Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

El_Evangelio_de_Tom.s.Gospel_of_Thomas._Codex_II_Manuscritos_de_Nag_Hammadi.The_Nag_Hammadi_manuscripts

Het Thomasevangelie, een gnostische tekst uit de begintijd van het christendom en in 1945 in Nag Hammadi (Egypte) teruggevonden, bestaat uit 114 logia (uitspraken) – ook wel leerstellingen of wijsheidsspreuken genoemd – van Jezus zelf. Dus niet over Jezus. Het zijn de geheime woorden die de levende Jezus sprak en die Didymus Judas Thomas, een van de twaalf apostelen van Jezus, opschreef. Jezus zegt hierin dat ‘wie het Al denkt te kennen, maar niet zichzelf, volkomen in gebreke blijft’: ook wel de kerntekst van het Thomasevangelie genoemd.

Frappant, daar je dit gedachtegoed al tegenkomt bij de (gnostische) geschriften van Hermes Trismegistos, een ‘hoogstwaarschijnlijk mythische gestalte uit het oude Egypte, min of meer gelijk gesteld met de Egyptische god Toth’, ook wel de vader van de gnosis genoemd. Van hem is de uitspraak: ‘Wie zichzelf kent, kent het Al’. (1)

Gnostisch geschrift
Volgens de in 2006 overleden prof. dr. Gilles Quispel, hoogleraar geschiedenis van het vroege christendom, is de oudste laag van het Thomasevangelie geschreven rond het jaar 40 in Jeruzalem. Een tweede laag zou ontstaan zijn rond het jaar 100 in Alexandrië. Rond het jaar 140 zouden, waarschijnlijk in Edessa (vroeger Turkije, nu Rusland), die twee lagen samengevoegd zijn in een eindredactie, ongeveer in de vorm zoals die teruggevonden is bij Nag Hammadi. Nieuwtestamenticus Riemer Roukema stelt echter dat het Thomasevangelie ‘ergens in de tweede eeuw’ is ontstaan. Quispel en veel Amerikaanse wetenschappers houden daarentegen de ontstaansdatum ervan op het midden van de eerste eeuw. (2)

In de Nag Hammadi geschriften I  (3) wordt verwezen naar Helmut Koester van de Harvard Divinity School (VS), die het Thomasevangelie als een onafhankelijke bron van Jezus-woorden ziet die nog ouder is dan Q, een bron, waaruit de schrijvers van de evangeliën volgens Mattheüs en Lucas beiden zouden hebben geput. Hij dateert het evangelie een kleine twintig jaar na de kruisiging van Jezus. (4)

Van het Thomasevangelie, dat een van de vroege gnostische geschriften wordt genoemd, wordt dus gezegd dat het de werkelijke woorden van Jezus zouden zijn. Bijzonder omdat die woorden kort na de dood van Jezus op schrift moeten zijn gesteld. (5) Volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg en neerlandicus Willem Glaudemans is het zeker dat er direct na de dood van Jezus al mondelinge ‘spreuken-verzamelingen’ circuleerden, iets dat geenszins ongewoon was in de rijke orale traditie van de oude wereld. Later zijn deze verzamelingen opgeschreven. (6)

Er ligt dus een link met de gnostiek, een vroegchristelijke stroming uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. En daarmee komen we direct op een strijdtoneel terecht, want al in de tweede eeuw werd de gnostiek fel bestreden en als ketterij veroordeeld. De geloofsbelijdenis die tijdens het Concilie van Nicea aanvaard werd, verwierp de gnostische leringen. Volgens de Tilburg School of Catholic Theology vormde het gnosticisme een van de omvangrijkste dwalingen waarmee het jonge christendom zich geconfronteerd zag. (7)

Ketters geschrift
Roukema wijst een gnostische Jezus nadrukkelijk af. Hij stelt vraagtekens bij de gedachte dat in het Thomasevangelie de ware Jezus naar voren treedt. Ook heeft hij zijn twijfels of het Thomasevangelie ouder en daardoor origineler is dan de Bijbelse evangeliën. Volgens hem is dat niet te bewijzen. Wel vindt Roukema het historisch-wetenschappelijk interessant, maar houdt hij afstand van de oude gnostiek. Hij vindt de geheimzinnige gnostiek-Jezus onhistorisch. (8)

Christen Martie Dieperink noemt gnostiek in diepste wezen rebellie tegen God, de Schepper van hemel en aarde. Volgens Dieperink bevatten niet de gnostische geschriften, maar de Bijbel zoals wij die kennen, de boodschap van het oorspronkelijke christendom. Zij schreef het boek Op zoek naar het oorspronkelijke christendom, Feit en fictie in De Da Vinci Code en de moderne gnostiek ‘om religieuze zoekers de waarheid te laten ontdekken, en om christenen te helpen inzicht te krijgen in de gnostische denkwereld en te wapenen tegen misleiding’. (9)

Waardevol geschrift
Wat is dan de waarde van het Thomasevangelie? Het zou immers ketterij zijn? We zouden kunnen zeggen dat in deze tijd de gnostiek nog steeds verketterd wordt door het christendom, de Kerk. Het streven naar kennis, in eerste instantie naar zelfkennis, zoals Jezus dat volgens het Thomasevangelie daadwerkelijk heeft gepredikt, zegt Slavenburg, vormde voor de kerk een bedreiging. ‘Het zette de mens aan tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid en leidde uiteindelijk tot een hoge mate van individualisme en dus ook tot een zich onttrekken aan gezag en autoriteit van buitenaf’. (10)

Feit is dat het Thomasevangelie bestaat, en dat het enorm populair is. Volgens Jacob Slavenburg en John van Schaik (middeleeuwse mystiek en gnostiek) presenteert Jezus zich hierin als een gnostisch ingewijde, zelfs dé gnostische ingewijde. Het is wel opvallend dat gnosis het bekendst geworden is in het christendom. En dat progressieve wetenschappers het materiaal gebruiken om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van het vroege christendom.

Een toenemend aantal nieuwtestamentici stemmen in met Quispel. Volgens journalist Cokky van Limpt is de overgrote meerderheid van onderzoekers die het Evangelie van Thomas serieus hebben bestudeerd er vast van overtuigd dat het een onafhankelijke traditie van woorden bevat, die Jezus eens sprak. Zij noemt gnosis de niet-verstandelijke, intuïtieve kennis omtrent mens, kosmos en het goddelijke, en niet gebonden aan één levensbeschouwing of religie. Wel leidde intensief onderzoek eind jaren vijftig al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie. (11)

Wellicht komen we nooit achter het werkelijke verhaal over het Thomasevangelie. De waarheid over dit evangelie, ketterij of inzicht, ligt vermoedelijk ergens in het midden. We kunnen beter naar de bijzondere waarde ervan kijken, die volgens Slavenburg en Glaudemans ligt in het feit dat het een rijke bron van inspiratie is voor christelijke en niet-christelijke mensen. Zij zeggen dat juist het ontbreken van iedere vorm van theologie en de pure onopgesmuktheid de uitspraken tot juwelen maken. ‘Je bekijkt ze, je legt ze weg, je pakt ze weer op; en telkens zie je een andere, nog diepere betekenis, een schittering die je voorheen niet opviel’. (12)

(1) De Hermetische Schakel, Jacob Slavenburg, blz. 17, 121
(2) Westerse esoterie en oosterse wijsheid, Jacob Slavenburg, John van Schaik, blz. 185
(3) Nag Hammadi geschriften I, J. Slavenburg, W. G. Glaudemans, vijfde druk, 2000, blz. 129
(4) Q is een veronderstelde gemeenschappelijke bron, waaruit Mattheüs en Lucas zouden hebben geput. Er bestaat een vertaling van de gereconstrueerde tekst van Q: Het verloren evangelie, door de Amerikaanse theoloog Marcus Borg, uitgeverij Meinema, 1997.
(5) Christus zonder kruis, Hendrik Spiering, NRC, 2005
(6) Nag Hammadi geschriften I, blz. 129
(7) De gnostiek in de oudheid, Laela Zwollo, Tilburg University, Lucepedia
(8) Thomasevangelie / ‘Geheimzinnige gnostiek-Jezus is onhistorisch’, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(9) De verraderlijke zuigkracht van de gnostiek, Gert-Jan Schaap, EO-Visie
(10) De Jezus uit Thomas’ evangelie is geen ‘bleke halfgod’, Geert J. Peelen, de Volkskrant, 1995
(11) Gilles Quispel: het Thomasevangelie geeft een ander beeld van de historische Jezus, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(12) Nag Hammadi geschriften I, blz. 134

Beeld: Evangelie van Thomas en het geheime boek van Johannes (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)

Zie: Tekst Thomasevangelie

God en de mensmachine

De.MensmachineDetail

In De mensmachine (2018) doet journalist Mark O’Connell verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. In het hoofdstuk Geloof vertelt hij over zijn reis van San Francisco naar Piedmont voor een congres over transhumanisme. O’Connell ontmoet mensen – bij wie je kunt sprokkelen als je een fan bent van multiple religious belonging – zoals een transhumanist tevens wedergeboren christen, een transhumanistische boeddhist, twee mormoonse transhumanisten, iemand met een ‘knipperlichtrelatie’ met het joodse geloof, een praktiserend hermeticus en een oosters-orthodoxe hoogleraar systematische theologie.


Zijn wij de laatste sterfelijke generatie? Wel als het aan het transhumanisme ligt, de wetenschappelijke stroming die zich bezighoudt met radicale levensverlenging door middel van versmelting van mens en techniek. Al in 2048 kan de dood opgelost zijn; een gedachte die niet alleen hoopgevend is, maar ook angstaanjagend. (Uit: De mensmachine)


Een van O’Connells ontmoetingen, hoogleraar Wesley J. Smith, heeft het over ‘transhumanistische zieltjeswinners’ die beweren dat jij of je kinderen dankzij de wonderen van de technologie het eeuwige leven hebben.

En dat niet alleen: binnen enkele decennia zul je in staat zijn je lichaam en bewustzijn te transformeren tot een eindeloos aantal vormen, geschikt voor talloze doeleinden, met het gevolg dat deze zelfgestuurde evolutie leidt tot het ontstaan van een ‘posthumane soort’ met cartoonachtige superkrachten. Op een dag zullen we zelfs bijna goddelijk zijn.’

Smith vertelt over overeenkomsten tussen het transhumanisme en het christelijk geloof en vergelijkt het idee van de ‘Opname’ uit de christelijke eschatologie en het concept van de singulariteit (een hypothetische transhumanistische toekomstvisie, PD).

Beide zouden op een specifiek moment moeten plaatsvinden; beide zullen uiteindelijk tot de definitieve overwinning op de dood leiden; beide zullen een paradijselijke tijd van harmonie in een ‘Nieuw Jeruzalem’ inluiden – respectievelijk in de hemel en hier op aarde; zowel christenen als transhumanistische singularitarianen verwachten te worden toegerust met gloednieuwe ‘veredelde’ lichamen, enzovoort.’

O’Connell put uit publicaties van de hoogleraar die ter plekke achter zijn laptop een artikel in de National Review post over transhumanisme, dat hij een materialistische religie noemt of beter gezegd een wereldbeeld dat uit is op de voordelen van religie zonder een begrip als zonde of de nederigheid van het geloof in een Hoger Wezen te willen aanvaarden.

De transhumanistische boeddhist vertelde dat hij dankzij reïncarnatie in feite al het eeuwig leven had en hoe hij de eeuwigheid gewoon wilde doorbrengen in een beter lichaam dan dat waarmee hij momenteel was toegerust. Er liep ook een raëliaanse massagetherapeut rond die ervan overtuigd was dat het menselijk ras was ontwikkeld door wetenschappers die hier duizenden jaren geleden met ufo’s naartoe waren gekomen.


Transhumanisme is een bevrijdingsbeweging die niets minder bepleit dan een totale onafhankelijkheid van de biologie. Er is ook een andere zienswijze, een gelijkwaardige, tegengestelde interpretatie, namelijk dat die ogenschijnlijke bevrijding in werkelijkheid niets minder is dan een definitieve en complete onderwerping aan de technologie. (Uit: De mensmachine)


Een oecumenische sfeer proefde O’Connell, ook al waren de diverse overtuigingen over en weer onverenigbaar. Hij ziet het transhumanisme als een moderne opleving van religieuze ideeën.


Het transhumanisme wordt wel eens voorgesteld als een hedendaagse opleving van de gnostische ketterij, als een nieuwe, quasiwetenschappelijke voorstelling van een aloud religieus idee. (‘Tegenwoordig,’ zo stelt politiek filosoof John Gray, ‘is gnostiek het geloof van mensen die denken dat ze machines zijn.’) (Uit: De mensmachine)


De Mensmachine

Op het congres was ook een bijeenkomst, georganiseerd door Jason Xu, van Terasem, een geloof of ‘beweging’ gebaseerd op het idee van een ‘persoonlijk cyberbewustzijn’ en op de spirituele kant van zaken als breinemulatie (het uploaden van de herseninhoud om verder te leven als digitale kopie, PD) en extreme levensverlenging. Xu was de eerste die een transhumanistische demonstratie in de VS organiseerde, met spandoeken als ‘Onsterfelijkheid NU’ en ‘Google, doe iets aan de dood’. Hij deelde een gefotokopieerd boekje uit over A Transreligion for Technical Times:

De eerste waarheid van Terasem is dat het een collectief bewustzijn is, dat in het teken staat van diversiteit, eenheid en vreugdevolle onsterfelijkheid.’

O‘Connell werd soms niet echt wijs uit sommige woordenstromen van de aanwezigen, de overweldigende hoeveelheid onversneden beweringen. Hij voelde zich soms overdonderd door de ongebreidelde stortvloed van verkondigingen, zoals:

Daadwerkelijke onsterfelijkheid wordt bereikt wanneer gecodeerde data-emulaties van de werkelijkheid over de Melkweg en het heelal worden verspreid. De natuur wordt geëerd door een herschepping van het verleden en door het onvergankelijke behoud van vreugde en geluk.’

Journaliste Hanna Bervoets noemt De mensmachine sublieme literaire journalistiek over het eeuwige leven. The Sunday Times ‘een even helder als briljant boek. En ook nog grappig, érg grappig’. – Zijn boek leest als een pageturner, regelmatig inderdaad hilarisch.

Bron: Geloof – uit: De mensmachine 

De mensmachine – Hoe we de dood kunnen overleven | Mark O’Connell | Uitgeverij Podium, Amsterdam | € 21,50 | Ebook  € 9,90 | ‘Mark O’Connell doet verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. Hij introduceert de illustere hoofdrolspelers, laat zien welke ideeën zij nastreven, hoe haalbaar die zijn en hoe verstrekkend de gevolgen. Het resultaat is een even urgent als verbluffend boek over de nabije toekomst van de mens.’ (Podium) | De mensmachine in de Engelse versie (To be a machine) werd in 2017 genomineerd voor de prestigieuze Baillie Gifford Prize, de belangrijkste Britse prijs voor non-fictie.

‘Jezus blijft een mythe’

DoopJezus (2)

Een verslag over het symposium Het mysterie van Jezus toen… en nu? verscheen afgelopen maand in magazine Koorddanser. Waren er nieuwe inzichten over de persoon of mythe Jezus? Dat vroeg Ewald Wagenaar zich af in zijn artikel Jezus blijft een mythe. Hij gaf daarin de opvattingen weer van filosoof Tim Freke, de gnostici Jacob Slavenburg en Bram Moerland, en theoloog Tjeu van den Berk.

Volgens Wagenaar laat de online Zeitgeistfilm geen misverstand bestaan over het christelijke kerstverhaal en doet het je zelfs twijfelen aan het waarheidsgehalte in álle religies, omdat de rol van astrologie, dan wel astronomie, als onderliggend motief vaak zo evident is:

Het christelijke verhaal is een gejatte versie van een oudere religie die het weer ergens anders vandaan pikte en als je zo steeds verder in de tijd teruggaat, blijkt het ten diepste een astronomisch verhaal te zijn. Terugkeer van het licht tijdens de zonnewende, drie koningen (sterren) en een heel rijtje andere typische karakteristieken.’

Wagenaar vertelt dat Freke in zijn voordracht De ervaring van het mysterie het Jezus-mysterie als een mythe bestempelt – en toch bleven de 300 luisteraars in de Baarnse kerk zitten. Die zagen volgens Wagenaar in Jezus vermoedelijk vooral een symbool. Volgens Freke is Jezus gewoon wat we zelf zijn.

Nou is er geen enkele historische bron die het bestaan van Jezus bewijst. Zelfs de Joodse geschiedschrijver Josephus – de enige uit Jezus’ tijd die over hem schreef – bleek onbetrouwbaar. Er zijn ook zó veel meningen over Jezus dat je wel mag zeggen dat er net zo veel mensen als Jezussen zijn.’ (Freke)

Volgens Slavenburg – sprekend over Jezus in de esoterische traditie – is het huidige christendom niet gebaseerd op de leringen van de eerste christenen en bestond in het begin van het christendom de volgelingen van Jezus uit pacifistisch joods-christelijke leerlingen. Later is de toon in het christendom gezet door Rome, in taal, cultuur en sfeer van de heersers van die tijd.

Maar het niet in de officiële Bijbel opgenomen evangelie van Jacobus – de broer van Jezus – laat een heel andere Jezus zien: eentje van vlees en bloed en iemand die pas bij zijn doop de ‘Christus’ werd. Hij wist wel dat hij tot iets bijzonders geroepen was, maar in een oud geschrift van de vroege Judese christenen in Syrië staat dat bij Jezus’ doop de hemel zich opende en God sprak: ‘Heden heb ik jou verwekt’.’ (Slavenburg)

Volgens Wagenaar is de Jezus die Slavenburg ziet een gnostische en dat schuurt met het beeld in het collectieve bewustzijn van de christelijke Jezus zoals de kerk hem profileert. Van den Berk – Christus: archetype, dogma en symbool; de visie van Carl Gustav Jung – belichtte op het symposium Jezus in de archetypische oriëntatie van Jung:

Het grote mysterie is geworteld in de menselijke ziel, niet in de buitenwereld’, citeert hij Jung. De moderne mens moet van de metafysische Jezus een ervaring maken van de eigen ziel.(…) Het gaat om de numineuze ervaring die bij de beleving van religie hoort. (…) Jung zei hierover: ‘Je wordt opgenomen in het grote zelf.’

Tot hilariteit van het auditorium, aldus Wagenaar, vertelde Moerland – To be or not to be, that’s NOT the question, verhalen als dragers van betekenis – het door hemzelf aangepaste verhaal van Roodkapje die het paadje naar oma verlaat, daar Winnie de Poeh tegenkomt en samen van de honing gaan genieten:

Heeft Roodkapje bestaan of niet? Dat is geen zinvolle vraag voor het sprookje. Een verhaal hoeft helemaal niet waar te zijn om een betekenis te hebben. (…) Wat is de betekenis van Jezus, ongeacht of hij bestaan heeft? Die zit voor mij in de mystieke ervaring. (…) De aard en kwaliteit van de ervaring kenmerkt zich overal ter wereld op dezelfde manier: het ervaren van de eenheid van het al, een sterk besef van de eigen bestemming, afwezigheid van angst, tijdloos en een onderdompeling in liefde. Dat geeft de ervaarder een zeker weten, dit was wat werkelijk is.’

Zalig de mens die heeft geleden, zei Jezus. Lijden is dus deel van de werkelijkheid. In de leegte van het niet-weten is de liefde te vinden. Dat roept barmhartigheid op en – mits die geen vlucht wordt – kan dat als antwoord gelden op de uitnodiging van de Jezusmythe. Of dat wat uitmaakt? Maakt mij niet uit. Het is mijn verhaalperspectief en betekenisvol genoeg voor mij.’

Het artikel van Ewald Wagenaar staat in magazine Koorddanser, jaargang 32, nummer 335, december 2015.

Gerelateerd: Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

Illustr: 13 januari Doopfeest (Antoine Coypel, De doop van Christus, c.1690) (Pinterest)

Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

THe_Four_Zoas
Timothy Freke en Peter Gandy zien als onderzoekers van wereld- en klassieke mystiek grote overeenkomsten tussen het verhaal van Jezus en die van stervende en verrijzende heidense godmensen, zoals Osiris, Dionysus, Mithras, Adonis en Orpheus. Ze leveren bewijs voor hun stelling dat Joodse ingewijden de mythen van Osiris-Dionysus bewerkten om het verhaal te creëren van een joodse stervende en weer verrijzende godmens, Jezus de Messias. Na verloop van tijd ging men deze mythe uitleggen als een historisch feit en het christendom van de dode letter was het resultaat.

Bovenstaande komt uit een recensie van hun boek Jesus and the Lost Goddess en De mysterieuze Jezus. Volgens het theosofische Sunrise legden dogmatische christenen – die christelijke verhalen letterlijk als historisch feit opvatten – overeenkomsten met oudere heidense mythen en figuren uit als plagiaat van de duivel ‘vóór het feit’ of als de historische verwezenlijking van gebeurtenissen die in andere culturen alleen als mythe voorkomen.

Religie is een verkeerde interpretatie van mythologie’, is een favoriete definitie van religie van cultuurfilosoof Joseph Campbell, en die bestaat uit het toekennen van een historische betekenis aan symbolen die strikt genomen naar spirituele zaken verwijzen.’ (Sunrise)

timfrekebatgapSymposium
Timothy Freke
 (foto: TF) is een Engelse filosoof. Hij heeft een eredoctoraat in de wijsbegeerte en is een internationaal gerespecteerde autoriteit op het gebied van spiritualiteit. Het boek The Jesus Mysteries van hem en Peter Gandy stond in Amerika en Engeland in de top-tien bestsellerslijsten. Freke is een van de sprekers op het symposium ‘Jezus en de ‘heidense’ mysteriën, toen… en nu?’ op zaterdag 7 november in Baarn.

Er zijn daar dan ook sprekers als cultuurhistoricus Jacob Slavenburg; theoloog Tjeu van den Berk; godsdiensthistoricus Annine E.G. van der Meer en filosoof Bram Moerland.

Jacob-SlavenburgVolgens Jacob Slavenburg (foto: JS) is Jezus een tweede leven gaan leiden. Na zijn aardse bestaan zijn er verschillende tradities gevormd. De bekendste is de kerkelijke traditie. Zij formuleerde dogma’s en geloofswaarheden die slechts ten dele berustten op de christelijke teksten die opgenomen werden in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Daarnaast ontstond er een traditie waarin niet alleen de persoon van Jezus, maar bovenal zijn leringen centraal stonden.

tjeuvandenberkmeinemaTjeu Van den Berk (foto: Meinema) stelt dat de dogmatische Christus zo volmaakt en vlekkeloos is dat al het andere in hem verduisterd wordt. Voor de moderne mens is hij nog maar moeilijk invoelbaar. De archetypische Christus echter is volgens Van den Berk juist niet volmaakt maar wel volledig. Hij herbergt de duisternis, satan, hij is een paradoxaal wezen. Kan de Christus vandaag de dag nog geherinterpreteerd worden, kan hij nog wel tot symbool worden?

annineegvandermeerVolgens Annine E. G. Van der Meer (foto: AvdM) bevinden zich – naar het Evangelie van Filippus – onder de talloze vrouwen die Jezus op zijn tochten vergezellen, de drie Maria’s: Maria de Moeder, Maria de Zuster en Maria de Bruid. Het traditionele christendom hemelde de maagdelijkheid van Maria de Moeder op en het verdonkeremaande Maria de Bruid. Deze vervanging had grote gevolgen voor de visie van tweeduizend jaar christendom op lichamelijkheid, vrouw-zijn en aardse materie.

brammoerlandwikiBram Moerland (foto: wikipedia) vraagt zich onder meer af of Jezus werkelijk heeft bestaan. En hoe zinvol die vraag eigenlijk is. Jezus is volgens hem zonder twijfel de hoofdpersoon uit een aantal verhalen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Maar die verhalen lijken verdacht veel op andere en eerdere verhalen uit lang vervlogen tijden. Het ziet ernaar uit dat Marcus, de eerste zogenaamde biograaf van Jezus, kwistig leentjebuur speelde in zijn mythische Umwelt.

Symposium Gnostiek | 7 november 2015 | Baarn (nadere gegevens volgen) | 10.00 tot 17.00 uur | De dagprijs voor het symposium is € 75 of € 50 naar draagkracht | In de prijs inbegrepen zijn een eenvoudige lunch, koffie en thee | Nadere bijzonderheden zoals dagindeling, routebeschrijving, parkeren e.d. volgen | Inschrijven en informatie bij Hanneke Hoekstra: 7novsymposium@gmail.com

Illustr: De Vier Zoas uit de mythologie van William Blake. Zij vormen de vier goddelijke onderdelen van de oermens Albion, namelijk instinct & kracht, rede & traditie, liefde & passie, en inspiratie & inbeelding. (William Blake Archive)

Religie en de zoektocht naar absolute kennis

esoterie (1)
Volgens de Groningse hoogleraar Religiewetenschap Kocku von Stuckrad is de esoterie allesbehalve een duister zijspoor van de Europese geestesgeschiedenis. Ze heeft eerder juist een onuitwisbaar stempel op de grote theologische en natuurwetenschappelijke discussies gedrukt en de esoterie dient dan ook serieus te worden genomen als een belangrijke rode draad in de Europese godsdienstgeschiedenis.

‘In de esoterie, en vooral in de mystiek, is er altijd een focus geweest op het individu. Je gelooft niet zomaar wat de priester zegt, nee, je onderzoekt dat zelf, door tekenen, visioenen of andere religieuze ervaringen. Zo kon je onafhankelijk denken.’

Niemand weet wat ‘esoterie’ is: ja, iets heel vaags en zweverigs, verder komen mensen niet.’ Dat zegt Von Stuckrad, in het interview Magie en ratio gaan prima samen. Hij is de schrijver van Esoterie – de zoektocht naar absolute kennis. ‘Het gaat om ‘eigenlijke’ kennis, waar de goegemeente – zeg maar: de verzamelde Schriftreligies – geen weet van heeft.’

Vanuit religiewetenschappelijk perspectief delen de aanhangers van verschillende verschijningsvormen van esoterie de zoektocht naar een absolute, verborgen kennis die hun door een mystiek visioen, door een goddelijke autoriteit of door persoonlijke ervaring zal worden geopenbaard.  

KVonStuckradVolgens Kocku von Stuckrad (foto: rug.nl) is wat je in de esoterische boekhandel vindt en in Happinez leest geen nieuwe traditie en begon esoterie al vroeg, bij Plato. Er is een ziel, veronderstelt de esoterie, die los staat van het lichaam. Volgens de hoogleraar zijn magie en irrationalisme niet het tegengestelde van wetenschap en rationeel inzicht.

Ons beeld van de Europese cultuur is veel te simpel. Idem dito voor de Verlichting. Wij denken: nu zijn we verlicht, en vroeger was hier het christendom, en dan had je nog een beetje jodendom, en een nog kleiner beetje islam, en dat was het dan wel. Maar de religieuze vormen van de Oudheid zijn al die tijd springlevend gebleven, en, sterker nog, ze zijn nog steeds onderdeel van wat we vandaag doen. Oók van waar harde wetenschappers zich mee bezighouden.’ 

Op de vraag hoe de esoterie dan bijdroeg aan harde wetenschappen, antwoordt Von Stuckrad dat gnostici er vanaf het begin vanuit gaan dat je God niet alleen kunt begrijpen, maar zelfs zijn plek kunt innemen.

Iets dergelijks zit in de Verlichtingsgedachte: door natuurwetenschappelijke kennis kun je de plaats van God innemen. (…) Van Newton zijn we vergeten dat zijn hoofdbezigheid de alchemie was. Zijn ‘natuurwetenschappelijke’ boeken liggen in een glazen vitrine in het British Museum, maar zijn ‘alchemistische’ geschriften duiken op vlooienmarkten op. Dat is heel scheef. Wij denken nu: alchemie is een soort middeleeuws bijgeloof. Maar dit was gewoon onderdeel van Newtons wetenschap, zijn zoeken naar de verborgen wetten in de natuur. Met experimenten zocht hij dat uit. Hij zag geen onoverbrugbaar probleem. ’

Zie: Magie en ratio gaan prima samen (Trouw)

esoterie (1)Kocku von Stuckrad is hoogleraar Religiewetenschap en Decaan van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Kocku van Stuckrad: Esoterie. De zoektocht naar absolute kennis | Uitgeverij AUP | Paperback | € 19,95 288 blz | ISBN 978 90 8964 621 7 | Ook als e-book verkrijgbaar

Gnostiek als bron van vroeg christendom

World chacra gnosis
Als je de gnostiek met het christendom wilt vergelijken, dan is deze internetuitgave die je nu als freebook kan downloaden, de moeite waard. De titel van het boek luidt: Aankomen in openheid – gnostiek als spiritueel pad en is geschreven door filosoof en gnosticus Bram Moerland en Frits van Yperen. ‘De gnostiek zet iets bij je in gang en laat je ontdekken wie je ten diepste bent.’

‘Dit boekwerk is bedoeld om kennis te nemen van de gnostiek in de oorspronkelijke vorm en als oorspronkelijke bron van het vroege christendom. Het bevat de uitleg van gnostische begrippen en biedt zicht op een nader inzicht in de vroegchristelijke cultuur.’ 

bramvoorweborigHet begrip gnostiek wordt uitgelegd. De vondst – in 1945 – van de Nag Hammadi geschriften in Egypte, speelt bij de gnostiek een rol. De gnosis bestond al in het oude Egypte. De schrijvers maken duidelijk dat zij de verschillende geloofsrichtingen in hun waarde laten, niets is bedoeld als aanval in welke vorm dan ook. Wel benoemen zij verschillen.
(Foto Bram Moerland: Facebook)

‘Een verhaal uit het Evangelie der Waarheid als onderdeel van de Nag Hammadi geschriften resulteert uiteindelijk in een opdracht voor de mens op te staan en zichzelf te herinneren. Daarbij wordt ook ingegaan in enige vormen van gnostiek.’ 

In deze internetuitgave worden zeven uitgangspunten van gnostiek besproken evenals de zeven stappen voor spirituele groei. Het boek gaat in op essentiële elementen uit de gnostiek, zoals het innerlijk weten, de innerlijke getuige (in relatie tot het Hindoeïsme), de poort van openheid, disidentificatie van gevoelens, vrijheid en bestemming, intellectuele kaders, het nemen van verantwoording, Liefde en vergeving, wrok en verbittering, het aan het woord laten van de Liefde en uiteindelijk het aankomen in openheid. Vanuit zingevingconstructen wordt nog ingegaan op de heldenrol, zelfaanvaarding.

Uit: Aankomen in openheid:

Zingeving is persoonlijke daad
Als je de moed hebt te handelen in de wereld vanuit je eigen geraaktheid, geworteld in de liefde die in jou aanwezig is, dan zul je ontdekken dat je rijkelijk gezegend bent met talenten om vorm te geven aan wat jou innerlijk beweegt. Sommige mensen zijn uitgesproken denkers en anderen zijn uitgesproken gevoelsmensen. Er zijn vrije vogels en mensen die het best functioneren in een team.

Jij bent de enige mens op de wereld in jouw situatie, met jouw talenten. aankomeninopenheidJij bent anders dan alle anderen. Jouw situatie in de wereld en jouw persoonlijke eigenheid vormen samen het gereedschap waarmee je zin kunt geven aan je bestaan. Je zult beloond worden met gevoelens van geluk en met het ervaren besef dat jouw bestaan zinvol is, als je je persoonlijke eigenheid tot expressie kunt brengen in je relaties tot je medemens en tot het leven om je heen.

Niet alleen jij bent uniek. Ook alle andere mensen zijn uniek. Die rijkdom aan verscheidenheid van alle mensen onderling is één van de mooiste aspecten van het mens zijn. De erkenning daarvan vormt ook ons inzicht in de verrassende functionaliteit van de natuurlijke verschillen van mensen ten opzichte van elkaar.

Als je handelen in de wereld samengaat met respect voor de eigenheid van de ander, dan zal dat bijdragen aan de realisatie van een oneindige rijkdom aan individuele ontplooiing.’

Zie: Aankomen in openheid
(Update 04-01-2019) 

Illustr: gnostieknederland.blogspot.nl