Voor de PKN is van God getuigen best ongemakkelijk

Van filosoof en theoloog Tomáš Halík is de uitspraak: ‘De manier waarop iemand mens is, zegt meer over zijn geloof dan wat hij denkt en zegt over God’. In De namiddag van het christendom, waarnaar magazine Petrus verwijst, citeert Halík wat paus Franciscus zegt over God: ’Ik heb slechts één dogmatische zekerheid: God is aanwezig is ieders leven’.
Halík is opmerkelijk genoeg te vinden in Petrus, het magazine van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) waarin God slechts aanwezig blijkt in het christendom. Zegt dat meer over het christendom dan over God die immers ‘aanwezig is in ieders leven’? Het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? leest ongemakkelijk.

‘De Kerk moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is’
(Tomáš Halík)

In het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? door Jedidja Harthoorn, hoofdredacteur van het magazine Petrus van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), zegt Harthoorn dat ‘er genoeg theologen en gelovigen zijn die ervoor pleiten om het gesprek over het geloof bewust op te zoeken’. Om te getuigen. De nieuwe scriba van de PKN, dr. Kees van Ekris, kijkt in Petrus terug op de inzichten die dat getuigen hem hebben gebracht.

Geen dialogen
Opvallend in het gehele essay is dat er in Getuigen wel gesprekken zijn over geloof maar geen dialogen. Consequent zijn ze eenzijdig gericht tegen andersdenkenden en niet-gelovigen om te getuigen van het christelijke geloof. Van Ekris wil zijn mede-christenen vooral sterken in dat getuigen.

‘Ik gun christenen fierheid. Leven met een soort zelfvertrouwen: dit doet ertoe, wat wij geloven. Ten diepste heeft dat te maken met een ervaring van geluk: ik wil dit niet kwijt en ik gun het een ander ook. (…)   We moeten zó leren spreken over het christelijke geloof dat het mogelijk verstaanbaar is voor iemand die anders denkt.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Abraham
Het voelt ongemakkelijk dat niet-christelijke gelovigen en andersdenkenden blijkbaar christenen moeten worden (hen te ‘koloniseren’, zoals Tomáš Halík dat verwoordt). Heeft Van Ekris weleens geluisterd naar moslima’s die in steeds groteren getale in vooral dienstverlenende sectoren te zien zijn? Allemaal getuigen zij van hun geloof en velen maken dat zelfs fier zichtbaar met hun hoofddoek. Zij zijn, net als christenen, volgers van Abraham waarover Franciscus spreekt in een interview.

‘Abraham is op reis gegaan, zonder echt te weten waarnaartoe, louter op grond van geloof.(…) Ons leven wordt ons niet in de schoot geworpen als een operalibretto, waarin alles al vast staat. Ons leven is op weg zijn, wandelen, doen, zoeken, vinden enzovoort. We moeten dus binnenstappen in het avontuur van de zoektocht naar de ontmoeting, in het zich door God laten zoeken en het zich door God laten vinden’.
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík in Interview Antonio Spadaro S.J. met paus Franciscus (1938 – 2025)


Het ☧-teken, een belangrijk symbool in de protestantse beeldtaal

‘Als de Kerk haar grenzen wil overschrijden en alle mensen wil dienen, dan moet haar dienst verbonden zijn met respect voor het anders-zijn en de vrijheid van hen tot wie ze zich richt. Ze moet ontdaan zijn van de intentie om iedereen in haar gelederen te trekken en de controle over hen te krijgen, hen te ‘koloniseren’. Ze moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is.’
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík)

Anders-zijn
Moslima Saïda bijvoorbeeld. Zij begon als schoonmaakster in een ziekenhuis en werkte daar uiteindelijk als gediplomeerd islamitisch geestelijk verzorger. Als moslim staat zij volledig open voor andersdenkenden, werkt aan de samenleving met iedereen die er ook voor de ander is, en toont de kracht en de wil om samen te werken met mensen met uiteenlopende levensbeschouwingen.


“joods-christelijke beschaving’, dat doet de geschiedenis geen recht.
De islam hoort al eeuwen bij Nederland.’

(Religiewetenschapper en filosoof Kamel Essabane, in deKanttekening)

Moslimgemeenschap
Ook is het waardevol om kennis te nemen van ‘Verhalen van de Nederlandse moslimgemeenschap die lang onderbelicht zijn gebleven, maar onmiskenbaar deel uitmaken van ons gezamenlijke verleden’. De tentoonstelling Wij zijn hier liet de afgelopen maanden juist zien hoe moslims, generatie op generatie, een fiere rol spelen in het maatschappelijke, culturele en religieuze landschap van Nederland. Soms zichtbaar, vaak op de achtergrond, maar altijd aanwezig.

Zonde
Interessant en spiritueel is de omschrijving die scriba Van Ekris geeft aan het begrip ‘zonde’, een nogal zwaar beladen term in het christendom dat nog altijd angst zaait door dreigend vagevuur en hel. Van Ekris over ‘zonde’:

‘Als je zonde omschrijft als een vreemde ontwrichtende kracht in jezelf die dingen stuk kan maken, wordt dat door veel mensen herkend. Het helpt als je voor dat soort ervaringen taal kunt aanreiken.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)


Scriba PKN Kees van Ekris

‘Iets van God ontdekken’
Voor Van Ekris ontstaat in contact met de ander een ‘heel betekenisvol gesprek’. Maar ook dan wordt er niet aan die ander gevraagd: “Vertel jij eens over de betekenis van jouw geloof?” Terwijl Harthoorn toch zo mooi schrijft:

‘Mensen kunnen blijkbaar op allerlei manieren geraakt worden door iets wat met God en geloof te maken heeft. Woorden en daden, het gewone en het heilige, stilte en muziek – misschien is de hele breedte van de menselijke ervaring wel nodig om iets van God te kunnen ontdekken en van die ervaring te leren.’
(Jedidja Harthoorn in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Paus Franciscus
Saïda, ook geraakt door God, heeft dit al lang geleden geleerd. Zij kent de kern van de Abrahamitische godsdiensten waarnaar paus Franciscus verwijst: joden, christenen en moslims hebben dezelfde God. En vol vertrouwen brengt de geestelijk verzorger dat in de praktijk.

Getuigen van God
Door te getuigen, bevestig je je persoonlijke ervaringen van je geloof als waarheid. Een ongemakkelijke opdracht als je slechts van je eigen godsdienst kan getuigen en niet van God.

Bronnen:
Jedidja Harthoorn
* Magazine Petrus, Nr 30 – Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? (Jedidja Harthoorn)“Al zo’n 200.000 Nederlanders krijgen het christelijk magazine Petrus [4x per jaar gratis] in de brievenbus.” (Petrus)
Saïda
*Academie voor Geesteswetenschappen, Saïda, van schoonmaakster tot islamitisch geestelijk verzorger – Jeroen Jeroense & Trijnie Nielen-Rosier (Boekrecensie: Paul Delfgaauw)

*Wij zijn hier – Een gedeeld verleden, moslims vertellen – Tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdok (14 juni – 6 september 2025)
* De namiddag van het christendom – op weg naar een nieuw tijdperk (Tomáš Halík, Kokboekencentrum Uitgevers) – Opgedragen aan paus Franciscus, met eerbied en dankbaarheid)
*deKanttekening: Het Moslim Archief wil The Black Archives achterna: ‘Groepen bij elkaar brengen’ (Historicus en journalist Ewout Klei)

Beeld: PKN
Het ☧-teken: Petrus / De Glashut +Designer
Foto joods-christelijke beschaving: Universiteit Utrecht
Foto Van Ekris: AD / ANP

Drewermann bevrijdt Jezus van Bijbel en kerk

Theologische literatuur en kerk gaan veelal voorbij aan theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann. Maar wereldwijd spreekt zijn werk velen juist aan door het bevrijdend karakter ervan. Die bevrijding is duidelijk te vinden in Het geheim van Jezus van Nazaret. Bedoeld voor iedereen die een heldere toegang tot de mens Jezus zoekt. ‘Geen ijzeren waarheden maar beelden die mensen uitnodigen zichzelf en elkaar in het licht van een liefhebbende God te zien’.

‘Hoe je angst door vertrouwen kunt overwinnen is voor mij de kern van de boodschap van Jezus geworden’
(Eugen Drewermann)

Oude beelden spreken een nieuwe taal
Vertaler Bert L. van der Woude (Studiekring Drewermann Nederland) verwijst in Het geheim van Jezus van Nazaret naar het boek van de Nederlandse theoloog Okke Jager (1928-1992): Oude beelden spreken een nieuwe taal. Precies wat Drewermann nastreeft, zegt Van der Woude in het Voorwoord.

‘Met zijn kennis van dieptepsychologie en van de symbolische werkelijkheid is hij een inspirerende gids, die de beelden van het geloof opnieuw weet te duiden voor onze eigen tijd.’


Eugen Drewermann tijdens presentatie van zijn nieuwe boek Alleen door vrede, 2024

Erich Fromm Prize
Eugen Drewermann (1940) heeft een internationaal lezerspubliek. In 2007 ontving hij de Erich Fromm Prize voor zijn engagement voor de vrede. Godsdienstleraar Martin Freytag van het Remigianum gymnasium van Borken (Münsterland) was erg onder de indruk toen Drewerman in 2017 voor de middelbare scholieren een lezing gaf over Jezus van Nazaret. Dat leidde tot Het geheim van Jezus van Nazaret. 180 bladzijden lang blijf je, gefascineerd door de mens Jezus, de dialoog volgen tussen Freytag en Drewermann.

‘In Het geheim van Jezus van Nazaret is Drewermann erin geslaagd om bij de kern te blijven en zijn lezers een hart onder de riem te steken. In dit boek opent hij een ruimte van barmhartigheid in een vaak genadeloze wereld.’
(flaptekst)

Natuurwetenschappen
D
rewermann vertelt dat jonge mensen opgeleid worden in de denkvorm van natuurwetenschappen die hen binnen leidt in het wereldbeeld van de natuurwetenschappen. En dat dit haaks staat op de theologische opvatting van een God die natuurwetten buiten werking kan stellen. Zoals woord voor woord in de Bijbel staat.

‘Daarin komen we een God tegen die een wereld heeft ontworpen waarin alles doelgericht en rechtstreeks ontwikkelt tot aan een bepaald punt.’

Drieëenheid
V
olgens de auteur is de Bijbel niet geïnteresseerd in objectieve informatie: ze wil ons leven duiden en vormgeven. Dat is een heel ander niveau dan het opsommen van feiten. Godsdienstleraren echter moeten de theologie van de dogma’s, gedicteerd door de kerk, aan de leerlingen doorgeven. Zònder eigen interpretatie. Drewermann noemt als voorbeeld de ‘drie personen binnen die ene godheid’.

‘Probeer dat maar eens zonder moeite in een kinderbrein te krijgen Dat valt zelfs bij volwassenen niet mee. En als het dan uiteindelijk gelukt is, houdt men niet meer over dan een spel met woorden, die de logische ongerijmdheden van de voorgeschreven dogmatiek moeten overbruggen.’

Kerkelijke geloofsleer
A
ls kind maakt Drewermann mee dat een hele schoolklas van een klassiek gymnasium weigerde het voorgeschreven godsdienstonderwijs bij te wonen.

‘Het is duidelijk: wie begint met nadenken kan niet uit de voeten met het overgeleverde systeem van de kerkelijke geloofsleer.’

Bange kerk
D
oor zijn affiniteit met de zielzorg en psychotherapie wilde de priester zielzorger worden. Dat was destijds alleen mogelijk via een voltijds theologiestudie.

‘Ik ben priester geworden, niet om de kerk als ambachtelijk instituut te dienen maar om de boodschap van Jezus door te geven. Toen dacht ik nog dat dit binnen de kerk mogelijk zou zijn en geaccepteerd zou worden. Dat dit een vergissing was en dat de kerk juist bang is voor de boodschap van Jezus wist ik toen nog niet.’

Als priester werd Eugen Drewermann geacht de zonden van mensen te veroordelen. Toen bleek dat hij dat niet kon, kwam hij in problemen met de kerk. ‘Het grondprobleem van ons mensen is angst.’
(Trouw,2023)


Bergrede

Lichtend perspectief
J
ezus is voor Drewermann geen voorbeeld maar absoluut richtinggevend. Het geeft hem grond onder de voeten en gelooft dat hij met de Bergrede gelijk heeft en zal blijven houden. Deze overtuiging vormt het leven van de priester en ook wat hij als zin ervan begrijpt.

‘Niemand heeft zulke zinnen gesproken als Jezus: Gelukkig zijn de wenenden, de weerlozen, de armen en wie omwille van de waarheid worden vervolgd. Niemand heeft de mensen zo bij de hand genomen, en hen zelfs uit wat zij hebben misdaan, en uit hun vertwijfeling tot zichzelf teruggevoerd. Niemand heeft de mensen zo aangemoedigd om in hun eigen waardigheid te geloven tegen alle pogingen in om hen te vernederen.
Omdat dit zo is, is Jezus bij het lezen van de ochtendkrant de enige hoop, het enige lichtend perspectief en de wezenlijke grond om aan de dag te beginnen en tot in het absurde door te gaan.’  

‘Zachtjes over God’
D
e auteur bevrijdt de boodschap van Jezus van de dogmatische kerkelijke hiërarchie en Bijbel. In de mate waarin wij bij de oorspronkelijke woorden van Jezus proberen te komen, komt hij ons tegemoet, vertelt Drewermann. ‘Zelfs onder theologen zijn er maar weinigen die zich zo laten inspireren door Jezus van Nazaret’. Drewermann weet in heldere bewoordingen de beelden van het geloof opnieuw te duiden voor onze eigen tijd.

‘Wie zoals Drewermann over Jezus van Nazaret spreekt, moet het ook over God hebben. Hij doet dat op een poëtische manier en spreekt ‘zachtjes over God’, zoals de titel van één van zijn vele boeken luidt.’
(flaptekst)

Een gespannen verhouding
J
ezus en de kerk’ omschrijft Drewerman als een gespannen verhouding. In het diepgaande hoofdstuk hierover zegt hij dat Jezus juist niet heeft gedaan wat de gevestigde kerk tegenwoordig staande houdt: hij heeft geen instituut gevormd. Maar Jezus zou waarschijnlijk niet kunnen bestaan zonder een dragend systeem zoals de kerk. Iets of iemand moet toch doorgeven wie hij was en is? Structuur is nodig, of iets wat bemiddelt, een ‘brug tussen deze en gene zijde’.

‘Dat heeft Socrates gedaan. Van hem hebben we een belangrijk deel van de houding geleerd om Jezus zelf te interpreteren. (…) “Kerk” houdt in: Hoe iemand uiterlijk de dood ingaat, beslist niets over zijn leven. Maar hoe hij leeft, beslist alles voor God. God laat ons in de dood niet alleen. Op deze plaats sluit de cirkel zich tussen vertrouwen waarachtigheid.’

Kerk in Avondland
Als dat kerk is, dan hebben wij haar nodig, vervolgt Drewermann. Wanneer zij dat niet is en zichzelf in plaats van een middel te zijn tot doel verheft, verdient zij iedere vorm van kritiek.

De rots
Drewermann vertelt ook over de rots waarop de hele kerk is gebouwd, zoals in de koepel van de Sint Pietersbasiliek geschreven staat.

‘Alleen iemand die weet wie hij als mens is, kan de boodschap van Jezus doorgeven aan anderen. (…) Alleen zo laat de boodschap van Jezus zich overdragen. Daarop is zij gebaseerd. Dat is de rots, het fundament; al het andere is een spookbeeld en vervalsing.’

Het geheim van Jezus van Nazaret  | Eugen Drewermann | 2022 | Uitgeverij Van Warven | Paperback | blz. 180 | Vertaler Bert L. van der Woude (Studiekring Drewermann Nederland) | € 15,95 | E-book € 9,00 |‘In Het geheim van Jezus van Nazaret geeft Eugen Drewermann op een openhartige wijze inzicht in wat voor hem de essentie is van het christelijk geloof.’ (Van Warven) – In juni 2022 verscheen van Drewermann: God waar bent u?.

Eugen Drewermann (1940) ‘studeerde filosofie, theologie en psychoanalyse en werd in 1966 tot priester gewijd. Hij publiceerde meer dan tachtig boeken, trad op met de Dalai Lama en manifesteert zich nog steeds in het maatschappelijke debat in Duitsland en daarbuiten. Zijn kritiek op de autoritaire structuur en cultuur van de Rooms-Katholieke Kerk bracht hem in conflict met de hiërarchie, waarna hij in de jaren negentig werd geschorst als priester. In 2005 verliet hij, op zijn 65ste verjaardag, de kerk’. (Trouw, 2023)

Beeld: Honoré Daumier: Ecce Homo (omslagillustratie Het geheim van Jezus van Nazaret)
Beeld Eugene Drewermann: Studiekring Drewermann
Beeld Bergrede: Carl Heinrich Bloch 1834 – 1890 | ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (levenindekerk.nl)

‘Was er maar een Beatrice de Graaf in Den Haag’

Beatrice de Graaf vertelt in de Huizingalezing 2024 Wij zijn de tijden hoe geschiedenis in crisistijd wordt gebruikt om zin en betekenis aan de tijden te geven. Bijzonder is dat De Graaf kerkvader Augustinus erbij betrekt en de filosofen Plato en Aristoteles. Op de achtergrond klinken kardinale deugden mee: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid, moed. Plato noemt ook nog vroomheid, en Augustinus geloof, hoop en liefde. Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga – die zelf tijden van bedreiging, verval en verlies doormaakte – laat zich via De Graaf niet onbetuigd.

‘Wij zijn de geschiedenis in het heden’
(Pieter Jan Hagens in Buitenhof)

In een bijzonder boeiend Buitenhof licht Beatrice de Graaf, hoogleraar internationale en politieke geschiedenis (Universiteit Utrecht), haar lezing met veel wijsheid toe. Dat leidt uiteindelijk tot de bewonderende en poëtische slotzin van interviewer Pieter Jan Hagens: ‘Wij zijn de geschiedenis in het heden.’

Onzekerheid en dreiging
I
n tijden van crisis en onzekerheid zijn hoopvolle verhalen nodig om grip te krijgen op de rauwe werkelijkheid. Zoals de titel boven dit blog aangeeft: een van de veelal positieve reacties op de social media, in dit geval een hoopvolle verzuchting onder de YouTube-editie van Buitenhof. De Huizinga-lezing handelt ‘over het omgaan met onzekerheid en dreiging en lessen uit de geschiedenis, en wat we kunnen leren van Johan Huizinga’.

Ideaal van vrede
D
e Graaf vertelt in Buitenhof dat er van Huizinga wordt gezegd dat hij een cultuurpessimist is. ‘Hij wordt vergeleken met Oswald Spengler, de Duitse filosoof die Der Untergang des Abendlandes schreef. En met politiek theoreticus Carl Schmitt (1888 – 1985) uit die tijd: conservatieve denkers die de ondergang profeteerden. Met hen wordt Huizinga op één hoop gegooid. Huizinga denkt echter precies anders en wijst in tijden van diepe duisternis juist op het ideaal van vrede.’


Historicus, cultuurfilosoof en antropoloog Johan Huizinga (1872 – 1945)

‘Extreem nationalistische verdwazing’
H
agens verwijst naar een stelling van Huizinga dat we te veel het idee van crisis en geweld zijn gaan omarmen. ‘Een stelling die misschien ook in deze tijd past. Huizinga spreekt eveneens over extreem nationalistische verdwazing. Is dat wat we nu ook aan het doen zijn,’ vraagt hij aan De Graaf.

Paralellen in deze tijd
V
oor een deel zijn er volgens De Graaf zeker parallellen met deze tijd te zien. ‘Huizinga citeert dan Augustinus en zegt dat je naar de geschiedenis kunt kijken of naar politieke leiders en zien hoeveel effect ze hebben en of ze succesvol zijn. Eigenlijk moet je kijken naar hun grondhouding: wat voor deugden in de klassieke Aristoteliaanse zin zij eigenlijk verspreiden: dat is uiteindelijk het enige dat hoop op de toekomst geeft. Als dat goed zit, deugt het.’

De kardinale deugden van Aristoteles
‘W
ij denken dan, deugden? Moralistisch. Maar eigenlijk is dat meer dan 2000 jaar lang de manier om jonge mensen, politici, op te leiden. Niet alleen om heel slim te zijn maar ook om te leven vanuit deugden. Uit de definitie van Aristoteles volgt dan dat je genoeg slimheid hebt om te handelen volgens een hoger doel. Doelen nastreven die deugen. Kardinale deugden.’

Den Haag is de weg kwijt
H
agens reactie hierop is, als hij kijkt naar de huidige politiek: ‘Staatssecretarissen stappen op, vermeende racistische of polariserende uitspraken, kortetermijnsucces, electoraal succes, schreeuwen, schelden… Dat klinkt niet als de deugden van Aristoteles. We zijn de weg kwijt in Den Haag. En een belangrijk punt in uw lezing is dat een politicus of leider ook een perspectief moet bieden, zeggen wat je gaat doen.’

Puerilisme
‘H
uizinga zou over de huidige politiek gezegd hebben dat dat puerilisme is: kinderachtig gedrag,’ antwoordt De Graaf. ‘Als een beschaving niet meer aan die hoge regels voldoet, dan wordt het kinderachtig gedrag. Niet alleen in Den Haag zijn we de weg kwijt, in de hele samenleving, ook wereldwijd is dat zo, als je naar politieke leiders kijkt.’


‘Wij zijn de tijden. U bent de tijden’

Augustinus
‘M
ijn lezing heeft de titel: Wij zijn de tijden. Dat is een uitspraak van Augustinus, herhaald door Huizinga. In de tijd van Huizinga gaat de wereld ook ten onder, net als in de tijd van Augustinus als het Romeinse Rijk instort. Augustinus zegt dan tegen het woedende volk: “Scheldt niet op de keizer, scheldt niet op de tijden. Wij zijn de tijden. U bent de tijden. En wie bent u op dat moment in zo’n duistere tijd?” En dan komt hij dus met zijn deugden.’

Overtuiging leidt tot narigheid
H
agens brengt in dat Huizinga zegt dat het in de geschiedenis niet gaat om de feiten alleen, maar ook om de overtuiging. ‘En overtuiging leidt tot narigheid, zie Poetin.’ De Graaf stelt dat je overtuiging niet in moet zetten als een ‘grote morele knuppel’ waarmee je de ander op zijn hoofd slaat. ‘Je moet ook eerlijk zijn over je eigen tekort, laten zien waar je zelf fouten hebt gemaakt, waar je zelf te lang hebt gewacht om in actie te komen.’

Perspectief schetsen
Gaza en Israël bijvoorbeeld: perspectief schetsen is nodig voor de Palestijnen in Gaza maar ook voor Israël. Helaas ontstaan direct de kampen Palestijnen en de kampen Israël in de discussies. En beide kampen zitten knel,’ stelt De Graaf. Volgens Hagens is het allemaal nog groter. ‘Het “spel” van de internationale staten Saoedi-Arabië, Egypte, Iran, Verenigde Staten spelen allemaal een rol, èn Europa: Wij zijn ook betrokken. Waarom geen plan om als Europa ook in Syrië een nadrukkelijker rol te spelen? En dan dus niet de ander op zijn hoofd slaan met die deugden, want het is geen deugd als je vooral zelfzuchtig bezig bent.’

Perspectief vinden in sombere tijden
Op de vraag van Hagens waar je in sombere en moeilijke tijden perspectief kan vinden, antwoordt De Graaf dat je behalve in een God, ook op veel andere manieren kan geloven. Geloven in democratie is een manier: een speelveld dat ook iets transcendents heeft: het gaat niet alleen over het hier en nu maar het gaat ook om wat je aan je kinderen doorgeeft. Je kunt ook geloven in onderlinge solidariteit van groepen. Iets waar je eigenlijk in moet geloven, want je ziet zo vaak het tegendeel. Geloof is iets waar je dus niet altijd bewijs voor hebt, maar waar je toch aan vasthoudt ondanks tegenstrijdigheden.’

Amor Mundi
A
ndere bronnen van perspectief die in het interview naar voren komen zijn filosofie: stoïcisme. ‘En ook vriendschap geeft gevoel van solidariteit. Uiteindelijk moet alles wat je doet bijdragen aan de Amor Mundi: liefde voor de wereld, zie Hannah Arendt. Alles moet in een richting gaan die liefde voor de wereld is, inclusief je tekortkomingen en die van de ander. Een stukje vergeving naar jezelf, en kan je de ander vergeven. Kan je toestaan dat er fouten worden gemaakt en dan toch met elkaar doorgaan. Zonder genade en verlossing kom je er niet. Het gaat om doorgaan met elkaar.’


Samen met Plato’s leermeester Socrates zijn Plato (li) en Aristoteles (re)
de grondleggers van de westerse filosofische traditie

Talkshowtafels
A
an het eind van dit interview zegt Hagens dat het pleidooi voor de deugden hem heel prachtig en erg goed lijkt. De Graaf: ‘En begin bij jezelf, talkshowtafels… Als een politicus iets zegt, komt ie daar mee weg. En dat ligt aan de politicus èn de journalist. Samen dienen wij de res publica [het algemeen belang, PD] om in termen van Plato en Aristoteles te spreken: In hoeverre draagt wat jij nu zegt bij aan rechtvaardigheid, aan solidariteit. Niet alleen voor jezelf maar voor een grotere groep’.

Bron:
NPO1 Buitenhof 22 december: Wij zijn de tijden. Geschiedenis in crisistijd
– (N.B. Dit blog is een beperkte, geen volledige, transcriptie van de uitzending. Aan te raden is Buitenhof in zijn geheel te bekijken en te beluisteren. En zeker ook de Huizingalezing 2024 lezen die januari 2025 verschijnt.)

Foto Beatrice de Graaf:  Stadsgehoorzaal Leiden
Beeld Johan Huizinga (1872 – 1945): Universiteit Leiden
Beeld Plato en Aristoteles:
 Raffaello Sanzio (1483-1520) Scuola di Atene (detail 1), (1509-1510) Stanza della Segnatura (Vaticano) – onelittleangel.com

N.B. De Huizingalezing van 12 december 2024 is te bestellen bij de boekhandel en via, tot nog nu, één website en wordt verwacht rond 14 januari 2025.

Bas Heijne: ‘Camus zocht de zin van het leven in de mens’

Van de Franse filosoof Albert Camus vind je zijn hele wereldbeeld terug in Een hogere liefde (2024). Bas Heijne licht dit toe in het inleidend essay over Camus’ Brieven aan een Duitse vriend, de oorspronkelijke titel. Zó gloedvol dat je dat boek per se wil lezen. – Camus schrijft over een ‘hogere liefde’ en legt aan zijn Duitse vriend uit (die hem verwijt niet van zijn land te houden) ‘dat hij wel degelijk van zijn land houdt, maar dat zijn liefde niet los kan bestaan van ‘kritische liefde’ op wat er niet goed is en ook niet los van het streven naar een rechtvaardige samenleving’. Heijne noemt het conflict dat Camus (1913-1960) beschrijft ‘schrijnend actueel’.

‘Camus zegt: ‘Mijn opdracht is hoe je zin in het leven kunt ontdekken zonder dat je in het bestaan van God of in de almacht van de rede gelooft.’
(Bas Heijne)

Zonder God?
O
ok in De Ongelooflijke Podcast van 24 november 2024 vertelt Heijne genuanceerd én vol passie over Camus. ‘Camus zocht de zin van het leven in de mens.’

Bas Heijne heeft als missie om grote denkers uit het verleden onder de aandacht te brengen, waaronder de Franse filosoof Albert Camus. Zijn werk is volgens Heijne urgent voor deze tijd. Camus dacht na over hoe je betekenis aan het leven kunt geven zonder God en religie. Hij zag mensen de leegte opvullen met nationalisme of zelfs nazisme, maar zelf vulde hij het met een geloof in de mens: humanisme. Maar kan dat wel zonder God?’
(De Ongelooflijke Podcast #221)

Balans en zuiverheid
I
n zijn romans, essays en krantenartikelen keerde Camus, vertelt Heijne in zijn essay, anders dan zo veel van zijn tijdgenoten, zich tegen het verlangen naar absolute ideologische waarheden. Camus was ‘een rusteloze ziel op zoek naar balans en zuiverheid.’

Bij hem geen sprake van blinde partijdigheid. Het slechte was nooit helemaal slecht, benadrukte hij, het goede nooit helemaal goed. Mensen waren kwetsbare wezens – en dat betekende dat je ze moest helpen waar je kon’.
(Uit: Een hogere liefde)


Bas Heijne

‘Denken vanuit eigen ervaring’
H
eijne maakt in zijn uitgebreide essay – en hierover vertelt hij eveneens in De Ongelooflijke Podcast – duidelijk dat Camus een twijfelaar was, voortdurend nadacht over zijn eigen denken. Als een echte filosoof – ook al ‘ontkende hij filosoof te zijn: hij dacht vanuit zijn eigen ervaring’ – brak Camus bijvoorbeeld in zijn lange, filosofische essay L’homme révolté (1951) zich het hoofd over de vraag ‘waarom de totale vrijheid altijd weer in massale slachtpartijen eindigt’.

Radicale intellectuelen
Dat was tegen het zere been van radicale intellectuelen. Opstandigheid met mate! brieste de surrealist André Breton naar aanleiding van dat boek. Wanneer je de hartstocht uit de opstand haalt, schreef hij honend in een kritiek, wat blijft er dan over?’
(Uit: Een hogere liefde)

Brieven aan een Duitse vriend is een geloofsbelijdenis met het mes op de keel’
(Bas Heijne, in deel 4 van zijn essay)

Hogere liefde essentieel
Voor Camus is zij [de hogere liefde] essentieel. En waard om voor te vechten wanneer dat noodzakelijk wordt. (…) De agressieve vaderlandsliefde van de vriend is uiteindelijk niets anders dan haat en frustratie – er moet een gapende leegte in hemzelf opgevuld worden. En dat kan alleen door middel van overheersing en vernietiging.
(Uit: Een hogere liefde)

Augustinus en Plotinus
C
amus studeerde af op Augustinus, vertelt Heijne in de podcast. ‘Hij is voortdurend aan het dubben of het wel goed is wat hij doet; hij worstelt ook, zou je kunnen zeggen, met de dood van God.’ – Civis Mundi schrijft hierover: ‘Vooral het werk van Plotinus vormt een onderliggende visie bij Camus. Augustinus heeft raakpunten met het werk van Camus’.

De doctoraalscriptie had als titel Christian Metaphysics and Neoplatonism: Plotinus and St Augustine, het derde en vierde hoofdstuk van het eerste filosofische werk van Camus over Plotinus en Augustinus, dat zelden de aandacht krijgt, hoewel het een ander licht werpt op zijn werk, een christelijk en gnostisch licht gevolgd door een neoplatonistische verheldering.’
(Uit: Civis Mundi – Leven en werk van Albert Camus, deel 7: Plotinos en Augustinus)

St. Augustinus Plotinus

P.C.Hooftprijs
Een heerlijk (ruim) uurtje beschouwen met Bas Heijne. Hij is schrijver en essayist voor NRC, winnaar van de prestigieuze P.C. Hooftprijs [2017] en al voor de derde keer te gast bij De Ongelooflijke.
Bas Heijne staat bekend om zijn scherpe analyses van de samenleving en politiek, hoewel hij zich de eerste 40 jaar van zijn leven nauwelijks met politiek bemoeide. Wat is er gebeurd dat hij toch besloot dit te doen? Heijne ziet de maatschappij veranderen; welke culturele en levensbeschouwelijke ontwikkelingen gaan daarachter schuil?’
(De Ongelooflijke Podcast #221, 24 november 2024)

Humanisme
N
et als in Camus’ eigen tijd wordt zijn humanisme vaak als een zwaktebod gezien, even onmachtig als sentimenteel, als onvermogen om klinkklaar stelling te nemen, zijn stem als de veel te zachte stem van het verketterde ‘redelijke midden’.’

Wie dat denkt, heeft Camus niet begrepen. De debatten rondom bootvluchtelingen, de nietsontziende Russische agressie jegens het Westen, de invasie van Oekraïne, de terreuraanval van Hamas en de Israëlische vernietiging van Gaza laten ons vooral zien hoe gemakkelijk het weer is geworden om mensen te ontmenselijken, waardoor hun lijden en dood geen sporen nalaten in ons geweten. Waar gehakt wordt vallen spaanders, om een omelet te maken moet je eieren breken, stelling nemen verdraagt geen kanttekeningen of harde kritiek op het eigen kamp.’
(Uit: Een hogere liefde)

Een Hogere liefde | door Albert Camus | Inleidend essay: Bas Heijne | derde druk september 2024 | Prometheus | Amsterdam | € 12,50 | E-book € 9,99
Camus’ brieven zijn een vlammende verdediging van zijn persoonlijke liefde voor zijn land en de Europese beschaving, die juist vraagt om debat en kritiek en vasthoudt aan het streven naar rechtvaardigheid.
In een tijd waarin het agressieve nationalisme weer hoogtij viert, hebben de lucide woorden van Camus het effect van een mokerslag. Bas Heijne schreef een inleiding, waarin hij deze noodzakelijke tekst onontkoombaar in ons heden plaatst.’

Oorspronkelijke titel
Lettres à un ami allemand | Albert Camus | copyright © Éditions Gallimard | 1945 | renouvelé en 1972 | all rights reserved | © 2024 Nederlandse vertaling Brieven aan een Duitse vriend | Jozef Waanders | © 2024 essay: Bas Heijne | ‘Lorsque l’auteur de ces lettres dit “vous”, il ne veut pas dire “vous autres Allemands”, mais “vous autres nazis”. Quand il dit “nous”, cela ne signifie pas toujours “nous autres Français” mais “nous autres Européens libres”.

Beeld: Maartje de Sonnaville (Filosofie Magazine)
Foto Bas Heijne: NRC
Beeld Augustinus in examen: Sandro Botticelli
Beeld Plotinus: Licentia Poetica

Patriot. De laatste brief van Navalny aan de wereld

UITGELICHT – Aleksej Navalny vertelt in Patriot hoe hij zijn denken zo aanpaste, dat hij bij een verlenging van straf er niet onzekerder maar juist overtuigender van zou zijn, dat hij de juiste beslissing had genomen toen hij in het vliegtuig terug naar Moskou stapte. Een van die denkwijzen noemt hij in zijn autobiografie ‘zo oud dat je je hoofd misschien ten hemel heft en met je ogen rolt als je het hoort’. Navalny vond kracht in het christelijke geloof, in de Bergrede van Jezus.

 ‘De tweede techniek is zo oud dat je je hoofd misschien ten hemel heft en met je ogen rolt als je het hoort’
(Aleksej Navalny in Patriot)

Oppositiepolitiek
Navalny heeft het over religie. Voor hem was het echter niet van belang of je gelooft dat ‘de zee letterlijk voor iemands ogen uiteen spleet’. Altijd heeft hij wel gedacht, en ook in het openbaar gezegd, dat het voor een gelovige gemakkelijker is het leven te leven, en in nog belangrijker mate om je bezig te houden met oppositiepolitiek.
In Patriot zegt de vertaler dat Navalny in 2020 werd vergiftigd door de Russische veiligheidsdiensten. ‘Tijdens zijn wonderbaarlijk herstel begon hij aan het schrijven van Patriot. Het eindigt met zijn gevangenisboeken die hij schreef tot kort voor zijn dood in een wrede Siberische gevangenis en die hier voor het eerst gepubliceerd worden’.

Navalny’s laatste woorden in Patriot
‘Je ligt op bed, kijkt naar het bed boven je en vraagt je af of je diep vanbinnen een christen bent. Het is niet van belang of je gelooft dat er vroeger oude mannen in de woestijn rondliepen die achthonderd jaar oud werden of dat de zee letterlijk voor iemands ogen uiteen spleet.
Maar ben je een aanhanger van de godsdienst waarvan de stichter zichzelf heeft opgeofferd voor ander mensen en de prijs voor hun zonden betaalde? Geloof je in de onsterfelijkheid van de ziel en meer van die mooie dingen?

Als je de vraag in alle eerlijkheid met ja kunt beantwoorden, waarover moet je je dan nog zorgen maken? Waarom zou je honderd keer een tekst fluisteren die je leest in een lijvig boek dat je op je nachtkastje bewaart? Maak je geen zorgen om de dag van morgen, want de dag van morgen is prima in staat voor zichzelf te zorgen.

Het is mijn taak op zoek te gaan naar het Koninkrijk van God en de rechtschapenheid daarvan, en ik kan het aan die goeie ouwe Jezus en zijn familie overlaten om alle andere zaken te regelen. Ze zullen me niet in de steek laten en een oplossing vinden voor al mijn problemen. Of zoals ze hier in de gevangenis zeggen: zij zullen die klappen voor me opvangen.’
(Navalny in Naschrift, in Patriot)

‘Poetin bedient zich vooral van terreur. De belangrijkste boodschap van Navalny was hoop’
(Uit de documentaire van KRO-NCRVzie verder in dit blog)

Sacharovprijs
‘Aleksej Navalny was een Russische oppositieleider, politicus, anticorruptieactivist en politiek gevangene die internationaal geroemd en gerespecteerd werd. Hij werd onder meer geëerd met de Sacharovprijs – de jaarlijkse mensenrechtenprijs van de Europese Unie – de Courage Award en de Dresden Peace Prize. Hij overleed in 2024.’
(Patriot. Vertaler Frans Reusink: ‘Het inspirerende verhaal van een van de moedigste mensen van onze tijd’.)


Aleksej Navalny (1976 – 2024)

‘Ontaard staatsbestuur’
Patriot geeft een uitermate informatief beeld van hoe het er in Rusland daadwerkelijk aan toe gaat en ging in de jaren van Navalny. Veelal schrijft hij lakoniek, met humor, passie en hoop. Maar zegt ook dat ‘het staatsbestuur onder leiding van Poetin volledig is ontaard’. Het lukt Navalny als intelligente èn integere student die alleen maar achten, negens en tienen haalt, pienter te laveren, hoewel ook hij ‘nu en dan slinkse wegen heeft bewandeld’. Hij noemt dat laatste in Patriot ‘schaamtevol, belachelijk en volledig onnodig’.

Universiteiten ten dienste van de staat
Intrigerend vind ik wat hij zegt over de universiteiten: die staan alleen ten dienste van de staat. Voor de veiligheidsdiensten (FSB). Of alleen bedoeld voor KGB-gezinnen en Sovjet-elite. Of bij de Universiteit van de Vriendschap der Volkeren: voor buitenlandse studenten (‘voornamelijk uit Afrika’) om KGB-agent te worden met als taak die studenten te bespioneren.
Op 17-jarige leeftijd besluit Navalny naar de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Staatsuniversiteit van Moskou te gaan (‘heel Moskou wilde daar toegelaten worden’). Daar zag hij ‘hoe het systeem ervoor zorgde dat buitenstaanders ook echt buiten de deur gehouden worden’. Hierover vertelt hij een typerende grap.

Joden toelaten was tegen de wet
‘Het was bijvoorbeeld praktisch tegen de wet om joden toe te laten op de faculteit Wiskunde. (…) Een grap die typerend was voor die tijd: de examinatoren van de toelatingscommissie voor de Staatsuniversiteit in Moskou willen een joodse kandidaat afwijzen, dus ze gaan eindeloos door met het stellen van moeilijke vragen. Maar hij weet alle antwoorden, en ten slotte weten ze alleen nog deze vraag: “Hoe verklaart u dat Leo Tolstoj in staat was zich zaken te herinneren uit de tijd dat hij nog maar veertig dagen oud was?”
“Daar is niets verbazingwekkends aan. Ik herinner me zaken uit de tijd dat ik acht dagen oud was.”
“Wat herinnert u zich dan?”
“Ik herinner me dat er een oude jood met een baard en bakkebaarden kwam die mijn bevoegdheid om naar de universiteit te gaan kwam afsnijden.”.’
(Uit: Patriot, Hfst. 6)

Documentaire
Op 27 oktober 2024 zond KRO-NCRV een indrukwekkende documentaire uit over Aleksej Navalny, ‘de onvermoeibare Russische oppositieleider die begin dit jaar stierf in een strafkamp in Siberië’.


De Russische journalist en televisiepresentator Mikhail Fishman kende Navalny goed.

Terugkeer naar Rusland
‘Aleksej Navalny, de onvermoeibare Russische oppositieleider, stierf begin dit jaar in een strafkamp in Siberië. Deze week is zijn autobiografie
Patriot verschenen, met daarin dagboekaantekeningen die hij in de gevangenis schreef. In zijn cel vond hij kracht in het evangelie, met name in de Bergrede van Jezus*. Het speelde ook een rol bij zijn keuze om terug te keren naar Rusland, terwijl hij wist dat hij in de gevangenis zou belanden. “Hij daalde vrijwillig af in de hel”, zegt orthodox priester Andrej Kordochkin, “maar hij behield zijn hoop en optimisme. Hij toonde ons dat je in de hel kan zijn, zonder er deel van uit te maken”.’
(Uit de documentaire van KRO-NCRV)

Navalny toonde ons dat je in de hel kan zijn, zonder er deel van uit te maken’
(Orthodox priester Andrej Kordochkin)

In de documentaire vertelt Mikhail Fishman, journalist bij TV Rain – een onafhankelijk tv-station dat vanuit Nederland uitzendt – over Navalny, die hij goed kende. De orthodoxe priester Andrej Kordochkin ziet in het geloof van Navalny de kracht van het christendom, vooral tijdens zijn gevangenschap. Ook theologe Heleen Zorgdrager, hoogleraar Intercultural Theology / Missiology, vertelt haar gevoelens en gedachten over Navalny. Enkele citaten:

Inspiratie
‘Het geloof was voor hem een persoonlijke bron van inspiratie om goed te handelen.’ – ‘Ook Navalnys allerlaatste notities vonden hun weg naar buiten en geven een kijkje in de ziel van de man op wie veel Russen hun hoop hadden gevestigd.’ – ‘Ik ben niet religieus. Maar wat ik meemaakte was een daad van waarlijk Bijbelse omvang.’

(Uit de documentaire van KRO-NCRV)

* ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (School voor Spiritualiteit)

Bronnen:
Patriot – Mijn verhaal | Aleksej Navalny | Uitgeverij Atlas Contact | 520 blz. | € 32,99 | E-book € 16,99 | Vertaling: Frans Reusink | ‘Dit is het levensverhaal van Aleksej Navalny in zijn eigen woorden: zijn jeugd in de Sovjet-Unie, zijn politieke ontwaken, zijn huwelijk en geliefde gezin, zijn totale toewijding aan de strijd tegen een corrupt regime, zijn blijvende liefde voor zijn land en landgenoten en zijn hartstochtelijke geloof dat het goede zal zegevieren.’ (Uitgeverij Atlas Contact)
KRO-NCRV Kruispunt Het evangelie volgens Navalny: Stream bij NPO.

Beeld Aleksej Navalny: ANP / KRO-NCRV
Beeld Mikhail Fishman: ANP / KRO-NCRV

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’

Religie kan in de laatste fase van ons leven troost bieden. Zelfs degenen die niets hebben met religie hopen dat er ‘toch iets is’. Bij gelovige mensen kan troost echter veranderen in twijfel: ‘Misschien is er toch niets na de dood.’ Mensen hebben soms ‘geloof’ in de medische wetenschap. Hooguit biedt dat voor korte of langere tijd troost, en hoop. – Waarom zou je je eigenlijk alleen richten op die laatste fase van je leven? “Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zegt filosoof en meesterschrijver Seneca.

‘Voor niets krijgen we zo veel voorbereidingstijd als voor de dood.
Is het dan niet vreemd dat vrijwel niemand erop voorbereid is?’

(Pedagoog Ferdinand Hellers)

‘We weten niets van de dood’
V
olgens de Vlaamse filosofe Patricia de Martelaere (1957-2009) zetelt de doodsangst in het lichaam. Daarnaast bezit de mens de geest en die beschikt over een ‘wonderlijke kracht’, namelijk het vermogen om los te laten. Een levenslang oefenproces.

‘Een voorbeeld van deze oefening in loslaten is het kritisch onderzoeken van onze vooroordelen over de dood. We zijn vaak geneigd om de dood als iets verschrikkelijks te zien, terwijl we er eigenlijk niets van weten. Wie afstand van dit vooroordeel doet, kan geruster sterven.’
(Simone Bassie en Michel Dijkstra, in Filosofie Magazine)

‘Hun hele leven staat stil’
D
e Vlaamse psycholoog Manu Keirse (78), hoogleraar verliesverwerking aan de Katholieke universiteit Leuven, zegt dat iedereen doodgaat en we het onszelf alleen maar moeilijker maken door ons daar niet bewust van te zijn.

‘Je ziet het ook bij mensen die hun hele leven als een wagon vasthangen aan de locomotief die hun partner is. Als die locomotief plots stopt met rijden, staat hun hele leven stil.’
(Manu Keirse)

Besef
I
n de hedendaagse literatuur kom je meer en meer verhalen, romans en essays tegen over leven en dood. Schrijver en kunstenaar Jan Cremer (84) zei onlangs:

‘Je komt alleen, je leeft alleen en gaat alleen. Als je dat beseft, kun je alles aan in het leven.’
(Jan Cremer)


‘De kunst van het sterven’

The Meaning of Life
C
remer heeft zíjn manier gevonden om goed om te gaan met leven en dood. Het gaat inderdaad om besef; het leven leren begrijpen om beter voorbereid te zijn op de dood. Filosoof Terry Eagleton (81), schrijver van The Meaning of Life, zegt dat als je ouder wordt, en veel meemaakt, je verandert. Hij krijgt daardoor juist meer gevoel voor het geloof waarin hij ruimte vindt voor verdriet en kwetsbaarheid, en voor de dood. Hij probeert te leven met de dood.

Dat wil niet zeggen dat ik niet bang ben. Dat ben ik wel. Maar je moet het op een akkoordje gooien met de dood, zoals je dat moet doen met alles wat onvermijdelijk is: of je raakt verbitterd en boos als je mensen om je heen ziet sterven, of je komt tot een relatie met de dood, een modus vivendi – dat is een centraal uitgangspunt in het christendom.’
(Terry Eagleton)

De kunst van het sterven
H
oogleraar filosofie Simon Critchley (64), van New School for Social Research in New York, schreef Over mijn lijk – Wat filosofen en hun dood ons leren. Volgens de auteur is het de hoogste tijd om ons opnieuw te verdiepen en te bekwamen in de kunst van het sterven.

De moderne mens probeert de dood uit alle macht te negeren, waardoor hij des te meer gebukt gaat onder doodsangst.’
(Simon Critchley)

Vrijheid
Critchley werd onder anderen geïnspireerd door filosoof en schrijver Michel de Montaigne (1533 – 1592): “Wie geleerd heeft te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn.” Hij trekt daaruit de conclusie dat ‘je instellen op de dood niets minder is dan je instellen op vrijheid’.

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’
(Montaigne)


‘The Teaching of Buddhism’ (Hilma af Klint)

De laatste levensfase kan je vóór zijn
A
nderen ontdekken het vrije van de filosofie juist als welkom alternatief voor het rigide geloof waarvan ze zich hebben losgeworsteld. Filosoof Seneca (4 v. Chr. – 65 n. Chr.) bijvoorbeeld, biedt verrassende inzichten waarmee je je tijdens je leven al goed kunt voorbereiden op de laatste levensfase. Die fase kan je vóór zijn. Ruim vóór zijn. Hij schreef Levenskunst. Filosofische essays over leven en dood. Daarmee duidde hij er eeuwen geleden al op dat je niet moet wachten op je laatste levensfase. Over senioren zegt hij:

Als een aandoening ze weer bewust gemaakt heeft van hun sterfelijkheid, wat sterven ze dan in panische angst! (…) Ze zijn stom geweest, roepen ze, ze hebben niet geleefd, o, als ze deze ziekte overleven, dan gaan ze het echt rustig aan doen’.’
(Seneca)

Beter is het nú te leven
M
et Seneca kom je onvermijdelijk tot de conclusie dat het beter is nú te leven, en daar schrijft de filosoof bijna vrolijk, laconiek en troostend over. De filosoof bereidt je uitnodigend voor op je laatste levensfase en onze tijd niet te verspillen.

‘Het leven is lang genoeg. We krijgen royaal de ruimte om dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden. Maar als het leven door onze vingers glipt in onze zucht naar luxe en door desinteresse, als we er niets goeds mee doen, zien wij de feiten pas onder ogen in uiterste nood: eerst beseften we niet hoe het voortging, daarna merken we dat het voorbij is’.’
(Seneca)

Anders omgaan met je doodsangst
Levenskunst 
staat vol met de kunst hoe te leven. Seneca’s vele ‘lessen’ kunnen je wijzer maken. Je leert anders om te gaan met je angst voor de dood, bij velen sluimerend aanwezig. Maar uiteindelijk kan je Seneca misschien ook nazeggen:


Lucius Annaeus Seneca – Peter Paul Rubens

‘En wanneer de laatste dag is aangebroken, aarzelt de wijze niet: met ferme tred loopt hij de dood tegemoet’
(Seneca)

Beeld: Altaarstuk nr. 1, deel van een drieluik, Hilma af Klint (1862 – 1944) – ‘Diegenen die de gave hebben dieper te zien, kunnen voorbij de vorm kijken en zich concentreren op het wonderlijke aspect dat schuilgaat achter elke vorm, leven genaamd.’ (Hilma af Klint)
Beeld de kunst van het sterven: Typex, de Volkskrant
Beeld The Teaching of Buddhism, Hilma af Klint, No. 3d, 1920, oil on canvas, 37.5 x 28 cm, 14.76 x 11.02 in., © Stiftelsen Hilma af Klints Verk.
Beeld Afraid of the dark of of the light? Facebook
Beeld Seneca: The Dying Seneca, Peter Paul Rubens (1577 – 1640), Wiki.

‘Het universum is wat niet groter gedacht kan worden’

HET ABSURDE UNIVERSUM, van Patrick Chatelion Counet, zullen veel lezers als overrompelend en absurd ervaren. Consequent ironisch schrijft de wetenschapsfilosoof en theoloog over ‘wetenschap’ en mystiek. ‘Wetenschap’ tussen aanhalingstekens want voor hem is wetenschap veelal fictie en fantasie. Toch is het een in alle opzichten uiterst boeiend essay, waarin de auteur bij wijze van samenvatting ‘in het besef dat ik daarmee het geloof in de wetenschap van velen ondermijn’, 95 absurdistische stellingen aan ‘de poort van het huidige wetenschapsgebouw’ spijkert. ‘God is een absurdum in het kwadraat’.

‘Dit boek is een uitnodiging om het mysterie te omarmen en te erkennen
dat geloof voortkomt uit het besef van het onverklaarbare’
(Het absurde universum)

Leibniz
Het absurde universum zag 7 maart 2024 het licht. De auteur heeft ‘absurd’ in zijn boek ‘zo eenvoudig als maar kan (sic) gedefinieerd als iets-wat-niet-kan’. Hij parafraseert wiskundige en filosoof Leibniz als hij zegt, dat het absolute weten stukloopt op de absurditeit dat dit universum – tegen alle logica in – er is, omdat het logischer ware geweest indien er niets was.

Het universum kán niet. Hetzelfde geldt voor God. Hij is hooguit de verdubbeling van het probleem: of hij is uit het niets voorgekomen of hij bestaat van eeuwigheid – beiden kunnen niet, dus God kan niet. Toch is er nog hoop voor God, want als iets wat onmogelijk is, toch bestaat – het universum -, waarom God dan niet?’
(Chatelion Counet)

Anselmus
Natuurlijk haalt de auteur Anselmus erbij. Anselmus van Canterbury voor wie ‘God een vat vol tegenstrijdigheden’ is, en ‘tegelijk het onwrikbare uitgangspunt waarover men kennis en inzicht dient te verwerven’. In 1077 formuleerde de middeleeuwse theoloog een definitie van God. Voor Chatelion Counet geldt de uitspraak van Anselmus: ‘God is wat niet groter gedacht kan worden’ met enige (atheïstische) aanpassing ook voor het universum:

Mutatis mutandis: het universum is wat niet groter gedacht kan worden.’
(Chatelion Counet)


Anselmus van Canterbury

Anselmiaans-nostalgische God
Chatelion Counet stelt over de theorie van parallelle universa dat die inhoudt dat er naast het onze nog andere universa bestaan.

Maar dan nog lachen we met de theoloog uit Canterbury al deze universa in hun gezicht uit omdat ze binnen het ene totaal vallen dat we anselmiaans-atheïstisch universum noemen of anselmiaans-nostalgische God!’
(Chatelion Counet)

Kosmologie
Chatelion Counet filosofeert er ironisch op los, en stelt dat als er iets vóór de oerknal bestond, dit eveneens tot het anselmiaanse universum behoort.

Kosmologie is geen natuurkunde. Kosmologie is logica en theologie.’
(Chatelion Counet)

Een voortdurend NU
Onder een artistieke weergave van Einsteins gedachte-experiment over relativiteit, is onder meer zijn commentaar:

Ik help u uit de droom: Einstein relateert (dat is de betekenis van relativiteit) waarneming aan de snelheid in het inertiaalstelsel* van de waarnemer, maar dat neemt niet weg dat alles in het heelal sequentieel simultaan gebeurt. Eenvoudiger gezegd: er is (‘is’ in de zin van zijn en bestaan) geen verleden en toekomst. Er bestaat alleen een voortdurend NU, een simultaan heden. Ook al kunnen u en ik dat niet gelijktijdig waarnemen.’
(*Intertiaalstelsel: een assenstelsel dat met constante snelheid voortbeweegt, of stilstaat, PD)


Patrick Chatelion Counet ‘Wij scheppen een universum naar ons eigen beeld’

Het kind van de theologie
De auteur noemt zijn boek filosofisch. ‘Over wetenschap. Over wat we weten, denken te weten en niet weten’. Met veel toepasselijke, originele foto’s met bijschriften en schema’s. En ruim vijftig bladzijden bibliografie en dito eindnoten. Met ook weer absurde en ironische verwijzingen, zoals naar Herman Finkers, waarmee Chatelion Counet het hoofdstuk Fysica, het kind van de theologie begint.

Vóór God was er niets, en Maria is zijn moeder.’
(Herman Finkers)

Geloof dat begrip zoekt
De auteur zegt de oude kerkvaders niet te begrijpen als zij zeggen dat God zonder oorsprong is. Begrijpen is onmogelijk, je kunt hooguit geloven dat het waar is. En zo komen we uit bij weer andere adagia van Anselmus die de auteur verder uitwerkt in het hoofdstuk Geloof dat begrip zoekt. Geloof ligt naast wetenschap, geloof in big bang naast God.

Uiteraard mag je ten eeuwigen dage naar bewijs en begrip blijven zoeken, maar je geraakt nooit verder dan het anselmiaanse fides quarens intellectum: geloof dat naar begrijpen zoekt.’ (…) Of credo ut intelligam: dat betekent dat men ‘gelooft opdat men tot begrip moge komen.’
(Chatelion Counet)

Het absurdum
Logica (en wiskunde) noemt de auteur het instrument waarmee we naar de werkelijkheid kijken. Volgens hem bezitten we niets dan logica en daarmee zien we het grootste deel van de werkelijkheid.

Wanneer de logica ons naar gebieden brengt waar we met ons verstand niet meer bij kunnen – ‘oneindigheid’ of ‘niets’, of dingen buiten ruimte en tijd, of nieuwe universa (achter of ín zwarte gaten), of in de tijd terugreizende antideeltjes – dan betreden we het terrein van het absurdum.’
(Chatelion Counet)

Wij zijn een zin- en betekenisgevend wezen
Voor de mens is het onmogelijk geen orde of patronen te zien. Onze geest, zegt Chatelion Counet, creëert overzichtelijkheid en werkelijkheid. Niet in de filosofisch-idealistische zin: er is daar iets, out there (but not the truth).

We creëren werkelijkheid in semiotische zin. Wij zijn een zin- en betekenisgevend wezen (homo semioticus). Achter onze betekenisgevende theorieën, beelden, voorstellingen, verschuilt zich iets wat we nooit zullen kennen (ignorabimus). Wij géven de werkelijkheid betekenis (religieus, wetenschappelijk). Het is een misverstand te denken dat de werkelijkheid betekenis bezit of hééft, en dat we die ontdekken. Zonder ons heeft niets betekenis – en omgekeerd: op zichzelf bestaat er geen betekenis.’
(Chatelion Counet)


Heino Falcke

Het ‘fotogenieke gat’
Het ‘fotogenieke gat’ van hoogleraar astrodeeltjesfysica en radioastronomie Heino Falcke: het bewijs van het bestaan van een zwart gat, geleverd in de vorm van een foto, vindt de auteur verbijsterend. Dit kan helemaal niet, want uit een zwart gat ontsnapt geen licht en kan niet gefotografeerd worden. ‘Zo’n vage afbeelding waarin men van alles kan zien’.

Het is een computercompilatie, die met behulp van kunstmatige intelligentie fotonen per golflengte, radiogolven en andere data analyseert en deze tot een ‘ingekleurde foto’ componeert. (…) Een serieuze bedenking bij de afbeelding is dat het licht dat men waarneemt niet de waarnemingshorizon van een zwart gat is (het gat zelf is sowieso onzichtbaar), maar ander omgevingslicht. Het licht en de radiogolven kunnen voor hetzelfde (dure) geld afkomstig zijn van andere sterren, objecten en nevels in het gefotografeerde gebied en zelfs van sterren achter dat gebied.’
(Chatelion Counet)

Geen bewijs voor de oerknal
Als laatste voorbeeld van het absurde universum van Chatelion Counet nog even over ontstaan en herkomst van de maan, waarover in de wetenschap volgens de auteur nog steeds geen algehele consensus bestaat.

Ontstaan en oorsprong van de rest van het heelal vormt evenwel geen probleem. De oerknal kan ook buiten de wetenschap op brede consensus rekenen. Hoe groot deze consensus ook is, bewijs voor de oerknal is er niet. Het is een geloof.’
(Chatelion Counet)

Bron:
Het absurde universum – Hoe de wetenschap stukloopt op de ongrijpbare werkelijkheid | Patrick Chatelion Counet | VBK Media | KokBoekencentrum | 352 pagina’s | € 27,99 | E-book € 14,99

Gerelateerd:
* En God ontstak de Oerknal – Er was eens… in het TijdRuimteloze, God, die besloot samen met miljarden engelen de kosmos te scheppen. (2015)
* ‘God is veel groter dan je kunt denken’ – De foto van het zwarte gat voelde voor Falcke alsof hij keek naar ‘de poorten van de hel’, naar ‘het einde van ruimte en tijd’. (2021)
* De duizelingwekkende diepten in de kwantumfysica – ‘Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’ (2022)

Noot van de redactie: Met dank aan KokBoekencentrum die GODENENMENSEN spontaan een recensie-exemplaar van Het absurde universum toestuurde. – Binnenkort verschijnt – na bovenstaande eerste indruk van dit essay – de recensie op RELIFILOSOFIE.
! UPDATE: Recensie van bovenstaand boek blijkt ondoenlijk, er staat zo veel informatie in, allemaal zeer de moeite waard, maar niet in een adequate recensie samen te vatten helaas. Tip: Lees zelf het boek: verrassend en boeiend op iedere pagina. (November 2025)

Beeld: Wereldschildpad Atuin de Grote (Hebban.nl)
Beeld Anselmus: Bibliotheek Brugge
Foto Patrick Chatelion Counet: De Brug Nijmegen 
Foto Heino Falcke: Bert Beelen (De Gelderlander)

Reiken voorbij het zichtbare

Zelfhulp en zingeving beleven een opmerkelijke opmars. Dat hoeft niet per se zweverig te zijn. NRC zegt in de Special Zingeving van boeken die gaan over vragen rond zingeving: ‘Zin geven aan het bestaan is voor de mens zo natuurlijk als ademen’. Uitgekiend gepubliceerd rond Kerstmis, dan denken mensen, gelovig of niet, bij een goed glas wijn, meestal wat meer aan de zin van alles. Je kan zelfs van de Anonieme Alcoholisten iets leren als je je leven zin wil geven. Ook bespreekt de krant oorspronkelijke kritiek op eigentijdse zingeving. Over zingeving en neoliberalisme. Met vragen als ‘Is het liberalisme verworden tot een dogmatisch geloof?’

‘Hartstochtelijke pleidooi voor gezamenlijke zingeving’
(Karel Smouter over Life worth living)

‘De hele wereld op weg naar de koophemel’
In het artikel Filosoof John Gray draagt het liberalisme ten grave schrijft Menno Hurenkamp een recensie over De nieuwe Leviathans. Nieuwe visies na het liberalisme. Van de Britse filosoof John Gray. Hurenkamp omschrijft zijn boek als ‘een kritiek op het liberalisme als voortzetting van religie met andere middelen’.  

Nederland is een veelzeggend voorbeeld. We zien onszelf graag als een liberaal landje, denk aan ‘de koopman en de dominee’. Maar we hesen onlangs massaal volksvertegenwoordigers op het schild met een broertje dood aan gelijke rechten en tolerantie.
(Menno Hurenkamp)

Via vermeend universele principes als keuzevrijheid en marktwerking vermomde het moderne liberale denken zich als ‘christelijk monotheïsme’: de hele wereld op weg naar de koophemel, zo nodig met militaire invallen (denk aan Irak en Afghanistan).’
(Menno Hurenkamp)

‘De voortrazende burger’
NRC
geeft aandacht aan de nuttige rol van religie in een grotendeels seculiere maatschappij, de zoektocht naar zingeving als een individuele of juist een gezamenlijke onderneming en de rol van grote levensvragen in actuele romans en verhalen. Onder meer verwijst de krant naar socioloog Hartmut Rosa die stelt dat religie kan helpen bij ‘de voortrazende burger die in onze democratie steeds agressiever wordt’. Het gevolg van die almaar voortrazende houding is:

Dat de burger een agressieve basishouding tegenover de wereld heeft ontwikkeld. Elk jaar moeten mensen meer voor elkaar zien te krijgen. De gevolgen daarvan zie je terug op drie niveaus. We zijn agressief tegenover de natuur met onze industrieën en grondstoffen die we aan de aarde onttrekken. Maar we zijn ook agressief tegenover andere mensen.’
(Hartmut Rosa)

Sociale ruimtes
V
olgens Rosan Hollak hebben veel mensen inmiddels het geloof afgezworen. Zij vraagt aan socioloog Hartmut Rosa hoe we dan leren om naar elkaar te luisteren. Rosa antwoordt dat we om resonantie te bevorderen sociale ruimtes nodig hebben, en kijken hoe we op een andere manier met elkaar in gesprek kunnen gaan.


Erzählcafé, Tirol

In Duitsland [en Oostenrijk] bestaan Erzählcafés, plekken waar mensen elkaar hun verhaal vertellen en echt luisteren. En we zouden scholen tot sferen van resonantie kunnen maken. Want wat is eigenlijk het doel van onderwijs? In ieder geval niet het verwerven van vaardigheden die je kunt meten en vergelijken. Gaat het er niet om kinderen vooral te inspireren?’
(Hartmut Rosa)

‘Geloof het of niet – in de Nederlandse literatuur is méér tussen hemel en aarde’
(Thomas de Veen)

Geloof in metafysische zin
G
eloof het of niet, zegt Thomas de Veen in de special, maar het afgelopen jaar, in tijden van bloeiend rechts-populisme, van woekerende crypto currency en ook nog hemeltergend aardse en reële oorlogen, was dit een van de grote onderwerpen in de Nederlandse literatuur: geloof.

En dan heb ik het niet over geloof in de literaire roman zelf (hem doodverklaren kan altijd nog), maar over geloven als onderwerp in romans. Geloof in de metafysische zin van het woord: de handeling die wil reiken voorbij het zichtbare en tastbare hier en nu. Het vast vertrouwen in en het voor waar houden van iets wat niet bewezen is of vastgesteld kan worden.’
(Thomas de Veen)


Boeken te over die gaan over zingeving

Natuur, vriendschap, activisme
R
ens Bod, hoogleraar Digital Humanities aan de Universiteit van Amsterdam, wil zingeving breder definiëren dan dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doorgaans doet. CBS turft in zijn onderzoeken slechts vier zingevingsvormen: sociale relaties, persoonlijke ontwikkeling, religie of spiritualiteit en het ervaren van transcendentie (het overstijgen van jezelf). Bod onderscheidt wel 180 verschillende vormen van zingeving.

Het gaat hem daarbij om een waaier van praktijken, rituelen en idealen. Van ‘harmonie met de natuur’ tot ‘vriendschap’ en ‘activisme’. Beide boeken laten zien dat zingeving niet alleen iets is voor in de kerk of in de moskee, of voor de zelfhulphoek van de boekhandel. Het is zo gewoon als ademen of poepen; een menselijke activiteit met tal van evolutionaire voordelen bovendien. Het maakt je bijvoorbeeld aantrekkelijker. Bod verbaast zich er dan ook over dat een boek als het zijne, [Waarom ben ik hier?] – Een kleine wereldgeschiedenis van de zingeving, er nog niet was.’
(Karel Smouter)

Zelfhulp is nog geen zingeving
Maar pas op, zegt Karel Smouter, zelfhulp moet niet worden verward met zingeving, zo wordt in twee nieuwe boeken betoogd: Zingeving begint, kun je zeggen, waar het streven naar grip op grenzen stuit.

Een drietal Yale-theologen schreef samen Life Worth Living. Veelbezongen moderne idealen als autonomie, voorspoed, macht en roem zouden, met mate, best kunnen bijdragen aan een betekenisvol leven. Maar wie deze zaken als doelen op zich nastreeft, waarschuwt het drietal, krijgt slechts een goedkope imitatie voorgeschoteld van ‘wat er echt toe doet.’
(Karel Smouter)


Zingeving waar het streven naar grip op grenzen stuit

Gezamenlijke zingeving
ILife worth living gaan de Yale-theologen Miroslav Volf, Matthew Croasmun en Ryan McAnnaly-Linz een flinke stap verder dan Bod, vervolgt Smouter, in hun pogingen lezers dichter bij een antwoord op The Question te brengen, zoals ze het object van zingeving ietwat mysterieus omschrijven. 

Net als Bod zijn de drie denkers bepaald niet cultureel eenkennig in hun queeste en tappen ze uit ieder denkbaar levensbeschouwelijk vaatje, van Boeddha tot Confucius en Christus. Het belangrijkste verschil met de benadering van Bod is het hartstochtelijke pleidooi dat er in het boek besloten ligt voor gezamenlijke zingeving.’ 
(Karel Smouter)

Bronnen: SPECIAL ZINGEVING (NRC) – 21 december 2023
* Wat je van Anonieme Alcoholisten kunt leren als je je leven zin wilt geven
* Socioloog Hartmut Rosa: ‘De voortrazende burger wordt in onze democatie steeds agressiever. Religie kan helpen.’
* Geloof het of niet – in de Nederlandse literatuur is méér tussen hemel en aarde
* Welke rol speelt het geloof in de politiek? Is het neoliberalisme in de afgelopen jaren zelf tot een dogmatisch en onaantastbaar geloof geworden? En kan een religie eigenlijk wel zonder een hel?

Beeld: Spirituele Transformatie Academie
Foto Erzählcafe, Tirol: Niet alleen in Duitsland te vinden, maar onder meer ook in Oostenrijk.(freiwillig-engagiert.at)
Foto Boeken over zingeving: poortnaargeluk.nl
update 18 02 2024 (datum digitale NRC-uitgave Special Zingeving)

Vrijmetselarij is bouwvak in geestelijke zin

INTERVIEW – De symbolische werkwijze van de vrijmetselarij is ooit afgeleid van het middeleeuwse kerkenbouw. Naar het voorbeeld van de vroegere kathedralenbouwers beoefenen vrijmetselaars nu het bouwvak in geestelijke zin. Om meer te weten over die ‘geestelijke zin’, klop ik aan bij vrijmetselaar Gé Beaufort voor een interview. Hij heeft niets geheimzinnigs over zich, komt niet over als iemand uit een sekte, zoals sommigen over de vrijmetselarij denken. Gewoon, een vriendelijke man met een zachtaardige blik die mij uitnodigend welkom heet.

‘Symbolen kunnen je helpen om je te verbinden met
het gehele complexe verhaal van mens-zijn’
(Gé Beaufort)

is weg- en waterbouwkundige die ook na zijn pensionering actief betrokken is bij de waterveiligheid in Nederland. Daarnaast werkt hij aan zichzelf, om daardoor ook weer zijn steentje bij te kunnen dragen aan de samenleving. Na een studie psychosynthese werkt hij nu verder aan zichzelf als vrijmetselaar. Zeventig jaar is hij als de vrijmetselarij op zijn pad komt. Samen met zijn vrouw Marina, die mee wil luisteren, zitten we aan een kleine tafel die direct uitnodigt tot gesprek. 

Wat is vrijmetselarij?
: “Vrijmetselarij is een wereldomspannende verbinding tussen mensen, en ik zit in een mannenvrijmetselarij. Het idee dat je deel uitmaakt van een broederschap dat de wereld omspant, is een aantrekkelijke en inspirerende gedachte. Vrijmetselaren noemen elkaar dan ook broeder of zuster. Toen ik ‘aanklopte aan de poort van de loge’ voelde ik al in het eerste contact dat ik daar ja ging zeggen tegen dingen waarvan je niet weet wat het gaat brengen – en dat is als ja zeggen tegen het leven zelf natuurlijk.”

Marina zegt eerst wat bedenkingen te hebben als Gé zich bij de broederschap wil aansluiten.
“Als Gé bij zo’n club gaat, psychosynthese of vrijmetselarij, dan werkt hij aan zijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Omdat vrijmetselarij een mannengemeenschap is, was ik bang dat hij zich zou gaan ontwikkelen in een richting waaraan ik geen deel kan hebben en Gé van mij afdrijft. Dat beeld blijkt gelukkig niet te kloppen.” – Het tegendeel gebeurt, want Marina raakt betrokken. Niet als vrijmetselaar maar bij de zorg voor de bibliotheek, het opknappen en verzorgen van het logegebouw èn bij de broeders zelf.


Bibliotheek

Mijn contact met de vrijmetselarij ontstaat door een uitnodiging van Gé om een bijeenkomst bij te wonen. Direct valt op hoe vrij de leden over zichzelf praten, dat er zorgvuldig vragen worden gesteld, open en uitnodigend. En alles wat binnen bijeenkomsten gezegd wordt blijft onder de roos. Die hangt fraai geschilderd boven de vergaderplaats. ‘Onder de roos’ betekent dat er niets naar buiten gaat: alles wat er gebeurt en wordt gezegd, blijft besloten binnen de muren.
 
Bij de voorbereiding van het interview lees ik dat bij de aanneming tot leerling een kandidaat een gelofte aflegt, op wat de ‘Drie Grote Lichten’ genoemd wordt: Bijbel, passer en winkelhaak. De Bijbel wordt bij de vrijmetselaars gezien als een boek waarin universele gedachten zijn verwoord die voor alle tijden gelden en tot steun kunnen zijn bij het zoeken van een weg naar een bepaalde levenshouding. 

Gé, klopt het dat de vrijmetselarij noch een geloof, noch een religie is, en ook geen leer kent?
“Ja en nee. Alle geloven zijn welkom, maar er ligt wel een Bijbel open. En als een moslim in wil treden en vraagt of er een Koran kan liggen, dan kan dat. Lichtsymboliek maakt eveneens deel uit van de rituelen. Feit is wel dat in Nederland de meeste mensen in een christelijke cultuur opgegroeid zijn. Ook is het zo dat mensen met hun geloof vaak in aanraking komen met de mythische wereld.”


Deze plaquette werd ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de loge in 1980 geplaatst op de plek van de oprichting van Loge Ultrajectina; nu het toegangsgebouw tot de domtoren.

En iedereen kan lid worden van de vrijmetselarij?
“Ja. In het aannemingstraject wordt wel eerst gekeken of iemand bereid en in staat is kritisch naar zijn eigen denken, gedrag en handelen te kijken. In staat is tot zelfreflectie. Het bestuur van de loge beoordeelt dat. Er is eerst een gesprek met de broeder voorlichter. Daarin krijgt degene die kandidaat wil worden de opdracht een levensbeschrijving te maken en uit te leggen waarom hij bij de vrijmetselaars wil toetreden. En dan zijn er vervolggesprekken. Een en ander is ook bedoeld om teleurstellingen te voorkomen, van beide kanten.” 

Waarin vinden vrijmetselaars elkaar?
“In het samenkomen, elkaar vrijlaten, en als individu binnen die gemeenschap je eigen leerweg te kunnen gaan. Je komt binnen als leerling en een jaar daarna word je bevorderd tot gezel, en weer een jaar later tot meester.’

Hoe gaat die weg naar ‘meester’ bij de vrijmetselarij?

“Het is zo dat bij de bevordering van leerling tot gezel leerlingen niet aanwezig mogen zijn, omdat die dat nog zelf moeten ondergaan. De gang van zaken wordt zo geheim gehouden. Zo zijn er bij meester worden geen gezellen en leerlingen bij. Je bent dan wel meester, maar blijft altijd leerling, én gezel, én meester. Het is belangrijk dat iedereen uiteindelijk zichzelf als leerling blijft zien, anders kan je niet doorgroeien.”

De leerling ondergaat het inwijdingsritueel waar iedereen bij is, in de voltallige loge. De leerling is dan de hoofdpersoon.  
“Het inwijdingsritueel interpreteer ik als een soort van hergeboorte. De rituelen vinden plaats in de tempel, ook wel werkplaats genoemd, boven in het gebouw. Rituelen zijn de inwijding, de bevorderingen tot gezel en meester. Een ander ritueel is de rouwloge als een broeder van onze loge is overleden. En de jaar-hoogtepunten: het ‘Zomer Sint Jan’ en het ‘Winter Sint Jan’.”


De tempel of werkplaats

“Het gebruik van symbolen bij de rituelen ligt vast. Toch heb ik iedere keer als ik weer eenzelfde ritueel meemaak een andere waarneming, en nieuwe beleving. Ik denk dat dat komt omdat ik zelf steeds weer anders ben en hetzelfde dus anders waarneem. Ik veronderstel dat daarin mijn groei zit en te voelen is.”

“Symboliek is in de vrijmetselarij, maar ook in de kunst en het schrijven eigenlijk een ondergewaardeerd begrip. Iets waarvan je denkt ‘hoe kan dat nou’? Iets wat een werkzaamheid heeft waar je niets van begrijpt, behalve dan dat het je iets doet. Het gaat vooral ook om meer mens te worden. Soms zeggen we ‘om een beter mens’ te worden, maar het gaat om ‘méér mens’ worden. Symbolen kunnen je helpen om je te verbinden met het gehele complexe verhaal van mens-zijn.”

In het verhaal van mens-zijn is ‘de broederschap heel belangrijk’, vult Marina aan:
“Broeders zorgen voor elkaar. Een demente broeder wordt geholpen als hij alleen woont. Er wordt ook aan de vrouwen van de broeders gedacht. Zieke broeders worden eveneens geholpen als zij dat willen. De broeders zijn sociaal met elkaar bezig.”

Aan de Bijbel ontleent de vrijmetselarij ook elementen die een belangrijke rol spelen in haar symbolen en rituelen, zoals de bouw van de tempel in Jeruzalem door koning Salomo.
Gé:
“Een van de belangrijkste symbolen is dat we met z’n allen werken aan de tot ritueel gemaakte Tempel van Salomo. Salomo wordt beschouwd als de wijze tempelbouwer.”

Als vrijmetselaar werk je aan je ‘eigen ruwe steen’, zegt Gé. Hij doet dat ook letterlijk, werkt met steen, bakt intrigerende kleiwerken, waarin hij ook zijn innerlijk legt en er zijn verhaal bij uitdrukt. Bij ‘steen’ moet ik denken aan de tijd van de kathedralenbouw en bouwgilden.

“Opdat je eigen steen past in de kathedraal. Dat is de symboliek. Je steen past in de wereldwijde broederschap.” 

 
Alles blijft onder de roos

En zo blijkt de vrijmetselarij geen wereldvreemde organisatie, maar juist een wereldwijde broederschap, waarin dus ook ‘zusters’ (de ‘weefsters’) actief zijn. Vrijmetselaars, die juist door aan zichzelf te werken er voor de wereld zijn: ze zijn er voor elkaar èn voor de samenleving. Allround ‘bouwvakkers’ die de wereld mede vorm geven.
Foto Gé Beaufort: © Bart van den Dikkenberg, redacteur van het Reformatorisch Dagblad (RD)
Andere foto’s: © 2017-2021 © Stichting Logegebouw Utrecht
Info: Vrijmetselaars in Utrecht – Open avond, gastlezing, kennismaken met Loge Ultrajectina, de oudste loge van de stad, sinds 1830.

Tip!Lezing ‘Freemasonry and Kabbalah: Cultural Exchange in Esoteric Art’ door Peter Lanchidi | Embassy of the Free Mind, Amsterdam: 7 december 2023 19.30 – 21:00 uur | Tickets: € 15 – Zoom (live stream) € 12,50 | Student € 8,50 | Taal: Engels | Peter Lanchidi is hoofddocent aan het Instituut voor Kunstgeschiedenis aan de Eötvös Loránd Universiteit (ELTE) in Boedapest. Zijn proefschrift over de vrijmetselaars-kabbalistische kunst van David Rosenberg, een rabbijn van de vrijmetselaars, won de scriptieprijs van de European Society for the Study of Western Esotericism (ESSWE). Met een achtergrond in kunstgeschiedenis en esthetiek (BA) uit Boedapest en in Joodse studies (MA) uit Stockholm en Heidelberg, richt zijn onderzoek zich op het raakvlak tussen Vrijmetselarij en Kabbala in beeldmateriaal in de negentiende eeuw en de historische en culturele contexten ervan.

Hoe ‘weten’ mensen dat God bestaat?

Rede en geloof worden vaak tegenover elkaar gezet: aan de ene kant de atheïstische wetenschapper die de oerknal probeert te bewijzen, aan de andere kant de gelovige die ‘voelt’ dat er een goddelijke kracht bestaat. Religie wordt gezien als antwoord op vragen waar de wetenschap niks mee kan, zoals wat de zin van het leven is. Geloof is een kwestie van het hart, wetenschap van het hoofd. – Hierover vertelt filosoof dr. Rik Peels woensdagavond 8 maart in het Academiegebouw aan het Domplein in Utrecht. (Voor iedereen toegankelijk, geen kosten.)

Baseren mensen hun godsgeloof op meer dan slechts een gevoel?

Klopt deze tegenstelling wel? Kan het bestaan van God op een logische manier beredeneerd worden? Baseren mensen hun godsgeloof op meer dan slechts een gevoel? Welke rol spelen openbaringen en religieuze ervaringen? En wat als de atheïst moet bewijzen waarom God niet bestaat, in plaats van andersom? Filosoof dr. Rik Peels (VU) legt uit hoe religieuze kennis werkt.’


Rik Peels

Deze bijeenkomst vindt plaats binnen de serie Geloof je het zelf? over het nut van ontastbare kennis. Als maatschappij vertrouwen we graag op wetenschappelijk bewijs. Maar is dat altijd het juiste kompas om op te varen? Wetenschappers over wat we kunnen leren van niet-wetenschappelijke kennis.

Academiegebouw (Aula) | UTRECHT| Woensdag 8 maart 2023 (20:00-21:30) | In samenwerking met Faculteit Sociale wetenschappen, Bètawetenschappen en Geesteswetenschappen | Voertaal Nederlands | Entree gratis | Aanmelden niet nodig. Let op: vol = vol |  Stream: YouTube-video

Foto’s / bron: Universiteit Utrecht

update 7 3 2023