontwikkeling reeds waar te nemen.


De edele olijfboom

Anti-judaïsme
In de katholieke kerk verdween de binding met het jodendom, terwijl het christendom begonnen is als joodse navolgers van de joodse profeet Jezus die aan de basis stonden van de evangeliën en brieven. Het kwam zelfs tot onderdrukking en vervolging van het jodendom. In het Nieuwe Testament zien we deze ontwikkeling van anti-judaïsme ook al uitgebreid aanwezig. Het is onderdeel geworden van de christelijke identiteit.

De weg uit het doolhof
Oorspronkelijk joodse geschriften, zoals alle vier de evangeliën, zijn geredigeerd door heiden-christenen. Dat geldt ook voor de brieven van Paulus die eenheid van joden en christenen nastreefde, maar daarin faalde. De oorspronkelijke boodschap van de mens Jezus is overwoekerd geraakt en ‘geloven in’ werd belangrijker dan het ‘geloof van’.

Gods Koninkrijk
In dit boek wordt de weg uit het doolhof gewezen. Vanaf de 11e eeuw hebben veel ‘wegwijzers’ al de richting aangegeven. Echter, de belangrijke laatste stap is nog niet gezet. De christelijke dogma’s en belijdenissen kunnen worden losgelaten. Jezus was niet de Zoon van God, niet de Christus en ook niet de Messias. Christenen kunnen als godvrezenden aansluiten bij godvrezende joden, die de traditie van Jezus hebben voortgezet. Dan zal ook ‘Gods Koninkrijk op aarde doorbreken’.

Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur
In deel 1: Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur neemt Buter alles door, met verwijzingen en eerste plaatsbepalingen. Verder bespreekt hij de diepe verdeeldheid tot en met later de substitutie-overtuiging in het christendom ten opzichte van het jodendom, die tot ver in de twintigste eeuw geaccepteerd bleef in die christelijke wereld.

Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens
In deel 2: Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens, zegt Buter dat dit een meer geschiedkundig karakter heeft en behandelt hij de christelijke geschiedenis in vogelvlucht. Volgens de auteur is ‘de eenheid in het christelijk geloof en de vastlegging daarvan in concilies en in de dogma’s nooit echt goed gelukt en is tot in de moderne tijd doorgegaan’.

Zijn Woorden
Voor Buter zal de christenheid dan ook moeten terugkeren naar de situatie dat de Godvrezenden, samen met de joden, de God van Israël vereren door het doen en horen van Zijn Woorden.

‘Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.’
(Jezus)

Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus
Uiteindelijk bepleit Buter een noodzakelijke omkering van het denken van de christenheid in het algemeen. En het doen van de laatste noodzakelijke stappen, namelijk het loslaten van de belijdenissen en dogma’s die in de vierde eeuw zijn ontstaan en nog altijd gelden. Dat is voor hem ook van toepassing op de zijns inziens volstrekt verwerpelijke Adversus Iudaeos-filosofie (Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus) en de uitvoering van de ideeën daarvan. Hiermee zullen ‘christenen uit het doolhof van het christendom kunnen komen’.

De Messias
Godvrezenden weten zich echter geënt op de edele olijf, stelt Buter. Bloei op die olijf is geworteld. Hij vindt dat essentieel voor de komst van Gods Koninkrijk, zoals ook verlangd door de profeet Jezus van Nazareth.
Godvrezendheid wordt verder uitgewerkt in een over-idealistische paragraaf, los van onze werkelijkheden. Erg algemeen, té algemeen. Veel psychologische inzichten die ook in veel levensstromingen te vinden zijn. De komst van de Messias behoort tot de grondelementen van het jodendom. Met de sub-paragraaf De Messias gaat Buter door op de weg van de levenskunst die voor mij niet typisch joods of religieus is.

Uitweg uit het religieuze doolhof
Buters betoog is aansprekend en prachtig ingebed in het joodse perspectief. Het christendom is een verlossers-religie en het jodendom een verlossings-religie. De rol van religie is daarmee een andere en wordt een vorm van spiritualiteit, zeker in verbinding met de Ene (mensen, natuur, kosmos), maar zonder al die religieus benoemde en naamgegeven figuren en dogma’s.
Aan het slot bespreekt de auteur de uitweg uit het christelijk doolhof. Laat ik dan maar spreken over de uitweg uit het religieuze doolhof. De laatste zin in het tweede deel luidt (over spiritualiteit gesproken…): ‘”Moved by pure spirit” betekent in mijn ogen terugkeren naar godvrezendheid, de nieuwe reformatie in het christendom voor de 21e eeuw’.’

Besluit
Over Godvrezendheid en enten als weg naar verbinding en gemeenschappelijkheid, vraag ik me af waar die weg heenleidt die Buter ons voorhoudt. De weg die wij van hem moeten gaan? Ik betwijfel of onze huidige samenleving gebaat kan zijn bij Godvrezende mensen.

Het antisemitisme vanuit het christendom, dat Buter inhoudelijk en historisch thematiseert, is de pendant van islamofobie. Niet alleen vanuit het christendom, maar eveneens vanuit het jodendom en de islam. En het verweven raken van wereldlijke met religieuze machthebbers, dat Buter in het christendom thematiseert, kent een opmerkelijke pendant van landen met een moslimmeerderheid.

Mensvrezendheid alom
Een tijdje in harmonie samenleven gaat wel. Maar je kunt wachten op agressie en geweld vanuit religie, zowel intrinsiek als extrinsiek. Hierin lijken de drie abrahamitische religies zich niet te onderscheiden. Of het nu lichamelijke verminking, kruistochten, Palestijnen, heksen, de Inquisitie, inheemse kinderen, jihadisme of genderdiscriminatie betreft. Zonder ketters geen geloof.  Mensvrezendheid alom.
In al die Geloven van Liefde komt de liefde voor de Ander niet voort uit hun instituties of Godvrezendheid: top-down. Hoogstens uit individuele eerbied, respect, vriendschap en liefde: bottom-up. Zelf hecht ik dan ook meer waarde aan de spontane orde uit de Schotse Verlichting en de gemeenschappelijkheid uit de Afrikaanse Ubuntu en Indaba.

Zonder geloven geen ketters meer?
Het naslagwerk van Johannes Buter kan je prima zien als ‘Licht aan het einde van een donkere tunnel’. Een weg uit een doolhof, zoals hij zelf zegt. Het zet het christendom flink op een wilde plaats, maar hemelt (of edelt) het jodendom voor mij te zeer op. Zonder geloven geen ketters meer? Wat een zegen zou dat zijn.

Bronnen:
*
Geënt op de edele olijf Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom |  Johannes Buter | Uitgeverij Van Warven 2025.
*
De edele olijfboom: Wachters.nu
* Islam Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld  | Ahmet T Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer*

* Nederlandse Master in de Rechten, Doctoraat in Recht en Economie, Nederlandse Master in de Filosofie, Master of Law Cambridge VK, Onafhankelijk inspirator bij Alpujarras Academy Spain

Beeld: Geënt op de edele olijf (detail cover)


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld

Eindredactie: Paul Delfgaauw– Religiefilosofie
Reconstructie blog: 28 januari 2026: De complete, oorspronkelijke tekst

Rob Mutsaerts: ‘De waarheid zal u vrijmaken’

Rob Mutsaerts, afgestudeerd op Nederlands Recht (1984), stelt dat sommige opiniemakers en politici gelijkheid reduceren tot het delen van één moderne, liberale visie op mens en moraal. Jurist Mutsaerts, sinds 2010 hulpbisschop met staf om zijn kudde in toom te houden, hanteert echter vooral de pen om zijn wapenspreuk Veritas vos LiberabitDe waarheid zal u vrijmaken te prediken.
– Welke waarheid?

Keuzevrijheid vindt Rob Mutsaerts een uitdrukking van de diversiteit van onze samenleving. Hij vraagt zich af wie het voor het zeggen heeft als het gaat om de ziel van het kind.

Het einde van vrijheid van godsdienst, en van onderwijs. Dat stelt Mutsaerts als hij in Trouw de uitslag leest van een stemming over een motie van VVD-Kamerlid Arend Kisteman in de Tweede Kamer.

‘Een krappe meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat de vrijheid van onderwijs niet mag botsen met artikel 1 van de Grondwet waarin staat dat iedereen gelijk behandeld moet worden, zo bleek vorige week na een stemming over een motie hierover.’
(Rob Mutsaerts, in: Trouw)

Religie
Onderwijs mag, zegt jurist Rob Mutsaerts, ‘niet verworden tot indoctrinatie door de heersende mode. Media plaatsen orthodox-religieus onderwijs in het verdachtenbankje, en politieke stemmen beweren zelfs dat religie in een land als het onze geen invloed op de maatschappij mág uitoefenen’.

‘Critici zeggen dat godsdienstvrijheid wordt ‘misbruikt’ om bijvoorbeeld lhbti+-personen te discrimineren, of dat onderwijsvrijheid ‘giftige’ ideeën laat verspreiden. Met andere woorden: juist in onze seculiere samenleving staan vrijheid van godsdienst en onderwijs onder druk – door overheidsbeleid, publieke opinie en culturele trends.’
(Rob Mutsaerts, in: Trouw)

‘Kinderen zijn van de ouders, niet van de staat’
Vrijheid van onderwijs vloeit, volgens Mutsaerts, voort uit het principe: ‘het recht en de verantwoordelijkheid om kinderen te vormen volgens diepe overtuigingen over waarheid en goedheid’.

‘Kinderen zijn van de ouders, niet van de staat. Het is om die reden dat ouders de ruimte moeten houden om hun visie op het goede leven in de opvoeding en scholing door te geven. Deze keuzevrijheid is een uitdrukking van de diversiteit van onze samenleving. De vraag is: wie heeft het voor het zeggen als het gaat om de ziel van het kind?’
(Rob Mutsaerts, in: Trouw)


‘Woke-evangelie’
In zijn boek Van waarheid tot woke, stelt Mutsaerts dat we terechtgekomen zijn in een cultuur van censuur waarin mensen doodsbang zijn om hun mening te geven en dat zaken die tot voor kort als normaal en vanzelfsprekend werden aangenomen, nu worden aangevallen.

‘Het bestaan van objectieve waarheid wordt ontkend en inmiddels worden ook wetenschappers gecanceld. Bestaat er zoiets als objectieve waarheid? Hoe denken klassieke en moderne filosofen hierover? En wat heeft God hier mee te maken? Een ding is duidelijk: een wereldbeschouwing die zich zo verwijdert van de realiteit heeft verwoestende gevolgen.’
(Rob Mutsaerts, in: Van waarheid tot woke)

Waarheid als filosofische vraag
Bestaat er zoiets als ‘waarheid die voor iedereen en altijd geldt’, vraagt Mutsaerts zich af in Van waarheid tot woke. De vraag naar waarheid tracht hij te beantwoorden als filosofische vraag.

‘Als niets waar is, valt er ook nergens over te praten. Als niets waar is, zijn argumenten waardeloos. De vraag naar de waarheid is een filosofische vraag. Filosofen hebben daar zinnige dingen over te zeggen. De klassieke filosofen hebben de tand des tijds doorstaan. Dat is niet voor niets, mij dunkt.’
(Rob Mutsaert in: Van waarheid tot woke)


Socrates en Jezus zijn op zichzelf al invloedrijke figuren die een belangrijke rol
hebben gespeeld in het historische en filosofische debat.’ (Shawn Buckles)

Socrates en Jezus
Onze westerse cultuur is gebouwd op het fundament van Athene en Jeruzalem, zegt Mutsaerts, ‘op de rede en de religie die beiden uitgaan van objectiviteit’.

‘Voor zowel Socrates als Jezus is waarheid objectief en universeel. Democratie en mensenrechten zijn er de vruchten van. Dat is de cultuur die nu sterft met wantrouwen en het ontbreken van consensus als gevolg.’
(Rob Mutsaerts in: Van waarheid tot woke)

De nieuwe Antoine Bodar?
Ook bekritiseert Mutsaerts processen binnen de kerk zoals de ‘synodaliteit’ die hij hevig door woke vindt geïnfecteerd. De jurist maakt zich in dit boek sterk voor de waarheid van alle eeuwen, die we al even lang hartstochtelijk zoeken, vinden en aanbidden. Is de nieuwe Antoine Bodar opgestaan?

‘Als de meerderheid vindt dat God dood is, is Hij al bijna dood. Die opvatting van de waarheid als democratisch principe is niet de mijne. Ik ben ervan overtuigd dat er een absolute waarheid bestaat, onafhankelijk van ons denken. De Bijbel leert dat ook. Christus zegt het zelf: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’
(Rob Mutsaerts in: Bodar)


‘Jezus sprak over ‘de waarheid’ over leven in de diepe verbinding
van mens en God, en over de moed om te zien wat er is.’ (Arjan Broers)

Als het gaat om de ziel van het kind
Keuzevrijheid vindt Mutsaerts een uitdrukking van de diversiteit van onze samenleving. De jurist vraagt zich af ‘wie het voor het zeggen heeft als het gaat om de ziel van het kind’. Dat antwoord heeft hij al klaar en is net zo absoluut als die van Bodar:

 ‘Als je Bodar goed leest, heeft de rooms-katholieke kerk als enige de absolute waarheid in pacht. Bodar denkt sterk Rome-centrisch als hij – weliswaar glimlachend – zegt dat er veel wegen naar Rome leiden, alle wegen zelfs.’
(Rob Mutsaerts in: Bodar)

‘De absolute waarheid’
Het kind blijkt dus ‘niet van de ouders te zijn’ of ‘de staat’, maar van de rooms-katholieke kerk...

Bronnen:
* Opinie: Wie afwijkt van de moderne liberale visie op de mens, wordt als bedreigend gezien (Trouw, 18 december 2025)
* Van waarheid tot woke | Rob Mutsaerts | Uitgeverij De Blauwe Tijger | oktober 2023 | € 23,00
* God en de absolute waarheid van Antoine Bodar (de Bibliotheek, 2017)
*
Paarse Pepers (Boeken van bisschop Mutsaerts)
*
Bossche encyclopedie ( Antonius Petrus Lambertus Bodar, 1944)
* Blog kloosterhuissen Commentaar van auteur Arjan Broers: ‘Jezus zei: ‘De waarheid zal je vrij maken’ (Johannes 8,32). Hij had het daarbij niet over de catechismus van de katholieke kerk of over je persoonlijke levensproject, maar over leven in de diepe verbinding van mens en God, en over de moed om te zien wat er is. In een wereld waarin alles marketing, framing, eigenbelang en reclame lijkt te zijn is dat een dappere daad. Maar wat hebben we het nodig: mensen die zo in waarheid willen leven, zichzelf ontwikkelen om het geheel te kunnen dienen.’

Beeld: Wapen van bisschop Rob Mutsaerts
Beeld Socrates en Jezus: WisdomShort – “Socrates leefde ongeveer 400 jaar vóór Jezus en heeft dus niets over hem gezegd. De filosofieën van Socrates maken deel uit van het oude Griekse denken, terwijl de leer van Jezus centraal staat in het christendom en veel later is ontstaan.” (‘Wat zei Socrates over Jezus? – Wijsheid over tijdloze bruggen slaan’, door Shawn Buckles, online uitgever)
Beeld paus: Credo:‘De Paus: De abolute leider van de Katholieke Kerk?

Grensoverschrijders en de bewaking van de reine zielen

De staat ontfermt zich tegenwoordig over de zielen, bemoeit zich zoals ooit de kerk, met het goede leven en de juiste gedachten. ‘Politieke zielen moeten tegenwoordig lelieblank zijn,’ stelt historicus Martin Sommer in EW, en dat ‘journalisten ijverig speuren naar grensoverschrijders.’ In Nederland Therapieland vervangt de GGZ God zelf. ‘GGZ is een staatsreligie,’ vindt religiewetenschapper Katie Vlaardingerbroek. – Of die nieuwe staatsreligies heilzaam zijn, is de vraag. Terug naar de kerk? God is daar alleen nog in de stilte te vinden.

‘Wat voorheen privé was, is politiek geworden. De staat is niet langer neutraal, maar bemoeit zich zoals indertijd de kerk intensief met het goede leven en de juiste gedachten’
(Martin Sommer)

Leegloop van de kerk
Martin Sommer, politiek columnist in EW, schreef het boek De Nieuwe Standenstaat (2024) over ‘hoe het gelukkigste land ter wereld zijn humeur verloor’. Politiek is de laatste jaren steeds meer ‘Gesinnungspolitik geworden, de politiek van het goede geweten’.

‘Over rein en onrein in de politiek schreef ik in mijn vorig jaar verschenen boek De Nieuwe Standenstaat. Sinds de leegloop van de kerk heeft de staat zich over de zielen ontfermd. Wat voorheen privé was, is politiek geworden. De staat is niet langer neutraal, maar bemoeit zich zoals indertijd de kerk intensief met het goede leven en de juiste gedachten.’
(Martin Sommer in EW)

Lelieblanke zielen
Martin Sommer stelt dat het in de politiek gaat om democratische of ondemocratische gezindheid: hun plaats op de as van goed en kwaad, of in zijn woorden: ‘rein en onrein’.

‘Maar de politieke zielen moeten tegenwoordig lelieblank zijn, en ditmaal was het pech voor Wijers. Een recente variant van dat idee is dat de belangentegenstelling tussen links en rechts achterhaald zou zijn. Wat partijen tegenwoordig onderscheidt, is hun democratische of ondemocratische gezindheid, anders gezegd hun plaats op de as van goed en kwaad, of in mijn woorden rein en onrein.’
(Martin Sommer in EW)

Integriteit
In EW schrijft hij dat de eis aan politici is dat ze mannen of vrouwen uit één stuk zijn. Het fatsoen van weleer ging over het mooi houden van de buitenkant.

‘Afgezien van Henri Bontenbal (CDA) spreken we tegenwoordig niet langer over fatsoen, maar over integriteit. Het woord ‘integriteit’ betekent heelheid, onkreukbaarheid of onschendbaarheid.’
(Martin Sommer in EW)


De Nieuwe Standenstaat

‘Integritisme’
Over ‘het aanzwellende koor van onthullers en aangevers’ haalt Sommer L.W.J. Huberts aan, in 2005 benoemd als eerste hoogleraar integriteit.

‘Hij vroeg in zijn oratie meteen aandacht voor de stormachtige vlucht die het integriteitsbeleid had genomen, ­zowel bij bedrijven als de overheid. Hij waarschuwde voor het zogenoemde ‘integritisme’, het aanzwellende koor van onthullers en aangevers dat wees naar hoogwaardigheidsbekleders die een scheve schaats reden.

Integriteit, zei Huberts, is reuze geschikt om politieke tegenstanders of dwarse ambtenaren te vloeren. En zo gebeurt het met acteurs, politici, burgemeesters, journalisten, museumdirecteuren en specialisten. Een antiserum tegen het integritisme is nog niet gevonden.’
(Martin Sommer in EW)

GGZ
Een andere staatsreligie is te vinden in Therapieland. In de GGZ krijgt religiewetenschapper Katie Vlaardingerbroek drie keer per week een uur therapie, maar kan zij zich daaraan overgeven? Kritisch verwijst zij naar Karl Marx. De politiek filosoof (1818-1883) zei in 1844 over menselijke vervreemding: “Arbeiders leggen hun kracht en vermogen buiten zichzelf (in producten) in plaats van in zichzelf, net als religie dit doet.”

‘Dat is natuurlijk wel provocerend, een beetje speelse schop. Karl Marx zei ooit: “Religie is de opium van het volk.” Ofwel, religie wordt gebruikt om een beetje te bedwelmen en zingeving te geven, zodat mensen niet echt om zich heen kijken en in opstand komen. Therapie heeft nu een beetje dezelfde rol. Op zoek naar onszelf om ons niet in te zetten tegen onrechtvaardigheden.’
(Katie in De Ongelooflijke Radio)

DSM* als Bijbel
In het gesprek op de radio zoekt Katie in alle hoeken en gaten van therapieland om te ontdekken wat allemaal niet werkt. Zij heeft op vrijwel alles kritiek en is als gedreven religiewetenschapper meer bezig met een soort promotieonderzoek, dan naar herstel van haar PTSS. Haar kritiek is vooral dat je in therapieland wordt bedwelmd met zingeving. Dát wil Kathie herstellen: mensen moeten ‘in opstand komen’ en zich gaan ‘inzetten tegen onrechtvaardigheden’.
* Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)


Stefan Paas, Katie Vlaardingerbroek, David Boogerd

‘Therapie is nu een verhaal dat zegt: dit is wat mens-zijn betekent, wat je lijden betekent. En hoe je je lijden kan oplossen en wat jouw leven betekenis geeft. Op al die existentiële vragen geeft therapie een antwoord: de therapeut bekleedt een bovenmenselijke functie, een beetje als de dominee of de priester. In een uurtje neemt die de plek van onvoorwaardelijke liefde, begrip, compassie en erkenning.

Iets wat we eerst bij God misschien wel zochten. Dat idee van die onvoorwaardelijke liefde en erkenning. Dat zit dan in dat contact met de therapeut. DSM is een boek dat identiteiten bepalen van mensen en heeft daarmee ook een heel sterke rol door te zeggen wat is normaal en niet normaal. Een soort Bijbel.’
(Katie in De Ongelooflijke Radio)

Bronnen o.a.:
*
Wijers-gate en de bewaking van de reine zielen
*
De Ongelooflijke radio
* Karl Marx, Parijse Manuscripten (drs. Jo Nabuurs, in: Humanistische Canon)

Martin Sommer (1956) Sinds een jaar schrijft hij politieke columns voor EW. In 2024 verscheen zijn boek De Nieuwe Standenstaat over ‘hoe het gelukkigste land ter wereld zijn humeur verloor’.
‘Journalisten speuren ijverig naar grensoverschrijders, en Wijers is alleen maar de zoveelste. De verontwaardigden over zijn lot zijn niet zelden ook de meest geharnaste Yeşilgöz-haters. Maar vergis je niet, de afgang van Wijers en de afkeer van Yeşilgöz zijn vruchten van dezelfde boom: die van de bewaking van de reine zielen.’ (Martin Sommer in EW)

Katie Vlaardingerbroek is religiewetenschapper en de schrijfster van Nederland Therapieland.
‘Een vlijmscherpe spiegel voor een land dat zijn psychisch lijden steeds therapieker inkleurt. Dit boek prikt liefdevol maar compromisloos door de ballon van therapeutisch marktdenken heen. Een belangrijk werk, dat zowel hulpverlener als hulpvrager tot nadenken stemt – en dat is precies wat we nu nodig hebben.’ (Jim van Os, hoogleraar psychiatrie, pleitbezorger van menselijke zorg)

Tip: Bestsellerpsycholoog Gitta Jacob: ‘Therapie lijkt een vrijbrief om maar niets aan jezelf te hoeven veranderen’ (NRC 11 december 2025, Gemma Venhuizen)
‘Het lijkt bijna je sociale status te verhogen als je een psycholoog bezoekt. Therapie lijkt bovendien een vrijbrief om maar niets aan jezelf te hoeven veranderen: dit-en-dat is mijn jeugdtrauma, ik bén nu eenmaal zo. En daar wil ik me tegen uitspreken. Want voor elke positieve verandering is ook eigen inzet nodig.’ (Gitta Jacob, psychotherapeut, Hamburg, Duitsland – Gitta Jacob: Uit je schaduw.)

Beeld: De Vesting
Beeld De Nieuwe Standenstaat: Deel van de cover
Foto Martin Sommer: Prometheus
Foto Stefan Paas, Katie Vlaardingerland, David Boogerd: De Ongelooflijke Radio

Voor de PKN is van God getuigen best ongemakkelijk

Van filosoof en theoloog Tomáš Halík is de uitspraak: ‘De manier waarop iemand mens is, zegt meer over zijn geloof dan wat hij denkt en zegt over God’. In De namiddag van het christendom, waarnaar magazine Petrus verwijst, citeert Halík wat paus Franciscus zegt over God: ’Ik heb slechts één dogmatische zekerheid: God is aanwezig is ieders leven’.
Halík is opmerkelijk genoeg te vinden in Petrus, het magazine van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) waarin God slechts aanwezig blijkt in het christendom. Zegt dat meer over het christendom dan over God die immers ‘aanwezig is in ieders leven’? Het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? leest ongemakkelijk.

‘De Kerk moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is’
(Tomáš Halík)

In het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? door Jedidja Harthoorn, hoofdredacteur van het magazine Petrus van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), zegt Harthoorn dat ‘er genoeg theologen en gelovigen zijn die ervoor pleiten om het gesprek over het geloof bewust op te zoeken’. Om te getuigen. De nieuwe scriba van de PKN, dr. Kees van Ekris, kijkt in Petrus terug op de inzichten die dat getuigen hem hebben gebracht.

Geen dialogen
Opvallend in het gehele essay is dat er in Getuigen wel gesprekken zijn over geloof maar geen dialogen. Consequent zijn ze eenzijdig gericht tegen andersdenkenden en niet-gelovigen om te getuigen van het christelijke geloof. Van Ekris wil zijn mede-christenen vooral sterken in dat getuigen.

‘Ik gun christenen fierheid. Leven met een soort zelfvertrouwen: dit doet ertoe, wat wij geloven. Ten diepste heeft dat te maken met een ervaring van geluk: ik wil dit niet kwijt en ik gun het een ander ook. (…)   We moeten zó leren spreken over het christelijke geloof dat het mogelijk verstaanbaar is voor iemand die anders denkt.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Abraham
Het voelt ongemakkelijk dat niet-christelijke gelovigen en andersdenkenden blijkbaar christenen moeten worden (hen te ‘koloniseren’, zoals Tomáš Halík dat verwoordt). Heeft Van Ekris weleens geluisterd naar moslima’s die in steeds groteren getale in vooral dienstverlenende sectoren te zien zijn? Allemaal getuigen zij van hun geloof en velen maken dat zelfs fier zichtbaar met hun hoofddoek. Zij zijn, net als christenen, volgers van Abraham waarover Franciscus spreekt in een interview.

‘Abraham is op reis gegaan, zonder echt te weten waarnaartoe, louter op grond van geloof.(…) Ons leven wordt ons niet in de schoot geworpen als een operalibretto, waarin alles al vast staat. Ons leven is op weg zijn, wandelen, doen, zoeken, vinden enzovoort. We moeten dus binnenstappen in het avontuur van de zoektocht naar de ontmoeting, in het zich door God laten zoeken en het zich door God laten vinden’.
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík in Interview Antonio Spadaro S.J. met paus Franciscus (1938 – 2025)


Het ☧-teken, een belangrijk symbool in de protestantse beeldtaal

‘Als de Kerk haar grenzen wil overschrijden en alle mensen wil dienen, dan moet haar dienst verbonden zijn met respect voor het anders-zijn en de vrijheid van hen tot wie ze zich richt. Ze moet ontdaan zijn van de intentie om iedereen in haar gelederen te trekken en de controle over hen te krijgen, hen te ‘koloniseren’. Ze moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is.’
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík)

Anders-zijn
Moslima Saïda bijvoorbeeld. Zij begon als schoonmaakster in een ziekenhuis en werkte daar uiteindelijk als gediplomeerd islamitisch geestelijk verzorger. Als moslim staat zij volledig open voor andersdenkenden, werkt aan de samenleving met iedereen die er ook voor de ander is, en toont de kracht en de wil om samen te werken met mensen met uiteenlopende levensbeschouwingen.


“joods-christelijke beschaving’, dat doet de geschiedenis geen recht.
De islam hoort al eeuwen bij Nederland.’

(Religiewetenschapper en filosoof Kamel Essabane, in deKanttekening)

Moslimgemeenschap
Ook is het waardevol om kennis te nemen van ‘Verhalen van de Nederlandse moslimgemeenschap die lang onderbelicht zijn gebleven, maar onmiskenbaar deel uitmaken van ons gezamenlijke verleden’. De tentoonstelling Wij zijn hier liet de afgelopen maanden juist zien hoe moslims, generatie op generatie, een fiere rol spelen in het maatschappelijke, culturele en religieuze landschap van Nederland. Soms zichtbaar, vaak op de achtergrond, maar altijd aanwezig.

Zonde
Interessant en spiritueel is de omschrijving die scriba Van Ekris geeft aan het begrip ‘zonde’, een nogal zwaar beladen term in het christendom dat nog altijd angst zaait door dreigend vagevuur en hel. Van Ekris over ‘zonde’:

‘Als je zonde omschrijft als een vreemde ontwrichtende kracht in jezelf die dingen stuk kan maken, wordt dat door veel mensen herkend. Het helpt als je voor dat soort ervaringen taal kunt aanreiken.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)


Scriba PKN Kees van Ekris

‘Iets van God ontdekken’
Voor Van Ekris ontstaat in contact met de ander een ‘heel betekenisvol gesprek’. Maar ook dan wordt er niet aan die ander gevraagd: “Vertel jij eens over de betekenis van jouw geloof?” Terwijl Harthoorn toch zo mooi schrijft:

‘Mensen kunnen blijkbaar op allerlei manieren geraakt worden door iets wat met God en geloof te maken heeft. Woorden en daden, het gewone en het heilige, stilte en muziek – misschien is de hele breedte van de menselijke ervaring wel nodig om iets van God te kunnen ontdekken en van die ervaring te leren.’
(Jedidja Harthoorn in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Paus Franciscus
Saïda, ook geraakt door God, heeft dit al lang geleden geleerd. Zij kent de kern van de Abrahamitische godsdiensten waarnaar paus Franciscus verwijst: joden, christenen en moslims hebben dezelfde God. En vol vertrouwen brengt de geestelijk verzorger dat in de praktijk.

Getuigen van God
Door te getuigen, bevestig je je persoonlijke ervaringen van je geloof als waarheid. Een ongemakkelijke opdracht als je slechts van je eigen godsdienst kan getuigen en niet van God.

Bronnen:
Jedidja Harthoorn
* Magazine Petrus, Nr 30 – Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? (Jedidja Harthoorn)“Al zo’n 200.000 Nederlanders krijgen het christelijk magazine Petrus [4x per jaar gratis] in de brievenbus.” (Petrus)
Saïda
*Academie voor Geesteswetenschappen, Saïda, van schoonmaakster tot islamitisch geestelijk verzorger – Jeroen Jeroense & Trijnie Nielen-Rosier (Boekrecensie: Paul Delfgaauw)

*Wij zijn hier – Een gedeeld verleden, moslims vertellen – Tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdok (14 juni – 6 september 2025)
* De namiddag van het christendom – op weg naar een nieuw tijdperk (Tomáš Halík, Kokboekencentrum Uitgevers) – Opgedragen aan paus Franciscus, met eerbied en dankbaarheid)
*deKanttekening: Het Moslim Archief wil The Black Archives achterna: ‘Groepen bij elkaar brengen’ (Historicus en journalist Ewout Klei)

Beeld: PKN
Het ☧-teken: Petrus / De Glashut +Designer
Foto joods-christelijke beschaving: Universiteit Utrecht
Foto Van Ekris: AD / ANP

Jongeren zoeken houvast, maar ‘opnieuw geboren worden’…? 

Ben je jong en zoek je in de kerk naar houvast, duidelijkheid, structuur of zelfs overgave? Dan zoek je het buiten jezelf! Is het dan beter voor je om ‘bij jezelf naar binnen’ te gaan? Mysticus Meister Eckhart zei zeven eeuwen geleden: ‘Waarom zoek je het buiten je? Waarom blijf je niet in jezelf en grijp je niet aan wat goed is in jezelf? Jullie dragen immers de hele waarheid wezenlijk in je?’. In je! De hele waarheid! Is dat voor jou, als jongere, niet te veel van het mystieke?

Jongeren van rond de twintig zijn geloviger en gaan meer naar de kerk dan de generatie voor hen, blijkens het recente onderzoek God in Nederland. Ze zoeken houvast en vinden dat dan meer en meer in de (protestantse) kerken’
(Wim Davidse)

‘Ik-verlies’
Die overgave en houvast kunnen jongeren, volgens Wim Davidse, bij de mystici zoeken. Want veel jongeren kennen al vormen van overgave, zegt hij: ‘In de disco, de overgave aan de muziek met de harde beats, ze gaan uit hun dak’.

‘Maar ook buiten de disco geven ze zich over aan muziek, blijkens de oortjes die veel van hen dragen. Ze kunnen zich overgeven aan drank en drugs. Veel jongeren kennen dus al verschillende vormen van tijdelijk ‘ik-verlies’.’
(Wim Davidse)

Je ‘bestaansgrond’
E
ckhart zegt het wat mystiekerig: ‘God is onze bestaansgrond’. Zoiets als ‘bestaanszekerheid’? Geeft die grond houvast? En in die bestaansgrond moet je dan ‘bij jezelf naar binnen gaan’. In Eckharts woorden: ‘in het “verborgene” vind je het beeld van God dat je in jezelf draagt’. Je hoeft dus niet naar buiten.

‘Over het leven zegt Eckhart: “Ik leef omdat ik leef. Dat komt omdat het leven vanuit zijn eigen bestaansgrond leeft en opwelt uit zichzelf, daarom leeft het zonder waarom in het zichzelf levende leven”.’
(Wim Davidse)

Jezus kent Zijn Vader
Toch klinkt het voor een jongere als een nogal eenzaam gebeuren. Jezus zocht die eenzaamheid ook, is vaak het antwoord. Hij luistert dan naar de stem van Zijn Vader. Veel jongeren weten van Jezus weinig of niets: “Stel je voor dat mensen denken dat ik stemmen hoor!”. Jezus kan bij zichzelf naar binnen gaan, omdat hij ‘weet’ dat daar Zijn Vader is. Dat klinkt als een voorrecht, of mazzel. Veel jongeren komen binnenin slechts donkere leegte tegen. Dan maar de disco, drank en muziek om even geen last van jezelf te hebben. ’s Nachts in bed voel je in je eentje hooguit een misselijke leegte die allesbehalve houvast geeft.

Eenzaam
I
n de Bijbel staat iets over ‘Gods liefde die zich heeft geopenbaard aan mensen door het zenden van zijn Zoon, opdat wij zouden leven door Hem’. Jezus moet erachter gekomen zijn dat hij door God, Zijn ‘eigen Vader’, gezonden is. God heeft dat natuurlijk zelf in Jezus geopenbaard. Lekker makkelijk, zou je zeggen. Jongeren vandaag de dag kennen geen God als Vader, kennen misschien hun eigen vader (of moeder) niet eens (meer). Dat zal erg eenzaam voelen.

‘Mystiek? Wat is dat nou weer?’
W
im Davidse vraagt zich af of mystiek en ervaringen van mystici tegemoet zouden kunnen komen aan de behoefte aan zingeving en aan houvast onder jongeren. “Mystiek? Wat is dat nou weer? En mystici? Kan je iets leren van mystici?” Hoe breng je mystiek en mystici naar jongeren toe? Toch via kerk of klooster?

Loslaten
D
aarbij gaat het ‘kort gezegd om “ik-verlies” en overgave aan wat meer is dan jezelf, aan het “Hogere”, aan God of hoe je dat wilt noemen’:

‘Maar dat ‘ik-verlies’ is in de mystiek natuurlijk ingrijpender, dat vergt vaak een lange weg om dat ‘ik’ te leren kennen en los te laten.’
(Wim Davidse)

‘Van hoge geboorte’
‘W
aar is die weg?’, vraagt menig jongere. ‘En hoe lang is die weg? Moet ik op dat pad mezelf leren kennen en daarna mijn “ik” loslaten? “Ik-verlies” door drank en drugs, laat ik graag los, ik kots het wel uit of neem nog een shotje om me weer wat beter te voelen.’ Voor menig jongere klinken de woorden van Davidse nogal mistig.

‘Mystiek en mystici kunnen hen leren los te komen van zo’n afhankelijkheid. ‘Je bent een mens van hoge geboorte,’ leerde Meister Eckhart bijvoorbeeld. Dat zou toch interesse kunnen wekken bij jongeren.’
(Wim Davidse)

‘Moet ik weer naar school?’
J
ongeren voelen zich geen ‘mens van hoge geboorte’. “Wat wordt daar nu weer mee bedoeld?” Hoe wekt zo’n uitspraak interesse op bij jongeren? “Toch naar kerk of klooster? Wie is Meester Eckhart? Op school waren er geen meesters die zo heetten. Moet ik weer naar school?”

Qatbladeren
O
f is dit misschien helpend: Geestelijk verzorger Marga Haas schreef God en ik, wij zijn een. Davidse verwijst naar haar. Dit zou een ‘mooie kijk op je wezenlijke identiteit’ geven. Hoe komt dat binnen bij jongeren? Het boekje bevat veertig uitspraken van Meister Eckhart, met daarbij overdenkingen van Marga Haas. Elk citaat mag je proeven en er een dag op herkauwen. (Wel beter dan op qatbladeren.)

‘Hoe je moet leven’
U
itspraken van Eckhart over ‘hoe je moet leven’ en over je ‘wezenlijke identiteit’, zijn volgens Davidse:

‘Net onderwerpen waar jongeren tegenwoordig zo mee bezig zijn. Kennismaken met Eckhart, zijn uitspraken ‘proeven’ vergt natuurlijk een goede begeleiding. Maar misschien kunnen jongeren dan beter bij zichzelf naar binnen gaan dan bij een kerk.
(Wim Davidse)


Wim Davidse schrijft eveneens dat er meer in je is: Er is meer in ons – leren van de mystici

‘Je wezenlijke identiteit’
Jongeren zoeken houvast. Goede begeleiding is nodig, zegt Davidse. Kan dat via een boek? Houvast aan een boek kan een beginnetje zijn, maar lezen over ‘je wezenlijke identiteit’ van een mysticus, veertig dagen als houvast? Net als Jezus in de woestijn, maar jij dan in Kootwijkerzand, eenzaam lezend in Eckhart? Ondertussen vasten, insecten eten en hopelijk een bronnetje waaruit wat water welt. Ja, dan kom je jezelf wel tegen.

Bronnen:
* Ongrond – Meister Eckhart voor jongerenWim Davidse
* God en ik, wij zijn één – Veertig dagen met Meester Eckhart | Marga Haas | Meinema, 2e druk, 2017 | ISBN 9789021143828 | € 14,99 | E-book € 5,99 | Het is een tijdloze boodschap, zegt Marga. Nog steeds actueel voor wie zoekt naar verdieping, naar een anker, naar innerlijke vrede. Zij probeert je op weg te helpen: ‘Het bestaat uit een verzameling van veertig korte citaten uit het werk van Meester Eckhart, bedoeld voor evenzoveel dagen. Lees en herlees elke ochtend het citaat van de dag. Leer het uit je hoofd, schrijf het op een briefje, draag het boekje mee en lees het citaat later op de dag nogmaals en nogmaals – kortom: proef het citaat en ‘herkauw’ het gedurende de dag. Bij elk citaat hoort ook een zeer korte overweging. Die is bedoeld voor ’s avonds. In deze overweging deel ik met je wat het citaat bij mij oproept en wat het mij brengt. Dat de weg zich voor je opent!’
* Trouw: Voor het eerst zijn jongeren geloviger dan de generatie voor hen

Beeld: José van Eldik
Meister Eckhart: reddit.com: Christian Mysticism

‘Een wereld waarin alles in relatie staat tot God’

Theoloog Aza Goudriaan, hoogleraar Wetenschap & Vroomheid, gaat ‘een wereld waarin alles in relatie staat tot God’ onderzoeken. Hij is niet de eerste. Gisbertus Voetius, (veld)predikant en hoogleraar in de Oosterse talen en theologie, beschrijft deze gedachte al. ‘Op fascinerende manier’, zegt Aza en noemt hem de ’sleutelfiguur binnen zijn onderzoek’. Voetius schrijft in zijn inaugurele rede over de ‘verbintenis tussen de vroomheid en de wetenschap’. En nu zit Aza op de nieuwe, persoonlijke, leerstoel* ‘Wetenschap & Vroomheid’. ‘Heel toepasselijk, zo dicht bij het Voetius-herdenkingsjaar 2026’.

‘Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid’
(Aza Goudriaan)

Verbinding met de wetenschappen
H
et is niet alleen de mens Gisbertus Voetius (1589 – 1676) door wie Aza gefascineerd is, maar vooral de manier waarop hij de werkelijkheid beschouwt.

‘Hij [Voetius] is een voorbeeld van een manier van denken die heel het leven en heel de werkelijkheid in verband brengt met God, en onder Gods regering ziet. Iemand die een poging heeft gedaan om theologie met verschillende wetenschappen te verbinden en zo het hele leven in verband te brengen met het dienen van God.’
(Aza)

Genuanceerd afwegen
A
za vindt Voetius ‘een meester in het schetsen van verschillende posities, het genuanceerd afwegen van vraagstukken in uitgebreid gesprek met de traditie en de internationale literatuur’.

‘Dat levert niet de meest toegankelijke manier van schrijven op, maar wel precisie. De nauwkeurigheid waarmee hij beschrijft, zijn streven om aan de posities van mensen recht te doen – ik vind het een respectvolle manier van omgaan met mensen.’
(Aza)

‘Kijk maar welke methode je het meest geschikt lijkt. Als Jezus Christus maar wordt verkondigd aan het hart van de mensen.’
(Gisbertus Voetius)

Tegenstelling?
I
n zijn onderzoek wil Aza de komende jaren de verschillende aspecten van Voetius’ theologie samenhangend bestuderen. ‘Het is een manier van kijken die een relatie tot God veronderstelt. God heeft de wereld geschapen, dus dan moet je ook de wereld en de geschiedenis in relatie tot Hem bekijken’. 

‘Ik ben benieuwd wat voor beeld je dan krijgt. Wetenschap met vroomheid verbinden was een opgaaf, en het is soms wel gezien als een tegenstelling: persoonlijke vroomheid aan de ene kant en schoolse geleerdheid aan de andere kant.
(Aza)

Origenes
E
r zijn ook anderen die op Voetius’ manier kijken, zegt Aza: ‘Het was eigenlijk een oud christelijk streven, dat iemand als Origenes al in Caesarea probeerde vorm te geven’. – Origenes, aldus vroegekerk.nl, is een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw, die zich ‘verdiepte in de profane wetenschappen, zoals wijsbegeerte en filosofie’. 

‘Als hoofd van de Alexandrijnse catechetenschool schreef Origenes zijn belangrijkste dogmatische werk: “Over de grondbeginselen”, waarschijnlijk een weerslag van het onderwijs dat hij aan de hoogopgeleiden gaf. De titel van dit werk is dubbelzinnig. Griekse filosofen hadden deze titel ook al gebruikt bij de beschrijving van de oorzaken en grondslagen van het bestaan. Zocht Origenes bij hen aansluiting? In ieder geval beschreef hij de grondbeginselen van het Christendom.

Het uitgangspunt van Origenes bij de beschrijving van de Christelijke grondbeginselen is dat het object van religieuze kennis een mysterie is. Dit heeft iets van een tegenstrijdigheid. Want waarom zouden we een mysterie leren kennen als het mysterie onkenbaar is? Origenes’ antwoord hierop is dat het mysterie in zijn totaliteit voor de mens onkenbaar is.’
(vroegekerk.nl)

‘Kennis komt na het geloof’
V
olgens Historiek wordt de theologie van Voetius gekenmerkt door het primaat van geloof boven wetenschap en zijn klemtoon op vroomheid.

‘Een van zijn kernleuzen was “ik geloof opdat ik begrijp”. Kennis kwam na het geloof en moest dus godsvruchtig zijn om kennis te zijn. In deze zin stond Voetius diametraal tegenover de rationalistische filosofie van onder meer René Descartes, die uitging van het adagium “Ik denk, dus ik ben”.’
(Historiek)


Gevelsteen aan de voorzijde Sint-Catharijnekerk in Heusden
(Voetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet)

Werkelijkheid beschouwen
H
et onderzoek van Aza klinkt veelbelovend en hij zal de wereld waarin alles in relatie staat tot God veelzijdig moeten bestuderen. Voetius duikt de diepte in als hij in 1634 de positie van hoogleraar aanvaardt, op zoek naar God: ‘Als je God wilt dienen, moet je Hem kennen, dat wil zeggen: studeren’.

‘In de Bijbel, maar ook in andere vakgebieden die licht werpen op God en Zijn daden. Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid.” Negentiende-eeuws theoloog en oud-minister-president Abraham Kuyper noemde hem “de grootste godgeleerde waarop het gereformeerd Nederland roemen mag”.’
(Aza)


Presentatie-exemplaar van G. Voetius, van zijn Politieke Ecclesiastica (kerkpolitiek)

* De leerstoel Wetenschap & Vroomheid is ontstaan mede op initiatief van de stichting Ad pias causas. Deze stichting hecht veel waarde aan de bestudering van theologie en filosofie ten tijde van de Reformatie en stelde de PThU voor onderzoek op dit thema te sponsoren. De PThU heeft vervolgens een profiel voor een leerstoel en onderzoeksprogramma uitgewerkt.

Bronnen:
* PThU: “Achter de teksten en de schepping staat de Schepper”
(interview)
* Vroegekerk.nl: Origenes, een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw
* Historiek: Gisbertus Voetius (1589-1676) – Gezicht van de Nadere Reformatie


Beeld: Vatican City / Bridgeman ImagesDe Schepping van Adam, van het Sixtijnse Plafond, 1510 (detail), Michelangelo Buonarroti, Vatican Museums and Galleries
Gisbertus Voetius: Christian Study Library
Gedenkteken Voetius: Heusden in BeeldVoetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet. Hij werd vooral bekend als eerste hoogleraar van de Universiteit van Utrecht.
Politieke ecclesiastica (Kerkpolitiek) Gisbertus Voetius: Uitgever: Johannes Janssonius van Waesberge. 1663, 1666, 1669, 1676. Zeldzame complete set van dit monumentale werk over het kerkelijk leven van de Nederlandse calvinistische theoloog Gisbertus Voetius (1589-1676), die beroemd werd door zijn botsing met Descartes. (Abebooks.com)

‘God, een kracht die oproept en aandringt tot bestaan’

Essayrecensie – Theoloog Martijn Rozing schreef Bidden na de dood van God (2024). Bidden? ‘Wanneer het universum zwijgt? Wanneer wij geen antwoord meer kunnen verwachten? En de mens verantwoordelijk is voor de dood van God? God stierf geen natuurlijke dood, wij mensen vermoordden hem’. – Rozing staat met zijn verwijzing naar Nietzsche in zijn essay niet alleen. De dolle mens is sinds enige tijd trending topic bij theologen, filosofen en schrijvers. Dat is welkom, want Nietzsches ‘God is dood’ wordt vaak misverstaan.

‘Het gelaat van God toont zich doorzichtig en dient zich aan als een insisterende kracht, een kracht die oproept en aandringt tot bestaan. Een gelaat dat zowel verontrustend als ook tot leven wekkend is’

Het begint met een ervaring
Z
orgethicus en geestelijk verzorger Martijn Rozing is over het thema bidden na de dood van God begonnen met een promotieonderzoek aan het Arminius Instituut. De theoloog wil de betekenis en de waarde van het gebed, van bidden, uitdiepen. Als de proponent dat net zo gloedvol uitwerkt als dit eindessay voor het Remonstrants Seminarium, dan gaat dat zeker lukken. Recensie over Bidden na de dood van God. Het begint met een ervaring.

‘Ik ben nog niet begonnen met het gebed of ik loop er al in vast. De eenvoudige vraag roept nieuwe vragen op. Tot wie richt ik me eigenlijk? Wat is dit voor gesprek dat ik begonnen ben? Is het wel een gesprek? Maar als het dat niet is, waarom spreek ik hier dan iemand aan? Wat maakt dat ik deze woorden gebruik, alsof ik me wend tot een vertrouwd persoon, terwijl ik werkelijk niet verwacht ook maar enig antwoord te krijgen? Om nog maar te zwijgen over het feit dat ik geen voorstelling heb van die- of datgene tot wie ik me zo persoonlijk wend. Het woord God is voor mij omgeven met het grootst mogelijke ongemak en de overtuiging dat het zeker niet om een persoon gaat.’

Doordenken
B
idden na de dood van God. Een essay waarin het promotieonderzoek al gloeit. Het leest niet zomaar weg. Tussen poëtische zinnen door is het soms kijken in een ‘wazige spiegel’ van de wetenschap. ‘Vol raadselen’, zou Paulus zeggen. Maar als je die spiegel al lezend oppoetst, dan licht de essentie op. Gefascineerd lees je dan hoe Rozing denkt, niet alleen geïnspireerd door Nietzsche, maar ook door anderen die de laatste tijd in het licht staan: John D. Caputo, Charles Taylor en socioloog Hartmut Rosa.


Friedrich Nietzsche | Charles Taylor

De dolle mens
N
ietzsche neemt de persoonlijke identiteit van God radicaal serieus, zegt de proponent. En mede door andere inzichten verklaart de filosoof God dood. In De Dolle Mens wordt de dood van God aangekondigd ‘bij diegenen die al langer niet aan God geloofden’.

‘De inzet van zijn tekst is de betekenis van die ongelofelijke gebeurtenis, zoals het verlies van het geloof in een (persoonlijke) God door Nietzsche wordt genoemd, duidelijk te maken. Hij stelt dat de mens hier zelf verantwoordelijk voor is; de dood van God is geen natuurlijke dood, wij mensen hebben hem gedood.’


Hartmut Rosa | John D. Caputo

Bidden tot wie?
R
ozing richt zich tot ‘wij als vrijzinnigen’ als hij zich afvraagt of ‘wij nog wel kunnen bidden na de dood van God’. Direct in de aanhef is Caputo te vinden: ‘Religie begint en eindigt met gebed; waar gebed is, is religie; waar religie is, is gebed’. Duidelijk. De vraag rijst: Gebed voor wie? en ook: wat is bidden eigenlijk? En ‘op welke manier kan er door vrijzinnigen en andere hedendaagse religieuzen – in onze seculiere, post-theïstische tijd – nog waarachtig gebeden worden?’

Het ‘wilde’ bidden
G
eïnspireerd beschrijft de auteur twee verschijningsvormen: het ‘wilde’ bidden en het ‘gecultiveerde’ bidden. ‘Wild’ bidden past in wilde situaties waarin OMG uitgeroepen wordt, zoals bij een ‘naderend hoogtepunt’. ‘Oh, God!’. Dat gaat minder bewust dan in het ‘gecultiveerde’ gebed, zoals het bidden van het ‘Onze Vader’.

‘In beide gevallen is sprake van een diepe geraaktheid van waaruit zich een stem laat horen. We openen ons of worden geopend voor datgene in ons menselijk bestaan wat ons in positieve of negatieve zin wezenlijk raakt’.

Kernvraag onderzoek
R
ozing vraagt zich af wat we eigenlijk ‘doen’ wanneer we bidden en speelt met de aankondiging: ‘laten we bidden’. Het verandert in ‘sprake van inkeer’ en: ‘laten we inkeren’. Maar waarin, is dan weer de vraag.

‘Maar hoe kan ik hier verder denken over het gebed, wanneer ik dat traditionele Godsbeeld los heb gelaten; wanneer ik leef ‘na de dood van God’? Hiermee komen bij de kernvraag van mijn onderzoek: op welke manier is het nog mogelijk te bidden, dat wil zeggen; tot een aanspreken van God of het Heilige te komen, wanneer dat traditionele Godsbeeld is komen te vervallen?’

‘Het onvoorwaardelijke’
H
et antwoord van Caputo hierop is dat ‘het werkelijke onderwerp niet God is, maar “het onvoorwaardelijke” (“the unconditional”)’. Tegelijk ‘weigert hij afscheid te nemen van het woord God’. Voor Caputo…

…‘blijft er iets in dat woord van betekenis; iets van een gebeuren dat zich lastig in taal laat uitdrukken, maar wel vitaal is. En hierop – op het belichten van wat niet te verhelderen valt, op het beschrijven van wat niet te benoemen is – is een groot deel van zijn denken en schrijven gericht.’


Martijn Rozing

De diepte van God
D
e roep uit de diepte van God komt uit het duister, zegt de auteur. ‘Net als Nietzsche en Rosa komt Caputo met dat beeld van het donker, een leegte… Alleen is er geen sprake van een koude leegte’.

‘Het donker, met zijn richtingloosheid van het niet-weten, staat wel tegenover de mens, maar van de diepte daarvan gaat een appel uit. Het gebed dat hierop antwoordt, is niet langer alleen een gebed tot God, maar tevens tot de aarde, tot het geheel van het leven dat in haar hoedanigheid als “gebeuren”, vitaliteit en intensiteit tot ons spreekt. Het woord “God” vormt een ingang tot spreken; vanuit het aanspreken wordt aan dat gebeuren stem gegeven.’

Het begint met luisteren
R
ozing zegt te hopen dat hij laat zien wat er in het gebed gebeurt. Dat laat hij zeker zien: bidden wordt belicht van veel kanten. Op verrassende wijze. Vooral ook dat ‘het begint met luisteren en vanuit bewogenheid overgaat naar antwoorden’. Het is ‘de kern van een contemplatieve levenshouding die zijn uitdrukking krijgt in de praktijk van bidden’.

‘De in dit eindessay verkende inzichten en oriëntatie op bidden na de dood van God kunnen mij als toekomstig remonstrants predikant helpen nieuwe wegen te verkennen in concrete geleefde praktijken. Voor mij opent het een creatieve ruimte om zowel binnen liturgische settingen als pastorale contacten op nieuwe manieren vorm te geven aan intuïties, stemmen en ervaringen rond wat wezenlijk is in ons leven.’

Antwoorden
M
artijn Rozing begint met luisteren en het gaat over naar antwoorden. Of, zoals hij het zelf formuleert: ‘Vanuit een schaduwrijk niet-weten laat ik woorden opkomen om zo stem te geven aan mijn hart’.

Bronnen:
* Bidden na de dood van God, Ad Rem, Remonstrants tijdschrift, jaargang 36 nummer 2 maart 2025
* Eindessay Remonstrants Seminarium, Martijn Rozing, Utrecht, maart 2024 Bidden na de dood van God Essay over de mogelijkheid en betekenis van het vrijzinnige gebed

Beeld ‘Galaxy’: Robby de Letter
Foto’s: Martijn Rozing: Remonstranten | Friedrich Nietzsche (in 1869): en.wikipedia.org | Charles Talor: thejesuitpost 2021 | Hartmut Rosa: Universiteit Erfurt | John D. Caputo: Syracuse University

Verdieping:
Gefascineerd door het gebed en het fenomeen bidden is Rozing op 1 februari 2025 begonnen met zijn promotieonderzoek aan het Armenius Instituut in samenwerking met Johan Roeland (Universitair Hoofddocent aan de VU en aan het Remonstrants Seminarium). Zo hoopt de promovendus de betekenis en de waarde ervan voor vrijzinnigen verder te kunnen belichten.

‘God, afwezig maar soms zó nabij’

Boekrecensie – Claartje Kruijff schreef Een God die in mij gelooft. Recht uit het hart, over God die ‘afwezig kan voelen maar soms zó nabij’. Zij is erin geslaagd woorden te vinden in ‘een andere taal en ruimte, een existentiële, menselijke geloofstaal’. Voor de psycholoog en theoloog blijft de gemeenschap van een kerk belangrijk: ‘een gemeenschap van mensen om je heen’. Zonder dogma’s, en ‘minder alleen dan we denken en willen’.

Wars van dogma’s en met een open blik, is dit boek een inspiratiebron voor vrije gelovigen, ongelovigen, twijfelaars en andere zinzoekers

‘Zou God nog in ons geloven?’
H
oe meer Kruijff haar ‘innerlijke deur’ openzet, hoe meer zij ziet, en ‘hoe meer ik vanuit mijn verlangen leef, hoe rustiger ik ben’. Geloven… dat doet zij graag met anderen, want ‘in mijn eentje kan ik het niet’. Aan de woorden van Loesje: ‘Zou God nog in ons geloven?’ gaat voor haar iets vooraf: ‘er bestaat dus kennelijk een God die in mij gelooft’.

‘Deze woorden inspireren mij iedere dag weer. Maar ze raken mij vooral als ik zelf zoekende ben, als ik me verloren voel in een cynische en onherbergzame wereld en twijfel aan mijn eigen plek daarin. Deze woorden geven mij rust en richting. Alsof ik weer op mijn benen wordt gezet.’

Inzichten en uitzichten
K
ruijff schrijft gevoelvol, soms dichterlijk, over mensen, en dus ook over zichzelf in dit boek vol ontmoetingen met mensen voor wie zij er is, en mensen die er voor haar zijn. Zij ziet de ander en de ander ziet ook haar. Dat leidt over en weer tot soms ontroerende inzichten en nieuwe uitzichten. En tot mensen als socioloog Hartmut Rosa die ‘het ervaren van verbondenheid hét medicijn tegen vervreemding’ noemt. Het boek van Kruijff zit vol zoeken, vinden en ervaren van verbinding.

Diepere verbondenheid
Z
ij vertelt over een man die zich ‘uit de te strakke jas van een orthodox geloof heeft ontworsteld’. Over een vrouw met een ernstig zieke man, die een teveel aan technische informatie van het ziekenhuis krijgt, de vrouw daardoor ‘innerlijk afhaakt’, terwijl zij komt voor houvast en vertrouwen. Over het symposium Blind vertrouwen: in de ‘gewone’ contacten gaat het over de ‘interessante carrière’ van iemand, maar tijdens een oefening met een blinddoek opent dat gesprek zich op een ander niveau dan daarvoor: ‘kwetsbaar en vrij’.

‘Een diepere verbondenheid, een verlangen naar minder terughoudendheid en meer overgave, leek zich tussen ons en in ons te openen, maar zodra we weer ons houvast hadden, werd het afgedekte bedekt.’

Nieuwe vrijheid
E
en gemeenschap kan alleen bloeien als mensen zich aan elkaar durven committeren, zegt de auteur. Ze verwijst naar het boek De tweede berg van journalist David Brooks. Die vertelt over de oorspronkelijke betekenis van het woord commitment: Com betekent samen en mittere zenden. Volgens Kruijff geef je dan ‘een deel van jezelf aan het samen. En dat is juist de bedoeling’.

‘Door “ja!” te zeggen, zonder allemaal clausules en mitsen en maren, doe je mee en verander je. Je wordt vanzelf verruimd en krijgt er nieuwe vrijheid voor terug. Eentje die geborgen is en minder alleen. Een vrijheid die voortkomt uit een stevige verbondenheid.’


Verbondenheid en vrijheid

Radicale openheid
Z
onder dogma’s leven vraagt volgens Kruijff, predikant bij de Geertekerk in Utrecht, om een ‘grote openheid, een radicale openheid: er is altijd een opening naar nieuw leven’. Het leven komt naar je toe en hoe geef je dan antwoord? Dat doet haar denken aan een Bijbels verhaal.

‘De eerste vraag die de mens werd gesteld was die van God aan Adam: “Mens, waar ben je?” Dan is het aan ons om te zeggen: “Hier ben ik.” Om antwoord te geven en tevoorschijn te komen. Met veel of weinig te geven, met wie ik op dit moment wel of niet ben, telkens weer leren zeggen: hier ben ik!’

‘God staat niet vast’
D
e man die zich uit het orthodoxe geloof heeft geworsteld, zegt op zijn sterfbed: ‘al die verstarde mensen in hun verstarde structuren, dat is het niet’.

‘Daar is God niet! God heb ik op zo veel manieren leren ontmoeten in mijn leven: in mensen die ik ontmoette op mijn vele reizen, God is in die prachtige boom hier om de hoek. God is in dat wat ik leerde. God staat niet vast. (…) En nu verlaat mijn geest mijn lichaam en ga ik terug naar waar ik vandaan kom.’

Als een vriend
E
en boek vol intense verhalen, vol van mensen, van onverwachte ontmoetingen, uitgestoken handen, broze en sterke mensen. Herkenning: ‘Ik ben ten diepste niet alleen’. Fascinerend om te lezen en mee te voelen, mee te ervaren. Over ons, mensen, die het niet alleen kunnen, niet alleen willen. – Laat je ‘uitnodigen door die God die met ons een verbond is aangegaan – die met je meegaat, als een lamp voor je voet, als een licht op je pad (Psalm 109, 105), als een beschermende mantel, als een vriend die naast je is, als vrede’.

Een God die in mij gelooft – richting en rust in een wereld zonder zekerheid | Claartje Kruijff | Ten Have | 2024 | 208 blz. | € 22,99

Op vrijdag 21 maart verzorgt Claartje Kruijff in de Geertekerk Utrecht De Vrijzinnige Lezing 2025: De x-factor van de vrijzinnigheid. Vrijmoedig én ontvankelijk. De voormalig Theoloog des Vaderlands zal in de lezing verkennen hoe wij in de huidige tijd ons toch nog kunnen verhouden tot het mysterie van ons bestaan.

Foto: geloofstoerusting.nl
Foto Claartje Kruijff: De Drie Ranken
Beeld Verbondenheid en vrijheid: You!’s Blog, Sandra Kok, Coaching & Consultancy

Neurotransmitters als troost of God, misschien

Boekrecensie van: Op een andere planeet kunnen ze me redden, Lieke Marsman. – Een filosofische queeste naar misschien toch, God. Sprankelende essays en bevlogen (dagboek)verslagen. De auteur als zoeklicht, gevoed door latente spirituele gevoelens die sterk opleven bij de dood voor ogen van de ernstig zieke filosoof en Dichter de Vaderlands 2021-2022. ‘En zo sijpelde de filosofie toch ook de behandelkamer in. Want wie bepaalt wat zinloos lijden is, en wat niet?’ (Update jui 2025: Dichter Lieke Marsman ontvangt dit jaar de Constantijn Huygens-prijs voor haar hele oeuvre.)

‘Hoe gehecht je ook bent aan je eigen rationele wereldopvatting en hoezeer je ook een atheïstische opvoeding hebt genoten, onder de hogedrukspuit van een naderende dood houdt je rationaliteit het niet lang uit’
(Lieke Marsman)

God, misschien
M
et God, misschien, direct na Voorwoord, laat Marsman je onmiddellijk uitnodigend in haar wereld toe. Ze wil, na lang getwijfel, ‘inzichtelijk maken welke dagelijkse praktijken er ten grondslag liggen aan de geestelijke veranderingen’ die zij beschrijft. Een sterke ouverture, waardoor je weet dat je het tot en met de finale wil beleven. Filosoof en psycholoog William James treffen we hier al een paar keer aan. James zullen we nog vaker tegenkomen.

‘Enige tijd later lees ik dat William James, grondlegger van het moderne denken over religieuze ervaringen, drie kenmerken van de geloofstoestand onderscheidt: een gevoel van vrede, een gevoel van waarheid, en de wereld die als nieuw schijnt.’
(Lieke Marsman)

‘Ik móét me wel richten tot God, al heb ik op dat moment nog geen idee wat die ‘God’ voor mij inhoudt. Dat besef dat mijn oude ideeën ontoereikend waren was voor mij trouwens wel een openbaring, eentje die gepaard ging met een enorme last die van mijn schouders viel. Die openbaring herhaalt zich sindsdien bijna wekelijks. En iedere keer is het alsof ik iets vrijer kan ademen, of de uitzaaiingen in mijn longen nou groeien of niet.’
(Lieke Marsman)

‘De wereld is alles wat het geval is’
N
atuurlijk niet onverwacht dat denkers langskomen bij de speurtocht van Marsman. De auteur kent er velen. Filosofen geven antwoord of een begin van antwoord. Zoals taalfilosoof Wittgenstein. Met de Tractatus waarin hij zegt: ‘De wereld is alles wat het geval is.’ In Marsmans woorden: ‘Ik ben het geval. Ik besta.’
Verrassend legt zij Wittgenstein naast de roman Wittgensteins minnares van de Amerikaanse schrijver David Markson. Het spreekt haar aan dat Wittgensteins minnares ‘één lange mislukte poging is om het onuitspreekbare uit te spreken’. Marsman leest hierin de gedachten van hoofdpersoon Kate, die op een ‘oude typemachine typt wat er maar in haar opkomt’.

‘In het boek is er niemand die Kate hoort, niemand die haar rooksignalen beantwoordt. Maar buiten het boek zijn wij er, lezers die hoofdpersonen en hun schrijvers laten voortbestaan zolang we kunnen. Ook na hun dood.’
(Lieke Marsman)


Lieke Marsman

‘Waarover men niet kan spreken…’
M
arsman schrijft in het essay Allemaal kevers over deze zin in de Tractatus: ‘Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen’. Dat is juist wat Marsman niet doet en niet wil. De essentie van haar boek! Zij schreeuwt het uit. En dat helpt.

‘Voor mij onderstreept het juist de essentie van Wittgensteins minnares, een die het best denkbare antwoord op Wittgenstein vormt. We kunnen soms helemaal niet zwijgen over de dingen waarover we niet kunnen spreken! Er zijn trauma’s die zo groot zijn dat niets ze recht doet en toch hebben we de taal nodig om in ieder geval een poging te doen, een allereerste schreeuw.’
(Lieke Marsman)

‘Maar voor mij was het alles’
E
en boek dat je niet kan wegleggen, een magneet. Eerlijk, open en mooi van taal. De auteur praat tegen zichzelf en de lezer zal luisteren. Marsman typt, net als Kate, eveneens wat er maar in haar opkomt. Intuïtief, recht uit haar angstig hart. Zij denkt mee met andere filosofen die haar van alles te zeggen hebben en denkt erover door. Steeds vanuit haar spirituele gevoel, over leven nu en (na) de dood.

‘Krijgen we onder grote druk als het ware een zintuig bij dat een werkelijk bestaande bovennatuurlijke wereld kan waarnemen – of zorgt zulk verdriet alleen voor wat extra neurotransmitters die ons als troost een beetje voor de gek houden? Eén ding is zeker: het verlangen naar bovennatuurlijke krachten op zulke momenten is echt.’
(Lieke Marsman)

‘Mijn eigen ervaring in de Veluwse bossen is, als ik die zo teruglees, niet heel indrukwekkend. Je liep door de modder, en toen had je het gevoel dat God bij je was? That’s it? Maar voor mij was het alles.’
(Lieke Marsman)

‘Misschien is God daar?’
I
n een ander essay, Een tweede bekering, vertelt Marsman dat de ruimte haar altijd mateloos heeft gefascineerd. Misschien is God daar? Een van haar lievelingsfilms is Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. Ze vertelt over haar fascinatie voor ufo’s. Onderstaand beeld is een van haar favorieten. Met (vertaald) nieuwspamflet dat onder meer stelt: ‘Wat deze tekenen betekenen, dat weet alleen God.’

Een van Marsmans favoriete ufo’s: Hemels fenomeen boven Neurenberg, 14 april 1561

Westerse wetenschap
‘I
n het kielzog van de ufo’s’ vlogen paranormale zaken haar leven binnen. Zoals uittredingservaringen, bijna-doodervaringen, universeel bewustzijn. En ook wetenschappers die opeens iets meemaken waardoor uitgangspunten van de westerse wetenschap volledig op losse schroeven komen te staan. ‘Het idee van een universeel bewustzijn klinkt aanlokkelijk.’ Er zijn momenten dat zij erin gelooft.

‘Het strookt met het beeld dat ik van God heb, een aanwezige afwezigheid die altijd en overal is en alles mogelijk maakt, maar eenieder wel zijn eigen wil gunt. Op andere momenten zit ik hier met mijn lichaam dat overduidelijk een hoopje falende materie is, geen God te bekennen, en kan ik er helemaal niets mee.
Mijn geloof is als een foton dat tegelijk golf en deeltje is, maar waarvan je altijd maar een van de twee toestanden kunt waarnemen. (…) Wat vaststaat is dat ik het heerlijk vind om in ieder geval tussen de verschillende opties te kunnen schakelen. Ik ben liever geen laser maar een zoeklicht.’
(Lieke Marsman)

Op een andere planeet kunnen ze me redden | Lieke Marsman | dagboek/essays | Uitgeverij Pluim | 4 februari 2025 | 252 pagina’s | € 24,99 | E-book € 14,99

Beeld: Detail cover Op een andere planeet kunnen ze me redden
Foto Lieke Marsman: Zomergasten VPRO 2022
Beeld Hemels fenomeen boven Neurenberg, 14 april 1561: The Public Domain Review

Drewermann bevrijdt Jezus van Bijbel en kerk

Theologische literatuur en kerk gaan veelal voorbij aan theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann. Maar wereldwijd spreekt zijn werk velen juist aan door het bevrijdend karakter ervan. Die bevrijding is duidelijk te vinden in Het geheim van Jezus van Nazaret. Bedoeld voor iedereen die een heldere toegang tot de mens Jezus zoekt. ‘Geen ijzeren waarheden maar beelden die mensen uitnodigen zichzelf en elkaar in het licht van een liefhebbende God te zien’.

‘Hoe je angst door vertrouwen kunt overwinnen is voor mij de kern van de boodschap van Jezus geworden’
(Eugen Drewermann)

Oude beelden spreken een nieuwe taal
Vertaler Bert L. van der Woude (Studiekring Drewermann Nederland) verwijst in Het geheim van Jezus van Nazaret naar het boek van de Nederlandse theoloog Okke Jager (1928-1992): Oude beelden spreken een nieuwe taal. Precies wat Drewermann nastreeft, zegt Van der Woude in het Voorwoord.

‘Met zijn kennis van dieptepsychologie en van de symbolische werkelijkheid is hij een inspirerende gids, die de beelden van het geloof opnieuw weet te duiden voor onze eigen tijd.’


Eugen Drewermann tijdens presentatie van zijn nieuwe boek Alleen door vrede, 2024

Erich Fromm Prize
Eugen Drewermann (1940) heeft een internationaal lezerspubliek. In 2007 ontving hij de Erich Fromm Prize voor zijn engagement voor de vrede. Godsdienstleraar Martin Freytag van het Remigianum gymnasium van Borken (Münsterland) was erg onder de indruk toen Drewerman in 2017 voor de middelbare scholieren een lezing gaf over Jezus van Nazaret. Dat leidde tot Het geheim van Jezus van Nazaret. 180 bladzijden lang blijf je, gefascineerd door de mens Jezus, de dialoog volgen tussen Freytag en Drewermann.

‘In Het geheim van Jezus van Nazaret is Drewermann erin geslaagd om bij de kern te blijven en zijn lezers een hart onder de riem te steken. In dit boek opent hij een ruimte van barmhartigheid in een vaak genadeloze wereld.’
(flaptekst)

Natuurwetenschappen
D
rewermann vertelt dat jonge mensen opgeleid worden in de denkvorm van natuurwetenschappen die hen binnen leidt in het wereldbeeld van de natuurwetenschappen. En dat dit haaks staat op de theologische opvatting van een God die natuurwetten buiten werking kan stellen. Zoals woord voor woord in de Bijbel staat.

‘Daarin komen we een God tegen die een wereld heeft ontworpen waarin alles doelgericht en rechtstreeks ontwikkelt tot aan een bepaald punt.’

Drieëenheid
V
olgens de auteur is de Bijbel niet geïnteresseerd in objectieve informatie: ze wil ons leven duiden en vormgeven. Dat is een heel ander niveau dan het opsommen van feiten. Godsdienstleraren echter moeten de theologie van de dogma’s, gedicteerd door de kerk, aan de leerlingen doorgeven. Zònder eigen interpretatie. Drewermann noemt als voorbeeld de ‘drie personen binnen die ene godheid’.

‘Probeer dat maar eens zonder moeite in een kinderbrein te krijgen Dat valt zelfs bij volwassenen niet mee. En als het dan uiteindelijk gelukt is, houdt men niet meer over dan een spel met woorden, die de logische ongerijmdheden van de voorgeschreven dogmatiek moeten overbruggen.’

Kerkelijke geloofsleer
A
ls kind maakt Drewermann mee dat een hele schoolklas van een klassiek gymnasium weigerde het voorgeschreven godsdienstonderwijs bij te wonen.

‘Het is duidelijk: wie begint met nadenken kan niet uit de voeten met het overgeleverde systeem van de kerkelijke geloofsleer.’

Bange kerk
D
oor zijn affiniteit met de zielzorg en psychotherapie wilde de priester zielzorger worden. Dat was destijds alleen mogelijk via een voltijds theologiestudie.

‘Ik ben priester geworden, niet om de kerk als ambachtelijk instituut te dienen maar om de boodschap van Jezus door te geven. Toen dacht ik nog dat dit binnen de kerk mogelijk zou zijn en geaccepteerd zou worden. Dat dit een vergissing was en dat de kerk juist bang is voor de boodschap van Jezus wist ik toen nog niet.’

Als priester werd Eugen Drewermann geacht de zonden van mensen te veroordelen. Toen bleek dat hij dat niet kon, kwam hij in problemen met de kerk. ‘Het grondprobleem van ons mensen is angst.’
(Trouw,2023)


Bergrede

Lichtend perspectief
J
ezus is voor Drewermann geen voorbeeld maar absoluut richtinggevend. Het geeft hem grond onder de voeten en gelooft dat hij met de Bergrede gelijk heeft en zal blijven houden. Deze overtuiging vormt het leven van de priester en ook wat hij als zin ervan begrijpt.

‘Niemand heeft zulke zinnen gesproken als Jezus: Gelukkig zijn de wenenden, de weerlozen, de armen en wie omwille van de waarheid worden vervolgd. Niemand heeft de mensen zo bij de hand genomen, en hen zelfs uit wat zij hebben misdaan, en uit hun vertwijfeling tot zichzelf teruggevoerd. Niemand heeft de mensen zo aangemoedigd om in hun eigen waardigheid te geloven tegen alle pogingen in om hen te vernederen.
Omdat dit zo is, is Jezus bij het lezen van de ochtendkrant de enige hoop, het enige lichtend perspectief en de wezenlijke grond om aan de dag te beginnen en tot in het absurde door te gaan.’  

‘Zachtjes over God’
D
e auteur bevrijdt de boodschap van Jezus van de dogmatische kerkelijke hiërarchie en Bijbel. In de mate waarin wij bij de oorspronkelijke woorden van Jezus proberen te komen, komt hij ons tegemoet, vertelt Drewermann. ‘Zelfs onder theologen zijn er maar weinigen die zich zo laten inspireren door Jezus van Nazaret’. Drewermann weet in heldere bewoordingen de beelden van het geloof opnieuw te duiden voor onze eigen tijd.

‘Wie zoals Drewermann over Jezus van Nazaret spreekt, moet het ook over God hebben. Hij doet dat op een poëtische manier en spreekt ‘zachtjes over God’, zoals de titel van één van zijn vele boeken luidt.’
(flaptekst)

Een gespannen verhouding
J
ezus en de kerk’ omschrijft Drewerman als een gespannen verhouding. In het diepgaande hoofdstuk hierover zegt hij dat Jezus juist niet heeft gedaan wat de gevestigde kerk tegenwoordig staande houdt: hij heeft geen instituut gevormd. Maar Jezus zou waarschijnlijk niet kunnen bestaan zonder een dragend systeem zoals de kerk. Iets of iemand moet toch doorgeven wie hij was en is? Structuur is nodig, of iets wat bemiddelt, een ‘brug tussen deze en gene zijde’.

‘Dat heeft Socrates gedaan. Van hem hebben we een belangrijk deel van de houding geleerd om Jezus zelf te interpreteren. (…) “Kerk” houdt in: Hoe iemand uiterlijk de dood ingaat, beslist niets over zijn leven. Maar hoe hij leeft, beslist alles voor God. God laat ons in de dood niet alleen. Op deze plaats sluit de cirkel zich tussen vertrouwen waarachtigheid.’

Kerk in Avondland
Als dat kerk is, dan hebben wij haar nodig, vervolgt Drewermann. Wanneer zij dat niet is en zichzelf in plaats van een middel te zijn tot doel verheft, verdient zij iedere vorm van kritiek.

De rots
Drewermann vertelt ook over de rots waarop de hele kerk is gebouwd, zoals in de koepel van de Sint Pietersbasiliek geschreven staat.

‘Alleen iemand die weet wie hij als mens is, kan de boodschap van Jezus doorgeven aan anderen. (…) Alleen zo laat de boodschap van Jezus zich overdragen. Daarop is zij gebaseerd. Dat is de rots, het fundament; al het andere is een spookbeeld en vervalsing.’

Het geheim van Jezus van Nazaret  | Eugen Drewermann | 2022 | Uitgeverij Van Warven | Paperback | blz. 180 | Vertaler Bert L. van der Woude (Studiekring Drewermann Nederland) | € 15,95 | E-book € 9,00 |‘In Het geheim van Jezus van Nazaret geeft Eugen Drewermann op een openhartige wijze inzicht in wat voor hem de essentie is van het christelijk geloof.’ (Van Warven) – In juni 2022 verscheen van Drewermann: God waar bent u?.

Eugen Drewermann (1940) ‘studeerde filosofie, theologie en psychoanalyse en werd in 1966 tot priester gewijd. Hij publiceerde meer dan tachtig boeken, trad op met de Dalai Lama en manifesteert zich nog steeds in het maatschappelijke debat in Duitsland en daarbuiten. Zijn kritiek op de autoritaire structuur en cultuur van de Rooms-Katholieke Kerk bracht hem in conflict met de hiërarchie, waarna hij in de jaren negentig werd geschorst als priester. In 2005 verliet hij, op zijn 65ste verjaardag, de kerk’. (Trouw, 2023)

Beeld: Honoré Daumier: Ecce Homo (omslagillustratie Het geheim van Jezus van Nazaret)
Beeld Eugene Drewermann: Studiekring Drewermann
Beeld Bergrede: Carl Heinrich Bloch 1834 – 1890 | ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (levenindekerk.nl)